Bespiegelingen over mensen
Ulster
Donegal, Sligo, Monaghan, Antrim, Armagh, Down, Derry, Fermanagh
en Tyrone zijn de negen graafschappen die tezamen Ulster vormen.
De laatste zes liggen in Noord-Ierland, dat ook vaak met de naam
Ulster wordt aangeduid.
In Donegal worden door de Ierse bergsportvereniging klim-cursussen georganiseerd, maar ons gaat het om het wandelen. We laten Galway achter ons. Het eerste deel van de busreis voert door een weinig opwindend landschap: vlak, geelbruin gras en hier en daar wat struiken. Maar in de buurt van Sligo doemen ineens de bergen op. Links hebben we uitzicht op de Atlantische Oceaan, rechts de bergen. De bus rijdt door Bundoran, een seaside holiday resort : Valkenburg aan zee. Rij aan rij huizen waar kamers te huur zijn, gokhallen, patattenten. Vermaak, vertier, maar niet van het soort waarvan mijn hart sneller gaat kloppen. Op een achteraf gelegen parkeerplaats stopt de bus om passagiers af te zetten. Een moeder en dochter stappen uit. De dochter is jong en wil wat, de moeder weet beter. Een paar opgeschoten jongens worden mokkend door de dochter nagekeken. Een man die een kaartje gekocht heeft tot de stad Donegal weet ineens zeker dat hij er hier uit moet. Milde protesten van de buschauffeur, dat we er nog niet zijn, hebben geen uitwerking. Dan het laatste stukje tot Donegal, waar twee ranke kerktorens het stadsbeeld domineren.
De
grens
Even buiten Balleybofey, op weg naar Trusk Lough, krijgen we een
lift. In de buurt van het meer willen we eruit, het is al laat, we
hebben de hele dag gelopen en willen nu de tent opzetten. De
jongen achter het stuur weigert vriendelijk maar beslist. Wij
praten, proberen hem te overtuigen dat we er echt uit willen. Hij
blijft weigeren en rijdt onverstoorbaar door. Verbijsterd vallen
we stil. Eerlijk gezegd, als ik alleen was, zou ik het wel weten.
Mijn jongeman is bloedmooi en ik zou me overal heen laten rijden
door hem. Maar ik ben niet alleen, dus hervat ik de discussie. Als
ik naar een reden van zijn weigering vraag, doet hij geheimzinnig,
draait er omheen. Plotseling krijg ik er genoeg van. Ik beveel dat
hij moet stoppen. Het helpt. Het afscheid is
allerhartelijkst.
Nice bridge
We zijn door een adembenemend mooi veenlandschap gereden en staan
nu in de avondzon voor een rivier die iets in de diepte ligt. Er
is een pad dat naar beneden voert en aan het eind ervan ontwaar ik
vier mannen rond een auto. Waar ik me zopas veilig waande, voel ik
nu dreiging. Wat doen zij daar in dit verlaten landschap? Het feit
dat één van de mannen een klein jongetje is, stelt me enigszins
gerust. Zo ongedwongen mogelijk lopen we naar beneden. De mannen
staren ons verbaasd aan, ze zwijgen. Waar volgens de kaart de brug
moet liggen, zie ik brokstukken. Luchtig roep ik 'Nice bridge you
have here!' en probeer losjes over de stenen naar de overkant te
komen. Een man met een racefiets over zijn schouder komt me
elegant van steen tot steen springend voorbij.
Noord-Ierland
Aan de overkant is een weg met wat huizen erlangs. Bij het tweede
kloppen we aan om te vragen of we de tent op mogen zetten. Een
oude vrouw doet open, weet met de situatie geen raad en roept haar
kleinzoon of hij zich maar met de twee heren wil verstaan. Als dat
misverstand onder veel gegiechel en bezweringen rechtgezet is,
worden we binnengenood. De Mourne Beg rivier blijkt de grens
geweest te zijn en we bevinden ons nu in Noord-Ierland. Het
gesprek gaat gelukkig niet over politiek, maar over de aansluiting
op het elektriciteitsnet. De kleinzoon vindt de komst van
elektriciteit een hele opluchting, want butagas en een oma die
vergeetachtig wordt, zijn geen ideale combinatie.
Oorlog
De volgende morgen zitten we voor onze tent in de ochtendzon te
ontbijten. Ik bezie het landschap, het veen, de rivier, de brug
(opgeblazen?). We zijn zo Noord-Ierland ingelopen, niemand heeft
ons een strobreed in de weggelegd, het land ligt er vredig en stil
bij en toch... ik probeer woorden te vinden voor wat er door me
heengaat. Plotseling, zonder waarschuwing, komt een
gevechtshelikopter laag over ons heen gevlogen. Ik zie de piloot
zitten. Dat waar ik woorden voor probeerde te vinden, ontlaadt
zich in een heftige huilbui. Het is oorlog en ik kan er niet omheen.
In Ierland laat de wereld zich niet buitensluiten.
Terug
door het veen
We volgen een pad dat over Meenbog Hill leidt. Aan het eind
ervan stuiten we op een verharde weg, met daaraan wat huizen. Bij
de kruidenier doen we onze laatste boodschappen vóór we aan een
tweedaagse tocht over het veen beginnen. Er moet met Engels geld
betaald worden. Al gauw laten we de bebouwing achter ons. Het is
warm en er is nergens beschutting in dit wijdse landschap. Na een
tijdje echter zien we in de verte een bos. Het blijkt een
recreatiepark te zijn. Zo te zien nog niet zo lang geleden
aangelegd. Even later lopen we door jonge dennenaanplant. Rij na
rij keurig kaarsrecht aangeplante bomen; exploitatiebos. De weg
stijgt nu, niet eens zoveel maar het kost me moeite. Omdat het
warm is en omdat we door een lelijk, verpest stukje land lopen.
Vliegmieren
Als we dit achter ons laten, hebben we uitzicht over een golvend,
glooiend veenlandschap. Wat dat voor ons wandelaars betekent,
merken we' s avonds als we de tent op willen zetten. Het kost de
nodige opmerkzaamheid en vindingrijkheid om een droog stuk grond
te vinden. Alles hier is zompig en nat. De paarse mossen die ik
zie, horen niet tot de zeldzame soort waarvan een collega mij
vertelde, maar zijn verkleurd door het drabbige bruine water. De
vochtigheid van de grond heeft nog een andere onvoorziene
consequentie. De tent wordt 'aangevallen' door horden vliegende
mieren en andere insecten die tegen het doek aan roffelen alsof
het heel hard regent. Uiteindelijk vallen we toch in slaap.
Jeremiah MacDermott
De volgende dag: nog steeds in Noord-Ierland, hoewel daarvan in
deze eenzaamheid niet veel te merken is. Wél worden we een keer
achterop gereden door een patrouillewagen. Politie of natuurwacht?
Ik weet het niet en wil het eigenlijk ook niet weten. Bij Kelly's
Bridge zullen we de Leaghan rivier oversteken, de grens over naar
de Republiek. Eerst passeren we een verlaten boerderij met
bijgebouwen. We klimmen over prikkeldraad: de grens. De brug is
goddank intact. Ik zou niet graag de rivier oversteken. Als we
verder lopen, toch wel opgelucht omdat we weer in 'normaal' gebied
zijn, zien we ineens twee mannen op ons pad, die net doen alsof ze
bezig zijn. Wat bevreemd naderen we hen. De jongere man verdwijnt
in een soort noodwoning, de oudere spreekt ons aan. Waar komen we
vandaan en dat het mooi weer is en plotseling, of we een camera
bij ons hebben. Hij wil graag op de foto. Hij vraagt het zo
eerlijk en spontaan dat we niet kunnen weigeren. Hij laat ons
beloven dat we de foto opsturen, naar Jeremiah MacDermott. Een
mooie naam, een intrigerende ook. Jeremiah klinkt bijbels en
protestants. MacDermott klinkt katholiek. Ik vergeet om
opheldering te vragen en zo verlaten we deze plek met een raadsel.
Donegal
Het veen hebben we inmiddels achter ons gelaten en na een paar uur
stevig doorlopen bereiken we Donegal. Uit het bovenstaande verhaal
kan wellicht de conclusie getrokken worden dat wandelen in Ierland
vooral een politieke zaak is. Gelukkig is dat niet waar.
Natuurlijk, de oorlog is altijd aanwezig: op het nieuws, in de
krant, soms in de gesprekken met mensen. Maar wie wil, kan zich
hier aan onttrekken en net doen alsof er niets aan de hand is. De
leren zelf doen dat ook regelmatig. De rechtgeaarde linkse
intellectueel hoeft zich dus niet bezwaard te voelen als hij
'alleen' maar op vakantie wil zijn. En voor andersdenkenden geldt:
wie oren heeft om te horen...
© 2006 Lilian Oostrom | www.zoekster.nl
Eerder gepubliceerd in Op lemen voeten 1985.2

over mensen
:: ontmoetingen 1
:: ontmoetingen 2
:: ontroering en overgave
:: groet een
vreemdeling
:: ulster
:: kreta
:: schrijven over mensen