ISS: Bemanning Expeditie 6 vervangen

 

De expeditie 6 bemanning heeft er door het fatale ongeluk met het ruimteveer Columbia twee maanden langer op moeten wachten, maar op de vroege zaterdagochtend van 26 april 2003 werd vanaf de lanceerbasis Baikonour de Sojoez TMA-2 gelanceerd voor een zes maanden durend verblijf in de ruimte. Aan boord bevond zich de uitgedunde Expeditie 7 bemanning, Yuri Malenchenko en Ed Lu. Maar voordat de drie toenmalige bewoners huiswaarts konden keren, was er nog genoeg werk voor ze te doen aan boord van ISS.

 

 


 

Door: Jacques van Oene

 

De werkzaamheden van de drie expeditie 6 bemanningsleden, Ken Bowersox, Don Pettit en Nikolai Budarin, bestonden in maart en april voor een groot gedeelte uit het draaiende houden van het ruimtestation. Bijna elke dag ging er wel wat kapot wat gemaakt moest worden. Zo blijft er jammer genoeg voor echte wetenschappelijke experimenten weinig tijd over.

 

Helaas zal dit ook het komende half jaar het geval zijn. De nieuwe expeditie bemanning bestaat nog maar uit twee personen. Het derde lid van de bemanning Alexander Kaleri moest thuis blijven vanwege de beperkte voedsel voorziening aan boord. Toch moet de taak van Lu en Malenchenko niet onderschat worden. Het draaiende houden van ISS gaat nog een heel karwij worden.

 

Reparaties

 

Halverwege maart lukte het Don Pettit samen met technici van ESA om de Microgravity Sciences Glovebox weer aan de praat te krijgen. Hij had alle elektrische kabels een voor een opnieuw aangesloten en een ventilator vervangen, en nog enkele andere kleine onderdelen die begin februari met de Progress M-47 afgeleverd waren bij ISS. Later in de maand had Budarin het druk met nieuwe software dat hij installeerde in het Russische gedeelte van het complex. Ook onderwierp Budarin de ramen van de Service Module aan een grondige inspectie. Bowersox en Pettit hadden het ondertussen druk met het vervangen van een pomp die voor koeling moet zorgen van de elektronische onderdelen in de Destiny module.

 

Ruimtewandeling

 

Begin april hield de bemanning zich voornamelijk bezig met de voorbereidingen voor de tweede ruimtewandeling van Boversox en Pettit. Vanaf de grond werden allerlei faxen omhoog gestuurd met daarin tijdschema’s en andere belangrijke zaken waar de drie tijdens de wandeling op moesten letten. Experts op de grond bespraken alle details door en de gereedschappen werden aan de oplader gelegd om er voor te zorgen dat het wel zou werken tijdens de 6 ½ uur durende wandeling.

 

Op 8 april was het dan zover, voor de tweede keer mochten Ken Bowersox en Don Pettit hun ruimtepakken aantrekken. s’Morgens vroeg rond 9 uur Nederlandse tijd begonnen de twee aan het inademen van zuivere zuurstof om het stikstof in hun bloed te verminderen. Na ongeveer 80 minuten trokken de twee astronauten zicht terug in te Quest luchtsluis en sloot Nikolai Budarin de toegang’s luiken met Node-1. Daarna werd een begin gemaakt met het leegpompen van de Quest. Rond tien over half drie in de middag begon de eigenlijke ruimtewandeling pas.

 

Er was genoeg te doen voor de twee en snel werd begonnen met het werk. Bowersox begaf zich naar de S0/S1-Truss om enkele elektrische bevestigen te vervangen. Pettit was intussen bezig met het mobile transport karretje dat zich op de Truss bevind, deze weigerde dienst en Pettit verhielp dat met succes.

 

De volgende taak was om enkele stekkers van de drie werkende CMG (control moment gyroscope) op de Z1-Truss anders aan te sluiten, dit om te voorkomen dat bij een eventuele storing alle drie de CMG’s er mee ophouden en het hele ruimtestation stuurloos raakt.

 

Deze hoofd taken van de ruimtewandeling namen zo’n 4 uur en 40 minuten in beslag, Minder tijd dan men had verwacht. Zo doende hadden de twee nog tijd over om wat extra werk te verrichten ter voorbereiding van toekomstige wandelingen. Na 6 uur en 26 minuten waren de twee weer terug in de luchtsluis en kwam er een eind aan de tweede en laatste ruimtewandeling van de expeditie 6 bemanning. Dit was de 26ste wandeling vanuit ISS zelf en de 17de vanuit de Quest luchtsluis, de andere werden vanuit de Russische Pirs gemaakt. In totaal zijn astronauten nu 318 uur en 38 minuten buiten het ruimtestation aan het werk geweest.

 

Sojoez TMA-2

 

Halverwege April reisde de nieuwe Expeditie 7 bemanning voor het eerst af naar Baikonour om daar de Sojoez TMA-2 capsule te bekijken en hun ruimtepakken te passen. Ook namen ze plaats aan boord van de Sojoez om te kijken of de opmaat gemaakte stoelen wel goed zaten. Daarna gingen Ed Lu En Yuri Malenchenko weer terug naar Sterren Stad om daar de training af te ronden.

 

Op Baikonour werd de Sojoez TMA-2 capsule ondertussen verder klaargemaakt voor de vlucht. Op 20 April werd deze voorzien van zijn beschermende omhulsel. De volgende dag werd de capsule naar de eindmontage hal vervoerd om daar vastgemaakt te worden aan de Sojoez-FG raket.

 

Op 22 april kwam de expeditie 7 bemanning en de reserve bemanning (Mike Foale en Alexander Kaleri) weer aan op de lanceerplaats om zich klaar te maken voor hun vlucht. Ze bekeken voor de laatste maal de Sojoez capsule in de montage hal voor deze naar het lanceerplatform werd gerold op 24 april.

 

De volgende dag werd door de Russische staats commissie voor ruimtevaart de bemanning van de Sojoez TMA-2 goedgekeurd en in staat bevonden om af te reizen naar het ruimtestation.

 

Zaterdagmorgen vroeg 26 april vertrok de Sojoez TMA-2 richting ISS. De kopeling volgde twee dagen later. Na een week gezamenlijk in het ruimtestation te hebben vertoefd, stapten Bowersox, Budarin en Pettit op zondag 4 mei in de Sojoez TMA-1 (de capsule waarmee Frank de Winne destijds aan het station koppelde) en maakte ze zich op voor hun landing in Kazachstan.

 

Landing Expeditie 6

 

De terugkeer van de capsule met de drie ruimtevaarders werd uiteraard met spanning tegemoet gezien. Het zou immers de eerste keer worden na de ramp met de Columbia dat een bemand ruimteschip de dampkring binnenkwam.

 

Het zouden ook echt spannende uren worden. Want zestien minuten voor de geplande landing – op hetzelfde moment dat Columbia was vergaan – ging het radiocontact met de capsule verloren. De helikopters die in het landingsgebied rondcirkelden, zagen geen parachute aan de hemel verschijnen. Er werd een grote zoektocht gestart.

 

Wat de oorzaak precies is geweest, is niet bekend, maar de terugkeer van de Sojoez verliep een stuk ruiger dan gepland. Het traject was veel steiler dan normaal en de ruimtevaarders kregen krachten van acht maal hun eigen gewicht te verwerken, meer dan het dubbele dan het normale.

 

Sommige deskundigen menen dat de bemanning te onervaren was met de besturing van de TMA-1, die van een nieuw type was. Andere geven de schuld aan een computerprobleem. Feit is dat de drie ruimtevaarders op een gegeven moment zagen dat de capsule zich klaarmaakte voor een koppelingsmanoeuvre, terwijl ze toch echt aan de terugkeer bezig waren.

 

Het uiteindelijke gevolg was dat de capsule 450 kilometer ten noorden van de oorspronkelijke landingsplaats terechtkwam. Het drietal melde dit nog via de radio, maar dat bericht kwam niet aan. De capsule kwam hard neer en werd nog twaalf meter meegesleept door de parachute. Voor Budarin, Bowersox en Pettit was het dus een erg eenzaam weerzien met de aarde: ze moesten twee en een half uur wachten voordat ze uiteindelijk werden gevonden.

 

Per helikopter werd het drietal vervolgens overgebracht naar de Kazachstaanse hoofdstad Astana. Bowersox en Budarin konden op eigen kracht het vliegtuig instappen dat hen naar Moskou terugbracht, maar Pettit was erg misselijk en duizelig door de harde landing.