Nieuw Amsterdam

Een onderdeel van   aandacht voor het verleden    de homepage vAn

Tekstvak: Literatuur:
Gedenkboek 100 jaar Nieuw Amsterdam—Veenoord, ……….….P. van der Woude 1960
Gedenkboek 125 jaar Tweelingdorp aan de Vaart, …………….Sietze van der Hoek 1985
Amsterdam-Nieuw Amsterdam-New York, Samenhangen en ………;   W Visscher 2000
Bumaveen, Nieuw Amsterdam-Veenoord; De geschiedenis …….…..;   W Visscher 2002
Drenthe—Parijs, Sporen met de DrentseTurfexpres…….. 1850-1900;   W Visscher 2004
Aanvullende literatuur:
Geschiedenis van Emmen en zuidoost Drenthe, ……………....M A W Gerding e.a. 1989
Schoonebeek, olierijk in zuidoost Drenthe, ………………….………….H J de Jong 1986
Aanvullende websites:

Dorpsarchief Nieuw Amsterdam/Veenoord
HISTORISCH EMMEN

Over de historie van het gebied Nieuw Amsterdam—Veenoord—Zandpol en het Amsterdamse Veld is inmiddels al veel gepubliceerd. Rechtsboven ziet u een verwijzing naar literatuur waaruit u zich een goed (geschreven) beeld kunt vormen hoe dit gebied zich heeft gevormd en ontwikkeld. Beeldvorming door foto’s en geografische kaarten kan zeer verhelderend werken op geschreven tekst. In de huidige literatuur komen foto’s en kaarten echter zeer beperkt voor.

Niet zo verwonderlijk, daar voor 1900 het kunnen maken van een foto nog in de kinderschoenen stond. Geografische– en topografische kaarten maken deed men echter al wel, maar de bronnen zijn niet gemakkelijk te raadplegen. Een tweede probleem is dan om een kaart of een detail hiervan zodanig te publiceren dat het voor eenieder herkenbaar is ten opzichte van de huidige bestaande situatie.

Met behulp van  speciaal ontwikkelde computerprogramma’s is het mogelijk om oude geografische kaarten af te beelden op een hedendaagse topografische ondergrond, waardoor herkenning van vroegere infrastructuur en bebouwing voor de meesten geen problemen oplevert.

Een belangrijk instituut voor het verkrijgen van informatie omtrent kaarten en eigendomshistorie van percelen grond en woningen is het kadaster. Een bron die steeds meer wordt gebruikt voor historisch onderzoek.
Als oud Nieuw Amsterdammer en als gepensioneerd oud landmeter van het kadaster wil ik op deze website een aanvulling geven op de reeds geschreven historie van deze streek door middel van een aantal kaarten en kaartjes, waarop de ontwikkeling van de infrastructuur, de perceelsvorming en de bebouwing te volgen is.
In principe is het mogelijk om van elk perceel en van elk gebouw de eigendom in de loop der jaren
te reconstrueren tot aan de invoering van het kadaster in 1832. Het gebied Nieuw Amsterdam / Veenoord / Zandpol is pas na 1850 tot ontwikkeling gekomen, zodat het kadaster in principe alle gegevens in huis moet hebben. Althans wat betreft de eigendom en mogelijke andere zakelijke rechten welke op de percelen rusten. Bewoners van huizen en gebruikers van gronden kan men niet vinden in de kadastrale administratie.

Vanaf 1848 zijn de gemeenten verplicht om een burgelijke stand bij te houden en de gemeenten hebben per adres de gegevens van de personen bijgehouden die op een bepaald adres hebben gewoond, inclusief geboortedatum, datum van aankomst en vertrek. Men moet dan wel beschikken over een kaart met de huisnummering binnen de gemeente. Deze huisnummering is nogal eens vernieuwd. Problemen zijn dus niet uitgesloten.
Een kaart met alleen de eerste eigendomssituatie en de eerst gebouwde woningen is op zich wel aardig, maar mooier is wanneer een aantal jaren in beeld kan worden gebracht opdat men een visueel beeld krijgt van de
ontwikkeling. De hoeveelheid werk die dit met zich mee brengt beperkt echter het aantal jaren dat redelijkerwijs in beeld kan worden gebracht. Ook zijn vele mutaties in de eigendom alleen voor specifieke geďnteresseerden van belang. Daarom is een keuze gemaakt uit de beschikbare gegevens.
Als hoofddoel is gekozen voor de eigendom van de percelen waarop een woning of bedrijfsgebouw voorkomt. Later kan men dan hierbij de feitelijke bewoners zoeken. Als laatste jaar is gekozen voor 1883, het jaar waarin Vincent van Gogh een bezoek bracht aan deze streek. Men krijgt dan een indruk van de hoeveelheid woningen die hier al
waren gebouwd.

(De schilderijen van Vincent van Gogh geven geen juiste indruk  van model en kwaliteit van de woningen die in 1883 in Veenoord en Nieuw Amsterdam waren gebouwd. Alleen het schilderij van de brug op de scheiding van de oude gemeenten Emmen en Sleen met de boerderijen aan de overkant is representatief. De hutten en keten welke door hem zijn afgebeeld waren er wel en zijn in veel gevallen ook wel door de landmeter vermeld op het veldwerk, maar werden niet afgebeeld op de kadastrale kaart vanwege het feit dat deze niet als belastbaar werden aangemerkt. De meeste hutten kwamen voor op de percelen van Gratama, achter de Denakker, in het veld tussen Herendijk en Wilhelmsoord en langs de gemeentegrens met Schoonebeek tot aan de grens met Hannover. Van Gogh laat zijn schoonheid van het leven zien. De landmeter de harde waarde voor ’s rijks schatkist.)

Verder vindt u enkele kaartjes die betrekking hebben op bepaalde bijzondere situaties. Elk kaartje is voorzien van aanvullende tekst. Voor een betere herkenning is in bepaalde gevallen een vage achtergrond gebruikt van de huidige (jaar 2002) topografie.

De kaartjes zijn gemaakt met het programma MAPINFO.

 

Hieronder een korte samenvatting van de totstandkoming van het kadastrale archief en de kwaliteit hiervan.

 

De eerste grootschalige kaarten van Bumaveen, het Amsterdamse Veld en het Westerveen, in 1861/1862 vervaardigd door landmeters van het kadaster ter vastlegging van de eigendom.

Na de invoering van het kadaster in Nederland in 1812, is het land opgemeten en in kaart gebracht. De werkzaamheden zijn omstreeks 1830/1840 afgerond en het hele veengebied, met als eigenaar de markgenoten van Noord- en Zuid Barge, is gekadastreerd in sectie D. Het was niet de eerste meting van dit gebied. In de Franse tijd zijn ook al kaarten op perceelsniveau vervaardigd. Het huidige gebied Nieuw Amsterdam/Zandpol was voor 1850 één perceel. Veenoord behoorde aan de Ermer boeren en was al in lange slagen verkaveld vanaf Ermerveen tot aan de grens met Dalen. De lange turfslagen en de lange boekweitslagen. Het Bargererfscheidenveen (benoorden de Heerendijk) was in 1840 opgedeeld bij de markescheiding van de Barger boeren.

Toen na 1850 duidelijk werd dat nieuwe veenkolonies zouden ontstaan heeft het kadaster besloten om voor dit gebied nieuwe kaarten te maken op de schaal 1 á 2500. In eerste instantie binnen de bestaande sectie D met een nieuw blad 24 voor het Amsterdamsche Veld. De eerste woningen staan hierop afgebeeld. In 1860 echter werd besloten om nieuwe secties te maken. Sectie G voor het Bumaveen en sectie H voor Nieuw Amsterdam (Het Amsterdamsche Veld). De metingen van de eerste verdeling van de eigendom is in deze secties afgebeeld.

De scheiding met de gemeente Dalen (nu Schoonebeek) was op de kadastrale kaart van Emmen sectie D provisorisch aangegeven met een rechte lijn, beginnend met het stukje rechte gemeentegrens wat tot voor de gemeentelijke herindeling nog bestond tussen de Dennenakker en de Zandpol en dan loodrecht op de Hannoversche (Duitse) grens. Dit kwam door een geschil tussen de Barger en de Schoonebeker boeren omtrent het juiste verloop van de scheiding.
(Zie het gedenkboek 100 jaar Nieuw Amsterdam Veenoord. Op het kaartje op blz. 14 staat deze provisorische grens aangegeven. De 2
e rechte lijn van onderen.)
Er liep een stroompje (de Bargerbeek) vanuit de venen bij het huidige Erica naar het Schoonebekerdiep, waar het in uitmondde ongeveer bij de huidige grensovergang naar Emlichheim. Erica ligt op de uitlopers van de Hondsrug en het voetpad van Barge naar Schoonebeek, welke volgens de geschiedschrijving aanwezig was, liep over een hoogte welke men de Hankenberg noemde, van Schoonebeek, langs het beekje, over de Hankenberg en via de zandopduikingen bij Erica, naar Zuid Barge . Een pad dat gebruikt werd door o.a. de schaapherders van de boeren uit beide plaatsen, waarbij de beek dan als
drinkplaats voor mens en dier diende. Het beekje is nog gedeeltelijk in het terrein aanwezig. Daar waar de boeren van beide dorpen bij elkaar komen ontstaat al gauw een geschil over het gebruik van de grond en daarmee over het eigendom. Dit geschil, ontstaan in 1811 is pas opgelost in 1845, met het graven van een scheidingssloot tussen de gemeenten Emmen en Dalen.

Bij Koninklijk Besluit van 17 mei 1847 is deze grens van kracht geworden en heeft de gemeente Emmen een groot stuk erbij gekregen. Het perceel gemeente Emmen sectie D 2338 ter grootte van 12310 ha 96 roe en 20 el is vergroot met de percelen gemeente Dalen sectie F nrs. 213, 251 en 1619 en sectie G nr. 604. De markgenoten van Noord en Zuid Barge kregen het nieuw ontstane perceel gemeente Emmen sectie D nr. 2379 op naam met een grootte van 14359 ha 53 roe en 80 el.

Het kadaster is door Napoleon in Nederland ingesteld naar Frans voorbeeld, met het doel om een juist inzicht te krijgen in de grootte en aard van ieders bezit, om daarmee de belastinginkomsten te vergroten. Markegronden waren gemeenschappelijk bezit, moeilijk aan te slaan voor belastingen en de vrije ontwikkeling van individuele bedrijven werd belemmerd. Daarom heeft de centrale overheid destijds een wet gemaakt die voorschreef dat al het ongescheiden bezit moest worden gescheiden.
Maar ook markgenoten zelf ondervonden de belemmeringen van gezamenlijk bezit en zo hadden de markgenoten van Weerdinge al in 1774  hun onverdeelde gronden gescheiden.
In 1840 besloten de markgenoten
van Noord- en Zuid Barge om het noordwestelijk deel van de markegronden te verdelen. Het Barger Erfscheidenveen was het resultaat. Het gebied tussen de grens met de gemeente Sleen, de Heerendijk, de huidige Dikkewijk en Willemsoord werd vastgelegd op de kadastrale kaarten sectie D bladen 13 en 14. De metingen van deze kaarten zijn bewaard gebleven.

Op 28 juni 1851 gaan de markgenoten van Barge een overeenkomst aan voor de verkoop van ruim 2256 ha veen aan de Drentsche Landontginnings Maatschappij welke was opgericht op 21 oktober 1850 te Amsterdam. Tevens op dezelfde datum een overeenkomst met de Drentsche Kanaal Maatschappij, opgericht op 24 oktober 1850 te Amsterdam, voor de afstand van een strook veen ter breedte van 200 ellen vanaf de Ermer markescheiding tot aan de Hannoversche grens en een strook van 200 ellen tot aan het veen wat aan Meinesz was verkocht. (=DLM).

 De notariele akte van deze overeenkomst is overgeschreven bij het kadaster te Assen in deel 117 volgnummer 88.

Voor de ontginning van de veengronden was het noodzakelijk de Hoogeveense Vaart door te trekken.
Hiermee is begonnen in 1857 en in 1860 bereikte men de Barger venen.
Om het veen te kunnen vergraven moet het worden drooggelegd. Begonnen is met het graven van sloten op de grenzen van het door de DLM gekochte, te weten, de grens met de gemeente Dalen (later Schoonebeek) en de Amsterdamse Raai. (De zuidgrens van de huidige Zwarteweg verlengd tot aan de Duitse grens, op een aantal kaarten ook als Noordersloot aangegeven). Het graven van deze sloten is begonnen in 1852 en was in 1860 zeker gereed toen
de Verlengde Hoogeveense Vaart de grens tussen de gemeenten Emmen en Sleen had bereikt.

Op 28 mei 1861 besluiten de markgenoten van Barge om het westelijk gedeelte van de markegronden, voorzover niet verkocht, te scheiden. De landmeter Jan Rigterink van Oosterhesselen had hiervoor een plan van veenaanleg gemaakt waarbij het gebied werd opgedeeld in 12 blokken en 358 percelen. Het 8e blok werd in z'n geheel afgestaan aan de Drentse Kanaal Maatschappij.
Op 18 februari 1862 vindt er een verkoop/veiling door de DKM van gronden plaats, gelegen aan de Zijtak, ter bevordering van de veenexploitatie.

 

Deze eigendomssituatie heb ik eerder op deze website gepubliceerd en is in januari 2006 vervangen door een historisch overzicht vanaf 1850 tot en met 1883, welke nu, maart 2008, is aangepast.

 

De aanleiding tot de kadastrale metingen van 1861/1862

Wanneer percelen grond worden verkocht en het betreft geen perceel waarvan de begrenzing al eerder door het kadaster is gemeten en ook wanneer woningen zijn gebouwd is het gebruikelijk, dat de nieuw ontstane eigendomsgrenzen en gebouwen worden opgemeten door de landmeter van het kadaster. Om de juiste grens te kunnen meten schrijft hij de betrokken personen aan met het verzoek hem op een bepaalde dag in het terrein de nieuwe grenzen aan te wijzen welke dan deugdelijk afgepaald moeten zijn. Daarna gaat hij over tot meting van de nieuwe situatie.
Het ontstaan van de vele percelen als gevolg van voormelde
overdrachten en het feit dat de verlenging van de Hoogeveense Vaart inmiddels al was gevorderd tot in de Barger venen, was kennelijk voor het kadaster de aanleiding om over te gaan tot het vervaardigen van nieuwe grootschalige kaarten van dit gebied, ter vastlegging en afbeelding van de nieuwe eigendommen.
De metingen zijn in 1861/1862 uitgevoerd waarbij vooraf in het terrein een heel stelsel van vaste meetpunten is gemaakt van waaruit meetlijnen konden worden gemaakt waaraan dan de nieuwe grenzen, woningen en alle andere topografie waarvan de landmeter vond dat het belangrijk was om op de kaart af te beelden of
als meetgegeven te bewaren, konden worden vastgelegd.
De belangrijkheid werd voornamelijk bepaald door de waarde die de grond of woning had op basis van de wet op de Grondbelasting. Behalve de namen van de nieuwe eigenaren vermelde hij ook de cultuurtoestand van de grond. Bouwland had een hogere belastingwaarde dan b.v. woeste grond. En een stenen woning had meer waarde dan een houten hut. En waarschijnlijk heeft hij destijds de ongetwijfeld aanwezige plaggenhutten niet ingemeten.

Normaal deed de landmeter destijds 1 x per jaar een ronde door de gemeente om de wijzigingen in de eigendom te meten, maar in dit veengebied was tot mei 1861 niet veel te meten. Alleen de woningen aan de 4e weg en de kwestie omtrent de gemeentegrens waren aanleiding geweest om rond 1854 metingen uit te voeren en toe te passen in de (oude) sectie D. Deze metingen zijn niet bewaard gebleven, maar waarschijnlijk zijn de uitkomsten verwerkt in de meetgegevens van 1862, waarbij de nieuwe secties G en H zijn ontstaan. De metingen 1862 zijn bewaard gebleven en gebruikt voor het samenstellen van de kaartjes met de eigendomssituatie van dit gebied zoals die was in 1862.

Twee nieuwe kadastrale secties zijn gevormd, sectie G en sectie H, voor dit gebied de bladen G 11 t/m 14 en H 1 en H 2.
Van de metingen tot 1868 ontbreken een aantal. Van wat wel bewaard is gebleven is veel in slechte staat en vaak maken beschadigingen de resultaten onleesbaar.