Goed en Kwaad

Goed en kwaad bij Jung

Jung gaat in 1951 een confrontatie aan met het traditionele christelijke geloof. In 'Antwoord op Job' schetst hij een almachtige - maar geen goede god.

Jung illustreert dit met de openbaringen van Johannes. Als we daar lezen wat God in de eindtijden over de mens afroept kunnen we niet meer alleen spreken van het evangelie van de liefde. De openbaring van Johannes schetst het evangelie van de vrees.

God als totaliteit
Maar waarom zou de God van de liefde zich op deze wijze kenbaar willen maken? Volgens Jung is er maar een antwoord mogelijk: Het kwade maakt deel uit van God. Jung beschouwde God als een totaliteit, waarin goed en kwaad is verenigd. Het is de mens die uitmaakt waaraan wij het labeltje goed of kwaad hangen.

 

Het offer van Jezus

Volgens Jung is Jezus niet gestorven voor onze zonden, maar vanwege de schanddaden van zijn Vader. Welke liefdevolle almachtige vader zou zijn zoon immers aan het kruis laten uitroepen: "Mijn God, mijn God, waarom hebt ge me verlaten?"

De gedachte is verfrissend en shockerend. Het geeft in ieder geval een verklaring voor wie het kwade in de wereld heeft gebracht, of liever, hoe het kwade is ontstaan: het was er altijd al!

Jung concludeert dat God niet beschermt tegen het kwade. Integendeel, hij moedigde de duivel aan om Job op de proef te stellen. De essentie is niet dat een mens die zijn vertrouwen in God stelt bescherming ontvangt, de essentie is veeleer dat God bezig is mijn zijn eigen zaakjes. God wil een weddenschap winnen en de inzet van deze weddenschap is de mens!

Conclusie

'Antwoord op Job' is een van de laatste publicaties van Jung. Het schijnt dat hij er niet meer aan toegekomen is ook het goede van God te beschrijven. Jammer, want ik zou nieuwsgierig zijn naar zijn filosofische verklaring. 

 

  verder