Wie was Käthe Kruse?

 

 

 

 


als 17-jarige

Käthe Kruse werd geboren op 17 september 1883 te Breslau als Katharina Simon. Zij wilde graag actrice worden en op zestienjarige leeftijd nam zij acteerlessen bij de Breslauer toneelspeler Otto Gerlach. 

 


als 19-jarige

Toen zij zeventien jaar was, kreeg zij een contract bij het Berlijnse Lessing Theater. Als Hedda Somin maakte Katharina carriére in Berlijn. Op negentienjarige leeftijd leerde Käthe Simon, of liever gezegd Hedda Somin, daar de dertig jaar oudere, bekende kunste­naar en beeldhouwer Max Kruse kennen en liefhebben. Käthe vond Max de mooiste man van Berlijn. Zij wilde wel kinderen van de man waar ze van hield, maar trouwen wilde zij niet met hem.
Käthe en Max


Käthe en Mimerle

Uit hun verhouding werd op 2 december 1902 Käthe's eerste dochter Maria Speranza (Mimerle) geboren. Max zei, dat hij Berlijn geen stad vond om kinderen groot te brengen en hij stuurde Käthe met Maria naar Ascona aan het Lago Maggiore. In 1904 werd haar tweede dochter Sofia Ostara (Fifi) in Zwitserland geboren, in Oberwaid bij St.Gallen. Max bleef en werkte in Berlijn, maar bezocht vaak zijn jonge familie.

Voor het kerstfeest van 1905 wilde Mimerle graag een pop. Käthe vroeg Max een pop (met porseleinen hoofd) te kopen in Berlijn. Maar Max schreef haar in zijn mooiste Berlijns: "Neen, ik koop geen pop voor je! Ik vind ze verschrikkelijk. Hoe kan zo'n harde, koude stijve pop, moederlijke gevoelens opwekken bij een kind? Maak er zelf maar één, je bent kunstzinnig genoeg".
 Een betere gelegenheid om Käthe's artistieke gave te ontwikkelen had zij zich niet kunnen indenken. Käthe maakte haar eerste pop: een met warm zand gevulde handdoek, knopen in de stof voor armen en benen en een in de stof gebonden aardappel diende als hoofd. Daarop tekende zij met afgebrande lucifers de ogen, mond en neusgaten. Het was zeker geen kunstwerk, maar Mimerle was gek op haar pop. De pop werd "Oscar" genoemd naar de broer van Max. Het bleef niet bij die eerste pop en ook de familie Kruse groeide.
In 1909 werd de derde dochter geboren, Johanna Ermfriede Ceres (Hannerle), genoemd naar een in 1908 dood geboren broertje Johan. Kort voor de geboorte van Hannerle besloten Max en Käthe in het huwelijk te treden. De bruiloft vond in München plaats in maart 1909.
     

Berlijn 1910-1911

In 1910 keerde Käthe Kruse met de kinderen terug naar Berlijn. Zij had bij haar eerdere omzwervingen in München een "Fiamingokop" gevonden, een reproduktie van een kinderkopje van de Vlaamse Barokbeeldhouwer Frans Duquesnoy bijgenaamd Fiamingo (1597-1643). Käthe Kruse was verrukt over het kopje en ging er mee experimenteren. De Käthe Krusepop was geboren. Käthe wilde de poppen echter alleen voor haar eigen kinderen maken.

Maar toen zij een uitnodiging kreeg deel te nemen aan een poppententoonstelling: "Spielzeug aus eigener Hand" in het warenhuis Tietz (het tegen­woordige KaDeWe) te Berlijn, besloot Käthe hiervoor een serie poppen te maken. Het moesten poppen zijn om lief te hebben: zacht, natuurlijk en onbreekbaar! Haar met de hand gemaakte stoffen poppen oogstten op de tentoonstelling veel belangstelling en werden het "Ei van Columbus" genoemd. De speelgoedhandel en de poppenindustrie waren zeer geïnteresseerd.
De Kruses waren het er over eens, dat Käthe de poppen niet zelf zou maken. December 1910 werd een verdrag gesloten met de fa. Kämmer und Reinhardt om Käthe's poppen te fabriceren. Van de als "Baby Bauz" op de markt gebrachte Käthe Krusepoppen zijn slechts weinig exemplaren verkocht. Max en Käthe waren niet tevreden met de door K & R gemaakte poppen en hun samenwerking in 1911 heeft slechts enkele maanden geduurd.
Toen Käthe Kruse in de herfst van 1911 een telegram uit Amerika ontving met de vraag of zij voor 8 november van dat jaar 150 poppen kon leveren, besloot zij de poppen toch zelf te gaan maken. De woning in de Fasanen­strasse in Berlijn werd snel omgebouwd tot een geïmproviseerde poppenwerkplaats.  Met behulp van vijf medewerksters, de schilder Beyer en wat thuiswerksters werd met grote geestdrift aan de opdracht gewerkt. Na de eerste order volgde al snel een nieuwe bestelling uit Amerika, dit keer van 500 poppen. Ook de Duitse en Europese markt reageerden.

Bad Kösen aan de Saale 1912-1950

De Berlijnse woning bleek al ras te klein en Käthe moest naar andere bedrijfsruimte omzien. De kinkhoest van Hannerle was in 1912 de aanleiding, om te gaan verhuizen naar Bad Kösen. In de Friedrichstraße richtte Käthe haar eerste echte werkplaats in en ging daar met haar arbeid verder.

Hanne met poppen
  Nog in Berlijn was in 1911 Käthe's eerste zoon en stamhouder geboren: Michael. In 1912 kwam in Bad Kösen Jochen (Jockerle) ter wereld.
Familie in 1914
De in 1918 geboren zoon Friedebald stond op driejarige leeftijd model voor een buste, gemaakt door de beeldhouwer Igor von Jakimow. Deze buste zou later dienen als model voor het "Duitse Kind". In 1921 schonk Käthe Kruse het leven aan haar laatste zoon: Max. In 1923 moest weer worden omgezien naar een grotere bedrijfsruimte. Het leegstaande "Pädagoguim" in de Friedrichstraße werd omgebouwd tot Käthe Krusebedrijf.
Friedebald
In 1928 ging men behalve de inmiddels wereldberoemd geworden speelpoppen en lesbaby's, ook etalagefiguren maken. Het bedrijf bloeide als nooit te voren en in 1937 werd Käthe Kruse onderscheiden met een gouden medaille op de Wereldtentoonstelling in Parijs. Maar ook verdriet werd Käthe niet bespaard. In 1942 stierf haar echtgenoot Max op 88-jarige leeftijd. In 1943 overleed haar zoon Jochen en in 1944 verloor Käthe haar zoon Friedebald.
     

Donauwörth 1950-1956

Na de oorlog werd Bad Kösen door de Sovjet-russische troepen bezet en Käthe Kruse moest onder zware omstan­digheden verder werken. In april 1950 vluchtte zij onder achterlating van al haar eigendommen in Bad Kösen en kwam via Berlijn naar het Westen.

Käthe en Max Gesteund door haar kinderen (Michael had in 1947 een werkplaats in Donauwörth ingericht, Max werkte sinds 1945 in Bad Pyrmont en kwam in 1949 ook naar Donauwörth) begon Käthe Kruse in Donauwörth aan de wederopbouw van haar levenswerk. Käthe en Michael
Tot 1956 bleef zij in Donauwörth, waarna ze zich terugtrok uit het bedrijf en naar München verhuisde. In 1956 werd Käthe het Bundesverdienstekruis 1e klasse uitgereikt, een onderscheiding die aan weinig vrouwen is gegeven. Nadat Michael en Max Kruse in 1958 uit het bedrijf getreden zijn, zetten dochter Hanne met haar man Heinz Adler het levenswerk van hun moeder met succes voort.
Hanne   Heinz Adler
Hanne Adler-Kruse werd voor haar verdiensten in december 1989 onderscheiden met het Bundesverdienstenkruis aan band. Op 19 juli 1968 stierf Kätchen, zoals ze door haar kinderen altijd liefdevol werd genoemd, in Murnau aan de Staffelsee op 84-jarige leeftijd. Na een bewogen en zorgvol, maar later gelukkig en succesvol leven. De naam Käthe Kruse zal door haar poppen nog generaties lang in herinnering blijven.
     

© M. Schnellenberg