SCHOTERLAND, griet., prov. Friesland, kw. Zevenwolden ( 3 k. d., 10 m. k., 6 s. d.); palende N. aan de griet. Haskerland, Aengwirden en Opsterland, O. aan Stellingwerf-Oosteinde, Z. aan de Kuinder die haar van Stellingwerf-Oosteinde en Stellingwerf-Westeinde scheidt, Z. W. aan het Tjeukemeer, waardoor zij van Lemsterland gescheiden wordt, W. aan Doniawarstal.

Deze griet, die, van het W. naar het O., 8 1/2 u. lang en, van het N. naar het Z., 1 1/2 u. breed is, bevat, behalve het grootste gedeelte van het vlek Heerenveen, waar het grietenijhuis staat, de volgende elf kerkdorpen: Hornsterzwaag, Schurega, Oudehorn, Nyehorn, Katlijk, Nieuw-Brongerga of de Knijpe, Oudeschoot, Nijeschoot, Rottum, St. Jansga en Delfstrahuizen, en de volgende acht geh., welke vroeger mede dorpen waren: Jubbega, Mildam, de kleine-Gaast, Rotster-Haule, Rohel of Nijega, Oudega, Schoter-Uiterdijken en het Meer. Zij beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 15,249 bund. 35 v. r. 17 v. ell., waaronder 14,153 bund. 43 v. ell belastbaar land; men telt er 1525 h., bewoond door 1712 huisgez., uitmakende eene bevolking van 8350 inw., die meest in den landbouw en het turfgraven hun bestaan vinden. In het westelijk gedeelte dezer grietenij vindt men vele lage veen- en hooilanden, doch het oostelijke en grootste gedeelte bestond weleer uit hooge veenen en heidegronden, welke dor en onvruchtbaar waren. Deze dorre en onvruchtbare gronden zijn daar evenwel veel verminderd, zoodat de grietenij Schoterland thans, meer dan eenige andere streek van Friesland, een uitstekend voorbeeld oplevert, hoe de menschelijke vlijt en arbeid een woest oord in eene schoone en rijkbebouwde landstreek kan herscheppen. Men begon daarmede omstreeks het jaar 1550. Toen kochten de Ridder en Raadsheer Pieter van Dekama en eenige andere Heeren de uitgestrekte veenen, omstreeks het tegenwoordige vlek Heerenveen, dat hiervan den naam ontleende, ja zelfs zijn ontstaan, welvaart en uitbreiding daaraan verschuldigd is. De zoogenaamde klijn of veenstof werd toen van die landen afgegraven en tot turf gemaakt, waartoe vele menschen naar deze oorden kwamen. Maar om dien turf te vervoeren en in Friesland, Holland en elders te verkoopen, was men genoodzaakt, om die twee lange en regte vaarten te graven, bij den hoek waarvan Heerenveen is gebouwd. Van dit vlek af loopt de eene vaart, Heeresloot in het Deel en zoo noordwaarts naar Akkrum. De andere loopt oostwaarts door de Knijpe, langs de grenzen van Aengwirden en Opsterland, tot aan de Compagnonvaart genoemd en heeft ontelbare zijtakken, opslooten of zoogenaamde wijken, welke bij het turfgraven ontstaan zijn. Daar de grond naar het Oosten steeds hooger wordt, zoo zijn er in deze vaart vier schutsluizen of verlaten aangelegd, om het water op te keeren, en, ten behoeve van de scheepvaart, op eene bepaalde hoogte te houden. Sedert dien tijd zijn die afgeveende of afgegraven landen in vrij goede weiden veranderd, en langs de hoofdvaart geregeld met nette huizen bebouwd.

De Herv., die hier 7350 in getal zijn, onder welke 1650 Ledematen, maken de volgende zes gem. uit: Heerenveen, Oudeschoot-Nijeschoot-Mildam-Rottum-en-Katlijk, Nieuw-Brongersga, gezegd de Knijpe, Hornsterzwaag-Jubbega-en-Schurenga, Oude-en-Nijehorn en St. Jansga-en-Delfstrahuizen, welke alle tot de klass. van Heerenveen, en, behalve St. Jansga-en-Delfstrahuizen, ook tot den ring van Heerenveen behooren, wordende deze laatste tot den ring van de Lemmer gerekend. Men heeft er elf kerken, welke door zes Predikanten bediend worden.

De 5 Evang. Luth., behooren tot de gem. van Leeuwarden. - De Doopsgez., die men er telt, maken de gem. van Heerenveen en Boven-Knijpe uit. - De 420 R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend. - Het dertigtal Israëliten, dat er woont, behoort tot de bijkerk te Heerenveen. - Men telt in deze griet. 14 scholen.

Behalve de rivier de Kuinder of Tjinger, welke langs de zuidelijke grenzen vloeit, heeft deze grietenij bijna geene andere vaarten of wateren dan de Compagnonsvaart, welke aan de noordzijde nagenoeg de grens uitmaakt, benevens de zoogenoemde Veenscheiding of vaart van Oudehaske over Rottum naar het Tjeukemeer, dat de westkust dezer grietenij bespoelt, en waaruit twee vaarten naar de Kuinder loopen. Ook heeft zij geen meren dan een derde gedeelte van het Tjeukemeer.

Er loopt in de lengte midden door deze grietenij een hooge zandrug, welke van tijd tot tijd ontgonnen of vruchtbaar gemaakt en met geboomte beplant is, en waarvan een gedeelte thans, onder den naam van het Oranjewoud, als eene der schoonste boschrijke streken van Friesland bekend is.

Langs dezen rug loopt ook door de geheele lengte der grietenij een weg, die door den straatweg, welke dwars door deze grietenij loopt, en door andere wegen van eene gelijke strekking op verschillende plaatsen gesneden of gekuist wordt.

Weleer werd Schoterland, Schoterwerf genoemd, zoo als blijkt uit een verbond, door de bewoners van deze grietenij gemaakt met de Groningers in 1355, behelzende, dat men elkander tegen allerlei buitenlandsch geweld bijstand zoude bieden.

Tijdens de Saksische en Geldersche besturen, toen Leonard, Heer tot Schwartzenberg en Hendrik de Graaf, Erfheer van Erkelens, in naam van Karel, Hertog van Gelder, Gouverneurs over Friesland waren, was deze grietenij aan of met Stellingwerf vereenigd. De ingezetenen van Schoterland en die van Stellingwerf hadden van ouds den roem, dat zij zich, zoo in de oorlogen tegen de Bisschoppen van Utrecht, in 1371, als bij andere gelegenheden, manmoedig gedragen en hunne vrijheid voorgestaan en verdedigd hebben, zij bewilligden ook niet dan schoorvoetend in het huldigen van de Saksischen en Bourgondische Heeren, uitziende naar gelegenheid, om van die overheersching verlost te worden.

In het jaar 1408 hadden de Friezen van Schoterland, Stellingwerf en Oostzimgerland oorlog met Frederik van Blankenheim, den een en vijftigsten Bisschop van Utrecht, doch deze werd door zoenslieden bijgelegd.

Men wil dat in het jaar 1594 in deze griet. een meer van nagenoeg 36 bunders lands werd droog gemalen, en dat bij deze gelegenheid aldaar penningen zijn gevonden van zeer ouden muntslag en twee witte kannetjes. In het jaar 1618 vond men in dien grond weder eenige muntstukken, tot opschrift hebbende Ludovicus, op de keerzijde eenen klimmenden leeuw en een kruis. De overigen waren van de grootte van eenen ouden schelling, en gemunt op last van Arnold van Hoorn, die in het jaar 1571 den negen en veertigste Bisschop van Utrecht werd. Op den laatsten stond aan de eene zijde: Arnoldus Dei Gratia Episcopus Traject. (d. i.: Arnoldus, door Gods genade, Bisschop van Utrecht.)

Het westelijke gedeelte dezer grietenij werd in Februarij 1825 zoo geweldig geteisterd door den watervloed, dat men in de dorpen aan of nabij het Tjeukemeer gelegen eene geheele vernieling en eenen volkomen ondergang te gemoet zag. De dorpen, die in den meest beklagenswaardige toestand verkeerden, waren Delfstrahuizen en St. Jansga. Veertien boeren verloren hier twee honderd zes en zeventig stuks hoornvee. Vele boeren-achterhuizen gingen geheel te niet, en in laatstgenoemde plaats alleen werden wel zestig mindere woningen onbruikbaar. het water steeg hier tot 2.35 ell.; allen moesten vlugten, sommige naar de kerk, andere naar het naburige vlek Joure, en zelfs vond men er wel honderd in een schip bijeengeschoold, die daarin onderscheidene dagen doorbragten. twee mannen, den 7 Februarij hier door varende en nasporing doende, of er zich nog menschen in de overstroomde huizen bevonden, hooren op hun geroep, uit de kap van eenen watermolen, onder Delfstrahuizen, eene flauwe sten antwoorden, en vinden er, ingeklommen zijnde, man, vrouw, kind en eene hoogbejaarde moeder in den bittersten nood. Zij hadden al dien tijd geleefd van raauw meel, aangemeng met het zilt water dat den molen omspoelde, sneeuw van het dak was hun drank geweest, en eene uije, onder den neus gehouden, moest van tijd tot tijd de sluimerende geesten opwekken. De overige dorpen hier omtrent deelden, naar mate van hunne meer of min lage ligging, natuurlijk in de ramp. In de geheele grietenij waren daarbij 241 koeijen, 37 vaarsen, 72 hokkelingen, 3 kalveren, 7 paarden, 17 varkens, 125 schapen en 4 geiten verdronken; terwijl tevens 27 bijenkorven verloren gingen.

Het wapen van Schoterland is een veld van azuur met eene lelie van zilver, verzeld in de bovenhoeken van eene ster en in de benedenhoeken regts van een rad en links van een zwaard, alles van goud.

BROERSLOOT, water, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland.

Het is een regte vaart, welke bij het geh. Vierhuizen, onder Delfstrahuizen, uit het Tjeukemeer in eene zuidoostelijke strekking naar de rivier de Kuinder of Tjonger loopt.

BRONGERGA, oudtijds Brumergae, oud d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 u. Z. O. van Heerenveen, in het Oranjewoud.

Dit, zeer aangenaam gelegen, dorpje telt, met de daartoe behoorende buurt Mildam, 290 inw.. die meest hun bestaan vinden in landbouw, vee- en houtteelt.

Vroeger stond hier eene kerk, doch deze, door ouderdom vervallen en voorts afgebroken zijnde, is de gemeente met de Knijpe of Nieuw-Brongerga gecombineerd, alwaar de Predikant zijne woning heeft.

Men heeft hier ééne school, vroeger vond men er de staten van haren en Tjamminga, alsmede het vorstelijk lusthuis of kasteeltje Carolineburg (zie dat art.)

BROUWERSHAVE, landhuis, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 u. Z. Z. O. van Heerenveen, gem. en 1/2 u. N. O. van Oudeschoot, waartoe het behoort, in het Oranjewoud.

DELFSTRAHUIZEN of Delfstrahuizen, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 2 1/4 u. Z. W. van Heerenveen, 2 1/4 u. N. O. van de Lemmer, aan de zuidoostzijde van het Tjeukemeer en den postweg van de Lemmer op Groningen; met 270 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.

Het behoor van dit dorp is van eene groote uitgestrektheid, doch bestaat geheel uit laag land, dat meest in polders ligt, hoewel men er ook uitmuntende bouwlanden heeft. Het grootste gedeelte ligt tusschen het Tjeukemeer, de Kuinder, de Broersloot en de Pier-Christiaans-Oosterzeesloot besloten; doch bovendien behoort hier nog toe de Schoter Uitdijken, zijnde een meer zuidelijk gelegen smalle strook lands, welke zich langs de Kuinder uitstrekt tot aan Schoterzijl en de Overijsselsche grenzen. Een gedeelte van het geh. Echterbrug en van de b. Vierhuizen behooren tot dit dorp.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. van St. Jansga-en-Delfstrahuizen, welke ook hier eene kerk heeft. - De R. K., die men er aanstreft, worden tto de stat. van Heerenveen gerekend.

De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 30 kinderen bezocht.

Bij den watervloed van 4 Februarij 1825 heeft dit dorp groote schade geleden. Vele zwakke woningen zijn hier omvergeslagen, de sterkere werden geschokt en zwaar beschadigd, terwijl de muren van hecht gebouwde boerenwoningen scheurden en instortten. De fel gedreven stroom oefende zulk eene kracht, dat een sterke watermolen in drie stukken werd geslagen en men groote boomen zag uit de grond gescheurd. Twee oude lieden kwamen bij deze ramp om het leven, en het verlies van vee bestond uit 137 koeijen, 31 vaarzen, 56 hokkelingen, 2 kalveren, 6 paarden, 10 varkens en 37 schapen.

FRIESCHE-HAAGJE, naam, welke, wegens de aanzienlijke levenswijze en weelde, te Heerenveen, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, heerschende, weleens aan dat vlek gegeven werd. Zie Heerenveen.

GAAST (KLEINE-), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Rotstergaast.

GAAST (NYE-), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Rotstergaast.

GAAST (ROTSTER-), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Rotstergaast.

GROVESTINS, Groustins of Grouwstins, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en in het vl. Heerenveen.

Deze state, die voorheen ook eenen toren had, welke echter in het midden der vorige eeuw niet meet bestond, en met de daartoe behoorende gronden eene oppervlakte beslaat van 1 bund. 37 v. r. c. ell., dient thans tot grietenijhuis van Schoterland.

HAULE, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Rotsterhaule.

HEERENVEEN, arr., prov. Friesland, palende N. aan het arr. Leeuwarden, O. aan de prov. Groningen en Drenthe, Z. aan Drenthe en Overijssel, Z. W. aan de Zuiderzee, W. aan het arr. Sneek.

Het bevat de kant. Heerenveen, Beetsterzwaag en Oldeberkoop, beslaat eene oppervlakte van 111,482 bund.; men telt er 8670 h., bewoond door 10,0006 huisgez., uitmakende eene bevolking van ongeveer 49,000 inw., die meest hun bestaan vinden in landbouw, hout- en veeteelt en turfgraverij.

HEERENVEEN, kant., prov. Friesland, arr. Heerenveen.

Het bevat de griet. Schoterland, Aengwirden, Haskerland en Utingeradeel; is groot 31,696 bund., telt 3226 h., bewoond door 4068 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 19,000 inw., die meest hun bestaan vinden in landbouw, hout- en veeteelt en turfgraverij.

HEERENVEEN, klass., prov. Friesland, verdeeld in drie ringen, als: Heerenveen, de Lemmer en Wolvega.

Zij bevat 36 gem., telt 66 kerken, bediend wordende door 36 Predikanten, en men heeft er ongeveer 47,900 zielen.

HEERENVEEN, ring, prov. Friesland, klass. van Heerenveen.

Men telt in dezen ring de volgende 13 gem.: Heerenveen, Beetsterzwaag-Beets-en-Olterterp, Gorredijk, Hoornsterzwaag-Jubbega-en-Schurenga, Langezwaag-en-Kortezwaag, Lippenhuizen-Terwispel-en-Hemrik, Nieuw-Brongerga, Nijehaske-en-Haskerdijken, Nijehorne-en-Oudehorne, Oudeschoot-Nijeschoot-Mildam-Rottum-Katlijk, Tjallebert-Lunjebert-Gersloot-en-Terband, Ureterp-en-Sigerswolde, en Wynjeterp-en-Duurswoude.

Deze ring bevat 26 kerken, bediend wordende door 13 Predikanten; men telt er ongeveer 23,900 zielen.

HEERENVEEN, vlek, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, arr. en kant. Heerenveen, ruim 5 u. Z. O. van Leeuwarden.

Het is eene uitgestrekte en fraai bebouwde plaats, met verschillende deftige huizen, en heeft in het geheel een vrolijk, luchtig en welvarend aanzien. De kruisbuurten zijn in drie verschillende grietenijen gelegen, als: het noordwestelijke gedeelte, of de Heerenwal, in de griet. Haskerland; het noordelijk gedeelte in Ængwirden, en het zuidelijke, doch verreweg het grootste gedeelte, in de griet. Schoterland.

Deze plaats was vroeger eene geringe buurt, omringd door veenen, welke men zegt den besten turf van Friesland op te leveren. Zij is hare opkomst alleen verschuldigd aan de turfgraverij, hier ter plaatse begonnen omtrent het jaar 1551, wanneer Pieter van Dekema, Ridder en Raad in den Hove van Friesland, en zijne Compagnons, Kuik en Foits, de hier omstreeks liggende veenen kochten, die, van wege deze vennootschap, der Heeren Compagnonsveenen of der Heeren Veenen werden genoemd, uit welke benaming die van het allengs aanwassende vlek Heerenveen is gesproten. In het begin was deze onderneming aan groote zwarigheden onderworpen, bij gebrek aan gemeenschap te water, zoodat men verpligt was, naar een middel daartoe om te zien, hetwelk men meende gevonden te hebben aan het oosteinde van het veen, nabij het dorp Oudehorne, tot in de Kuinder, om van daar in de Zuiderzee te komen. Dan, dewijl deze uitwatering te ondiep werd bevonden, werd er eene vaart van de Haskerdijken gegraven tot aan die veenen, op welke allengskens het vlek gebouwd is. Deze vaart werd in den tijd van vijf jaren voltrokken,, zoodat de turf daar langs verzonden werd, niet alleen in deze provincie, maar meest daar buiten naar Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en zelfs naar Braband, waardoor velen werden uitgelokt, om zich hier ter plaatse neder te zetten, ter uitoefening van allerhande soort van handwerken en koopmanschappen. Hierdoor is te weeg gebragt, dat, binnen eene eeuw, deze vaart, van de Haskerdijken en Terbandster-schans af, tot aan de Bontebok toe, eene lengte van bijna twee uren gaans, aan beide zijden met fraaije burgerhuizen en deftige boerenwoningen, is bebouwd geworden. Aldus zag men uit het weleer woest en moerassige veen, het schoone Heerenveen, met de Knijpe, te voorschijn komen. Deze vaart, van het Hasker-Konvent af gerekend, is ongeveer vijf uren gaans lang, loopt tot in het vlek Heerenveen Zuidwaarts, en vervolgens Oostwaarts, tot in de Compagnons-veenen. Wegens den allengskens oprijzenden grond zijn er, om haar bevaarbaar te houden, vier schutsluizen gelegd, waarvan de eerste in het Heerenveen zelf wordt gevonden. Thans telt men er 520 h., bewoond door 574 huisgez. uitmakende een getal van ongeveer 4000 inw., die veel handel drijven vooral in rogge, boekweit, zoo mede in boter, welke hier van rondom wordt aangebragt. Voorst heeft men er 2 houtzaagmolens; 2 korenmolens; 1 oliemolen; 2 groote en 2 kleine leerlooijerijen; 1 kalkbranderij; 2 scheepstimmerwerven; 1 boekdrukkerij, en 1 steendrukkerij. Vroeger had men er zeer vele horologiemakers; terwijl de zoogenaamde Friesche klokken meestal hier, en in de naburige vlek de Joure gemaakt werden; thans zijn er slechts nog 3 horologie- en een paar klokkenmakers, wordende er weinig meer zoogenaamde Friesche klokken gemaakt. De wekelijksche markt is zeer bloeijend, vooral in den herfst, wanneer men een groot aantal wagens met rogge en boekweit ziet aankomen. Ook de vier jaarlijksche beestenmarkten, welke gehouden worden, op den laatsten Donderdag van de maand Junij; op den derden Donderdag van de maan Julij, die tevens varkens-, schapen- en paardenmarkt is; op den derden Donderdag in Augustus en op den derden Donderdag in September worden zeer druk bezocht.

De doortogt naar Drenthe, Overijssel en Gelderland is hier veelvuldig; ook loopt de groote post- of straatweg van Leeuwarden over Steenwijk naar Zwolle door die plaats; terwijl die weg op de schans even ten N. van het Heerenveen, bij de brug over de levendige vaart, door den rijweg van Groningen naar de Lemmer gekruist wordt. Ook bestaat er veel hoop op de verwezelijking van een plan, om door de daarstelling van eenen geschikten en verkorten weg van Heerenveen op Gorredijk, de gemeenschap met die plaats en het verder oostelijk gedeelte der provincie te verbeteren, hetgeen en tot het vertier en tot de verfaaijing der plaats veel zoude bijdragen. Dit plan heeft reeds sinds twee jaren bestaan, doch is steeds hangende gebleven door de moeijerlijkheid om onderscheidene daartoe betrekkelijke belangen in behoorlijk verband te brengen. Voor korten tijd echter zijn de hoofdzwarigheden opgeheven. Die nieuwe weg zal oostwaarts door het Heerenveen en een gedeelte van de Knijpe loopen, langs de Compagnons-vaart, en tevens tot polderdijk verstrekken voor een gedeelte van den Veenpolder in Ængwirden. Uit de daarstelling van dien weg, vloeit voort eene slatting der Compagnons-vaart, van Heerenveen af tot aan de zoogenaamde Bontebok-sluis, hetgeen zeer veel zal toebrengen tot verbetering van scheepvaart en afvoer van turf, welke met drooge jaren, zoo als het voorgaande (1842), zeer bemoeijelijkt werd. Waar welvaart heerscht, is de weelde ook doorgaans niet onbekend, en dit schijnt ook hier het geval te zijn, aangezien men deze plaats, wegens de aanzienlijke levenswijze en de aldaar heerschende weelde, wel eens het Friesche-Haagje noemt.

Onder de openbare gebouwen verdienen melding: de voorm. Crack-state, ten N. aan de straat, thans het Gebouw der Arrondissements-Regtbank en van het Kantongeregt, met een aanzienlijk voorplein, versierden gevel, koepeltoren, welke een uitmuntend gezigt op den omtrek aanbied, zeer geschikte vertrekken, gevangenissen enz. voorzien, welks deftig voorkomen en gunstige stand deze plaats niet weinig verfraait; het Grietenijhuis van Schoterland, zijnde de voorm. state Oenema of Grove stins, met een ruim plein er voor, aan het Harings-pad. In het voorgaande jaar (1842) is de uitgestrekte tuin, achter dit gebouw gelegen, welke vroeger perceelswijze ter bebouwing aan particulieren werd verhuurd, aangelegd en ingerigt tot eene publieke wandelplaats, welke binnen korte jaren belooft zeer fraai te zullen worden, en de plaats zeer veraangenaamt.

Ook heeft men een nieuw Societeitsgebouw, aan het Heerenwal; een Postkantoor en eene station voor de Paardenposterijen.

De Herv., die hier 800 in getal zijn, onder welke 500 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Heerenveen behoort; terwijl die, welke onder de grietenij Haskerland wonen, onder de gem. van Haskerdijken en Nijehaske gerekend worden. In het jaar 1613 verkreeg dit vlek eerst tot eigen Predikant Abraham Dominici of Abraham Douwes, die er overleed tusschen 15 October 1634 en 5 Februarij 1635. Het beroep geschiedt door den kerkeraad. In den aanvang had de godsdienstoefening plaats in eene schuur, doch in het jaar 1633 werd er eene kerk gesticht, die echter nu niet meer tot dat gebruik dient, maar vroeger ten deele tot eene waag en ten deele tot eene openbare Nederduitsche school is ingerigt, thans echter geheel voor de vier scholen dient; wordende de waag thans gehouden in een expresselijk daartoe ingerigt gebouw, aan den westkant van de Koemarkt, naast het plein van het Grietenijhuis. Dewijl er in het kort geschillen ontstonden over den eigendom van den grond dier kerk, tusschen de grietenijen van Schoterland en Ængwirden, zoo werd, in het jaar 1637, de toenmalige Grietman van Schoterland, Amelius Oenema, te rade, om binnen zijne grietenij eene nieuwe kerk te bouwen, op den grond, welke hem, te dien einde, door de Ridderlijke orde ter Balie van Utrecht geschonken was. Deze kerk is een aanzienlijk kruisgebouw, uit welks midden, boven het dak, een fraaije en doorluchtige doch niet hooge toren oprijst, voorzien met twee klokken. Het uurwerk is geplaatst in een kamertje ten Zuidwesten tegen de kerk. Zij heeft twee ingangen en een fraai orgel, in het jaar 1790, daaraan gelegateerd door Vrouwe Martha Kinnema van Scheltinga, weduwe van Menno Coehoorn van Scheltinga, in leven Grietman van Schoterland. Nog ziet men hier de grafzerk van den Heer Martinus van Scheltinga, in leven mede Grietman van Schoterland.

De Doopsgez., die hier ruim 300 in getal zijn, maken eene gem. uit, welke tot de Derde klass. van Friesland behoord heeft. Wie de eerste leeraar bij deze gem. geweest is, kan, door het verlies der vroegste aanteekeningen, niet met zekerheid gezegd worden. Omstreeks het midden der zeventiende eeuw bestond er reeds eene gemeente, die vergaderde in eene kerk op den hoek van de Vermaningsteeg, in het Achterom, welk gebouw thans tot woon- en pakhuis gebezigt wordt. later ontstond er eene tweede gemeente, welke in eene kleine vergaderplaats, in de Kakelsteeg, bijeen kwam, waar de tegenwoordige kerk, gebouwd in 1762, staat. Dit kerkgebouw is zeer eenvoudig, met eene gaanderij, en kan 300 menschen bevatten. In 1840 is het met een ruim portaal versierd, waarboven een nieuw orgel is geplaatst, dat op den 5 Julij werd ingewijd. Binnen kort zal deze kerk inwendig eene belangrijke verandering ondergaan en eene nieuwe kerkekamer daarneven gebouwd worden. Deze kerk heeft geen toren.

De R. K., die hier 590 in getal zijn, onder welke 470 Communikanten, maken eene stat. uit, welke tot het dek. van Friesland behoort, en door eenen pastoor bediend wordt. De kerk, staande naast het grietenijhuis van Schoterland, is, in het jaar 1841, ter vervanging van eene, vroeger buiten het vlek, ten Oosten in het Meer, gestaan hebbende, gebouwd, en aan den H. Geest toegewijd. Zij heeft uiterlijk niets bijzonder fraais, en is van toren en klok voorzien. Van binnen is het gebouw zeer net, doch nog onvoorzien van altaarstuk en ornementen. Het orgel is klein en slecht.

Te Heerenveen zijn vier scholen, te weten: 1 eerste Hollandsche school, 1 Tweede Hollandsche of Armenschool; 1 zoogenaamde Kleine school voor jonge kinderen, en 1 Fransche school, waar tevens de Hoogduitsche en Engelsche talen geleerd worden. het gemiddeld getal leerlingen is: voor de eerste Hollandsche school 160, voor de tweede Hollandsche school 150, voor de Kleine school 50, en voor de Fransche school 30. ook bestaat er een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, hetwelk den 27 October 1795 is opgerigt, en bijna 80 leden telt.

Heerenveen is de geboorteplaats van den Godgeleerde Ane Drijfhout, geb. 28 November 1742, † den 10 Mei 1827, als Emeritus Predikant van Middelburg, waar hij tot in 1822 de dienst had waargenomen.

In den jaren 1622, heeft Heerenveen eenen aanval uitgestaan, van acht honderd Spaansche voetknechten, versterkt met zeventig ruiters, welke langs hier in het hart van Friesland meenden door te dringen, en daarom met veel geweld op de redoute aanvielen, die op den weg naar Oudeschoot gelegen, en met allen mogelijken spoed eenigzins versterkt was; doch zij werden tot drie malen toe afgeslagen en op de vlugt gedreven.

In het noodlottige jaar 1672 werd Heerenveen, naar de tijdsomstandigheden, versterkt men eenen aarden wal, bedekten weg, en dubbele grachten, benevens eene bezetting, bestaande zoo uit Burgerkompagniën, getrokken uit Leeuwarden en Franeker, als uit geregelde benden, allen onder het bevel van den ouden Graaf Joan Maurits van Nassau, den erfstadhouder Hendrik Casimir, den dapperen Generaal Rabenhaupt, en Hans Willem van Aylva. De Munsterschen vielen in den nacht tusschen 18 en 19 Augustus van dat jaar, met de grootste hevigheid, tot drie reizen op deze plaats aan, doch werden telkens afgeslagen en daardoor belet, verder in Friesland in te dringen.

In den nacht van 4 Februarij 1825, hadden de inwoners van Heerenveen zich onbekommerd ter rust begeven, doch omstreeks middernacht werden zij plotseling gewekt, en ontdekten al spoedig, terwijl het water van den Zuid- en Zuidwestkant komende, al hooger en hooger steeg, dat deze onverwachte verschijning aan eene doorbraak moest worden toegeschreven. Zoodra de Heerenwal overstroomd werd, drong de vloed ook dadelijk tot Heerenveen door, spoelde over de Dragt heen, en steeg spoedig van zes tot negen palmen in de huizen. Deze straat, het hoogste gedeelte van het vlek, met den Schoter rijweg vereenigd, alsmede de sluis en Compagnonsafvaart keerden den stroom wel eenen geruimen tijd, doch hij stortte daarna met te meerder geweld op het Oostelijke gedeelte in, zoodat eindelijk alles door den toevloed van water van den kant van Overijssel en van Lemsterland ondervloeide.

HEREMA, Heerema of Heerma, buit., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 3/4 u. Z. O. van Heerenveen, 1/4 u. N. van Oudeschoot, waartoe het behoort, alleraangenaamst aan den straatweg gelegen.

Het is vóór korte jaren nieuw gesticht; beslaat eene oppervlakte van 5 bund. 66 v. r. 50 v. ell., en wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door den Heer Mr. Epke Rood van Bienema, wiens vader, Fokke Bienema, de stichter der huizinge was. Aan dit buiten zijn geene geschiedkundige herinneringen verbonden. Het is ook niet gelegen op eene plaats, waar eene state gestaan heeft. De naamsoorsprong komt daaruit voort, dat wijlen den Heer Fokke Bienema gehuwd was met Juffrouw de Swart uit Franeker, van de familie der Glinstra's, waaraan vroeger eigen was de state Groot-Herema te Sweins. Toen die state afgebroken werd, achtte men den naam van Herema te moeten overbrengen op het nieuw gestichte buiten te Oudeschoot, om alzoo dien naam althans in de familie aan te houden.

HOOGHOUT, voorm. hooge brug, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, 1/2 u. O. N. O. van Westergaast.

HORNE (NIJE-), d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Schoterland. Zie Nije-Horne.

HORNE (OUDE-), d., prov. Friesland, kw. Westergoo, griet. Schoterland. Zie Oude-Horne.

HORNSTERZWAAG of Hoornsterzwaag, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 4 u. O. van Heerenveen. men telt er 95 h. en 400 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, veenderij of het turfmaken.

In het Noorden van dit d. heeft men hooge veenen en in het Zuiden, naar de Kuinder of Tjonger, meest lage hooilanden.

De inw., die er allen Herv. zijn, behooren tot de gem. Hornsterzwaag-Jubbega-en-Schurega.

De dorpschool wordt door een gemiddeld getal van 60 leerlingen bezocht.

HORNSTERZWAAG-JUBBEGA-EN-SCHUREGA, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen.

Men heeft er twee kerken, als : ééne te Hornsterzwaag, en ééne te Schurega, en telt er 1700 zielen, onder welke 200 Ledematen.

Hornsterzwaag-Jubbega-en-Schurega en Oude-en-Nijhorne, zijn tot in het jaar 1829 door éénen Predikant bediend. De eerste was Hermanus Kolde, doch slechts ter leen; Johannes Voskuil was de eerste vaste Predikant, die in 1597 naar Epe, in Gelderland vertrok. na de afzetting van Ds. Gerardus Schlecht, in 1829, zijn Oude-en-Nijehorne hier afgenomen, en bekwam Hornsterzwaag-Jubbega-en-Schurega, in 1832, tot Predikant Othmar ten Cate, die er nog is.

HORSE of Horsse, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 2 u. Z. W. van Heerenveen, 1/4 u. van Delfstrahuizen, waartoe zij behoort.

JAGTLUST, buit., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr. en 3/4 u. Z. ten O. van Heerenveen, kant. en 10 min. ten W. van Oudeschoot, waartoe het behoort. - Deze buit. wordt thans in eigendom bezeten en bewoond door den Heer Jan Wouters.

JANSGA (ST.) of St. Johannesga, oudtijds ook Johanniswald, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr. en 1 u. W. Z. W. van Heerenveen, kant. en 1 1/2 u. W. N. W. van Oudeschoot, zeer vermakelijk in het geboomte gelegen, aan den rijweg van Rottum, welke in het Zuiden hier langs loopt naar Rotsterhaule, Rohel en Doniawarstal.

Dit d. beslaat, met de daartoe behoorende landerijen, eene oppervlakte van 5699 bund. 27 v. r. 49 v. ell., waaronder 4683 bund. 77 v. r. 53 v. ell. belastbaar land. Men telt er 298 h., bewoond door 1500 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ook heeft men er twee scheepstimmerwerven. Ten N. van het dorp liggen lage veenlanden en ten Zuiden miedlanden.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem St.-Jansga-en-Delfstrahuizen, die in dit d. eene kerk heeft, welke vóór de Hervorming aan den H. Johannes den Dooper was toegewijd. Deze kerk, geheel in vrval zijnde, is, in het jaar 1770, door de liefdegaven der gemeente, bijna geheel vernieuwd en verfraaid, zoodat het thans een steenen gebouw is, met eenen toren, doch zonder spits.

De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Joure gerekend. - men heeft er eene dorpschool.

Bijzonder akelig was de toestand van dit d. bij den watervloed van Februarij 1825, hebbende het water aldaar in den avond van den vierden dier maand de vercshrikkelijke hoogte van ruim 2 ell. boven de midelmatige oppervlakte der landen bereikt. Men rekent, dat er 30 woningen geheel weggespoeld en wel 50 of meer zeer beschadigd waren, dat zij niet dan met groote kosten hersteld konden worden, en bijna trof men er geen huis aan, hetwelk niet meer of min van den stroom geleden had. In dezen stand van zaken moesten vele, ja bijkans alle menschen hunne woningen verlaten, en met achterlating van hunne goederen, alleen op het behoud van hun leven bedacht zijn. Vele inwoners vlugtten in de kerk, en omstreeks honderd menschen bragten in een schip eenige dagen door. Onder deze te zamen geschoolde menigte bevond zich zelfs eene vrouw, die den 3 Februarij bevallen was. Een twintig- of vijf en twintigtal had de wijk naar de Joure genomen en werd aldaar herbergzaam ontvangen.

JANSGA-EN-DELFSTRAHUIZEN (ST.), kerk. gem., prov. Friesland, klass. van Heerenveen. Men telt er 2200 zielen, onder welken 310 Ledematen, en heeft er twee kerken, ééne te St.-Jansga en ééne te Delfstrahuizen. De eerste, die alhier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Theodorus Johannes de Bever, die voor het jaar 1619 herwaarts kwam, en in het jaar 1625 naar Noordwoude, in Groningerland vertrok.

JOBBEGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Jubbega.

JOHANNESWALD, oud Friesche naam van het d. St. Jansga, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Jansga (St.).

JOHANNISGA (ST.), d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Jansga (St.).

JUBBEGA, oudtijds Jobbega of Jobbema, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 3 1/2 u. O. van Heerenveen. Men telt er 800 inw., die meest hun bestaan vinden in veeteelt en melkerij. De huizen in het Noorden langs den binnenweg zijn in het geboomte gelegen.

Dit d. had vroeger, met Schurega, eene gemeenschappelijke kerk, welke in het veld, bijna op de scheiding tusschen de twee plaatsen, stond. Deze kerk is sedert het midden der vorige eeuw niet meer in wezen, en daarvan alleen het kerkhof overgebleven.

De Herv.., die hier wonen, behooren thans tot de gem. Hornsterzwaag-Jubbega-en-Schurega.

De R. K., die men er aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend.

KLEMBURG, buit., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 u. Z. O. van Heerenveen, in het Oranje-woude, onder Brongerga, waartoe het behoort.

Dit buit., wordt thans in eigendom bezeten door Mevrouw de weduwe B. Adema.

MEER (HET), b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en in het vl. Heerenveen, waarvan het het oostelijke gedeelte uitmaakt.

Vroeger heeft hier de R. K. kerk van het Heerenveen gestaan, welke in het jaar 1841 door eene andere, meer westwaarts geplaatst, vervangen is.

MILDAM, b., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 1/4 u. Z. O. van Heerenveen, 1/2 u. Z. O. ten Z. van Brongerga, waartoe het behoort.

Deze buurt, die in grootte vele dorpen overtreft, is gelegen aan de Kuinder, en bezit eene kerk en een korenmolen.

NIJBRONGERGA, d. prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Knype (De).

NIJEGA, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland. Zie Rohel.

NIJEHORNE, Nyehorne of Nieuwehorne, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 2 1/2 u. O. Z. O. van Heerenveen.

Het is een vermakelijk dorp in het geboomte, aan den binnen- en buitenweg, die hier, in het Westen dezes dorps, zeer na aan elkander komen, doch zich daar even voor de scheiding, tusschen dit dorp en Katlijk, van elkander verwijderen. men telt er 250 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. van Olde-en-Nijhorne, welke hier eene kerk heeft, met eenen toren, doch zonder orgel.

De Doopsgez., die men er aantreft, worden tot de gem. van Heerenveen gerekend. - De R. K., die men er vindt, behooren tot de stat. van Heerenveen.

OENEMA, state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, arr., kant. en gem. Heerenveen, aan het Haringspad.

Deze state dient thans tot grietenijhuis van Schoterland. Zie voorts het art. Heerenveen, D.V., blz. 295.

OUDEGA of Uiterdijke, voorm. d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, in de Schoter-Uiterdijken, 1/2 u. Z. van Delfstrahuizen.

Dit dorp werd in het jaar 1515, door Floris van Egmond, Stadhouder van Friesland, van wege Prins Karel, afgebrand en nooit weder opgebouwd, zoodat er niets dan de geheugenis van over is.

OUDE-EN-NIJE-HORNE, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen, met twee kerken, ééne te Oudehorne en ééne te Nijehorne. Men telt er 560 zielen, onder welke 100 Ledematen. Deze gem. was tot in 1832 kerkelijk met Hoornsterzwaag vereenigd, doch in dat jaar daarvan afgescheiden zijnde, bekwam zij, in 1833, eenen eigen Predikant in Hendrik de Let, die in het jaar 1843 naar Tjallebert vertrok.

OUDEHORNE of Oldehorne, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr. en 3 u. O. van Heerenveen, aan den rijweg, welke van het Oranjewoude verder oostwaarts, door minder vruchtbare streken, naar Stellingwerf-Westeinde loopt, waar men ook de kerk heeft; doch het strekt zich tevens uit men eene buurt, Zevener genoemd, tot aan den buitenweg, daar men de voornaamste beplantingen vindt, gelijk voorheen het huis van den Heer Zevenaar, aan de Wijk, die uit de Knijpe naar de Kuinder gegraven en naar zijnen naam genoemd is, zijnde daarin, tot ophouding van het water, vier verlaten gelegd. - De inw. vinden meest in de veeteelt hun bestaan.

De Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Oude-en-Nijehorne, welke hier eene kerk heeft, met eenen toren, doch zonder orgel. - De Doopsgez., die er zijn, behooren tot de gem. van Heerenveen. - De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend.

In den aanvang van den Nederlandschen oorlog met Spanje werd het beschanst, om de Zevenwouden te beter te beveiligen. Den 24 Januarij 1582 kwam de Spaansche Bevelhebber Verdugo, met zes vaandels soldaten van Nieuwpoort, voor deze schans, doch werd zoo moedig ontvangen, dat hij terugwijken en de plaats verlaten moest.

OUDESCHOOT of Oldeschoot, d., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 u. Z. van Heerenveen, aan den straatweg van Heerenveen naar Wolvega, zeer aangenaam in het geboomte gelegen.

De inw. vinden meest in den landbouw hun bestaan. Men heeft er eenen zeer goeden zandgrond.

De Herv., die er wonen, behooren tot de gem. Oudeschoot-Nyeschoot-Mildam-Rottum-en-Katlijk, welke in dit d. eene kerk heeft, zijnde een net langwerpig vierkant gebouw, met een spits torentje, doch zonder orgel. - De Doopsgez., die men er aantreft, behooren tot de gem. van Heerenveen. - De R. K., die er zijn, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend.

Vroeger had men hier, ten N. O., in de nabijheid en onder dit dorp, het vorstelijk lustslot Oranjewoud (zie dat woord), en ten Z. W. van Oudeschoot, de Schoterschans.

Weleer stond hier een klooster van de Duitsche orde, gesticht in 1299, ten behoeve van adellijke juffers, wlke de gemelde orde hadden aangenomen. later werd het eene verblijfplaats van Priesters en dienstdoende broeders.

Dit d. is de wieg geweest van de familie van Schotanus à Steringa, uit welke zeer veel geleerde mannen zijn gesproten, onder anderen: Henricus, die, in het laatst der zestiende eeuw, Hoogleeraar in de regten te Douay was, van waar hij, door den Koning van Frankrijk, naar Bourges werd beroepen, in plaats van wijlen den wijdvermaarden Cujacius; doch hij verkoos het hoogleeraarschap in de Regten aan te nemen bij de toen gestichte Hoogeschool te Franeker, waar hij in 1605 is gestorven. Meinardus is Hoogleeraar in de Godgeleerdheid en Bibliothekaris te Franeker geweest, en werd van daar, in die hoedanigheid, beroepen naar Utrecht. Bernardus was eerst Hoogleeraar in de Regten te Franeker, en daarna Hoogleeraar in de Regten en Wuiskunde te Utrecht, zijnde hij ook tevens rector Magnificus Perpetuus geweest; van daar werd hij als Hoogleeraar in de Regten naar Leyden beroepen. Christianus was de te Franeker eerst Hoogleeraar inde Grieksche taal, daarna in de Kerkelijke Historie, en laatst in de Godgeleerdheid. En eindelijk, om van geene anderen te spreken, is Petrus Pierius Schotanus à Smenga, aan die van Steringa in den bloede bestaande, te Leuven Hoogleeraar geweest in de Grieksche en Hebreeuwsche talen, alwaar hij ook, op een vast jaargeld van den Koning, lessen in de geneeskunde heeft gegeven, zijnde hij daarenboven met onderscheidene waardigheden aan de hoogeschool te Leuven, en met die van Raad van den Aartshertog Albertus van Oostenrijk bekleed geweest.

Er wordt te Oudeschoot jaarlijks eene paardenmarkt gehouden.

OUDESCHOOT-NIJESCHOOT-MILDAM-ROTTUM-EN-KATLIJK, kerk. gem., prov. Friesland, klass. en ring van Heerenveen.

Men heeft er drie kerken, als: ééne te Oudeschoot, ééne te Nijeschoot en ééne te Mildam, en telt er 1570 zielen, onder welke 380 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Tebbitsman, die in 1602 herwaarts kwam, en in 1620 naar oosterzee werd beroepen. Onder de in deze gem. gestaan hebbende Predikanten verdient melding Martinus Rummerink, een der oprigters van het Genootschap ter verdediging der voornaamste waarheden van de Christelijke godsdienst, inzonderheid tegen derzelven hedendaagcshen bestrijders, die er van 1764 tot in 1765 stond.

ROHEL, eigenlijk Roode-Hel of Nijega, voorm. d., thans geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 2 u. Z. W. van Heerenveen, aan het Tjeuke-meer, dat van tijd tot tijd een groot gedeelte der veenige landen, hier onder behoorende, heeft ingezwolgen.

Langs dit geh., alwaar voor dezen ten minste tweemaal zoo veel huizen plegen te staan, gaat de gewone rijweg uit deze kwartieren naar de Lemmer.

De Herv., die er zijn, behooren tot de gem. St. Jansga-en-Delfstrahuizen. De kerk, welke hier vroeger stond, is geheel verdwenen. - De R. K., welke men er aantreft, worden tot de stat. van Heerenveen gerekend. - De Doopsgez., die men er vindt, behooren tot de gem. Joure.

SCHELTINGA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en in het vlek Heerenveen.

SCHOTERBRUG, geh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 1/4 u. Z. O. van Heerenveen, 10 min. Z. van Oudeschoot, waartoe het behoort.

Dit geh. ontleent zijnen naam van eene brug in den straatweg, welke aldaar over de Kuinder ligt. Daarbij lag vroeger de Schoterschans. Zie dat woord.

SCHOTERSCHANS, voorm. schans, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, 1/4 u. Z. van Oudeschoot, nabij de Schoterbrug, nevens den straatweg en aan de Kuinder. - Er zijn thans nog eenige sporen van over.

SCHOTER-UITERDIJKEN, streek lands, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, tot het dorp Delfstrahuizen behoorende.

Het is eene smalle strook lands, die zich langs de Kuinder zuidwestwaarts, tusschen die rivier en den Echterdijk, tot aan de Oude Schoterzijl, tusschen Lemsterland en Stellingwerf-Westeinde, uitstrekt. Weleer lag hier het voorm. d. Oudega. Zie dat woord.

SCHOTERWERF, oude naam van de griet. Schoterland, prov. Friesland, kw. Zevenwouden. Zie Schoterland.

SCHOTERWOUD, algemeene naam der bosschen van Schoterland, prov. Friesland, bij Oranjewoud.

SCHOTERZIJL (DE), doorgaans de Oude-Schoterzijl genoemd, sluis, prov. Friesland, op de grenzen van de grietenijen Schoterland en Zevenwouden in den Kuinderdijk, 1 u. W. van Spanga. Een groot gedeelte der Zevenwouden wordt daardoor van zijn overtollig water ontlast. Dit kan ook zeer gemakkelijk geschieden, dewijl de Kuinder van daar naar Slijkenburg stroomt, zich aldaar met de Linde vereenigt, en vervolgens bij het vlek Kuinre in zee valt. deze zijl wordt nu op kosten van het Rijk onderhouden. het peilmerk ligt3,333 ell. boven A. P.

In de nabijheid van deze sluis viel in het jaar 1398 een hevig gevecht tusschen de Friezen en Hollanders voor, in hetwelk de eerstgenoemde de nederlaag bekwamen, en waarbij, onder anderen Juw Juwinga, de elfde Postestaat van Friesland, sneuvelde.

Ten westen van deze zijl is in den jare 1703 een stuk of hoek lands buiten gedijkt, hetwelk tegenwoordig verlaten land is zijnde een gedeelte van het zoogenaamd Oosterzeesch veld, hetgeen ten Zuidoosten door de Worst, de scheiding tusschen Friesland en Overijssel, bepaald wordt

SICKINGA of Sickinge, voorm. state, prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en bij Heerenveen, waartoe zij behoorde.

VEENZIGT, landh., prov. Friesland, kw. Zevenwouden, griet. Schoterland, arr., kant. en 1 u. Z. Z. O. van Heerenveen, bij Oudeschoot.