Naar homepage

Essay ConsiliŽnce.

Door: Math de Ponti

1 mei 2002

t.b.v. 1e graad biologie Hoge School Utrecht.

"Terug naar de basis" een essay over ConsiliŽnce: The Unity of Knowledge door Edward O. Wilson.

Inleiding:

ConsiliŽnce: The unity of knowledge is geschreven door Edward O.Wilson. Wilson is bioloog en schrijver. Als hoogleraar heeft hij gewerkt aan de Harvard University. Wilson behandelde met name de evolutiebiologie. Deze wetenschap heeft verwantschap met de natuur- en socialenwetenschappen. Door met wetenschappers uit deze en vele andere vakgebieden inzichten te bespreken en te bediscussiŽren heeft Wilson de kennis vergaard om een uitvoerig essay te schrijven met als hoofdtitel: ConsiliŽnce.

In ConsiliŽnce geeft Wilson aan dat de wetenschap steeds fragmentarischer en specialistischer wordt. Vanuit de vakgebieden wordt te weinig naar andere vakgebieden gekeken laat staan geleerd. Door samenwerking en unificatie kan de wetenschap doordringen tot de elementaire processen van leven en gedrag en daarmee de evolutie doorgronden en uiteindelijk voorspellen.

Andere werken van Wilson zijn:

On Human Nature (1978) Pulitzerprijs, The Ants (1990) Pulitzerprijs, Het veelvormige leven (1994)

Het essay over ConsiliŽnce volgt de hoofdstukindeling van het boek van E.O. Wilson. Eerst wordt per hoofdstuk een samenvatting gegeven en vervolgens mijn reflectie hierop.  

Inhoud:

Hoofdstuk 1: De Ionische Bekoring.

Hoofdstuk 2: De belangrijkste takken van de wetenschappen.

Hoofdstuk 3: De verlichting (17e en 18e eeuw)

Hoofdstuk 4: De natuurwetenschappers.

Hoofdstuk 5: De draad van Ariadne.

Hoofdstuk 6: De Geest.

Hoofdstuk 7: Van genen tot cultuur.

Hoofdstuk 8: Het Darwinistische succes van de menselijke natuur.

Hoofdstuk 9: de sociale wetenschappen.

Hoofdstul 10: De kunsten en de interpretatie ervan.

Hoofdstuk 11: Ethiek en Religie.

Hoofdstuk 12: Waartoe?

 

Hoofdstuk 1: De Ionische Bekoring.

Samenvatting:

Wilson geeft aan dat de wetenschap zijn oorsprong vond in de 6e eeuw voor Christus. Hier start het zoeken naar de objectieve werkelijkheid boven die van de openbaring. Hiermee is de start gemaakt om onderzoek te doen en via observatie met onze zintuigen zaken om ons heen te beschrijven. Zorg dat de dingen om ons heen genoemd worden met de juiste naam: classificeren. Er ontstaat eenduidigheid die terug te voeren is op ťťnheid. Eťnheid in wetenschap zowel in de natuur- als socialenwetenschappen. Met het ontstaan van de wetenschap zal religie terrein moeten prijsgeven. Wilson geeft aan dat de zoektocht naar religie de zoektocht naar werkelijkheid wordt. Wetenschap is dus ook en misschien vooral het zoeken naar grenzen. Wat kan ik onder de gegeven omstandigheden, of om met Icarus te spreken: "hoe hoog kan ik vliegen voordat de zon mijn vleugels doet smelten". Het is niet verwonderlijk dat de wetenschap aanvangt als er voor het eerst schrift gebruikt kan worden. Hierdoor wordt een en ander vastgelegd en schrift is geduldig. Anderen kunnen becommentariŽren en er kan herziening plaatsvinden.

Reflectie:

Of de wetenschap start met hiŽrogliefen valt te betwijfelen. Ook al voor deze tijd waren er grottekeningen en was er taal. Via taal en deze tekeningen werd informatie overgedragen van de ene op de andere generatie. Ongetwijfeld werd erover gediscussieerd. Van belang blijft wel dat door teksten van andermans bevindingen de eerste stap van de wetenschap ingeslagen is en daarmee de ratio belangrijker werd. De oorzaak van het ontstaan van de wetenschap moet dan ook direct gezocht worden in de evolutie. De mens ontstond uit primaten. De duim verplaatste naar voren en kwam bij de vingers te staan. De handen konden daardoor veel beter voorwerpen vastpakken en gaan gebruiken. De hersenen werden daardoor gestimuleerd, ontwikkelde zich verder met als gevolg dat ze steeds ingewikkeldere processen zijn gaan aansturen. Wat bij dieren beperkt blijft tot enkele handelingen zoals het opduiken van schelpen en die kapot slaan zodat er voedsel is, is bij de mens uitgegroeid tot een voortdurend denken over "waarom doe ik dat op deze wijze". Wetenschap is een menselijke activiteit gestart toen de evolutie de mens liet ontstaan. Religie was voor de komst van de mens niet bekend en dus pas uitgevonden toen de mens de evolutie binnentrad.

Hoofdstuk 2: De belangrijkste takken van de wetenschappen.

Samenvatting:

De verlichte denkers uit de 17e en 18e eeuw hadden als uitgangspunt dat onze materiŽle wereld wordt geregeerd door wetten. Kennis is in wezen voortgekomen uit eenheid en de mens heeft in potentie een onbeperkte ontwikkeling. Deze uitgangspunten zijn ook nu nog van belang. De exacte en geesteswetenschappen moeten verbinding zoeken. Juist de exacte wetenschappen kunnen principes van de geesteswetenschappen verklaren. Op dit moment is de wetenschap sterk gespecialiseerd. Deze specialisatie is zo ver doorgevoerd dat de wetenschappers te weinig inzicht hebben gekregen in andere vakgebieden. De taak van de specialist is om verder te kijken dan het eigen specialisme. Juist dan kan er koppeling en overleg plaatsvinden en daarmee breder inzicht. De grensgebieden tussen de specialismen worden daardoor steeds kleiner en kunnen mogelijk verdwijnen. ConciliŽntie roept daartoe op. Via conciliŽntie (Ned: verzoening) worden de wetenschappen gedwongen naar elkaar te kijken. Het resultaat zal zijn dat kennis veel sneller uitgewisseld wordt en daarmee toegepast wordt in andere specialismen. Dat juist exacte wetenschappen veel meer toegepast moeten worden in geestes- en sociale wetenschappen is een eerste stap. Het zoeken naar oorzaak en gevolg is bij de exacte wetenschap de belangrijkste grondtheorie omdat dat de mogelijkheid tot toetsing geeft. De geestes- en sociale wetenschappen kunnen door conciliŽntie te zoeken met de exacte wetenschap aan betekenis winnen.

Reflectie:

Belangrijk is het waarom de verlichte denkers van de 17e en 18e eeuw een meer wetenschappelijke benadering kozen in hun denken. Door onderzoekers kwam meer en meer kennis vrij over onze omgeving. Belangrijke inzichten als de Generatio spontanea werden herroepen, maar toch, zelfs de Generatio spontanea had een "wetenschappelijke basis". De theorie werd beschreven en er werden zelfs proeven gedaan om de theorie te bewijzen. De beschrijving maakte het echter ook mogelijk om de gedachten van de Generatio spontanea te weerleggen. De Verlichters pikten dus kennis op en gingen ermee aan de slag. De basis lag in het exacte en zoals steeds weer blijkt als er nieuwe ontdekkingen worden gedaan blijkt het formuleren van een grondregel mogelijk. De geesteswetenschappers moeten zich realiseren dat stukje bij stukje hun metafysische wetten in omvang afnemen omdat er natuurwetenschappelijke verklaringen voor gevonden worden. Van belang voor alle wetenschappen is dat er verder wordt gekeken dan het eigen vakgebied. Dit blijkt echter een moeilijke opgave voor de onderzoeker. De onderzoeker wil graag van zich laten horen, wil de top bereiken in een of ander onderzoeksgebied en gaat daarom in een braakliggend terrein onderzoek doen op zoek naar een niche. Vervolgens bekwaamt hij zich en groeit mogelijk uit tot "de specialist". Start een gesprek met een "open mind" en zie je belandt als vanzelf in een dialoog over het kennisgebied van de ander. Daarmee stel je jezelf kwetsbaar op, je geeft toe dat de ander meer weet over het betreffende onderwerp. Het is de vraag of de ander zich ook kwetsbaar wilt opstellen? Wilt hij dat dan kan hij ook van jou leren. Dat opent uiteindelijk de weg naar conciliŽntie. Leren van elkaar door je in eerste instantie leergierig maar ook kwetsbaar op te stellen. Uiteindelijk zal dat winst geven. Het vakgebied met al zijn kennis en problemen openstellen voor alle anderen.

Hoofdstuk 3: De verlichting (17e en 18e eeuw)

Samenvatting:

De belangrijkste uitgangspunten van de verlichting waren vrijheid van het individu. "Vrijheid, gelijkheid en broederschap" (J.J. Rousseau, 1712-1778). Uit deze gedachte is de Franse revolutie geboren. Rousseau wilde deze grondgedachten bereiken door gemeenschappelijk wil. Deze gemeenschappelijke wil is bepalend voor de rechtsorde die bepaald wordt door de "vrije mensen", pas dan kan deze constant, onveranderlijk en zuiver zijn maar ook: wie zich onttrekt is een uitzondering en wordt verwijderd. M.de Robespierre (1758-1794, Jacobijn) zette vervolgens de revolutie in 1793 aan de kant. Robespierre vond de jacobijnse doelstellingen zuiver. Condorset een Girondijn (gematigde politieke idealen) verbond de wiskunde aan de sociale wetenschappen: "sociaal gedrag is te kwantificeren". De politiek is het instrument om de geheven morele principes ten uitvoer te brengen. Condorset: een beschaving is onderworpen aan wetten, exacte principes, begrijp je deze principes dan ontwikkeld de mens naar een volmaakte sociale orde die geregeerd wordt door wetenschap en seculiere filosofie. De wetten haal je uit het verleden, je ziet dan dat het ene het andere tot gevolg heeft of beÔnvloed. Hieruit ontstaat een samenleving die vrij is en rationeel. Religie is dan niet nodig omdat religie juist rationeel denken uitsluit. Bacon: de natuur om ons heen en in ons zelf moeten we begrijpen om de mens op koers te zetten. Verzamel daarvoor feiten en zoek patronen, ga uit van wat je waarneemt en generaliseer vervolgens daar uit, zorg voor uitsluiting van een tevoren opgezette mening. De wetenschappers kwamen uit de hogere standen. Aanvankelijk hadden ze politiek succes maar later niet meer. Anderen denken als Descartes (1596-1650) : het universum is een rationeel systeem, er is in alles oorzaak en gevolg. Vervolgens ging Newton (1643-1727) de wiskunde in de wetenschap toepassen, wiskunde was geschikt om orde te scheppen. Waarom kunnen wij denken op een rationele wijze? Dit is een voortbrengsel van de revolutie. Het begrip van natuur is niet gemakkelijk, door de verzamelde kennis blijkt juist dat de natuur heel ingewikkeld is. God wordt door de Verlichters en wetenschappers niet beschouwd als de schepper c.q. heerser van het bestaan maar veeleer als een dimensie die de basis heeft geschapen voor leven met als gevolg de samenhangende wetten. Als de mens de wetten heeft doorgrond heeft hij God bereikt. Het eindpunt van de evolutie: "er is totaal inzicht". Voor de Verlichters gingen de ontdekkingen in de wetenschap te langzaam waardoor wetenschap onwaarschijnlijk werd met als gevolg dat het theÔsme weer terrein won. Bovendien heeft de wetenschap geen emotie en kan hij God niet bewijzen. Met Rousseau kwam de romantiek in bloei. Rousseau wilde de wetenschap een halt toeroepen. Van oorsprong is alles goed geweest maar beschaving (huwelijk, godsdienst, wetten, overheid) heeft alles bedorven. Goethe (1749-1832) wilde vervolgens de metafysica terug hebben in de wetenschap en wijsbegeerte. Dus vanuit de wetenschap metafysische denkbeelden ontplooien maar ook de wetenschap bedrijven als oorzaak en gevolg. Het doel was de metafysica een wetenschappelijke grondslag te geven. Darwin (1809-1882) komt met zijn evolutietheorie en doet daarmee een rechtstreekse aanval op het godsbeeld en ook de romantiek. Er blijken in de natuur eigen wetten te heersen die een weg bewandelen. In de 19e eeuw wordt veel kennis opgedaan in de natuurkunde en biologie. Sociologie, antropologie, economie en politicologie nemen hun plaats in tussen de exacte geesteswetenschappen. De wetenschappen schieten nu door op hun eigen terrein. Ze verwachten dat zij het uiterste bewijsmateriaal vinden voor het bestaan. Vergeten wordt daarbij naar de samenhang te kijken. Het universum is niet gemaakt met ons als mens in het achterhoofd. Daarom kunnen we begrijpen wat ons brein zich eigen maakt. De mens heeft een overgeŽrfde hang naar ordening, daardoor kunnen we onderscheid maken tussen waar en niet waar hetgeen betekent dat we elkaar (snel) kunnen begrijpen want we zijn van dezelfde soort met biologisch vergelijkbare hersenen.

Reflectie:

Met de komst van de verlichting moesten de Verlichters aantonen dat de ideeŽn van de verlichting juist waren. De filosofen wilden de oude denkbeelden berustend op religie, wetten en macht van de adel onderuit halen. Hiervoor kon gebruik gemaakt worden van de wetenschap, met name wiskunde. Het kunnen bewijzen van sociale gedragingen via wiskundige modellen. Een wens die nu en in de toekomst aanwezig zal zijn. Probleem was de hoge verwachtingen die deze filosofen hadden van de wetenschap. De verwachtingen die de mens stelt moeten ingewilligd worden in ťťn mensenbestaan of zelfs nog korter! Lukt dat niet of wordt de tegenwerking te groot dan ontstaat een nieuwe leer in dogma’s. Iedereen zal het nieuwe beeld moeten aanhangen c.q. uitdragen, anders "weg ermee". Het gevolg is volkerenmoord. Blijkbaar is er een wetmatigheid in het handelen van de mens. In zijn streven naar geluk voor "iedereen" dient een grote groep mensen uitgeschakeld te moeten worden. Voorbeelden te over: de Franse revolutie met de guillotine, de Russische revolutie met verbanning en uitroeiing van andersdenkenden en "verkeerde" sociale klassen, de inquisitie door de katholieke kerk en nu de lijfspreuk van terroristische regimes: "dood aan de ongelovigen". Toch ontwikkeld de wetenschap verder en wat bewezen wordt blijft bestaan ondanks alle tragische wereldgebeurtenissen (die juist door de inzichten van de wetenschap vermeden hadden moeten worden). Het was een mooie gedachte van Goethe om de wetenschap goed toe te passen en daar metafysische gedachten aan te ontplooien. Een compromis tussen wetenschap en bovennatuurlijk denken. Op dit moment aanvaardbaar omdat we daarin ook erkennen dat we op korte termijn niet alles kunnen weten. Gevaar blijft dat het bovennatuurlijk denken in vrijheid moet plaatsvinden en niet dogmatisch mag zijn en nog belangrijker; het metafysisch denken vindt plaats als surrogaat dat voortdurend aangepast moet worden of als suikergoed zal oplossen. Dit proces vindt plaats en had ook plaats gevonden zonder dat de "leiders" stukjes wetenschap als bewijs zagen voor hun stellingen. Wat ik kan gebruiken, gebruik ik, wat vervelend is verdring ik. Door alle informatie toe te passen zal een, of dť oplossing gegeven kunnen worden. Want, een gefundeerde (deel)oplossing bedenken is altijd beter dan de halve waarheid. Van de start van de verlichting tot en met de denkbeelden van Darwin is duidelijk dat met vallen en opstaan de wetenschap zijn plaats inneemt in het totale denken. Steeds meer ontdekkingen door de wetenschap bewijzen de wetenschap zelf. De wetenschap bewijst bij elke ontdekking zichzelf in tegenstelling tot religie en metafysisch denken dat bij elke nieuwe wetenschappelijke ontdekking afbrokkelt. Dat daarmee het geluk van de mens groter wordt is de vraag. Er is (nog) geen meetinstrument om te meten wie gelukkiger is: de mens uit de zeventiende eeuw, de middeleeuwer, de Azteek of de hedendaagse mens. En dat "geluk" was een van de uitgangspunten van de verlichting. Hierin zit dus ook het grootste probleem van onze wens: het definiŽren van het begrip geluk.

De wetenschap moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen voor zijn ontdekkingen. De uitvindingen mogen niet verkeerd gebruikt worden. Gentherapie, genetische manipulatie, atoombom en kernenergie zijn voortbrengselen van de wetenschap die met de stand van kennis op dit moment oncontroleerbaar kunnen zijn. De wetenschap mag niet naÔef zijn!

Hoofdstuk 4: De natuurwetenschappers.

Samenvatting:

De ontdekking van natuurkunde, scheikunde en biologie maken de wereld groter en complexer. Zonder deze kennis zou de mens aangewezen zijn op cognitieve kennis en geloof. Het ontdekken van deze wetenschappen is een gevolg van de evolutie en heeft uiteindelijk tot een wetenschapsrevolutie geleid.

Evolutie heeft gezorgd voor:

         nieuwsgierigheid en creativiteit.

         het vermogen tot abstraheren (bv. de hoofdeigenschappen van het universum).

         de wiskunde die zo perfect past in de natuurwetenschappen.

Er zijn grote ontdekkingen gedaan die de basis van het leven verklaren en de bouwstenen van het leven duiden. Uiteindelijk is het mogelijk een steeds logischere verklaring te geven door "wetten en principes" in tegenstelling tot pseudo-wetenschap die een behoefte bevredigd uit subjectiviteit. Einde 19e eeuw wordt het objectivisme weer belangrijk. In Amerika is de leidraad van het zoeken naar waarheid, een aanlegeigenschap aller mensen. In Europa wil men datgene dat waargenomen wordt exact beschrijven. Met behulp van de wiskunde is dat te bereiken. Van groot belang is dat daarbij de wiskunde een verbindende factor wordt. Wiskunde is het basisschrift en daardoor verbind het de verschillende takken van de wetenschap. De wens van de natuurwetenschappers is hetzelfde als die van de filosofen nl. de hersenen ontrafelen. Is dat gebeurd dan kan het onderzoek gevoerd worden naar denkprocessen en de wereld daarbuiten. De filosofen benaderen het andersom: de natuur ontrafelen via de wetenschap. Dan kunnen de menselijke denkbeelden begrepen worden en dan,….. dan is alles bekend!

Reflectie:

De natuurwetenschappen geven fundament aan het leven en hebben daardoor hun bestaansrecht (existentie) maar de natuurwetenschappen moeten in het teken staan om samen stap voor stap hun ontdekkingen te doen en te beschrijven met gebruikmaking van middelen die bekend zijn. De wiskunde is daarvoor een belangrijk middel en heeft in ieder geval een gemeenschappelijke taal. De natuurwetenschappers mogen echter niet aan hun uitvindingen meer conclusies koppelen als er gemaakt mogen worden. Juist hier willen (natuur)wetenschappers de fout ingaan. Te vaak nemen de gedachten met de conclusies de vrije loop en worden generalisaties gemaakt over alle andere wetenschappen heen. Steeds weer wordt gedacht dat de "graal" gevonden is. Bij medisch onderzoek worden middelen uitgevonden die het aids-probleem zouden oplossen en kanker doet verdwijnen. Nu het genoom van de mens bekend is, worden de verwachtingen over gentherapie hoog opgeschroefd. Het lijkt een kwestie van enkele tientallen jaren dat erfelijke aandoeningen te vermijden zijn dan wel opgelost kunnen worden. Ook het voedselprobleem lijkt oplosbaar, via genetische manipulatie is nogal wat mogelijk en worden de bevindingen erg rooskleurig voorgesteld. Maar onderzoeken geven aan dat op dit moment de opbrengst van genetisch gemanipuleerde planten niet hoger maar zelf lager is t.o.v. niet genetisch gemanipuleerde gewassen. Factoren die bij de boer liggen als kennis van telen, wanneer welke verdelgingsmiddelen gebruiken, oogsttijd zijn van grotere invloed. De hoop die gekoesterd wordt maakt na enige tijd plaats voor scepsis. Hierin heeft de wetenschapper zijn verantwoordelijkheid. De wetenschappers zijn niet alleen de onderzoekers die hun bevindingen mogen droppen. Zij kunnen van de filosofen leren welke waarden en normen er aan hun onderzoek verbonden dienen te worden. Het ontdekken van penicilline is op geneeskundig gebied een topper maar het succes ervan zorgde ook voor achteruitleunen in de strijd tegen pathogene micro-organismen en mede door oneigenlijk gebruik is penicilline een achterhaald geneesmiddel aan het worden. Hoe om te gaan met de opgedane kennis zou een toegevoegd item aan elk onderzoek moeten worden. Met die vraag start dan meteen een filosofische studie over de betekenis en de toepasbaarheid in onze samenleving. Het uitvinden van de atoombom is een bijzondere ontdekking maar zijn verwoestende kracht, gebruikt in de koude oorlogvoering tussen de grote mogendheden, zorgde er bijna voor dat de vier miljard jaar durende evolutie op aarde geen toekomst meer had. Natuurwetenschappers rationaliseren en proberen daarmee alles te verklaren. Maar zolang niet alles verklaarbaar is zal emotie een belangrijke rol blijven spelen en als emotie gerationaliseerd kan worden is de evolutie en ons bestaan afgerond. Is dat te bereiken?

Hoofdstuk 5: De draad van Ariadne.

Samenvatting:

De natuurwetenschappen zijn te bereiken voor de mens. Ook de opbouw van werken is duidelijk. Er wordt uitgegaan van het complexe, dat wordt ontrafeld tot zijn bouwstenen. Ook de evolutie van de natuurwetenschappen laten dit zien. Eerst de cel, dan het celmembraan en daarna alle peptide en lipide die het membraam opbouwen en vervolgens de atomen die een peptide of lipide vormen.

De natuurwetenschap ontrafelt en wil weer opbouwen. Kunnen onze gedachten ook teruggebracht worden tot atomen? Wat zijn dromen en welke oorsprong hebben ze, wat is hun betekenis? Waarom komen slangen zoveel voor in menselijke dromen en waarom leren mensen zo snel om van slangen bang te zijn en dat deze angst dan blijvend is. Als het "prepared learning" is wil dit zeggen dat er een gencode in ons lichaam is die ons leert om van slangen bang te zijn met als nut dat je niet zo snel gebeten wordt door een gifslang. Maar op welke manier verloopt dit op moleculair-atoom niveau? Als we dit kunnen ontrafelen tot op moleculair niveau kunnen we dan vanuit die moleculen hetzelfde systeem weer opbouwen? Hoeveel mogelijkheden zijn er om met dezelfde moleculen totaal andere formaties te maken die andere eigenschappen bezitten? De code van het leven zit in ons DNA. De samenstelling van nucleotiden en hun specifieke volgorde wordt door de wetenschappers doorgrond. We vinden dat dit ook een verplichting is van de wetenschap. Juist door ontdekking van de eigenschappen van nucleotiden en DNA kunnen ziekten bestreden worden waardoor de mens langer en gelukkiger kan leven. De ontdekking van de basismoleculen tot op atoomniveau blijkt binnen tientallen jaren verwezenlijkt te kunnen worden. Dan de synthese: de weg terug naar complexiteit en dat dan op de manier des mensen. Met een eigen interpretatie. Een ontwikkeling die kan leiden tot nieuwe organismen met dezelfde mogelijkheden als de huidige organismen. Dan ook zal de geest zijn geheim prijsgeven evenals het gedrag en de ecosystemen omdat die allemaal producten zijn van organismen.

De belangrijkste vragen die opgelost moeten worden zijn:

1.      Zijn er algemene organiserende principes die het mogelijk maken een levend organismen volledig te herscheppen?

2.      Zijn er gelijke principes voor geest, gedrag en ecosystemen?

3.      Is er een wiskundig systeem dat fungeert als natuurlijke taal voor de biologie en fysica?

4.      Kan bepaald worden, na ontdekking van de juiste principes, of deze gedetailleerde feitelijke informatie toegepast kan worden op de gewenste modellen.

Reflectie:

De natuurwetenschapper ontrafelt en zoekt op die manier naar de eigenschappen van stoffen en leven. Er is afgesproken om hierin volgens vaste principes te werken. Dat is de kracht van de wetenschap. Zoeken naar de basisregels en formuleer dan de wetmatigheden. Dat wat (nog) niet verklaarbaar is wordt een nieuwe onderzoeksvraag. Veel te weinig wordt in onze samenleving op deze wijze gewerkt. Oeverloze vergaderingen met de ene na de andere veronderstelling leveren conclusies op die niet geformuleerd zijn op basis van wetmatigheden maar op subjectieve meningen en hiŽrarchie. Toch is het is een aanboren eigenschap van de mens om naar de oorzaken van problemen te zoeken. De oermens analyseerde het gedrag van dieren om daarmee betere vangstmethoden te ontwikkelen. De bosjesmannen begrijpen dat "overkill" uiteindelijk leidt tot uitsterven van de jachtprooi en dus gevaar voor hun eigen bestaan oplevert. Maar na de objectieve kennis over de bouwstenen van het leven en ecosystemen ontdekt te hebben zal de synthese moeten plaatsvinden. Hier zullen de problemen van onderzoek onoverkomelijk groot worden. De mogelijkheden om leven te maken door synthese wanneer de grondprincipes ontdekt zijn, zal miljoenen mogelijkheden bieden. De mogelijkheden gezien vanuit de moleculen zijn al zo groot en daarbij komen factoren van buiten die invloed hebben. Elk gedachtespinsel van de mens wordt direct en indirect beÔnvloed door alles om ons heen. Wetmatigheden in leerprocessen zijn moeilijk te ontdekken. Binnen grote groepen kunnen gedragingen min of meer gestandaardiseerd zijn en kunnen er wetenschappelijk onderbouwde voorspellingen gedaan worden, maar individueel is dit niet te doen. Dat maakt dan ook dat gedrag op individueel niveau onvoorspelbaar is en zal blijven. Dat zal er dan ook voor zorgen dat het gedrag, het leven steeds weer een onvoorspelbare nieuwe weg zal inslaan en dientengevolge ondoorgrondelijk zal blijven. Via onderzoek op moleculair niveau kan er veel bereikt worden. Veel ziekten en afwijkingen hebben een oorzaak in een of enkele genen. Meerdere genafwijkingen kunnen fataal zijn. Soms is de schade te overzien en zijn maatregelen doeltreffend, vaak echter zijn de problemen zo groot dat een gelukkig leven in gevaar komt voor de persoon zelf maar ook voor de verwanten. Welke gevolgen hebben de ingrepen voor het leven van de mens zelf en voor zijn nakomelingen? De mens is zich bewust van zijn bestaan en van zijn erfelijkheid met als gevolg dat hij niet als proefkonijn wil leven. Natuurlijk, een dieet aanpassen om geen verstandelijke handicap te krijgen als gevolg van een stofwisselingsziekte is acceptabel maar het weghalen van een chromosoom uit een bevruchte eicel waarin trisomie 21 is geconstateerd is ingrijpender en de gevolgen voor persoon en nakomelingen (een ingewortelde wens) is nooit precies aan te geven. Juist de onverwachtheid maakt het leven levensecht. Dat moet de wetenschap zich terdege realiseren. Op zoek gaan, maar ook de beperking inzien van de zoektocht. Ook dan is de wetenschap de moeite waard. Veel ontdekkingen op alle gebied kunnen bijdragen tot inzicht in het bestaan en daarmee kunnen keuzes gemaakt worden die beter gemotiveerd en geŽvalueerd worden. Dat is de kracht van het stap voor stap denken: oorzaak en gevolg ontdekken en vervolgens deze ontdekkingen zo vertalen dat eenieder ze kan begrijpen.

Hoofdstuk 6: De Geest.

Samenvatting:

De geest is een biologische eenheid met psychologische eigenschappen. Wat zijn de gebeurtenissen op cellulair niveau. In 1850 kwam er over de bouw van de hersens meer inzicht. Elk gedeelte van de hersenen heeft zijn specifieke eigenschappen. De evolutie heeft de hersenen ontwikkeld tot een ronde bol met uitlopers naar alle delen van het lichaam. De psychische kant van de hersenen heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt en ervoor gezorgd dat de mens een wezen is met emotie. Anno 2002 is er veel over de hersenen bekend: bouw, functie, onderdelen en de zich afspelende processen. Maar hoe vindt de omzetting plaats in de hersenen van kennis? De geest is in staat bewuste en onbewuste ervaringen op te slaan in een groot werkend geheel. De herinnering is een ingewikkeld proces waarbij lange geheugentermijn, emotionele circuits en koppeling tussen verschillende hersenhelften van belang zijn. De emotie kan primair (instinctief) maar ook secundair zijn, als gevolg van levenservaring. Ongetwijfeld zijn beide met elkaar verweven. De fysieke basis van de geest is objectief te volgen van prikkel via impuls naar een gedeelte van de hersenen. Daarover is en wordt veel bekend maar de subjectiviteit van de geest is niet te doorgronden. Mogelijk wel van groepen, zoals bij het juichen om een doelpunt bij een voetbalwedstrijd, maar de mate van blijheid is bij ieder individu verschillend. Belangrijk is dat cultuur het denkproces beÔnvloedt. Het handelen van de mens gebeurd uit vrije wil. De vrije wil komt voort uit onzekerheid. Uit die onzekerheid wordt vaak onbewust een oplossing gekozen. De chaos in lichaam en hersenen zorgen ervoor dat niets voorspelbaar is en wordt versterkt door de chaos die van buiten op ons afkomt. Elke zenuwimpuls kan door de hersenen anders geÔnterpreteerd worden en leidt zo tot een cascade van hersenactiviteiten. Toch lijkt de technologie onze hersenen in te halen. Zo heeft de computer Deep Blue grootmeester Kasparov (*1963) verslagen in een schaakwedstrijd. De computers breiden verder uit en gaan aanpassingsgedrag vertonen. In hoeverre dit aanpassingsprogramma geprogrammeerd is, blijft echter nog onduidelijk. Toch lijkt het onmogelijk om een computer te maken die op het menselijk brein werkt:

1.      Het brein is te complex. Het rationele denken ontstaat uit een doorlopende uitwisseling tussen lichaam en brein via zenuwen, hormonen in bloed naar organen en lichaamscellen die weer beÔnvloed worden door emoties met al zijn eigen facetten.

2.      De evolutie van de mens gaat over miljoenen jaren en deze stappen zijn opgeslagen.

Wat is er bij een robot bekend over zijn verleden?

Reflectie :

Opvallend is dat de evolutie een wezen heeft voortgebracht dat de mogelijkheid bezit om de vraag te stellen:"To be or not to be, that's the question?" De ontwikkeling tot nu toe heeft er toe geleid dat de mens zichzelf vraagstukken kan voorleggen die via een reeks van handelingen opgelost kunnen worden. Doordat de vraag aan zichzelf gesteld kan worden plaats de mens zich boven elk bedacht schepsel. De mogelijkheid van het stellen van deze vraag impliceert ook de beperking van de mens. De vraag: "Waar kom ik van af , wat is mijn oorsprong?" kan niet beantwoord worden. Zou dit wel kunnen dan heeft de mens een zekerheid gevonden die ertoe leidt dat de mens niet verder kan leven. Het weten dat er een god is betekent dat je het voor hem allemaal doet of in naam van hem. Wat is dan de functie van deze godheid? Waarom plaatst deze ons in een wereld van leven? Is er de zekerheid dat er een god is dan is deze laatste vraag ook beantwoord. Maar wat zullen we hebben aan deze antwoorden? Daarom zal het geloof blijven met al zijn onzekerheid. Wordt de vraag over afkomst beantwoord met een toeval van leven voortgekomen uit een oerkosmos waaruit uiteindelijk de mens is voortgekomen, dan houdt dit ook direct in dat er een zinloosheid van ons bestaan is. Het bestaan, het leven kan dan volledig gerelativeerd worden. Bij computers zou de vraagstelling van herkomst en het bedenken van de betekenis ervan leiden tot een "tilt-situatie" omdat hij ontdekt dat hij maakbaar is. De aangehaalde ideeŽn van Wilson en zijn samenhang met alle andere details onderschrijf ik. De mens is uniek en juist elk detail van de mens is uitgewerkt in een langdurige evolutie. Zelfs daar zitten fouten in of zijn deze "fouten" verschijnselen voor de volgende stap in ontwikkeling naar adaptie in ons milieu. Een ander verschil tussen mens en computer is dat de computer in zijn taal alleen ja/nee kan 'denken'. De mens heeft met zijn emoties niet alleen een ja/nee - fase maar ook een tussenliggend gebied van mogelijk ja tot uiterst nee. Dit maakt de mens onvoorspelbaar. Dat is voor het leven geen negatieve betekenis. Een eerder gekozen ja zal door omgevingsfactoren en denkprocessen in een andere situatie misschien nee worden of uiterst nee om mogelijk weer snel over te gaan tot ja. Daarmee zijn de keuzes van de mensen niet alleen tot stand gekomen volgens de logica.

Hoofdstuk 7: Van genen tot cultuur.

Samenvatting:

De vraag, die gesteld kan worden is: wat verbindt de genetische geschiedenis van onze soort met de recente culturele geschiedenis van onze samenleving hoe uiteenlopend die ook is?

Cultuurwetenschap en de genetische studie zullen naar gemeenschappelijke kenmerken moeten zoeken. Cultuur is een gemeenschappelijke ontwikkeling van de geest, die bestaat uit afzonderlijke individuen met een eigen genetisch gestructureerd brein. De verbinding is flexibel en niet bepaald. De genen bepalen epigenetische regels, die in een cultuur vastgelegd worden en daardoor een selectie-criteria gaan vormen bij de verdere ontwikkeling van de cultuur maar ook van de mens. Bij de mens is het leergedrag door imitatie en opnemen van taal zo snel dat het in cultuur vastgelegd kan worden. Bij dieren is dat niet aanwezig. De behoefte van de mens om de waarden, die opgedaan zijn, door te geven is erg groot; haast dwangmatig. We stellen ons voorbeelden om iets te bereiken en willen dat, wat we geleerd hebben, behouden en bewust verder uitbreiden. Deze behoefte blijkt een genetische basis te bezitten die in onze cultuur vastgelegd wordt en benadrukt. Er is dus interactie tussen genen en cultuur. De intelligentie is voor 50% overerfbaar. Zou er meer overerven dan zou dit een egalisering van het menselijke milieu betekenen en uitdrijving van groepen mensen in een groep. Zou er minder overerving zijn, dan zou dit betekenen dat de mens vooral afhankelijk is van zijn omgeving. Ook dit zou uiteen drijven veroorzaken en juist door scholing groepen uit elkaar drijven. Zo komen de naturisten in de erfelijkheid op een gulden middenweg. De menselijke gedragsgenetica is zeer belangrijk. Het is een zoektocht van genen naar cultuur. Aanvankelijk begint iedereen vanuit dezelfde basis aan het stenen tijdperk. Er werd begonnen met cultiveren van planten en dorpen stichten, er ontstond kunst (potten en kleren) en religie, er kwam behoefte aan het schrift en er ontwikkelden zich sociale klassen. Deze ontwikkeling is geen toeval. Steeds komt deze ontwikkeling opnieuw op gang. Daarom moet er een genetische achtergrond zijn. Maar tegen spreekt dat het zolang geduurd heeft voordat de mensen deze cultuur ontwikkelden. Genetisch waren ze naar alle waarschijnlijkheid eerder in staat om een dergelijke cultuur te vormen. De mens bezit in zijn leervermogen over prepared learning. Er is een aanleg aanwezig om bepaalde zaken sneller te leren (bv. angst voor slangen). Dit kan in een cultuur tot uiting komen. Bepaalde aspecten van een cultuur kunnen genetisch vastgelegd worden. Het geeft namelijk een grotere overlevingskans. Daardoor kan er prepared learning ontstaan. Dit kan het proces van cultuurvorming in een stroomversnelling brengen. Het gedrag van de mens is tot op zekere hoogte erfelijk en wordt daardoor dan ook beÔnvloed door de genen. De locatie van deze gedragsgenen is echter nog weinig gelokaliseerd laat staan de interactie die tussen genen plaats vindt. Dit geeft ook aan dat het ontdekken van genen, die voor epigenetische regels zorgen, nog moeilijker traceerbaar zijn. Dit is de zwakte van de hedendaagse menselijke genetica en de menselijke sociobiologie: het geringe aantal relevante genen en epigenetische regels die geÔdentificeerd zijn. De samenwerking tussen de wetenschappen om hierover kennis te verkrijgen is gering. Terwijl hier de grens tussen biologische en sociale wetenschappen wordt bereikt en juist daar doorbraken worden verwacht. Genen bepalen de epigenetische regels die voortkomen uit de zintuiglijke waarneming en de geestelijke ontwikkeling die in een cultuur vastgelegd worden. De cultuur helpt bepalen welke van de bepaalde genen overleven en zich van de ene generatie op de volgende vermenigvuldigen. Succesvolle nieuwe genen van populaties veranderen in epigenetische regels dus de veranderde epigenetische regels veranderen de richting en de effectiviteit van de kanalen van de culturele verwerving. Het mag duidelijk zijn er vindt een co-evolutie plaats van genen en cultuur.

Reflectie:

Als groep functioneren biedt voordelen. Dit is in de natuur op tal van plaatsen terug te vinden. Zowel bij hogere als bij lagere organismen. Wolven jagen gezamenlijk. Wie uit de groep gestoten wordt is verloren. PinguÔns broeden samen om zo hun kroost beter te kunnen verdedigen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de mens een sociaal wezen is. De mens heeft een extra vermogen ontwikkeld om boven de basisbehoefte uit te steken. Door domesticatie na lange perioden van jacht, bleef er tijd over om te filosoferen, verbanden te leggen en daarmee sociale vaardigheden verder te ontwikkelen. Blijkbaar is die behoefte genetisch aanwezig want mensen die samenleven vormen een cultuurgroep. Er is taal, expressie, wetgeving en religie. De cultuur kan voordelen bieden om een grotere overlevingskans te creŽren. Daarmee kan cultuur dus ook vastgelegd worden in genen. Hier is dan het punt bereikt dat er epigenetische regels ontstaan als gevolg van co-evolutie van genen en cultuur. Maar over hoeveel tijd ontwikkelen dergelijke genen zich? Kan dat in enkele generaties of zijn er vele generaties nodig over een periode van duizenden jaren? Zou het in korter tijdsbestek plaatsvinden dan is het gevaar groot dat ingebouwde genetische eigenschappen bij verandering van omstandigheden tegen het voortbestaan gaan werken. Er is wel een goede aanpassing voor korte periode maar de variatie voor langere tijd verdwijnt. Juist daar zit de kracht van onze genetische samenstelling. Aanpassing aan veranderde omstandigheden vanuit een basis aan erfelijk materiaal. Zijn de ondergangen van culturen hieraan te wijten? Honderden jaren op weg naar cultureel succes maar niet meer terug kunnen schakelen naar een ander niveau of wijze van overleven. Zoals de Azteken in Tikal die als gevolg van natuurrampen geen vermogen bezaten om hun leven als gevolg van hun culturele ontwikkeling aan te passen en zelfs door hun gevormde cultuur de aftakeling van hun cultuur versnelde. Een lange ontwikkeling van epigenetische regels lijkt dan aannemelijker. Een probleem hierbij is echter dat de culturen die bestaan hebben niet dergelijke lange perioden hebben overleefd en dat daarmee het inbouwen van epigenetische regels niet groot geweest kan zijn. Culturen volgen elkaar op en nemen van elkaar over. De Grieken namen datgene van de Etrusken over wat ze aantrekkelijk vonden en vervolgens maakten de Romeinen gebruik van beide culturen om hun eigen cultuur verder vorm te geven. Ook al stortte culturen in en ging er veel verloren van hun eigenschappen er bleef genoeg over waar volgende culturen profijt van hadden. Zo kunnen meerdere culturen hun invloed hebben op het ontstaan van epigenetische regels. Het belang daarbij is dat er lange tijd nodig is voor het vastleggen daarvan. Als dat verder aannemelijk gemaakt kan worden dan is het aan de sociobiologische wetenschappen om de biologische achtergronden van sociaal gedrag in hun wetenschap te betrekken. Vreemd zou het niet zijn! Is er geen erfelijke basis voor sociaal gedrag dan is het willekeurig en daarmee niet constignent.

Hoofdstuk 8: Het Darwinistische succes van de menselijke natuur.

Samenvatting:

Epigenetische regels zijn erfelijke regelmatigheden van de geestelijke ontwikkeling. Deze epigenetische regels zorgen ervoor dat cultuur een niet willekeurige richting opgaat. Het gevolg is dat er een koppeling plaatsvindt van cultuur aan genen. De omgeving van de mens wordt mede door cultuur bepaald. Binnen die cultuur vindt evolutie plaats van genen. Er is een grote wederkerigheid tussen cultuur en menselijke activiteit. Denk aan de leefwijze van de bosjesmannen een cultuur die veel respect toont voor de natuur vanwege het besef dat zij kunnen voortbestaan door wat de natuur hen levert. Als epigenetische regels sterk genoeg zijn dan zullen verschillende culturen convergent evolueren met als gevolg universele culturele categorieŽn. De cultuur heeft zich in het verleden langzaam ontwikkeld in samenhang met epigenetische regels. Vanaf 10.000 jaar geleden is de culturele ontwikkeling erg snel gegaan. Zelfs zo snel dat de genen zich niet hebben kunnen aanpassen. Cultuur moet het doen met de "oude genetische samenstelling" die vast verankert blijft in ons genenstelsel. De sociobiologie heeft zijn basis in zes categorieŽn binnen de primaire evolutionaire evoluties. Er is:

Verwantselectie:

         Genen broer/groep zorgen ervoor dat ook "mijn" genen doorgegeven worden.

         Ouderlijke investering:

         Heeft als gevolg meer overlevingskans. Emoties dragen bij om kinderen en verwanten zo goed mogelijk op te voeden.

Reproductiestrategie:

         Vrouwen kiezen bewuster dan mannen. Mannen zijn lang vruchtbaar en willen dit (onbewust) uitbuiten. Mannen zijn in hun voortplanting assertief en bronstig en vrouwen zijn verlegen en selectief.

Status:

         Mensen streven in het algemeen naar status door rang, klasse of welstand en bepalen daarmee veel van het menselijk gedrag. In andere culturen komt veelvuldig voor dat de leiders meer vrouwen (naar keuze) mochten hebben en zo ontstonden ook meer nakomelingen van de leiders.

Territoriale expansie en verdediging:

         Overerving zodat in de groep het voortplantingspotentieel in stand wordt gehouden van de leiders en ook de groep. De mens behoort tot een territoriale soort. Dit heeft zowel een culturele als een genetische oorsprong. De bepaling van de wisselwerking tussen deze kan oorlogen vermijden.

Contractuele overeenkomst:

         De mens sluit lange termijn contracten af met als doel overleving, voortplanting en geluk. In de basis dus uit eigenbelang. Opvallend is dat het domein van bedrog hoog ontwikkeld is bij de mens. Samenvattend komt de hypothese van het genetische succes er op neer dat wijdverbreide cultuurkenmerken het Darwinistische voordeel van bepaalde genen uitdragen. Als voorbeeld: De bestaande culturen laten geen incest toe terwijl incest binnen een bloedverwant gezin als vanzelf niet aan de orde is.

Reflectie:

         Veel van ons gedrag heeft als doel om te overleven of beter gezegd om onze soort te laten overleven. Middels cultuur heeft de mens betere mogelijkheden om te overleven. Cultuur voegt extra waarde toe doordat mensen zich bij een cultuur aansluiten ontstaat een groep met normen en waarden mede bepaald door die cultuur.

Als de cultuur lang genoeg bestaat kunnen deze cultuureigenschappen genetisch ingebouwd worden. De tijd moet daarvoor lang zijn want middels mutaties en vervolgens selectie moet de genetische code bij voldoende individuen aanwezig zijn en uitgedrukt worden. Het Darwinistische model "survival of the fittest" gaat dan volledig op. In het voorbeeld van de bosjesmannen wordt aangegeven dat ze niet meer jagen op schaars geworden dieren. De gevolgen zouden anders uitsterving van de diersoort zijn en daardoor een gevaar in de voedselvoorziening van de bosjesman. De bosjesmannen hebben dit beredeneerd en van daaruit een cultuur ontwikkeld waarin het jagen geregeld wordt. Dieren doen dit niet. Een dier zal een prooidier niet laten lopen omdat er schaarste optreedt. In het dierenrijk zullen de schaarse dieren overleven door het feit dat ze schaars geworden zijn en daardoor jagers schaars laten worden. Gevolg is een toename van eerstgenoemde. Dat de mens steeds weer opnieuw culturen laat ontstaan geeft een behoefte weer. Er lijkt zo een genetische code te zijn vastgelegd die de mens er toe dwingt om een cultuur te laten ontstaan. Maar ook hebben de culturen gemeen dat ze instorten. Zeker in de jongste geschiedenis vanaf 1000 voor Christus. Is dit ook aan een genetische code toe te schrijven?, anderzijds moeten we bedenken dat een cultuur die ten onder gaat veelal door een andere cultuur wordt overgenomen. Ziedaar de flexibiliteit van ons aanpassingsgedrag. Mij lijkt dat daar de grote kracht zit in het succes van de mens in de evolutie. Overal kan de mens zich aanpassen: in oerwoud, prairie of flatgebouwen maar ook tussen de Papoea's van Guinea en bij Eskimo's of in het voormalige Oostblok of zijn tegenhanger het kapitalistische westen. Mensen jagen sociaal. Maar de mens heeft een surplus aan hersenen gekregen om met zijn geringe specifieke lichamelijke mogelijkheden alle handelingen te verrichten die nodig zijn om te overleven. De hersenen ontwikkelden zich in een "razend" tempo steeds verder het lijkt erop dat de lichamelijke evolutie de hersenevolutie in gang zette. Het vooruitschuiven van de duim zorgde ervoor dat er een stok vastgepakt kon worden dat als gereedschap kon dienen. Om het steeds handiger te gebruiken ontwikkelden de hersenen mee zodat ik op dit moment een essay schrijf (en typ). Een nieuw doel voor mijn hand dat oorspronkelijk alleen bedoeld was om gereedschap te vinden en te maken met als doel overleven. Het lijkt erop dat de evolutie een zo groot denkvermogen heeft laten ontwikkelen dat wij in staat zijn om naast het vervullen van primaire levensbehoeften ook tal van andere bezigheden kunnen uitvoeren. De hersenen stellen ons in staat de vraag te stellen waarom we dat doen of waarom we iets gedaan hebben. Cultuur is een uitvergroting van de overlevingsstrategie van de mens en dier met dezelfde basiseigenschappen die elk organisme heeft. Een cultuur met groot succes graaft vervolgens zijn eigen ondergang en zal door o.a. droogte, voedseltekort of overschatting instorten. Aangezien er nog geen cultuur is die de middenweg kan bewandelen en in wederkerigheid kan leven met natuur en andere culturen is het de vraag of cultuur genetisch ingebouwd is temeer daar culturen in een relatief kort tijdsbestek ten gronde gaan.

Hoofdstuk 9: de sociale wetenschappen.

Samenvatting:

Antropologie, economie, sociologie en politicologie behoren tot de sociale wetenschappen. Zij vullen elkaar niet aan, sterker zij vermijden elkaar als gevolg van een politieke grondslag. Sociale wetenschappen zijn wars van een hiŽrarchische ordening van kennis. Sociale wetenschap wordt veelal bedreven vanuit een ideologisch standpunt. De deelnemers behoren bij een bepaalde groep en formuleren hun denkbeelden als aanhangers van deze groep. De aannames of grondgedachten van de stroming heeft geen wetenschappelijke grondslag. De basis is al doorspekt met onzekerheden waar vervolgens op doorgeborduurd wordt. Nog steeds zijn de "oude meesters" in de sociologische vakken de grote voorbeelden. Er heeft geen evolutie plaats gevonden in de kern van deze vakgebieden. Een wetenschappelijke benadering van bevindingen wordt genegeerd. Daardoor werd en de kracht van het communisme overschat en de problemen van etnische spanningen onderschat. De plotselinge instorting van het sovjetrijk en de etnische strijd die vervolgens uitbarstten konden ze niet plaatsen, laat staan voorspellen. De sociale wetenschappen zoeken niet naar de oorsprong van menselijk handelen maar werken met hun gedachten vanuit een ideologie naar een ideaal beeld toe. Psychologie en biologie zouden de basis moeten vormen van de sociologische vakken. Dat dit niet het geval is, is geschiedkundig wel te verklaren. Darwinistische biologie is vanuit sociaal ideologisch standpunt agressief en het discrimineert de "zwakke" en leert ons dat de sterkste regeert. De socioloog ontdekt steeds meer het individuele gedrag in een milieu. Dit gedrag komt voort uit een wisselwerking tussen biologie en milieu. Het gedrag vindt zijn basis in de genetische evolutie die weer epigenetische regels heeft. De epigenetische regels zijn aangeboren bewerkingen in het zintuigstelsel en de hersenen. Het stelt de mens in staat om snelle oplossingen te vinden voor problemen die in het milieu aangetroffen worden. Er is een predisponatie door ontstaan. Paren met broers of zusters wordt vermeden. Door emoties worden automatische keuzes gemaakt die zorgen voor zelfbehoud en reproductie. Overleg vindt plaats in een samenhangende grammatica. Maar deze epigenetische regels laten ook veel ruimte over voor cultuurvariaties en -combinaties. Duidelijk wordt dat er een oorzaak ten grondslag ligt aan het individuele gedrag en dus ook aan het milieu. Deze oorsprong is biologisch en ligt vast in epigenetische regels hoe divers die ook gestalte kunnen krijgen. Op dit gebied ligt dan ook de brug tussen de sociologie en de natuurwetenschappen. De sociologie kan dan veel meer voorspellend worden. De economie zoekt naar stabilisatie en voorspelbaarheid van het geldsysteem. De economie zit ingewikkeld in elkaar. Een kleine verandering kan een golfbeweging in gang zetten die onvoorspelbaar is. Toch kan door ingrepen een recessie opgevangen worden. De economische theorieŽn moeten aan dezelfde eisen voldoen als die van de natuurwetenschappen: soberheid, algemeenheid, consiliŽntie en voorspellend vermogen. Maar het probleem van de economie is dat er geen fundering van eenheden en processen aanwezig is. De economie wordt vooral bepaald door groepen mensen. Er is geen vertakking naar individueel gedrag maar alleen naar gezamenlijk gedrag. Maar wat is de exacte bron van menselijk gedrag?

De start wordt door economen gelegd bij een complex geheel. Maar de mens is een berekenend persoon en van daaruit econoom. Wat bepaalt dit economisch zijn van de mens? Zijn het de primaire levensbehoeften of is het beleving? Wat zijn de biologische grondzaken van het economisch gedrag van de mens. Uit de psychologie en biologie komen bewijzen naar voren die generalisaties mogelijk maken omtrent nut:

1.      Keuze categorieŽn zijn epistatisch. ( het een heeft invloed op het ander)

2.      Behoeften zijn vaak preŽmpatief. Zoals drugsverslaving en seksualiteit. Deze zaken worden nog alleen als doel gezien.

3.      Rationele bekering is gebaseerd op pieken van rivaliserende emoties die worden beÔnvloed door erfelijke milieufactoren. Zo wordt incest vermeden en door culturen als taboe verklaard.

4.      Rationele berekening is vaak onzelfzuchtig. Ze zijn patriottisch of altruÔstisch.

5.      Keuzes zijn groepsafhankelijk. Juist door aansluiting bij een groep worden keuzes bepaald.

6.      Besluitvorming wordt per categorie bepaald door epigenetische regels. Eerst iets leren en dan selecteren.

Veel sociobiologen zien onoplosbare problemen bij consiliŽntie op de grensvlakken vanwege de complexiteit. Deze complexiteit is ook erg groot tussen biologie en cultuur. De interacties die voortdurend meespelen maken het nog ingewikkelder. Mogelijk dat filosofen opheldering kunnen geven door de grenzen van de wetenschap te definiŽren en verklaren.

Reflectie:

Ideologie zit diep geworteld in de menselijke ziel. De mens probeert bewijzen te vinden voor zijn ideologie. Dit versterkt zijn ideologie en dus ook zijn gelijk. Het onderzoek naar deze bewijzen wordt daardoor gemakkelijk gestuurd en geÔnterpreteerd richting: "de ideologische denkbeelden". De weg zou andersom moeten zijn. Vanuit de kennis die er is, een ideologisch model maken. Onderzoek kan dan bijdragen tot interpretatie en bijstelling van de ideologie. De sociale wetenschappen zullen dan ook veel meer vanuit wetenschappelijk onderzoek moeten ontwikkelen en veel minder vanuit een filosofisch denkbeeld. In de biologische wereld lijken Darwinistische wetten op te treden. Woorden als sterkste en beste komen veel voor bij de interpretatie van het Darwinisme. Sociaal gezien zit dat niet lekker. Maar vergelijkingen tussen sociale modellen en Darwinisme is ongelijk. De evolutie is een proces van miljoenen jaren. Veranderingen binnen een of enkele generaties hebben geen invloed. Sociologie geeft inzichten die over veel kortere perioden gaan. De sociologie zal de biologie als uitgangspunt moeten nemen. Het gedrag van de mens is naast een sociaal wezen ook een individualist die zich weer door de heersende cultuur laat beÔnvloeden. Wilson gaat ervan uit dat cultuur een genetische basis krijgt. De "epigenetische regels". De voorbeelden over incestvermijding lijken duidelijk. Maar het gevaar van het begrip "epigenetische regels" ligt m.i. daarin, dat cultuur daarmee een zware wissel trekt op de samenleving. Zijn Moslims volgens epigenetische regels ontwikkeld tot een volk met agressieve uitbreiding van hun godsdienst? Waren de Kruistochten een veldtocht gebaseerd op epigenetische regels? Is het Midden-Oostenconflict een gevolg van erfelijkheid? De bewijzen voor het bestaan van epigenetische regels zullen duidelijk en doorzichtig moeten worden om deze regels aan te nemen. En dan nog is het gevaar aanwezig dat een samenleving zijn eigen cultuur gaat zien als een eigen identiteit die genetisch opgeslagen ligt in zijn eigen genen. Wat dan te doen als blijkt dat de epigenetische cultuur eigenschap kwaadaardig is of als kwaadaardig beschouwd wordt met de dan heersende kennis?

Epigenetische regels zouden de evolutie in een richting sturen en de kracht van de evolutie is juist dat er steeds een voorlopig eindpunt bereikt is en dat er vanuit dat punt geen richting aangegeven kan worden. Epigenetische regels zouden een beperkt aantal factoren bezitten, nl. uitgangspunt is de heersende cultuur. Evolutie op zich houdt met alle factoren rekening. Het individuele aspect versus de gemeenschappelijke aspecten maken het gedrag van de mens zeer ingewikkeld. De diversiteit is zo groot tussen individuen en daarmee nog groter in gemeenschappelijke zin. Gedrag van een individu kan onderzocht en beschreven worden maar toch zal de toekomst altijd onvoorspelbaar zijn. De informatie die het individu steeds weer krijgt en verwerkt is geen wiskundig stapelingsmodel. Kun je ooit bepalen hoe iemand reageert op het overlijden van zijn ouders, broer of kind? Welke factoren spelen mee bij zijn reacties. Hoe is zijn genetische gestel, werkbelasting en eigen gezondheid? Wat voor impact heeft de oorzaak van overlijden van zijn dierbare en hoe goed of slecht was de relatie? Kan dit in wiskundige modellen ondergebracht worden? Kan de sociologie via bevolkingsonderzoek generalisaties toepassen?

De diversiteit en individualiteit is zo groot dat we nooit het hele scala kunnen doorgronden. Maar dat neemt niet weg dat er bepaalde gedragingen vertoond worden waarmee we in bepaalde omstandigheden rekening kunnen houden. De biologische aspecten in ons lichaam geven informatie. Met deze biologische en sociale informatie kunnen we bepalen op welke manier we het meest verantwoord kunnen handelen. Als dat handelen op een wetenschappelijke wijze geŽvalueerd wordt is er een brug geslagen tussen de sociale- en natuurwetenschappen.

Hoofdstul 10: De kunsten en de interpretatie ervan.

Samenvatting:

Waar komen de kunsten historisch en persoonlijk gezien vandaan. Hoe kan kunst uitgedrukt worden in taal? Kunst heeft Apollinische en Dionysische eigenschappen oftewel rationaliteit tegenover passie. Vervolgens wordt ze bekritiseerd. De kritiek is ook weer enerzijds rationeel en anderzijds uitbundig. Hoe kan het een met het ander verzoend worden? Is er een aangeboren menselijke natuur? Ja, de mens is diepzinnig en daarnaast gestructureerd. Bij de interpretatie van de kunst wordt gebruik gemaakt van geschiedenis, biografie, linguÔstiek en esthetische criteria met als grondslag het materiŽle proces van de menselijke geest. De hersenwetenschappen, psychologie en evolutiebiologie zullen het brein moeten ontrafelen zodat een duurzame theorie over kunst kan worden opgesteld. Omdat we creatieve geesten willen begrijpen zullen de natuurwetenschappers en geesteswetenschappers elkaar op moeten zoeken. Als gevolg van de co-evolutie van genen en cultuur heeft kunst een plaats gekregen "in onze hersenen". De kunst heeft eerst de natuur nagebootst door vormen uit de natuur te gebruiken. De afbeeldingen van dieren in de grotten van Lasceax, laten zien dat de dieren niet alleen natuurgetrouw maar ook kunstzinnig zijn vormgegeven. Of zoals de piramide van Teotihucan in Mexico gebouwd is als afleiding van de natuur met als doel de bergvorm te intensiveren. En de schilderijen van Mondriaan die de versimpeling in basisvorm en kleuren van natuurlijke objecten zijn en door mensen als natuurlijk en aantrekkelijk worden ervaren. Er zijn dus wetmatigheden in de kunst. Kunstenaars en schrijvers weten intuÔtief hoe ze een emotionele en esthetische respons moeten oproepen. Het maakt hen niet uit waarom die respons zo is. Het gebeurt en daarop spelen ze in. Aan de wetenschap de taak om het waarom uit te zoeken. Zijn de kunsten een basis, dus nodig om te overleven, in de evolutie of slechts een bijproduct? Wat zijn de voordelen van kunst in de evolutie? Door taalontwikkeling, cultuurontwikkeling en sociale contacten met een lange looptijd onderscheidt de mens zich van dieren. Daarmee is ook het besef van begin en eind van ons bestaan gekomen. Dit besef maakt kunst belangrijk. Kunst vertelt iets aan anderen. Door iets vast te leggen in kunstzinnige vormen wordt het de moeite waard om te "leren". De "grotkunst" in Lasceax of elders is bedoeld als ondersteuning van de jacht. Schilderskunst, muziek, religie kwamen in de grot samen met als doel jacht te leren en te vergemakkelijken. Kunst vergroot zoals ook gebeurd bij het opmaken van gezichten. Zwarte omlijnde ogen, rode lippen, rouge op wangen wordt als plezierig ervaren. Bij de bosjesmannen wordt veel uit rationaliteit gedaan. De beredenering is groot bij het handelen. Het een heeft het ander tot gevolg zowel op jachtgebied als sociaal gezien. Interpreteren van voetsporen volgt een vaste lijn. Het doden van een aantal dieren heeft als gevolg dat de jacht op deze soort tijdelijk gestopt wordt. Sociaal gezien is er wederkerigheid. De een mag niet teveel boven de ander uitstijgen. Dat brengt het sociale leven in gevaar. Datgene wat niet begrepen wordt, wordt vertaald in mystiek, een uitdrukking in metaforen en dus in kunst. Kunst is op zoek naar mysterie, mysteries die uiteindelijk ontrafeld zullen worden. Daarmee worden mythen werkelijkheid; zelfs onze passie krijgt een wetenschappelijke grondslag. Oorzaak en gevolg. Door natuurwetenschappelijk onderzoek zullen verklaringen gevonden worden zowel in het gebied van lichaam en hersenen alsook het gehele ecosysteem.

Reflectie:

Kunst is een belangrijke uitingsvorm voor de mens. In taal, muziek, schilderen, boetseren, dans en vele andere manieren geeft de mens uiting aan zijn gevoelens. De kunst is in aanvang vooral functioneel geweest. Uiting in gebaar, woord en schrift (grottekening) hadden als doel om anderen iets te zeggen, leren om te overleven of hun bestaan te verbeteren. De kunst is snel geŽvolueerd tot een uitingsvorm waarin diepe achtergronden gezocht worden. Een goed gedicht heeft veel lagen (en is daarom ook moeilijk te doorgronden). Een goed schilderij blijft de aandacht trekken en steeds weer zullen nieuwe gedachten gevormd worden bij het zien en beleven. Waarom heeft de kunstenaar de kleuren en motieven gebruikt waaruit het schilderstuk is opgebouwd? Dit doorgronden lijkt mij ten allen tijden onmogelijk. Al eerder heb ik aangehaald dat de hoeveelheid factoren die een rol spelen bij het maken van keuzes onmetelijk groot zijn. In het algemeen zijn er wetmatigheden te beschrijven. Iemand die zich gelukkig voelt ( wat is dat, hoe beschrijf je geluk wetenschappelijk?) zal geen naargeestig doek maken, hoewel misschien schept het welbehagen! De interpretatie van de kunst en dus van het leven is nog moeilijker. Iemand gaat bepalen wat de ander mogelijk heeft willen bereiken. Vaak worden bij boekbeschrijvingen aan de karakters uit het verhaal eigenschappen toebedeeld die door de schrijver nooit zo bedoeld waren. Kan de wetenschap zich zover ontwikkelen dat zij kan bepalen waarom ik op een bepaalde manier handel. Stel je voor dat dat zo is. Wie ben ik dan nog? De kunst van mensen om de leugendetector te bedriegen geeft aan dat de wetenschap te hoogdravend met zijn ontdekkingen omgaat. De leugendetector kan zijn nut bewijzen maar doet dit niet per definitie. Over de schrijver, schilder en muzikant kan veel gezegd worden maar nooit alles. Kunst heeft zijn oorsprong in de natuur en blijft daar ook deel van uitmaken. De inspiratiebron voor kunst is onze omgeving, ons lichaam onze hersenen. De verbinding van het brein met zijn omgeving geeft aan dat kunst een organische uiting is van gevoelens. Daarin zit dus wel het biologische van de kunst en is kunst net als alle andere wetenschappen verwant met de biologie. Want de biologie gaat over leven en leven maakt kunst.

Hoofdstuk 11: Ethiek en Religie.

Samenvatting:

Ethische voorschriften zoals het recht en mensenrechten zijn onafhankelijk van de menselijke ervaring of menselijke uitvindingen. Beide aannames zijn onbeweeglijk en staan recht tegenover elkaar. Het transcendentalisme gaat uit van morele leidraden die bepaald zijn buiten de menselijke geest. Hiertegenover staan de empiristen die de leidraden beschouwen als producten van de geest. Wilson is een securalist omdat hij ervan uitgaat dat moreel oordelen intrinsiek consiliŽnt is met de natuurwetenschappen. Hij is op zoek naar zekerheden en vindt die in de natuurwetenschappen. Het empirisch denken is belangrijker dan transcendentaal denken. Bij de zinsnede van Newton, een kardinaal, "Hoe haten we elkaar niet, uit liefde voor God" kunnen we ons alle grote oorlogen voorstellen waarbij het transcendente godsbeeld zijn invloed had tot en met "nine-eleven" toe. Empirisch denken gaat ervan uit dat ethiek gelijk is aan het consistent toepassen van gedrag in een samenleving dat in codes van principes wordt uitgedrukt. De empiristen denken objectief en willen meer kennis opdoen van de hersenwerking en zo ook kennis opdoen van de geest. Daarmee wordt de voorspellende waarde groter. De voorspellende waarde wordt bepaald uit wetmatigheden die een natuurwetenschappelijke basis heeft. De empirist kan de zwakte blootleggen van het transcendente denken door o.a. te wijzen op

         zijn er twee godsdiensten tot bloei gekomen naast elkaar?

         de staat beschermt de godsdienst van de staat.

De eerste geeft aan dat het geloof in eigen religie overheersende vormen aanneemt. Het geloof in "Het Geloof" is te groot. Het tweede geeft aan dat Het Geloof als rechtvaardiging van de staat wordt gebruikt en vervolgens als motief wordt gebruikt om de staat te laten bestaan of uit te breiden. De religie is een samenspel van mythische vertellingen die de oorsprong en haar bestemming verklaren. Deze bestemming is een vorm van gelukzaligheid die in de godsdienst op verschillende manieren bereikt wordt. Daarmee maakt religie haar deelnemers tot iets bijzonders en uiteindelijk bovennatuurlijk. De empirist gaat ervan uit dat we geen bijzondere wezens zijn. Dat wil niet zeggen dat empiristen geen normen en waarden kunnen hebben. Nederigheid en wederkerigheid aan de mensen en 't leven zelf zijn de grondbeginselen van een empirist. Empirische principes berusten op aangeboren gevoelens en historische ervaringen. Deze zorgen ervoor dat bepaalde handelingen de voorkeur genieten, er zijn codes voortgekomen. De codes moeten nagestreefd worden. Er moet worden geÔnvesteerd in deze codes. Deze codes worden gaandeweg ontwikkeld en vernieuwd in een steeds wijzer en stabieler wordende samenleving. De mens heeft neiging tot samenwerking. Daardoor is er meer kans op overleving. Er ontstaat gedrag dat overerft omdat "samenwerkers" meer kinderen krijgen en meer voedsel produceren. Er ontstaan morele sentimenten zoals geweten, zelfrespect en berouw. De volgende fase is dan de eigen groep beschermen. Er ontstaan o.a. patriottisme, altruÔsme, gerechtigheid en mededogen. Veel menselijk gedrag ligt nog vast in fundamentele instincten. Cultuurevolutie ligt nog niet genetisch vast omdat de tijdspanne daarvoor te kort is geweest. Ethiek en politicologie hebben geen basis vanuit de natuurwetenschappen. Er is geen oorzaak-gevolg-strategie. Wat zijn de bronnen van ethisch gedrag? De opdracht is een zoektocht naar de biologie van de morele sentimenten.

Dit is mogelijk doordat:

         Morele instincten gedefinieerd kunnen worden door de psychologie en vervolgens door analyse van de neurale en endocriene responsen (fysiologische processen).

         De erfbaarheid bepaald wordt uit psychologische en fysiologische processen. De genetica van morele sentimenten wordt daarmee gedefinieerd.

         De ontwikkeling van de morele sentimenten als producten van de interactie tussen genen en milieu bepaald wordt.

Dit kan door de geschiedenis van ethische systemen te onderzoeken als onderdeel van het ontstaan van verschillende culturen en de cognitieve ontwikkeling van individuen die in verschillende culturen leven. Hieraan zal de biologie ook zijn bijdrage gaan leveren. Duidelijk wordt wat de diepe geschiedenis van de morele sentimenten duidelijk wordt. Het waarom van hun bestaan. Religie start als cultus, het groeit buiten de cultgroep en anderen sluiten zich aan. Er is scheppingsmythe. De schepping is een mysterie en alleen toegankelijk voor opperpriesters op heilige plaatsen. Bovendien is de groep aanhangers uitverkoren! Dit houdt in dat er concurrentie ontstaat met andere religies. De andere religie wordt zelfs verafschuwd en er vindt zelfopoffering plaats. De religie ontstaat uit een ethisch fundament en wordt gebruikt om morele codes te rechtvaardigen. Overlevingsstrategie is een aspect van religie. Er is angst voor de dood, zo ontstaan er goden. Het lichaam sterft maar de geest leeft voort. Religie is instinctief aanwezig en daarmee in de genen verankerd. Er is steeds een zelfde weg naar totstandkoming van een religie, daarmee is er een voorprogrammering! Religie geeft erfelijk selectie voordeel: een groep met geloof en levensdoel geeft sociale gebondenheid. AltruÔsme wordt vergroot in deze groep. De groep krijgt dus grotere overlevingskansen ten opzichte van anderen. Het transcendentalisme is rijk aan mythen en psychisch rijk en vol. Het voelt goed aan en bied geborgenheid. Dit in tegenstelling tot empirisch denken. Koelte en zakelijkheid. Er is geen fictie. Dat blijkt nadelig ook al verslaat wetenschap religie keer op keer. De menselijke geest is gericht op "geloof", niet in het geloof van de biologie. Hoe kunnen religie (het transcendentisme) en het empirisch denken elkaar naderen? De herkomst van morele en religieuze overtuiging zal worden getoetst door biologisch onderzoek naar complex menselijk gedrag. Hierdoor wordt hun genetische, evolutionaire herkomst bepaald. Zintuigen en zenuwstelsel zijn door natuurlijke selectie ontstaan. Dus een empirische interpretatie is mogelijk en via cultuurevolutie vastgelegd in genen.

Indien het niet lukt ethische en religieuze verschijnselen te verklaren als biologische evolutie dan zal het trancendentalistisch denken aanvaard moeten worden. Maar religie moet wel voortdurend de nieuwe ontdekkingen door de wetenschap inpassen. De wetenschap moet blijven toetsen en de kern zien te ontdekken over het bestaan van religie en moraliteit en dus de securaliteit van mens en religie. Er zal wederzijds respect moeten zijn.

Reflectie:

Religie en ethiek zijn de hete hangijzers van ons bestaan. Door hun verwantschap en afhankelijkheid van elkaar worden ze samen besproken. De basis van beide lijkt opgesloten in onze genen. Als een leeuwin de savanne van Afrika of de sperwer langs de snelweg een dier doodt dan doet het dit om te overleven. Voedsel ! Territorium gedrag uit zich vooral in wegjagen. Zo bekeken lijkt het er op dat grote groepen mensen genetische eigenschappen bezitten om hun eigen persoon of groep zo te verdedigen dat er om die redenen gedood en oorlog gevoerd wordt. Welke genetische grondslag ligt hieraan ten grondslag. De mens denkt vooruit, definitieve uitschakeling van een tegenstander vergroot de kans dat hij niet meer tot last zal zijn. Verwoesting van zijn cultuur vergroot de kans om de eigen cultuur uit te laten groeien. Ethiek is op deze momenten niet aan de orde. Maar wat blijkt? Als de verwoesting van levens, cultuur en natuur exceptioneel wordt blijkt er besef te komen; ethisch besef. Dat is een belangrijk gegeven voor de verdere ontwikkeling van de mens. Alle grote oorlogsvoerders zoals: Alexander de Grote, Napoleon en Hitler stierven of werden van hun macht ontdaan nadat hun overwicht vervloog bij elke verdere stap die ze deden in hun grootheidswaanzin. Het moorden moest stoppen de waanzin had lang genoeg geduurd. De ethiek heeft ook zijn belang bij het hedendaagse onderzoek. Gentherapie en klonen zijn de issues van de eenentwintigste eeuw. Voor veel wetenschappers omdat daarmee ziekten kunnen worden tegengegaan of tegengehouden maar voor andere met als doel " de heilige graal". In deze takken van de wetenschap zal de ethiek een belangrijke rol spelen over wat wel en niet mogelijk moet zijn. Religie zal hierin geen rol van betekenis spelen. Religie loopt achter de feiten aan zoals Wilson beschrijft. Religie past zich niet aan, aan wat de wetenschap ontdekt of doet dit veel te laat. Hoelang moest het duren voordat de aarde ook voor de katholieke kerk rond was? Wat waren de bewijzen om de inquisitie te rechtvaardigen. Een groot middeleeuwse vraagstuk of Jezus ooit gelachen had met als gevolg de vraag of de mensen mogen lachen en daarmee relativeren (en niet alleen onderdanig moeten zijn), werd opgelost met bijbelteksten en interpretaties van kunstenaars (al of niet) in opdracht van de vertegenwoordigers van diezelfde bijbel. Alle interpretatie van religie is gebaseerd op een geloofsboek zowel bij katholieken, moslims en joden. De koran en bijbel zijn geschriften die een lange geschiedenis hebben maar voortkwamen uit de menselijke geest. Ze zijn niet geschreven door een godheid. Het zijn boeken met leefregels, die weer multi-interpretabel zijn hetgeen problemen of beter gezegd tegenstellingen vergroot. Hoe kunnen wij een katholieke kerk aanhangen die kruistochten organiseerden onder het mom van bevrijding van het heilige land terwijl de bedoeling machtsuitbreiding was. Hoeveel doden en leed heeft dit veroorzaakt? Kunnen we dit bevatten of romantiseren we deze oorlogen. Hoe kunnen we in een katholieke kerk geloven die geboortebeperking middels anticonceptiepil en condoom tegengaat en daarmee mede verantwoordelijk is voor het leed dat o.a. aids en hepatitis veroorzaken. Kan de katholieke kerk spreken dat hun voorspraken eerlijk zijn? Ze (b)lijken juist het tegenovergestelde te zijn. Bij de moslimreligie is het al niet anders, de koran kan volgens de letter zo geÔnterpreteerd worden dat vrouwen volledig beheerst worden door mannen. Zelfs hun gezicht wordt bedekt om onze zintuigen met rust te laten. Zou de evolutie van de mens dit als doel hebben gehad: gezichtloos zijn? En daar zit de kern. We zijn een evolutionair product, die religie is gaan gebruiken omdat we kunnen bedenken dat we dood gaan. Daar zijn we bang voor ook al hebben we duizend kinderen verwekt. Hoe zeker we ook kunnen overkomen maar op onze laatste momenten en steeds als we met de dood geconfronteerd worden zijn we letterlijk doodsbang. Voortleven zoals de mens dat bedacht heeft in zijn godsdienst geeft enige rust maar toch, de onzekerheid blijft groot. De wetenschap zal steeds meer ontrafelen dat religie en ethiek aangeboren eigenschappen zijn. Door evolutie verkregen eigenschappen en niet van hogere machten afkomstig. Religie en ethiek lijken voordelen te bieden maar m.i. liggen deze voordelen vooral op gebied van de ethiek. De ethiek wordt steeds meer op mondiaal niveau bepaald. Hoe problematisch ook, er zal steeds meer vanuit een wetenschappelijke punt bepaald worden hoe te handelen. En geloof mij: over enige tijd, laten ik zeggen 10- 20 jaar zal de reactie van de V.S. op "nine-eleven" ethisch verworpen worden en zullen fundamentalistische moslimleiders inzien dat ethiek op zichzelf staat met religie als gevolg maar niet omgekeerd. Ook President Bush zal inzien dat God niet aan zijn zijde kan staan want wat voor god zou God zijn als hij voor hem zou kiezen? 

Hoofdstuk 12: Waartoe?

Samenvatting:

De oorsprong van consiliŽntie is dat alles reduceerbaar is tot de wetten van de fysica. De biologie maakt duidelijk dat de mens als gevolg van evolutie verwant is met alle levensvormen. De basisbouwstenen van het leven blijken bij alle organisme dezelfde te zijn. De natuur van de mens, voortgekomen uit de evolutie, beÔnvloedt de evolutie en cultuur. Tussen de wetenschappen bevinden zich kloven, die gedicht zullen worden. Er zal consiliŽntie ontstaan tussen fysica, reconstructie van cellen, de samenstelling van ecosystemen, de co-evolutie van genen en cultuur, de fysieke basis van geest en de diepe herkomst van ethiek en religie. Het gevolg hiervan is dat vanuit consiliŽntie de totale realiteit omvat kan worden. Wetenschap wordt door niet wetenschappers beschouwd als marginaal. De grote groep mensen is op zoek naar seks, familie, werk, veiligheid, persoonlijke expressie en spirituele vervulling. Wat heeft wetenschap hier mee te maken? Sociale wetenschappen en de geesteswetenschappen staan los van de natuurwetenschappen. Maar natuurwetenschappen zijn niet zo marginaal. De natuurwetenschappen kan de materiele wereld ontrafelen en zo verklaren. De natuurwetenschap zal door vereniging met de geesteswetenschappen deze nieuwe impulsen geven. De toekomst geeft steeds meer kennis. Maar deze kennis is sectarisch en zal naar synthese moeten groeien met als gevolg wijsheid. De mensen die deze synthese bereiken zullen de leiders van de toekomst zijn. Is de natuurlijke selectie nog steeds de stuwende kracht achter de evolutie? Duwt zij de anatomie en het gedrag in een richting in respons op overleven en reproductie? Genetisch zal de mens op korte termijn niet echt veranderen. Op dit moment vindt er vooral homogenisatie plaats door immigratie en gemengde huwelijken. Verschillen die toch al niet zo groot waren verdwijnen steeds meer en steeds sneller. Toch zal dit de evolutie niet echt beÔnvloeden. Natuurlijke selectie zal minder invloed uitoefenen. Evolutie zal meer afhankelijk zijn van sociale keuzes. Willen we erfelijk materiaal veranderen als de kennis daarvoor aanwezig is? Het genoom kennen we nog niet zo lang. Tot ong. 1900 was er geen kennis over het genoom. Selectie zorgde ervoor dat negatieve afwijkingen uitgeselecteerd werden en alleen ziekteverwekkende recessieve allelen konden blijven bestaan. Maar door moderne geneeskunde kunnen mensen met dubbele recessieve allelen, die een ziekte veroorzaken, blijven leven en zich voortplanten. Dit kan door leefwijze aan te passen, geneesmiddelen, operaties en transplantaties. De prognoses van taaislijmvliesziekte zijn door medicijnen en transplantaties van longen sterk verbeterd. Maar ook is het mogelijk om "fouten" in het genoom te herstellen via gentherapie. Implantatie van onaangetaste genen in longweefsel bij taaislijmpatiŽnten verbetert de situatie aanzienlijk. Door deze ontwikkeling worden ethische vragen opgeworpen: in hoeverre mogen we meedoen aan muteren? Moet er een grenslijn getrokken worden tussen remedie en verbetering van normale, gezonde kenmerken. Of anders: als er een gezond gen is om sneller te leren of beter te leren mogen we die dan inbouwen? Op die manier kan de mens zich ontdoen van natuurlijke selectie. De ethiek en als gevolg hiervan de politieke keuzes zullen bepalen wat wel en niet kan. Wilson verwacht dat we genetisch conservatief blijven. We zullen de kennis gebruiken voor het herstellen van ziekten. De erfelijkheid zal met rust gelaten worden. Emoties en epigenetische regels veranderen met als gevolg dat de mens er beter van wordt. We hechten aan het menszijn, niet aan een rationeel wezen. Voordat we ingrijpen moeten we nog veel leren over het menselijk bestaan. Ons collectief doel is urgent en acuut. De milieulast die de mens veroorzaakt noopt ons tot een Faustiaanse keuze: of we kiezen verkeerd en gaan ten onder of we kiezen goed met als gevolg een nieuwe milieuethiek. In milieudebatten komen de volgende basisprincipes naar voren:

1.      De naturalisten: het milieu heeft een naturalistische oorsprong. Het ideaalbeeld in de natuurlijkheid zoals die er was voordat de mens ging ingrijpen. Daarheen zullen we terug moeten keren.

2.      Exemptionisten: de mens staat los van de natuurlijke wereld en regeert erover. Dus de mens is niet alleen gebonden aan ecologische wetten. We kunnen een betere aarde creŽren.

Een maximale bevolking is afhankelijk van de PAT. Dit is bevolkingsomvang maal consumptie per hoofd en maat voor de vraatzucht van de technologie die wordt gebruikt voor het realiseren van de consumptie. Volgens de PAT-formule betekent dat ong. 10 miljard inwoners op aarde een redelijk bestaan kunnen hebben.

De exemptionisten zeggen problemen op te kunnen lossen via wetenschap. Ook de problemen door etnische spanning en politieke competentie. Maar….

         De opbrengsten van graan lopen weer terug.

         Het grondwater zakt en er is steeds minder water beschikbaar (40% van de mensen leeft in 2025 in landen met een watertekort).

         De groei van de bevolking blijft doorgaan.

         Oceanen worden overbevist en kweek van vis schiet tekort door verdringing van mangrove bossen. Deze zijn de kraamkamers voor veel soorten vis en andere organismen.

         De klimatologische veranderingen zijn door menselijk invloed groot:

 temperatuur stijging in 130 jaar met 1 graad Celsius

 CO2 gehalte is nu 360 ppm en was de laatste 160.000 jaar gem. 160 ppm.

De gevolgen zijn groot. In 2100 zal de temperatuur 1-3,5 graden Celsius hoger zijn hetgeen een zeestijging betekent van 30cm door smelten van ijs en uitzetten van water. Er zullen andere neerslagpatronen komen zoals nu al El Nino veroorzaakt. Het ecosysteem zal over de hele aarde veranderen. De ontwikkelingslanden zullen het hardst getroffen worden door met name voedsel en watertekort. De exemptionist is gevaarlijk omdat hij de verwachting uitspreekt alles te kunnen oplossen.Hierdoor kan het ontstane gevaar steeds groter worden. Er ontstaat eerst een probleem en dan wordt er pas gezocht naar een oplossing. De werkwijze zou andersom moeten zijn. In het verleden zijn beschavingen uitgestorven zoals in Noord-MesopotamiŽ, Egypte en het Mayarijk uit Midden-Amerika. Meestal gebeurde dit op gruwelijke wijze. De antropoloog is van mening dat dit alles gevolgen waren van droogte, bodemuitputting, overbevolking en oorlog. De ecoloog geeft aan dat de maximale draagkracht is bereikt. De technologie kan de verdere groei niet meer ondersteunen. De conflicten in de wereld tussen bevolkingsgroepen zijn in oorsprong ontstaan door schaarste. De overbevolking in Ruanda was een belangrijke oorzaak van de Tutsi-Hutu oorlog met gruwelijke gevolgen. Maar ook de recessies voor de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn de basis geweest voor de beide wereldoorlogen. De spanningen waren zo hoog opgelopen dat een kleine vonk een ongelooflijke keten van gebeurtenissen liet volgen. Als de bevolkingsgroei terugloopt en onder de 10 miljard mensen blijft, is er mogelijkheid tot aanpassing en kan de technologie mogelijk een bijdrage aan duurzaam leven bieden. Een ontwikkeling die minder exemptionistisch is, lijkt te starten. Milieuconferenties worden gehouden en soms zijn er positieve resultaten, hoe marginaal ook. Toch moeten we hopen op de veerkracht van de natuur. Kan de natuur herstellen van de aanslagen die zijn geweest en nog zullen plaatsvinden? Economen betrekken veel te weinig het milieu in hun visies. Uiteindelijk heeft alles invloed op het milieu. Wat je ergens haalt zal op de een of andere manier teruggebracht moeten worden anders staan op beide plekken problemen zoals het mestoverschot in West-Europa en uitputting van de grond in ontwikkelingslanden. Duidelijk is dat de koersbepaling in de toekomst milieuethiek moet bevatten. De taak is dan: bewaar "de schepping" zoveel mogelijk!

Vragen die gesteld kunnen worden zijn:

1. Mag het uitsterven van soorten gebagatelliseerd worden?

         Na een grote collaps in het verleden, zoals de komeetinslag in Yucatan die een einde maakte aan het dinosaurus tijdperk, is er steeds 10 miljoen jaar nodig voor herstel.

2. Mag de diversiteit, die zo groot is, af nemen?

Hoe breder, groter en ingewikkelder het ecosysteem is, hoe beter problemen opgevangen worden. De productiviteit van een dergelijk systeem is groter en van elk afzonderlijk dus ook.

3. De "verborgen kennis" in elk soort is ontstaan door evolutie en daarmee aan alle eisen van ons milieu getoetst.

De geneesmiddelen zijn 40% direct afkomstig van soorten op aarde. De resistentie van bacteriŽn tegen penicilline wordt steeds groter. Waar halen we weer nieuwe medicijnen vandaan? Juist, vooral uit de natuur!

4. Kunnen we soorten opslaan in dierentuinen en botanische tuinen?

Enigszins zijn er mogelijkheden maar de genetische variatie wordt dan erg klein.

Het erfgoed van de verlichting is:

Het volkomen zelfstandig kunnen weten en begrijpen met als gevolg wijs kiezen neemt toe doordat de wetenschap exponentieel is toegenomen. De toekomst ligt in handen van de homosapiŽns zelf. Daarin is ethiek alles. Sociaal gezien kan de mens lange termijn visie ontwikkelen die door cultuur ontwikkeld wordt volgens morele geboden en wetten. Deze wetten zijn dan niet van bovenaf aan de mensen gegeven en ook niet bij toeval in het brein ontstaan. Ze zijn ontstaan omdat ze door evolutie eigenschappen kregen, waardoor overleving beter mogelijk was. Vanuit consiliŽntie is een verenigde cultuur de basis om de onverkende domeinen van de werkelijkheid te identificeren. Creatief denken zal uitmonden in existentieel conservatisme. We kunnen niet leven van prothetische middelen om onszelf en onze biosfeer in leven te houden. We zullen dan zeer kwetsbaar zijn en verarmd. Uitlevering van onze genen aan technisch ondersteunde logica, onze ethiek, kunst en onze levenszin zelf in naam van de vooruitgang aan een lichtzinnige redeneertrant overgeven en ons als goden voorstellen zal leiden tot niets.

Reflectie:

In eerdere hoofdstukken was Wilson zeer vooruitstrevend in zijn denkbeelden over waartoe de mens kan evolueren. In zijn slotbeschouwing neemt hij gas terug en ziet met name de gevaren die op de loer liggen. Gevaren die mede door nieuwe ontdekkingen in de wetenschap gedaan kunnen worden. Hij duidt duidelijk op het gevaar van de mogelijkheden die wetenschap biedt zoals bij gentherapie en geeft aan dat een te groot vertrouwen in de wetenschap een (totale) instorting van onze biosfeer kan bewerkstelligen. De technologie kan veel uitkomsten voor problemen aandragen maar alles heeft zijn prijs. Die prijs moet doorberekend worden. Economen en politici doen dit niet of te weinig. De kosten van afvalverwerking en CO2-verlaging zouden in producten doorberekend moeten worden. Pas dan zou je werkelijk kunnen bepalen of een technologische vondst daadwerkelijk in productie genomen kan worden. Wat heeft een persoon nodig en wat is de draagkracht van ons milieu? Dat zijn de parameters waar uiteindelijk mee gewerkt moet worden. Als dat bekend is, kun je bepalen wat wel en niet kan. Terughoudendheid moet het devies zijn. Soberheid, iets waarvan onze westerse samenleving vervreemd is, zal het leefmotief moeten worden. Wat we uit ons milieu halen, zullen we op de juiste manier weer terug moeten geven. Wederkerigheid zoals bij de bosjesmannen. De wetenschappen van nu zijn in staat aan te geven wat wel en niet mogelijk is maar zijn wij in staat om volgens die richtlijnen te leven? Willen wij inleveren? Lid van Natuurmonumenten, Greenpeace, Artsen zonder grenzen of Amnestie International is daarvoor onvoldoende. Een extra gevaar is dat het de laatste jaren lijkt dat onze biotopen verbeteren. Het water van onze beken en rivieren wordt in snel tempo schoner. Bevers keren in Limburg terug. Roofvogels nemen weer in aantallen toe. Inzamelen van afval gebeurt gescheiden. Maar schijn bedriegt! "Iedereen" heeft inmiddels een dan wel twee auto's, vijf fietsen en een huis met alle voorzieningen erin en eromheen. De kosten voor ons milieu zijn hoog. Een ander facet waar Wilson de vinger op legt is de genetische inmenging van de mens. Tot wat zal die leiden? Kunnen we de gevolgen overzien? Kunnen we "wetenschappers", die menen dat alles mogelijk is, beperkingen opleggen? Wat zijn de grenzen van kunnen en mogen? Het klonen is sinds kort een hot item. Er zijn wetenschappers die er mee weglopen maar er zijn ook bevindingen dat een IVF kind meer ziekten krijgt dan een kind uit normale bevruchtingen. Zeker de geneeskunde kan via klonen, stamcel therapie een artrose patiŽnt weer goed en pijnloos laten bewegen. Als direct na de geboorte stamcellen weggenomen worden, kunnen die goed van pas komen als zich later Alzheimer of leukemie ontwikkelt. Voor een ieder een reservoir in de diepvriezer? Als mijn kind er later gebruik van kan maken waarom zou ik dat dan (als uitzondering) niet doen? Maar wat zijn hierin de grenzen? Waar eindigt dit manipuleren? Dat is het punt van de ethiek. Ook ethiek is niet statisch. Ethiek groeit mee in een cultuur. Of die cultuur vastgelegd wordt in onze genen is daarvoor niet van belang. Er zullen voortdurend situaties ontstaan waar de mens de mogelijkheid heeft om met alles wat aan kennis, emoties, normen en waarden voor handen is te bepalen wat er verder moet gebeuren. Dan nog zal gevoel een belangrijk aspect blijken te zijn bij het nemen van de meest beste beslissing. Juist dat gevoel zit opgeslagen in onze genen. Omdat de mens zo veelzijdig in aanleg en gedachten is, zullen veel feiten op tafel komen bij het nemen van beslissingen. En elke beslissing kan voorspelbare situaties met zich meebrengen maar door de veelheid van factoren zal nooit exact aangegeven kunnen worden hoe een maatregel precies zal uitpakken. Daarin zit het avontuur van het leven!

Naar boven

Homepage

Reacties: deponti@planet.nl