TER AA

Plaats: Zwolle

Naam: Het betreft hier vermoedelijk geen echte familienaam, maar een gelegenheidsnaam. De naam komt slechts eenmaal voor, en wel in de trouwinschrijving van Anna Jansdr. ter Aa ("Anna Jans, Jan ter Aa N(agelaten) D(ochter)"). Haar vader zal in de buurt van het riviertje de Aa hebben gewoond en daar zijn (bij)naam aan hebben ontleend. De Aa liep met twee takken, de grote en kleine Aa, door Zwolle. Dit gegeven, in combinatie met de vermelding dat Anna Jansdr bij haar huwelijk bij de Vispoort woonde, stelt ons in staat met enige nauwkeurigheid te bepalen waar de familie gewoond heeft: vermoedelijk aan de zuidkant van de Vispoortenplas.

Generatie I

Jan ter Aa, ovl. voor 7.8.1636
Van hem is alleen bekend dat hij ten tijde van het huwelijk van zijn dochter reeds was overleden. Diverse naspeuringen naar een "Jan" die in aanmerking komt zijn tot op heden vruchteloos gebleven.

Generatie II

Anna Jansdr ter Aa, begr. Zwolle 18.7.1671, tr. Zwolle 7.8.1636 Cornelis Gerrits Buisman, karveelschipper, zn van Gerryt Cornelys Buisman en Willemtien Jans.

III: Gerrit Buisman
IV: Cornelis Buisman
V: Derk Buisman
VI: Hermannus Buisman
VII: Petronella Buisman
VIII: Petrus Johannes Smit
IX: Anna Magdalena Smit
X: Anna Elisabeth Baarslag
XI: Anna Elisabeth Kolkman
XII: Anna Elisabeth Oosterhuis
XIII: Michiel van der Leeuw
De omgeving van de vispoort te Zwolle ca. 1650

Wat moet ik met die schurk van Jan ter Aa?
Al jarenlang zit ik hem achterna
Hij weet zich echter zeer goed schuil te houden
Toch komt de dag dat ik hem vinden ga


ABO

Plaats: Aarhus (Den)

Naam: ontleend aan een plaatsje Aabo bij Aarhus.

Wapen: Doorsneden: I in blauw een knekelhuis, beladen met tien doodshoofden in vier rijen boven elkaar, 2,3,3,2, alles van zilver; II in blauw een doodshoofd boven twee gekruiste doodsbeenderen, alles van zilver.
Helmteken: twee zwarte olifantstrompen.
Dekkleden: zilver en blauw.

Generatie I

Jonas Hansen, geb. ca 1585, leerlooier.
Hij was waarschijnlijk afkomstig uit Aabo en werd op 3 april 1606 burger van Aarhus, een der oudste steden van Denemarken.

Generatie II

Johannes Abo, geb. ca 1615, koopman te Aarhus, ovl. voor 23.8.1669

Generatie III

Johan Nicolai Abo, geb. Aarhus ca 1646, koopman, overl. 's-Gravenhage 2.6.1707, wedr. Elisabeth van Gansepoel, tr. Sloten 6.6.1679 Rebecca Jacoba Ranst, ged. Amsterdam 27.12.1648, begr. Amsterdam 12.1.1714, dr van Hieronymus Ranst en Barbara Carel.
Zowel Johan Nicolai als zijn twee broers deden waarschijnlijk goede zaken met de Nederlanden; alle drie vestigden zij zich in Amsterdam. Johan Nicolai was behalve koopman in noten en stokvis ook consul en commissaris van de Deense koning Christiaan V in Amsterdam. Hij woonde op het Nieuwe Waalseiland te Amsterdam, maar vertrok later naar 's-Gravenhage.

Handtekeningen van Johan Nicolai Abo en Rebecca Jacoba Ranst

Generatie IV

Anna Maria Abo, ged. Amsterdam 3.5.1687, overl. Amsterdam 19.12.1770, tr. 's-Gravenhage 21.10.1715 Matthijs van Son, geb. Geertruidenberg 8.10.1687, advocaat en notaris, overl. Amsterdam 18.5.1756, zn van Augustinus van Son en Anna Schuyffhil.

V: Augustinus van Son
VI: Jan Carel van Son
VII: Anna Elisabeth van Son
VIII: Anna Magdalena Smit
IX: Anna Elisabeth Baarslag
X: Anna Elisabeth Kolkman
XI: Anna Elisabeth Oosterhuis
XII: Michiel van der Leeuw

Literatuur:
Nederland's Patriciaat 1939
J.E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795, Haarlem 1903


Studeren kon nog lang niet aan de Pabo
En evenmin bankieren bij de Rabo
Is dat nu wat men noemt een gouden eeuw?
Wij dachten wel, aldus de broertjes Abo


ALDERS

Plaats: Garmerwolde

Naam: Patroniem

Opmerkingen: Het is -onder andere door de schaarsheid aan bronnen- niet gelukt om deze stamreeks erg ver op te voeren. Even leek het er op dat het onderzoek succes had, toen een Tjaert Harms gevonden werd die aannemelijk leek als vader van Allardt Tjaerts. Bij het terugbladeren van eerder verzamelde gegevens (in casu het huwelijk van Hilje Alders en Jan Hendriks) bleek echter dat Tjaert Harms een oom was van Hilje Alders, en niet haar grootvader.

Generatie I

Allardt Tjaerts, ovl. tussen 1713 en 1721, tr.1 Garmerwolde 28.10.1688 Aeltyn Tonnis, tr.2 Garmerwolde 17.4.1697 Anje Willems.
Allardt Tjaerts en zijn eerste vrouw werden op 5.4.1691 ingeschreven als lidmaat van de Hervormde kerk te Garmerwolde.1 In 1711 blijkt hij niet voldaan te hebben aan zijn verplichtingen tegenover de kerk: hij had voor een bedrag van 10 gulden en 10 stuivers mee moeten betalen aan de schuur van de dominee. In 1713 is hij diaken. Hij was eigenaar van een stuk land te Garmerwolde, terwijl hij bovendien een stuk land in Harkstede gebruikte.

Uit het tweede huwelijk:

Generatie II

Hilje Alders, tr. Garmerwolde 7.12.1721 Jan Hendriks, zn van Hindrik Claessens en Lolje Jans.

III: Lolke Jans
IV: Jan Klaasen Teisman
V: Corneliske Jans Teisman
VI: Jan Wolters Wolters
VII: Korneliske Wolters
VIII: Ekko Oosterhuis
IX: Anna Elisabeth Oosterhuis
X: Michiel van der Leeuw

Noten:
1.

Literatuur:
K.J. Ritzema van Ikema, Ommelander Geslachten. Het nageslacht van Jacob Sybolts, landbouwer te Warffum, en Geertruid Cornelis, Groningen 1925


Potverdriedubbeltjes!
Dat viel me tegen, zeg
Dacht ik nu eindelijk
Ergens te zijn

Kenmerkt die Tjaerts zich door
Onachterhaalbaarheid
Daarom die aanhef:
Ik vond dat niet fijn


VAN ALFEN

Plaats: Tilburg/Goirle (eind 15e, begin 16e eeuw)

Naam: Herkomstnaam. De plaatsnaam Alfen/Alphen komt in Nederland nogal vaak voor. In dit geval zal wel Alphen bij Tilburg bedoeld zijn.

Generatie I

Gerrit Willems van Alfen, ovl. voor 1.2.1521, tr. Alit Jan Weynsdr.
Gerrit Willems van Alfen en zijn vrouw bezaten een pacht van een mud rogge en een van 2 lopen roggen uit huizen en land te Goirle, welke zij bij testament vermaakten aan hun kleindochter Jenneke Ghyben, vrouw van Symon van Son. (Bron: zie literatuuropgave)

Generatie II

Petere Gerrit Willemsdr van Alfen, verm. ovl. voor 1.2.1521, tr. Claus Peter Ghyben, ovl voor 1.2.1521

III: Jenneke Ghyben
IV: Wilboert Simons
V: Symon Wilboerts
VI: Matthijs Simons van Son
VII: Augustinus van Son
VIII: Matthijs van Son
IX: Augustinus van Son
X: Jan Carel van Son
XI: Anna Elisabeth van Son
XII: Anna Magdalena Smit
XIII: Anna Elisabeth Baarslag
XIV: Anna Elisabeth Kolkman
XV: Anna Elisabeth Oosterhuis
XVI: Michiel van der Leeuw

Literatuur:
H.J.A. van Son, Geschiedenis van het geslacht Van Son,eertijds geheeten van Broechoven, Dordrecht (1946-1955), deel I p.74


Het leven is goed in het Brabantse land
(Waar mijn wieg trouwens niet heeft gestaan)
Maar genealogisch is daar trammelant:
Want ik heb er niet veel aan gedaan

Wie klaagt dat Van Alfen geen nieuws voor hem biedt
Bied ik hier verontschuldiging aan
Maar Brabant is niet mijn deskundig gebied
Dus ik heb er niet veel aan gedaan


ALLEYN

Plaats: 's-Gravenhage

Naam: Mogelijk ontleend aan de voornaam Alan

Generatie I

Gillis Jansz Alleyn, bijgenaamd Gillis de Duivel, kanonnier/constabel, overl. 1642, tr. 1 's-Gravenhage 21.2.1599 Magdalena Otten, tr.(2) N.N.
Gillis Alleyn verkoopt in 1594 een huis aan de noordzijde van het Padtmoes in 's-Gravenhage aan Heyndrick Aertss, rietmaker. Hij wordt dan vermeld als "gekomen van Eeckelo".
Op 21.2.1611 koopt hij van Gorsgen Willemsdr, vrouw van Willem Franss, een huis en erf op de Geest, en op 30.5.1616 een erf aan Sterlingspadt. In 1635 verkoopt hij vijf huizen in de Warande in het Hofstraatje tegenover de Juffrouw Idastraat aan zijn het schoonzoon Jan Anthoniss van Haesbrouck. In deze tijd was hij gelegerd in Aardenburg (Zeeuws- Vlaanderen), waar hij zijn bijnaam "De Duivel" had opgedaan. Dit stadje werd in 1604 door de troepen van Prins Maurits op de Spanjaarden veroverd.
Op 2 mei 1637 maakt hij zijn testament. De kinderen van zijn beide dochters Maria en Josina zijn erfgenamen, terwijl zijn dochters het vruchtgebruik van de nalatenschap houden.

Uit het tweede huwelijk: Generatie II

Josina Alleyn, overl. 1669, tr. 's-Gravenhage 21.10.1640 Dirk Vogelesang, soldaat.

III: Coenraad Vogelesang
IV: Dirk Vogelesang
V: Coenraad Vogelesang
VI: Coenraad Vogelesang
VII: Zwaantje Vogelzang
VIII: Zwaantje Smit
IX: Adriana Gerardina Smit
X: Zwaantje Martina de Reede
XI: Jacobus van der Leeuw
XII: Michiel van der Leeuw


Wel alle duivels zeg!
Pittig constabeltje:
Gillis Alleyn
Werd "De duivel" genoemd

Blijkbaar bedreef hij het
Artilleriebedrijf
Al te voortvarend
Vandaar zo beroemd!


VAN ALPEN

Oorsprong: Adellijk geslacht, waarschijnlijk uit Opper-Gelre of Gulik

Naam: ontleend aan Alpen, 13 km. ten zuidwesten van Wesel

Wapen: Een rode gekroonde leeuw op een veld van vair (verm.)

Wapen van de familie Van Alpen

Generatie I

Arnt van Alpen, tr. Margaretha van Eyl.

Generatie II

Johan van Alpen, heer van Honnepel, ovl. tussen 15.8.1414 en 12.3.1421, tr. Wessela van den Boetzelaer, geb. ca. 1362, overl. na 12.3.1421, dr. van Rutger van den Boetzelaer, heer van Boetzelaer en Hernen, en Elisabeth van Bylandt Dirksdr.
Johan van Alpen en zijn vrouw verkregen (met zijn zuster Jutta en haar man Johan van Wijenhorst) op 15 augustus 1414 de hof te Wijlrade en andere goederen.

Generatie III

Elbert van Alpen, heer van Honnepel, overl. voor 19.7.1455, tr. (huw. voorw.) 12.6.1449 Machteld van Culemborg, overl. 19.5.1492, dr. van Johan van Culemborg, heer van Culemborg, en Aleid van Gutterswick.
Elbert van Alpen bekleedde verschillende functies aan het Kleefse hof. Hij was raad van de hertog, landdrost van Kleef, drost te Gennep en leenstadhouder.

Generatie IV

Adriana van Alpen, tr. 8.4.1464 Werner van Palland, heer van Breidenbend, overl. tussen 1496 en 1508, zn. van Carsilius van Palland en Agnes van Hoemen.

V: Gerard van Palland
VI: Adriana van Palland
VII: Johan Karel van Utenhove
VIII: Adriana Sophia van Utenhove
IX: Lubbert van Eck
X: Jan Carel van Eck
XI: Jacoba Geertruid Clara van Eck
XII: Jan Carel van Son
XIII: Anna Elisabeth van Son
XIV: Anna Magdalena Smit
XV: Anna Elisabeth Baarslag
XVI: Anna Elisabeth Kolkman
XVII: Anna Elisabeth Oosterhuis
XVIII: Michiel van der Leeuw

Literatuur: J.W. des Tombe, Het geslacht van den Boetzelaer, Assen 1969, p. 119
Gens Nostra 1991 p. 654


Wanneer ik door de eeuwen loop te zwalpen
Gewapend met een bloknoot en een balpen
Dan stuit ik op een adellijk geslacht
Gesierd met de aloude naam Van Alpen


VAN ALPHEN

Plaats: Zevenhuizen

Naam: vermoedelijk ontleend aan Alphen aan de Rijn

Generatie I

Jacob Jacobs van Alphen, overl. ca. 1624, tr. Pleuntgen Claesdr overl. voor 1622.

Generatie II

Claes Jacobs van Alphen, tr. Wijve Jansdr, dr. van Jan Janss Jongste en Claesgen Dircxdr.

Generatie III

Pleuntje Klaas van Alphen, ged. Zevenhuizen 17.5.1637, overl. Capelle a.d. IJssel 10.9.1712 (aangifte), tr. Zevenhuizen 11.2.1663 Klaas Pieters Kruyt, vervener, overl. na 20.3.1678, zn. van Pieter Ariens Kruyt, schipper en vervener, en Maertje van Noord.

IV: Leendert Claasse Kruyt
V: Dirk Leenderts Kruyt
VI: Leendert Kruyt
VII: Nicolaas Kruyt
VIII: Maria Henriėtte Kruyt
IX: Marinus Henri de Reede
X: Zwaantje Martina de Reede
XI: Jacobus van der Leeuw
XII: Michiel van der Leeuw


Hier volgt een aardig (zelf geschreven!) deuntje
Van Jacob Jacobs, Claes, en ook van Pleuntje
Ik stuit hier echter wel op een probleem:
Wat rijmt er verder nog voor leuks op -euntje?


VAN AMSTEL

Oorsprong: Amstelland

Naam: ontleend aan de rivier de Amstel c.q. de heerlijkheid van dien naam

Wapen:

Wapen Van Amstel

 

Generatie I

?Wolfger van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht, schout van Amstelland, vermeld tussen 1105-1126

Generatie II

Egbert van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht 1156

Generatie III

Gijsbrecht van Amstel, ministeriaal van de bisschop van Utrecht 1176-1188

Generatie IV

Gijsbrecht van Amstel, ridder, overl. voor 1235

Generatie V

Gijsbrecht van Amstel, heer van Amstel, overl. 1254

Generatie VI

Arend van Amstel, ridder, heer van Benschop en IJsselstein, overl. voor 1300, tr. Johanna, overl. na 1300.

Generatie VII

Gijsbrecht van Amstel, heer van Benschop en IJsselstein, maarschalk van de bisschop in het Nedersticht, raad van de bisschop van Utrecht 1325 en van de graaf van Holland 1358, schout van Amersfoort en de Eem, overl. ca. 1343, tr. ca. 1280 Bertha van Arkel van Heukelom, overl. 25.2.1322.

Generatie VIII

Arend van Amstel, heer van IJsselstein , Oudshoorn en Aarlanderveen, overl. ca. 1362, tr. ca. 25.7.1310 Maria van Avesnes, overl. na 1.9.1344, dr. van Gwyde van Avesnes, bisschop van Utrecht

Generatie IX

Ghuyote van IJsselstein, overl. 1374, tr. Jan I van Egmond, geb. ca. 1310, overl. 28.12.1369, zn. van Wouter II van Egmond en Beatrijs van de Doortoge.

X Bertha van Egmond
XI Jan van Culemborg
XII Mechtild van Culemborg
XIII Adriana van Alpen
XIV Gerard van Palland
XV: Adriana van Palland
XVI: Johan Karel van Utenhove
XVII: Adriana Sophia van Utenhove
XVIII: Lubbert van Eck
XIX: Jan Carel van Eck
XX: Jacoba Geertruid Clara van Eck
XXI: Jan Carel van Son
XXII: Anna Elisabeth van Son
XXIII: Anna Magdalena Smit
XXIV: Anna Elisabeth Baarslag
XXV: Anna Elisabeth Kolkman
XXVI: Anna Elisabeth Oosterhuis
XXVII: Michiel van der Leeuw

Literatuur: G.J.J. van Wimersma Greidanus, Kwartierstaat Greidanus-Jaeger, in Gens Nostra 1984 p. 114 vv en 1985 p. 516 vv


Het hemelse gerecht heeft zich ten lange leste
Ontferremd over mij en helpt mij uit de nesten
VAN AMSTEL bleek reeds grondig uitgezocht
Voor mij niet veel te doen, zo ik 't mocht
Ik laat het dus bij deze kleine geste
(En zal ook stoppen met dat Vondel-pesten)


VAN ARNHEM

Plaats: Arnhem

Naam: Dit lijkt een herkomstnaam, maar aangezien de familie in Arnhem woonde is het waarschijnlijker dat de naam ontleend is aan het feit dat de oudste generatie richter te Arnhem was.

Wapen: een rode adelaar, gebekt en genageld van goud, op een zilveren veld.

wapen van de familie Van Arnhem

Generatie I

Winekinus van Arnhem, richter te Arnhem, overl. voor 31.10.1290.

Generatie II

Theodericus Winanduszoon (Dirk Tyke), schepen van Arnhem, overl. na 31.3.1312.

Generatie III

Wijnand Diederikszoon van Arnhem, ridder, overl. na 9.4.1351, tr. Mechteld.

Generatie IV

Gerrit van Arnhem, ridder, overl. na 29.5.1391, tr. Jutte , overl. 4.1382.

Generatie V

Wijnand van Arnhem, ridder, overl. 30.4.1433, tr. 10.1370 Udela van den Gruythuys, dr. van Arend van den Gruythuys.

Generatie VI

Gerrit van Arnhem, overl. 12.4.1436, tr. Cunegonda van Kuynre.

Generatie VII

Wijnand Gerrits van Arnhem, overl. 27.2.1486, tr. 1453 Sophia van Rechteren, overl. Arnhem 16.11.1509, dr. van Frederik van Heeckeren, heer van Rechteren, en Cunegonda van Polanen.

Generatie VIII

Cunegonda van Arnhem, tr. Johan van Salland.

IX: Johan van Salland
X: Josina van Sallant
XI: Lubbert van Eck
XII: Lubbert van Eck
XIII: Jan Carel van Eck
XIV: Jacoba Geertruid Clara van Eck
XV: Jan Carel van Son
XVI: Anna Elisabeth van Son
XVII: Anna Magdalena Smit
XVIII: Anna Elisabeth Baarslag
XIX: Anna Elisabeth Kolkman
XX: Anna Elisabeth Oosterhuis
XXI: Michiel van der Leeuw

Literatuur:
W. Wijnandts van Resandt,Van Arnhem, in: De Nederlandse Leeuw 1996 k. 1 vv


Ik ga U van een oud geslacht vertellen
Het vindt zijn oorsprong in oud Gelderland
Van Arnhem is de naam dezer gezellen
En met hun oorsprong is iets aan de hand
Want wat er blijkt uit menig foliant
Dat zal de nomologen wel bevallen
Hun herkomst valt volledig door de mand:
Van Arnhem stamt uit Arnhems oude wallen

Ik heb met deze lieden wat te stellen
Ze zijn zowat zo talrijk als het zand
Het valt niet mee dat simpel te ontpellen
Ik dank de heer W. Wijnandts van Resandt
Hij maakte deze stamboom reeds aan kant
En liet het ook al door de wereld schallen
Ik weet nu van de hoed en van de rand:
Van Arnhem stamt uit Arnhems oude wallen

Zij sloten zich niet op achter lamellen
Als ridders waren zij wel wat pedant
Maar ook al kon die soms behoorlijk knellen
Zij hielden toch de feodale band
Van tijd tot tijd verlieten zij hun pand
En schoten op patrijzen en op rallen
Van slijters waren zij een goede klant
Van Arnhem stamt uit Arnhems oude wallen

O lezer dezer digitale krant
Hoewel U vast genoeg hebt van dit brallen
Het gaat hier wel om een geslacht van stand
Van Arnhem stamt uit Arnhems oude wallen


ASSINCK

Plaats: Deventer

Naam: Typische Oost-Nederlandse "-ink" naam

Generatie I

Tonis Assinck (in der Honnep), overl. na 2.1.1619.

Generatie IIa

Marie Thonissen Assinck, tr. Deventer 24.5.1608 Henrick Alberts Olthoff, bouwman, overl. tussen 1648 en 1655.

III: Claes Henricks Olthoff
IV: Lummeken Claessen Olthof
V: Magteld Herms Beunk
VI: Johanna Canneman
VII: Magteld Wennink
VIII: Petronella Buisman
IX: Petrus Johannes Smit
X: Anna Magdalena Smit
XI: Anna Elisabeth Baarslag
XII: Anna Elisabeth Kolkman
XIII: Anna Elisabeth Oosterhuis
XIV: Michiel van der Leeuw

Generatie IIb

Derck Tonissen Assinck, overl. na 31.12.1637, tr. Deventer 31.3.1618 Fenneken Hermsen, overl. na 31.12.1637, dr. van Hermanus int Hoff.

Generatie III

Mechtelt Dircks, geb. ca. 1622, tr. Deventer 24.4.1662 Wolter Jansen Boink, bouwman, overl. voor 31.10.1724, zn. van Jan Wolters, bouwman, en Hermantien Hendricx.

IV: Hermen Wolters Bunck
V: Magteld Herms Beunk
VI: Johanna Canneman
VII: Magteld Wennink
VIII: Petronella Buisman
IX: Petrus Johannes Smit
X: Anna Magdalena Smit
XI: Anna Elisabeth Baarslag
XII: Anna Elisabeth Kolkman
XIII: Anna Elisabeth Oosterhuis
XIV: Michiel van der Leeuw

 

Literatuur: G.J.J. van Wimersma Greidanus, Kwartierstaat Greidanus-Jaeger, in Gens Nostra 1987 p. 224 - 228

 

 


Iedere streek heeft zo z'n eigen dialec
U merkt, bij sommigen klinkt dat misschien wat gek
Maar om in Deventer een naam te zien als Assinck
Dat is toch zeker niet een heel grote verassink