Bespiegelingen over mensen

Beklimming van de Dikti
De bus van Plaka naar Agios Nikolaos rijdt alleen op werk-dagen, dus sta ik vergeefs bij de bushalte aan het haventje. Foutje in de regie. Het is half zes in de ochtend en veel verkeer is er niet. Pas bij de zesde auto heb ik beet: een pick-up lorry die naar Athene gaat. Mijn Grieks is onvoldoende om de chauffeur duidelijk te maken dat ik naar het busstation in Agios Nikolaos wil. Ik weet nog net te verhinderen dat hij me er op een onduide-lijk kruispunt van snelwegen buiten Agios uitzet. In plaats daar-van rij ik mee tot een bushalte zo'n vijf kilometer vóór Néapolis. Tot mijn stomme verbazing komt er dan ook nog een bus die tot het marktstadje rijdt, daar moet ik overstappen op de bus naar Lassithi. Néapolis ligt te soezen in de ochtendzon, op een café-terras zitten mannen aan hun eerste kop koffie. De bus komt pas over dik een uur, dus laat ik mijn rugzak achter op de stoep en maak een verkenningstocht. De enorme orthodoxe kerk is open en ik volg een paar vrouwen naar binnen. De eredienst is in volle gang.  

Maria en Georgios
In het hotel in Agios Georgios is het welkom van Maria overrom-pelend, ik krijg het gevoel dat ze me terstond in haar hart sluit. De kennismaking wordt overvloedig besproeid met wijn. Nee zeggen is er niet bij en de vele 'little bits', tezamen met de zon, zorgen ervoor dat ik enigszins aangeschoten door Georgios naar mijn kamer word gebracht. Met de auto, hoewel het nieuwe gedeelte van het hotel slechts op vijf minuten lopen blijkt te zijn.  Als Georgios hoort dat ik graag in de bergen. wandel, wordt hij enthousiast. Vóór hij met Maria trouwde was hij herder en trok hij 's zomers met de schapen de bergen in. Hij kent de om-geving op zijn duimpje. Woensdag komt er een groep Zwitsers die de berg Dikti gaan beklimmen, Georgios is als gids ingehuurd en hij vindt dat ik mee mag. Mijn opmerking dat de groep dat misschien minder geslaagd vindt, wuift hij weg. ´No worries, Lilian´. In afwachting van de groep zwerf ik de volgende dagen in mijn eentje over het Lassithiplateau, laat me meevoeren op het eigen ritme van het dorp en de mensen. En laat me vooral vertroetelen door Maria.

De beklimming
Als ik woensdagavond 'thuis kom' blijkt de groep Zwitsers gearriveerd te zijn. Het zijn veertien werknemers van Bayer, Basel (ze verontschuldigen zich beleefd voor de watervervuiling waar ze ons mee opzadelen). Ze zijn aangesloten bij de bedrijfsbergsportvereniging en ze zijn al veertien dagen op Kreta. Georgios heeft al met Barbara, de leidster, gesproken. Hij beweert dat alles in orde is, maar er gaat nog een paar uur heen en weer gepraat overheen voordat het pleit in mijn voor-deel wordt beslecht. Barbara neemt natuurlijk een risico. Ze kent me niet, weet niet wat ik aankan en haar eerste verantwoordelijkheid betreft de groep. De volgende ochtend gaan we om zes uur op pad. Van de Zwitsers gaan alleen de zeven besten mee, want het wordt een zware tocht. Ik slik mijn twijfels in en voel me gevleid. We zullen in ongeveer vier uur van 817 meter naar 2148 meter klimmen. Het eerste stuk is in ieder geval niet moeilijk. Via de 'achterkant' van het dorp gaan we op weg. Hoog boven ons, nu nog in de verte, ons einddoel. Geleidelijk komen we hoger, telkens als we achterom kijken, is het uitzicht over het plateau iets van perspectief veranderd. De bergen zijn heel kaal, de begroeiing is laag en dor. Vrij onverwacht komen we op een kleine vlakte. Tot onze verbazing ontwaren we een bewoonde hut: een herder en zijn vrouw lopen ons tegemoet, vrienden van Georgios. Na een korte pauze gaan we weer. Het pad is stenig, maar niet extreem moeilijk; het is gemarkeerd. Het wordt nu steeds warmer, we houden een rustig tempo aan, want het is constant stijgen geblazen. 

Van het pad af
Om onverklaarbare redenen verlaten we het pad. Georgios klautert tegen een steenslaghelling omhoog. Consternatie, hier klopt iets niet. Het blijkt dat Barbara ruzie met Georgios heeft gehad over de te volgen route. Barbara stond erop dat we uitstapjes buiten de gebaande paden zoveel mogelijk zouden vermijden, Georgios had daar zo zijn eigen ideeën over. Hij lijkt zijn eigen zin door te willen drijven en Barbara staat mat, want ze kent de bergen niet. Volgen dus maar. Het gaat wel heel erg steil omhoog en nadat ik heb verklaard dat het 'mir schwindelt' word ik tussenin genomen. Dat gaat beter. Georgios bezweert me dat we 'easy' gaan, ik denk er het mijne van. Na een uur zeer geconcentreerd klauteren, slippen en wegglijden pikken we ineens weer het pad op. Tijd om van het uitzicht te genieten. We zijn behoorlijk opgeschoten, we hebben natuurlijk een flink stuk afgesneden. Voor we het weten, zitten we onder de top en is het nog maar een kort stuk naar het einddoel. Het hoogste punt biedt een grandioos uitzicht over het eiland. Ten noorden en ten zuiden van ons zien we ver weg de zee liggen, in het westen ontwaren we de Psiloritis (de berg Ida), met zijn 2456 meter de hoogste berg van Kreta. Vóór de noordkust ligt het eiland Dia, aan de zuidkust kunnen we de havenplaats lerapetra zien.

Trefzekerheid
Naar beneden wordt het nog even een beproeving voor me. Het gaat over dezelfde soort losse steenhelling als bij de beklim-ming, maar nog enger omdat afdalen nu eenmaal lastiger is. Gelukkig werpt Georgios zich op als ridder. Hij neemt me bij de hand en hoewel zijn tempo moordend is, voel ik me ontzettend veilig. Ik voel de kracht en trefzekerheid waarmee hij zijn weg zoekt. Geen moment aarzelt hij en als ik dreig uit te glijden over de stenen hoeft hij maar zijn voet voor de mijne te plaatsen om mij tegen te houden. Na verloop van tijd gaat de steenslag over in het smalste geitespoor dat je je maar voor kunt stellen, maar ik loop weer op eigen kracht. Onverwacht is daar een jeepspoor en - oh diepe vreugde - een auto, die door Georgios aange-houden wordt: voor Lilian, want die heeft zich kranig geweerd. Iets wat ook door Barbara volmondig beaamd wordt. Ik glim van plezier en geniet van mijn autoritje terug naar het dorp. 

Een beetje held
Daar ben ik voor Maria en de buren, aan wie ze het trots doorvertelt, de held.' s Avonds sluit ik mijn avontuur met de Zwitsers af in één van de plaatselijke kafénions. Broederlijk zitten we rond de plattebuiskachel en drinken we op de Dikti (en een beetje op onszelf).

© 2006 Lilian Oostrom | www.zoekster.nl
    Eerder gepubliceerd in Op lemen voeten 1990.2

over mensen
::  ontmoetingen 1
::  ontmoetingen 2
::  ontroering en overgave
::  groet een vreemdeling 
::  ulster
::  kreta
::  schrijven over mensen