STOOMVAART MAATSCHAPPIJ ‘’NEDERLAND’’ in WWII 
Tijdens de oorlogsjaren 1939-1945 verloor de S.M.N. vele van haar passagiers- en vrachtschepen waarbij 913 opvarenden ( 551 Nederlandse, 362 buitenlandse w.o. Laskaren en Javaanse en Madoerese zeelieden) het leven verloren. Ook deze Nederlandse maatschappij betaalde een zee hoge tol tijdens de oorlogsjaren in mensen en schepen !
Op 12 en 13 mei 1940, vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland, zagen de in Amsterdam liggende schepen Simaloer, Sembilan en Johan de Witt kans tijdig weg te komen. Op 14 mei werd de Jan Pieterszoon Coen, met nog enkele andere kleinere schepen, als blokkadeschip afgezonken tusen de pieren van de haven van IJmuiden.
De vier in aanbouw  zijnde schepen Bali, Borneo, Celebes en Sumatra vielen in Duitse handen.
De Bali werd op 24 juni 1942 door de Duitsers op de werf  in beslag genomen en naar de Maashaven in Rotterdam gesleept alwaar ze werd opgelegd. Later door de Duitsers tot zinken gebracht. Op 17 juli 1945 gelicht, hersteld en op 24 december 1947 opgeleverd aan de S.M.N..
De Borneo werd op 12 augustus 1941 door de Duitsers op de werf in beslag genomen. In 1944 werd ze in de Waalhaven tot zinken gebracht. In 1945 werd ze gelicht, hersteld en op 17 januari 1948 opgeleverd aan de S.M.N.
De Celebes werd op 12 augustus 1941 door de Duitsers op de werf in beslag genomen. Op 5 november vertrok ze uit Amsterdam naar Duitsland als voorraadschip voor de Kriegsmarine. In maart 1945 werd ze zwaar beschadigd tijdens een Britse luchtaanval op Cuxhaven. Op 3 december 1945 beschadigd terug naar Amsterdam aldaar hersteld en op 14 november 1946 in dienst bij de S.M.N.
De Sumatra werd op 12 augustus 1941 door de Duitsers op de werf in beslag genomen. Op 21 september 1943 overgedragen aan de Kriegsmarine. In mei 1945 beschadigd terug gevonden in Hamburg en aldaar afgebouwd en in 1945 onder S.M.N.-vlag. In feite hebben alle vier de schepen nooit echt onder Duitse vlag op de oceanen gevaren.
 
   
In 1940 werden 9 Duitse schepen in beheer gegeven bij de S.M.N.
 
Balingkar     ex Werdenfels 1921 DDG Hansa 6.318 brt.
Berakit   ex Vogtland  1924 Hapag  6.608 brt.
Kentar    ex Naumburg 1920 Hapag 5.878 brt.
Mangkalihat    ex Lindenfels 1928 DDG Hansa 8.457 brt.
Mariso       ex Bitterfeld 1930 Hapag 7.659 brt.
Mendenau ex Cassel 1922 Hapag 6.047 brt.
Noesaniwi ex Wuppertal 1936 Hapag 6.737 brt.
Sembilangan    ex Wasgenwald 1923 Hapag 4.990 brt.
Wangi-Wangi ex Franken 1926 N.D.L. 7.789 brt.
 
Reeds in augustus 1940 werden de eerste passagiersschepen gecharterd door M.O.W.T. waaronder de Christiaan Huygens en de Johan de Witt Later kwamen daar nog vele passagiersschepen bij die na ombouw als troepentransportschip duizenden en duizenden troepen transporteerden.
In november 1941 werden een zevental vrachtschepen gecharterd door M.O.W.T. t.w. de Bengkalis, Bintang, Enggano, Moena, Salabangka, Sembilan en de Singkep. Nog maar weinig schepen hadden bewapening aan boord er was een schreeuwend tekort om de schepen hiermee uit te rusten. Mede hierdoor waren de schepen vaak een makkelijke prooi voor de Duits onderzeeboten of vliegtuigen die met eenvoudig kanonvuur of bommen de schepen tot zinken konden brengen. Van de S.M.N.-vloot waren er slechts drie schepen die in november 1941 een 4-inch kanon met getrainde geschutsbemanning hadden dit waren de Mapia, Tabian en Tabinta.
Na de aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941 verklaarde Nederland onmiddellijk de oorlog aan Japan en dat had zeer grote gevolgen voor de S.M.N. die veel schepen in en rond Nederlands-Indie hadden gestationeerd. In de beginperiode tussen 8 december 1941 en 8 maart 1942 gingen maar liefst 120 Nederlandse schepen verloren. Vooral na de Slag in de Javazee op 27 en 28 februari was het verlies enorm mede door zelfvernietiging om te voorkomen dat deze schepen in Japanse handen zouden vallen.
Op 27 januari werd de Poelau Tello tijdens een Japanse luchtaanval in Padang in brand geschoten waarbij ze volledig uitbrandde. Op 20 februari vertrok de Java met aan boord een deel van de goudvoorraad van De Javasche Bank naar Australie waar ze veilig aankwam.  Op 27 februari moesten ook de haven van Tjilatjap, aan de zuidkant van Java , wegens dreigend oorlogsgevaar, omtruimd worden. Er lagen op die dag 26 schepen in die haven w.o. van de S.M.N. de Poelau Bras, Tawali en Enggano. Van deze 26 schepen wisten er slechts 11 veilig te ontsnappen en van de S.M.N. was dit alleen de Tawali.
De Enggano werd op 1 maart 1942 tijdens een Japanse luchtaanval aangevallen en door de bemanning verlaten, later werd ze door de Jappen tot zinken gebracht. Alle 65 opvarenden werden op 2 maart door de Tawali opgepikt en in veiligheid gebracht.
De Tawali werd, enkele uren na vertrek, terug geroepen naar Tjilatjap om evacues op te halen wat een vrij riskante opdracht was als u in ogenschouw neemt dat van 26 schepen welke die haven verlaten hadden er 15 verloren gingen ! Desondanks bleek de Tawali een ‘’lucky ship’ te zijn. Terug varend naar Tjilatjap nam ze eerst de eerder genoemde 65 opvarenden van de Enggano aan boord. In Tjilatjap werden vervolgens 513 vluchtelingen aan boord genomen en na vertrek pikte ze onderweg nog eens 57 opvarenden op van de verloren gegane Engelse HMS Anking. Op 14 maart 1942 kwam ze veilig in Colombo aan.
 
Op 5 maart 1942 werden alle Nederlandse schepen door de Nederlandse regering in Londen gevorderd.
 
Van de S.M.N. voeren een aantal schepen als troepentransportschip t.w. de Johan van Oldenbarnevelt, de Marnix van St.Aldegonde (verloren gegaan), de Christiaan Huygens (na de oorlog op 26-08-’45 bij Westkapelle op een mijn gelopen en verloren gegaan), de Johan de Witt, de Oranje (als hospitaalschip), de Poelau Laut en de Tabinta.
 
DE ONDERGANG VAN DE POELAU TELLO

De lading bestaat uit 12.000 ton rubber en is bestemd voor Amerika. Daarom zijn ook Amerikaanse vrou-wen en hun kinderen aan boord. Het schip ligt afgemeerd in Emmahaven, nabij Padang om nog meer rubber mee te nemen. Plotseling verschijnen zeven Japanse bommenwer-pers en vallen havenloodsen en schip aan. Na een tweede aanval geeft men bevel dat alle passagiers het schip onmiddellijk moeten verlaten. Het grootste deel de bemanning is dan al op eigen gelegenheid van boord gegaan. Tenslotte moeten ook de kapitein met zijn mensen van het schip af. Even later krijgt het schip enkele voltreffers en vliegt over de gehele lengte in brand. Het wordt van de kade weggesleept en in de havenkom aan de grond gezet. Daar brandt het geheel uit. Niemand komt bij dit bombardement om het leven.
 
   
MS Poelau Tello 1931 wrak bezuiden de Emmahaven te Padang 1945
 
DE ONDERGANG VAN DE POELAU BRAS
 

Op 27 februari 1942 wist de Poelau Bras veilig de haven van Tjilatjap te verlaten. Op 4 maart bereikt ze de Wijnkoopsbaai op Java. Op 6 maart komt er een afdeling van 100 man van de Koninklijke Marine aan boord waaronder de waarnemend Commandant Zeemacht J.J.A. van Klaveren. De Poelau Bras was terug geroepen om de marinetop te evacueren. Daarnaast komt er nog een grote groep personen aan boord waaronder 28 topfunctionarissen van de B.P.M. en bemanningen van Shell en andere S.M.N.-schepen die al eerder getroffen waren of hun schepen zelf tot zinken hadden gebracht. De Poelau Bras had slechts accommodatie voor 56 passagiers en de chaos aan boord is dan ook groot. De Poelau Bras was bewapend met aan stuur- en bakboord een Bofors-machinegeweer in een geschutskoepel en op het achterschip een 4-inch kanon.

Op 6 maart 1942 om 20.00 uur verliet ze de Wijnkoopsbaai met als bestemming Colombo. De marinemensen hebben op diverse plaatsen op het schip nog eens 16 mitrailleurs geplaatst ter bescherming bij een eventuele luchtaanval.

De machinekamer werd gemaand om maximaal vermogen te leveren om zo snel uit de gevarenzone te komen.

Men veronderstelde dat de Poelau Bras rond het middaguur uit het actieradius gebied zou zijn van de Japanse vliegtuigen. Alle bewapende posten waren bezet. Om 10.30 uur verscheen een verkenningsvliegtuig. Om 11.40 uur verschenen er duikbommenwerpers boven de Poelau Bras die de aanval inzetten. In totaal voerden 12 vliegtuigen verdeeld in drie formaties de aanval uit. Ontvluchten was een onmogelijke taak een bom raakte een sloep aan stuurboord en ontplofte op de waterlijn ter hoogte van de machinekamer. Er ontstond een gat en water stroomde de machinekamer in waardoor de Sulzer-motor afsloeg. Als een weerloos slachtoffer dreef ze rond zwaar bestookt door de duikbommenwerpers. Een voltreffer sloeg recht in de schoorsteen en brand brak uit. Het tegenvuur had weinig effect op de aanvallende vliegtuigen.

De kapitein gaf order het schip te verlaten waarna hij alleen achter blijft op de brug. Door het aanhoudende mitrailleurvuur van de bommenwerpers durven velen niet via de sloepen van boord te gaan maar springen overboord. Toen de vliegers van de Japanse bommenwerpers begrepen dat het schip ten onder zou gaan begonnen ze de reddingssloepen te beschieten die gestreken werden. Ik mag veronderstellen dat men op de hoogte was dat een deel van de marinestaf aan boord was. Uiteindelijk werden vier van de zeven sloepen vernietigd en konden er slechts drie gestreken worden evenals twee vlotten.

Toen deze sloepen nog maar enkele honderden meters van de Poelau Bras verwijderd waren verhief ze zich rechtstandig en zonk snel over de achtersteven weg. Het aantal slachtoffers was slechts bij benadering aan te geven en werd geschat op 240 tot 300 opvarenden. In de drie sloepen bevonden zich 116 overlevenden. Na acht dagen van ontbering, licht gekleed in de brandende zon, karig waterrantsoen en ontstekingen door overkomend zeewater bereikten ze een klein eiland waar voor de branding voor anker werd gegaan. Op het eiland werden vooral kokosnoten als buit mee genomen. Hier blijven had weinig zin en bij de volgende landing bij Semangkabaal op Sumatra werden ze gevangen genomen door de Jappen. Vandaar werden ze per trein overgebracht naar Palembang waar ze een jaar verbleven. Veel van de opvarenden zijn gedurende de oorlogsjaren in kampen om het leven gekome

 
DE ONDERGANG VAN DE MARNIX VAN ST. ALDEGONDE
 

In 1942 was de Marnix van St.Aldegonde ingedeeld als troepentransportschip bij de Central Naval Task Force voor de landingen in Frans Noord-Afrika (Operatie Torch). Ook de Dempo, de Tegelberg en de Nieuw Zeeland maakten deel uit van dit onderdeel evenals de Karanja (.B.I.Steam Nav.Co.) en de Viceroy of India (P & O Line).  Op 26 november 1942 verliet een konvooi van 52 koopvaardijschepen onder bescherming van 30 oorlogsschepen de haven van Gourock Schotland richting Noord-Afrika. Op 8 november 1942 zette de ‘’Marnix’’ met nog twee Britse schepen 3.400 man Britse troepen zonder tegenstand aan wal. Op 11 november werden er troepen op Duff White Beach bij Kaap Aoka aan wal gezet. Tijdens deze operatie werd ze voortdurend door Duitse en Italiaanse vliegtuigen aangevallen waarvan de ‘’Marnix’’ er twee naar beneden haalde. Het P & O-schip Cathay raakte hierbij in brand.

Omdat dit schip met munitie was geladen zocht de “Marnix van St.Aldegonde’’ een andere ligplaats en ontkwam daardoor aan nachtelijke aanvallen waarbij vier Britse schepen, het luchtverdedigingsschip Tynwald, de monitor Roberts en nog een korvet en een torpedojager,  verloren gingen. Ook de Karanja ging tijdens deze aanval verloren.

Wist de ‘’Marnix van St.Aldegonde’ gedurende de nachtelijke uren zich vlak onder de bergachtige kust verborgen te houden tijdens de dag werd ook zij zwaar aangevallen. Ondanks de komst van Spitsfires waren de Duitse aanvallen nog lang niet afgelopen. De Duiters wilden ten koste van zware verliezen aan eigen kant de landing op de kust van Noord-Afrika voorkomen en daarmee het gevaar van de Duitse troepen en hun bevoorrading veilig stellen. De ‘’Marnix’’ het nog enige overgebleven schip van deze groep kreeg het nu ook zwaar te verduren gedurende een vijf-kwartier durende aanval waarbij 21 zware bommen richting ‘’Marnix van St.Aldegonde’’ werden afgeworpen. Ze verdedigde zichzelf met 100 stuks 12-pounder granaten, 1000 stuks 40 mm Bofors, 800 stuks 20 mm Oerlikon, 2000 lichte mitrailleurpatronen alsmede 42 raketten werden afgevuurd. Uiteindelijk werd ze gespaard en kon terug naar de Engeland voor herstel en nieuwe transporten.

 De ‘’Marnix van St.Aldegonde’’ werd in november 1942 gerepareerd en verbouwd tot LSI(L) (Landing Ship Infantery (Large)) waarbij de sloepen werden vervangen door landingsvaartuigen. Op 10 juli 1943 nam ze deel aan de landingen op Sicilie (Operatie Husky). De troepen van de ‘’Marnix’’ gingen in 20 landingsvaartuigen (LCA) onder Nederlandse vlag aan land ten westen van Kaap Passero. Op 16 augustus vertrok de ”Marnix’’ uit Greenock U.K. naar Philippeville met 3.400 man troepen aan boord.

Daarna nam ze deel met de Britse Duchess of Bedford en de Orontes aan Operatie Avalanche de landing bij Salerno Italie. Aan boord Amerikaanse troepen van Task Force 81. Bij aankomst op 9 september werden de schepen door Duits kustartillerie onder vuur genomen en gedurende nacht door Duitse luchtaanvallen waarbij ze twee ‘’near-misses’’ opliep, ze keerde behouden terug in Falmouth Bay.

Op 27 oktober 1943 vertrok de ‘’Marnix’’ opnieuw naar de Middellandse Zee o.a. vergezelt van de Ruys, de Tegelberg en Sloterdijk in konvooi KMF 25A. Na het passeren van Gibraltar werd het konvooi aangevallen door Duitse torpedovliegtuigen van het type Do-217. De ‘’Marnix’’ bleef vooralsnog ongeschonden. Tijdens een latere aanval om 18.17 uur bij Kaap Bougaroni kreeg ze een voltreffer tussen ruim 5 en de machinekamer die beide volliepen. Enkele torpedojagers en de Ruys van de K.P.M. kwamen de ‘’Marnix van St.Aldegonde’’ te hulp. De Ruys streek alle sloepen en nam 1.076 man  over, ze had zelf al 2.800 man aan boord. Een havensleepboot trachtte de ‘’Marnix’’ bij de kust aan de grond te zetten om zinken te voorkomen. De berging verliep helaas te langzaam en bovendien kwam ze ook nog in aanvaring met de eveneens getroffen en verlaten Santa Elena. Helaas was de Marnix van St. Aldegonde niet meer te redden. Een torpedoboot nam de laatse 500 opvarenden aan boord evenals de Amerikaanse bergingsploeg. Een etmaal na de voltreffer verdween ze op 7 november om 18.12 uur in de diepte.

 
"Moena" 24-08-1942 getorpedeerd door U 162 
"Chr. Huijgens", 28-05-1945 op een mijn gelopen bij Westkapelle.
 
Overzicht van de S.M.N.-schepen  welke gedurende W.O. II verloren zijn gegaan.
 
   
Marnix van St.Aldegonde 07-11-1943 na luchtaanval.
Christiaan Huygens 28-05-1945 op een mijn gelopen bij Westkapelle.
Jan Pieterszoon Coen 14-05-1940 als blokkadeschip afgezonken
Sembilan  17-04-1942 getorpedeerd door It.onderzeeboot
Salabangka   01-06-1943 getorpedeerd door U 178 
Soemba  05-01-1941 door schuivende lading gekapseisd .
Simaloer 02-03-1941 na luchtaanval gezonken
Saleier                               10-04-1941 getorpedeerd door U 52 
Moena  24-08-1942 getorpedeerd door U 162 
Tanimbar   14-06-1942 na luchtaanval gezonken
Bintang  21-11-1942 getorpedeerd door U 160
Enggano 01-03-1942 na luchtaanval gezonken
Poelau Roebiah   06-07-1943 getorpedeerd door U 759
Poelau Tello   27-01-1942 na luchtaanval gezonken
Tajandoen   07-12-1939 getorpedeerd door U 47
   
Balingkar 18-08-1942 getorpedeerd door U 214
Berakit  07-05-1943 getorpedeerd door I 27
Kentar   31-07-1942 getorpedeerd door U 155
Mangkalihat 01-08-1943 getorpedeerd door U 198
Mariso     20-03-1943 getorpedeerd door U 518
Mendenau 09-08-1942 getorpedeerd door U 752
Sembilangan 13-03-1943 getorpedeerd door U 107
Wangi-Wangi 25-05-1941 getorpedeerd door U 103
   
Bronnen  
  De Eeuw van de Nederland  van A.J.J.Mulder
  Koos Los: t.j.los@12move.nl
  Veteranen on-line.http://www.veteranen-online.nl/