Een meisje van achttien jaren
Een meisje van achttien jaren (bis)
die bemint twee bruidegoms (bis)

De eerste dat was er ene schipper
en de tweede een landmanszoon

Ik zal er mijn vader gaan vragen
wie de beste voor mij is

Och laat er die schipper maar gaan varen
en neem liever de landmanszoon

De schipper die begon er ja te wenen
toen hij afscheid van haar nam

De duivel die zal je komen halen
al op het bruiloftsfeest

Het bruiloftsfeest dat werd er ja gehouden
al in haar vaders huis

Toen kwam er een vogel aan vliegen
zette zich bij het venster neer

Vloog een of twee maal met haar in het ronde
vloog met haar de kamer uit

Haar armen die werden afgesneden
en haar ogen uitgebrand

Zo gaat het met al die mooie meisjes
die de jonkman brengt tot schand