Weerkundig woordenboek: F

Fahrenheit temperatuurschaal
Temperatuurschaal vooral nog in gebruik in de Angelsaksische landen. 0°C komt overeen met 32°F en 100°C met 212°F.
Omrekenen van Fahrenheit- naar Celsius-graden kan door: (Fahrenheit-32)x5/9.
Omzetten van Celsius- naar Fahrenheit-graden: Celsius x 9/5 + 32.
Fata Morgana
Luchtspiegeling in een woestijn op zeer grote schaal. Bekend is dat soms het beeld van een sprookjesachtig, niet bestaand tafreel ontstaat. Een combinatie van luchtspiegelingen en breking van atmosferische golvingen is daar de oorzaak van.
Fenologie
Hieronder verstaat men de studie van jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen.
Fetch
De afstand die de wind kan benutten om invloed uit te oefenen op de golven van een wateroppervlak.
Fibratus
Vezelachtige structuur in Cirrus bewolking.
Flauw en koelte
Benaming op zee van de windkracht 2 op de schaal van Beaufort.
Flauw en stil
Benaming op zee van de windkracht 1 op de schaal van Beaufort.
Floccus
(letterlijk: wolvlok) Wolkensoort. Komt voor bij de wolkengeslachten cirrus, cirrocumulus en altocumulus. De wolken hebben de vorm van kleine propjes, ze lijken op vlokjes watten en zijn iets opbollend (cumuliform). De floccus-wolken duiden op een flinke onstabiliteit op de hoogte waar ze te zien zijn en zijn vaak de voorbode van onweersactiviteit.
Föhn
Warme, droge valwind aan de lijzijde van een bergketen.
Een warme wind in de Alpen. Deze ontstaat aan de zuidkant van de Alpen door bij een zuidenwind de lucht te dwingen op te stijgen; deze koelt af, de waterdamp condenseert, valt onder neerslag naar beneden wordt vervolgens adiabatisch terug opgewarmd. Deze wind kan de temperatuur aan de noordzijde van de Alpen in enkele uren tijd met 10 tot 15°C doen stijgen. Kenmerkend zijn een zeer heldere lucht en de karakteristieke lensvormige föhnwolken: altocumulus lenticularis.
Andere benamingen voor de föhnwind zijn: zonda, chanduy, sharav, nor'west arch en halny.
Föhnwig
(ook föhnknie, föhnneus) Verschijnsel tijdens het föhnproces. De lucht wordt gedwongen over een bergkam heen te stromen. Daardoor ontstaat aan de loefzijde, de voorzijde dus, een lichte opeenhoping van lucht met als gevolg een lichte relatieve stijging van de luchtdruk. Aan de andere kant, aan de voet van de lijzijde van de bergkam gebeurt het omgekeerde, waardoor daar de luchtdruk juist licht daalt. Daar ontstaat dus een lijvore, in het dagelijkse jargon ook wel föhndeuk genoemd. Op de weerkaarten vormt zich aldus een slingerbeweging in de isobaren. Die slingerbeweging in het onderhavige proces wordt föhnwig genoemd.
Föhnziekte
Ziekteverschijnselen die vooral door de lokale bevolking worden toegeschreven aan de inval van de föhn, zoals o.m. hoofdpijn, spierpijn, hartkloppingen, verminderde eetlust, onrustige slaap en neusbloedingen. Vrouwen lijken hiervoor gevoeliger dan mannen, vooral in de leeftijd tussen 50 en 60 jaar. Schoolgaande kinderen blijken tijdens de föhn nogal eens last te hebben van concentratiestoornissen.
Fondantijs
Zacht schuimijs vol piepkleine luchtbelletjes, crèmekleurig. Er is nauwelijks op te schaatsen, want de ijzers snijden diep in het ijs en men valt steeds voorover.
Buiten deze ijsvorm zijn er nog diverse vormen. Deze vindt u hier.
Fotometeoor
Meteorologische meteoor. Lichtverschijnsel dat ontstaat door terugkaatsing, breking, buiging of interferentie van licht dat afkomstig is van de zon of de maan. De belangrijkste voorbeelden zijn de bekende haloverschijnselen, de krans, de regen boog, de vele kleureffecten in wolken en de luchtspiegeling.
Fractus
(letterlijk: gebroken) Wolkensoort. Gebroken bewolking van de geslachten stratus en cumulus. Het zijn gerafelde, gewoonlijk witte wolkenflarden met enigszins ronde toppen. De fractus-wolken zijn doorgaans te zien bij slecht weer. De cumulus fractus en stratus fractus worden ook wel pannus genoemd.
Frisse bries
Benaming op zee van de windkracht 5 op de schaal van Beaufort.
Front
Scheidingsvlak tussen twee luchtsoorten met verschillende eigenschappen. We onderscheiden warmte-, kou- en occlusiefronten. Meestal wordt neerslag geproduceerd op deze scheidingslijn. Bij sterk verzwakte fronten blijft het meestal beperkt tot wat bewolking.
Frontaal onweer
Onweer dat samenhangt met de passage van een front. De meeste frontale onweders komen voor bij een koufront, in het bijzonder na een heel warme dag. De koude lucht dringt dan als het ware onder de warme lucht en dwingt deze om extra snel op te stijgen.
Frontaal systeem
Stelsel van warmtefronten, koufronten en occlusies.In beginsel is er een stationaire (niet van plaats veranderende) en zonale (d.w.z. evenwijdig aan de breedtegraden op de globe) frontpositie, met aan de noordzijde de koude lucht en aan de zuidkant de warme lucht. Aan weerszijden van dit front beweegt de lucht zich in verschillende richtingen of met verschillende snelheid in dezelfde richting. Door de wrijving die daarvan het gevolg is, ontstaat een rimpel of een golf in het front (te vergelijken met wind die over een wateroppervlak strijkt, waardoor golven ontstaan). Een tweede mogelijkheid voor het ontstaan van zon frontale golf is de nadering van een storing in de hogere luchtlagen. Bij de top van de golf ontstaat aan het aardoppervlak een zwak lagedrukgebied met daaromheen een cyclonale luchtbeweging. Dat betekent dat aan de linkerkant van het draaipunt de koude lucht naar het zuiden gaat stromen en aan de rechterkant de warme lucht naar het noorden. Door dichtheidsverschillen verplaatst het koufront zich sneller dan het warmtefront. Het deel van het frontale systeem waar de ingesloten warme lucht tussen de twee fronten geheel is verdrongen en nog slechts op enige hoogte te vinden is, heet occlusiefront.
Frontale bewolking
Bewolking die ontstaat als lucht over een andere luchtmassa wordt gestuwd. Dit verschijnsel doet zich vooral voor aan een frontvlak. De warme, lichte lucht glijdt dan tegen koude, zware lucht op. De warme lucht stijgt vervolgens op en koelt af. Het condensatiepunt wordt dan bereikt, zodat wolkenvorming optreedt en uiteindelijk neerslag mogelijk is. Deze neerslag wordt frontale neerslag genoemd.
Frontale depressie
Lagedrukgebied dat ontstaat door de botsing van een warme en een koude luchtstroom. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel er is sprake van een warmtefront, waar de warme lucht tegen de koude lucht op glijdt, of er is een koufront, waarbij de koude lucht onder de warme lucht dringt. In beide gevallen wordt de warme lucht gedwongen op te stijgen, waardoor er aan het aardoppervlak een tekort aan lucht ontstaat: het lagedrukgebied. Hierbij treedt wolkenvorming en neerslag op. Bij een warmtefront gaat dat proces gelijkmatig: langzaam opkomende bewolking met matige, aanhoudende neerslag, terwijl bij een koufront de wolken vrij plotseling ontstaan en de neerslag heftig is.
Frontale golf
Golfvormige storing in een frontaal systeem. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een stabiele golf en een onstabiele golf.
Frontale storing
Storing die samenhangt met een frontaal systeem. Een frontale storing kan zowel in een koufront als in een warmtefront ontstaan en hoeft niet per se golfvormig te zijn. Een actief buiengebied in een koufront bijvoorbeeld wordt ook een frontale storing genoemd.
Frontenanalyse
Vaststellen van de posities van fronten m.b.v. een weerkaart. Vaak laten fronten zich eenvoudig vinden op grond van dalingen van de Luchtdruk voor het front uit en drukstijgingen er achter, een duidelijke windsprong, karakteristieke bewolking, temperatuurverschillen voor en achter het front, enz. Maar vaak zijn de aanwijzingen minder helder. Onder invloed van de wrijving aan het aardoppervlak, bijvoorbeeld, vindt er juist in het onderste deel van de atmosfeer nogal wat menging plaats.
Frontenclassificatie
Evenals dat bij de luchtsoorten het geval is, kunnen fronten worden geclassificeerd naar hun geografische ligging.
1. Het equatoriale front, gelegen tussen de equatoriale lucht van het noordelijk halfrond en die van het zuidelijk halfrond. Dit front wordt ook wel het intertropisch front of de intertropische convergentiezone genoemd.
2. Het subtropische front, tussen tropische lucht en gematigde lucht.
3. Het polaire front (ook wel: poolfront), tussen gematigde en polaire lucht.
4. Het arctische front, tussen polaire en arctische lucht.
Frontogenese
Het ontstaan, versterken of terug opleven van een frontaal systeem.
Frontolyse
Het oplossen van een bestaand front, in algemene zin: het afzwakken van fronten. Frontolyse is het tegenovergestelde van frontogenese. Op den duur is frontolyse het lot van alle fronten, m.n. doordat ten gevolge van uitwisseling en turbulentie de verschillen voor en achter het front in de onderste laag van de atmosfeer kleiner worden. Als een koufront in de winter vanaf zee het koude land optrekt, zal frontolyse optreden, omdat het temperatuurverschil tussen de beide luchtsoorten kleiner wordt.
Frontpassage
Passage van een koufront of een warmtefront op een bepaalde plaats. Na de passage komt de waarnemer in een andere luchtsoort terecht.
Frontvlak
Scheidingsvlak tussen twee luchtsoorten. Het frontvlak staat doorgaans n iet verticaal, maar, door verschillen in dichtheid van de beide luchtsoorten, onder een bepaalde hoek. Bij een warmtefront is de helling ongeveer 1 :150, een koufront staat iets steiler: ongeveer 1:100.
Fujitaschaal
De gewone Beaufortschaal is niet bruikbaar om windsnelheden in een tornado aan te geven. Boven een snelheid van 117 km/uur spreken we al van windkracht 12 en in een tornado worden veel hogere windsnelheden bereikt.
De in 1999 overleden Japans-Amerikaanse tornado expert Theodore Fujita ontwikkelde een schaal waarmee hij de Beaufortschaal met de machschaal voor de geluidssnelheid wilde verbinden. Hij onderscheidde zes klassen; dit zijn ze met de bijbehorende windsnelheden:
Klasse Intensiteit Windsnelheid Schade
F 0 Lichte tornado 65 - 116 km per uur Enige schade aan schoorstenen. Takken breken van bomen af. Ondiep gewortelde bomen waaien om. Verkeersborden beschadigen.
F 1 Matige tornado 117 - 179 km per uur Daken raken bedekking kwijt. Caravans, woonwagens kunnen omslaan. Auto's worden van de weg gedrukt. Aanbouw (schuren, garages) worden soms verwoest.
F 2 Tornado van betekenis 180 - 251 km per uur Aanzienlijke schade aan vaste huizen. Caravans, woonwagens worden verwoest. Grote bomen worden ontworteld en versplinterd; kleinere objecten worden als projectielen gelanceerd.
F 3 Zware tornada 252 - 330 km per uur Daken en sommige muren van stevig gebouwde huizen waaien om. Treinen slaan om of ontsporen. De meeste bomen in bossen worden ontworteld.
F 4 Zeer verwoestende tornado 331 - 416 km per uur Goed gebouwde huizen worden geheel opgetild. Auto's en andere grote voorwerpen worden als raketten gelanceerd en over een zeker afstand door de lucht verplaatst.
F 5 Meest verwoestende en zware tornado 417 - 509 km per uur Huizen en auto's vliegen honderd meter of meer door de lucht; bomen worden ontschorst; grote metalen constructies verbuigen en worden deels verwoest.
F 6 Zeldzaam zware tornado 510 - 606 km per uur Zijn nog vrijwel nooit voorgekomen. Schade is zeer lokaal maar in een smalle strook groter dan bij F5 tornado's.
Fumigatie
Soms gebeurt het dat de opbouw van de atmosfeer heel stabiel is en er zich op enige hoogte een inversie bevindt, een gebied waar de temperatuur niet daalt maar stijgt. Deze inversie is een barrière voor een rookpluim uit een schoorsteen, die daarna helemaal naar de grond afzakt en zorgt voor stank en verontreiniging. Dit verschijnsel van een pluim die terugvalt naar de grond noemen we fumigatie.
Fumulus
Als uit rook bestaand. Nevelige sluiers, waaruit Cumulus humilis ontstaat.
Funiculaire zone
Deel van de bodem tussen de hangwaterzone en de capillaire zone, waarin zeer fijne kanaaltjes tussen de gronddeeltjes met capi1lair water zijn gevuld en de grotere poriën slechts lucht bevatten.
Fysische klimatologie
Naast kennis van de op verschillende plaatsen voorkomende klimaten, is het belangrijk te kunnen begrijpen waarom een bepaald klimaat op een bepaalde plaats optreedt. De tak van de klimatologie, die zich bezighoudt met het verklaren van het klimaat dat ergens op aarde wordt aangetroffen, is de fysische klimatologie.
Fysische meteorologie
Deel van de meteorologie dat zich bezighoudt met het beschrijven van de fysische processen die samenhangen met de invloed van het aardoppervlak op de toestand van de atmosfeer. Ook de bestudering van de vorming en oplossing van wolken en neerslag worden tot de fysische meteorologie gerekend. Net als de dynamische meteorologie is deze wetenschap een belangrijke basis voor de numerieke meteorologie.

Voor het laatst bijgewerkt op 15-04-2013. Opmerkingen of wil je reageren: stuur een e-mail Free counter and web stats