

door Math de
Ponti
Voor mijn
wandelvrienden ‘Are you ready
boots?...Start walkin’! (Nancy Sinatra)
The
North Downs Way
1e
etappe van Dover naar Canterburyen Wye, Kerst 2004
Het is zo’n nacht waarin slapen
werken is: zal de wekker afgaan om half zes, zijn de geplande drie uur rijden voldoende
om van Roermond bij de ferry in Calais te komen (330 km.), kan de auto veilig
geparkeerd worden en hoe zit het met die laatste 8 km lopen naar Canterbury?
Elk uur wakker schieten om dan te zien dat het nog lang geen
half zes is, de laatste keer om vijf over vijf zodat ik het laatste dutje maar
oversla.
Rust in huis, rust buiten, kerstboomverlichting aan en
koffie zetten. De krant valt hard in de bus, op de voorkant een foto van de
alles verwoestende Tsunami.
Om zes uur rijd ik met Paul richting Calais en vanuit
Tilburg zijn Chris, Joan, Twan en Richard vertrokken. Snellen door de nacht,
koffie uit de thermoskan. Bij Gent begint het te sneeuwen, echt druk wordt het
niet. Radio Donna meldt harde windstoten en Paul stopt zijn antizeeziekpilletje
in de mond. Om half tien parkeren we de auto op de keurige parkeerplaats
vlakbij de vertrekhal van de SeaFrance ferry’s.
Handen schudden, vieze koffie en Joan heeft al ingecheckt. Door de wind heeft
de boot een halfuur vertraging. We lopen de boot op en Paul gaat direct
midscheeps zitten. Wij zitten bij de boeg en kijken uit over de zee die rustig
is. De lucht is helder. Mooi wandelweer!
A black pint of Irish Guinness en daar
verschijnen de white cliffs of Dover al. Op de cliffs een wit gebouwtje en de vuurtoren. Als de
vliegeniers van de RAF in de 2e WO dit zagen ging er gejuich op.
We lopen de boot af en zoeken naar het beginpunt van de North Downs Way. De wandelroute
is een oude Pelgrimsroute die start in Farnham in het
graafschap Surrey, zuidwestelijk van London. De route
loopt dan onder London langs naar het oosten door het Graafschap Kent om bij
Dover in Zee te eindigen. Er is een aftakking via Canterbury die ook naar Dover
voert, waardoor een rondwandeling van 91 km is ontstaan. Het gebied wordt de “Downs”
genoemd. Het is een National Trail route, waarvan er
vele over het hele Britse eiland zijn uitgezet. De markering is een klein
bordje waarop een eikel (acorn) is afgebeeld. De
route is 156 mijl (251 km) en start zoals gezegd in Farnham
en loopt oostelijk naar Dover zodat de overheersende zuidwestelijke wind in de
rug blaast. Het traject is afwisselend door bosgebied en langs kalkriffen. Een
weiland of akker wordt dwars overgestoken: er geldt het oude recht op overpad.

1e dag: Van Dover naar Canterbury (29 km.)
Twaalf uur, we lopen onderlangs de cliffs die hoog boven ons uitstijgen. In de kalk bevinden
zich zwarte banden van vuursteen. Vuursteen is gevormd uit kiezelzuur. Tijdens
het Juratijdperk lagen hier tropische zeeën waarin veel kiezelwieren
(Diatomeeën ) voorkwamen. Het kiezelzuur spoelde uit en verzamelde zich in
lagen
waar veel organisch materiaal voorkwam alwaar het onoplosbaar werd. De druk
van bovenliggende lagen deed de rest. De mijngangen in Reijckholt
bij Maastricht bevatten veel vuursteenlagen waarvan al 7000 jaar geleden
vuurstenen gewonnen werden en verhandeld over heel Europa.
We lopen tussen kleine en onderkomen huisjes, rechts ligt de
eerste pub of is het de laatste? Het fraaie uithangbord meldt: “The First and
the Last”. De volgende keer zullen we de
binnenkant bekijken.
In het park van Dover vinden we een routewijzer van fraai
gietijzer. Rechtsboven ons ligt Dover Castle. Berg
oplopend laten we Dover achter ons. De weg oversteken en via een smal paadje
staan we plots voor enkele grafkruisen. Het kerkhof van Dover strekt zich
glooiend voor ons uit. Klein ommuurde percelen met oude weggezakte grafstenen
en kruisen. Een engel ligt uitgeteld achterover. Mooie oude grillige bomen en
veel groenblijvende heesters als teken van leven. Hier en daar een Jeneverbes
die de wacht houdt bij een graf: een “wachholder”
zoals de Duitsers hem noemen. Het verharde pad loopt links weg naar de Kapel.
Ik maak enkele opnames en verlies de groep uit het oog. Door bosjes met
doornhagen bereik ik de rand van het kerkhof. Het is heuvelachtig begroeid
terrein met veel open plekken. Veel wildgangen verdwijnen in de dichtere
begroeiing. Een sperwer vliegt op en even later een buizerd. Goed terrein voor
rovers. Een eekhoorn rent over een eikentak. Het uitzicht over Dover is
prachtig maar de jongens ben ik kwijt. Teruglopend ontwaar ik een rode jas aan
de ander kant van het kerkhof. Joan schreeuwt hard naar zijn broer; wat een
lieverd!
Een uur onderweg en al twee kilometer gelopen! De route loopt nu pal
naar het noorden met uitzichten over bruine braakliggende akkers. Het pad is
aan weerszijde begroeid met meidoornhagen waaraan veel felrode bessen. Boven onze
hoofden raken de takken elkaar zodat we door een tunnel lopen. In de zomer
geeft dit de nodige bescherming tegen de zon. Het pad volgt een oude Romeinse
weg. Omdat de Romeinen altijd haast hadden zijn de aangelegde wegen kaarsrecht.
In Pineham staat zelfs een bord met “Roman Road”.
Na zes km verlaten we deze Roman Road
en stappen zwaar over een akker. De lössachtige ondergrond is vochtig, klonters
blijven aan de toch al zware wandelschoenen hangen. In de trail
guide staat een pint afgebeeld 500 meter rechts van
de route. Paul en ik gaan op verkenning uit en even later zitten we in de
eerste pub. “High and Dry” staat op het uithangbord waarop ook een schip op het
droge afgebeeld is. De kust is negen kilometer verderop nog juist zichtbaar. “Six Guinness and some peanuts please”. Voor een tweede
pint is geen tijd zodat we, toch een beetje licht in het hoofd, verder gaan.
Langs een oud Romaans kerkje met vuursteengevel, dat gerestaureerd
wordt, over een style en door een wei. Voor ons
prachtige oude bomen die met hun grillige zwarte takken de lucht beklimmen.
Deze kastanjebomen zien er onheilspellend uit in het eerste avondrood. Een
grote exotische den doet alsof hij op een Italiaans strand staat. Door de
schoonheid om ons heen vergeten we af te slaan. Pas drie kilometer later met
behulp van Paul’s GPS vinden we de route terug. Jammer want we missen zo Shepherswell en daarmee een pub.
Het is al vier uur en het zal snel donker zijn. Met flinke pas
doorlopend komen we in Woolage Village. Enkele gevels
zijn geheel verlicht met een kerstslee en daarop de kerstman.
“Merry Christmas” schreeuwt
ons toe. Via een verharde weg komen we bij een station waarvandaan de trein ons
naar Canterbury zal brengen. Het zaklampje van Richard bewijst hier goede
dienst om voorbijrazende auto’s te waarschuwen.
De trein stopt als we aan komen lopen en 5 minuten later
staan we op het station van Canterbury. Eerst worden de kaartjes nog
gecontroleerd voordat we het station mogen verlaten. Beetje zoeken en dan
richting Canterbury Cathedral. De kathedraal ligt op
een ommuurd terrein dat we via de nog openstaande fraaie poort betreden. Vol in
het licht rijzen de vierkante torens met gotische versierselen omhoog. Over
twee dagen zullen we hem van binnen bezichtigen.
In “The First Arms”worden de Guinness en Lagers op de tafel gezet. De
pub (afgeleid van public house) bestaat uit verschillende kleine lokaaltjes met
veel oude balken tegen het plafond. Dan naar de B&B, weer drie kilometer
lopen. Niet ieder van ons doet zijn kloffers uit:
kleiige modderklonters vallen van de schoenen.
Joan bemachtigt snel een eenpersoonsbed, bang als hij is om
naast een vent te moeten liggen. Hij komt bedrogen uit, zakt door de smalle
latjes waar de matras op rust en doet dat daarna nog twee keer. Ik grijp in een
gooi zijn matras op de grond! Verdiende straf!
Paul, 205 centimeter lang, ligt al op bed en laat zijn benen
vanaf de knieën boven de afgrond zweven. Gelukkig staan op zijn sokken L en R
zodat hij weet welk been rechts en welk links is. Voor Joan is dat weer lastig
want die ligt onder deze
springplanken en denkt dus dat Paul ze verkeerd om aan heeft ……!?
Snel naar de “Thomas Beckett Pub”
waar we het vochtgehalte weer op peil brengen en de Engelse keuken eer aan
doen. De bestelling wordt divers:Guinness, Lager
(Oranjeboom!) en Ale. Het eten: lambshops en duck. De lambshops lijken zo vanuit de wei
op het bord gelegd, zo rood is het vlees. Maar het smaakt prima. Alleen fijn
lamsvlees mag zo opgediend worden! De pub is genoemd naar Thomas Beckett, de eerste aartsbisschop van Engeland die in 1170
is vermoord, maar daarover later meer.
Het gesprek is geanimeerd, Twan laat horen dat hij veel
kennis heeft en ontlokt daarmee anderen tot tegenprestaties. Aan het plafond
hangt gedroogde hopwingerd. Fraai zijn de “bellen hop” die er als vruchten aan
hangen. Deze bellen zijn de vrouwelijke delen van de plant
die gebruikt worden bij het bier brouwen. De “Thomas Beckett”
achter ons latend lopen we Canterbury in, vrolijke lichtjes en een kleine pub
waar nog net voor elven de laatste pints van de dag
besteld kunnen worden en voor Richard een whisky: “Bells”).
De barkeeper is Iers zodat ik nog wat vakantieherinneringen van 20 jaar geleden
op kan halen: vrij kamperen, meren, cliffs of Mohair,
the Burren, Connemara, Shannonriver, orchideeën en de vreemde pubs. Weer drie
kilometer terug naar B&B en dat betekent dat we vandaag zo’n
30 km hebben gelopen. Daarbij 25 km gevaren en 330 km gereden, Quite a day!
Nog een kopje English breakfast tee
op de kamer waarvoor alles keurig op een dienblaadje klaar staat. Het duurt
niet lang of de slaap neemt ons te grazen hoewel enkele plasbeurten ons bewust
maken van de nacht die alweer om acht uur eindigt.
2e dag: Van Canterbury naar Wye
(25 km.)
Full English breakfast met toast. Joans ogen puilen uit. Hij kan niet
wachten op zijn eigen bord en begint alvast aan het bord van Richard. “Fried
bacon, sausage, mushroom, eggs and tomato with tee or coffee”. Het kamertje is opgestookt tot 30° C. en in de keuken hangt een ouderwetse Londonse smog.
Om 10.00 uur op pad. Door een park lopende nemen we de route
weer op. Langs de Great Stour
River, die
zeker drie meter breed is, dan over een fraai bruggetje met gietijzeren
leuningen. Om ons heen moerassige uiterwaarden die een vogelparadijs vormen. We
kunnen niet verder omdat spoorbomen de doorgang versperren. Er komt geen trein.
Wat blijkt: we moeten de bomen zelf open draaien. Vervolgens snel kijken of er
geen trein komt, oversteken en weer dichtmaken. Met de auto een
levensgevaarlijke bezigheid!
Het pad loopt door laagstam fruitboomgaarden en even
verderop staat het vertrouwde embleem van de North
Downs Way op een paal gespijkerd. Tot hier
hebben we even de “Centenary Walk Canterbury”
gevolgd.
Door een oud kastanjehakbos met
boxen waaruit wel zes nieuwe lange stammen ontspringen. Deze hakbossen werden
gebruikt om hout te kappen voor de kachel of als bouwmateriaal. Door het
langdurige regelmatige onderhoud en verjonging kunnen de boxen honderden jaren
oud worden. Deze bomen leveren nog steeds zaden die de erfelijke eigenschappen
bevatten van de bomen die honderden jaren geleden zijn gepland. Hiervoor werden
zaden gebruikt van autochtone bomen. Zaden die door selectie genetisch
materiaal hebben verkregen die de beste eigenschappen bevatten om hier uit te
groeien. Tegenwoordig vindt veel import plaats van plantmateriaal uit lage
loonlanden. Een gevaar is dat ziekteverwekkers eerder toeslaan. Bovendien is de
genetische variëteit hiervan gering.
Kastanjehout is Europees hardhout en kan uitstekend gebruikt
worden als basismateriaal
voor tuinhout in plaats van tropisch hardhout. Na vele jaren in weer en
wind is kastanjehout nog steeds in goede conditie.
Links van ons staan prachtige fruitbomen. Dikke stammen tot
3 meter hoog slaan hun takken horizontaal uit. Deze “Orchad”
is een voorbeeld van de fruitboomteelt die veel in Kent voorkwam. Het milde
klimaat en de mineraal rijke bodem zorgen voor een goede oogst. Veel oude orchads zijn de laatste jaren verdwenen om plaats te maken
voor laagstamboomgaarden. Deze public orchad is al oud. Iedereen mag hier van de bloesem genieten
in het voorjaar of een kistje oogsten om er apple pie van te bereiden.
Wij eten ons appeltje zittend op een houten reuzenadder. Het Britse
eiland heeft een lange traditie om natuur en cultuurhistorische waarden te
behouden. Veel is ondergebracht in de “National Trust” zoals ook deze orchad en de Pelgrimsroute waarover wij lopen.
Langs kleine huisjes lopend bereiken we Chartam
Hatch, een dorpje van niks
maar met wel een pub: “The Chapter Arms”. Weer zo’n typische Engelse pub met “arms” in zijn naam. Werden op
deze locaties wapens opgeslagen? Laag plafond met kerstlichtjes, op krijtbord
het dagmenu dat we geen eer aandoen. Wel worden de verschillende bierpompen
beproefd en alweer een gegadigde meer voor een Ale.
Met het deuntje “these boots are made for
walking” weer verder. Rugzak achterop, beetje
zweverig door het golvende landschap. Weidse braakliggende akkers met dikke
lichtbruine aarde doet denken aan het Toscaanse
landschap in de zomer.
Jonge aanplant van fruitbomen met hier en daar een boompje
waar aan de kale takken fruit is blijven hangen met warme herfstkleuren. Op de
boerderij staan caravans die mogelijk
onderdak geven aan Oost-Europeanen die de oogst binnen halen.
Bovenop een heuvel kijken we uit over een prachtig droogdal.
Links een singel van beukenbomen die tot onder in het dal uitkomt. Deze singel
geeft in de zomer beschutting tegen de felle zon. We staan op de vlak aflopende
zuidhelling die begroeid is met lavendel. Onder aan de steilere noordhelling is een hopakker. Nu, hartje winter, zijn
alleen de stalen draden die gespannen zijn over hoge houten stokken zichtbaar.
Langs deze draden werkt de hopplant (Humulus lupulus) zich in het voorjaar snel omhoog om vervolgens een
enorme natuurlijke partytent te vormen. Het zachte klimaat is uitstekend
geschikt om hop te verbouwen. Onderweg in de bermen heb ik veel pluizige bollen
aan lianen zien hangen. Nu besef ik dat het de zaden van wilde hop zijn.
Vroeger groeide de hop in de vochtige wouden van Zuid-West
Engeland. De vrouwelijke konen of bellen, die je wel eens op het etiket van een
flesje bier ziet staan (bv. Alfabier), worden met het wort meegekookt. Daarna
vindt het gistingsproces plaats. De hopextracten geeft een iets bittere, droge
smaak aan het bier.
Bovendien geeft het een conserverende werking en zorgt het voor een
dichte en stevige schuimkraag, maar aan dat laatste blijken de Britten weinig
behoefte te hebben. De vrouwelijke hopbellen op het Eiland hebben een
voordeel boven die van het continent: zij worden wel bevrucht! Smaakt de
Guinness daarom iets voller?
Twan raakt in extase van dit prachtige droogdal en begint te
vertellen. Luister: “deze droogdalen, prachtig toch, zijn ontstaan tijdens de
laatste ijstijd, het Weichselien, zo’n
20.000 jaar geleden. Het smeltwater erodeerde de grond weg en er ontstonden
dalen”. (waaruit ik concludeer dat de heuvels er eigenlijk altijd al waren net
zoals het figuur dat de beeldhouwer uit de klomp steen beitelt). De ijskappen
zijn nu verdwenen en hebben de dalen achter gelaten. “droogdalen” dus. Bij
heftige neerslag spoelt het water snel en met kracht langs de hellingen naar
beneden en neemt ook nu nog veel materiaal mee. De zuidkant is blootgesteld aan
grote temperatuurverschillen. Op een zuidhelling kan de temperatuur oplopen tot
wel 50°C. maar ook snel dalen tot (ver) onder het vriespunt. De erosie is
daardoor groter met als gevolg een vlakker verloop dan de noordhelling.
Mooi stukje aardrijkskunde.
Een populierenlaan met rechts een
groot gat in de grond. Twan raakt wederom in extase. Het is een echte orgelpijp
met een doorsnede van acht meter. Deze orgelpijpen ontstonden door uitspoeling
van kalksteen. Eenmaal een klein gat gevormd ging het proces van uitspoeling
door lichtzuur regenwater langzaam verder. Deze orgelpijpen kunnen zeer
gevaarlijk zijn omdat ze plots kunnen inzakken. In Zuid-Limburg
zijn orgelpijpen te vinden langs de Geul.
De populierenlaan voert ons naar
“Old Wives Lees” en dan nog even en we zijn in Chilham. Twee pubs zijn er op de routebeschrijving
aangegeven, een prettig vooruitzicht. Zeker ook omdat het soppen in de kleiige
ondergrond zijn tol begint te eisen. De knieën protesteren maar een pijnstiller
helpt voortreffelijk.

Chilham is zo’n dorpje waar een BBC-thriller opgenomen kan worden. Enkele straatjes, een
pub, een kasteel en een landelijke omgeving. Goede rechercheurs hebben die
series niet. Veelal wordt eerst het halve dorp uitgemoord om pas dan de
moordenaar bij de kraag te vatten. We stappen in de “Whoolpachers”
pub. De naam geeft aan dat de streek bekend stond op zijn schapenteelt. De wol
werd in dit dorp verzameld in wolhuisjes die nog tegenover de pub liggen.
We willen iets eten maar zijn één minuut te laat. Andere
gasten krijgen nog een smakelijk bord eten voorgezet maar wij doen het met pints en chips. Het dorp is een toeristische trekpleister.
Van hier uit start een “circular walk”. Het kerkje is
opgetrokken met vuurstenen, mooi uitgezochte ronde steentjes op elkaar
gestapeld, het lijken de bodems van flessen wijn. Het kerkhof ligt zoals
gebruikelijk rond het kerkje. Kruisen en beelden zijn begroeid met korstmos en
vaak weggezakt. Waar is de zwarte kraai?
De hoogtelijnen geven 50 meter aan, scherp rechtsaf en dan
door het bos met uitzicht op het dal van de Stour.
Oude bomen, uitgebloeide hopwingerds en bruine varens. Achter elkaar lopend
vormen we een slier, dan weer met twee naast elkaar. Vertellen over “dit en
dat” herinneringen op halen, vragen naar thuis, hoe is het op het werk? Druk
met de kinderen en hoe was de vakantie? Even stilstaan en weer verder lopend
met een ander groepslid.
De schemer valt in. Uit het dal klinkt steeds het “klukkluk”geluid van fazanten. Hoe kunnen hier zoveel
fazanten zitten, in Nederland zie je ze nog maar zelden. De Chinese import
vogels mogen niet meer uitgezet worden in verband met faunavervalsing. Het was
ook geen kunst om deze trage vogel die veel te laat opvloog neer te halen. Met
een (vuur)steen maakte je al goede kans.
Door het bos slingerend komen we bij een boerderij waar twee
honden doen alsof we niet over het erf mogen lopen. We korten de route in en
lopen van hieruit rechtstreeks naar Wye. Gelukkig
heeft Richard een lampje zodat we de aan de verkeerde kant van de weg rijdende
auto’s ons tijdig omzeilen. Een oude gewelfde brug brengt ons over de Great Stour en we lopen naar het
centrum. De mooi verlichte Romaanse kerk kan zo op een kerstkaart. De pub is
wederom prachtig, een beetje deftig wel. Bij het openhaard vuur zit een familie
met kinderen. Niet lang want de kastelein maakt hen duidelijk dat de pub alleen
voor volwassenen is. Ze kunnen wel in de lounge. Het vuur wordt opgestookt, het
ruikt kruidig fris. Het hout komt van de oude Orchards
die gesaneerd worden, vertelt de eigenaar. Naar nog
een pint wordt het gesprek geanimeerder, politiek, levensvraagstukken, visies
rollen over de tafel. Als ik terug kom van de wc kan ik de discussie
relativeren met:”In de lounge hebben ze nog nooit zo’n
grote onzin gehoord”. Met weemoed verlaten we deze prachtige pub die we in mei
bij de 2de driedaagse etappe wederom zullen bezoeken.
Het eten doen we bij de “Tickled Trout”. Vissers kietelden blijkbaar forellen onder de buik
zodat ze dan rustig werden en gemakkelijk gevangen konden worden. Mij lijkt het
dat het kietelen gebruikt werd om de forel kuit te laten schieten, maar ook dat
is natuurlijk visserslatijn. Er is nog een patrijs in de aanbieding verder nog
de lambshobs en duck.
Vooraf liflafjes. Chris heeft de pech dat hij bier gaat bestellen en de liflafjes
aan zijn neus voorbij gaan. De oplage was ook zeer beperkt. Joan bestelt
reeragout, geniet geweldig van zijn stoofpotje, maar braakt plots zijn mond
leeg, anatomisch pathologisch onderzoek geeft aan dat hij op een niertje aan
het kouwen was, de leversmaak deed hem beven. Aan de bar wordt de avond
voortgezet een stevige barjuffrouw van Duitse komaf
tapt de pints. Om elf uur gaan we met de trein naar
Canterbury waar de laatste kilometers van de dag afgelegd worden.
3e dag: Canterbury Cathedral
en weer naar huis.

Na weer een stevig ontbijt in de broeierige huiskamer gaan we de
Canterbury Cathedral bezichtigen. Deze vroeg gotische
kerk, met de hoogste toren van 72 meter, staat uitbundig in het centrum van de
stad. Via een grote houten deur betreden we de heilige plaats waarop de
imposante kathedraal zijn pelgrims ontvangt. Al in 597 na Chr. werden de eerste
stenen voor deze kerk gelegd die later zou uitgroeien tot de moederkerk van de
Anglicaanse kerk. Het is de kerk van martelaar Thomas Becket
(1118-1170), de eerste aartsbisschop van Engeland.
Vanuit Canterbury wilde de paus het katholicisme verbreiden
over Engeland. Daarvoor benoemde hij de vriend en kanselier van Koning Hendrik II, Thomas Becket tot
aartsbisschop. Hendrik vond dat prachtig omdat hij dan via Becket
zijn macht over Engeland kon verstevigen. De verschillende belangen zorgden
voor twisten tussen Hendrik en de paus. Thomas Becket bleef
de paus steunen en raakte zo bij Hendrik in onmin. Becket
vluchtte naar Parijs waar hij ook zijn theologie studie had gevolgd. In 1170
keerde hij terug naar zijn kathedraal. Drie ridders stuurde Hendrik II naar Canterbury. Een hief zijn zwaard en kliefde
de schedel van Thomas Becket doormidden. England houdt van horror!

Becket viel dood op de zwarte stenen vloer van zijn kathedraal.
Het was 29 december 1170. Nu precies 834 jaar later zien wij op de plaats waar
het door Hendrik VIII in 1538 verwoeste graf heeft gestaan een grote kaars branden. De
eenvoud van dit lichtgevend punt in de grote donkere ruimte heeft meer
symboliek dan een grafschrijn.
De brute moord is te zien in de brandgeschilderde ramen. Ook
zijn er glas in lood ramen met taferelen van de wonderen die Thomas Becket verricht zou hebben. Zij behoren tot de oudste
gebrandschilderde ramen ter wereld.
Het volk pikte de moord niet met als gevolg dat Hendrik II al een jaar later boete ging doen in de
kathedraal. In 1173 werd Thomas Becket heilig
verklaard als “martelaar voor de rechten en de vrijheid van de kerk”.
De verering van relieken werd in deze tijd steeds groter. De
katholieke begrepen dat er veel geld aan relieken maar ook aan bedevaart te
verdienen was. De
heilige Thomas Becket was een grootse reliek met als
gevolg het ontstaan van het Pelgrimspad naar Canterbury.
De kerk is ook van binnen reusachtig door de enorme grijze
pilaren die een reliëfmuur vormen als je er schuin langs kijkt. Hoog boven ons
is het gewelfde dak. Het schip moet beklommen worden via traptreden omdat
eronder een hoge Romeinse crypte ligt. Glas in lood ramen, zijkapellen, een
centrale ruimte waar de bisschoppen vergaderden en het graf van de Zwarte
Prins. Deze Zwarte Prins (1330-1376) was de Prins van Wales en zou daarmee zijn
vader opvolgen. Nu nog krijgt de troonopvolger de eretitel “Prins of Wales”.

Hij stierf aan verwondingen opgelopen tijdens een van zijn veldslagen.
Veel strijd leverde hij in Frankrijk. Na het beleg van Limoges
liet hij 3000 mannen vermoorden als waarschuwing voor de rest van de bevolking.
Zou hij daarom Zwarte Prins genoemd worden of was het toch om zijn outfit? Nu ligt hij hier in een praalgraf dat bewonderend
wordt bekeken door de bezoekers!
Het imposante interieur achterlatend verlaten we de kerk en
maken nog een rondje om de kerk. Onder arcaden doorlopend bereiken we een
vergaderzaal met een grote houten troon, een ridderzaal waardig. Op het terrein
zijn veel bijgebouwen die een Anton Pieck sfeer uitademen.
Spoorslags naar het station dat we een minuut te laat
bereiken om de trein te halen. Een uur later in Dover aangekomen blijkt dat de
gemiste boot motorpech heeft en nu misschien wel richting Schotland drijft !?
Kopje Cappuccino, beetje lummelen,
Twan die zenuwachtig wordt of de volgende boot wel gaat, en dan toch de boot
op. Een “glaasje” Guinness voor de zeebonken en de zeezieken zitten met een
dubbele dosis antizeeziektabletten midscheeps.
Het is al weer gedaan. In mei, spreken we af, gaan we terug
om de route in Dover weer op te pakken en de andere halve cirkel te lopen.
We meet
again.
reacties: deponti@planet.nl
Math de Ponti, Roermond, maart 2005
Van deze route heeft Math de Ponti
een boek geschreven. De tekst is aangevuld met tal van kleuren foto’s.
Bestellen via deponti@planet.nl
kosten 11 euro.
Het uitbrengen van dit boekje is mede mogelijk gemaakt door:
CaVino Catering
& Wines Roermond Huub Helgers
GSM: 06 533 25 397 Muggenbroekerlaan 39 h.helgers@home.nl 6045 BA Roermond
www.cavinowines.nl Bezoekadres:
Capillo julianastraat
16 Herten



