door Math de Ponti

 

Voor mijn wandelvrienden                 ‘Are you ready boots?...Start walkin’!  (Nancy Sinatra)

 

Tekstvak: Math de Ponti heeft over The North Downs Way een boek geschreven aangevuld met kleuren foto's. Deze wandeltocht loopt door het Graafschap Kent en Sussex in zuidoost Engeland. De beschrijving geeft de biologische en cultuurhistorische achtergronden weer maar vertelt ook het verhaal van een groep wandelaars die vijf weekenden van dorpje naar dorpje lopen en daar de sfeer van B&B, de pubs en Romaanse kerkjes opsnuiven. Onderweg wordt het woonhuis van Charles Darwin bezocht en via Romeinse wegen van de pelgrimsroute komen ze bij het graf van Thomas Becket in Canterbury Cathedral. Ook Biggin Hill het vliegveld waar in de WO2 de vliegeniers opstegen ligt op deze prachtige route.
De route is gemakkelijk bereikbaar vanuit Nederland. Deze National Trail start in Dover en loopt via Canterbury onderlangs London. 
Het boek is te koop via deponti@planet.nl en kost 11 euro.
De eerste etappe is hier te lezen. Website: www.ponti.nl


 
reacties van lezers:

“Math, ik ben vanmiddag eens rustig gaan zitten om jouw boek the North Downs Way te lezen. Ik heb er erg van genoten en ik geniet nog na, want ik heb het gevoel of ik daar nog loop. Ik ga er altijd erg in op, dus ik heb meegewandeld.
Het is een sfeervol boek, waar je de pub ruikt en het eten proeft. Er zat ook veel leerzame informatie in, ik vind wel dat je veel weet. De rest van de groep wisten die dat ook allemaal of weten ze het nu. Nou, je bent een sfeervolle schrijver met humor. Ook hele mooie foto’s, echt een Engels sfeertje.
Af en toe heb ik smakelijk moeten lachen, o.a. die snot van Twan en nog enkele anekdotes.”
Veel groetjes Annie Timmermans

“Een must voor elke wandelaar”
Ruud Leurs

The North Downs Way

 

1e etappe van Dover naar Canterburyen Wye, Kerst 2004

 

Het is zo’n nacht waarin slapen werken is: zal de wekker afgaan om half zes, zijn de geplande drie uur rijden voldoende om van Roermond bij de ferry in Calais te komen (330 km.), kan de auto veilig geparkeerd worden en hoe zit het met die laatste 8 km lopen naar Canterbury?

Elk uur wakker schieten om dan te zien dat het nog lang geen half zes is, de laatste keer om vijf over vijf zodat ik het laatste dutje maar oversla.

Rust in huis, rust buiten, kerstboomverlichting aan en koffie zetten. De krant valt hard in de bus, op de voorkant een foto van de alles verwoestende Tsunami.

 

Om zes uur rijd ik met Paul richting Calais en vanuit Tilburg zijn Chris, Joan, Twan en Richard vertrokken. Snellen door de nacht, koffie uit de thermoskan. Bij Gent begint het te sneeuwen, echt druk wordt het niet. Radio Donna meldt harde windstoten en Paul stopt zijn antizeeziekpilletje in de mond. Om half tien parkeren we de auto op de keurige parkeerplaats vlakbij de vertrekhal van de SeaFrance ferry’s. Handen schudden, vieze koffie en Joan heeft al ingecheckt. Door de wind heeft de boot een halfuur vertraging. We lopen de boot op en Paul gaat direct midscheeps zitten. Wij zitten bij de boeg en kijken uit over de zee die rustig is. De lucht is helder. Mooi wandelweer!

A black pint of Irish Guinness en daar verschijnen de white cliffs of Dover al. Op de cliffs een wit gebouwtje en de vuurtoren. Als de vliegeniers van de RAF in de 2e WO dit zagen ging er gejuich op.

We lopen de boot af en zoeken naar het beginpunt van de North Downs Way. De wandelroute is een oude Pelgrimsroute die start in Farnham in het graafschap Surrey, zuidwestelijk van London. De route loopt dan onder London langs naar het oosten door het Graafschap Kent om bij Dover in Zee te eindigen. Er is een aftakking via Canterbury die ook naar Dover voert, waardoor een rondwandeling van 91 km is ontstaan. Het gebied wordt de “Downs” genoemd. Het is een National Trail route, waarvan er vele over het hele Britse eiland zijn uitgezet. De markering is een klein bordje waarop een eikel (acorn) is afgebeeld. De route is 156 mijl (251 km) en start zoals gezegd in Farnham en loopt oostelijk naar Dover zodat de overheersende zuidwestelijke wind in de rug blaast. Het traject is afwisselend door bosgebied en langs kalkriffen. Een weiland of akker wordt dwars overgestoken: er geldt het oude recht op overpad.

 

 

 

 

 

1e dag:  Van Dover naar Canterbury (29 km.)

 

Twaalf uur, we lopen onderlangs de cliffs die hoog boven ons uitstijgen. In de kalk bevinden zich zwarte banden van vuursteen. Vuursteen is gevormd uit kiezelzuur. Tijdens het Juratijdperk lagen hier tropische zeeën waarin veel kiezelwieren (Diatomeeën ) voorkwamen. Het kiezelzuur spoelde uit en verzamelde zich in lagen waar veel organisch materiaal voorkwam alwaar het onoplosbaar werd. De druk van bovenliggende lagen deed de rest. De mijngangen in Reijckholt bij Maastricht bevatten veel vuursteenlagen waarvan al 7000 jaar geleden vuurstenen gewonnen werden en verhandeld over heel Europa.

 

We lopen tussen kleine en onderkomen huisjes, rechts ligt de eerste pub of is het de laatste? Het fraaie uithangbord meldt: “The First and the Last”. De volgende keer zullen we de binnenkant bekijken.

In het park van Dover vinden we een routewijzer van fraai gietijzer. Rechtsboven ons ligt Dover Castle. Berg oplopend laten we Dover achter ons. De weg oversteken en via een smal paadje staan we plots voor enkele grafkruisen. Het kerkhof van Dover strekt zich glooiend voor ons uit. Klein ommuurde percelen met oude weggezakte grafstenen en kruisen. Een engel ligt uitgeteld achterover. Mooie oude grillige bomen en veel groenblijvende heesters als teken van leven. Hier en daar een Jeneverbes die de wacht houdt bij een graf: een “wachholder” zoals de Duitsers hem noemen. Het verharde pad loopt links weg naar de Kapel. Ik maak enkele opnames en verlies de groep uit het oog. Door bosjes met doornhagen bereik ik de rand van het kerkhof. Het is heuvelachtig begroeid terrein met veel open plekken. Veel wildgangen verdwijnen in de dichtere begroeiing. Een sperwer vliegt op en even later een buizerd. Goed terrein voor rovers. Een eekhoorn rent over een eikentak. Het uitzicht over Dover is prachtig maar de jongens ben ik kwijt. Teruglopend ontwaar ik een rode jas aan de ander kant van het kerkhof. Joan schreeuwt hard naar zijn broer; wat een lieverd!

Een uur onderweg en al twee kilometer gelopen! De route loopt nu pal naar het noorden met uitzichten over bruine braakliggende akkers. Het pad is aan weerszijde begroeid met meidoornhagen waaraan veel felrode bessen. Boven onze hoofden raken de takken elkaar zodat we door een tunnel lopen. In de zomer geeft dit de nodige bescherming tegen de zon. Het pad volgt een oude Romeinse weg. Omdat de Romeinen altijd haast hadden zijn de aangelegde wegen kaarsrecht. In Pineham staat zelfs een bord met “Roman Road”.

Na zes km verlaten we deze Roman Road en stappen zwaar over een akker. De lössachtige ondergrond is vochtig, klonters blijven aan de toch al zware wandelschoenen hangen. In de trail guide staat een pint afgebeeld 500 meter rechts van de route. Paul en ik gaan op verkenning uit en even later zitten we in de eerste pub. “High and Dry” staat op het uithangbord waarop ook een schip op het droge afgebeeld is. De kust is negen kilometer verderop nog juist zichtbaar. “Six Guinness and some peanuts please”. Voor een tweede pint is geen tijd zodat we, toch een beetje licht in het hoofd, verder gaan.

Langs een oud Romaans kerkje met vuursteengevel, dat gerestaureerd wordt, over een style en door een wei. Voor ons prachtige oude bomen die met hun grillige zwarte takken de lucht beklimmen. Deze kastanjebomen zien er onheilspellend uit in het eerste avondrood. Een grote exotische den doet alsof hij op een Italiaans strand staat. Door de schoonheid om ons heen vergeten we af te slaan. Pas drie kilometer later met behulp van Paul’s GPS vinden we de route terug. Jammer want we missen zo Shepherswell en daarmee een pub.

Het is al vier uur en het zal snel donker zijn. Met flinke pas doorlopend komen we in Woolage Village. Enkele gevels zijn geheel verlicht met een kerstslee en daarop de kerstman. “Merry Christmas” schreeuwt ons toe. Via een verharde weg komen we bij een station waarvandaan de trein ons naar Canterbury zal brengen. Het zaklampje van Richard bewijst hier goede dienst om voorbijrazende auto’s te waarschuwen.

De trein stopt als we aan komen lopen en 5 minuten later staan we op het station van Canterbury. Eerst worden de kaartjes nog gecontroleerd voordat we het station mogen verlaten. Beetje zoeken en dan richting Canterbury Cathedral. De kathedraal ligt op een ommuurd terrein dat we via de nog openstaande fraaie poort betreden. Vol in het licht rijzen de vierkante torens met gotische versierselen omhoog. Over twee dagen zullen we hem van binnen bezichtigen.

In “The First Arms”worden de Guinness en Lagers op de tafel gezet. De pub (afgeleid van public house) bestaat uit verschillende kleine lokaaltjes met veel oude balken tegen het plafond. Dan naar de B&B, weer drie kilometer lopen. Niet ieder van ons doet zijn kloffers uit: kleiige modderklonters vallen van de schoenen.

Joan bemachtigt snel een eenpersoonsbed, bang als hij is om naast een vent te moeten liggen. Hij komt bedrogen uit, zakt door de smalle latjes waar de matras op rust en doet dat daarna nog twee keer. Ik grijp in een gooi zijn matras op de grond! Verdiende straf!

Paul, 205 centimeter lang, ligt al op bed en laat zijn benen vanaf de knieën boven de afgrond zweven. Gelukkig staan op zijn sokken L en R zodat hij weet welk been rechts en welk links is. Voor Joan is dat weer lastig want die ligt onder deze springplanken en denkt dus dat Paul ze verkeerd om aan heeft ……!?

Snel naar de “Thomas Beckett Pub” waar we het vochtgehalte weer op peil brengen en de Engelse keuken eer aan doen. De bestelling wordt divers:Guinness, Lager (Oranjeboom!) en Ale. Het eten: lambshops en duck. De lambshops lijken zo vanuit de wei op het bord gelegd, zo rood is het vlees. Maar het smaakt prima. Alleen fijn lamsvlees mag zo opgediend worden! De pub is genoemd naar Thomas Beckett, de eerste aartsbisschop van Engeland die in 1170 is vermoord, maar daarover later meer.

Het gesprek is geanimeerd, Twan laat horen dat hij veel kennis heeft en ontlokt daarmee anderen tot tegenprestaties. Aan het plafond hangt gedroogde hopwingerd. Fraai zijn de “bellen hop” die er als vruchten aan hangen. Deze bellen zijn de vrouwelijke delen van de plant die gebruikt worden bij het bier brouwen. De “Thomas Beckett” achter ons latend lopen we Canterbury in, vrolijke lichtjes en een kleine pub waar nog net voor elven de laatste pints van de dag besteld kunnen worden en voor Richard een whisky: “Bells”). De barkeeper is Iers zodat ik nog wat vakantieherinneringen van 20 jaar geleden op kan halen: vrij kamperen, meren, cliffs of Mohair, the Burren, Connemara, Shannonriver, orchideeën en de vreemde pubs. Weer drie kilometer terug naar B&B en dat betekent dat we vandaag zo’n 30 km hebben gelopen. Daarbij 25 km gevaren en 330 km gereden, Quite a day!

Nog een kopje English breakfast tee op de kamer waarvoor alles keurig op een dienblaadje klaar staat. Het duurt niet lang of de slaap neemt ons te grazen hoewel enkele plasbeurten ons bewust maken van de nacht die alweer om acht uur eindigt.

 

2e dag: Van Canterbury naar Wye (25 km.)

 

Full English breakfast met toast. Joans ogen puilen uit. Hij kan niet wachten op zijn eigen bord en begint alvast aan het bord van Richard. “Fried bacon, sausage, mushroom, eggs and tomato with tee or coffee”. Het kamertje is opgestookt tot 30° C. en in de keuken hangt een ouderwetse Londonse smog.

Om 10.00 uur op pad. Door een park lopende nemen we de route weer op. Langs de Great Stour River, die zeker drie meter breed is, dan over een fraai bruggetje met gietijzeren leuningen. Om ons heen moerassige uiterwaarden die een vogelparadijs vormen. We kunnen niet verder omdat spoorbomen de doorgang versperren. Er komt geen trein. Wat blijkt: we moeten de bomen zelf open draaien. Vervolgens snel kijken of er geen trein komt, oversteken en weer dichtmaken. Met de auto een levensgevaarlijke bezigheid!

Het pad loopt door laagstam fruitboomgaarden en even verderop staat het vertrouwde embleem van de North Downs Way  op een paal gespijkerd. Tot hier hebben we even de “Centenary Walk Canterbury” gevolgd.

Door een oud kastanjehakbos met boxen waaruit wel zes nieuwe lange stammen ontspringen. Deze hakbossen werden gebruikt om hout te kappen voor de kachel of als bouwmateriaal. Door het langdurige regelmatige onderhoud en verjonging kunnen de boxen honderden jaren oud worden. Deze bomen leveren nog steeds zaden die de erfelijke eigenschappen bevatten van de bomen die honderden jaren geleden zijn gepland. Hiervoor werden zaden gebruikt van autochtone bomen. Zaden die door selectie genetisch materiaal hebben verkregen die de beste eigenschappen bevatten om hier uit te groeien. Tegenwoordig vindt veel import plaats van plantmateriaal uit lage loonlanden. Een gevaar is dat ziekteverwekkers eerder toeslaan. Bovendien is de genetische variëteit hiervan gering.

Kastanjehout is Europees hardhout en kan uitstekend gebruikt worden als basismateriaal voor tuinhout in plaats van tropisch hardhout. Na vele jaren in weer en wind is kastanjehout nog steeds in goede conditie.

Links van ons staan prachtige fruitbomen. Dikke stammen tot 3 meter hoog slaan hun takken horizontaal uit. Deze “Orchad” is een voorbeeld van de fruitboomteelt die veel in Kent voorkwam. Het milde klimaat en de mineraal rijke bodem zorgen voor een goede oogst. Veel oude orchads zijn de laatste jaren verdwenen om plaats te maken voor laagstamboomgaarden. Deze public orchad is al oud. Iedereen mag hier van de bloesem genieten in het voorjaar of een kistje oogsten om er apple pie van te bereiden.

Wij eten ons appeltje zittend op een houten reuzenadder. Het Britse eiland heeft een lange traditie om natuur en cultuurhistorische waarden te behouden. Veel is ondergebracht in de “National Trust” zoals ook deze orchad en de Pelgrimsroute waarover wij lopen.

Langs kleine huisjes lopend bereiken we Chartam Hatch, een dorpje van niks maar met wel een pub: “The Chapter Arms”. Weer zo’n typische Engelse pub met “arms” in zijn naam. Werden op deze locaties wapens opgeslagen? Laag plafond met kerstlichtjes, op krijtbord het dagmenu dat we geen eer aandoen. Wel worden de verschillende bierpompen beproefd en alweer een gegadigde meer voor een Ale.

Met het deuntje “these boots are made for walking” weer verder. Rugzak achterop, beetje zweverig door het golvende landschap. Weidse braakliggende akkers met dikke lichtbruine aarde doet denken aan het Toscaanse landschap in de zomer.

Jonge aanplant van fruitbomen met hier en daar een boompje waar aan de kale takken fruit is blijven hangen met warme herfstkleuren. Op de boerderij staan caravans die mogelijk onderdak geven aan Oost-Europeanen die de oogst binnen halen.

Bovenop een heuvel kijken we uit over een prachtig droogdal. Links een singel van beukenbomen die tot onder in het dal uitkomt. Deze singel geeft in de zomer beschutting tegen de felle zon. We staan op de vlak aflopende zuidhelling die begroeid is met lavendel. Onder aan de steilere noordhelling is een hopakker. Nu, hartje winter, zijn alleen de stalen draden die gespannen zijn over hoge houten stokken zichtbaar. Langs deze draden werkt de hopplant (Humulus lupulus) zich in het voorjaar snel omhoog om vervolgens een enorme natuurlijke partytent te vormen. Het zachte klimaat is uitstekend geschikt om hop te verbouwen. Onderweg in de bermen heb ik veel pluizige bollen aan lianen zien hangen. Nu besef ik dat het de zaden van wilde hop zijn. Vroeger groeide de hop in de vochtige wouden van Zuid-West Engeland. De vrouwelijke konen of bellen, die je wel eens op het etiket van een flesje bier ziet staan (bv. Alfabier), worden met het wort meegekookt. Daarna vindt het gistingsproces plaats. De hopextracten geeft een iets bittere, droge smaak aan het bier.  Bovendien geeft het een conserverende werking en zorgt het voor een dichte en stevige schuimkraag, maar aan dat laatste blijken de Britten weinig behoefte te hebben. De vrouwelijke hopbellen op het Eiland hebben een voordeel boven die van het continent: zij worden wel bevrucht! Smaakt de Guinness daarom iets voller?

Twan raakt in extase van dit prachtige droogdal en begint te vertellen. Luister: “deze droogdalen, prachtig toch, zijn ontstaan tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, zo’n 20.000 jaar geleden. Het smeltwater erodeerde de grond weg en er ontstonden dalen”. (waaruit ik concludeer dat de heuvels er eigenlijk altijd al waren net zoals het figuur dat de beeldhouwer uit de klomp steen beitelt). De ijskappen zijn nu verdwenen en hebben de dalen achter gelaten. “droogdalen” dus. Bij heftige neerslag spoelt het water snel en met kracht langs de hellingen naar beneden en neemt ook nu nog veel materiaal mee. De zuidkant is blootgesteld aan grote temperatuurverschillen. Op een zuidhelling kan de temperatuur oplopen tot wel 50°C. maar ook snel dalen tot (ver) onder het vriespunt. De erosie is daardoor groter met als gevolg een vlakker verloop dan de noordhelling. Mooi stukje aardrijkskunde.

Een populierenlaan met rechts een groot gat in de grond. Twan raakt wederom in extase. Het is een echte orgelpijp met een doorsnede van acht meter. Deze orgelpijpen ontstonden door uitspoeling van kalksteen. Eenmaal een klein gat gevormd ging het proces van uitspoeling door lichtzuur regenwater langzaam verder. Deze orgelpijpen kunnen zeer gevaarlijk zijn omdat ze plots kunnen inzakken. In Zuid-Limburg zijn orgelpijpen te vinden langs de Geul.

De populierenlaan voert ons naar “Old Wives Lees” en dan nog even en we zijn in Chilham. Twee pubs zijn er op de routebeschrijving aangegeven, een prettig vooruitzicht. Zeker ook omdat het soppen in de kleiige ondergrond zijn tol begint te eisen. De knieën protesteren maar een pijnstiller helpt voortreffelijk.

Chilham is zo’n dorpje waar een BBC-thriller opgenomen kan worden. Enkele straatjes, een pub, een kasteel en een landelijke omgeving. Goede rechercheurs hebben die series niet. Veelal wordt eerst het halve dorp uitgemoord om pas dan de moordenaar bij de kraag te vatten. We stappen in de “Whoolpachers” pub. De naam geeft aan dat de streek bekend stond op zijn schapenteelt. De wol werd in dit dorp verzameld in wolhuisjes die nog tegenover de pub liggen.

We willen iets eten maar zijn één minuut te laat. Andere gasten krijgen nog een smakelijk bord eten voorgezet maar wij doen het met pints en chips. Het dorp is een toeristische trekpleister. Van hier uit start een “circular walk”. Het kerkje is opgetrokken met vuurstenen, mooi uitgezochte ronde steentjes op elkaar gestapeld, het lijken de bodems van flessen wijn. Het kerkhof ligt zoals gebruikelijk rond het kerkje. Kruisen en beelden zijn begroeid met korstmos en vaak weggezakt. Waar is de zwarte kraai?

De hoogtelijnen geven 50 meter aan, scherp rechtsaf en dan door het bos met uitzicht op het dal van de Stour. Oude bomen, uitgebloeide hopwingerds en bruine varens. Achter elkaar lopend vormen we een slier, dan weer met twee naast elkaar. Vertellen over “dit en dat” herinneringen op halen, vragen naar thuis, hoe is het op het werk? Druk met de kinderen en hoe was de vakantie? Even stilstaan en weer verder lopend met een ander groepslid.

De schemer valt in. Uit het dal klinkt steeds het “klukkluk”geluid van fazanten. Hoe kunnen hier zoveel fazanten zitten, in Nederland zie je ze nog maar zelden. De Chinese import vogels mogen niet meer uitgezet worden in verband met faunavervalsing. Het was ook geen kunst om deze trage vogel die veel te laat opvloog neer te halen. Met een (vuur)steen maakte je al goede kans.

Door het bos slingerend komen we bij een boerderij waar twee honden doen alsof we niet over het erf mogen lopen. We korten de route in en lopen van hieruit rechtstreeks naar Wye. Gelukkig heeft Richard een lampje zodat we de aan de verkeerde kant van de weg rijdende auto’s ons tijdig omzeilen. Een oude gewelfde brug brengt ons over de Great Stour en we lopen naar het centrum. De mooi verlichte Romaanse kerk kan zo op een kerstkaart. De pub is wederom prachtig, een beetje deftig wel. Bij het openhaard vuur zit een familie met kinderen. Niet lang want de kastelein maakt hen duidelijk dat de pub alleen voor volwassenen is. Ze kunnen wel in de lounge. Het vuur wordt opgestookt, het ruikt kruidig fris. Het hout komt van de oude Orchards die gesaneerd worden, vertelt de eigenaar. Naar nog een pint wordt het gesprek geanimeerder, politiek, levensvraagstukken, visies rollen over de tafel. Als ik terug kom van de wc kan ik de discussie relativeren met:”In de lounge hebben ze nog nooit zo’n grote onzin gehoord”. Met weemoed verlaten we deze prachtige pub die we in mei bij de 2de driedaagse etappe wederom zullen bezoeken.

Het eten doen we bij de “Tickled Trout”. Vissers kietelden blijkbaar forellen onder de buik zodat ze dan rustig werden en gemakkelijk gevangen konden worden. Mij lijkt het dat het kietelen gebruikt werd om de forel kuit te laten schieten, maar ook dat is natuurlijk visserslatijn. Er is nog een patrijs in de aanbieding verder nog de lambshobs en duck. Vooraf liflafjes. Chris heeft de pech dat hij bier gaat bestellen en de liflafjes aan zijn neus voorbij gaan. De oplage was ook zeer beperkt. Joan bestelt reeragout, geniet geweldig van zijn stoofpotje, maar braakt plots zijn mond leeg, anatomisch pathologisch onderzoek geeft aan dat hij op een niertje aan het kouwen was, de leversmaak deed hem beven. Aan de bar wordt de avond voortgezet een stevige barjuffrouw van Duitse komaf tapt de pints. Om elf uur gaan we met de trein naar Canterbury waar de laatste kilometers van de dag afgelegd worden.

 

3e dag: Canterbury Cathedral en weer naar huis.

 

Na weer een stevig ontbijt in de broeierige huiskamer gaan we de Canterbury Cathedral bezichtigen. Deze vroeg gotische kerk, met de hoogste toren van 72 meter, staat uitbundig in het centrum van de stad. Via een grote houten deur betreden we de heilige plaats waarop de imposante kathedraal zijn pelgrims ontvangt. Al in 597 na Chr. werden de eerste stenen voor deze kerk gelegd die later zou uitgroeien tot de moederkerk van de Anglicaanse kerk. Het is de kerk van martelaar Thomas Becket (1118-1170), de eerste aartsbisschop van Engeland.

Vanuit Canterbury wilde de paus het katholicisme verbreiden over Engeland. Daarvoor benoemde hij de vriend en kanselier van Koning Hendrik II, Thomas Becket tot aartsbisschop. Hendrik vond dat prachtig omdat hij dan via Becket zijn macht over Engeland kon verstevigen. De verschillende belangen zorgden voor twisten tussen Hendrik en de paus. Thomas  Becket bleef de paus steunen en raakte zo bij Hendrik in onmin. Becket vluchtte naar Parijs waar hij ook zijn theologie studie had gevolgd. In 1170 keerde hij terug naar zijn kathedraal. Drie ridders stuurde Hendrik II naar Canterbury. Een hief zijn zwaard en kliefde de schedel van Thomas Becket doormidden. England houdt van horror!

Becket viel dood op de zwarte stenen vloer van zijn kathedraal. Het was 29 december 1170. Nu precies 834 jaar later zien wij op de plaats waar het door Hendrik VIII in 1538 verwoeste graf heeft gestaan een grote kaars branden. De eenvoud van dit lichtgevend punt in de grote donkere ruimte heeft meer symboliek dan een grafschrijn.

De brute moord is te zien in de brandgeschilderde ramen. Ook zijn er glas in lood ramen met taferelen van de wonderen die Thomas Becket verricht zou hebben. Zij behoren tot de oudste gebrandschilderde ramen ter wereld.

Het volk pikte de moord niet met als gevolg dat Hendrik II al een jaar later boete ging doen in de kathedraal. In 1173 werd Thomas Becket heilig verklaard als “martelaar voor de rechten en de vrijheid van de kerk”.

De verering van relieken werd in deze tijd steeds groter. De katholieke begrepen dat er veel geld aan relieken maar ook aan bedevaart te verdienen was. De heilige Thomas Becket was een grootse reliek met als gevolg het ontstaan van het Pelgrimspad naar Canterbury.

De kerk is ook van binnen reusachtig door de enorme grijze pilaren die een reliëfmuur vormen als je er schuin langs kijkt. Hoog boven ons is het gewelfde dak. Het schip moet beklommen worden via traptreden omdat eronder een hoge Romeinse crypte ligt. Glas in lood ramen, zijkapellen, een centrale ruimte waar de bisschoppen vergaderden en het graf van de Zwarte Prins. Deze Zwarte Prins (1330-1376) was de Prins van Wales en zou daarmee zijn vader opvolgen. Nu nog krijgt de troonopvolger de eretitel “Prins of Wales”.

Hij stierf aan verwondingen opgelopen tijdens een van zijn veldslagen. Veel strijd leverde hij in Frankrijk. Na het beleg van Limoges liet hij 3000 mannen vermoorden als waarschuwing voor de rest van de bevolking. Zou hij daarom Zwarte Prins genoemd worden of was het toch om zijn outfit? Nu ligt hij hier in een praalgraf dat bewonderend wordt bekeken door de bezoekers!

Het imposante interieur achterlatend verlaten we de kerk en maken nog een rondje om de kerk. Onder arcaden doorlopend bereiken we een vergaderzaal met een grote houten troon, een ridderzaal waardig. Op het terrein zijn veel bijgebouwen die een Anton Pieck sfeer uitademen.

Spoorslags naar het station dat we een minuut te laat bereiken om de trein te halen. Een uur later in Dover aangekomen blijkt dat de gemiste boot motorpech heeft en nu misschien wel richting Schotland drijft !?

Kopje Cappuccino, beetje lummelen, Twan die zenuwachtig wordt of de volgende boot wel gaat, en dan toch de boot op. Een “glaasje” Guinness voor de zeebonken en de zeezieken zitten met een dubbele dosis antizeeziektabletten midscheeps.

Het is al weer gedaan. In mei, spreken we af, gaan we terug om de route in Dover weer op te pakken en de andere halve cirkel te lopen.

 

We meet again.

 

www.ponti.nl

 

reacties: deponti@planet.nl

 

Math de Ponti, Roermond, maart 2005

 

Van deze route heeft Math de Ponti een boek geschreven. De tekst is aangevuld met tal van kleuren foto’s.

Bestellen via deponti@planet.nl kosten 11 euro.

 

                  Het uitbrengen van dit boekje is mede mogelijk gemaakt door:

                                      CaVino

                  Catering & Wines

                        Roermond

 

Huub Helgers                                         GSM: 06 533 25 397

Muggenbroekerlaan 39                         h.helgers@home.nl

6045 BA Roermond                                www.cavinowines.nl

                       

                Bezoekadres: Capillo julianastraat 16 Herten