Dag 16 6 december 2002 Vrijdag Het dak op
'Voor een goed plaatsje is het noodzakelijk vroeg op te staan, dat is half vijf sharp', zei L. de vorige
avond. Het is nog donker, we zijn bijna als eerste bij het station en zitten dan ook aan de goede
kant van de trein, dat wil zeggen: op het dak van een goederenwagon met een gehuurd kussentje. Het is
fris vandaag en dat blijft zo. Aangezien ik daar niet op gerekend heb vat ik kou. De rest van de
Inca-expeditie zal ik blijven hoesten. Een bus op een treinonderstel rijdt de route ook en vertrekt eerder.
De treinreis duurt 6 uur. We vertrekken om 7.01 uur. Al die tijd rijden er ook handelaren mee, vaak nog kinderen,
die om hun waren uit te venten soms voor de mensen langs aan de rand van de trein lopen, wat alleen
lukt als ze een hand krijgen als steun. De natuur is boeiend, soms rijdt de trein langs diepe afgronden,
sommigen hebben hoogtevrees en durven niet te kijken.
Halverwege wordt er gestopt bij Guamote. Om een foto te maken van haar stalletje wil de vrouw 1 dollar
hebben, die ik dan maar geef.
Als we bij het eindstation in Alausí zijn, dat 2356 m boven de zeespiegel ligt, gaat de trein nog verder
voor het mooiste deel van de reis. In Aulausí zeggen ze het zo: Desde Alausí vale emprender un viaje con
el ferrocarril hacia Durán cerca de Guayaquil. El viaje con el tren es maravilloso pasando por la
"Narriz de Diablo" donde el tren baja en un zigzag en la cordillera.
De trein zigzagt een steile heuvel af, verandert de volgorde van de wagons en rijdt soms een stukje
achteruit. Een station en een ander gebouw in het dal staan er leeg en verlaten bij, en hebben geen dak
meer. Vroeger reed de trein helemaal door naar Guayaquil, maar grote delen van het traject zijn
weggevaagd tijdens de stormen van 1982-1983 als gevolg van
El Niño. Alleen het gedeelte
tussen Quito en Sibambe is gerepareerd. Sibambe ligt even ten westen van de Duivelsneus. Nu rijdt hij
voor de toeristen tot de Duivelsneus, een berg die op een neus lijkt, ik zie het niet . . .
De trein rijdt weer terug naar Aulausi waar we uitstappen en onze bagage terugkrijgen, want we reizen
met de bus door naar Cuenca, een rit van nog eens 4 uur. Dit keer worden we niet bij het hotel afgezet
en moeten met onze rugzakken door een paar straten lopen. We blijven twee nachten in hotel Presidente
in de Gran Columbia.
Als we ons op onze kamers geïnstalleerd hebben, gaan we met bijna de hele groep in een `Belgisch´
restaurant eten, stoofpot met patat. Daarna ga ik met E., D en Vogel maar weer eens naar een bar.
Vervolg: De mooiste stad van Ecuador Cuenca
Vorige: Vroeg naar bed in Riobamba