Dag 33 23 december 2002 Maandag Titicacameer, Uroseilanden en Amantani
Ons hotel in Puno is gevestigd in een smalle straat en ook hier in de buurt van de markt en de Plaza de
Armas. Vanaf het plein loopt een wandelpromenade, de Jirón Lima met veel café's en restaurants, naar een
ander plein.
De schrijver Frank Westerman verbleef ook in Puno. Frank Westerman (Emmen, 1964) groeide op in
Assen en studeerde Tropische Cultuurtechniek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Voor zijn
afstudeeronderzoek verbleef hij in 1987 in Peru waar hij de pre-Columbiaanse irrigatiemethoden van
Aymara-indianen in de Andes bestudeerde en kwam tot de conclusie dat de indianen hun zaakjes prima voor
elkaar hebben. 'Wie ben ik om vanuit een andere cultuur en achtergrond hun te gaan vertellen hoe ze het
beter kunnen? Die betutteling van - wordt zoals wij - vind ik vreselijk,' zegt hij nu over de houding
van de westerlingen.
In zijn met De Gouden Uil bekroonde boek El Negro en ik beschrijft hij Puno:
'Het bergplateau waar ik was beland - de Altiplano - lag vierduizend meter boven de oceaan bij Lima. Het
laagste punt was het Titicacameer (3855 meter) - een watermassa die zich over een lengte van meer dan
honderdvijftig kilometer uitstrekte, tot in Bolivia. Voor de indianen van Peru was het Titicacameer de
navel van de wereld, het oerwater waaruit ooit de schepper van de kosmos was verrezen. Deze Manco Capac,
stichter van het Inca-rijk, was aan land gegaan op de rietoever waar tegenwoordig het stadje Puno lag.
Puno anno 1987 had een station (vanwaar de pullmantreinen naar de Inca-ruïne Machu Picchu vertrokken),
een openluchtmarkt voor alpacatruien en Chileense smokkelwaar, een solide kathedraal uit de Spaanse tijd
en veel rioolloze wijkjes van zinkplaat die almaar hoger tegen de berghelling opklauterden. In het
straatbeeld sprong de dichtheid aan four-wheel drives in het oog; op de kaden van het Titicacameer,
tussen de fietstaxi's en de bestofte vrachtwagens, pikte je de jeeps van de hulp er zo uit: fiere wagens
die hoog op hun wielen stonden, altijd schoon, met op de portieren de vreemdste lettercombinaties. GTZ.
Arbol Andino. vso. CARE-Peru. CoDeCam. In de laadbak boven het stof, zich vasthoudend aan de kooiconstructie,
zaten lachende Peruanen met baseballpetjes, de assistenten van de westerse ontwikkelingswerkers. Dit was
de wereld van de ngo, de niet -gouvernementele organisatie. In Puno stonden er 88 geregistreerd, elk met
hun eigen logo en hun eigen specialisme (de Duitsers introduceerden zonne-energie, de Finnen een taai
boompje dat tot op 4000 meter wilde groeien).
El Negro en ik Frank Westerman, Amsterdam/Antwerpen, 2004
Over El Negro of Banyoles Universiteit van Botswana
De volgende dag, 8.20 u worden we opgehaald en naar de haven gebracht. Voor we op een motorboot stappen
die ons naar het eiland Amantani zal brengen, kopen we eerst meel, zout enz. als cadeau voor de families
waar we een nacht gaan logeren. Onderweg stopt de boot bij twee van de Uroseilanden, rieteilanden waar
souvenirs verkocht worden. Als je met teveel mensen tegelijk op een plek gaat staan loopt het water je
letterlijk over de schoenen.
In vier uur worden we naar het eiland Amantani gebracht. Op de kade staat een grote groep vrouwen en
meisjes ons al op te wachten. We worden door de gids in groepjes verdeeld, waarna hij aan iedere groep
een vrouw of meisje toewijst. E., D. en ik gaan met de dochter van een familie de berg op naar hun huis.
Er zijn geen wegen op dit eiland, dus gemotoriseerd verkeer zul je er niet aantreffen. Wel is er elektra,
opgewekt door een generator, maar op een gegeven moment gaat het licht uit om brandstof te sparen.
We worden hartelijk ontvangen. Op onze kleine kamer staan twee bedden. Later wordt er nog een bed bij
gezet. In de matras zitten lange, harde rietstengels. De deur waardoor we naar binnen gaan is niet hoger
dan één meter. We krijgen een bord soep, rijst, patat en groente. Communiceren gaat moeizaam, zij spreken
Aymará, een indiaanse taal. Na het eten krijgen we nog een kop
muñathee.
De dochter des huizes brengt ons naar het plein, waar we met de gids de berg beklimmen naar een tempel. Bij de
tempel, niet meer dan een muur van gestapelde stenen met een binnenmuur met vier ingangen, wachten we op
de zonsondergang. Niet al te spectaculair. De zon verdwijnt achter de bergen met op de voorgrond een
eilandje. Als we terug zijn bij onze familie krijgen we niet meer dan een bord soep en muñathee, misschien
omdat E. of D. heeft laten merken ingewandstoornis te hebben. Ook het passen van poncho's valt door een
communicatiestoornis in het water. Desondanks gaan we in het donker, met onze zaklantaarn aangeknipt op
weg naar de danszaal in het dorpscentrum en zien daar enkele leden van onze groep die wel in klederdracht
zijn gekomen. We dansen een uur of twee met de vrouwen van het eiland, weer eens wat anders dan een disco.
Vervolg: Excursie op een ander eiland in het Titicacameer
Vorige: Colca Canyon bij Chivay
Vote for Lake Titicaca.