De officiŽle nieuwsberichten.

Hieronder staan de nieuwsberichten van het vliegtuigongeval waarvan ik op die bewuste zaterdagmiddag getuige was.

Bericht uit De Telegraaf.

Bericht uit het Rotterdams Dagblad.


Parachutist oorzaak vliegtuigcrash Rhoon
24 nov 1997, 0:00
door Roy Klopper - ROTTERDAM, maandag

Een parachutist heeft de vliegtuigcrash in het Zuid-Hollandse Rhoon veroorzaakt waarbij zaterdag de 41-jarige piloot om het leven kwam.


In de Cessna 206 zaten vijf parachutisten. Degene die als eerste sprong, raakte op onverklaarbare wijze met zijn valscherm het staartstuk. Hierdoor werd het vliegtuig onbestuurbaar.


De kist verloor snel hoogte. Het dook in een spiraal van 12.000 naar 5000 foot voordat de andere parachutisten eruit konden springen. Twee van hen, een man uit Oostvoorne (21) en een inwoner van Amsterdam (34), raakten gewond. De drie anderen, uit Leiden, Oostvoorne en Ridderkerk, bleven ongedeerd.


De piloot, de 41-jarige Johan Kost uit Mijdrecht, droeg geen parachute. Hij kon de rampkist weliswaar verlaten voordat deze neerstortte, maar hij viel met huiveringwekkende snelheid naar beneden. Volgens ingewijden droeg Kost zelden een parachute wanneer hij vloog. "Dat is ook niet verplicht."


Op Rotterdam Airport stond Kost te boek als een zeer betrouwbare vlieger. Kost, in het dagelijks leven buschauffeur, haalde zijn vliegbrevet in 1988 en maakte sindsdien 1800 vlieguren.


De Mijdrechtenaar zag met het behalen van zijn vliegbrevet een jeugddroom in vervulling gaan. Hij begon op 33-jarige leeftijd aan zijn opleiding bij de Hilversumse vliegschool Skylight en was sinds vijf jaar verbonden aan de Skydivers/Flying Dutchmen in Rotterdam.


In het clubblad merkte hij ooit eens openhartig op dat hij "geen selectie kon maken van alle stomme dingen die ik in de lucht heb gedaan". In hetzelfde vraaggesprek gaf Kost aan dat hij het liefst nog eens samen met een doorgewinterde rot in een klein vliegtuig over de oceaan wilde vliegen. "Het leukste aan vliegen vind ik dat je weg bent van het gepeupel beneden en dat je van je vrijheid kunt genieten", zei hij.


Op Airport Rotterdam, de thuisbasis van de parachutistenvereniging, heerste zaterdagavond grote verslagenheid. Tientallen leden die het nieuws over de crash via de radio hadden vernomen, kwamen spontaan naar het clubhuis om steun bij elkaar te zoeken. De paravereniging, die 250 leden telt, is in haar 32-jarig bestaan nooit eerder door een ongeval opgeschikt.


Een van de omwonenden van de akker waar het ongeval plaatshad, mevrouw Heeze, weet nagenoeg zeker dat de piloot de problemen al had gemeld voordat het toestel neerstortte. "Na de crash waren er binnen een paar minuten ambulances en politie aanwezig. Aangezien we hier ver van alle voorzieningen afzitten, kan het niet anders dat er al tijdens de vlucht uitvoerig radiocontact moet zijn geweest", stelt zij.


Ook de omwonenden van de akker zijn onthutst. "We kijken al jaren op die parachutisten uit, maar je staat er nooit bij stil dat er zoiets verschrikkelijks kan gebeuren."


© 1996-2001 Dagblad De Telegraaf. Alle rechten voorbehouden. e-mail: redactie@telegraaf.nl

Cessna van Flying Dutchmen stort neer: een dode


Rhoon. Een eenmotorig vliegtuigje van parachutistenvereniging The Flying Dutchmen is zaterdagmiddag omstreeks vier uur bij Rhoon neergestort. Daarbij kwam de 41-jarige piloot uit Mijdrecht om het leven gekomen. Van de vijf inzittende parachutisten liep een 21-jarige Oostvoornaar verwondingen aan schouder en hoofd op. De andere vier wisten tijdig uit de Cessna 206 te springen en landden veilig met hun parachute in de omgeving.
Het ongeluk gebeurde tijdens een reguliere droppingvlucht van The Flying Dutchmen voor sportparachutisten op een oefenveld bij Rhoon. De oorzaak was een te vroeg uitgeklapte parachute van de 21-jarige Oostvoornaar, die vast kwam te zitten aan het staartstuk van de Cessna 206. Daarvan brak het horizontale deel, de stabilo, af waardoor het vliegtuigje stuurloos raakte.
Van de overige deelnemers aan de vlucht kwamen een 27-jarige Ridderkerker, een 17-jarige Leidenaar en een 26-jarige Oostvoornaar met de schrik vrij, terwijl een 34-jarige Amsterdammer, een lichte beenwond opliep.
De piloot, die geen parachute om had, viel te pletter op het dak van een agrarische opslagloods aan de Essendijk. Hij viel door het dak heen en ook door het plafond van het kantoor op de gelijkvloerse verdieping. Het slachtoffer overleed ter plekke.


Staartstuk

De 21-jarige Oostvoornaar, die met z'n parachute vastzat aan het staartstuk, kwam tijdig los en landde in een boom. Hij werd na eerste hulp ter plekke met middenzware verwondingen per trauma-heli naar het Dijkzigt-ziekenhuis gebracht.
Het vliegtuigje kwam ondersteboven terecht op geringe afstand van de loods in een omgeploegde akker. Onduidelijk is of de piloot op het laatste moment heeft geprobeerd uit het toestel te springen of dat hij uit het stuurloze vliegtuigje is geslingerd.
De hulpverlening kwam snel op gang. De politie zette in de wijde omgeving toegangswegen af om ongewenste nieuwsgierigen op afstand te houden. De brokstukken van het vliegtuig werden met een grote mobiele hijskraan geborgen en naar Rotterdam Airport vervoerd.
Naar de precieze toedracht van het ongeluk, het eerste vanaf thuishaven Rotterdam Airport van The Flying Dutchmen, wordt een onderzoek ingesteld. De politieluchtvaartdienst (KLPD), Rijksluchtvaartdienst en de Raad voor de Luchtvaart verwachten niet op korte termijn met resultaten te komen. Het toestel had geen black box aan boord. Een doos met vluchtgegevens is niet verplicht voor sportvliegtuigen.
Het vliegtuigongeluk zaterdagmiddag in de polder bij Rhoon leidde bij parachutistenvereniging The Flying Dutchmen tot grote verslagenheid. De crash kostte de piloot, een 41-jarige man uit Mijdrecht, het leven. Vijf andere leden brachten het er levend van af. Het enige toestel van de 250 leden tellende club ging bij het ongeluk verloren.
Het dramatische ongeval maakte veel emoties los. Gisteren kwamen de leden bijeen en troostten zij de overlevenden, nadat onmiddellijk na het ongeluk mensen van slachtofferhulp van de GGD zich al over hen hadden ontfermd.
Het is ook niet niks dat zij vlak voor de dropping op vierduizend meter hoogte ten volle beseften dat de Cessna 206 stuurloos was en naar beneden zou storten. De reserveparachute van de eerste springer, een 21-jarige Oostvoornaar, was onbedoeld opengegaan en zoog zich vast aan het staartstuk. Dat brak, zodat springen voor de overigen een zaak van levensbehoud was geworden. Behalve voor de piloot, die geen parachute om had...
De directie van Rotterdam Airport heeft haar deelneming aan het bestuur van de Rotterdamse parachutistenclub betuigd. Directeur R. Wondolleck: ,,Hoewel de luchthaven aan het ongeluk op zich niets kon doen, voelen wij ons wel betrokken bij de nare gevolgen. De gemeenschap op de luchthaven is klein. Men kent elkaar. Weinig blijft anoniem. Zeker bij een ongeluk als dit. Bij The Flying Dutchmen zijn ze zeer aangeslagen. Dit hakt er diep in.''
Woordvoerder M. van der Poel van The Flying Dutchmen bevestigt dit: ,,De onderlinge band is heel sterk. Veel leden ontmoeten elkaar ook buiten clubverband. We vinden nu steun bij elkaar.''
Van der Poel zegt dat het de eerste keer is in het 32-jarig bestaan van de parachutistenvereniging dat een ongeluk heeft plaatsgehad met dodelijke afloop. ,,We beschouwen onze sport als een van de veiligste die er is. Er worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van het materiaal, van de opleiding en van de begeleiding. Er zijn wel leden van ons bij droppings elders omgekomen, maar nooit tijdens vluchten vanuit Rotterdam Airport. En dat zijn er in een jaar nogal wat. Bij goed weer zijn we in het weekeinde actief, in de zomer komen daar dinsdag, woensdag en vrijdag bij. En er zijn altijd wel een paar vluchten op die dagen.''
De Cessna was zaterdag van Rotterdam Airport opgestegen voor een dropping. Er waren zes man aan boord. The Flying Dutchman houdt geregeld droppings in de polder tussen Albrandswaard en Barendrecht. Met boeren zijn afspraken gemaakt om te mogen landen. Dat ging al jaren goed. Als de piloot een parachute om de schouders had gehad, was de schade wellicht beperkt gebleven tot materiŽle.
Van der Poel: ,,Piloten zijn niet verplicht een valscherm te dragen. De een doet het wel, de ander niet. In dit geval was het beter geweest. Hij heeft geprobeerd zichzelf te redden.''
Of de piloot zelf nog uit het toestel is gesprongen, of eruit is geslingerd, blijft onduidelijk. Ook de eigenaar van de loods, waarin de piloot als een projectiel te pletter sloeg, kon daarover geen duidelijkheid verschaffen.
,,Het ging zo snel dat ik niets heb kunnen zien. Alle bij elkaar duurde het twee, drie seconden.''
Volgens onbevestigde berichten zou hij nog hebben geprobeerd met een van de parachutisten uit het vallende toestel te springen. W. Prins, verantwoordelijk voor de opleidingen bij The Flying Dutchmen, wuift die mogelijkheid weg: ,,Een parachute is berekend op een gewicht van ongeveer tachtig kilogram. Bij een gewicht van twee mensen zou hij meteen inklappen. In het vliegtuig zaten mannen met minimaal een B-brevet. Ze hebben allemaal knap en adequaat op de noodomstandigheden gereageerd, voor zover ik het kan beoordelen.''
De reddingsoperatie in de polder van Rhoon kwam snel op gang. In de snel invallende duisternis zocht een helikopter van de luchtvaartpolitie de omgeving af met schijnwerpers, op zoek naar stukken van de afgebroken staart. Die werden gevonden. Een gedeelte van het staartstuk lag naast de loods, hetgeen de conclusie wettigt dat het vliegtuig het gebouw heeft geraakt. De Cessna zelf lag enkele tientallen meters verderop in een akker. Ondersteboven en geknakt door de klap. De bergingsoperatie duurde tot na elf uur 's avonds en zette een deel van de anders zo donkere Essendijk in fel licht. De wrakstukken van het vliegtuig zijn voor technisch onderzoek overgebracht naar Rotterdam Airport. Een woordvoerder van de Raad voor de Luchtvaart verwacht de resultaten daarvan niet eerder dan over 'enkele maanden'.

© Rotterdams Dagblad, 1997 Niets uit deze uitgave mag gepubliceerd worden in welke vorm dan ook.

Datum: 24/11/97