HTML

21:27 9-1-00

Dit is de homepage van P.G.F. du Pré


 

Pelargoniums

Inleiding

Het geslacht Pelargonium maakt deel uit van de ooievaarsbek familie of Geraniaceaen. Omstreeks 1800 is een indeling gemaakt van de familie in 5 geslachten en die indeling geldt tot op de dag van vandaag:

Van het geslacht Pelargonium komen er in Z-Afrika ca 220 soorten voor.

De bloemen hebben meestal 5, soms 4, bloemblaadjes waar van de bovenste 2 vrijwel altijd groter zijn dan de onderste 3 of 2. De honingbuis, ook wel spoor genoemd, is zeer kenmerkend en de vorm verschilt sterk per soort.

Mijn interesse gaat vooral uit naar deze groep wilde planten waarvan ik een aantal soorten kweek.

Verzorging:

Iets over zaaien

Zaaien doe vooral wanneer de moederplant aangetast is door een virus. Dit virus zal niet via zaad op de planten worden overgebracht.

Iets over het stekken van succulente Pelargoniums.

Als je een succulente Pelargonium op de normale manier stekt dan zal de stek zeker rotten. Het snijvlak van de stek moet eerst voldoende drogen. Dit heeft het nadeel dat de bladeren ook zullen verdrogen. Zet daarom de stek direct na het snijden met zijn kop in matig vochtige grond en zorg dat het snijvlak ruim boven de grond uitsteekt. Na zon 14 dagen is het snijvlak voldoende opgedroogd en kun je de stek omkeren. Er staat nu een fris groene stek in de pot en door deze methode zal de hergroei vlot verlopen.

Ziektes en Plagen

Ziektes en plagen kunnen het best voorkomen worden door er voor te zorgen dat de planten gezond zijn.

Maar zelfs dan kan het gebeuren dat u op jacht moet of uw verzorging methode moet aanpassen.

Vooral in natte zomers hebben veel planten het moeilijk. Kies daarom in de tuin sterke planten, veelal die met enkele bloemen, zorg door vormsnoei voor "open" planten zodat de wind het vocht kan afvoeren. Veel vooral succulente botanische soorten zullen het buiten in de tuin niet geweldig doen. Een open serre of afdakje helpt zeker om ook deze planten buiten te bewonderen.

De meest voorkomende narigheden zijn:

Voor een liefhebber zonder kas een vrijwel niet te bestrijden plaag. Het meest effectief is om alle bladeren te verwijderen en in de vuilnisbak te gooien en daarna de plant dagelijks te inspecteren. De plaag kan in het beginstadium door regelmatig afspoelen goed in toom worden gehouden.

Luizen zijn altijd te vinden in de "nieuwgroei" van oude en jonge planten. Door regelmatige controle kunnen we ernstige aantasting voorkomen door de luizen met een kwastje van de plant te poetsen. Spuiten of "kwasten" met een oplossing van spiritus en groene zeep helpt zeker.

De wortelhals en de stengel worden zwart. Vrijwel steeds het gevolg van te veel vocht bij te lage temperatuur. Wortel en stengelrot komt vooral voor bij stekken wanneer de plant waarvan de stek is gesneden niet goed aan de groei is, dus bij nacht temperaturen beneden de 10C en regenachtig weer en als de eenmaal geplante stekken onder de 15C extra begoten worden.

De bladeren krijgen gele vlekken en/of "bobbels" op het blad. De enige remedie is de aangetaste planten in de vuilnisbak te gooien om zo aantasting van andere planten te voorkomen. Wanneer het voorkomt op botanische planten dan kun je de plant op een geïsoleerde plaats tot bloei brengen, zaad winnen en opnieuw beginnen.

Bruine vlekjes aan de onderkant van het blad. Als je er vroeg bij bent dan kun je proberen de aantasting te stoppen door de aangetaste bladeren met hun stelen te verwijderen en in de vuilnisbak te deponeren. Regelmatige controle zal noodzakelijk zijn en het kan zijn dat uiteindelijk de gehele plant met bladeren en al de vuilnisbak in moet.

 

Iets over mijn ervaringen met Pelargoniums
 
 

Pelargonium inquinans (vlekken gevend)

Dit is een van de planten die gebruikt is om de zgn. tuingeranium te kweken.

Deze plant is al in 1714 door bisschop Campton naar Engeland gebracht.

Zij groeit oorspronkelijk op leemgronden langs de fishrivier en wordt ook in Natal gevonden.

Ik heb de plant in 1988 gezaaid. Het zaad is rechtstreeks uit Z-Afrika geïmporteerd.

Het eerste jaar groeiden de zaailingen tot een hoogte van ca 120cm en in de daarop volgende winter verschenen de eerste bloemen in de succulentenkas bij een temperatuur van ca 10 C.

De bloemen zijn vermiljoen rood en staan in een volle tros.

In het voorjaar van 1989 heb ik de plant die inmiddels een hoogte had bereikt van 200cm voor het eerst getopt.

Prompt begonnen de stammen zich te vertakken en de planten hebben tot aan de eerste nachtvorst uitbundig in de tuin staan te bloeien.

In de winter zijn de planten in de kas blijven doorbloeien. De stammen hadden aan de basis inmiddels een diameter van 4,5cm bereikt en begonnen te "verhouten" en de bloei begon af te nemen. Tijd dus om te stekken.

In september van 1990 waren de stekken weer bijna manshoog en begonnen ze volop te bloeien omdat hun genen zeiden dat het nu voorjaar was in Z-Afrika.

Mochten de planten een virusinfectie oplopen dan is het mogelijk de planten opnieuw te zaaien.

Omdat de plant zelffertiel is kunt u heel goed soortecht zaad winnen.

Let er wel op dat u de bloemen die u met een kwastje bestuift zodanig isoleert dat insecten u niet kunnen dwarsbomen door voor ongewenste bestuiving en dus hybriden te zorgen.

Wanneer  we alles op een rijtje zetten dan kunnen we concluderen dat de Pelargonium inquinans een gemakkelijk te kweken plant is, rijk bloeit en door zijn afmetingen voor een spectaculaire "dot" rood in de tuin kan zorgen.
 
 

Pelargonium gibbosum (de bultige)

De naam werd gekozen omdat de plant op de plaatsen waar bloemen en bladeren verschijnen flinke verdikkingen maakt.

Daarna komt uit deze "knopen" de nieuwgroei. De oudere stengels verhouten en de nieuwgroei heeft een succulent karakter.

De blauwgroene bladeren zijn met een laagje was bedekt en zijn sterk gedeeld, gelobd en gekarteld.

De gele, s nachts zoetig geurende bloemen staan met een trosje bijeen op een tamelijk lange steel.

Ik heb in 1991 van dhr. Van Donkelaar een stekje gekregen en de plant die hieruit is gegroeid staat er nu, jan. 2000, nog gezond bij.

Door regelmatig snoeien ontstaat er op den duur een plant die in de rusttijd niet misstaat tussen de bonsais.

Voorwaarde is dat u de plant "arm"kweekt, want met te veel meststoffen maakt u er een "sliertige" onaanzienlijke plant van.

Daarnaast moet u zorgen voor een beperkte groei in de winter omdat door de geringe hoeveelheid licht in de maanden november t/m maart de nieuwgroei spichtig is.

Geef daarom weinig water, zoveel mogelijk licht en een temperatuur van minimaal 10C.

Oorspronkelijk komt de plant uit de zandige rotsgebieden van het zuidwesten van Z-Afrika en is al in 1712 naar Engeland gebracht.
 
 

Pelargonium quinquelobatum (syn). Pelargonium (fischeri)

Zoals de naam aangeeft hebben de bladeren 5 lobben, zijn donker groen met een donkere rand  en voelen kleverig aan.

Soms ontbreekt de donkere rand en zijn de bladeren egaal groen.

Uit een kort succulent stammetje groeit een veelal vertakte bloemtak met eerst bladeren en aan het eind de bloemen.

De bloemtak kan wel 60 cm lang worden.

De bloemen zijn geel met rode streepjes op alle 5 bloemblaadjes. De bloemsteel is lang. De bloemen zijn zelffertiel en de zaden kiemen gemakkelijk.

Twee jaar geleden werd er een Pelargonium onder de naam "Naivasha" aangeboden die blauwe bloemen zou hebben. Bij nader inzien blijkt het hier te gaan om een Pelargonium quinquelobatum met bloemen die mits de plant in de volle zon wordt gekweekt een vuil blauwpaarse gloed hebben.

De quinquelobatum is gevonden in Z-Afrika, Kenia, Abessinië en Tanganyika.

Vooral in de winter als de planten bij ons een rusttijd kunnen doormaken en de omgevingstemperatuur zo rond de 10 graden is, moeten we voorzichtig zijn met vocht.

s Zomers mogen de planten buiten staan op een zonnige plek en zullen dan overdadig bloeien.
 
 

Pelargonium triste (droevig)

De Pelargonium triste is een plant met een knolvormig verdikte wortel en heeft vrijwel geen stam.

De bladeren en de bloemstengels komen uit een punt.

De bladeren zijn groot, ca 40cm en sterk verdeeld en hangen (triestig) over de potrand.

De bloemen komen aan een rechtopgaande lange bloemsteel met tot zon 20 bloemen per tros. De bloemen, die s nachts zoet naar muskaat geuren, zijn bruinviolette (vuil geel) met een purperen vlek in het midden en een helder gele rand.

Deze Pelargonium is vermoedelijk als eerste van zijn geslacht door dhr. J. Tradescant, die van de Tradescantia, naar Engeland gebracht.

In 1633 is de plant door Thomas Johnson beschreven: Geranium indicum nocto odoratum.

De verzorging is eenvoudig; geef de plant niet te veel water, zorg dat de wortelknollen bedekt blijven en accepteer dat de plant bij ons in de winter bloeit en er in de zomer echt triest bij staat.

 

Pel. tetragonum (vierhoekig) 
 

De Pelargonium tetragonum is een rechtopgaande bossige plant met dunne, in doorsnede vierhoekige, gladde, sappige stengels.

De gekartelde en gelobde kleine bladeren zijn zacht en heldergroen met soms een donkere vlek in het midden.

De roodpaarse(gelige) wel zo'n 5 cm grote bloemen hebben meestal 4 bloembladen en staan met 2 of 3 bloemen bij elkaar. De bloemen verschijnen vanaf juni tot oktober gewillig. In de tuin is de bloei minder overdadig omdat onze zomers meestal te nat zijn.

Deze plant wordt tot de succulenten gerekend en dus zeer spaarzaam worden begoten en gemest. Overtreden we deze regel dan krijgen we een wel erg spichtige plant waarvan de stengels ombuigen en op de grond gaan liggen. Heel veel licht en een kleiachtig grondmengsel kunnen veel problemen voorkomen. De stelen breken gemakkelijk af en kunnen goed als stek worden gebruikt mits je ze goed laat drogen, minstens 14 dagen.

De plant komt uit Z-Afrika uit o.a. de omgeving van de Zwartkoprivier. Al in 1774 is deze Pelargonium naar Kew Gardens gebracht.

Opm. Er zou een geelbloeiende variëteit bestaan. Tot nu toe heb ik alleen mensen gesproken die dat bevestigen maar de plant niet weten te staan. Ik zou heel graag een stekje van zon plant in mijn bezit krijgen dus als u de plant bezit zou ik graag een E-mail ontvangen.

Pel.echinatum (met stekels)

Een plant met een dikke bruinachtige succulente stam die bezet is met stekels. Deze stekels zijn verdroogde steunblaadjes.

De Pel.echinatum is een plant die bij ons in de winter en het vroege voorjaar bloeit. Een temperatuur van minimaal 10C is geschikt. Geef matig water en mesten is wanneer we eens in de twee jaar verpotten niet nodig. Daarna gaat de plant in rust tot er in september weer nieuwgroei valt waar te nemen. Gedurende de rusttijd moeten we zeer voorzichtig zijn met water geven om te voorkomen dat hij van de wortel raakt en we het groeiseizoen met een stekje moeten beginnen. Tijdens de rust is het raadzaam een standplaats in de volle zon te vermijden.

De bladeren zijn groengrijs, zacht, ingesneden en hartvormig.

De bloemen zijn meestal wit met helder roodpaarse vlekken en strepen maar bloemen een paarspurperen kleur komen ook voor. De bloemkleur is dus sterk variabel en het gebeurt nogal eens dat er twee verschillende bloemkleuren op een plant voorkomen. Er staan 3-10 bloemen bijeen in een tros op een relatief lange steel.

In Z-Afrika groeit de plant op beschaduwde plekken maar omdat de bloei en groei bij ons in de winter plaats vinden moeten we hem op een zo licht mogelijke plaats zetten. Zetten we hem te donker dan zal de nieuwgroei "spichtig" zijn en de bloei minimaal.

Het stekken verloopt voorspoedig en is aan te bevelen omdat de plant wel 50-70cm hoog en ook zo breed zal worden.  

De Pel.echinatum is sinds 1795 in europa. 

Pel.oblongatum(verdikte knol)

De Pel.oblongatum is een plant met een langwerpige knolvormig verdikte wortel en heeft geen stam De verdikte knol groeit voor een deel boven de grond.

De bladeren en de bloemstengels komen uit een punt.

De bladeren zijn middel groot , ca 10cm en behaard.

De bloemen komen aan een rechtopgaande lange bloemsteel met tot meer dan 20 licht gele grote bloemen per bloemsteel. De bovendste 2 bloembladen zijn voorzien van paarsrode strepen.

Deze Pelargonium is geen gemakkelijk te kweken plant omdat zijn rusttijd bij ons in de zomer valt en de groei en bloei pas in de late herfst en winter op gang komt. We moeten met water altijd zeer voorzichtig zijn, in de rusttijd geen water en pas als er nieuwgroei te signaleren is matig water geven. Als je om de 2 jaar verpot dan is bijmesten niet nodig. Gebruik als potgrond een goed doorlatende grond en draineer het oppervlak rond de wortelknol met scherp zand of kleine kiezelsteentjes.

De Pel.oblongatum komt voor in Namaqualand en Richtersveld daar waar het heet en droog is en de jaarlijkse hoeveelheid neerslag gering is.

Mijn ervaring is dat het "overzomeren" prima kan bij een temperatuur van 20 C en dat tijdens de groei en bloei periode een temperatuur van 15 C voldoende is. Dus in de zomer in de schaduw en in de winter zoveel licht als mogelijk is.

In 1860 is de plant beschreven maar in 1814 waarschijnlijk al ontdekt.

 
 

E-mail

Add Me!