Wushu is de officiële naam voor alle Chinese vechtkunsten. Het is een
typische uiting van de Chinese cultuur. De theorie ervan is gebaseerd op
klassieke Chinese filosofieën, terwijl het technisch is opgebouwd uit
stijloefeningen (Taolu), met of zonder wapens, partneroefeningen, met of
zonder wapens, en het vrijgevecht (Sanshou).
In de westerse landen wordt Wushu vaak aangeduid met de term Kungfu.
Letterlijk betekent Kungfu: vaardigheid of fysieke behendigheid. Een betere
naam is daarom Wushu, wat vertaald kan worden met krijgskunst ofwel
vechtkunst. Toch blijft Kungfu een gangbare uitdrukking, en wordt vaak
gebruikt om de traditionele chinese vechtkunsten mee aan te duiden. Ook de
term Kuoshu, nationale kunst, is in gebruik
Wushu is een eeuwenoude krijgskunst, die al zijn oorsprong heeft in de
primitieve Chinese samenleving. Met name vanaf de Shang dynastie (17e - 11e
eeuw v. Chr.) kan men het Wushu zeer duidelijk vervolgen en de ontwikkelingen
nagaan. De belangrijkste ontwikkeling maakte het Wushu echter door tijdens de
Ming- en Qing-dynastie (1363 - 1911). De meeste stijlen van het Wushu
ontstonden tijdens deze perioden.
Belangrijke ontwikkelingen uit die tijd zijn de twee grote hoofdstromen van
het Wushu, namelijk de externe school en de interne school. De externe school
staat voor de harde stijlen, de zogenaamde Shaolinstijlen, welke hun
oorsprong vinden in het boeddhistische Shaolin klooster in de provincie Henan.
Vanuit dit klooster verspreide het zich ook naar de zuidelijke provincies.
Het Shaolin zelf kan weer onderverdeeld worden in de noordelijke, lange
stijlen met veel traptechnieken, en de zuidelijke stijlen met nadruk op
handtechnieken en meestal diepe standen.
De interne school vormt hierop een tegenhanger, het staat voor de zachte
stijlen van het taoïstische Wudang.
Het was ook een periode waarin het Wushu af en toe ondergronds moest, omdat
het door de regering werd verboden. Ondanks deze verboden groeide het Wushu
tegen de onderdrukking in.
Na de eenwording van China werd er door de regering een programma opgezet om
het Wushu te reorganiseren en nieuw elan te geven. Het werd in deze tijd ook
wel Kuoshu genoemd, wat zoveel betekend als nationale kunst, hiermee de
belangrijkheid aangevend van de Chinese krijgskunsten voor de Chinese
gemeenschap. In 1928 werd er een centraal instituut opgericht in Nanking, en
niet veel later ook in het zuidelijk gelegen Guangzhou (Canton). Vanaf 1932
werden ook de eerste wedstrijden georganiseerd, zowel in vormen (Taolu) als
in vechten (Sanshou of Sanda).
In 1936 bezocht een groep atleten van het Kuoshu instituut de Olympische
Spelen te Berlijn alwaar demonstraties werden gegeven van het Taiji, het
Shaolin en van diverse wapenvormen.
Dan een keerpunt. In 1937 drongen de Japanse invasielegers China binnen. Het
Kuoshu instituut moest zijn poorten sluiten.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw begonnen Chinese meesters, eerst in
de Chinatowns, openlijk les te geven aan westerlingen, in wat toen bekend
stond als Kungfu. Mede door de populariteit van de Kungfu films boomde het
Wushu met name in de jaren zeventig. De basis voor de beoefening van en de
belangstelling voor het Wushu in het westen is in die tijd gelegd.
Eind jaren vijftig werd in China de draad weer opgepakt om het Wushu te
reorganiseren. Diverse meesters uit China werkten eendrachtig samen aan een
nieuw Wushu, waarbij technieken uit de meest bekende stijlen werden
samengevoegd. De standaardvormen ontstonden. Vormen waarbij schoonheid en
sportiviteit boven vechtwaarde werden gesteld, met de bedoeling het Wushu te
populariseren. Anderzijds werd ook het vechten niet vergeten, en kreeg het
Sanshou een nieuwe impuls door strengere, verbeterde regels. Sanshou wordt
niet voor niets ‘de essentie van het Wushu’ genoemd, want hier blijft het
gevecht, zij het met een sportieve regelgeving, bewaard.
De ontwikkelingen volgden elkaar daarna snel op. In 1985 werd de
International Wushu Federation (IWUF), alsmede de European Wushu Federation (EWF)
opgericht. In 1986 vonden de 1e Europese Kampioenschappen Wushu plaats in
België. In 1996 werd de IWUF door de General Association of International
Sports Federations (GAISF) erkend, gevolgd in 1999 door een erkenning van het
Internationaal Olympisch Comité (IOC). In 2008 zal Wushu op de Olympische
Spelen in Beijing worden gedemonstreerd.
Het moderne Wushu zoals het nu ontwikkeld is, kent 10 standaardvormen. Vijf
daarvan hebben hun oorsprong in de noordelijke, lange stijl, drie in de
zuidelijke stijl en twee in de interne Wudangstijl. |