Expeditie 6 blijft langer in de ruimte

 

Vol goede moed begon de zesde expeditie bemanning op 24

november aan hun geplande 100 dagen durende vlucht. Maar

zoals het zo vaak gaat veranderde het vluchtplan met de dag

en is hun vlucht inmiddels al met twee maanden verlengd door

de ramp met de Columbia. Doordat het Shuttle-project nog vrijwel

zeker een jaar stil ligt, keren ze niet met het ruimteveer Atlantis

terug, maar met de “reddingscapsule” Sojoez TMA-1. Dat moet

begin mei gebeuren

 

Door Jacques van Oene

 

 


Commandant van expeditie 6 is Kenneth Bowersox, vlucht specialisten zijn kosmonaut Nikolai Budarin en astronaut Don Pettit. Pettit had in de zomer van 2002 de plaats van Donald Thomas ingenomen omdat deze in zijn leven al was blootgesteld aan een erg hoge concentratie radioactieve straling. Zijn langdurige verblijf aan boord van ISS zou volgens NASA nadelige gevolgen voor hem kunnen hebben.

 

Op 24 november 2002 begon het drietal samen met de STS-113 bemanning aan hun verblijf in de ruimte. Deze zesde ISS expeditie zou een relatief korte worden in vergelijking met de voorgaande (4 maanden) en begin maart moesten de drie afgelost worden door de ruimtevaarders van expeditie 7, die met de Space Shuttle Atlantis zouden arriveren.

 

De eerste maand

 

Toen Endeavour op 2 december het ruimtestation achter zich had gelaten begon de vlucht pas echt voor expeditie-6. Het belangrijkste wat er voor de eerste maand op de agenda stond was een ruimtewandeling op 12 december.

 

Het nakijken van de ruimtepakken en apparatuur voor een long experiment dat Ken Bowersox en Nikolai Budarin tijdens de wandeling zouden dragen, waren in een vergevorderd stadium toen NASA op 10 december – aanvankelijk zonder reden – de ruimtewandeling uitstelde tot januari.

 

Pas later werd bekend dat het om een medisch probleem ging bij Nikolai Budarin. Bij een routine controle bleek dat hij een afwijking aan de bloedvaten heeft, en de NASA-doktoren vonden het niet verantwoord dat hij een fysiek zware inspanning ging leveren. De Russen bleken voor de lancering al op de hoogte te zijn van Budarins aandoening maar vonden het niet van belang om aan NASA te vertellen. Zou dit wel gebeurd zijn dan had Budarin, zijn plaats hebben moeten afstaan.

 

Kerst en Oud en Nieuw

 

De rest van de maand december verliep erg rustig voor de bemanning. De weekenden werden voornamelijk gebruikt voor huishoudelijke klusjes en het schoonhouden van het complex. Kerstmis was ook een dag van rust voor de drie, en ze gebruikten deze om met familie en bekende te praten. Later op de dag sprak ook NASA baas Sean O’Keefe 15 minuten met de ruimtevaarders. Don Pettit, die een radiozendamateur is, legde op oudejaarsdag contact met een Franse school. Hij vertelde dat ze aan boord van het ruimtestation 15 keer oud en nieuw Konden vieren: ze passeerden immers elke 90 minuten de lijn op aarde waar het nieuwe jaar begon. Maar op 0:00 uur GMT (de tijd die aan boord van ISS wordt gebruikt) sliep de bemanning al. Van tevoren had Ken Bowersox al een video boodschap ingesproken en deze werd over de gehele wereld getoond. Hij wenste iedereen een goed en gezond 2003 toe vanaf deze wel heel erg speciale plek.

 

Ruimtewandeling

 

De in december uitgestelde ruimtewandeling werd nu op 15 januari gehouden en zou worden gemaakt door Ken Bowersox en Don Pettit. Voor Pettit wel erg speciaal want hij had nauwelijks getraind voor een uitstapje, mede omdat hij eigenlijk reserve bemanningslid was.

 

De voorbereidingen voor het maken van de wandeling verliepen volgens plan. De mobiele transportwagen die zich op de P1-truss bevond, werd door het vluchtleiding centrum naar de S0-truss gerold, zodat de twee ruimtewandelaars er gebruik van konden maken.

De belangrijkste taak van Bowersox en Pettit was het verwijderen van 10 klemmen op de P1-truss die er nog zaten vanwege de lancering met STS-113 en het ontvouwen van een 22 meter lange radiator die aan de P1-truss vastzit. De totale duur van deze ruimtewandeling bedroeg 6 uur en 51 minuten. Het was al weer de 50ste ruimtewandeling bij ISS maar pas de tweede zonder dat er een Space Shuttle in de buurt was.

 

Progress M1-9 en M-47

 

Op 27 januari hadden de drie bewoners van ISS radio contact met Rick Husband, Laurel Clark, Ilan Ramon and Kalpana Chawla, die zich op dat moment ook in de ruimte bevonden aan boord van de Space Shuttle Columbia. De volgende belangrijke taak die op het programma stond voor de astronauten was het inladen van de Progress M1-9 vrachtcapsule, deze werd op zaterdag 1 februari (een paar uur na het verongelukken van Columbia) losgekoppeld van ISS. Het werk in de ruimte ging nog even gewoon door, maar de rest van de dag kreeg de bemanning vrijaf om bij te komen van het nare bericht.

 

De voorbereidingen voor de lancering van de Progress M-47 waren in volle gang op Baikonour op 1 februari, toen ook daar het bericht binnen kwam dat de Columbia neergestort was, meteen was duidelijk dat de Space Shuttle voorlopig niet mee voor de bevoorrading van ISS kon zorgen en vlug liep men de lading van de Progress door om te kijken of er nog wijzigingen aangebracht diende te worden. Dit bleek niet nodig, er was voldoende eten en drinken aan boord om tot eind april een bemanning van drie te ondersteunen. Op Zondag 2 februari werd de Progress M-47 met succes gelanceerd en op 4 februari koppelde het aan de Service Module van ISS vast.

 

Columbia

 

De expeditie-6 bemanning leden kregen ongeveer 30 minuten nadat Mission Control in Houston het contact met Columbia was verloren te horen van JSC directeur Howell dat het erg mis was met Columbia. Tijdens een herdenking’s ceremonie aan boord van het ruimtestation luide de bemanning 7 keer de bel ter nagedachtenis aan de 7 omgekomen Columbia astronauten. Op 11 februari, tijdens een pers conferentie vertelde Ken Bowersox het volgende: “Mijn eerste reactie was een grote schrok en pure ontzetting en ik kon nauwelijks geloven dat wat ik net gehoord had ook daadwerkelijk waar was en natuurlijk ben je daar erg verdrietig om.” Don Pettit vertelt: “Toen ik het voor het eerst hoorde was het nog niet helemaal duidelijk wat er mis was en hoe de toestand van de bemanning was, of er nog overlevende zouden zijn, toen ons later werd verteld dat onze collega’s waren omgekomen drong het pas tot me door wat een verschrikkelijk ongeluk er had plaatsgevonden.”

 

Tijdens dezelfde persconferentie werd de bemanning ook gevraagd hoe ze nu dachten over de terugkeer, Bowersox: “Wij vermaken ons prima hierboven en de volgende 3 maanden zullen we ons ook vermaken, de uitgestelde terugkeer is niet iets wat we als negatief beschouwen, wij hebben aangeboden om langer te blijven, als het moet blijven we een heel jaar boven. We hebben vertrouwen in de Sojoez capsule die ons terug gaat brengen, dus zorgen maken we ons niet.”

 

Hoe nu verder met ISS

 

Het eerste wat gedaan werd om er voor te zorgen dat het ruimtestation voorlopig kan overleven was het verhogen van de omloopbaan. Op 11 februari werd met behulp van de Progress het hele complex naar een hoogte van 400 kilometer gebracht. Om een bemanning van drie personen te kunnen ondersteunen, is het station afhankelijk van de Space Shuttle en de voorraden die deze brengt, voornamelijk drinkwater. De progress vrachtschepen kunnen niet genoeg voorraden omhoog brengen voor drie personen.

 

Eind februari werd daarom besloten dat Expeditie 7 maar uit twee bemanningsleden zal bestaan, te weten Yuri Malenchenko en Ed Lu. De twee zullen begin mei met de Sojoez TMA-2 omhooggaan. De drie huidige bewoners keren met de Sojoez TMA-1 terig naar de aarde. De daarop volgende bemanning, Expeditie 8, zal ook uit twee personen bestaan: Mike Foale en Aleksander Kaleri. Zij zullen in november dit jaar samen met Pedro Duque met de Sojoez TMA-3 de astronauten van Expeditie 7 aflossen.

 

Duque zal een vlucht van 10 dagen maken, zoals oorspronkelijkk gepland stond voor april dit jaar. Voor onze eigen André Kuipers heeft dit ook gevolgen: hij moet nog even langer geduld hebben voor zijn vlucht. Hij is nu reserve voor Duque en zal in Mei 2004 met de Sojoez TMA-4 naar ISS vliegen. Als de Shuttle dan nog aan de grond staat, is dat samen met de Expeditie 9 astronauten Bill McArthur en Valery Tokarev. Anders wordt het een gewone taxivlucht.