STS-113 laatste Space Shuttle vlucht van 2002

 

De vijfde en laatste Space Shuttle missie van 2002 is waar-

schijnlijk de vlucht met de meeste vertraging van de af-

gelopen jaren. Zowel de lancering, de koppeling aan ISS

en de landing werden geplaagd door uitstel. Ondanks dit

alles maakte Space Shuttle Endeavour toch een zeer ge-

slaagde vlucht naar het internationale ruimtestation om

daar de Expeditie 6 bemanning af te leveren te samen met

de P1 Truss, het tegenovergestelde deel van de S1 Truss

dat door STS-112 was gebracht.

 

 


Door: Jacques van Oene


 

 

Op 12 oktober werd Space Shuttle Endeavour naar lanceercomplex 39A gerold, niets leek een lancering op 10 november in de weg te staan. Tijdens de Flight Readiness Review die plaats vond op donderdag 31 oktober werd de lancering met een dag opgeschoven naar 11 november, dit om de Expeditie-5 bemanning aan boord van ISS wat meer tijd te geven om het ruimtestation op orde te brengen na de Sojoez taxi vlucht.

 

lancering

 

Het aftellen voor STS-113 begon op het T-43 uur punt. Met de ingebouwde stops zou dit leiden tot een lancering om 6:58 uur Nederlandse.tijd op maandag 11 november. Het weer rond KSC was uitstekend. Tijdens het tanken van de grote brandstoftank (ET) werd er een erg hoge concentratie zuurstof gemeten in het middelste deel van Endeavour, Dit kwam niet door het tanken van de ET, maar door een lek in de shuttle zelf. NASA besloot de lancering af te lasten en het lek te repareren. Een koppelstuk van twee leidingen bleek te lekken. Het complete deel werd verwijderd en vervangen

 

Om goed toegang te krijgen was het nodig om werkplatforms in het laadruim van de shuttle te plaatsen. Tijdens het op zijn plaats brengen van een van deze platformen botste het met de robot arm die zich ook in het laadruim bevind. Het gevolg was dat de isolerende beschermlaag rond de arm scheurde en er een deuk ontstond in de arm zelf. Een team van experts werd vanuit Canada ingevlogen naar Florida om te bekijken hoe erg de schade aan de arm was De lancering was inmiddels vastgesteld op 22 november, dit om Boeing de kans te geven haar nieuwe Delta IV raket vanaf Cape Canaveral te lanceren. Gelukkig bleek dat de schade aan de robot arm geen problemen op kon leveren tijdens het gebruik in de ruimte.

 

Op vrijdag 22 november ging de STS-113 bemanning wederom op weg naar het lanceerplatform en stapte vrolijk aan boord van de shuttle. Het weer in Spanje was echter zeer slecht: zowel in Moron als in Zaragoza, de twee noodlandingsplaatsen regende het behoorlijk. Deze konden dus niet gebruikt worden. NASA wachtte tot 5 minuten voor vertrek met de officiële beslissing dat de lancering uitgesteld zou worden.

 

Dit keer zou het uitstel gelukkig maar 23 ½ uur duren. Het weer in Spanje was nog steeds niet echt goed, maar goed genoeg om het aftellen door te zetten.

 

Om tien voor twee ’s nachts – het was inmiddels zondagmorgen 24 november in Nederland - vertrok Space Shuttle Endeavour aan zijn 19de ruimtevlucht en de 16de shuttle missie naar het internationale ruimtestation. Vlak na het afstoten van de twee vaste brandstof raketten werden de twee OMS stuurraketten ontstoken om de shuttle extra stuwing omhoog te geven, het bleek echter dat de rechter OMS maar voor 96% werkte. Uit voorzorg werd deze OMS later niet gebruikt om de shuttle in zijn goede baan te brengen.

 

Koppeling

 

De reis naar het ruimtestation verliep zonder problemen en na twee dagen solo vliegen was het moment van koppeling daar. ISS bevond zich echter niet op de juiste plaats ten opzichte van de Shuttle en een paar koerscorrecties waren nodig om dit te corrigeren waardoor Endeavour 33 minuten later vastmaakte aan het ISS dan de bedoeling was. Tijdens de koppeling bevond ISS zich niet meer boven Russische grondstations wat weer tot gevolg had dat men tijdelijk de controle over het station kwijt was net na de koppeling, met behulp van de stuurraketjes van de Progress werd dit euvel snel verholpen. Ander half uur naar de koppeling konden de luiken worden geopend en schudde de bemanningen elkaar de hand.

 

Het werk begint

 

De volgende dag begon al vroeg. James Wetherbee greep met de robot arm van de Shuttle de 14 ½ meter lange en 14 ton wegende P1 Truss uit het laadruim en gaf deze over aan de arm van ISS waar Ken Bowersox het zorgvuldig op zijn plaats bracht. Toen de P1 Truss zich met succes vastgemaakt had aan de S0 Truss konden Mike Lopez-Alegria en James Herrington (de eerste Indiaan in de ruimte) beginnen aan hun ruimtewandeling om de benodigde bedrading van P1 aan S0 vast te maken. De ruimtewandeling duurde 6 uur en 45 minuten.

 

Rustige dag

 

De woensdag was een rustige dag voor de tien astronauten en werd voornamelijk besteed om de nieuwe ISS bemanning wegwijs te maken aan boord van het ruimtestation en de nodige voorraden van de shuttle over te brengen naar hun juiste plek aan boord van ISS. Ook werd de 50ste verjaardag van James Wetherbee gevierd.

 

Tweede ruimtewandeling

 

De tweede ruimtewandeling op donderdag begon 45 minuten eerder dan gepland en wederom werkte de astronauten Lopez-Alegria en Herrington meer dan 6 uur in de ruimte. Ook ditmaal maakte ze kabels vast van de P1 Truss naar de S0 Truss en verwijderden ze bouten die de P1 Truss op zijn plaats hielden tijdens de lancering. Ook maakte de twee de rails in orde zodat een speciaal karretje met gereedschap dat met de P1 Truss was gelanceerd naar de S0 gereden kon worden.

 

Nieuwe commandant

 

Op vrijdag deed Expeditie 5 commandant Valery Korzun officieel het bevel van het ruimtestation over aan Ken Bowersox en begon voor de Expeditie 6 bemanning echt hun ruimteavontuur, dat naar verwachting tot eind maart 2003 zal duren. Later op vrijdag zorgden de stuurraketjes van Endeavour er voor dat de baan van ISS enkele kilometers hoger kwam te liggen.

 

De astronauten gingen ondertussen door met het overbrengen van experimenten en goederen van de shuttle naar ISS en werd er geprobeerd de Microgravity Science Glovebox (MSG) van ESA te repareren maar zonder succes. Het gedeelte van de MSG dat problemen geeft is mee terug genomen naar aarde voor reparatie.

 

Derde Ruimtewandeling

 

Op zaterdag 30 november begon de derde en laatste ruimtewandeling van Lopez-Alegria en Herrington. Als eerste kreeg Herrington opdracht om naar de Mobile Transporter (MT) te gaan om te kijken hoe het kwam dat deze een aantal meters eerder stopte dan de bedoeling was. Het bleek dat er een antenne niet geheel uitgeklapt was en door het handmatig uitschuiven van deze antenne kon de MT naar zijn positie rollen. De belangrijkste taak van deze wandeling was het bevestigen van 33 klemmen op diverse plaatsen van het station. Deze moeten de koelleidingen ondersteunen en er voor zorgen dat ze snel ontkoppelen kunnen worden. Het karwei werd in zeven uur geklaard.

 

Afscheid

 

Op zondag was het alweer tijd om afscheid te nemen en op maandag morgen werden de luiken tussen beide ruimteschepen gesloten. Boven Australië om iets over negen uur maandag avond maakte Endeavour zich los van ISS om aan de terugreis te beginnen. Na een korte vlucht rond het station verdween de shuttle uit het zicht. Twee uur na de ontkoppeling verlieten twee mini satellietjes het laadruim van Endeavour. De twee met een draad aan elkaar verbonden satellieten waren een drie daags experiment van het ministerie van defensie van Amerika.

 

Landing

 

Het weer in Florida was zeer slecht op woensdag en de weersverwachting zag er ook niet echt gunstig uit voor de donderdag en vrijdag. Maar NASA wilde per sé dat de Shuttle zou terugkeren op KSC omdat dit de voorbereidingen voor Endeavour’s volgende vlucht niet in gevaar zou brengen. Een eventuele landing in Californie zou twee weken en 1 miljoen dollar extra kosten, dus werd de landing steeds met een dag uitgesteld naar uiteindelijk zaterdag. Dit gaf niet veel problemen voor de bemanning behalve dan dat ze wel telkens hun ruimte pakken aan en uit konden trekken en de laadruimdeuren van de Shuttle telkens moesten sluiten en daarna weer openen.

 

De voorraad eten en drinken was voldoende tot en met zondag dus besloot NASA om op zaterdag toch maar voor de zekerheid de luchtmachtbasis Edwards in Californie op te roeppen om stand-by te staan. Astronaut Kent Rominger, recent benoemt tot hoofd van het astronauten bureau, hield het weer boven landingsbaan 33 van KSC elke dag in de gaten in een vliegtuig en op zaterdag gaf hij het oké door aan Houston. Om tien over half negen ’s avonds maakte Endeavour een veilige landing na 13 dagen in de ruimte geweest te zijn. De Expeditie-5 astronauten hadden in totaal 185 dagen in de ruimte doorgebracht maar voelde zich prima na de landing.