17 december 2002 – 2 januari 2003
Verslag van de fiets-hotelvakantie Ecuador van Cycletours.
Ecuador is een ontwikkelingsland in Zuid-Amerika, gelegen op de evenaar (equator). Het land kent grote hoogteverschillen doordat aan de westkust de zee grenst en in het midden het Andes gebergte ligt. Ten westen van het Andes gebergte begint de jungle.
Met de lijndienst van KLM vertrekken we ’s avonds om 23:25 naar Ecuador. Het vliegtuig vertrekt later dan gepland en zit helemaal vol. Daardoor kan helaas niet iedereen naast elkaar zitten die naast elkaar wil zitten. Ik heb een stoel gekregen in het midden van de MD-11, tussen twee Ecuadorianen in. Harriët en Margriet (zie ook de fietsvakantie Zweden 2000) hebben een window seat achter in het vliegtuig weten te bemachtigen en hebben een gezellige Ecuadoriaanse buurvrouw.
Bij de tussenstop op Bonaire blijkt het zeer warm met een hoog vochtigheidsgehalte. De temperatuur is heerlijk vergeleken bij het koude Nederland waaruit we zijn vertrokken. Na opnieuw een tussenstop in Guayaquil (Ecuador) landen we in de hoofdstad Quito om 9:15 (lokale tijd). De vlucht heeft daarmee bijna 16 uur geduurd. Bij de douane leveren we onze formulieren in en krijgen we een keurig visa in ons paspoort. Nadat we onze bagage hebben verzameld worden we opgewacht door onze gids Marco. De groep bestaat uit 13 personen: Casper & Ans, Ronnie & Francien, Truus, An, Alex, Harald, Wim, Marcel, Harriët, Margriet en ik.
Met een bus rijden we naar Jan, de eigenaar van Biking Dutchman die de fietsvakantie lokaal organiseert. Als welkom heeft An, de vrouw van Jan, diverse Ecuadoriaanse lekkernijen gemaakt. Daarna zoekt iedereen een mountainbike uit die we de rest van de vakantie gaan gebruiken.
Met de bus gaan we naar het hotel waar gelijk de kamerindeling duidelijk wordt. Alex en ik delen samen een kamer. Nadat we zijn ingechecked gaan we met de bus de stad in, waar we een rondleiding krijgen van een gids. Quito is de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld (2850 meter boven zeeniveau) en ligt in een vallei tussen verschillende vulkanen en bergen die met helder weer goed te zien zijn. We rijden door het nieuwe en oude deel van de stad. Het oude koloniale stadscentrum is door Unesco uitgeroepen tot cultureel werelderfgoed en mag daarom niet meer worden gewijzigd. Door de moeheid is de aandacht van ons niet helemaal aanwezig, maar de gids doet erg haar best. Aan het einde van de rondleiding begint het te regenen, maar de temperatuur is nog steeds prima. Als we rennen naar de bus, wordt duidelijk dat de lucht een stuk ijler is dan in Nederland.
Nadat we terugkomen in het hotel gaat iedereen een beetje z’n eigen weg; de een gaat slapen, de ander eten, etc. Met een groepje ga ik wat eten bij het Mexicaanse restaurant Colombus. Met wat handen en voeten weten we de Spaanse menukaart te vertalen en daarna eten we prima. We gaan allemaal op tijd naar bed.
Mijn biologische klok is nog een beetje in de war van het tijdsverschil (6 uur vroeger dan in Nederland), waardoor ik vroeg wakker ben. Bij het ontbijt (simpel maar lekker) hoor ik dat meerdere mensen daar last van hebben. Na het ontbijt komt Marco ons ophalen met Cesar en Marcello, twee Ecuadorianen die de Toyota Landcruisers besturen. De bagage en fietsen gaan op het dak van de auto’s en dan vertrekken we uit Quito. We gaan vandaag rustig beginnen, zodat iedereen kan wennen aan de ijle lucht. De jeeps brengen ons buiten de stad en dan beginnen we met het fietsen downhill. De weg is niet vergelijkbaar met de Nederlandse wegen; asfalt is niet gebruikelijk. De wegen bestaan met name uit zand met stenen. Nu begrijpen we de mountainbike met vering in de voorvork een stuk beter.
Bij een wasplaats (kleding) van de lokale bevolking, gaan we lunchen. De lunch is gemaakt door de vrouw van Jan en smaakt ons erg goed (tonijnsalade en ginger thee). Iedereen heeft anti muggen/insecten lotion keurig in de tas gestopt die op het dak van de auto ligt, en niet in de handbagage zit. De lokale steekvliegjes weten dus wel raad met ons. Binnen no-time zit ik dan ook onder de vliegjes die mij lek prikken, en waar ik de rest van de vakantie nog veel plezier aan beleef (not). Na de lunch fietsen we verder en gaan we over van de weg naar een pad langs de spoorlijn. Het spoor in Ecuador wordt al jaren niet meer gebruikt (met uitzondering van één toeristenlijntje in het zuiden) en daarom kunnen we langs het spoor fietsen. Het pad is circa 30 centimeter breed (soms smaller) met kuilen en gaten. Een goede uitdaging om geconcentreerd te fietsen, maar wel leuk. In Cotacachi bezoeken we een paar leerwinkels, dat bekend staat om zijn lederwaren. Casper laat ons gelijk zien dat hij weet hoe hij moet afdingen en Ans is blij met haar nieuwe tas. De fietsen worden dan weer op de auto’s gezet en we rijden naar het kratermeer Cuichocha. Nadat we daar hebben rondgekeken, gaan de fietsen weer van het dak van de auto. We fietsen downhill weer naar Cuichocha en mogen dan een stuk doorfietsen. Omdat de weg dan ook omhoog loopt, worden we gelijk weer geconfronteerd met de ijle lucht. De eerste lekke band is een feit en staat op naam van Margriet in de afdaling van Cuichocha.
De fietsen gaan vervolgens weer op de auto en we rijden naar Otavalo. Het hotel is knus een heeft een leuke binnenplaats. Voor het gemak eten we ’s avonds in het restaurant van het hotel.
Omdat we een druk programma hebben, ontbijten we om 7:30. We beginnen met een bezoek aan de lokale markt van Otavalo, een toeristische trekpleister. Op de markt wordt vooral veel kleding, kleding, kunst, etc. verkocht. Het geheel is zeer kleurrijk en leuk om te zien. Casper en Ans slaan hun slag in een atelier en kopen een aantal schilderijen, waarbij ze gelijk een afspraak weten te maken met de schilder. Als we de toeristische markt gezien hebben, bezoeken Margriet en ik de lokale markt met vlees, groente en fruit. Het is wel heel duidelijk dat de hygiëne standaarden op een lager niveau liggen dan in Nederland. Het is wel leuk om te zien hoe het er hectisch aan toe gaat. Voor specialiteiten als kippenhoofden en cavia kan je ook op deze markt terecht.
Met de auto’s gaan we op weg naar het San Pablo-meer over een grove kiezel weg. Omdat de weg omhoog loopt wordt de vierwielaandrijving aangezet. Ongeveer 3 kilometer onder de top mogen we het zelf proberen op de fiets. Door de grote kiezels is het moeilijk fietsen en daar komt de ijle lucht nog bij. We zijn blij als we boven zijn en circa 30 km mogen afdalen. Aangezien het afdalen over dezelfde weg gebeurt, fietsen we voorzichtig. Als het dan ook nog begint te miezeren is het feest compleet. Doordat heel geconcentreerd wordt gefietst, is het helaas niet goed mogelijk om de mooie omgeving te bekijken. Op de momenten dat we stilstaan om even uit te rusten van het gehobbel, genieten we van de omgeving..
Harriët, Margriet en ik besluiten even te schuilen voor de regen onder een afdak. Dan blijkt dat we eigenlijk in huis staan bij iemand. We blijven vriendelijk lachen en vertrekken even later weer. We lunchen in een lokaal restaurant en gaan daarna weer verder. Tijdens het fietsen krijgen we grote belangstelling van de lokale bevolking en de lokale honden. De bevolking staat naar ons te kijken alsof we gek zijn en de honden blaffen en rennen achter ons aan. Gelukkig heeft Biking Dutchman ervaring op dit gebied en zijn speciale ‘hondenzwepen’ op de fiets gemonteerd om de honden weg te jagen.
De kiezelweg ruilen we weer in voor het pad langs de spoorweg, die deze keer smaller en moeilijker begaanbaar is dan gisteren, mede door de regen. Op een aantal punten is het niet mogelijk om het pad te volgen en moeten we gebruik maken van het spoor zelf. Harald en Marcel verkiezen zelfs liever het spoor dan het pad of de rivierbedding naast het spoor. De koeien en schapen die over en naast het spoor lopen behoren bij de gratis hindernissen die we deze middag tegenkomen. Uiteindelijk komen we weer bij de jeeps en gaan we met de auto terug naar het hotel. Met een aantal mensen uit de groep gaan we wat eten in een Amerikaanse pizzeria.
Deze ochtend ontbijten we om 7:15 (het ontbijt wordt al vroeger), omdat we weer een druk programma hebben. We beginnen met een bezoek aan de dierenmarkt in Otavalo, waar levende kippen, varkens, koeien, etc. worden verhandeld door de lokale bevolking. De markt is niet zo heel groot, maar wel indrukwekkend. De mensen van de dierenbescherming zouden hier jankend weglopen. Nadat we de markt bezocht hebben, volgt een transfer met de auto’s. Harriët en ik zitten daarbij op het dak te genieten van het uitzicht. Nadat de fietsen van het dak zijn gehaald kunnen we beginnen. We fietsen vandaag over de Pan American highway, die van noord naar zuid loopt en goed geasfalteerd is. Het is dan ook een feest om te fietsen. Natuurlijk is het wel wat drukker met verkeer, maar het uitzicht is mooi en in het begin is het voornamelijk afdalen. Dan wordt de weg meer glooiend, met af en toe een pittige klim. Dit is wel oké. We verbazen ons over de grote hoeveelheid bedelende kinderen langs de weg. ’s Avonds horen we van Marco dat dit voornamelijk komt door de kerstvakantie en het feit dat er kerstsnoep wordt uitgedeeld aan de kinderen. Op een gegeven moment komen we bij de evenaar, die gemarkeerd is met een wereldbol. De fototoestellen worden in aanslag gebracht en volop gebruikt. Zoals overal ziet de lokale bevolking genoeg mogelijkheden om souvenirs te verkopen, maar het meeste is meer van hetzelfde. We gaan verder met klimmen en komen bij een mooi uitzichtpunt op 3500 meter hoogte. Een deel van de groep laat wat langer op zicht wachten door de klim die moet worden gemaakt, maar iedereen komt uiteindelijk boven. Een paar kilometer verder lunchen we, helaas op een iets minder mooie plaats dan het uitzichtpunt. De uitjes in de tonijnsalade breken mij op in de klimmetjes en afdalingen die daarna volgen. In een toffe afdaling staat de jeep ons op te wachten. Door gebrek aan tijd moeten de fietsen weer op de auto en kunnen we niet verder afdalen. We klimmen een stuk met de auto’s en de die-hards mogen dan nog een stuk klimmen met de fiets. Alex, Harald, Ronnie, Marcel, Wim en ik besluiten een poging te wagen. Het is 8 kilometer klimmen om van 3900 meter hoogte naar 4200 meter boven de zeespiegel te komen. De ijle lucht speelt ons grote parten en de pure diesel en benzine die langsrijdende (vracht)auto’s uitstoten helpt ook niet echt. Zo’n 200 meter onder de top rusten Marcel en ik uit op het steilste stuk van de route, niet wetende dat om de bocht het einde al is. Na de top is er een flinke afdaling van 15 km waarbij we circa 60-80 km/h rijden en auto’s inhalen. Zonder aankondiging eindigt het asfalt en gaat over in zand/kiezel. Vlak voor het hotel is er nog even een klim van 20%, die voor bijna iedereen te veel is. Als bonus heb ik dan een lekke achterband en de laatste kilometer mag ik met de auto. Het luxe hotel bestaat uit allemaal verschillende huisjes, waar 6 personen in kunnen slapen. Tussen de huisjes zijn warmwaterbronnen aanwezig, waar door iedereen gebruik van wordt gemaakt. We dineren in het restaurant van het hotel.
Omdat het restaurant nog niet open is om 7:00, ontbijten we buiten. Marco, Marcello en Cesar hebben het ontbijt voorbereid. Door de hoogte (3200 meter) heeft iedereen onrustig geslapen; het lichaam is nog niet goed genoeg ingesteld op de ijle lucht en komt zuurstof tekort. Door de intense straling op de hoogte zijn tevens de eerste mensen uit de groep verbrand. Het is koud en we staan te kleumen, maar genieten wel van een schitterend uitzicht op een met sneeuw bedekte vulkaan. We beginnen vervolgens met fietsen, terwijl het warmer wordt. De 30 kilometer lange afdaling is schitterend. Het grootste deel van de afdaling is geasfalteerd en op een aantal plaatsen worden voorbereidingen getroffen om te asfalteren. Het is vandaag de ‘hondendag’ en de hondenzwepen worden fanatiek gebruikt om de honden weg te jagen. Bij een politiepost stelt de politie zich formeel op en wil de politie graag een lijst met namen, paspoortnummers, geboortedata, etc. Het duurt een half uur voordat alle formaliteiten zijn afgehandeld en we verder kunnen. Na een stukje klimmen gaan we lunchen in Gina, waar een goed forel restaurant zit. Daarna fietsen we nog een stukje verder voordat we een transfer met de jeeps krijgen. Harriët en ik zitten daarbij weer op het dak. Ongeveer 4 km onder de top mogen we zelf weer verder fietsen over kiezelwegdek. Als we boven zijn zien we de jungle beneden in de mist liggen. Het is de bedoeling dat we circa 40 km over slecht wegdek gaan afdalen naar de jungle. Helaas blijkt het niet alleen dalen te zijn en moeten we af en toe ook pittig klimmen. Tevens is de weg langer dan verwacht. Als bij een tankstation de jeep staat, blijkt het nog niet het eindpunt te zijn. Bij het volgende tankstation (4 km) wordt alle bagage overgeladen op een pickup truck, omdat de jeep vanwege de hangbrug niet bij het hotel kan komen. We moeten dan nog 4 km verder over een zeer slechte kiezelweg. Inmiddels is het schemerig en mijn achterband gaat weer lek. De laatste 3 km moet ik lopen terwijl het zeer snel donker wordt. De laatste 2 km lopen we in het donker naar het hotel. We hebben het allemaal flink gehad als we in het hotel zijn gekomen (19:00). Het hotel Hakuna Matata wordt gerund door twee superaardige Belgen die het geheel ongeveer 5 jaar geleden hebben opgezet. Het is warm en vochtig in de jungle, maar volgens de Belgen zijn er geen muggen. De huisjes zijn bovendien voorzien van gaas voor de ramen, zodat er niet zomaar ongedierte binnen kan komen.
Het geluid uit de jungle is indrukwekkend, vooral ’s nachts. Een wekker is dan ook niet nodig voor het ontbijt om 8:00. Na het ontbijt krijgen we laarzen voor de jungletrektocht. Een Ecuadoriaanse gids vertelt over bomen, planten en insecten die we tegenkomen. Tolk/gids Anneke vertaalt alles in het Nederlands. Het is warm en vochtig en daarbij moeten we klimmen en klauteren. Soms zakken we 10 tot 15 centimeter weg in de modder, wat alles heel avontuurlijk maakt. Hoogtepunt is het liaanslingeren, waarna we terugkeren naar het hotel. Gelukkig heeft het hotel een wasservice, waardoor onze fietskleding en de modderige kleding nog gewassen kan worden. ’s Middags genieten we van de omgeving in een hangmat of op het kleine strandje. We dineren weer in het hotel.
Om 6:45 ontbijten we, waarna we afscheid nemen van de Belgen. Het regent flink als we met de fietsen naar de auto’s moeten lopen over de kiezelweg. We rijden eerst circa 80 km met de jeeps (bijna 3,5 uur) voordat we gaan fietsen. Door de ‘goede’ weg hebben we de afstand relatief snel afgelegd en tussendoor even een stop gemaakt om koffie te drinken. We lunchen in Puyo, bij een lokaal Chinees restaurant. De keuringsdienst van waren zou hier waarschijnlijk een dik rapport kunnen schrijven, maar zo is de situatie nu eenmaal. Na de lunch gaan we fietsen naar Banos, waarbij we een hoogteverschil van 1300 meter overbruggen. De weg begint met asfalt en het landschap is heuvelachtig en mooi om te zien. Het begint te regenen en niet veel later houdt het asfalt op en gaat over in zand/kiezel. Door de regen wordt het een echt mountainbike parcours met blubber. Iedereen fietst in eigen tempo omhoog en daarom rijd ik op een gegeven moment alleen. De enige die vooruit fietst, is Harald. Bij een tunnel aangekomen staat er een bord dat er geen fietsers doorheen mogen. Omdat mij niet helemaal duidelijk is of ik het andere pad moet volgen, ga ik de circa 1 km lange tunnel in. In de tunnel is geen licht aanwezig en gaat de weg licht omhoog. Door tegemoetkomende auto’s zie ik aan het einde van de tunnel waar ik heen moet. Levensgevaarlijk, omdat ik inmiddels op de linkerweghelft fiets. Als ik uit de tunnel kom en achterom kijk, blijkt het pad waar ik over twijfelde inderdaad om de tunnel heen te lopen. Bij de volgende tunnel aangekomen besluit ik dan ook om niet de tunnel in te gaan, maar de andere weg te nemen. De andere weg komt ook bij een tunnel uit en is zelfs eenrichtingverkeer (die auto’s zullen toch niet voor niets allemaal naar mij getoeterd hebben?). Ik besluit terug te gaan en de goede tunnelbuis te nemen. Deze tunnel is korter, maar ook onverlicht. Niet lang na de tunnels begint het asfalt weer en denk ik dat ik bijna in Banos ben. Het stadje ligt uiteindelijk verder weg dan gedacht, waarbij ook weer een stuk geklommen moet worden. Als de jeep op het kruispunt staat, ben ik er bijna. In het hotel aangekomen blijkt de bagage nog niet te zijn afgeleverd, maar nog op de jeep te staan. Als de laatste ook bij het hotel is, is het inmiddels donker en hebben we ongeveer twee uur staan wachten op de bagage, waarbij we het flink koud hebben gekregen. De kamer in het hotel is klein, maar de badkamer is nog kleiner. In een ruimte van 1 x 1,5 meter is het gelukt een wastafel, toilet en douche te plaatsen.
We eten in een pizzeria vlakbij het centrum.
Door de wat klein uitgevallen bedden die bovendien keihard zijn, slaapt niet iedereen even goed. Bovendien ligt onze kamer direct naast de keuken, waar op tijd begonnen wordt met de voorbereidingen voor het ontbijt. Als Alex en ik ontbijten, blijkt dat zeer karig te zijn. Voor alles wat we extra willen, moeten we betalen. De Duitse eigenaar heeft service niet zo hoog in zijn vaandel staan en er waarschijnlijk zelfs nog nooit van gehoord.
Ik loop wat rond in het centrum van Banos, waar het voor eerste kerstdag een drukte van belang is. De winkels zijn gewoon open, want handel is handel. Later in de ochtend ga ik met Casper, Ans, Harriët en Margriet naar de kerk. Tijdens de kerkdienst blijven de deuren van de kerk open. Waar de kerk in het begin nog niet vol is, staan de mensen aan het einde in het gangpad en naast de banken. Tevens wordt er continue in- en uitgelopen en gepraat. Heel apart om dat een keer mee te maken. Op de terugweg drinken we koffie in een klein restaurantje dat wordt gerund door een Deense vrouw, die ons op de heenweg naar de kerk zowat naar binnen sleurde. Ze is getrouwd met een Ecuadoriaan en heeft een baby (Emma). Emma eist nogal aandacht, wat de snelheid van de bediening niet ten goede komt. Wim en Harriët zijn daardoor ook nog even zoet met Emma.
Harriët, Margriet, Marcel en ik gaan later naar het warmwaterbad net buiten het centrum. De rij voor de kassa buiten belooft weinig goeds, en binnen is het dan ook gezellig druk. Met 100 mensen tegelijk in een warmwater bad van 10 x 10 meter kan best, of doen deze mensen mee aan een recordpoging voor het Guiness Book? Marcel en ik besluiten in ieder geval niet mee te doen en gaan weer weg. In het hotel ga ik de Lonely Planet nog eens goed lezen om te kijken wat er te doen is. Alex, Ronnie en Francien sluiten zich aan. Marco laat dan een cd horen die hij gekocht heeft en we besluiten dezelfde cd te kopen. Uit de achterbak van een auto kopen we dan 4 cd’s voor USD 5,-. Omdat Francien op zoek is naar de teksten van de songs, zoeken we naar een cd winkel met originele cd’s. Nadat we 6 cd verkopers om een cd zaak hebben gevraagd, blijkt dat deze niet in Banos bestaat. Een kopie is voor de Ecuadorianen goed genoeg.
Harriët, Margriet, Wim, Harald, Marcel, An en ik zoeken een leuk restaurant voor deze eerste kerstdag. We eten daar een heerlijk driegangen menu.
Met de keuken naast onze kamer, hebben wij weer geen wekker nodig. We ontbijten om 8:00, waarbij we allemaal maar iets extra’s bestellen zodat we voldoende voeding hebben om te kunnen fietsen. Na het eten gaan we klimmen van 1800 meter hoogte naar 2500 meter hoogte over een afstand van 25 kilometer, terwijl het weer niet precies weet wat ze wil (miezer/zon/regen). Tijdens de klim houdt iedereen zijn eigen tempo weer aan, waardoor ik weer alleen rijdt en alleen Harald vooruit is. Het is af en toe flink steil, of lijkt dat maar zo door de ijle lucht? In een dorpje aangekomen lopen Harald en ik door de straat met alleen maar winkels die spijkerbroeken verkopen. Als we terugkomen, zijn er genoeg mensen boven voor een transfer met alvast één auto. Doordat een vulkaan ongeveer 2 jaar geleden is uitgebarsten, is het niet mogelijk de oorspronkelijke weg te fietsen en moeten we met de auto omrijden. In de middle of niks komen we bij een restaurant aan op 3600 meter hoogte, waar we lunchen. Ondanks mijn 5 lagen kleding krijg ik het koud en ik ben niet de enige. Omdat de andere jeep op zich laat wachten speel ik eerst met Wim en later met Harald een potje schaak.
Na de lunch gaan we met de fiets afdalen. In circa 40 minuten fietsen we 20 km naar een hoogte van 2800 meter, waarna we met z’n allen naar het hotel fietsen. In het leuk afgelegen en sfeervolle hotel maakt een aantal mensen gebruik van het zwembad. Voor gasten is een optreden georganiseerd van een lokale band, maar niet iedereen heeft interesse en sommigen gaan alvast eten in het restaurant.
Alex en ik verslapen ons bijna doordat de wekker niet afgaat. Gelukkig maakt een medewerker van het hotel iedereen wakker door op de deuren te kloppen. We ontbijten om 7:20. Marcel is vandaag jarig en nadat we voor hem hebben gezongen, krijgt hij een aantal souvenirs. Na het ontbijt gaan we met de auto’s naar de hoogste vulkaan van Ecuador. De Chimborazo is ongeveer 6300 meter hoog en wij gaan naar 4800 meter boven de zeespiegel, om daar verder lopend naar 5000 meter hoogte te gaan. Ondanks mijn laagjes kleding en mijn fleece trui, is het nog niet bijzonder warm. De ijle lucht maakt het moeilijk om in één keer door te lopen en we stoppen dan ook af en toe om even op adem te komen. An, Francien en Alex gaan niet verder omhoog en blijven bij de auto’s. Ter vergelijking; de hoogste berg in europa is de Mont Blanc van circa 4500 meter.
Aangekomen op 5000 meter betalen we USD 1,- voor een sticker & stempel met het bewijs dat we op deze hoogte zijn geweest. In de berghut, die dient als vertrekplaats voor klimmers naar de met sneeuw bedekte top van de Chimborazo, drinken we koffie en thee om even op te warmen. Daarna gaan we weer afdalen naar 4800 meter, waar we lunchen in een andere berghut. De opkomende mist zorgt ervoor dat we eerst met de auto’s een stuk afdalen voordat we op de fiets stappen. Met 5 laagjes kleding aan stap ik op de fiets, maar op circa 4600 meter is het niet warm te krijgen als je onvoldoende beweegt en in de mist blijft fietsen. De mist is zeer dicht met ongeveer 10 meter zicht. Gelukkig gaat de weg op een gegeven moment over in asfalt, maar de grote afdaling die iedereen had verwacht is er niet. Het landschap is glooiend, en van het klimmen krijgen we het nog wel warm. Als we wat verder dalen, genieten we van het schitterende uitzicht en komt er weer meer groen in het landschap in plaats van de dorre vlakte met stenen en zand. Ook langs deze weg staan weer veel kinderen te bedelen om geld/snoep. Bij de jeep aangekomen geeft Marcello aan dat het nog ongeveer 6 km fietsen is voordat we stoppen. Het blijkt uiteindelijk meer richting de 20 km te zijn, wat wel even tegenvalt. Door de ijle lucht en de inspanning heeft het merendeel van de groep hoofdpijn (verschijnsel van hoogteziekte). Maar iedereen kan in het hotel (2800 meter hoogte) weer acclimatiseren. We komen relatief laat in Latacunga aan, in een shabby hotel. Als we naar een restaurant zoeken lijkt het wel alsof we in een achterbuurt zitten. Overal rolluiken die met grote sloten goed zijn dicht gemaakt. Uiteindelijk besluiten we te eten in het restaurant naast het hotel.
We ontbijten om 7:00, waarna we met de jeeps een transfer krijgen. Op een hoogte van 3800 - 4000 meter hoogte gaan de fietsen van het dak en begint het echte werk. Over een kiezelpad gaan we flink klimmen en dalen. De zon brandt goed, waardoor we nog meer verbranden dan gisteren al op deze hoogte. De ijle lucht maakt het fietsen zwaar, maar het geweldig mooie uitzicht is de moeite waard. Na 37 km komen we in een dorpje waar we wachten op de auto’s. Marco heeft zelfs een deadline van 12:00 opgegeven voor dit dorpje, omdat we anders in tijdnood komen. Wij zijn bijna allemaal op tijd, de rest komt met de auto. De markt in het dorpje is een kleurrijk geheel van mensen die ons tegelijkertijd ook interessant vinden. Dan gaan de fietsen weer op de jeep en rijden we naar Quilotoa, een indianendorp met een kratermeer. Tijdens de rit delen Marcello en Harriët snoep uit aan de bedelende kinderen langs de weg.
In het dorp loopt de lokale bevolking uit en probeert ons souvenirs te verkopen. Vooral kleine schilderijtjes zijn populair. Het kratermeer is indrukwekkend door de omvang en diepte. We lunchen in het indianendorp en opnieuw liggen de schilderijtjes voor ons klaar. Een viertal kleine kinderen brengen we wat Nederlands bij. Vooral het lied “Mijn hoed die had vier deuken”, met bijbehorende gebaren is een groot succes. Tijdens de lunch trekt de mist binnen en blijkt dat we heel veel geluk hebben gehad met het weer. Dit was precies de reden waarom Marco de deadline had ingesteld voor het fietsen ’s morgens.
Na de lunch fietsen we terug naar het voorgaande dorp, waar de fietsen weer op de auto’s gaan. Er volgt een transfer naar het punt waar we ’s morgens zijn begonnen met fietsen. Vanaf dat punt kunnen we nu afdalen naar Latacunga. Ondanks de zand/kiezelweg kunnen we genieten van een geweldig uitzicht. We dalen van circa 4000 meter naar 2800 meter en het is net alsof we in een vliegtuig zitten. Het laatste stuk moeten we met de jeep het stadje in om bij het hotel te komen. We dineren weer in het restaurant naast het hotel.
Omdat een deel van de groep erg moe is van het fietsen en de hoogte waarop dit gebeurd, is door Marco besloten de ochtend vrijaf te geven. Het ontbijt is pas klaar om 9:00. Alex en ik wachten daar niet op en gaan alvast kijken wat er eerder in de ochtend te doen is. In de ‘achterbuurt’ is zowaar een enkel rolluik open en we ontbijten in een ander restaurant. Als we terugkomen ontbijten we nog een keer in ons eigen restaurant. Tot 12:00 hebben we dan de tijd om de stad te bezichtigen. We gaan naar de lokale markt, die nu wat meer op gang komt. Ik besluit mijn schoenen te laten poetsen om dat ook eens mee te maken. Mijn schoenen glimmen inmiddels, terwijl ze dat nog nooit hebben gedaan. En dit voor het bedrag van USD 0,25! Terug in het hotel wachten we tot het tijd is en zetten onze spullen in de auto’s. We lunchen in het restaurant naast het hotel, dat speciaal voor ons open is gegaan. Met een brandende zon, op het heetst van de dag, vertrekken we naar Lasso. De route is glooiend met af en toe een pittige klim, over een goed fietsbare zand/kiezelweg. Om ons heen kunnen we meerdere vulkaantoppen in de wolken zien verdwijnen. Nadat we de Pan American Highway zijn overgestoken, is het nog een klein stukje naar het hotel. Ik probeer optimaal gebruik te maken van mijn SPD pedalen door met de fiets over de plassen heen te springen. Doordat ik te weinig snelheid heb, lukt dit niet altijd en bezorg Harriët vlak voor het einde nog even een kleine modderdouche. 100 Meter voor het hotel begint het te spetteren, en in de verte horen en zien we onweer. Het hotel is mooi afgelegen met uitzicht op de Cotopaxi vulkaan. Binnen brand het haardvuur en is het warm. Buiten en in onze kamers is het koud. Omdat we vroeg dineren hebben we de hele avond om rustig aan te doen. Met Wim en Harald speel ik weer een potje schaak, terwijl Francien, Ronnie en Alex een echt Cycletours spel hebben gevonden (waar plaats ik de tent?).
We moeten om 7:15 ‘klaar’ zijn, zodat we om 7:30 kunnen ontbijten. Na het ontbijt rijden we met de jeep naar het Cotopaxi National Park. Het weer is helder en we hebben een geweldig uitzicht op de besneeuwde top van de Cotopaxi. De Cotopaxi is met circa 5800 meter hoogte de op één na grootste vulkaan in Ecuador (dat is de Chimborazo, zie eerder). De jeep brengt ons naar een hoogte van 4500 meter, waar we verder lopen naar een gletsjer op 4800 meter tussen een dorre steenvlakte. Aangekomen bij de gletsjer worden veel foto’s gemaakt van de gletsjer zelf en het uitzicht. Als we teruglopen zien we de mist weer langzaam opkomen en weten we dat we weer op tijd zijn geweest (mede dankzij Marco). Vanaf 4500 meter gaan we met de fiets dalen over een stevig zand/kiezelpad. Tijdens de afdaling gaat mijn voorband lek. Gelukkig rijdt Marcello met de jeep niet ver achter mij en kan ik mijn voorband wisselen met die van An, die in de auto zit. De velg van mijn voorband is gloeiend heet van het remmen. Het is overigens de laatste voorband die Marcello bij zich heeft, omdat Marcel al eerder een lekke voorband had. Even verder staat Harald met een lekke achterband. Het aantal lekke banden geeft wel een beetje een indruk van de afdaling, die overigens met een geweldig mooi uitzicht gepaard gaat. ‘Baksteen’ Wim maakt ook hier zijn naam weer waar door snel en zonder problemen af te dalen.
Vervolgens fietsen we verder naar een meer, waar we lunchen. Na de lunch fietsen we over de uitgestrekte heide op circa 3800 meter hoogte richting de ingang van het Cotopaxi National Park. Bij de ingang worden de fietsen weer op de auto’s geladen voor de 2,5 uur durende transfer naar Quito. Deze dag zijn gelukkig geen mensen die last hebben van hoogteziekte.
We komen weer in het hotel waar we ook de eerste nacht hebben geslapen; erg luxe. Dan slaat het besef bij ons toe dat de vakantie helaas wel bijna voorbij is, maar we mogen nog één dag fietsen.
We dineren in het restaurant Magic Bean, een aanrader van Jan. Het restaurant haalt de voorgerechten en hoofdmaaltijden niet helemaal uit elkaar bij het opdienen, maar dat mag de pret niet drukken.
Op deze laatste fietsdag moeten we om 8:30 ‘klaar’ zijn. Jan is in de ontbijtzaal aanwezig om te vragen hoe iedereen het gevonden heeft en om de vliegtickets terug te geven. Wachtend op de tweede jeep zien we hoe op straat de podia voor het feest ’s avonds worden opgebouwd. Tijdens onze transfer met de jeep zien we hoe overal voorbereidingen aan de gang zijn. Kinderen met maskers vragen om geld en snoep. Poppen worden verkocht om ’s avonds verbrand te worden. Het ziet er uit alsof het een groot feest wordt! Harriët en ik zitten weer op het dak van de jeep als we over een erg slechte kiezelweg omhoog rijden richting het tropisch regenwoud. Het laatste stuk klimmen we zelf met de fiets over dit slechte wegdek, waarna we afdalen in het tropische regenwoud tot circa 1800 meter. In een van de bochten beland ik in het grind en ben ik blij dat ik een helm op heb, die overigens verplicht is in Ecuador bij het fietsen. Ik kom relatief goed terecht en kan meteen weer opstaan en wegfietsen. Het is wel tijd voor een nieuwe helm als ik weer in Nederland ben.
We lunchen in het tropisch regenwoud, in een winkel achter de schappen. Tijdens de lunch geven we ons ‘afscheidscadeau’ alvast aan Marco, Marcello en Cesar. Door met de pet rond te gaan hebben we genoeg verzameld om USD 110,- aan ieder te geven. Als we goed zijn ingelicht is dit ongeveer een half maandsalaris!
Na de lunch fietsen we nog 5 km verder naar de hoofdweg. De echte bikkels mogen dan proberen het laatste stuk te fietsen; 32 kilometer klimmen (per saldo 1500 meter omhoog) en dan 8 km afdalen. Harald, Alex, Ronnie, Marcel, Wim, Margriet, Harriët en ik gaan de uitdaging aan. De rest gaat met de jeep terug naar het hotel. Iedereen klimt op eigen tempo, waarbij Harald en Alex ver voor mij fietsen. Na 20 km zit ik er eigenlijk wel doorheen, mede doordat mijn bidon al een tijdje leeg is. Ik wacht een paar minuten en dan komt Marcel voorbij. Van hem krijg ik nog wat water en we fietsen samen een stuk verder. Na 26 km zie ik een vaag winkeltje en ga wat water kopen. Na een paar minuten komen Marcel en Ronnie daar ook en vervolgens Wim. Iedereen maakt de bidon weer vol en rust heel even uit. Met Ronnie en Marcel fiets ik vervolgens naar de top, waarbij we onszelf aan elkaar optrekken. Zouden we dat niet hebben gedaan, dan hadden we allemaal waarschijnlijk gestopt. De 32 km lange klim kost ons uiteindelijk ongeveer 3,5 uur. De 8 km lange afdaling is heerlijk en veel te kort en snel voorbij. We rijden met circa 80 km/h vrachtauto’s voorbij die moeten remmen. Ook halen we een eindejaars-optocht in. Aangekomen bij het verzamelpunt blijkt dat Harald al bijna 1,5 uur zit te wachten! Ook Alex is al lang beneden. Niet veel na ons komen Wim, Margriet en Harriët beneden. Alleen Harriët heeft een stuk omhoog in de jeep gezeten, de rest heeft het helemaal uitgefietst! Later vertelt Marco dat tot nu toe slechts één Cycletourder ons is voorgegaan op dit traject.
In de bus terug voel ik me niet helemaal top en dit verbeterd niet als we in het hotel terug zijn. Ik besluit dan ook vroeg in bed te kruipen. Van de rest van de groep hoor ik dat het oud & nieuw feest eigenlijk een beetje tegenviel. Het grootste feest was eigenlijk om 23:00 al afgelopen (wat ik aan de hand van het geluid op de hotelkamer ook al had gemerkt).
Om 7:15 moeten we ‘klaar’ zijn, dus de wekker staat om 6:00. Eerst even alles inpakken voordat we gaan ontbijten. Het hotel blijkt niet helemaal gerekend te hebben op ons vroege ontbijt, want de helft (waaronder brood) is nog niet aanwezig. Uiteindelijk komt er brood en kunnen we ontbijten. Een bus haalt ons bij het hotel op en brengt ons naar het vliegveld. Daar wachten we nog even op Marco en zijn vrouw, die samen met Harriët afscheid van ons nemen. Harriët blijft nog twee weken langer in Ecuador (lucky bastard). Wim, Margriet en ik checken samen in en krijgen drie stoelen naast elkaar. Achter ons zitten Harald, An en Marcel. Gelukkig kunnen Casper en Ans, Ronnie en Francien alsmede Truus en Alex ook naast elkaar zitten.
We maken een tussenstop op Bonaire, waar het weer zeer warm en vochtig is. Daarna vliegen we verder richting Amsterdam met de MD-11 van KLM (Florence Nightengale)
Doordat we meewind hebben komen we om 5:00 aan op Schiphol, 20 minuten eerder aan dan gepland. De captain vertelt ons dat het bewolkt is, regent, en circa 10 graden Celsius. Welkom in het koude en natte Nederland.
De bagage komt zeer snel en we nemen afscheid van elkaar. Het einde van een geweldige vakantie!
Last update
6 January 2003