|
De moderne werknemer buit
zichzelf uit
Het moet maar eens afgelopen zijn
met het geleuter over emotionele intelligentie, meedenken met
het bedrijf en teamgeest. Discipline en duidelijkheid, dat heeft
de werknemer nodig. Judith Mair pleit voor het herstel van oude waarden.
door Luuk
Sengers
Uit met de pret!
Ze is dertig en staat bekend als de strengste bazin van Duitsland.
Ze heeft een boek geschreven waarmee ze zich in het Rot-Grüne
avondland in één klap onsterfelijk heeft gemaakt.
Schluss mit lustig! (Uit met de pret!) is een pleidooi voor het
herstel van oude waarden in het werk: vaste werktijden, vaste
werkplekken, bedrijfskleding, werknemers die elkaar met 'u' aanspreken
en duidelijke opdrachten van boven. 'Wie denkt dat werk altijd
leuk moet zijn, is hier aan het verkeerde adres', schrijft ze
over haar eigen webdesign- en communicatiebureau in Keulen.
'Terug naar de jaren vijftig!' kopten
recensenten.
Oeps!
'Herstel van Pruisische waarden!'
Oei...
'Ze wurgt haar eigen generatie.'
Au!
Judith Mair -
op foto's kijkt ze steevast stuurs. Mondhoeken naar beneden,
kin mokkend op de borst, donkere ogen die je strak aankijken.
Intussen heeft ze een strop om je hals gelegd die ze langzaam
aantrekt tot je in paniek naar adem hapt.
Moraal is aan de beurt
Diezelfde sensatie krijg je bij het lezen van de ondertitel van
haar boek: Waarom prestatie en discipline (Leistung und Disziplin!)
meer opleveren dan emotionele intelligentie, teamgeest en soft
skills. Schluss mit lustig! leek vorig jaar, toen de eerste druk
verscheen, het slechtste voorbeeld van timing sinds de heilige
Ursula besloot met elfduizend onnozele maagden over de Rijn naar
Keulen te varen, juist op het moment dat die stad werd ingenomen
door de Hunnen. Maar nu, driekwart jaar en honderdduizenden werklozen
later, is het plots minder verdacht om reactionair te zijn. Nadat
de Nieuwe Economie eerst van zijn toekomst was beroofd en daarna
van zijn kapitaal, lijkt het nu de beurt aan de moraal.
Was de vrijheid op de werkvloer wel
zo zaligmakend? Zijn we van al die waterkoelers, relaxruimtes,
cappuccinomachines en mobiele telefoons zoveel gelukkiger geworden?
Of werden de toegeworpen employee benefits in de schaduw gesteld
door oeverloze teambesprekingen, onduidelijke taakomschrijvingen
en nachten in bed met de laptop op de knieën?
In Duitsland werd Schluss mit lustig!
een bestseller - nee: een sensátie! - en de schrijfster,
nota bene zelf een 'kind' van de Nieuwe Economie, een tv-personality.
In november verschijnt haar boek in een Nederlandse vertaling.
Maar wie het Duits machtig is, zou het boek nú al moeten
lezen. Ook al is de opbouw rommelig en wemelt het van de doublures,
al snel sleept de vrolijke en soms ronduit hilarische schrijftrant
je mee - in weerwil van de titel.
Het was echter iets ánders
waardoor ik het boek niet kon wegleggen: een unheimisch gevoel,
dat bij het lezen langzaam binnensluipt. Het begint als een steentje
in je schoen en eindigt met de zon die om de aarde draait
Het lijkt wel alsof Mair helemáál niet reactionair
is, maar het tegenovergestelde.
Die verwarring bleef bij me, gedurende de hele treinreis naar
Keulen, tijdens een ongepland lange wandeling in de stromende
regen naar de Brüsselerstrasse, tot aan de voordeur van
bureau Mair u.a.
De grote Chefin is nauwelijks een
meter zestig en heeft een griezelig smalle taille. Ze draagt
een nauwe donkerblauwe rok met een lange split opzij, onderdeel
van haar uniform (waarover later meer) en een roze pullover met
korte mouwtjes. Om een van haar dunne bruine polsen bungelt een
gouden kettinkje en haar nagels vertonen resten van roze nagellak.
Haar vlasachtige, blonde haar heeft ze achter haar oren weggestoken.
Twee onderzoekende groene ogen kijken me aan.
Afrekenen met dotcom-geneuzel
Ik vraag waarom ze haar boek heeft geschreven.
'Ik heb een paar jaar als freelancer gewerkt voor multimediabedrijven,
uitgeverijen en reclamebureaus. In die tijd viel het mij op hoe
groot de discrepantie was tussen de mooie woorden waarmee die
bedrijven hun personeel aanmoedigden en de realiteit. O, zeker:
autonomie stond overal hoog aangeschreven! Je mocht zelf weten
hoe je de opdracht uitvoerde. Maar in werkelijkheid zat ik vaak
noodgedwongen tot diep in de nacht te werken, moest ik met andere
medewerkers naar de kroeg en meer van die vermoeiende dingen.
Toen dacht ik: in plaats van me te laten uitbuiten kan ik beter
zelf een bedrijf oprichten.'
Samen met drie vriendinnen die ze
had leren kennen tijdens haar studie Design aan de universiteit
van Keulen richtte ze tweeënhalf jaar geleden bureau Mair
u.a. op. 'U.a.' staat voor 'und anderen', een koele afrekening
met het bombastische dotcom-geneuzel van de concurrentie.
'Onze eerste werkplek was in een
oud kantoorgebouw van Siemens, temidden van tientallen start-upbedrijfjes.
Vreselijk! Wij kregen het oude toilettenblok toegewezen. Dertig
vierkante meter met een kleine raampje bovenin. Het gíng,
zolang we maar niet allemaal tegelijk opstonden.'
Ze hadden nog geen klanten, geen
contacten, vertelt ze. Wél ideeën, maar daarin was
niemand geïnteresseerd. 'Toen hebben we eens door het raampje
gekeken hoe die andere bedrijfjes eigenlijk werkten. Hoe ze langjarige
plannen schreven en risicokapitaal binnenhaalden. Daarna hebben
wij de stoute schoenen aangetrokken en zijn we óók
geld gaan vragen uit een startersfonds van de overheid.'
Wat er daarna gebeurde, was 'totaal
absurd': 'We moesten langskomen bij een overjarige tang die vond
dat wij "dotcom" in onze naam moesten zetten: dat was
innovatiever. "Mair.com" was ook niet goed, dat moest
"Media.com" worden. En we moesten, omdat we vier vrouwen
waren, maar trouwerijen via internet gaan organiseren. Dat functioneerde
goed in Amerika, en dat moesten wij maar kopiëren, zei ze.'
De partners keken elkaar aan en dachten
alle vier hetzelfde: dan maar géén geld. 'We vertikten
het om een businessplan te schrijven. Want hoe moesten wij nou
weten hoeveel winst we zouden gaan maken? Om ons heen, daarentegen,
daar werden práchtige businessplannen geschreven met gigántische
winstverwachtingen. Nogal wiedes dat die jongens wél geld
kregen. Toen zijn we ook maar eens om gaan zien naar andere huisvesting.'
Werken is niks bijzonders
In de voormalige bakkerswinkel, annex groentezaak aan de Brüsselerstrasse
nummer 5 ontbreken de primaire kleuren, zachte stoffen, prikkelende
geuren en elektronische geluiden die werken tot zo'n opwindende
ervaring maken. Wij zitten aan een rechthoekige tafel met een
blad van wit fineer, op eenvoudige keukenstoelen, in het midden
van de 'winkel'ruimte. Waar ooit de toonbank was, is een brede
plank aan de muur geschroefd met drie pc's erop. That's it.
Achterdoor is nog een keukentje en
een toilet. De witte muren zijn kaal, behalve op de wc waar de
twee oorkondes hangen van designprijzen die het jonge bureau
in de wacht heeft gesleept. Nog steeds de navel van de wereld,
het toilet.
'Tot onbegrip van velen', schrijft
Mair in haar boek, 'stelt bureau Mair er niet de geringste interesse
in voor een jong, innovatief en waanzinnig creatieve firma te
worden aangezien.' Gebrek aan geld, gecamoufleerd door overdaad
aan statement?
Ze steekt een filtersigaret op en
zegt haast spottend: 'Werk is toch niks bijzonders? Soms is het
zelfs ronduit saai. Het heeft geen zin daar omheen te draaien.
Soms moeten we gewoon de telefoon oppakken of een stukje schrijven.
Dat hoort er bij. Het werk is tegenwoordig zó opgefokt,
dat sommigen het misschien wel een geruststelling vinden dat
er ook gewone, saaie taken bestaan.'
Vanwege geld, niet voor
zelfontplooiing
'Werken doen we op de eerste plaats voor het geld en niet voor
de zelfontplooiing', citeer ik uit haar boek.
'Precies! Er is nog nooit iemand in snikken uitgebarsten boven
zijn arbeidscontract omdat hij voor zijn arbeid werd aangenomen
en niet om zijn geweldige persoonlijkheid.'
De werkdag duurt strikt van negen
tot half zes. Thuiswerken is niet toegestaan. Privé-gesprekken
van langer dan vijf minuten worden niet getolereerd. Iedereen
draagt op het werk hetzelfde uniform. Er wordt niet getutoyeerd.
Bizz-words als 'meeting', 'brainstorm', 'flow' en 'moodchart'
zijn taboe en wie op de step komt, kan rechtsomkeert maken. Zie
hier de huisregels van Büro Mair u.a.
Dat móet wel een vervelend
mens zijn, die Mair. Maar dan lezen we verder. De moderne werknemer,
schrijft ze, is tot vrijheid gedwongen. Die vrijheid heeft ertoe
geleid dat werknemers hun eigen uitbuiting ter hand hebben genomen.
Het ontbreken van vaste werktijden, bijvoorbeeld, heeft op de
meeste mensen het effect dat ze het zekere voor het onzekere
nemen en liever iets langer werken dan te kort. Zonder vaste
werktijden bestaan er ook geen overuren meer. En kun je nooit
meer het excuus gebruiken: 'Ik heb het niet af gekregen'.
Ze vertelt: 'Ik had een keer een
belangrijke afspraak, nou ja: een date, 's avonds in de kroeg,
waar ik me erg op verheugde. Ik was 's ochtends om acht uur begonnen
bij mijn opdrachtgever en dacht: dan kan ik ook wel om acht uur
's avonds de deur uit. Maar net op het moment dat ik mijn tas
wilde inpakken, kwam de chef vragen hoe ging met het project
en of we het even konden bespreken. Dat was heel normaal: ik
moest dankbaar zijn dat die persoon nu even tussendoor spontaan
aandacht voor mij had. Maar ik wilde naar mijn afspraak. Ik heb
me verontschuldigd en ben gegaan. Maar ik merkte dat ik in deze
houding helemaal alleen stond. Toen dacht ik: op deze manier
kan ik mijn privé-leven niet organiseren.'
Ontspannen doe je thuis
Vrije tijd is heilig. 'Als je aan een vreemde vraagt: "Wat
doe je?", begint-ie waarschijnlijk over zijn beroep, niet
over zijn hobby's. Dat is toch idioot?'
Ze gelooft ook niet in een gelukkige
symbiose tussen werk en privé-leven. 'Op je werk werk
je en ontspannen doe je thuis. Werkgevers die wérkelijk
iets willen doen voor de zelfontplooiing en ontspanning van hun
personeel, moeten zorgen dat hun werknemers voldoende vrije tijd
overhouden.'
Het kan niet modieus zijn, of het krijgt van Mair een veeg uit
de pan: teamwork ('werken is geen collectieve aangelegenheid');
platte organisaties ('een excuus voor gebrek aan overzicht en
structuur'); managementgoeroes ('van de ongeveer 9.000 verschillende
managementprincipes die afgelopen twintig jaar aan de wereld
zijn gepresenteerd, is er niet één waarvan het
effect bewezen kon worden'); enzovoort, enzovoort.
Of deze, over motivatiemanagement:
'Wie zich sterk maakt voor de motivatie van zijn werknemers,
geeft daarmee te kennen dat hij hen eigenlijk voor geen cent
vertrouwt. Aanmoedigingen, motiveringen en beloningen zijn niets
meer dan uitgekiende combinaties van suikerbrood en zweep, van
een management dat zijn medewerkers vol scepsis en wantrouwen
tegemoet treedt.'
En het ergste volgens de jonge Keulse:
'Al deze flops zijn op levende objecten getest: werknemers!'
'Vroeger', vertelt ze, 'beschermde de ondernemer of chef zijn
mensen tegen de boze buitenwereld. Hij sprak met de klanten,
polste de markt en vertaalde de behoeften in behapbare opdrachten
voor zijn personeel. Maar het moderne management heeft zich teruggetrokken
en de werknemers voor de wolven gegooid. Iedereen, van hoog tot
laag, is medeverantwoordelijk gemaakt voor de financiële
resultaten. Was het vroeger voldoende als iemand zijn eigen specialistische
stukje werk deed, nu moet hij óók nadenken over
de klant, de omzet, de markt... Terwijl iets máken en
iets verkópen volgens mij twee heel verschillende dingen
zijn.'
Subtiele uitbuitingsstrategieën
´En o wee als de targets niet worden gehaald: dan ligt
het aan de werknemer en niet aan zijn baas die de targets heeft
vastgesteld. Het zijn subtiele uitbuitingsstrategieën. Weliswaar
vermomd als humane maatregelen, met termen als "autonomie"
en "verantwoordelijkheid", maar het resultaat is hetzelfde.
En omdát ze zo humaan lijken, wordt er raar gekeken als
je ze bekritiseert. Het debat over zelfuitbuiting is echter inmiddels
ook door de Duitse vakbeweging overgenomen. Die kan de leden
immers niet meer beschermen als die zichzelf uitbuiten.'
Ha! Nu weet ik welke natuurwet Mair
in haar boek op de proef stelt. Deutschlands härteste Chefin
lijkt sprekend op een andere heldin uit de Duitse geschiedenis,
waarvan ze een reïncarnatie, een achter-achterkleindochter,
of op z'n minst een bewonderaarster had kunnen zijn: Rosa Luxemburg.
Voorvechtster van een praktisch socialisme met een menselijk
gezicht. Reactionair en revolutionair: twee stromen uit dezelfde
bron
Stop de zelfuitbuiting! Dát is de boodschap
van Mair's boek. En niet: Stop de pret!
Ze lacht. Opgelucht. Ze blijkt de
telg uit een rood nest. Maar anders dan haar vader (professor
sociale pedagogiek) en moeder (docente) houdt ze trouw vast aan
haar idealen. 'Mijn ouders wáren links. Nu zijn ze burgerlijk
en vinden ze het óók prima om een vaatwasser te
hebben.'
Niet toegeven aan zelfuitbuiting
Haar idealen? 'Het kapitalistische systeem is er nu eenmaal,
daar verander ik niet zoveel aan. Ik probeer wel sommige dingen
anders te doen, béter te doen. Niet toe te geven aan het
mechanisme van zelfuitbuiting, bijvoorbeeld. Onze kanselier Schröder
heeft gezegd: je kunt maar beter een manier vinden om met de
vrije markt om te gaan, anders word je er later door overspoeld.'
Nu die journalist uit Nederland haar
bedoelingen eenmaal doorheeft, lijkt ze zich meer te ontspannen.
Het interview verandert in een pingpongwedstrijd, waarbij zij
de ballen kien terugslaat voordat ze goed en wel aan haar kant
over het net zijn. Niet uit verveling, maar omdat ze het leuk
vindt om haar backhand te oefenen.
Krijgen jullie veel sollicitanten?,
informeer ik.
'Heel veel.'
En opdrachten?
'Het World Economic Forum in Genève is sinds een half
jaar onze opdrachtgever. Een geweldige klant. Ze hadden over
mij gelezen, waren geïntrigeerd en hebben me toen uitgenodigd
voor een gesprek. Ik geloof dat ze het wel cool vonden wat wij
doen.'
Jullie vallen op omdat jullie niet willen opvallen, plaag ik.
'Er zijn inderdaad critici die zeggen dat we dit uit pure berekening
doen.'
En?
'Nee, dit kun je niet berekenen. We liepen al in bedrijfspakken,
spraken elkaar al met "u" aan in het bijzijn van klanten
en gingen al vóór zes uur naar huis vóórdat
het boek uitkwam. We hadden geen idee dat het boek zoveel opzien
zou baren.'
Het gemak van een uniform
Op mijn verzoek toont ze het jasje dat bij haar 'uniform' hoort.
Volgens Duitse journalisten ziet ze eruit als een stewardess
van Lufthansa, maar terwijl ze in het donkerblauwe pakje een
pirouette draait, zie ik een verkoopster bij V&D. Comfortabel
om in te werken is deze nauwe outfit niet, vertrouwt ze me toe,
'daarom hebben we tegenwoordig ook donkerblauwe trainingspakken
voor op het werk.'
Is het niet een beetje provocerend, zo'n uniform?
'De Britse journalisten die hier
zijn geweest, hadden er anders geen enkele moeite mee! Duitsers
daarentegen denken onmiddellijk dat er iemand komt aangemarcheerd.'
(Opnieuw was ik bijna op het verkeerde been gezet: de psychologie
achter het uniform is niet dat je het aan moet naar je werk,
maar dat je het uit mag als je thuis komt.)
'Provocatie vind ik een totaal legitiem middel om te communiceren',
vervolgt ze. 'Om mijn boodschap voor het voetlicht brengen, moet
ik waargenomen worden.'
Dan heeft u de goede titel gekozen
voor uw boek, zeg ik.
Fout! Die titel, Schluss mit lustig! is door de uitgever bedacht!
Zij had boven haar manuscript gekriebeld: 'Nieuwe zakelijkheid',
of 'Nieuwe verbintenissen'. Dat klinkt een stuk ernstiger.
Dat ze vervolgens door een boulevardblad tot strengste bazin
van Duitsland werd gedoopt, beviel haar evenmin. 'Maar ach, ik
kan me daar wel over blíjven opwinden, maar inmiddels
denk ik: als media op dat imago afkomen, heb ik de kans om mijn
verhaal te vertellen.'
|