advertenties


Posthumus Rubriek

Geertje Posthumus-Zandstra
Vertelster

Inhoud pagina
- Inleiding
- Haar verhaal
- Stamboom
- Huwelijk
- Naar Canada
- Vijfentwintig verhuizingen
- Sagen
- Laura Posthumus

Volgende pagina's
Posthumus in het nieuws

Bekende Nederlanders

  • Hans Posthumus
  • N.W. Posthumus en W.H. Posthumus-van der Goot
  • Sita Posthumus


    Inhoud site
    - Homepage
    - Webmap
    - Index trefwoorden
    - Zoeken op deze website

    Inleiding
    De herkomst van de naam Posthumus

    Rome de stadstaat
    Romeins familieleven
    Cicero

    Sinds het begin van de jaartelling
    Van Agrippa Postumus in Rome tot en met Chuck Posthumus in Holland Michigan (VS)

    Keizer Postumus
    Dr. W.A. van Es, de Romeinen in Nederland

    Het Rooms-Friese recht
    Historie van de rechtspraak in Friesland

    Het Keizerlijk Decreet van 18 augustus 1811
    - De betekenis voor Friesland
    - Registratie van de familienaam Posthumus

    Stamboom
    De stamboom van Gerrit Hielkesz.

    Genealogie
    Posthumus en genealogie, met verwijzingen naar andere websites

    Bronnen
    Overzicht bronnen



  •  
    Inleiding
    Geertje Posthumus-Zandstra is de schrijfster van het boek Retour Canada met als ondertitel Een waar verhaal uit het begin van deze eeuw. Ze schreef het verhaal in 1977, toen ze 90 jaar was. Begin deze eeuw is dus 1900!
    Op mijn exemplaar van het boek, tweede druk 1978, heeft de uitgever, Lykele Jansma Buitenpost, laten drukken: 'Geertje Posthumus-Zandstra werd geboren in het laatste kwart van de vorige eeuw. Zij groeide op in het dorp Suameer en heeft daar als kind de armoede van de Friese heide ondervonden. Van haar generatie kunnen nog maar weinig vertellen hoe de levensomstandigheden in die tijd waren.

    Dit boek is daarom uniek in zijn soort, omdat veel feiten over de omstandigheden van die tijd niet staan opgetekend. Ondanks haar hoge leeftijd en zwak gestel, heeft de schrijfster met grote wilskracht en inspanning dit verhaal geschreven. De bedoeling ervan is duidelijk: zulke tijden mogen nooit terugkeren!

    Het is geen verhaal van grote woorden, maar een verhaal van feiten. Het goede geheugen van de schrijfster die reeds de negentig gepasseerd is, heeft scherp de gebeurtenissen uit het eind van de vorige eeuw onthouden. Haar levenservaringen staan steeds in het teken van de omstandigheden waarin ze opgegroeid is. Geertje Posthumus-Zandstra's verhaal is alles anders dan een successtory. Het is een verhaal van gewone mensen, die van slechte tijden de tegenslagen hebben ondervonden. Velen van haar generatie hebben die ook moeten ondergaan.

    Retour Canada
    Retour Canada
    Geertje Posthumus-Zandstra


    Haar verhaal
    Ze begint haar boek met de kinderjaren. 'Ik ben één van de tien van Melle Poppes Zandstra en Antje Pieters Paulusma'
    Geertje is geboren op 10 februari 1887. 'In het huisje op de hoek van de Zusterweg en de Heerenweg te Suameer'. 'Al mijn kinderjaren heb ik het werk moeten doen van volwassenen en heb me tegen grote mensen moeten verdedigen.' Haar vader heeft haar vaak verteld dat hij het huisje aan het lieve vaderland heeft verdiend. Hij is twee keer soldaat geweest, eerst voor zijn eigen nummer en later als remplaçant. 'Voor het kapitaal, voor honderd rijksdaalders!'

    Toelichting van mij:
    De dienstplicht (conscriptie) werd in 1810 tijdens de Franse overheersing in de Nederlanden ingevoerd. Niet elke jongeman echter hoefde onder de wapenen, er bestond een lotingssysteem en als je geluk had werd je uitgeloot. En als je wel ingeloot was, bestond nog de mogelijkheid je door iemand te laten vervangen (remplaçant-systeem), een optie die door veel jongens uit welgestelde families werd gebruikt. Tot 1898 nog was het mogelijk je tegen betaling door een remplaçant te laten vervangen, door de invoering van een persoonlijke dienstplicht kwam daar een eind aan.
    Bron: members.home.nl/hupkens/militair.htm

    Het huisje was groot genoeg voor twee gezinnen, Pake en Beppe, Pieter Paulusma en Geertje Kornelis Sikkema, de ouders van de moeder van Geertje, bewonen de ene helft van het huisje, waar zij een kruidenierszaak hadden.
    "Op ons tiende of elfde jaar gingen wij al van school. Zelf ben ik maar tot en met m'n negende jaar naar school geweest. Ik was het oudste meisje en dat moest thuis bij alles en nog wat helpen in de winkel, in de huishouding en bij het bezorgen van de goederen. Vader had voor mij van schoolborden een plat kruiwagentje gemaakt. Dat was heel licht. Er stonden een korf en een trommel op. Met die kar bezorgde ik van alles. In de verre omtrek ventte ik met koek, beschuit, platte koeken, gebak, noem maar op. Als ik zo'n tocht had gemaakt en daarbij een gulden verdiende, was ik blij. Een gulden was niet zomaar verdiend. Een lekkere snipperkoek, een krentekoek of een kalverpoot kostte tien cent. Eeneerlijke Deventerkoek dertien cent, twaalf platte koeken of beschuiten tien cent. Op elke gulden omzet verdienden wij twintig cent. Daarvan moesten wij dan wel weer alles betalen, korven en trommels, witte, bonte en waterdichte kleedjes voor de bedekking, en tevens de honden en karren voor het vervoer."


    Stamboom Geertje
    bron: Jan Kamphuis
    Melle Popes Zandstra
    Geboren 25 Juli 1852 te Tietjerksteradeel
    Overleden 1 September 1924

    Zoon van:
    Pope Durks Zandstra en
    Sjoukje Melles Fennema
    Gehuwd 5 Juni 1880 te Tietjerksteradeel met:
    Antje Pyters Paulusma
    Geboren 11 Maart 1858
    Overleden 8 December 1937 in Suameer

    Dochter van:
    Pyter Paulus Paulusma en
    Geertje Kornelis Sikkema

    Weerman Piet Paulusma stamt in rechte lijn af van Pieter Paulus Paulusma en Geertje Kornelis Sikkema.
    Bron: Genealogie in Achtkarspelen en omstreken
    Kinderen van Melle Popes Zandstra en Antje Pyters Paulusma Louw Zandstra
    Geertje Zandstra
    Pieter Zandstra
    Geertje Zandstra
    Poppe Zandstra
    Sjoukje Zandstra
    Trijntje Zandstra
    Rijpkje Zandstra
    Cornelia Zandstra
    Dirkje Zandstra
    Stamboom Matthijs
    bron: Tresoar
    Folkert Tjeerds Posthumus
    Geboren 16 februari 1845 te Smallingerland
    Overleden 27 april 1884 te Smallingerland

    Zoon van:
    Tjeerd Jans Posthumus en
    Foekjen Harmens Talsma
    Gehuwd 24 april 1875 te Smallingerland met:
    Antje Jacobi
    Geboren 1851 te Nijega
    Overleden 8 maart 1904 te Smallingerland

    Dochter van:
    Matthijs Reinders Jacobi en
    Antje Fokkes Westra
    Matthijs Posthumus, geboren 27 oktober 1878 in Nijega, overleden 26 april in Drachten.
    Bron: http://tribalpages.com/family-tree/paulusma
    Zoon van Folkert Tjeerds Posthumus en Antje Jacobi

    Huwelijk
    In mei 1905, ze is dan 18 jaar en heeft al jaren van hard werken achter de rug vertrekt Geertje naar Leeuwarden om daar werk te zoeken. Hoewel haar ouders het daar niet mee eens waren kon ze toch een jaar daar werken, waarna haar vader haar 'uitbesteed op een grote boederij in Rottevalle.'
    Ze vervolgt dan met:
    'Al gauw kreeg ik een briefje van thuis, dat ik niet in Rottevalle kon blijven, omdat zij voor mij een veel betere dienst wisten als huishoudster. Ik ging naar huis om te vragen bij wie en waar dat was. Het bleek onze naaste buurman op De Tike te zijn, Matthijs Posthumus, die daar een nieuwe boerderij had gebouwd op drie bunder pas ontgonnen heidegrond. Matthijs was een wees en die heide had hij geërfd van zijn ouders. Een ongetrouwde zuster die bij hem als huishoudster diende, wilde bij hem vandaan. Daar ging ik dus op 12 mei 1907 in betrekking. Mijn vader had ja gezegd, voor ik van iets wist. Ik zeg dan ook altijd, dat mijn vader me heeft verkocht. Als vrije meid ben ik op 13 mei naar Matthijs gegaan en reeds een half jaar later, om precies te zijn op 22 november, zijn we in Drachten getrouwd. De reis met de tram heen en terug kostte 80 cent. Mijn vader en moeder gingen mee. Het tramkaartje wilden ze natuurlijk zelf betalen. Voor het gemeentehuis in Drachten stonden altijd werklozen. Twee daarvan, wildvreemden voor ons, vroegen we als getuige. Dat wilden ze voor twintig cent de man maar al te graag. Ze verlieten de trouwzaal en gingen meteen naar een café om een paar borreltjes. Op de heenreis hadden wij aangestoken bij Jager, na de trouwerij kochten we bij Meijer een paar. Mijn moeder, die erg matig was wat sterke drank betrof gaf de voorkeur aan één brandewijntje met suiker. Zij had in haar leven teveel ellende van de drank gezien.
    Wittebroodsweken of een huwelijksreis was alleen iets voor de rijken. Voor ons was het meteen hard werken geblazen. Het eerste kind liet niet lang op zich wachten. Ja, hoe was het mogelijk, het werd op de schrikkeldag 29 februari 1908 geboren. Naar de overleden vader van Matthijs werd hij Folkert genoemd. Het leven ging door. Op 4 april 1909 werd opnieuw een zoon geboren, die we Melle noemden naar mijn vader. Op 12 november 1910 kwam nummer drie, nog een zoon, Fokke. Weer een jaar later, op 12 december 1911, kwam Louw ter wereld. Vier zoons hadden we nu. Maar op 17 december 1912 werden we verblijd met de geboorte van een meisje, die we Antje noemden, naar zowel Matthijs' als mijn moeder. Hierna wilden we geen kinderen meer. Dat wil zeggen: ik niet. Dan maar een keer vaker ruzie, dacht ik bij mezelf.

    Naar Canada
    Op haar verjaardag in 1927 kwamen haar zoons Fokke en Folkert langs en vertelden dat ze erover dachten te emigreren naar Canada. "Ze waren het zat nog langer boerenknecht te zijn. 'Als we hier trouwen, wordt het toch boerenarbeider en werken van 's morgens 4 tot 's avonds 6 uur', klaagden de jongens. 'Onze toekomst ligt in Canada', was de leus. Als moeder had ik er de grootste moeite mee mijn jongens de wijde wereld in te laten gaan. 'Kunnen we dan niet beter met de hele familie gaan'? vroeg ik Matthijs. We vormden immers nog één gezin. Mijn man dacht er net zo over. Toen brak er voor ons een drukke tijd aan: allerlei papieren moesten worden ingevuld en aan heel wat formaliteiten voldaan, voor met de emigratiedienst alles in kannen en kruiken was. Opnieuw hielden we een boeldag. Alles werd publiek verkocht, zodat we daar in elk geval geen strop aan hadden. We rekenden af met de schenker en de bakker en maakten onze plunje voor de grote oversteek gereed. We waren inmiddels allemaal goedgekeurd, zodat niets meer de reis in de weg stond.
    Met de 'Veendam' zijn we op 27 april 1927 vol goede moed de Atlantische Oceaan overgestoken, op weg naar het beloofde land. Het was een prach-tige tocht, vooral door het mooie weer. Het eten en de verzorging aan boord waren prima. Lang zou echter ook in Canada de zonneschijn niet duren. Toen we op 5 mei in Halifax aankwamen dienden de eerste 'troubles' zich al aan. Toen we daar bij aankomst weer gekeurd werden, ontdekte men bij Folkert een ontsteking aan de hals. Hij moest daarom in Halifax blijven. Op de boot had een dokter al geprobeerd het gezwel te openen, maar dat was toen nog niet rijp. Folkert kreeg koorts en zijn ogen waren bloeddoorlopen. De dokters in Halifax dachten dat hij tbc had. De rest van het gezin werd met de grote groep immigranten in een oude kolonistentrein doorgestuurd naar Toronto. Ik had de leiding bij een groep van wel twintig personen uit Friesland. Ik kookte water op de oude, grote kachel, die in één der wagons was gebouwd en zette thee en koffie voor het gezelschap. Op de stations, waar we stopten, sprokkelden de jongens inderhaast naast de spoorbaan wat hout. Daarmee konden we de kachel stoken. Tijdens de bootreis was alles bij de prijs inbegrepen, maar voor de reis per trein was dit niet het geval. We moesten alles zelf betalen. In Halifax hadden we pakketten met levensmiddelen gekocht. Er zat van alles in, gedurende de treinreis konden we ons daar van redden."

    veendam
    Veendam

    Bron: www.wivonet.nl

    Vijfentwintig verhuizingen
    In de volgende hoofdstukken beschrijft ze de eerste dag in Norval, 8 mei 1927. De thuiskomst na een week van 'Frank', zoals Folkert daar inmiddels genoemd werd. Problemen met Mr. Bruins, agent van de Nederlandsche Emigratiestichting, de ontmoeting van Matthijs Posthumus met een stier, de verhuizing naar Port Arthur duizend mijl verderop.
    Dan weer verhuizen naar Winnipeg, maar ook daar viel niets op te bouwen wat naar hun zin was, zodat verhuisd werd naar Brandon waar op 27 oktober 1928 een boerderijtje werd gekocht van een oude vrouw. Het eerste en tweede jaar ging het goed er werden grote graanoogsten binnengehaald. Door crisis na de beurskrach in 1929 daalden de prijzen echter voor graan, waarna de familie Posthumus op 1 april 1933 gedwongen was de boerderij te verlaten en met wat vee te verhuizen ze naar een grotere boerderij, gehuurd van de Northern Trust Company.
    Nadat ze in 1935 weer verhuisd waren wilden Matthijs en Geertje in 1939 een reis naar Friesland maken. Na al hun bezittingen te hebben verkocht vertrokken ze. In Nederland aangekomen schrokken ze. Er zou weer een oorlog uitbreken. Tot teleurstelling van Geertje was haar moeder inmiddels overleden.
    "Nee, zo had een langer verblijf in Nederland weinig aantrekkelijks meer. We begonnen dan ook de terugreis te regelen. Maar het noodlot sloeg andermaal toe. We ontvingen op 9 mei 1940 een telegram uit Den Haag, met de mededeling dat we de dag daarop paspoort en visum konden afhalen. Voor de terugreis was alles in orde. We zouden via Lissabon gaan. Kisten en koffers stonden gepakt. Die tiende mei begaven we ons al vroeg op weg naar Den Haag. Maar, we kwamen niet verder dan Heerenveen. De oorlog was uitgebroken. De trein reed niet meer!
    Er bleef niets anders over dan naar De Tike terug te keren, waar het huisje van mijn moeder nog leegstond. We hebben er de hele oorlogstijd gewoond; vijf lange, bange jaren.
    De contacten met Canada waren tijdens de oorlogsjaren verbroken. Er kwam geen levensteken vandaan, en er ging er niet één naar toe. De vrijheidsklokken hadden al geluid, toen er een uit een Belgisch hospitaal verzonden brief bij ons werd bezorgd. Een brief van onze zoon Melle! Wat waren we blij. Geweldig! De brief luchtte mij geweldig op. Vanaf kerstmis had ik te bed gelegen met gewrichtsreuma en zenuwpijnen. In die ellendige laatste winter voor de bevrijding, kon ik niet eens meer opstaan. Geen dokter had medicijnen meer. En wat er nog voorhanden was, was op de bon.
    In de brief van Melle stond, dat hij in 1940 (hij was toen 31 jaar) als vrijwilliger in het Canadese leger was gegaan. Vijf jaar lang had hij gestreden. De brief was zó lang onderweg geweest, dat hij intussen al met een tankdivisie in Assen was aangekomen. Op de fiets kwam hij bij ons op bezoek. Wat een weerzien!
    Daar stond Melle in levende lijve voor ons, op een maandagmorgen in de vroege zomer van 1945. De datum weet ik me niet meer te herinneren, maar wel dat er de volgende dag bevrijdingsfeest zou worden gevierd. Voor Melle thuiskwam, had men ons al op zijn komst voorbereid, opdat de slag niet te groot zou zijn. Ik kon mijn tranen niet bedwingen en huilde van blijdschap. Iedereen kwam naar ons toe om met Melle te spreken. Maar hij was erg zwijgzaam over wat hij had meegemaakt in die jaren van oorlogsellende. Hij was nog teveel onder de indruk. Hij zei: 'Moeder, houd die deur dicht. Laat niemand binnen'."
    10 September 1946 konden ze pas weer terug naar Canada, waar ze draad weer oppakten. Hun dochter Anna vertrok echter met haar dochtertje Geke naar Nederland en schreef dat de Algemene Ouderdomswet was aangenomen. Ze schreef verder dat haar ouders er ook voor in aanmerking kwamen en dat ze daarom beter naar Nederland konden terugkeren. En zo gingen ze weer terug naar Nederland naar de Tike en bleven hun zonen met hun gezinnen in Canada.
    Als hun zoon Louw in 1952 ernstig ziek wordt verkopen ze het huis en gaan voor de derde keer naar Canada.
    Na een half jaar als hun zoon weer beter is keren ze terug naar Nederland waar grote woningnood heerste. Het lukt Matthijs en Geertje na veel moeilijkheden zich in Drachten te vestigen en in bejaardencentrum 'Rispingen' de oude dag door te brengen.
    Geertje wordt lid van de vrouwenbond van de Partij van de Arbeid, werft leden voor de VARA, is medeoprichtster van de bejaardensoos en loopt nog mee in een demonstratie tegen de sluiting van het Kledingatelier R.I.A in Drachten.
    Tot zover haar boek.

    Sagen
    Het Meertensinstituut geeft een overzicht van vijf sagen verteld door Geertje en opgetekend in het Fries door A.A. Jaarsma:
    volksverhalen.
    O.a.: "Een heks kon zich in een kat veranderen en kwam zo via het sleutelgat bij mensen binnen. Daar betoverde ze dan de kinderen, bij wie later kransen in de kussens werden gevonden."

    Graftombe
    Op www.graftombe.nl staat dat Matthijs, geboren 27 oktober 1878, overlijdt op 26 april 1965 en Geertje 18 december 1980, beiden in Drachten.

    Laura Posthumus
    Een achterkleindochter van Geertje maakte zich bekend op het Genealogy-forum.

    I am the great-grandaughter of Geertje Posthumus-Zandstra.
    My Grandfather Louw Posthumus married Christina Paulusma....Brothers Fokke, Matthijs, Folkert, Melle and sister Geertje. I Live in Winnipeg Manitoba, Canada. I am very interseted in finding family memebers... Could you please reply....Thank you Laura Posthumus...
    My great-grandmother wrote about about her life....Retour Canada.....wonderful pictures......please post a letter and I will give you my e-mail address....

    Zie: Laura Posthumus uit Winnipeg, Manitoba, Canada.

    Emigreren
    Meer over emigreren:

  • Emigranten in de USA
  • Posthumus - Landverhuizers - Review records Posthumus - Emigrants.
    Op 6 mei 2012 is deze pagina gewijzigd.



    Google

    balk.gif

    Posthumus in het - nieuws

    Bekende Nederlanders

  • Hans Posthumus
  • N.W. Posthumus en W.H. Posthumus-van der Goot
  • Sita Posthumus

    balk.gif

  •  
      Heeft u ook interessante informatie over Posthumus of wilt u reageren stuur dan een e-mail naar:
    Hans Posthumus.