Inleiding

De twintigste eeuw loopt in zijn laatste maanden en velen kijken terug op de afgelopen honderd jaar. Een eeuw die twee wereldoorlogen zag en de opkomst en de val van verscheidene grootmachten. De twee bekendste van de laatste vijftig jaar zijn echter Amerika en de USSR, met enkele belangrijke kopstukken. Eén van deze prominente figuren was Josef Vissarionovich Dzugashvili, geboren op 9 (21) December 1879 in het Georgische stadje Gori. Hij zou later als Josef Stalin in de geschiedenisboeken vermeld staan. Weinigen hebben een meedogenlozer bewind gevoerd dan hij. Hij maakte van de agrarische Sovjet Unie een moderne industriële samenleving.

Hij was afkomstig uit een eenvoudig arbeidersgezin, zijn vader kwam al vroeg om het leven. Zijn moeder wilde dat haar Josef priester werd en stuurde hem naar de Seminarie van Tiflis, een school van hoog niveau. Hij leerde hier de leer van Marx kennen en werd er een overtuigd aanhanger van. Hij stopte met school om beroepsrevolutionair te worden. Als een van de weinigen uit zijn streek koos hij voor Lenin en het Bolsjewisme, en in 1905 was hij een zeer actief bolsjewiek in Georgië.

In 1912 richtte Lenin zijn eigen partijorganisatie op, met een eigen Centraal Comité. Dit Comité trok ook Stalin aan als lid, hij was nu een bolsjewiek van landelijke betekenis. In 1913 werd Stalin voor de achtste keer opgepakt en gedeporteerd, maar voor het eerst was hij niet in staat te ontsnappen. Pas na de revolutie in 1917 stond hij weer op vrije voeten. Hij spoedde zich naar Petersburg, maar velen zouden hem liever niet meer in de partij zien. Hij was een lompe en moeilijke man. Hij zag zichzelf als een groot strateeg en leider, maar in 1922 was hij voor velen zowel binnen als buiten de partij een onbekende.

Stalin bekleedde al wel enkele belangrijke functies: hij was volkscommissaris van nationaliteiten, dat is vergelijkbaar met het ministerschap. Ook was hij lid van het Politburo, dat was het topbestuur van de communistische partij en dat was eigenlijk de regering van de Sovjet-Unie. Maar de belangrijkste baan die Stalin had was secretaris-generaal van de communistische partij. Dit was hij sinds 1922. Stalin was niet erg geliefd bij Lenin, die na een lang ziekbed in zijn testament schreef dat hij Stalin te grof vond, en hij stelde voor Stalin te vervangen als secretaris-generaal door een loyaler, attenter en verdraagzamer iemand met minder kuren. Toch heeft Stalins laatste wil de Sovjet-Unie niet kunnen behoeden voor Stalin, die zijn post binnen de partij als springplank gebruikte om de absolute macht te verwerven.

Als onderwerp voor het onderzoek heb ik dus de Sovjet-Unie onder Stalin, 1927-1953 gekozen. Ik vind dit een interessant onderwerp. Het communisme is namelijk een van de weinige ideologische staatsvormen die het ook daadwerkelijk tot de praktijk gebracht heeft. Met het vak Grieks heb ik al gelezen over Plato en zijn staatsleer, en het boek van Aldous Huxley, A Brave New World dat ik dit jaar gelezen heb voor Engels boeide mij enorm. Dit alles vond ik voldoende reden om eens wat dieper in te gaan op het communisme, en één van zijn beruchtste profeten: Josef Stalin.

Mijn onderzoeksvraag en de daarbij behorende vier deelvragen luiden als volgt:

Hoe zou Marx over Stalin’s invulling van het communisme gedacht hebben?

  1. Hoe zat Marx’ idee van het communisme in elkaar?
  2. Hoe voerde Stalin de communistische ideologie uit?
  3. Waarin verschillen de ideologie van Marx, en de praktijk van Stalin?
  4. Hoe zwaar wegen de gevonden verschillen voor Marx ?

Mijn hypothese: zelf weet ik te weinig van beiden mannen om er een zinvol woord over te spreken. Maar als ik nu een antwoord zou moeten geven zou ik denken dat Marx er niet veel goeds voor over had, Stalin gebruikte het Russisch proletariaat om zijn eigen macht uit te breiden, dit is niet in één lijn met Marx, die wilde dat de macht gelijk over de bevolking verdeeld zou worden.

Om na te gaan wat het communisme van Marx nu inhield heb ik de werken van Marx en Friedrich Engels er op na geslagen.

Ik pas de SPECg regel toe op ieder van de vier subvragen. Alle hoofdstukken hebben dus vier paragrafen plus een conclusie, ik onderzoek zo goed mogelijk de sociale, politieke, economische, culturele en godsdienstige aspecten. Door ze op een rijtje te zetten kan ik goed alles vergelijken.

Aan het einde verbind ik alle conclusies met elkaar om zo een antwoord te geven op mijn hoofdvraag.

Bron 1: (1864)De architecten van het com-munisme: Friedrich Engels (links) en Karl Marx. Zijn drie dochters zitten onderaan.

(Foto: Marx & Engels Internet Archive )

 

 

 

Bron 2:De omslag van de eerste uitgave van ‘Manifest van de Communistische Partij’ London 1848. Hierin doen Karl Marx en Friedrich Engels hun leer uit de doeken.

Hoofdstuk 1:

Marx’ communisme

Als we naar Marx zijn leer kijken blijkt die erg theoretisch te zijn, nu heeft zijn compagnon Friedrich Engels het meer op de praktijk gericht. In dit hoofdstuk ga ik opzoek naar het antwoord op mijn eerste deelvraag:

Hoe zat Marx’ idee van het communisme in elkaar?

 

 

 

§ 1.1 Sociaal

Hoe zag de sociale orde eruit bij Marx en Engels? Het antwoord op deze vraag vond ik in het boek The Principles of Communism geschreven door de heer Engels. Een belangrijk doel op maatschappelijk gebied was de vervorming van het proletariaat tot klasse.

De voornaamste maatschappelijke veranderingen zijn volgens Engels:

Hier volgt een verdere toelichting op de gevolgen van de maatschappelijke veranderingen:

Door het afschaffen van privé-bezit kan er efficiënter gewerkt worden wat resulteert in een hogere productie zowel in de industrie als de landbouw. Zo wordt er genoeg geproduceerd dat ieder lid van de maatschappij naar tevredenheid kan worden voorzien van goederen. Als iedereen tevreden is wordt het dus onnodig om de maatschappij nog op te delen in verschillenden klassen die onderling met elkaar twisten. Het wordt niet alleen onnodig maar zelfs intolerabel.

Niet alleen de landbouw en de industrie zelf moeten ontwikkeld worden, maar ook de mensen die daar werken. De nieuwe maatschappij zal een nieuw soort mens verlangen.

Mensen moeten niet langer gebruikt worden in slechts één tak van het productieproces, maar ze moeten een soort multifunctionele arbeiders worden. Onderwijs gaat hiervoor zorgen. Mensen kunnen dan snel inspringen daar waar ze dan het meeste nodig zijn. Zo worden mensen bevrijd van het ééntonige juk wat ze in een kapitalistische maatschappij op hun schouders geworpen krijgen.

Het verschil tussen stad en platteland zal uiteindelijk verdwijnen. Het is zelfs een voorwaarde voor het communisme dat de landbouw en industrie in stand worden gehouden door dezelfde mensen.

Engels stelt zichzelf ook de vraag hoe de communistische samenleving het gezin gaat beïnvloeden. De relatie tussen een man en een vrouw wordt puur en alleen privé. Dit kan zo tot stand komen omdat de communistische maatschappij de kinderen gemeenschappelijk onderwijst, en omdat er geen sprake meer is van eigen bezit, zo kan men dus af van het traditionele huwelijk. Want, zo schrijft Engels, de basiselementen voor het huwelijk zijn weggenomen, namelijk: de afhankelijkheid van privé-bezit, de afhankelijkheid van de vrouw aan de man, en de afhankelijkheid van de kinderen aan de ouders. Overigens hebben kinderen die buiten het huwelijk geboren worden dezelfde rechten als kinderen die wel in een huwelijk geboren zijn.

Dus de mannen en de vrouwen zijn verder aan elkaar gelijk. Beide hebben evenveel rechten, plichten en aanzien.

Engels spreekt ook over het bouwen van gemeenschappelijke paleizen, waar groepen mensen, die op een of andere manier met elkaar geassocieerd zijn in wonen. Hier worden de voordelen van zowel het platteland als de stad bij elkaar gevoegd, en de nadelen van beide worden op deze manier verbannen. Nationalisme en vaderlandse gevoelens zullen ook verdwijnen.

Bron 3:Kunst van de Marxis-tische beweging in Peru. De vrouwen worden uit hun isolement gehaald.

De arbeiders hadden deze gevoelens al niet, ze hadden genoeg andere dingen aan hun hoofd, en het communisme zal deze gevoelens ook niet aanwakkeren omdat zij voor een vereniging van proletariërs uit alle landen waren. Nationalisme zal dit alleen maar tegen werken. De verschillende nationaliteiten zullen ook ophouden te bestaan.

Door het afschaffen van de klassenstrijd wordt ook de strijd tussen naties onderling afgeschaft. Door het afschaffen van uitbuiting van de ene mens door de ander, wordt ook het uitbuiten van landen door elkaar afgeschaft.

§ 1.2 Politiek

De communistische politiek heeft als doel het omverwerpen van de bourgeoisie, en de verovering van de politieke macht door het proletariaat. Ze willen dit bereiken doormiddel van een revolutie en daaropvolgend, in verschillende stadia, een sociale heilstaat. De politieke macht, zoals die bestaat in een niet-communistische samenleving, komt neer op de georganiseerde macht van een klasse om een andere klasse te onderdrukken. Als het proletariaat zich gedwongen heeft om zich te verenigen in één klasse, dan maakt zij zich door een revolutie meester van de oude klasse, en heft desnoods met geweld de oude productiestructuur op. Zo heffen zij ook de voorwaarden van bestaan op voor klassen, die daardoor zullen verdwijnen.

Bron 4:‘Proletariërs aller lan den verenigt U!’

Poster van Peruaanse Marxistische bewe-ging

Er zijn meerdere partijen met het zelfde doel voor ogen, maar de communisten onderscheiden zich in het internationale aspect, communisten werken op mondiale schaal voor het proletariaat.

Communisten behartigen bij iedere stap in het gevecht tegen de bourgeoisie, de belangen van de gehele beweging. Zij zouden in de praktijk het meest vastberaden zijn.

Communisten hebben eveneens tot doel het proletariaat tot klasse te vormen, en door het proletariaat de politieke macht te veroveren. Dit alles ten koste van de bourgeoisie.

Het meest bijzondere kenmerk van de communistische politiek is het afschaffen van de eigendomsverhoudingen zoals die bestaan bij het kapitalisme.

Het kapitaal is een maatschappelijke, en dus geen persoonlijke macht omdat het zonder Uit ‘Het Communistisch Manifest’ blijkt nog dat Marx een democratisch stelsel wil, zodat het proletariaat de directe of indirecte macht in de handen zou krijgen. Maar Marx komt hierop terug en zegt dat van democraten geen proletarische revolutie verwacht hoeft te worden. de gemeenschap, die arbeid levert, waardeloos is.

Zodra deze aan de macht zijn zullen zij maatregelen treffen om het privé-bezit terug te dringen. Ik bespreek deze maatregelen in de paragraaf ‘economie’ in dit hoofdstuk, omdat zij daar naar mijn mening het beste in thuis horen.

 

§ 1.3 Economie

Een belangrijk punt van de communistische revolutie is dat de economie compleet geherstructureerd wordt. Dit kan zelfs worden beschouwd als de hoofdeis van de communisten. De maatschappij moet alle productie- en handelsmiddelen overnemen van de particuliere kapitalisten, ook de distributie en de in- en export van goederen moeten in handen komen van de maatschappij. De maatschappij gaat deze zaken nu gebruiken overeenkomstig een plan dat gebaseerd is op de beschikbaarheid van arbeid natuur en kapitaal, en wendt deze zo aan dat exploitatie ervan ten goede komt aan de gehele gemeenschap. Zo worden de negatieve consequenties die verbonden zijn aan de grote industrie verbannen.

Er zullen geen crises meer zijn; de uitgebreide productie zal zelfs nog verder uitgebreid moeten worden, de vraag zal namelijk enorm stijgen door de hogere lonen. Men zal zo instaat zijn veel meer te kopen dan nodig is voor alleen een minimum levensstandaard. De vraag van voor de revolutie en die van erna zullen niet meer te vergelijken zijn.

Zodra het volk aan de macht is zullen zij de volgende maatregelen doorvoeren tegen privé bezit en voor het proletariaat.

Het is onmogelijk om al deze maatregelen in één keer door te voeren, maar de ene maatregel zal de ander tot gevolg hebben. Als de aanval op het particuliere bezit eenmaal is begonnen dan zal het proletariaat gedwongen zijn meer stappen te nemen in de richting van centralisatie.

Als uiteindelijk al het kapitaal, en alle productiemiddelen samen zijn gebracht in de handen van de staat zal het geld overbodig zijn, en de productie zal zich zo uitbereiden en zal men zo veranderen dat het oude systeem totaal overbodig en ongewenst is geworden.

§ 1.4 Cultuur en Godsdienst

Wat betreft de cultuur, dat wil zeggen het niveau van beschaving, kan men in de ideale samenleving van Marx zeggen dat deze van een hoog niveau is. Oorlog, strijd, en concurrentie bestaan niet meer. Deze zijn vervangen door samenwerking.

Over godsdienst zei Marx het volgende: "Alle religies tot nu toe zijn uitdrukkingen geweest van trappen in de historische ontwikkeling van individuele personen of groepen van mensen. Maar het communisme is de trap in de historische ontwikkeling die alle bestaande godsdiensten overbodig maakt and zo hun verdwijning bewerkstelligt." Daar kan je dus uit opmaken dat Marx in zijn samenleving geen plaats heeft voor godsdienst. Maar je kan niet zeggen dat hij er expliciet op tegen is. Maar in Das Kapitaal verduidelijkt Marx zich nog wat. Religie, filosofie, en andere ideologieën schaffen zichzelf af omdat de mensen veranderen. Zij zelf zullen andere ideeën niet meer nodig achten. Ook zegt Marx dat de heersende ideeën van een tijd, de ideeën waren van de heersende klasse. Zo goed als er op de markt sprake zou zijn van vrije concurrentie is dat wat betreft ideeën ook zo. Dat er iedere keer van religie wordt gewisseld geeft aan dat ook hier de regels van vraag en aanbod gelden.

Alle filosofieën, religies, en ideeën komen voort uit een maatschappij waarin altijd een klassenstrijd heeft plaats gevonden in wat voor een vorm dan ook, het communisme breekt met deze traditionele verhoudingen. Het is dan niet vreemd, aldus Marx, dat er dus ook wordt gebroken met de traditionele denkbeelden.

De oude maatschappij moet plaats maken voor een samenleving waar de vrije ontwikkeling van het individu een voorwaarde is voor de vrije ontwikkeling van de samenleving.

§ 1.5 Conclusie

De vraag van dit hoofdstuk was: hoe zat Marx’ idee van het communisme in elkaar? Achteraf kan daar wel een kort antwoord op geven worden. Maar in hoeverre is dit antwoord juist? Enerzijds niet, want zoals uit enkele bronnen blijkt veranderde Marx nog wel eens van gedachten, is er eigenlijk wel een vaste leer van Marx? Anderzijds is dat wel juist, want het is en blijft de mening en de visie van Marx ook al veranderde hij nog wel eens van mening. Communisten streven naar een internationale revolutie, als de revolutie eenmaal is begonnen kan hij in andere landen zelfs niet meer uitblijven.

Marx wilde een nieuwe samenleving creëren. Een van de kernwoorden in Marx zijn filosofie is naar mijn mening gelijkheid. Alles en iedereen moet aan elkaar gelijk worden, van verschillen zouden alleen maar spanningen komen. Er moet gestreefd worden naar het proletariaat als één sociale klasse, vervolgens zal na de revolutie de klassenmaatschappij zichzelf elimineren.

Wat betreft de politiek stelt Marx als doel dat de macht uit handen van de bourgeoisie genomen moet worden en in de handen van het proletariaat gebracht worden. Er moet vanuit een centrale staat geregeerd worden, deze staat heeft een sterke invloed op veel aspecten van de samenleving.

Het privé-bezit en particuliere ondernemingen worden ge(inter)nationaliseerd. De staat organiseert de arbeidsmarkt. Door hogere lonen zal de vraag stijgen en zal de vraag toenemen. Dit maakt een enorme stijging van de productie mogelijk. De welvaart zal door de toegenomen koopkracht enorm stijgen. Alle inkomens worden gelijk getrokken. Concurrentie moet worden vervangen door samenwerking zodat er doelmatiger wordt geproduceerd.

Alle vormen van religie en filosofie die anders zijn dan het Marxisme zullen verdwijnen, men heeft ze niet meer nodig.

Als het marxisme helemaal is uit gerevolueerd, en zich heeft genesteld in alle takken van het leven, is er sprake van een erg statische maatschappij. Iedere verandering is als het ware een stap terug. Gedurende de gehele geschiedenis is er altijd verandering geweest, dat is een van de hoofdkenmerken van maatschappij en van de mens zelf. Je kan je dus afvragen hoe realistisch een marxistische gemeenschap is. Het enige waaruit haar levensvatbaarheid kan blijken is uit de praktijk.

 

Bron 5:Engels in 1877

( Foto: Marx and Engels internet archive )

 

 

Bron 6: Marx in 1882

( Foto: Marx and Engels internet archive )

 

Hoofdstuk 2:

Stalins' Communisme

Nu ga ik kijken naar het communisme zoals Stalin dat beoefende. Stalin keek de kunst af van zijn voorganger Lenin. Het zogenaamde marxisme-leninisme stond aan de wieg van het stalinisme of pseudo-socialisme zoals men het in de vakliteratuur ook wel aanduidt. Stalin kwam aan de macht in 1927. De vraag die centraal staat in dit hoofdstuk is deze:

Hoe voerde Stalin de communistische ideologie uit?

§ 2.1 Sociaal

Hoe stond het volk ervoor ten tijde van Stalin? Niet zo best. Men leefde constant in angst en honger. Men werd enorm beperkt in alles. De staat had invloed op waar je werkte waar je woonde wat je las wat je at en wat je dacht.

Stalin hield het liefste een zo groot mogelijke afstand tussen hem en het volk. Aan het einde van zijn leven was zelfs de verheerlijking rond de persoon Stalin min of meer de hoofdgedachte van zijn 'marxisme-leninisme' geworden. Hij zag zichzelf op de eerste plaats en het volk op de tweede.

Bron 7: Een socialistisch-realistisch schilderij van Stalin. Door B.N. Karpov getiteld I.V. Stalin (1949)

(bron: internet: www.stanford.edu/~gfreidin/ )

Ook ontstond er bij Stalin het idee dat iedere goede communist toch nog een potentiële drijging kon vormen voor de socialistische staat. Stalin verschafte zich zo het recht om iedereen, niet alleen hoge militaire en politieke kopstukken, maar ook de burgers van zijn sovjet-staat te terroriseren en te intimideren. Hij deed dit ook, een geweldsgolf overspoelde Rusland en kwam bekend te staan als de Grote Terreur. Er was bijna geen sovjet-burger die in zijn familie niet een dode te betreuren had als gevolg van Stalin's terreur.

Stalin centraliseerde iedere tak van het openbare leven, en het liefst nog verder, hij probeerde zo een constante controle uit te oefenen op de samenleving. Stalin stelde dat een strikte dictatuur van het volk een vereiste was om het onder de duim te houden. Daarbij zei hij dat Marx, Engels en Lenin de maatschappij als hij nu was nooit hadden voorzien. Hij moest dus op eigen inzicht ingrijpen. Het marxisme-leninisme moest plaats maken voor stalinisme, of pseudo-socialisme zoals men het in de vakliteratuur vaak aanduidt.

Stalin zet zijn marxistisch-leninistische ideëen opzij en sticht zijn eigen ideologie waar geen plaats is voor bevrijding van het proletariaat, uit het meeste wat hij doet blijkt juist het omgekeerde. Hij beperkt de mogelijkheden van het volk enorm om zijn eigen positie te handhaven of te versterken.

§ 2.2 Politiek

Ondanks het feit dat velen Trotski zagen als de logische opvolger van Lenin, zag Stalin toch kans om de macht te verwerven. Men had in 1922 niet ingezien dat Stalins’ positie als secretaris-generaal van de partij de macht zo ver naar hem toe zou brengen. Zijn functie stelde hem in staat om op sluwse wijze zijn concurrenten tegen elkaar uit te spelen. Hij zette zijn eigen marionetten neer op belangrijke posities zodat hij steeds meer macht verwierf. Dit proces werd zelf versterkt door Lenin. Hij stuurde aan op een groter Centraal Comité met meer proletariërs, zodat zij daarin beter vertegewoordigd waren. Stalin echter had de macht om te bepalen wie er in het comité zou komen. Dit had dus als resultaat dat Stalins’ macht nog sneller toe nam.

Stalin gooide zijn politieke roer 180 graden om toen hij daar eenmaal de kans voor had. Na eerst erg gematigd uit de hoek te zijn gekomen, voerde hij nu een hele nieuwe moderniseringspolitiek; er moest zware industrie worden ontwikkeld ten koste van de landbouw, de boeren werden te machtig in zijn ogen. De landbouw werd gecollectiveerd en de boeren werden bijeengebracht in kolchozen, een soort boeren koloniën die in de tijd van Stalin bijzonder weinig inkomen opleverden aangezien ze geen loon kregen maar een soort dividend die afhankelijk was van de productie. De politiek controle over de boeren werd zo versterkt.

Bron 8:De Stalincultus, Stalin wordt verheerlijkt door zijn hele regering. Een schilderij van Koegatsj, Netsjitaïlo en Tsyplakov.

( bron: internet: www.stanford.edu/~gfreidin/ )

Stalin gebruikte intimidatie om zijn invloed op het volk te vergroten. Hij zaaide angst en terreur door schijnprocessen tegen zogenaamde saboteurs. Hij bestempelde willekeurig mensen als koelak om ze vervolgens te deporteren of zelf doden. Stalin schiep zo, door pure angst van de bevolking, een loyale en gehoorzame bevolking die geen keus hadden dan de leider op handen en voeten te dragen. Dit noemt men de Stalincultus. Nog een onderdeel van deze cultus was de enorme persoonsverheerlijking rond de figuur Stalin. Je kan zeggen dat dat aan het einde van zijn regime een van de belangrijkste kenmerken was. In pers, bij de partij, en tijdens vergaderingen werd Stalin de hemel in geprezen. Populaire kreten waren ‘onze wijze leraar’, ‘groot genie’, en ‘de enig belangrijke man in de revolutie naast Lenin’ en zo zijn er nog velen.

Er zijn verschillende oorzaken voor zijn persoonsverheerlijking: hij stond altijd in de schaduw van andere partijleden, hij kreeg nooit veel aandacht, noch in zijn jeugd noch daarna, ook was het een gevolg van intimidatie. Men ging hem vereren om maar een zo trouw mogelijk volgeling te lijken zodat het gevaar van deportatie minder groot werd. Men kon bovendien beter trouw zijn aan een persoon dan aan een staat.

Stalin gaf zijn geheime politie, de NKVD, de macht om zonder verder proces verdachten te veroordelen en te straffen. Dit luidde een periode van grote ellende onder de bevolking, een periode die bekend zou staan als de Grote Terreur, verschrikkingen van een omvang zoals die in Rusland en daarna in de USSR nog nooit voor waren gekomen. Dit was ook de periode van de schijn- of showprocessen tegen oud partij genoten van Stalin.

In deze tijd werd ook een nieuwe grondwet gemaakt die bepaalde dat alle macht toebehoorde aan de werkende bevolking. De Sovjet-Unie was opgedeeld in republieken, die weer opgedeeld waren in provincies, die op hun beurt waren opgedeeld in rayons. In deze onderverdelingen vond men Sovjets, of raden zoals dat betekent in het Russisch, dit was het aanspreekpunt van het volk als zij zich tot de politiek wilden richten. De nieuwe grondwet in 1936, waarvan gezegd werd dat het de meest menselijke in zijn soort was, gaf iedere burger gelijke rechten, in tegenstelling tot de oude die niet-proletariërs discrimineerde. De grondwet gaf ook iedereen het recht te stemmen. In de praktijk stelde dit niets voor want men mocht zich niet kandidaat stellen, men kon dus alleen stemmen op mensen die de staat als kandidaat opgaf.

De grondwet beloofde ook meer zelfstandigheid aan minderheidsgroeperingen, maar hier kwam in de praktijk niets van terecht. Ook al kregen deze groepen op papier meer zelfstandigheid in de vorm van de zogenaamde Unierepublieken stelde dat in de praktijk niets voor, ze hadden niet meer rechten dan een gewone provincie.

Alle macht binnen de partij, en dus over het hele land werd door complete en totale intimidatie in de handen gelegd van Stalin. Van de originele uitgangspunten van de partij, waaronder het democratisch nationalisme was niets meer te vinden. Stalin wendde het democratisch nationalisme wel aan om zijn macht nog verder te vergroten en om de politieke top steeds verder uit te dunnen. De leer stelde namelijk dat alle leidinggevende figuren gekozen moesten worden door leden van de partij, en dat zij ook aan hen verantwoording dienden af te leggen, beslissingen die van bovenaf kwamen waren altijd bindend.

Stalin regeerde via het partijsecretariaat en het politburo. Hij liet het Centraal Comité nog maar zelden bij elkaar komen.

Wat betreft het buitenland was Stalin andere meningen toebedeeld dan zijn concurrenten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Trotski vond Stalin dat het communistisch systeem in de Sovjet-Unie eerst stevig gevestigd moest zijn voordat er over de grens gekeken ging worden.

Maar Stalin had wel economische partners nodig en hij probeerde het isolement met het buitenland te doorbreken. Hij ging accoord met het Kellogg-Briand pact dat oorlog als politiek instrument afschafte. Ze traden toe in de volkerenbond in 1934. Ook trok de Sovjet-Unie de relaties met de Verenigde Staten aan . De SU zette zich ook in voor ontwapening. Toch werd de SU niet gezien als een belangrijke machtsfactor aangezien ze met een interne strijd te kampen hadden, de Grote Terreur. Toen de Russen in 1938 niet bij de conferentie in München werden betrokken waar het lot van Tsjechoslowakije bepaald werd, veranderde hun buitenlandse politiek. Ze gingen zoeken naar een verdrag met de Duitsers. Dit verdrag kwam in de vorm van het Molotov-Ribbentroppact. Hitler hoefde zich nu niet te wagen aan een twee-fronten oorlog, en de Sovjet-Unie was voorlopig veilig. Maar het mocht niet lang duren, en Rusland werd in 1941 binnen gevallen door Duitsland. Nu moest Rusland wel een verdrag aangaan met de geallieerden. Na het einde van de oorlog sloeg deze westersgezinde politiek om in een anti-westers beleid.

§ 2.3 Economie

Het gemengde economische systeem van de Nieuwe Economische Politiek ( NEP 1921-1929 ) moest ondanks zijn succes plaats maken voor een socialistische planning. De bolsjewieken vreesden namelijk voor de politieke macht van de boeren, en er kwam onvoldoende graan op de markt. Stalin wilde niet verder toegeven aan de boeren omdat dat niet in zijn politiek paste en maakte er een einde aan.

De socialistische planning ( 1929-1953) hield in dat de landbouw gecollectiviseerd werd, er werden gote investeringsprogramma’s opgezet, een vergroting van de werkgelegenheid, men poogde de gehele nationale economie te centraliseren en te bureaucratiseren, arbeidskrachten werden gedistribueerd door de staat, ook stelde men de vijfjarenplannen in. Maar Stalin realiseerde wel een ongelijke inkomensverdeling.

De hele landbouw werd geherstructureerd, de familiebedrijfjes werden vervangen door een collectieve organisatie, omdat de productie van de kleine bedrijven te laag was. Er onstonden nu een groot aantal collectieve landbouwbedrijven, of kolchozen, zij waren het met name die de USSR van landbouwproducten voorzagen. De regering wilde de boeren zelf de verantwoording laten dragen van misoogsten of een lage productie. Men moest meewerken aan collectivisatie, zo niet was deportatie naar minder plezierige oorden een feit. De boeren moesten verplicht graan leveren aan de staat. Dit leidde er toe dat gedurende de gehele periode van bestuur van Stalin het platte- land op het randje van of in hongersnood verkeerde wat vele miljoenen mensen het leven kostte.

Ook kwamen er een soort genationaliseerde landbouwfabrieken, of sovchozen, de werknemers kregen van de staat hun loon. Stalin ontwikkelde met veel subsidies en westerse kennis de infrastructuur en zware industrie, dit deed hij veelal in nieuwe gebieden.

Stalin betrok zoveel mogenlijk mensen in het arbeidsproces. De werkloosheid werd sterk terug gedrongen, vele mensen die van het platteland kwamen vonden een baan, en de mogelijkheid tot promoveren bestond voor velen, en opende zo de deur tot een hogere maatschappelijke positie.

Alle takken van de economie werden sterk gecontroleerd en gereguleerd door de centrale overheid, de fabrieken werden erg beperkt in hun vrijheid, en alle beslissingen omtrent productie en

bron 9: De snelle economische ontwikkelingen waren mede te danken aan dwangarbeid. Deze dwangarbeiders zijn opweg naar het te graven Farga-kanaal in 1939.

( foto: Memo 1e druk 1995 pagina 211 )

distributie moesten in overleg gemaakt worden, dit althans in theorie. Maar gezien de overheid niet de kennis en de tijd had om alles efficiënt te runnen werden veel beslissingen op lagere niveaus genomen, en was er van sterke centralisatie in de praktijk dus geen sprake.

De overheid oefende ook in sterke mate haar invloed uit op de plaatsing van arbeidskrachten, de migratie van de bevolking werd aan banden gelegd. Boeren werden aan hun grond gebonden, zij kregen geen binnenlands paspoort waarmee beperkte migratie mogelijk was. De migratie was beperkt omdat je niet vrij kon verhuizen, een eventuele verhuizing moest worden aangevraagd en kon ook geweigerd worden. In de tijd vanaf 1946 tot aan Stalins’ dood was men in principe gebonden aan de baan die men had, veranderde je toch van baan, zonder goede reden, dan was je strafbaar. De rol van vakbonden stelde niets voor. Ze waren gebonden aan de staat met als enig doel het opvoeren van de arbeidsproductiviteit.

Stalin stelde vijfjarenplannen in, zij hadden als doel de ongeordende productie die volgens Marx zo kenmerkend was voor het kapitalisme te vervangen door een goed geordende socialistische productieorganisatie. Het was zaak om het beschikbare kapitaal, de natuurlijke bronnen, en met name het volk, en dus de arbeid, te mobiliseren, en zo nationale economische doelen te verwezelijken. In de praktijk kwam dat neer op een snelle industrialisering, een krachtige oorlogs industrie op poten zetten, en de wederopbouw na de Vaderlandse Oorlog. Aan het einde van zijn leven was Stalins’ Sovjet Unie één van de twee grootmachten. Zijn leger was enorm, en beschikte over atoomwapens.

§ 2.4 Cultuur en Godsdienst

Voor het bereiken van de socialistische heilstaat was het niet voldoende om alleen de economische kanten van de maatschappij te controleren. De invloed van de staat moest tot in de geest van zijn onderdaan reiken. Om dit te realiseren ontwikkelde Stalin een uitgebreid machtsapparaat dat alle takken van kunst en expressie controleert en reguleert. Zijn instrumenten waren een alom aanwezige geheime politie, censuur van de media, staatsonderwijs, controle over iedere vorm van wetenschap, strikte regels voor beeldende kunst, literatuur en film, een jeugdbeweging van de staat, onderwerping van de kerken, afgesloten grenzen, een keur aan bureaucratische maatregelen zoals een binnenlands paspoort systeem en arbeidsboekjes. Deze geestelijke dictatuur had een dieper uitwerking op de bevolking dan de politieke en economische revolutie.

Toen Stalin de totale heerschappij verworven had, was het niet meer mogelijk om als kunstenaar vrij je beroep uit te oefenen, alle kunstvormen werden voor propaganda doeleinden aangewend, en dat liet weinig ruimte over voor een vrije invulling van je werk. In de jaren dertig was er sprake van een strak gecentraliseerd cultuur beleid.

De schrijvers werden samen gedreven in de bond van Sovjetschrijvers, iedereen die iets wilde publiceren moest lid zijn. Schrijvers kregen voorwaarden opgelegd waar hun werk aan moest voldoen. Ze moesten de toekomst als het heden afschilderen, verhalen waarin alle beloften aan het volk zijn waar gemaakt. Hen werd een belangrijke functie toegekend. Stalin zag ze als ‘ingenieurs van de menselijke ziel’. Maar het schrijven over andere dingen dan het Vaderland, Stalin en het communisme werd afgedaan als ‘filosofisch idealisme’ of burgerlijk individualisme. Dit strakke ‘kunst korset’ leverde maar weinig literaire hoogstandjes op. Veel gerenommeerde schrijvers hielden gewoon op met schrijven, of emigreerden.

Bron 10: Stalin als leider, leraar en vriend, let ook op het standbeeld van Lenin op de achtergrond. Socialistisch-realistische kunst van G.M. Shegal, 1937(internet: www.stanford.edu/: )

De beeldende kunst kwam ook onder controle van de staat te staan, men mocht alleen afbeelden wat door de staat werd goedgekeurd. Er werd een nieuwe kunst stroming gemaakt: het socialistisch realisme. Kunst gewoon als kunst werd afgedaan als ‘bourgeois-estheticisme’ wat wil zeggen dat het alleen maar nutteloos mooi was, iets wat alleen een bourgeois kon waarderen.

Ook de wetenschap was niet meer vrij in zijn doen en laten. Alleen theorieën die door de staat als goed werden beschouwd mochten verder gebruikt en onderzocht worden. Was dit niet het geval dan werd het sterk bestreden. Van wetenschap was eigenlijk geen sprake meer, je zou het beter partij-ideologie kunnen noemen.

Tijdens de tweede wereld oorlog, of de Grote Vaderlandse Oorlog zoals de Russen hem noemen, werd een beroep gedaan op de artiesten om met hun werk het nationalisme aan te wakkeren om de bevolking aan te sporen zich te verzetten tegen de Duitsers. Dit werkte goed en het nationalisme wat eerst verfoeid werd, werd nu bewust ingevoerd.

Gedurende de oorlogsjaren werden de kunstenaars vrijer, en dat schiep goede hoop voor de komende jaren na de oorlog. Maar die hoop was gauw vervlogen, de jaren na de oorlog tot

aan Stalins’ dood waren nog strenger dan de jaren dertig. De Stalincultus

beleefde zijn hoogtij en alle kunst die geproduceerd werd had als thema de

alom geweldige Stalin, die werd afgeschilderd als de ware homo universalis.

Stalins’ invloed op de architectuur was groot, dit was merkbaar aan het

straatbeeld van Moskou dat werd opgeleefd met gigantische monumenten.

De meeste zijn gebouwd in Stalins' laatste jaren. Een nieuwe stroming stak

nu zijn kop op, het anti-kosmopolitisme, gericht tegen alles wat het westen

had voortgebracht op gebied van cultuur. Tot Stalins’ dood was dit de officiële cultuurpolitiek.

Wat godsdienst betreft werd het de mensen ook erg moeilijk gemaakt, direct na de revolutie in 1917 is men begonnen om steeds zwaardere maat regelen te nemen tegen de kerk, die geleidelijk aan al zijn rechten verloor.

In 1936 was godsdienstvrijheid gereduceerd tot het recht om in een kerkgebouw religieuze riten te vieren. Iets wat erg moeilijk gemaakt werd vanwege het feit dat zondag als een rustdag was afgeschaft. In 1941 was het aantal kerken dat nog als kerk gebruikt werd gedaald van 54400 naar 4200.

Bron 11: Een replica van de arbeider en de kolchoz boerin. ( bron:

Www.stanford.edu/ )

De propaganda tegen elke vorm van godsdienst was omvangrijk, affiches, films en natuurkundige demonstraties die wonderen verklaarden. Er ontstonden anti-religieuze tijdschriften en een vereniging van Godlozen. Toen de Sovjet-Unie met Duitsland in oorlog raakte veranderde alles. De kerk gaf alle steun aan de oorlog, en als tegenprestatie zette Stalin zijn anti-religieuze politiek stop. Er kwam een speciale raad in de regering die zich bezig ging houden met kerkelijke zaken. Zonder toestemming van deze raad kon de kerk echter niets doen. Ook bleven de strenge wetten gehandhaafd, ze werden alleen minder streng toegepast. De invloed van de kerk op de regering was nog steeds nihil, de kerk was zelfs verplicht in te stemmen met alles wat de regering deed. Na de oorlog werd de propaganda hervat, alleen dan via onderwijs en bijeenkomsten.

 

§ 2.5 Conclusie

De vraag waar ik dit hoofdstuk mee begon was: hoe voerde Stalin de communistische ideologie uit? Hij zorgde dat zijn bevolking constant in angst leefde, en hij ontnam hen iedere vrijheid. Dit heeft niets met communisme te maken. Zijn politieke macht was gebaseerd op intimidatie en sluwe spelletjes en hij regeerde geheel buiten de normale kanalen om. Zijn politiek bestond steeds meer uit het verheerlijken van zijn eigen persoon. Met het opheffen van de Nieuwe Economische Politiek heeft hij wel gehandeld naar het communisme, maar het was een slechte keus voor het land zelf. De sociale politiek was op papier misschien communistischer dan de NEP, hoewel denivilleren van de inkomens nooit op de politieke agenda van Marx of Lenin heeft gestaan, en in de praktijk was de socialistische planning niet zo centraal als hij pretendeerde. Hij liet de ontwikkelingen niet hun vrije loop, hij forceerde doorbraken die anders niet zo gelopen hadden. Zijn houding tegen het buitenland was niet die van een echte communist. Hij deed het wat dat betreft erg rustig aan. Hij wilde eerst de Sovjet-Unie helemaal goed functionerend hebben voordat hij in andere landen naar de mogelijkheden van een revolutie ging kijken.

Hoofdstuk 3:

Ideologie versus Praktijk

Nu ik de twee heren wat nader heb bekeken is het tijd voor het eigenlijke onderzoek, de beide vergelijken. De vraag van dit hoofdstuk is immers: Waarin verschillen de ideologie van Marx, en de praktijk van Stalin?

§ 3.1 Sociaal

De verschillen op sociaal gebied tussen Marx’ ideologie en Stalins’ praktijk waren best groot, ik zet de vier punten die Marx en Engels als belangrijke maatschappelijke veranderingen zagen nog even op een rijtje, met daarbij Stalins’ kijk op de zaak.

Dat deed Stalin ook, hij bracht een duidelijke structuur aan met zijn socialistische planning. Hij bedacht de vijfjaren plannen en creëerde veel arbeidsplaatsen, breidde de industrie uit en legde nieuwe wegen aan. Maar of van het algemeen samenwerken van Marx iets terrecht kwam? Hij introduceerde ongelijke lonen om mensen te prikkelen harder te werken, en te concurreren in plaats van samen te werken. Op het platteland moest men knokken om eten op tafel te krijgen, dus of men daar samenwerkte of gewoon ieder voor zijn eigen hachje zorgde is de vraag.

Daar voldeed Stalin zelf niet eens aan, hij terroriseerde het volk om zijn eigen angstgevoel te sussen, en om zijn trots te voeden. Hij ging over lijken om aan de macht te komen, en te blijven. En door de inkomensverschillen en de promotiekansen werd men in de samenleving ook een kans gegeven boven anderen uit te groeien. Dit werkt sociale wrijving in de hand.

Door het denivelleren van inkomens ontstaan er verschillen die spanningen met zich meebrengen die te vergelijken zijn met de spanningen tussen de klassen. Stalin zou eigenlijk het goede voorbeeld moeten geven, maar dat deed hij niet. Hij hield een grote afstand tussen hem en zijn volk, terwijl hij zich in de propaganda liet afschilderen als ‘vadertje Stalin, de man van het volk’ ( zie ook bronnen 7,8 en 10 ). Het verschil tussen platteland en de stad bleef groot.

Stalin stelde gratis staatsonderwijs in, en er kwam een jeugdvereniging. Maar Stalin limiteerde mensen in hun vrijheid wat betreft hun werk. Als je eenmaal een baan had dan moest je die houden, deed je dit niet dan waren de straffen niet gering. De mobiele maatschappij die Marx bedoeld had, de flexibele maatschappij die zich kon aanpassen aan de behoeften van de economie werd tegengewerkt doordat Stalin mensen verbood te verhuizen zonder goede redenen. Met een zware bureaucratisering, zoals een binnenlands paspoorten systeem, werd de flexibiliteit van de mensen aan banden gelegd.

Stalins’ kijk op het gezin was in overeenstemming met die van Marx. Ook hij betrok vrouwen in het arbeidsproces, en ving de kinderen op in staatsscholen.

De gemeenschappelijke paleizen waar Marx en Engels van spreken vinden we terug in de sovchozen, hoewel het daar niet zo fijn aan toeging zoals ze dat gepland hadden. De mensen daar leefden van kleine stukjes grond waar ze zelf mochten bepalen wat te verbouwen. Want de productie voor de staat leverde erg weinig op.

Bij Stalin ging het niet allemaal vanzelf, iets wat volgens Marx wel zou moeten. Maar dat had hij waarschijnlijk te danken aan zijn eigen poltiek.

§ 3.2 Politiek

De politiek die Stalin voerde was erg verschillend met de bedoelde politiek van Marx, zelfs met die van Lenin, die Stalin zo graag wilde evenaren of zelfs voorbij wilde streven.

Stalins politiek had niet tot doel om het proletariaat van de macht te voorzien, maar om zichzelf aan de top te handhaven.

Hij stelde zijn eigen persoon centraal, en leit zich verafgoden door het volk wat hij zou moeten helpen een beter bestaan op te bouwen. Dit is tegengesteld aan de leer van Marx, die het proletariaat als het belangrijkste zag.

Stalin oefende een permanente controle uit op het volk, hij had de absolute macht, en bepaalde wat iedereen deed. Marx zou dit hebben afgekeurd. Hij heeft immers gezegd dat het volk zelf tot het besef zou komen wat het beste is en vervolgens zou het daar ook naar handelen. Je zou kunnen zeggen dat een staatshoofd de eerste stappen moet zetten maar dat hij daarna het volk alleen maar hoeft te begeleiden op weg naar zijn heilstaat. En als dit eenmaal bereikt is, dan is alles in een evenwicht en hoeft er weinig meer aan gedaan te worden. Stalin durfde het volk die macht niet te geven.

Stalin kweekte bij zijn volk ook nationalisme, en hij liet de geschiedenis van het vaderland herschrijven. Hij ging zelfs zover dat hij het Tsaristische regime niet meer als negatief zag. Hij bestreed hiermee Friedrich Engels, die in zijn werk de Tsaren niet veel goeds toekent. Ook de communistische partij krant de Pravda verscheen met een nieuw motto: Voor het vaderland. Marx was tegen alle ideologiën waarmee mensen zich afschermen van ander groepen mensen, en zichzelf beter achten als anderen. Hij wilde een globale heilstaat waar nationalisme niet bestond.

§ 3.3 Economie

Om de Marxistische economie en de Stalinistische economie te vergelijken heb ik net als in paragraaf één van dit hoofdstuk de belangrijkste punten nog een keer op een rij gezet. En die punten vergelijk ik met Stalin.

Het privé-bezit was ten tijde van Stalin al gereduceerd tot praktisch nul.

In de strikte zin van het woord was dit natuurlijk zo, maar ookal bestonden de grote kapitalisten niet meer op papier, ze bestonden wel in een andere vorm. Aangezien de staat niet de kennis of de tijd had om iedere onderneming zelf te besturen, kwam het vaak neer op de lokale autoriteiten om de industrie aldaar te leiden. Dit werkte erg decentraliserend en omdat de plaatselijke mensen andere belangen hadden dan die in Moskou voeren zij vaak een eigen koers.

Stalin organiseerde de arbeid met een groot bureaucratisch apparaat in de vorm van een vakbond.

Hij creëerde een enorme hoeveelheid banen, en mogelijkheden om hogerop te komen. Maar juist dat laatste zorgde juist voor concurrentie op de werkvloer, iets wat Marx juist probeerde te vermijden.

De monetaire economie was afgeschaft in de eerste jaren van Lenin, maar werd toch weer ingevoerd bij de introductie van de NEP. Zo is het gebleven, geld bleek toch onmisbaar.

Stalin timmerde flink aan de weg met grote investereings programma’s. Hij ontwikkelde zware industrie en maakte nieuwe gebieden geschikt voor ontginning en ontwikkeling. Mensen werden gestimuleerd om harder te werken met propaganda en onderwijs

Stalin stelt, zoals al eerder vermeld, gratis en openbaar staatsonderwijs in, die de opvoeding van het kind voor een deel overnamen van de moeders. Maar hij gebruikt dit onderwijs om zijn greep op nieuwe generaties te versterken.

Dit was al zo toen Stalin aan de macht kwam. Hij heeft het transport en distributienet nog verder vergroot.

Nieuwkomers kwamen niet, en van rebellen wordt alles ingenomen.

§ 3.4 Cultuur en Godsdienst

Zoals Stalin wel vaker deed, forceerde hij gebeurtenissen die volgens Marx gewoon vanzelf moeten plaatsvinden. Zo ook maakte hij het de bestaande godsdiensten, met name de Russisch Orthodoxe kerk, steeds moeilijker om hun geloof te beleiden. Hij dwong kunstenaars en schrijvers de nieuwe stroming van het socialistisch realisme te gaan volgen.

Stalin dwong mensen te denken wat hij wilde, en zo niet dat ze er in iedergeval naar handelde. Marx heeft iets dergelijks nooit gezegd. Mensen zouden met het wegvallen van de klassenstrijd zelf wel inzien dat godsdienst, filosofie en andere alternatieve methoden van expressie niet meer nodig zijn.

§ 3.5 Conclusie

Een boek is te wijden aan niet genoeg om volledig antwoord te geven op de vraag: Waarin verschillen de ideologie van Marx, en de praktijk van Stalin? Ik ben slechts oppervlakkig nagegaan waar de verschillen liggen.

Er zijn er genoeg te vinden op ieder vlak, sociaal, politiek, cultureel en wat betreft de godsdienst. Dat is in iedergeval een reden voor het falen van het systeem. En een verklaring waarom Stalin sommige effecten heeft moeten afdwingen met geweld. Stalin is waarschijnlijk de verkeerde man geweest voor het communisme. Te weinig geduld, te weinig idealisme, en te veel een machtswelusteling.

Hoofdstuk 4:

Verschillen in de weegschaal

In dit laatste hoofdstukje ga ik kijken naar Marx zijn prioriteiten. Wat vond hij het belangrijkst? De exacte vraag luidt: Hoe zwaar wegen de gevonden verschillen voor Marx ? Dat is belangrijk om te weten om een goed antwoord te geven op de hoofdvraag. Ik zal me beperken tot de belangrijkste verschillen, omdat het toch maar een persoonlijke interpretatie is.

§ 4.1 Sociaal

Marx hechtte veel waarde aan een eerlijke samenleving die in balans was. Zonder klassenstrijd, zonder ook maar één reden om sociale wrijving te krijgen. Mensen in zijn maatschappij zijn vrij en compleet. Dit was zijn hoofddoel, de rest is alleen maar gereedschap om zover te komen. De liberalen zeggen dat vrijheid zover gaat totdat je de vrijheid van anderen aantast. Ik denk dat Marx zich hierin kan vinden, heel goed zelfs. Dus alles wat deze maatschappij, of heilstaat, in de weg staat weegt zwaar bij Marx, want dat verstoort het evenwicht en dat heeft zware consequenties. Kijk ik bij Stalin dan heeft hij veel dingen tegen. Zijn politiek gaat om hem zelf, en niet om het volk. Dit heb ik al eerder vermeld, maar dat is misschien wel waar het fout gaat. De revolutie is pas echt afgelopen als iedereen in de heilstaat leeft.

§ 4.2 Politiek

De politiek is het instrument om de macht in de handen van het proletariaat te brengen en om zo structurele maatregelen te nemen om alles op nieuw te verdelen. Alles wordt van hieruit gecontroleerd en bestuurd. De politiek dient om alles aan te sturen en in goede banen te leiden. Hier is wel wat speling mogelijk als het doel wat Marx gesteld heeft maar bereikt wordt: het bevrijden van het proletariaat.

Maar een politiek zoals Stalin die voerde, de persoonsverheerlijking, de Grote Terreur, het nationalisme, en de indoctrinatie zijn niet in de communistische leer van Marx en Engels te passen.

§ 4.3 Economie

De economie was hèt middel om te bereiken wat Marx wilde. Hier zat volgens hem ook het meeste fout in de maatschappij zoals hij tot dan toe geweest was. Eén van de belangrijkste fouten was het grote inkomensverschil. Je mag dus verwachten dat Marx met de invoering van bewuste inkomensverschillen heel ongelukkig zou zijn geweest. Hier blijkt ook wel uit dat Stalin de leer van Marx misschien wel niet begrepen heeft.

§ 4.4 Cultuur en Godsdienst

Marx hechtte aan de cultuur en de godsdienst niet zoveel waarde. De cultuur zou toch wel automatisch mee veranderen, en godsdienst, filosofie, en andere expressie vormen zouden geleidelijk aan verdwijnen. Marx zal het bewust beperken van andere levensbeschouwingen misschien niet toejuichen, maar echt wakker zal hij er niet van gelegen hebben omdat het op den duur toch overbodig zou zijn geworden. Maar wat Stalin ook deed was het indoctrineren van mensen, het manipuleren van gedachten. Dit zou mensen kunnen verhinderen nog verder te bouwen aan de heilstaat en dus gevangen blijven in een soort tussenfase of misschien wel helemaal niet beginnen. Dit zou Marx hebben afgekeurd.

§ 4.5 Conclusie

De belangrijkste bezwaren tegen Stalin zouden alsvolgt kunnen zijn: Stalin werkte concurrentie in de hand door zijn inkomensdenivellering. Hij liet een groot sociaal gat ontstaan tussen de boeren, en de arbeiders. Deze factoren zullen volgens Marx onherroepelijk leiden tot sociale wrijvingen, en dus nooit tot de heilstaat die Marx wil. Dit volgt op zijn beurt uit het verkeerd toepassen van de middelen die Stalin tot zijn beschikking staan.

Algemene Conclusie

Hoe zou Marx over Stalins’ invulling van het communisme gedacht hebben? Dat is de vraag die mij nu nog rest. Het antwoord lijkt mij: Marx zou negatief over de invulling van Stalins’ communisme hebben gedacht. Hij bereikte immers nooit de heilstaat die Marx wilde, hij zal dit waarschijnlijk ook niet vreemd hebben gevonden want bij Stalin ontbraken bepaalde voorwaarden voor zo’n staat. en de politiek die hij voerde leidde tot ellende in een vorm die in deze eeuw zijn gelijke niet kent.

Natuurlijk is dit nooit te controleren, Marx is immers dood. Het blijft slechts een subjectief antwoord. Dit is misschien onbevredigend, maar te verwachten als je jezelf zo’n vraag stelt

Mijn hypothese was: zelf weet ik te weinig van beiden mannen om er een zinvol woord over te spreken. Maar als ik nu een antwoord zou moeten geven zou ik denken dat Marx er niet veel goeds voor over had, Stalin gebruikte het Russisch proletariaat om zijn eigen macht uit te breiden, dit is niet in één lijn met Marx, die wilde dat de macht gelijk over de bevolking verdeeld zou worden.

Als ik deze nu toets aan mijn antwoord blijkt hij goed overeen te stemmen. Het antwoord is namelijk negatief. En dat had ik voorspeld in mijn Hypothese. Stalin gebruikte inderdaad zijn volk om zijn macht uit te breiden. Marx had het liever andersom gezien.

 

 

Slotwoord

Dit is de eerste keer dat ik een onderzoek van deze omvang deed, met mijn scriptie voor Nederlands is dit niet te vergellijken geweest omdat dit veel meer zoeken en lezen vergde.

Als ik alles van te voren geweten had, zou ik een andere onderzoeksvraag gekozen hebben. Het antwoord werd al gauw duidelijk. Het was een onderzoek wat alleen maar bevestigde wat ik vemoedde. Dat is wel jammer. Het mist nu de nodige diepgang, die ze van een VWO leerling wel zullen verwachten.

Informatie over Marx was in veelvoud aanwezig maar informatie over de concrete staatsstructuur kon ik niet vinden. Dat leverde problemen op bij de paragraaf over de Politiek van Marx.

Het grote probleem wat ik te laat tegen kwam is dat mijn scriptie een bepaalde geordendheid miste, dit leidde ertoe dat ik op een gegeven moment mijn hele werk om moest gooien. Dat koste veel tijd en heeft mij een aardige achterstand op geleverd. De oorzaak was dat ik de lijst met eisen vergeten was toen ik het werk begon te schrijven. Dat was op vakantie in Oostenrijk. Ik heb toen een andere onderzoeks methode bedacht die ik later heb moeten wijzigen.

Het vinden van goede informatie bleek ook moeilijk. Ik heb veel boeken geleend, maar die bleken niet bruikbaar. Dit had als gevolg dat ik nog een keer opzoek moest naar betere literatuur.

Het onderzoek heeft veel tijd gevergd, het bezoeken van bibliotheken, het zoeken op internet, het vervolgens lezen van de informatie, de belangrijke informatie eruit distelleren, en het vervolgens proberen te verwerken in een samenhangend verslag. Dit alles heeft mij ongeveer vijftig uur gekost.

 

 

Literatuurlijst

De volgende artikelen uit de Spiegel Historiael van mei 1985.

J.W. Bezemer, Lenin en Stalin

J.W. Bezemer, Leninisme en Stalinisme

J. Löwenhardt ,Ondergang van de politiek

W. van den Bercken, Cultuur- en godsdienst politiek

M.J. Ellman,De economische orde

Boeken:

Ian Grey, Stalin, London 1997

Stam, van Marx tot Mao ,Groningen 1968

Z.R. Dittrich en A.P. Goudoever, Sovjet Rusland 1917-1953, 1985 Utrecht

K. Marx en Friedrich Engels, Het communistisch manifest, Amsterdam 1973 ( London 1888 )

F Engels, ThePrinciples of Communism, London 1848 (?)

Internet:

www.marx.org

www.stanford.edu

http://www.csrp.org/art2.htm

http://www.stanford.edu/~gfreidin/courses/147/propart/propart.htm