Atlantis


Plato en Socrates

Atlantis volgens Plato

We schrijven zo’n 360 voor Christus. Volgens het verhaal van Plato filosoferen vier mensen, waaronder Socrates, over de ideale staatsvorm.

Uiteindelijk vertelt een van hen (Critias) over Athene, dat zo’n 9000 jaar eerder de volmaakte samenleving kende. Men onderscheidt een priesterskaste, een kaste van handwerklieden, militairen met de wijsheid van filosofen en een kaste van lanbouwers. Mannen en vrouwen zijn in het Athene van toen elkaars gelijke.

De Atheners bevrijden het Middellandse-Zeegebied van de overheersing van de Atlantiers. Het is een bijzondere overwinning, temeer omdat de bewoners van Atlantis onoverwinnelijk lijken.

 

Æ÷¼¼À̵·
Poseidon

De Atlantiërs stammen rechtstreeks af van Poseidon. Het is een bevoorrecht volk dat leeft in een groot en schitterend rijk: "Zijn bergen, zijn vlakte, zijn tuinen en al wat het bevatte waren van een uitzonderlijke schoonheid. Overvloedig waren er de zeldzame metalen, waaronder het weerschijnende orichalcum, dat de glans heeft van vuur."

De hoofdstad van Atlantis moet prachtig geweest zijn. De gebouwen zijn opgetrokken uit witte, rode en zwarte stenen. Nog opmerkelijker is haar wiskundige ordening en de volmaakte geometrie van de vijf ringmuren die haar beschermmen. De stad is doorsneden met kanalen die haar havens verbinden. De havens wemelen van schepen en kooplieden uit alle landen van de wereld.

In het centrum van de stad liggen het paleis en de tempel. Deze zijn van buiten bekleed met zilver en van binnen met zilver, ivoor, goud en orichalcum. Ook vindt men er gouden standbeelden, in het bijzonder die van Poseidon.

 

Noach 5760 (1999) Een goddelijk ras bewoont dit schitterende eiland, dat ontelbare generaties leeft in deugdzaamheid en vrede.

Op een dag raken de eilandbewoners echter bedwelmd door hun rijkdom. Het goddelijke in hen maakt plaats voor het wereldlijke. Het volk met het uiterlijk van volmaaktheid en geluk wordt almaar lelijker omdat ze het edelste van hun bezit hadden verloren...

Tenslotte breekt het moment aan waarop dit volk de wereld wil overheersen. Hun machtige vloten zetten koers naar het Middellandse-Zeegebied en onderwerpen de volken op haar oevers.

De enige die weerstand biedt is Athene, die met haar uitstekende leger de vijand verslaat.

Korte tijd daarna worden aardbevingen gevoeld en vinden uitzonderlijke overstromingen plaats. Binnen het tijdsbestek van één gruwelijke nacht slokt de aarde alle Atheense krijgers op en wordt het eiland Atlantis voorgoed door de zee verzwolgen. 

Aldus straffen de goden de mensen voor hun hoogmoed.