Geschiedenis van het orgel

De St. Pauluskerk
1837 Het Müller-orgel
1923 Het Stahlhut-orgel

De St. Pauluskerk

De oude kerk
De oude kerktoren met rechts de oude classicistische kerk en achter de toren de protestantse kerk.

Tijdens de Reformatie werd de middeleeuwse kerk aanvankelijk simultaan gebruikt. Dat wil zeggen, dat de Katholieken en Protestanten de kerk samen moesten delen. Echter geregeld moest het leger eraan te pas komen om de protestantse kerkgangers te beschermen. Daarop werd in 1672 een nieuwe protestantse kerk tegen de kerktoren gebouwd, dwars op de katholieke kerk. Zo ontstond een situatie met twee kerken tegen één toren.

In de 19e eeuw besloot men de oude, middeleeuwse kerk te slopen en een nieuwe kerk in classicistische stijl op dezelfde plaats op te trekken. Deze kerk werd echter slechts tot 1893 gebruikt, toen de nieuwe kerk voltooid was. De oude kerk bleef nog tot 1967 in gebruik als patronaatsgebouw, maar moest in dat jaar wijken voor een parkeerplaats.

Iets lager in de kerkstraat werd tussen 1891 en 1893 een grootse, neogothische kruisbasiliek gebouwd door architect J. Kayser. De toren steekt rijzig boven het dorp uit en is van verre te zien. Het interieur is nog redelijk compleet. In 1988-89 werd de kerk gerestaureerd.

[terug]

1837 Het Müller-orgel

Toen in 1837 het zangkoor St. Caecilia werd opgericht, werd ook een éénklaviers orgel aangeschaft van Paul Müller uit Reifferscheid. Na de voltooiing van de nieuwe kerk werd het door de kleinzonen van Müller in 1895 overgeplaatst naar de nieuwe kerk. Daarbij werd hetuitgebreid met een Positif, vrij Pedaal en twee extra registers.

[terug]
Het orgel in de St. Pauluskerk
Het orgel in de St. Pauluskerk

1923 Het Stahlhut-orgel

Het Müller-orgel werd op den duur toch onvoldoende bevonden en in 1923 leverde de fa. Stahlhut (Georg Haupt) uit Aken-Burtscheid een nieuw, modern tweeklaviers orgel. Het front hiervan was uitbundig beschilderd; zowel de gesneden houten stijlen als het pijpwerk aan de boveneinden en rond de monden. De vrijstaande speeltafel stond vanuit de kerk gezien rechts voor het orgel, waar de huidige speeltafel ook staat. De traktuur was pneumatisch. Het orgel bestond uit een hoofdwerk, een zwelwerk (uitgebouwd tot g4 vanwege de superoctaafkoppels) en een vrij pedaal.

Leo Ketelaars aan de oude speeltafel
De beroemde zanger Leo Ketelaars aan de oude speeltafel

In 1968 werd het orgel omgebouwd naar een electro-pneumatisch systeem door de fa. Stahlhut. De speeltafel werd vernieuwd en de dispositie in neo-barokke trant aangepast. Veel gradaties in de grondklank werden vervangen door hoge, niet zo goed passende stemmen. De sub- en superoctaafkoppels kwamen te vervallen. De inwendige indeling vna het orgel werd gewijzigd. Ook werd de beschildering van de pijpen verwijderd. Het totale concept werd zo helaas verminkt. Bij de uitvoering werden flexibele windkanalen toegepast, de windlade van het zwelwerk lijkt wel te zijn doorgebroken in plaats van doorgezaagd bij de verdeling in onder- en bovenlade. Pijpwerk uit verschillende oude registers werd door elkaar gebruikt in nieuwe registers. De bereikbaarheid van het pijpwerk is er ook niet beter op geworden.

Na de laatste kerkrestauratie werd ook het orgel in 1989 opnieuw gereviseerd door de fa. Stahlhut.

[terug]