De Bibliotheek van Babel [5] [6]

door Jorge Luis Borges

By this art you may contemplate the variations of the 23 letters [8]
The Anatomy of Melancholy, part 2, sect. II, mem. IV [20]

Het universum (door anderen de Bibliotheek genaamd) bestaat uit een onbepaald en misschien oneindig aantal zeshoekige ruimten, met daartussen gigantische luchtschachten, omgeven door lage balustraden. Vanuit ieder hexagoon zie je eindeloos veel lager en hoger gelegen verdiepingen. De ruimten zijn steeds eender ingericht. Twintig boekenplanken, vijf lange planken beslaan elke wand, op twee na; hun hoogte, de afstand tussen vloer en plafond, bedraagt iets meer dan een normale boekenkast. Een van de vrije zijden leidt naar een smal portaal, welke naar een andere ruimte leidt, identiek aan de eerste en aan alle andere. Links en rechts van het portaal zijn twee heel kleine kamertjes. In de eerste kun je net staande slapen, de andere is ten behoeve van ieders fecale noodzakelijkheden. De ruimte wordt tevens doorkruist door een wenteltrap die peilloos ver afdaalt en onafzienbaar stijgt. In het portaal is een spiegel die alles nog eens netjes dubbel weergeeft. Gewoonlijk wordt hieruit geconcludeerd dat de Bibliotheek begrensd is (waarom anders deze illusoire duplicatie?); Ik verbeeld mij bij voorkeur dat zijn gepolijste oppervlak het oneindige representeert en belooft. De verlichting bestaat uit als bolvormig fruit gevormde lampen. In iedere ruimte zijn er twee, transversaal geplaatst. Het licht dat ze geven is voortdurend te weinig.

Zoals iedereen in de Bibliotheek heb ik gereisd in mijn jeugd, ik heb gezworven, op zoek naar een boek, misschien de catalogus der catalogi; nu mijn ogen nauwelijks meer kunnen zien wat ik opschrijf, bereid ik mij voor te sterven, slechts kilometers verwijderd van de hexagoon alwaar ik geboren ben. Als ik eenmaal dood ben zal er geen gebrek zijn aan vrome handen om mij over de reling te werpen, mijn graf zal de peilloze lucht zijn, mijn lichaam zal eindeloos vallen, vervallen en oplossen in de wind veroorzaakt door de val tot in het oneindige. Ik beweer dat de Bibliotheek onbegrensd is. De idealisten beweren dat de hexagoon de noodzakelijke vorm is van absolute ruimte, of, in ieder geval voor onze intuïtie van ruimte. Zij beweren dat drie of vijfkantige ruimten ondenkbaar zijn (mystici beweren dat ze in extase een ronde kamer waarnamen met daarin een groot cirkelvormig boek waarvan de rug één ring vormt en de wand volledig volgt; maar hun getuigenis is verdacht; hun woorden obscuur, dit cyclische boek is God). Laat ik hier volstaan met de klassieke stelling: de Bibliotheek is een bol waarvan het centrum in ieder hexagoon kan liggen en waarvan de omtrek onbereikbaar is.

Iedere wand van de hexagoon heeft vijf planken; iedere plank draagt 35 boeken van gelijk formaat; ieder boek bestaat uit 410 pagina’s; iedere pagina bestaat uit 40 regels, iedere regel bestaat uit ongeveer 80 karakters welke zwart van kleur zijn. Er staan ook letters op de rug van ieder boek; deze letters geven niet aan wat de pagina’s mee zullen delen. Ik weet dat deze incoherentie ooit nogal mysterieus leek. Voordat ik de oplossing samenvat (waarvan de ontdekking, ondanks zijn tragische projectie, misschien het belangrijkste feit in de geschiedenis is) wil ik eerst een aantal axioma’s in herinnering brengen.

Ten eerste: de Bibliotheek bestaat ab aeterno. Deze waarheid, waarvan het directe gevolg de toekomstige eeuwigheid der wereld is, kan door geen redelijke geest betwijfeld worden. De mens, de imperfecte bibliothecaris, kan het product zijn van toeval of kwaadwillige demiurgen; het universum met zijn elegante begiftiging van planken, zijn enigmatische delen, zijn onuitputtelijke trappen voor de reizigers en de latrines voor de bibliothecarissen van dienst, kan alleen maar het werk van God zijn. Om de afstand tussen het goddelijke en het menselijke te bevatten voldoet het mijn botte fladderende symbolen, door mijn feilbare handen op het kaft van een boek gekrabbeld, te vergelijken met de organische letters: precies, teer, perfect zwart, onnavolgbaar symmetrisch.

Ten tweede: er zijn 29 orthografische symbolen (1). Deze ontdekking maakte het 300 jaar geleden mogelijk een algemene theorie over de Bibliotheek te formuleren en een bevredigende oplossing te vinden voor wat door geen vooronderstelling werd ontcijferd: de vormloze en chaotische natuur van vrijwel alle boeken. Mijn vader zag ooit een boek in een hexagoon van circuit 1594 welke geheel geschreven was met de letters MCV, pervers genoeg herhaald van de eerste tot de laatste regel. Een andere (veel geraadpleegd op dit vlak) is meer een labyrint van letters, maar de één na laatste pagina meldt: "Och tijd uwe piramiden". Dit weten we: naast iedere zin van betekenis bestaan massa’s zinloze kakofonieën, verbale warboel en incoherenties. Ik weet van het bestaan van een zonderling gebied waar bibliothecarissen die de ijdele bijgelovige gewoonte om betekenis in boeken te vinden verloochenen en stellen het gelijk aan pogingen betekenis te vinden in dromen of in de chaotische lijnen in je hand… ze geven toe dat de uitvinders van dit schrift de 26 natuurlijke symbolen imiteerden, maar houden vol dat deze toepassing willekeurig is en dat de boeken geen enkele betekenis dragen (deze stelling zit er, zoals we zullen zien, niet ver naast).

Lange tijd geloofde men dat de ondoorgrondelijke boeken correspondeerden met dode of onbekende talen. Het is waar dat men vroeger, de eerste bibliothecarissen, een taal gebruikte die nogal afwijkt van die we nu spreken; het is waar dat een paar kilometer naar rechts de tongval een dialect vormt en dat negentig verdiepingen hoger het niet meer te begrijpen is. Nogmaals, dit zal allemaal waar zijn, maar vierhonderdtien pagina’s onveranderlijke MCV’s kan niet met wat voor een taal dan ook corresponderen, ongeacht hoe zwaar het dialect of beperkt rudimentair de taal ook is. Sommigen insinueren dat iedere letter de er op volgende letter kan beïnvloeden en dat de waarde van MCV in de derde regel op pagina eenenzeventig niet gelijk is aan die op een andere positie op een andere pagina, maar deze vage stelling hield geen stand [7], anderen dachten aan cryptogrammen; dit vermoeden wordt algemeen aanvaard, hoewel niet in de zin zoals het aanvankelijk geformuleerd werd.

Vijfhonderd jaar geleden trof het hoofd van een hoger gelegen hexagoon (2) een boek aan, even verwarrend als alle andere, maar het had bijna twee pagina’s met homogene regels. Hij toonde zijn vondst aan een zwervende decodeur welke hem vertelde dat de regels geschreven waren in het Portugees, anderen zeiden dat het Jiddisch was. Binnen een eeuw werd de taal vastgesteld: een Samojedisch Litouws dialect uit Guarani met klassieke Arabische invloeden. Ook de inhoud werd ontcijferd: een aantal notities van verbindende analyses, geïllustreerd met voorbeelden in eindeloos verschillende toonaarden. Deze voorbeelden maakten het een geniale bibliothecaris mogelijk de fundamentele wet van de Bibliotheek te ontdekken. Deze denker constateerde dat alle boeken, hoe divers ook, uit dezelfde elementen bestaan: de spatie, de komma, de punt en de zesentwintig letters van het alfabet. Daarnaast voerde hij een feit aan welke door reizigers is bevestigd. In de onmetelijke Bibliotheek zijn geen twee boeken gelijk. Uit deze onomstotelijke aannames leidde hij af dat de Bibliotheek volledig is en dat zijn planken alle mogelijke combinaties van de toegepaste syntaxis (een aantal dat, hoewel onpeilbaar groot, niet oneindig is) oftewel alles wat maar uit te drukken valt: in alle talen.

 Alles -  het gedetailleerde verhaal van de toekomst, de autobiografieën der aartsengelen, de betrouwbare catalogi van de Bibliotheek, duizenden en duizenden foute catalogi, het bewijs van de onwaarheid van deze catalogi, het bewijs van de onwaarheid van de ware catalogus, het gnostische evangelie van Basilides, het commentaar op dat evangelie, het commentaar op het commentaar op dat evangelie, het ware verhaal van jouw dood, de vertaling van ieder boek in alle talen, de interpolatie van ieder boek in alle boeken, het verhaal dat Beda geschreven had kunnen hebben (maar niet schreef) over de mythologie der Saksen, de verloren boeken van Tacitus.

Toen verklaard werd dat de Bibliotheek alle boeken bevatte, was de eerste indruk volstrekte gelukzaligheid. Iedereen voelde zich meester van een complete en geheime schat. Er was geen persoonlijk of wereld probleem waarvan de welsprekende oplossing niet in één of ander hexagoon bestond. Het universum was gerechtvaardigd, werd overweldigd door een ongelimiteerde dimensie van hoop. In die tijd was er veel te doen rond de vindicatie: apologetische en profetische boeken welke het handelen van iedereen in het heelal van alle tijden verdedigden en wonderbaarlijke geheimenissen bevatten rond zijn toekomst. Duizenden verlieten hun vertrouwde hexagonen, renden door de trappenhuizen, gehaast door hun ijdele hoop hun vindicatie te vinden. Deze pelgrims redetwistten in de nauwe gangen, verwensten duistere vloeken, wurgden elkaar op de heilige trappen, wierpen de bedrieglijke boeken in de luchtschachten, vonden op vergelijkbare wijze terneergeslagen de dood door bewoners van de afgelegen gebieden. Anderen werden krankzinnig… de vindicaties bestaan (ik heb er twee gezien die refereerden naar personen in de toekomst, personen die misschien niet imaginair zullen zijn) maar de zoekers bedachten niet dat de kans dat iemand zijn vindicatie, of waardevolle variant daarvan, zal vinden nihil is.

In die tijd bestond de hoop dat opheldering van fundamentele mysteries der mensheid – het ontstaan van de Bibliotheek en de tijd – gevonden zouden worden. Het is waarschijnlijk dat deze diepe mysteries in woorden verklaard kunnen worden: als de taal van filosofen niet voldoet, zal de veelzijdige Bibliotheek de ongekende vereiste taal, met zijn vocabulaire en grammatica produceren. Gedurende vier eeuwen heeft men de hexagonen uitputtend doorzocht…er zijn officiële zoekers, inquisiteurs. Ik heb ze in functie gezien: ze komen altijd zwaar vermoeid terug van hun reizen, ze maken melding van gebroken trappen die hen bijna fataal werden; ze praten met bibliothecarissen van galerijen en verdiepingen; soms pakken ze het dichtstbijzijnde boek en bladeren er doorheen, op zoek naar schandelijke woorden. Klaarblijkelijk verwacht niemand iets te vinden.

Natuurlijkerwijs werd deze bovenmatige hoop gevolgd door een excessieve depressie. De zekerheid dat een bepaalde plank in een bepaalde hexagoon waardevolle boeken bevatte en dat deze onbereikbaar waren werd bijna ondraaglijk. Een blasfemische sekte stelde voor het zoeken te stoppen en dat iedereen letters en symbolen moest husselen totdat, met een wel heel kleine kans, de canonieke boeken samengesteld konden worden. De autoriteiten zagen zich genoodzaakt strenge orders uit te vaardigen. De sekte verdween, maar in mijn kindertijd heb ik oude mannen gezien die zich gedurende lange tijd verstopten in de latrines met een soort metalen schijven in verboden gokkastjes, zachtjes de heilige chaos murmelend.

Omgekeerd meenden anderen dat het van fundamenteel belang was zinloos werk te elimineren. Ze vielen de hexagonen binnen, toonden hun niet altijd valse geloofsbrieven, bladerden met ongenoegen door een deel en veroordeelden hele planken: hun hygiënische ascetische furie veroorzaakte de ondergang van miljoenen boeken. Hun naam wordt verafschuwd, maar zij die de door deze woestelingen vernielde schatten betreuren vergeten twee belangrijke feiten: ten eerste: de Bibliotheek is zo gigantisch groot dat iedere reductie van menselijke oorsprong naar verhouding oneindig klein is. Ten tweede is ieder deel uniek en onvervangbaar (omdat de Bibliotheek totaal is) maar er zijn altijd vele honderdduizenden licht afwijkende facsimile’s: werken die slechts één letter of komma verschillen. In tegenstelling tot de algemene opinie durf ik te beweren dat de verwoestingen der Zuiveraars overschat werden door de horreur die deze fanatici met zich mee brachten. Zij werden gedreven door het delirium de boeken in het Karmozijnrode Hexagoon te bereiken: boeken met kleiner dan normaal formaat, almachtig, geïllustreerd en magisch.

Nog een bijgeloof uit die tijd: die van de Man van het Boek [12]. Ergens op een plank, in één of ander hexagoon (redeneerde men) moet een boek bestaan welke de formule en samenvatting is van alle andere delen: er moet een bibliothecaris zijn die het boek gelezen heeft en hij is aan een god gelijk. In de taal van deze zone zijn zelfs nog restanten van de cultus van deze functionaris doorgedrongen. Velen zwierven rond op zoek naar Hem. Eeuwen lang werden tevergeefs de meest uiteenlopende gebieden uitputtend doorzocht. Hoe kon men het vereerde en geheime hexagoon traceren waar Hij woonde? Iemand stelde een regressieve methode voor. Om boek A te vinden, raadpleeg eerst boek B welke A’s positie aangeeft; om boek B te vinden, raadpleeg dan eerst boek C, en zo verder tot in het oneindige… in dit soort avonturen heb ik mijn tijd verkwist , mijn jaren verknoeid. Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk dat er een totaal boek ergens op een plank in het heelal staat; (3) ik bid dat de onbekende goden of een man – al is het er maar één, al was het duizenden jaren geleden! – het heeft mogen lezen en onderzoeken. Als eer en wijsheid en geluk niet voor mij zijn, laat het dan voor anderen zijn, laat de hemel bestaan als mijn plaats in de hel moet zijn. Ik mag gekrenkt zijn en vernietigd worden, maar laat op één ogenblik, in één wezen Uw enorme Bibliotheek gerechtvaardigd zijn.

De goddelozen houden vol dat onzin normaal is in de Bibliotheek en dat het redelijke (en zelfs eenvoudige en pure coherentie) een vrijwel miraculeuze uitzondering vormt. Zij spreken (weet ik) over de koortsachtige Bibliotheek wiens toevals-delen constant in gevaar zijn te veranderen in andere en verzekeren, ontkennen en verwarren alles als een heilig delirium "deze woorden, die de wanorde niet alleen vermelden maar ook verklaren maken de slechte smaak en wanhopige onwetendheid van de auteurs tot een publiek geheim. In werkelijkheid bevat de Bibliotheek alle verbale structuren, alle variaties toegestaan met de zesentwintig letters van het alfabet, maar geen enkel voorbeeld van absolute nonsens. Het heeft geen zin vast te stellen dat het beste boek in de hexagonen onder mijn beheer "The Combed Thunderclap" heet en een andere "De pleisterkram" en weer een andere "Axaxaxas mlö". Deze frasen, op het eerste gezicht lijken ze incoherent, kunnen zonder twijfel gerechtvaardigd worden op een cryptische of allegorische manier; een dergelijke rechtvaardiging is verbaal en tekent zich, ex hypothesi, al af in de Bibliotheek. Ik kan geen combinatie van letters maken

                                               dhcmrlchtd;

waarin de heilige Bibliotheek niet voorziet en welke niet in één van zijn geheime talen een verschrikkelijke betekenis bevat. Niemand kan ook maar een lettergreep uitspreken die niet gevuld is met tederheid of vrees, die niet, in één van de talen de krachtige naam van een god is. Spreken is vervallen in tautologieën. Dit langdradige en nutteloze epistel bestaat al in één van de dertig delen van één van de 20 planken van één van de ontelbare hexagonen – evenals zijn weerlegging. (een n aantal mogelijke talen gebruikt het zelfde vocabulaire; in enkele hiervan is met het symbool bibliotheek de correcte definitie mogelijk, een alomtegenwoordig en duurzaam systeem van hexagonale galerijen, maar waarin bibliotheek brood is of piramide of wat dan ook, en deze zeven woorden die het definiëren een andere waarde hebben. Jij die dit leest, weet jij zeker dat je mijn taal begrijpt?).

De methodische taak van het schrijven leidt mij af van de huidige staat der mensheid. De zekerheid dat alles al geschreven is doet ons teniet of maakt ons tot schimmen. Ik ken districten waar de jongeren boeken aanbidden en de pagina’s op barbaarse wijze kussen maar ze weten er geen letter van te ontcijferen. Epidemieën, ketterse conflicten, pelgrimages die onvermijdelijk ontaarden in barbarisme hebben de bevolking gedecimeerd. Ik heb naar ik meen, met de jaren steeds vaker zelfmoorden gemeld. Misschien dat leeftijd en vrees mij verslaan, maar ik vermoed dat het menselijk ras – het unieke ras – op het punt staat uit te sterven, maar de Bibliotheek zal blijven bestaan: verlicht, solitair, oneindig, perfect onbeweeglijk, uitgerust met waardevolle delen, onbruikbaar, onvergankelijk, geheim.

Ik schreef net het woord "oneindig". Ik heb dit adjectief niet geïnterpoleerd uit een retorische gewoonte; ik meen dat het niet onlogisch is te denken dat de wereld oneindig is. Zij die oordelen dat het eindig is postuleren dat in afgelegen gebieden de gangen en trappen mogelijk tot een eind komen – hetgeen absurd is. Zij die denken dat het onbegrensd is vergeten dat het mogelijke aantal boeken wel begrensd is. Ik durf te beweren dat dit de oplossing is van het klassieke probleem: de Bibliotheek is oneindig en cyclisch. Als een eeuwige reiziger het in welke richting dan ook zou doorkruisen, dan zou hij na eeuwen zien dat dezelfde delen zich in dezelfde wanorde herhalen (hetgeen, zo herhaald, orde zou zijn: de Orde). Mijn eenzaamheid wordt verblijd door deze elegante hoop (4).

Mar del Plata, 1941

 

Noten [van Borges]:

1 Het originele manuscript bevat geen cijfers of hoofdletters. De interpunctie werd beperkt tot de komma en de punt. Deze twee tekens, de spatie en de tweeëntwintig letters van het alfabet zijn de vijfentwintig symbolen die door deze onbekende auteur voldoende werden geacht (noot van de redacteur) [8]

2 Vroeger was er één man per drie hexagonen. Zelfmoord en longziekten hebben deze proporties vernietigd. Een herinnering van onuitspreekbare melancholie: ik heb nachten lang gereisd door gangen en over gepolijste trappen zonder één bibliothecaris tegen te komen.

3 Ik herhaal: de mogelijkheid volstaat voor een boek om te bestaan. Alleen het onmogelijke komt niet voor. Bijvoorbeeld: een boek kan geen ladder zijn, hoewel er zonder twijfel boeken zullen zijn waarin deze mogelijkheid wordt besproken, ontkend en gedemonstreerd evenals andere structuren aan een ladder gelijk.

4 Letizia Alvarez de Toledo heeft opgemerkt dat deze Bibliotheek waardeloos is: strikt genomen zou een enkel deel volstaan, een deel van normaal formaat, gedrukt met 9 of 10 punts lettergrootte welke een oneindig aantal oneindig dunne pagina’s zou bevatten. (in de vroege 17e eeuw stelde Cavalieri dat alle massieve lichamen de integratie zijn van een eindig aantal vlakken). Dit zijdezachte vademecum zou niet gemakkelijk te hanteren zijn: iedere ogenschijnlijke pagina zou zich ontvouwen in vergelijkbare; de ondenkbare middenpagina zou geen keerzijde hebben.

 

Volgende            Vorige                De Bibliotheek van Babel            Inhoud en Index