Art in Aussie Reisverhalen
Al mijn reisverhalen vanuit Australie en Nieuw Zeeland kun je hier lezen! Vergeet de comments niet(onder elk weblog)!
10 mei 2006
Back home
Tsja en hoe is dat nou Arthur, aan de andere kant van de wereld?
Zeven maanden terug vertrok ik om Nederland in te ruilen voor een land aan de andere kant van de wereld. Op Schiphol ontmoette ik een groep van Australian Backpackers die zich afvroegen wat ik op m'n 18e jaar deed in het vliegtuig naar Hong Kong. Op mijn antwoord 'backpacken in Australie', kwamen zowel verbaasde als respecterende reacties. Wat volgde was meer dan een half jaar ultiem genieten. De andere kant van de wereld was ook echt de andere kant van de wereld. Het grote verschil was al bij de douane te merken. In plaats van een norse blik van een politie-agent met een te grote snor werd er gevraagd hoe het met me ging: "G'day mate, how're ya goin?".
Zoveel gebeurd, zoveel mooie dingen gezien en vooral zoveel leuke mensen ontmoet. Wat ik had verwacht is ook inderdaad gebeurd. Ik kwam in Nederland en wilde gelijk weer terug. Mensen zijn gestresst, vragen niet meer hoe het gaat bij de kassa en toch hou ik van dit land. Hier heb ik m'n familie en vrienden wonen, kan ik rustig weer aan het werk en heeft het internet geen prijs per uur meer.
Heerlijk is het dan ook om op internet te zitten, alle 1700 foto's na te kijken, de muziek uit de Ozziepubs te downloaden en met m'n gedachten nog even terug te gaan.
Dank jullie wel voor al jullie reacties van de afgelopen tijd. Echt geweldig was het om te zien dat er aan de andere kant van de wereld ook nog een beetje aan mij gedacht werd. Bekijk vooral nog even de foto's van de afgelopen drie weken die nu ook in het fotoboek staan.
Cheers!
03 mei 2006
The last paradise...
Deze week besteed ik m'n uur internettijd aan de belstingaangifte, maar niet voordat ik jullie op de hoogte heb gebracht van de afgelopen anderhalve week.
De laatste trip in Australie moest natuurlijk iets speciaals worden. Het zou een historische trip worden, met zelfs een stukje uberNederlandse beschaving! Een tour voor de gevorderde alleenreizende backpacker...
Deze keer ging ik helemaal alleen de outback in, gewapend met een busticket naar Monkey Mia. Direct toen de bus de suburbs van Perth in reed zaten we in de outback, aangegeven door een roadsign met de woorden "roadtrain assembly centre", waar de grote roadtrains (vrachtwagens met drie of meer aanhangers) hun goederen verzamelen of afleveren.
Ik was van plan om bij deze trip te zien waar Dirk Hartog in 1616 voor het eerst in de geschiedenis voet aan wal zette op West Australische bodem. Als je niet geinteresseerd ben in onze vaderlandse geschiedenis kun je verder lezen na het sterretje (*).
Kort samengevat was Dirk een van de VOC zeilers die met zijn boot "de Eendracht" naar Java wilde komen. Nog in 1611 werd deze tocht via de Aziatische zuidkust gemaakt, maar Hendrik Brouwer, de slimmerik, vond uit dat het sneller was om vanaf de zuidpunt van Afrika naar het oosten te varen, om na een aantal duizenden zeemijlen noordwaarts te gaan en bij Java uit te komen. Deze uitvinding verkortte de reis met zes maanden.
Dirk Hartog was simpelweg iets te ver doorgevaren en stuitte toen op Dirk Hartog Island aan de westkust van Australie. Hij vond hier niets interessants maar ik ging op onderzoek uit en laat Monkey Mia nou toevallig vlakbij Dirk Hartog Island liggen.
*Overigens moet ik wel eerlijk bekennen dat ik niet echt naar Monkey Mia ging voor de verhalen over Dappere Dirk, maar meer voor een mooi strand en de dolfijnen die daar dagelijks langs zouden komen.
Toen ik na de tien uur durende busreis aankwam was er echter geen dolfijn te zien, maar dat kon ook komen doordat het nacht was.
De vorige nacht had ik weinig slaap gevat dus toen ik laat aankwam ben ik snel m'n bed ingedoken. De zes andere bedden in m'n kamer waren leeg en de nacht die volge was dan ook ongelooflijk rustig en stil. Alvast goed om aan m'n eigen bed thuis te wennen, laten we maar zeggen.
Vervolgens ging de wekker alweer vroeg af om in te checken en het hostel bleek ook nog eens uitermate goed geprijsd.
Na toch wel zo'n 25 meter afgelegd te hebben vanaf de deur van mijn kamer stond ik op het strand waar een klein groepje mensen al stond te wachten op de dolfijnen die rond half negen hun vinnetjes uit het water lieten steken, vlak nadat de eerste schildpad gesignaleerd was. Zo'n half uur zwommen ze rondjes en kwamen ze steeds dichter bij waarna hun beloning kwam in de vorm van vis.
Na dit mooie stukje natuur van heel dichtbij bekeken te hebben, heb ik me ingesmeerd met factor 30, heb ik m'n gloednieuwe toeristenbadhandoek uitgelegd en ben ik gaan genieten van de veelvuldig aanwezige zon. Op het strand ontmoette ik een groepje uit een hostel in Denham, 30 kilometer verderop. Elke keer als de dolfijnen weer langskwamen vlogen we het water in om als een gek achter ze aan te zwemmen. Helaas waren zij toch sneller dan wij en moesten we het doen met pelicanen wat ook erg grappig was.
Het plan was eerst om twee nachten in Monkey Mia te blijven om daarna op woensdag door te gaan naar Coral Bay. Na een paar uur op het strand gesproken te hebben met meerdere mensen die in tegengestelde richting reisden en die dus meer konden vertellen over wat ik nog zou gaan zien, bleek Monkey Mia wel een hoogtepunt en dus boekte ik nog twee nachten bij.
Ik begon ook steeds meer te genieten van de kamer voor mezelf en het prachtige strand met drie kleuren zand op 25 meter afstand. Met dezelfde mensen lag ik de dagen die volgde weer op het strand. Toen ik in slaap was gevallen op het strand werd ik opeens wakker gemaakt door John, het dolfijnenalarm wat inmiddels ritueel was geworden. Half slapen vloog ik het water in en twee dolfijnen kwamen steeds dichter bij.
Vervolgens kwam een ranger aanlopen, je kent ze wel van de series van Skippy de Bushkangaroo.
Ze vertelde dat we rustig in het water op een plek moesten blijven. Moederdolfijn was dochterdolfijn aan het leren hoe te vissen.
Wij bleven stilliggen en de twee bottlenosedoflijnen sprongen om ons heen, echt helemaal geweldig!
Na vier mooie dagen in Monkey Mia werd ik vrijdag opgehaald door de bus om door te gaan naar Coral Bay. Taz en Sally zaten in dezelfde bus dus het was gezellig.
Bij het Overlander Roadhouse moesten we overstappen op een andere bus. Gelukkig legde de buschauffeur nog even uit hoe een roadhouse werkte. "There are two doors, one if you want to go inside and the other if you want to go out of the roadhouse. You actually don't have to be a rocket scientist to sort that out." Het was al dinertijd en deze keer stond brood met appel en patat op het menu.
De volgende bus kwam aangereden en er stapten twee bekende gezichten uit van de Desert Venturer. Even snel bijgekletst en toen door naar Coral Bay.
Nadat de bus via een zes uur durende slalom om de veelvuldig aanwezige kangaroos in Coral Bay aankwam kon ik genieten van een goede nachtrust.
De volgende ochtend kwam ik in het hostel gelijk twee Italiaanse dames tegen die ik nog uit Cairns kende. Het is toch best raar om mensen die ik van de andere kant van het continent kende hier opeens tegen te komen.
Het werd met z'n allen heel gezellig op het strand waar er voor $5,50 snorkelsets te huur waren. Na vijf minuten flipperen zat ik midden in het koraalrif wat niet even mooi was als bij de Whitsundays, maar wel vol zat met Nemovissen, zeeslangen, reefhaaien, roggen en andere visjes. Helaas was het water ook vrij koud maar opnieuw helemaal geweldig!
Op zondag heb ik nog met twee Australiers twee Australian Rules Football wedstrijden gekeken en maandag de laatste dag op het strand gelegen. Mooi was ook weer dat ik 's avonds opeens Dave tegenkwam in de bar van het hostel, hem had ik ergens in november in Melbourne leren kennen. Echt super hoeveel mensen ik hier heb leren kennen en zoveel geweldige dingen die ik hier gezien heb!
Dinsdagnacht om drie uur stapte ik in de bus die me na 16 uur en drie uur slaap in Perth bracht, waar ik vervolgens weer als thuis ontvangen werd in het hostel, waarna een mooie avond in de Ierse pub volgde.
Het klinkt vrij raar als ik zeg dat ik zaterdag dit paradijs ga inruilen voor (een hopelijk geen regenachtig en koud) Nederland. Zondagochtend vroeg kan ik na een redelijke hoeveelheid noodles aan boord van het Cathay Pacific vliegtuig als het goed is de Nederlandse grond weer kussen. Home sweet home!
Ook is thuis het internet gratis en zal ik nog wat foto's en filmpjes van prachtige stranden en dolfijnen op de site zetten.
Ik zie er naar uit om jullie allemaal weer te zien! Tot snel!
Cheers, Arthur
23 april 2006
Perfectly Perth
Een onwillekeurige dag in Perth: terwijl ik in Northbridge, het studenten- en backpackersparadijs van Perth, over straat loop, op weg naar een internetcafe, kom ik opeens een bekend gezicht tegen. Het is iemand die ik in Manly ontmoet heb, in de tijd dat ik met een kerstmuts in de hitte met 35 graden over het strand liep. Zij herkent mij ook en ze zegt dat het halve hostel van toen, nu ook in Perth zit. We spreken af om die avond nog een biertje te drinken en ik loop naar het internetcafe. Daar vind ik een paar van m'n beste vrienden op msn, vrienden die ik de afgelopen tijd veel te weinig gesproken heb en waar ik deze keer helaas ook nauwelijks tijd voor heb, om de simpele reden dat het internet hier (opnieuw) veel te duur is. Het voelt even net als een heel aantal maanden geleden toen ik nog thuis was.
Na snel een broodnodig mailtje gestuurd te hebben, loop ik terug naar m'n hostel waar ik ontvangen word alsof ik iedereen al vele jaren ken.
Naar huis of niet naar huis? ...dat heb ik me de afgelopen weken best een paar keer afgevraagd. Het leek zo handig, een variabel vliegticket. Het vervelende is alleen datik redelijk vaak ben gaan denken: wil ik langer blijven reizen of wil ik naar huis?
Drie weken geleden vertrok ik uit Cairns en dacht ik na m'n trip door the Centre, in Perth nog wat te gaan werken. Er moest gewerkt worden, want het geld raakte op.
In eerste instantie lukte dat ook, werk twee dagen en je hebt je eerste levensbehoeften voor een week gefinancierd.
Toen werd Perth nog mooier, met gratis bussen die me door het hele centrum reden, mooie stranden, lekker weer en bovenal een leuk hostel met leuke mensen.
En het geld raakte steeds meer op...
Door iedereen maar te zeggen dat ik werk zocht, kwam ik uit bij restaurant Cocos waar ze een ordinaire afwasser zochten. Jaja, met spoed! Zo stond ik een week geleden op een drukke zaterdagavond in een chique restaurant een uur met een hogedrukspuit borden schoon te spuiten en in een vaatwasser te zetten. Restaurant Cocos zou mij bellen om de werkuren vast te leggen.
Na een paar dagen niks gehoord te hebben, heb ik de jongens zelf maar gebeld. Na twee keer een "het is te druk en we bellen je terug"-antwoord ben ik maar een paar uitzendbureaus ingelopen. Meer dan bomen planten voor vier weken zater er niet in. Lekker met de schop in de buitenlucht had ik echter al eens gedaan, was me niet goed bevallen en daarnaast had ik eens op een rijtje gezet wat ik nog echt wilde gaan doen. Reizen, een leuke werkervaring opdoen en souvenirs kopen.
Na dit zo eens uitgedacht te hebben, kwam ik erachter dat ik alleen nog iets van de westkust wilde zien. Samen met de souvenirs zou het me nog twee weken kosten, waarvoor ik ook nog twee weken moest werken.
Twee weken werk was echter niet haalbaar. Jawel, twee weken fruitplukken wel, maar dat noem ik geen werk weer.
Zodoende ben ik erachter gekomen dat ik veel beter een stuk de westkust op kan gaan, terug naar Perth, souvenirs kopen en over twee weken weer naar huis. Gelukkig hebben m'n ouders me de mogelijkheid gegeven om wat geld te lenen en zodoende gaik de komende week een leuke strandvakantie houden tussen de dolfijnen, het koraal en de whalesharks!
Een mooiere afsluiting van m'n reis kan ik me niet voorstellen en daarnaast heb ik ondrtussen ook weer heel veel zin om thuis met m'n familie/vrienden op de bank te zitten met een lekker flesje Grolsch en de altijd leuke Nederlandstalige muziek. Of zou ik inmiddels het Engelstalige meer gaan waarderen???
De komende week doe ik het heerlijk op eigen houtje. Geen tourguides, verplichte wandelingen of voorgeboekte overnachtingsadressen, maar lekker genieten van m'n vrijheid met zon, zee en strand. Volgende week dus het laatste verhaal en over twee weken waarschijnijk weer thuis!
Cheers, Arthur
15 april 2006
Palmboom palmboom pasen ei koerei
Na een geweldige week in de outback waarvan de rode vlekken nog steeds aanwezig zijn op m'n broeken en shirts, was Perth de oase waar ik na een paar uur vliegen in terecht kwam.
In totaal moest ik nogal wat slaap inhalen dus daar was ik de eerste dagen mee bezig. Toen moest ik eens gaan bedenken wat ik nu wilde. Toevallig wist ik dat Jonne ook in Perth zat. U weet Jonne nog? Met hem en de groep van Australian Backpackers heb ik de eerste dagen in Sydney gespendeerd, vervolgens ben ik hem weer tegen gekomen met oud en nieuw in Sydney, samen hebben we fruit geplukt in Cobram en nu zaten we aan de andere kant van het grote continent in Perth. Hij had het helemaal naar z'n zin met z'n surfboard en zat in een hostel aan een van de stranden van Perth. Maandag en dinsdag zou hij wat 'sloopwerk' gaan doen en hij vroeg of ik interesse had. Prima!
Maandag en dinsdag kwamen de oude herinneringen uit Cobram weer boven en hebben we een tennisveld van kunstgras gesloopt. De baas die wel dollars in kunstgras zag, wilde dat de randen van het veld die er nog wel goed uitzagen gespaard bleven en toen kwam ik er achter hoe zwaar een kunstgrasveld met zand erop was. Die dag zijn we tien uur bezig geweest om een derde kunstgrasveld op te ruimen.
Helaas was baas John niet tevreden, er had meer uit gemoeten. Gelukkig hadden we een ozziebloke bij ons die in Melbourne normaal labourwork deed en nu volgens hem voor een extreem laag loon zwaar werk moesten doen. John stelde bij en regelde voor dinsdag een bobcat, een klein sterk autotje wat de matten er zo uit kon halen. Ook kregen we anderhalve dollar extra per uur!
Na twee dagen wat knutselen hadden we 200 dollar verdiend en dat is toch weer een week accomodatie en eten.
Vervolgens ben ik woensdag weer terug naar de stad gegaan. Ik werd gebeld door een schot die m'n tent wilde kopen. Eerst verstond ik helemaal niet wat hij zei, maar later realiseerde ik me dat ik een aantal dagen geleden een briefje had opgehangen dat m'n tent te koop stond. Donderdag kwam hij langs en het mooie was dat hij ook nog werk voor me kon regelen. Hij vertelde dat ze bij het restaurant waar hij werkte nog 'kitchtenhands' zochten en dat zag ik wel zitten! Het bleek een heel luxe restaurant maar ze konden me zeker gebruiken!
Na gisteren met Peter (een Nederlandse jongen die ook in het hostel van Jonne zat) in Kings Park de goede vrijdag te hebben doorgebracht, ga ik straks voor een uur een trail draaien bij het restaurant. Ik ben benieuwd!
Verder wilde ik jullie nog een hele goede pasen wensen!
Groetjes, Arthur
13 april 2006
Rock 'n Roll + foto's
Als een luie vlerk die ik ben heb ik de foto's van vorige trip niet in een nieuwe fotolog gezet maar lekker tussen het verhaal. En dat ga ik hier ook doen...
Om half zeven zou het allemaal van start gaan. Na een dag Alice, waarvan de zonsondergang op Anzac Hill het grootste hoogtepunt was, begon m'n nieuwe trip van m'n druk geplande schema (wat heb ik toch ook een rotleven).
Zo op de vroege ochtend moest ik weer 20 nieuwe namen uit m'n hoofd leren wat een pittig karwei was na al vijf nachten weinig slaap en zonder koffie. De ruit van de bus was dan ook de eerste waar ik kennis mee maakte, maar na twee uur werd dat toch redelijk saai en dat was gelukkig het moment dat we van de outback asfaltweg afsloegen voor een camelride.

Ooit zijn er drommedarissen in Australie ingevoerd om goederen van Adelaide naar Alice Springs te vervoeren en deze beesten heten hier tot op de dag van vandaag nog kamelen. Samen met Ola, een viking uit Noorwegen namen we plaats aan weerszijden van de kameel om een rondje heel hobbelen door het stuivende zand te rijden. Nadat het beest harder was gaan lopen was ik wakker en werd het steeds gezelliger in de bus.

Na een korte lunch reden we door naar de Kings Canyon. Als je mij had gevraagd wat de Kings Canyon was had ik je er geen antwoord op kunnen geven, net als alle anderen in de bus. De enige die dat wel kon was Marc, onze tourguide.
Uit het niets kwamen opeens hoge stijle wanden van rode en gele steen die van beneden niet zo hoog leken, maar eenmaal bovenop met m'n hoofd over de rand wel heel stijl waren met een diepe afgrond.


Tijdens de walk die we deden kwamen we halfverwege in de 'Garden of Eden' een soort tropische tuin midden in de Canyon, met een prachtige billabong, waar even een duik in genomen moest worden.


Na deze mooie wandeling werd het al zonsondergangstijd en dat betekende hard rijden. Marc wilde de zonsondergang bij Mt Conner halen. De zon ging onder en wij reden verder. Op een gegeven moment verscheen een monoliet aan de horizon. Uluru, Uluru, riep iemand en de hele bus leefde op, terwijl Marc zachtjes in zijn vuistje lachte.
Dit was namelijk Mt Conner, een monoliet kleiner dan Uluru en daarom weet niemand ervan. De zonsondergang hadden we niet gehaald, maar wel een mooi uitzicht over deze monoliet.

Na een korte stop was het helemaal donker en reden we na bier gehaald te hebben bij een roadhouse een hobbelende dirt road op. Marc voelde zich hier helemaal thuis en gaste flink door. We hadden wel wat trek gekregen. Eenmaal in het camp werden we voorgesteld aan swags, een soort slaapzakken, waar je je slaapzak in moet doen en vervolgens kun je onder de blote sterrenhemel slapen. Het kampvuur werd aangemaakt en Marc zette de kameel op het vuur (of was het nou drommedaris???)
Na de heerlijke kameelpasta, viel ik al bijna in slaap en na een paar liederen rond het kampvuur kroop iedereen z'n swag in om na een kwartiertje sterren tellen in slaap te vallen.

Half zes de volgende ochtend wekte Marc ons. We gingen naar de Uluru sunrise kijken. Dat zag iedereen wel zitten dus na 20 minuten was iedereen uit z'n swag, waren de swags opgerold, alle spullen ingepakt en de swags op de aanhanger gebonden.
Na een half uurtje hobbelen kwamen we bij een sanddune en bovenop zagen we de schittering van de outback: Uluru! De zonsopgang was mooi en toen we terugkwamen had Marc een heerlijk ontbijtje klaarstaan.

Daarna doorgereden naar het nationale park waar we de Valley of the winds walk bij Kata Tjuta deden. Kata Tjuta zijn een stuk of 32 rotsen van 300 meter hoog die bij elkaar zijn gelegd. Geweldig om de kleuren rood van de rots, groen van de bomen en blauw van de lucht bij elkaar te zien.


Het werd een gezellige en mooie walk, waarna we naar het resort bij het national park reden voor een douche en een duik in het zwembad met uitzicht op uluru. Ook kwamen we nog een van de niet-aboriginal bewoners van het park tegen, de Thorny Devil:

Daarna het bezoekerscentrum bezocht, een kleine walk rond een deel van uluru gedaan en ons opgemaakt voor de sunset! We reden naar het officiele sunset viewing point en hier moesten we natuurlijk even laten zien dat de Mulgas tour van Marc aanwezig was! Marc kondigde aan dat hoe uitbundiger we ons voorstelden, des te lekkerder zou het eten worden. Daar zagen we wel wat in, dus de raampjes gingen open, Marc zette harde muziek aan en zo reden we heen en weer tussen de bussen door.
Biertje erbij en wachten tot de zon onderging. Het was ook gewoon geweldig! Een aantal foto's staan in het nieuwe album...

Daarna Marc z'n kippetje opgegeten en terug naar een andere slaapplek. Het kampvuur ging aan, we deden opnieuw een songfestival tussen de verschillende landen. Irene was de Nederlande metgezel. Wolter Kroes kwam helaas niet door de voorronde van de Nederlandse kant maar het werd Marco Borsato met De Meeste Dromen Zijn Bedrog. We deden nog een spelletje met een kartonnen doosje die iedereen met zijn mond moest oppakken, terwijl we alleen op onze voeten moesten staan. Steeds werd er een stukje van het doosje afgehaald, tot het nog maar een millimeter groot was en lenige Arthur had het tot het einde gehaald.
Na een mooie nacht sterren kijken keken we de zonsopkomst nog een keer bij de rock en deden we de wandeling om het stukje steen heen, wat toch wel twee uur duurde. Het was heel indrukwekkend en helaas werd het toen tijd voor het afscheid. Ik werd gedropt bij het Ayers Rock resort waarvandaan m'n shuttle naar het Ayers Rock Airport vertrok waar ik nog een mooi toetje kreeg! Een rondvlucht over de Uluru en Kata Tjuta:

Helaas het einde van een fantastische week van leuke mensen, onvergetelijke momenten en weinig slaap!
Cheers, Arthur
08 april 2006
Dave's Desert Road Trip + foto's
Vanuit m'n hostel heb ik een half uurtje gelopen om neer te ploffen op een bankje onder een palmboom aan de Swan River in Perth.
Vorige week was dat nog wel anders. Ik zat midden in het regenseizoen van de tropen. Cairns was net wakkergeschud door cycloon Larry en het klimaat was warm, vochtig en benauwd. Er was weinig te doen in Cairns zonder werk en dus boekte ik zonder veel verwachtingen een bustrip naar Alice Springs. Het zou me drie dagen in plaats van drie uur met het vliegtuig kosten, maar ik wilde de eindeloze leegte van de outback ervaren om uit te komen in de stad waarvandaan m'n toer naar de grootste monoliet ter wereld zou vertrekken: Uluru.
Om 6.15 werd ik opgehaald door Ozieebloke Dave, de buschauffeur, met cowboyhoed en Australische vlag op het dashboard van de bus. Samen met een paar anderen uit m'n hostel nam ik plaats op de voorstoelen van de bus. Met het ophalen van m'n medepassagiers uit hun hostels verstreken de eerste uren waarna we koers zetten richting Innisfail, iets ten zuiten van Cairns. Na Cairns uitgereden te zijn kondigde Dave aan dat we de komende 2500 kilometer tot Alice Springs geen stoplicht meer zouden zien.
Naar mate we steeds dichter bij Innisfail kwamen, waar Larry overheen geraasd was, waren er steeds meer bomen omgewaaid, complete bossen waar geen blad meer aan de bomen zat, hele bananenplantages die met de grond gelijk waren gemaakt en, eenmaal in Innisfail aangekomen, waren aardig wat daken van huizen afgeblazen en schuren ingestort. 

Bij Innisfail sloegen we rechtsaf, de Tablelands in, wat een klein berggebied voorstelt. We zouden hier onze eerste stop gaan maken, wat Dave aankondigde met "This is your morning wake-up call" gevolgd door Beautiful Day van U2.
We bekeken een waterval waarbij we nog een treekangaroo zagen zitten.
Vervolgens mochten alle 40 passagiers zichzelf met de microfoon voorstellen en een klein praatje houden. Het was 1 april dus dat resulteerde in leuke flauwe grappen. We stopten bij een roadhouse, wat een benamings is voor een soort benzinepomp in de outback. 
Na een lunch en roadhouse veranderde de asfaltweg in een dirt road. Misschien is een dirt road wat moeilijk voor te stellen, maar je kunt het vergelijken met een combinatie van een snelweg en een tennisbaan. Ik zal het iets duidelijker proberen uit te leggen: Neem de A12 van Gouda naar Den Haag. Maak van deze 2x4 baans een 1x1 baansweg, leg in de plaats van asfalt rood woestijnzand neer, haal de belijning en alle gebouwen weg en verander ze in rode woestijn met grassen en bomen.
Ook nog belangrijk: zorg dat je geen file tegenkomt maar een keer per uur een auto.
Zo reden we een tijdje door. De volgende stop was bij een vallei waarbij we na een afdaling van een half uur bij een piramideberg uitkwamen. Dave had z'n didgeridoo mee die hier fantastisch klonk en hij had wat aboriginalverf gemaakt waarmee hij iedereen lekker begon te bekladden. 
Terug in de bus begon het al donker te worden en na de sunset leek de woestijn wel te veranderen in Safari Park Beekse Bergen na sluitingstijd, we zagen ongelooflijk veel kangaroo's en emu's! We kwamen uit in een plaatsje met 900 mensen en 1 levendige pub waarbij we de nacht zouden doorbrengen. We kregen een heerlijke eet zoveel als je wilt-buffet voorgeschoteld waarmee ik de dag eindigde.
De volgende dag begon al met het ontbijt om zes uur en om half zeven waren we on the road again. Dave begon elke dag met hetzelfde liedje wat hij graag met ons deelde:
"G'day g'day, how ya goin', what d'ya know, well strike a light
G'day g'day, and how ya go-o-o-in'
Just say g'day g'day g'day and you'll be right"
Vandaag werd de song gevolgd door een heel aantal Australische klassiekers. Uiteindelijk natuurlijk weer de morning wake-up call. We zouden stoppen in de laatste outbacktown voor Alice Springs. Het dorp heette Winton en er was toch wel veel aan de hand hier. Zo was hier de national song 'Walzing Matilda' bedacht, Queensland And Northern Territory Aerial Service (QANTAS) opgericht en ooit een roadtrain met 34 aanhangers gemaakt. Je moet toch wat als je je verveelt in de outback.
Ook stopten we nog bij een paar mooie uitzichtpunten gevolgd door de walk of the day. 
We zouden hier in de middle of nowhere in een halfopen grot aboriginal tekeningen gaan bekijken. Die tekeningen vielen me niet zo op maar wel de twee pythons die in de grot lagen, waarvan een net een wallaroo (soort kangaroo) had opgesmikkeld en niet meer kon bewegen. 
De tekeningen waren overigens ook mooi.
De lunch was een ozzie bbq in een schapenscheerschuur midden in de woestijn. 
Geen idee hoe de schapen daar komen, maar gelukkig kon Olivier, een van de twee medenederlanders vertellen hoe de schapen geschoren werden en wat er met de wol gebeurden, omdat hij zelf in een schapenscheerschuur had gewerkt.
Na een stop in Middleton waar de benzine $1,50 en geen $1,10 zoals in Cairns kostte, werden we heel gastvrij ontvangen door een gezin in een cattle station, zeg maar een soort boerderij met een oppervlakte van het land zo groot als half Nederland. We kregen een stevige boeren maaltijd met het verste rundvlees wat er maar is. Hierna heb ik nog een toontje op de didgeridoo proberen te laten klinken.
De volgende ochtend werden we uitgezwaaid door het boeren gezin om de laatste 850 km door de woestijn te maken: 850 km geen huizen, alleen woestijn en de grens tussen Queensland en de Northern Territory, waar we nog een dingo zagen. 
Gelukkig was het megagezellig in de bus en kon Dave ons goed vermaken. Zo hielden we een songcontest tussen alle landen in de bus en had hij nog een aantal goede films als Skippy the bushkangaroo en een film over een paar Ierse backpackers. We maakten nog een nothing walk via niets naar niets en kwamen nog even een vijf meter hoge termietenheuvel tegen:

Uiteindelijk kwamen we via de indrukwekkende McDonnell Ranges in Alice Springs waar de geweldige toer eindigde in een pub met pizza, patat, salade en een paar jugs XXXX
Meer foto's over deze trip in het welbekende foto-album!
G'day! Arthur
07 april 2006
Wild Wild West
Na echt een ultieme uitermate megagoede relaxte weet ik veel wat voor mooie week in de woestijn, heb ik m'n oase gevonden. Ik ben net in Perth aangekomen en ga de komende dagen m'n reis van de afgelopen week eens goed herkauwen. Het was ongelooflijk mooi en de komende dagen ga ik heel erg m'n best doen jullie te laten lezen en zien hoe het was. Soms heb je wat minder geluk (in Cairns), maar soms kan het leven zo mooi zijn, zoals de afgelopen week.
Ik heb even de tijd nodig om het allemaal op te schrijven. Verder heb ik de afgelopen week ook 250 foto's gemaakt en ga ik de leukste er voor jullie even uitzoeken. Hou de site dus de komende dagen in de gaten!
Groetjes vanuit Perth,
Arthur
31 maart 2006
Outback Adventure
Lieve kijkbuiskinderen,
Het vorige verslag was ik geeindigd met een raadsel, nu begin ik ermee:
Wat heeft Arthur de afgelopen anderhalve week in Cairns geleerd?
Ik zie u denken...
Nee?
U weet het niet?
Ik zal het verklappen: hoe alle gebouwen er hier van buiten en van binnen uitzien!
Na m'n CV dagelijks 20x uitgeprint te hebben en bij alle bedrijven maar binnen te zijn gelopen om te vragen of ze werk hebben, kwam ik er achter dat m'n kansen erg klein waren. Ok, ik kon in een mooi restaurant aan de slag waar ze krokodil, emu en kangaroo op het menu hadden staan, maar dat was maar voor 3 uur per dag en daar was ik niet naar op zoek. Ik ben op zoek naar een echte baan.
En daarom ga ik morgen over op plan B. Morgen om 6.10 in de ochtend staat de Desert Venturer bus voor de deur van m'n hostel om mij mee te nemen door de dorre woestijn van Australie naar Alice Springs. Ik heb al vaak de vraag gekregen: waarom ga je niet met het vliegtuig? Ik heb zin om de outback te ervaren. Om 10 uur in de bus te zitten en geen enkele auto te zien, uit te kijken over een eindeloze dorre vlakte en ondertussen pinda's te eten met m'n gezellige reisgenoten. In het vooruitzicht is dan ook een wandeling naar niks, in de pub na een dag in de bus praten over niks en in de bus zeggen: "kijk daar is niks!", want daar gaat het in de outback allemaal om: er is niks.
Toch is er wel iets: Uluru / Ayers Rock. Een grote rode rots hier midden in de woestijn die vrij indrukwekkend schijnt te zijn om naar te kijken. Daarom ga ik vanuit Alice Springs ook een tour doen naar de grote rode rots, maar ook naar de Olga's en de Kings Canyon die nog mooier schijnen te zijn dan de Uluru zelf. Tijdens deze tour ga ik heerlijk in mijn slaapzak onder de sterren slapen.
Na deze drie daagse tour pak ik het vliegtuig naar Perth, heb ik vanuit Cairns hemelsbreed 6000 km afgelegd en ga ik daar opnieuw naar werk zoeken. Perth is groter, in Perth is het hoogseizoen en in Perth heb ik nog maar 200 dollar en dan moet je wel werken.
De komende week doet mijn telefoon het niet en ga ik de outback ervaren. Ik heb er zin an!
Jullie horen van me!
Groetjes, Arthur
27 maart 2006
Jobhunting
Beste dames en heren,
Ondertussen zit ik nog steeds in Cairns en omdat het internet hier zo lekker goedkoop is ga ik mooi jullie nog verrassen met een spontaan uit m'n vingers getypt berichtje.
Het is hier namelijk niet allemaal even slecht in Cairns. Ik heb namelijk een prachtig hostel gevonden. Het is vrij rustig omdat het Low Season is. Daarnaast hebben we natuurlijk nog Larry gehad en omdat de bussen niet reden was het dit weekend wel druk en gezellig. Inmiddels rijden de bussen weer en is iedereen naar de east coast gegaan: gelijk hebben ze. Het hostel heet een resort. Ik ben er nog niet helemaal achter wat het is van beiden. Ik slaap op een kamer met vijf andere mensen die meestal maar twee dagen blijven, die daarom vinden dat ze binnen deze twee dagen alle kroegen in cairns moeten afstruinen en daarom vrij laat thuis komen. Ik echter moet een job vinden en dus vroeg op met m'n goede gedrag. Ik stoor me niet aan hen, ik slaap prima door hun thuiskomen heen. Het hostel heeft wel een zwembad dus dan begint het weer een beetje op een resort te lijken.
Cairns is een stad waar je heel veel geld kan uitgeven. Op elke hoek van de straat staat een leuke kroeg en tussen alle kroegen zitten tig boekingsbureaus om de trips naar het great barrier reef, de outback of wherever te boeken. En elk boekingsbureau wil je lokken dus ik denk dat de bedrijven die hier uithangborden en aanplakbiljetten maken ook goede diensten doen.
Daarnaast is het ook gewoon een mooie stad. Het ligt direct aan de coral sea, een deel van de oceaan die Australie met buren new zealand, indonesie etcetera verbind. Er is een mooie esplanade, helaas zonder strand ernaast, maar een modderpoel. Helaas is het niet toegestaan om je hier je varkentje te wassen, door het krokodillengevaar. Ja U hoort het goed, er zitten hier krokodillen. Overigens heb ik er nog geen een gezien, maar ze schijnen wel van verstoppertje spelen te houden dus ik ga ze ook maar niet uitdagen om ze uit hun holletje te halen. Wel is het geweldig om met je zojuist gehaalde backpackerijsje van vijftig hele dollarcenten van de McDonalds op een bankje aan zee plaats te nemen en uit te kijken naar de visjes en krabbetjes die het bord van de krokodillen op hun beurt niet echt serieus nemen. Ik hoop niet dat jullie me erg egoistisch vinden als ik de lieve beestjes niet ga redden.
In het hostel en op de esplanade kom ik best wat mensen tegen en dat is leuk EN nuttig. Werk vinden is toch meestal je contacten hebben en omdat ik in cairns kwam zonder contacten ging dat dan ook niet echt makkelijk. Een van de locals hier, genaamd Luc, helpt me erg goed. Hij heeft een buurman die de zee in duikt en gezonken boten naar boven haalt. Vanochtend ben ik met hem meegegaan naar het industriegebied om te kijken of er misschien werk aldaar is. Helaas was er geen werk, of het zou van dag tot dag varieren en dat wil ik niet. Ook ben ik niet echt een timmerman dus heb ik na wat rondgevraagd te hebben op het industrieterrein mijn route maar weer verlegd richting het centrum. Ik ben al wat restaurants afgelopen maar door low season hebben die genoeg aan hun vaste werkers. Misschien kan ik aan de slag bij het convention centre, dat kom ik een van de komende dagen te weten. Verder kent Luc nog iemand op het vliegveld die misschien wat kon regelen dat hoor ik vandaag nog.
Overigens zijn er genoeg banen in de bouw die ik eventueel zou kunnen doen, maar ik wil deze keer wel een baan die ik leuk vind. Simpel gezegd, m'n geld is nog niet op, ik kan nog even vooruit. Ik ga m'n best doen om hier een baan te vinden, maar wil er niet langer dan een week voor uittrekken en woensdag is die week om. Daarnaast ben ik er ook achter gekomen dat m'n oorspronkelijke route via Darwin en de westkust niet te doen is, omdat dat gewoon simpelweg te veel geld kost. Ik ben nu van plan om vanaf hier naar 'The Red Centre', het midden van Australie te gaan waarna ik naar Perth vlieg en daar nog een paar weken lekker aan het strand ga liggen.
Ik ga m'n best weer doen. Om af te sluiten nog even een flauw raadseltje: wat is het grote verschil tussen Steve Irwin en Arthur van Ommen?
Steve is 'The Crocodile Hunter' en ik ben 'The Job Hunter'.
Tijd om te stoppen. Ik hou jullie op de hoogte!
Groetjes, Arthur
22 maart 2006
Van cycloon naar cycloon
Hehe, ik heb inmiddels een internetcafe gevonden in Cairns wat geen belachelijke bedragen vraagt voor internet. Hierbij een paar verhalen over de east coast trip
Toen ik mijn east coast trip begon in sydney was het weer niet al te best. Toch blijf ik Nederlands en alhoewel ik de afgelopen tijd heel veel zon heb gehad en heel veel geluk met het weer heb gehad, was de regen mij niet vreemd. De eerste week hebben we er ook gewoon het beste van gemaakt. Zo hadden we toen we over 'The Waterfall Way', een route door een nationaal park met verscheidene hele mooie watervallen langs de route, heel veel geluk dat het regende. Zonder regen zou er geen enkele waterval te zien zijn. Serieuzer werd het toen we Ballina binnenreden. We kregen weer bereik met onze radio en hoorden dat alle regen kwam door een cycloon uit Queensland.
Zijn er dan cyclonen in Australie? Was het eerste wat we ons afvroegen...
In ieder geval zou er de nacht die zou volgen heel veel wind komen, waarbij er gewaarschuwd werd voor omvallende bomen. We besloten in Ballina, een stadje wat vooral bekend stond om een vlot uit equador wat daar eens aangespoeld was, een motelletje op te zoeken en niet op een camping te gaan staan. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee te vallen en vervolgden we onze weg spoedig noordwaards. De depressie kwam namelijk uit het noorden en dus viel voor ons te concluderen dat we het beste naar het noorden konden voor beter weer.
The sunshine state
...zo wordt Queensland, de noordoostelijke staat van Australie ook wel genoemd. Dit was bedenkelijk toen we de staat vanuit het zuiden binnenreden. In de regen.
Direct was het verschil met de staat New South Wales te zien. Hoge wolkenkrabbers doemden voor ons op, limousines krioelden om ons heen en er stonden grote reclameborden langs de weg.
Onze camper gaf misschien een ietwat vertekend beeld op alle foto's van de Japanners, daarom zijn we voor onze lol over de boulevard van Surfers Paradise gaan rijden, een stad waar overigens geen surfers te vinden waren en al helemaal geen paradijs voor ons.
Tussen de hoge hotelflats met gouden raamkozijnen was geen enkele camping te vinden en dus zijn we maar snel doorgereden.
We kwamen uit op een camping tussen de achtbanen. Australie kent vier grote pretparken en waren daar gelijk maar bij elkaar gezet. Mooi, dan hebben we daar in ieder geval geen last meer van.
Gelukkig beviel het bier van deze staat wel erg goed. Het heeft de naam XXXX, volgens sommigen omdat Queenslanders geen 'BEER' kunnen uitspreken.
Daarna was het de beurt aan BRisbane. Inmiddels was het weer al beter en was het zondag. De winkels waren op en we konden genieten van de mooie gebouwen, de botanische tuin en de mooie rivier die door de stad stroomde.
- Wat een leuk stadje - 'Noosa'
In een bus in Brisbane ontmoetten we twee dames van rond de zestig, met een keurig permanentje en een sierlijke broche op hun blouse die door hun huishoudster diezelfde ochtend nog in model was gestreken nadat deze al twee jaar niet meer gedragen was omdat ze toch nog 600 anderen in de kast hadden hangen. Waarschijnlijk kent u dit type wel.
Nadat we de eerste halte gepasseerd hadden vroeg er een: "Are you Datch?" waarmee een gesprek was begonnen. Toen wij vertelden dat we van Sydney naar Ciarns aan het gaan waren, vertelden ze dat zij dit al een paar keer gedaan hadden, maar, om er een schepje bovenop te doen, nu kwamen ze uit Perth.
En wat er dan wel zo leuk was aan Brisbane wisten ze niet, maar Nousa, wat iets noordelijker lag was leuk. Nee, niet leuk maar leueueuk.
Een van de vrouwen had overigens voor vijf jaar in Canberra gewoond (waarschijnlijk in een riante villa!) maar moest nu terug naar een doorzonwoning in Tilburg. Hoe zou ze het haar tuinman hebben verteld vraag ik me dan af?
Toen ze over het leuke Sydney begonnen kreeg ik een beetje genoeg van ze en vertelde ik maar dat ik Melbourne eigenlijk veel leuker vond. Ze staakten het gesprek vervolgens al vrij snel want ik was maar een onbehoorlijke tegensprekende jongenman.
We hadden toch wat opgestoken, we moesten naar Noosa. Want daar was het leuk. Dus na een leuk bezoek gebracht te hebben aan Australia Zoo, kwam en we rond zeven uur in het donker aan in het leuke Noosa. We belandden op een camping die in de Lonely Planet stond aangegeven. Dat zou toch wel goed (en leuk!) moeten zijn. Bij de ingang stond er een groot bord dat de receptie al gesloten was, maar dat we een van de handgeschreven plaatsen mochten uitzoeken om daar onze nacht door te brangen. Wel moesten we om zeven uur ons bij de receptie melden om te betalen. Prima! Er stond ook nog op het bord: "Leaving without paying is an offence. Offenders will be prosecuded." We zijn nette hollanders, dus dat zal geen probleem opleveren, dachten we nog.
6.50 am: er word hard op de deur van onze camper gebonsd. In m'n tentje word ik er ook meteen wakker van.
"Campmanager, did you arrived last night?" schreeuwt een berenstem over de camping.
M'n vader die denkt dat er brand of zoiets is, komt langzaam uit z'n coma en stamelt van wel.
"Will you come to the office at 7 to pay?"
"Yes"
"All right, see you there"
Vervolgens ging m'n vader hardlopen en m'n moeder betalen.
Even later komt m'n moeder terug en doet verslag. De camping had namelijk nogal veel regels. Zo was het nog nooit een probleem dat ik m'n tentje naast de camper moest zetten. Deze keer wel, ik zou m'n tentje op een tentsite tegenover de camper moeten zetten met precies hetzelfde gras, maar a $21.
Verder waren er nog meer regels maar die was ze alweer vergeten.
We waren er die dag van plan een rustdag van te maken, maar om dat nou op een onvriendelijke camping te doen met een ongevraagde wekservice was de vraag.
M'n vader kwam om negen uur terug van het hardlopen en na een douche wilden we eerst eens gaan bespreken of we nog wel wilden blijven.
10.05am. Er komt een parkwacht ons met een bezoek vereren. Of we wilden blijven of weg zouden gaan.
"Pardon?"
"Blijft u staan of gaat u weg?", vraagt hij aan m'n vader.
"Dat waren we net aan het bespreken", zegt m'n vader terug.
"Om 10 uur is uitchecktijd en als jullie wilden blijven hadden jullie dat al aan moeten geven".
"Ik krijg het idee dat we hier niet welkom zijn"
De parkopzichter kijkt licht verschrikt en verbaasd. Hij verandert zijn toon en vraagt: "Waarom niet meneer?"
"Ik vind het niet normaal om 's ochtends vroeg gewekt te worden met de mededeling dat ik moet betalen en uw toon geeft mij ook niet de indruk dat ik hier welkom ben", zegt m'n vader beleefd terug.
"Sorry, ik hoop dat u toch een besluit kunt maken over uw verblijf." En de parkhond gaat weg...
Na vijf minuten komt er een andere baas, compleet met opgezette borstkas, voorhoofd omhoog en vurige ogen.
Het gesprek gaat ongeveer hetzelfde als met zijn collega, tot het stuk waar zijn collega zijn toon naar iets vriendelijker veranderde: "Knocking on your door is the rule and you are braking all the rules"
"Oh"
"You have to take all your stuff and leave the park in five minutes or I will call the police, the will take your visa and you have to leave the country".
Blijkbaar waren we dus echt niet welkom. We hebben onze biezen maar gepakt. Dag riverside camping en dag leuke Noosa. Ik was de eerste onvriendelijke Ozziebloke tegengekomen!
Travelling up Down Under
Tussen Brisbane en Cairns zit een grote verscheidenheid aan natuur. Langs de weg zijn er vooral uitgestrekte eucalyptusbossen en weilanden en zo nu en dan een dorpje of een landbouwgebied met druiven of bananen. Soms lijkt dit saai, maar als je de leuke plekjes weet te vinden kan het mooie plaatjes opleveren.
Fraser Island is een van de delen van de oostkust die we niet mochten misschen. Dit was al ver van te voren aangegeven en in Hervey Bay, een van de uitvaarplaatsen naar Fraser Island zou je, wanneer je alle folders van 4x4 autoverhuurbedrijven en tours zou recyclen waarschijnlijk nog wel een klein regenwoud kunnen besparen.
Wij hadden echter al flink wat kilometers in onze camper achter de rug en geen zin om nog eens in de auto te gaan zitten om 's werelds grootste zandeiland over te rijden.
Ik was daarnaast ook wel weer aan een vitaliteitstest toe en dus hebben we de ferry gepakt en de 11 kilometer regenwoud doorkruist om op een ongelooflijk mooi wit bountystrand uit te komen met helderblauw water om een verfrissende duik te nemen.
Ik ben ook weer terug gekomen en dus is m'n vitaliteit weer bewezen.
Na Fraser Island hebben we nog veel moois gezien zoals de whitsunday eilanden en het great barrier reef. Ik heb helaas nog geen tijd gehad om hier wat over te schrijven, wel staan de foto's ervan in het album!
Larry
Zaterdag 18 maart waren we aangekomen in Paranella Park. Hier had een spanjaard die eens goed zaken had gedaan zijn droom gerealiseerd door een kasteel in de tropen te bouwen, met een completen tuin eromheen.
Dit park, met aangrenzende camping was aangeraden door een Australisch echtpaar wat we op de camping in Hervey Bay hadden ontmoet.
Omdat we vrij laat waren zijn we zonder het park ingegaan te zijn naar de camping gereden om vervolgens om acht uur in het pikkedonker een nachtwandeling te maken.
Toen ik ooit van iemand een sterk verhaal had gehoord over een ander iemand die ooit een hele grote muggenbult vol maden in de tropen had gekregen, had ik mezelf gezworen er nooit heen te gaan.
Nu stond ik er middenin.
Het park was mooi, maar op de camping was het in m'n tentje toch wel een beetje griezelen. Onverlicht, omringd door regenwoud en een hele nacht ben ik wakkergehouden door krijsende vleermuizen. Ik werd welkom geheten in de 24-uurseconomie van de tropische natuur, wat ook resulteerde in een hoop bruine vlekken op m'n tent de volgende ochtend.
Eenmaal opgestaan en ontbeten kwam de Nederlandse buurman naar ons toe:"Heb je al gehoord van de cycloon?"
De vorige dag had de gids tijdens de nachtwandeling al wat gezegd over een cycloon, maar het zou niet zo erg zijn.
Deze jongeheer kwam met een weerkaartje, waarop stond dat cycloon Larry sterkte 4 al had bereikt en recht op ons af kwam, "New Orleans was kwacht 5". Er werd verwacht dat de cycloon binnen een dag aan land zou komen. Zij gingen heel snel aanpakken, maar waar ze heen zouden gaan wisten ze nog niet. Een cycloon kan elk moment van richting veranderen en dus was er niet zeker waar deze aan land zou komen.
Wij hebben eerst maar een toer door het park gemaakt om daarna op pad te gaan richting Cairns, waar we verwachtten dat als het echt mis zou gaan er daar wel een schuilplek voor ons zou zijn. Richting Cairns rijdende kwamen we eerst richting Innisfail. Er was ons gezegd dat we voedsel voor een paar dagen moesten inslaan voor als we moesten onderduiken.
Meer mensen waren op dat idee gekomen. We konden het laatste brood uit de supermarkt meenemen en we hebben zo'n half uur in de rij voor de kassa gestaan, waarbij er door de droge Queenslanders opmerkingen gemaakt werden als:"wanneer we uit de supermarkt zijn is de cycloon al voorbij". Zij wisten nog niet dat de cycloon recht over hun huizen zou gaan.
Omdat we niet wisten waar de cycloon heen zou gaan en we nauwelijks wisten wat het was zijn we maar naar de verhuurder van de motorhome gegaan om te vragen waar we moesten slapen. De verhuurder dacht dat het wel in orde moest komen, als het zonnescherm maar opgeklapt was.
Klinkt logisch, maar we voelden ons er niet helemaal prettig bij.
Vervolgens kregen we allemaal tegenstrijdige verhalen. De campings raadden ons af om op de camping te gaan staan door de bomen die wel eens zouden kunnen omvallen.
Ook was er een verhaal dat we het berggebied in moesten om zover mogelijk van de kust vandaan te komen. Het probleem was hier dat de kans groot zou zijn dat rivieren in het berggebied zouden overstromen, bruggen zouden breken en hierdoor m'n ouders hun vlucht op woensdag niet zouden kunnen halen.
Je snapt dat we een halve dag bezig waren met het zoeken van een proper overnachtings adres.
Uiteindelijk kwamen we uit in een motelletje in een van de buitenwijken van Cairns. De eigenaar had grote voorbereidingen getroffen voor de cycloon door de tuinstoelen in het zwembad te gooien ('dat zou anders ook wel gebeuren') en de poot van de parasol op de bbq te zetten.
Hier konden we met een dagrugzak met kleren en het eten voor als we geevacueerd zouden worden naar de cycloonwaarschuweingen luisteren en rustig de nacht doorbrengen.
De volgende ochtend werden we om 6 uur gewekt door de heftige wind en de wekker. De tv deed het al niet meer en de man van de radio verteld ons dat de stroom snel zou uitvallen. De cycloon had inmiddels kracht vijf en wij konden in ons motelltje achter schuddend enkel glas en een paar heen en weer waaiende palmen de ochtend doorbrengen.
Door de uitgevallen radio wisten we niet waar de cycloon heen zou gaan, maar het laatste bericht was dat Larry bij Innisfail aan land zou komen, wat ook inderdaad gebeurd is. Veel mensen zijn daar dakloos geworden, veel bananen en suikerrietplantages zijn verwoest en waarschijnlijk is er van Paranella Park ook niet veel meer over. Wij hebben in Cairns relatief geluk gehad. Er waren veel bomen omgevallen, onder andere op huizen en ook campers. De straat lag vol takken en bladeren en hier en daar was een reclamebord omgevallen.
Om tien uur was het weer rustig, met een licht bewolkte lucht en geen enkel zuchtje wind. We zijn terug gegaan naar de camping waar we wilden overnachten en waren blij dat we niet waren gebleven. Het was een grote puinhoop.
Het gebied rond Innisfail zit nogsteeds zonder stroom en een heleboel huizen zijn verwoest. Hier is het nogsteeds het gesprek van de dag en iedereen leeft mee met degenen die het een stuk zwaarder hebben (gehad).
Alleen is maar alleen
Zojuist heb ik m'n ouders op het vliegtuig gezet. Ik ben nu weer helemaal alleen. Dit is het eerste moment dat ik alleen reis en dat ik echt iets moet gaan doen: werk zoeken. Door het afscheid wat ik zojuist van m'n ouders heb genomen zijn er geen bekenden meer in een straal van 2000 km om me heen.
Dat wilde ik toch? Ja, dat klopt, maar op zo'n moment merk je pas hoe erg je vrienden en familie nodig hebt. Niet alleen om met ze te praten, te lachen, uit te gaan etc. etc. Nee, gewoon omdat ze er zijn.
Conclusie: ik mis jullie...
Ik ga er hier het beste van maken. Zometeen ga ik een nieuw hostel opzoeken en maak ik weer snel nieuwe contacten. Toch ben ik blij dat ik met veel mensen in Nederland contact heb, mensen met wie ik echt iets kan bespreken in plaats van zomaar een babbeltje maken. Het zijn nog maar ongeveer drie maanden en ik ga er drie hele mooie maanden van maken!
No worries, cheers, Arthur
p.s.: ik zie net dat er een nieuwe cycloon aankomt, die alleen minder geschat wordt dan Larry:
KLIK Ik hou jullie op de hoogte!
Archieven
augustus 2005
september 2005
oktober 2005
november 2005
december 2005
januari 2006
februari 2006
maart 2006
april 2006
mei 2006
