Toen ik begon met schilderen werd ik gefascineerd door de regenboog. Bijna magisch daarin vond ik de zinderende overgang van de ene kleur in de andere. In die overgangen gebeurde iets dat me boeide en dat ik al schilderend probeerde te grijpen.
Het is een onderwerp dat steeds terug blijft komen.
In die tijd was mijn kleurgebruik nogal uitbundig. Maar tijdens die zoektocht versoberde mijn palet haast vanzelf. Ik merkte dat dat noodzakelijk was om de kleurmagie in mijn vingers te krijgen.
Die versobering ging ook gelden voor de naamgeving van mijn schilderijen. Een groot psycholoog heeft eens opgemerkt dat het niet onder woorden kunnen brengen van het creatief proces nu juist de sleutel is tot de mystiek ervan. Dus, wie ben ik om dat wat mij bij mijn schilderen beweegt in een naam te vangen? Bovendien blokkeer je met zo’n naam misschien wel de beleving die het schilderij oproept bij de bekijker ervan, want iedere subjectieve beleving is anders.
Ik houd erg van het werk van Mark Rothko, Barnett Newman en Piet Mondriaan. Ik houd van geometrische figuren. Ik houd van het licht dat dag en nacht over de zee speelt. Ik houd van stoffen en hun mogelijkheden, speel er mee en “borduur” ze als lint soms in mijn schilderijen.
De prijzen van mijn producten probeer ik redelijk te houden. Ik vind dat het voor iedereen mogelijk moet zijn ‘iets echts’ in huis te halen, dus ben ik ook creatief in meedenken als mensen met een krappe beurs werk van mij willen hebben.