|
Voorwoord
Een fietstocht maken naar een plaats zo ver van huis, komt niet zomaar uit de lucht
vallen. Je hoort iets of leest wat over Santiago de Compostela en je interesse is al dan
niet gewekt. In ons geval waren mijn vrouw en ik direct enthousiast en werden tochtjes
naar de reiswinkel in Arnhem en Woerden ondernomen waar we ons grondig lieten voorlichten.
Via de bibliotheek kwamen we aan boekjes, waaronder dat van de fam. Schipper en
langzamerhand begon onze "droom" werkelijkheid te worden. In juni kochten we
twee nieuwe fietsen, "Koga Miatas", 27 versnellingen, toerden daar wat op
rond, leerden met de versnellingen omgaan en ondernamen twee tochten naar Kampen en Venlo.
Een hometrainer deed de rest en onze conditie kwam aardig op peil en, zoals menigeen zei:
"Voordat jullie bij de Pyreneeën zijn is die er wel of niet"
In november hakten we de knoop door en besloten in april daarop volgende de tocht te
gaan ondernemen. Toen kwam alles in een stroomversnelling. Welke datum prikken wij, waar
gaat onze hond Hunter heen, wie zorgt voor het huis en de post, vooral, wanneer er
noodzakelijke afschrijvingen zijn? Vragen, die eerst opgelost dienden te worden. Toen dit
alles geregeld was bogen we ons over onze bagage en kleding. Drie broeken met zeem, drie
hemden, drie blouzen, een regenjack, een fleecejack, overschoenen, een verbandtrommel,
fietsreparatiespullen, iets om te lezen, een spelletje, zalf om de bilspieren soepel te
houden, idem voor de beenspieren, medicijnen tegen de griep, verkoudheid, buikloop,
constipatie enz. Alles diende geregeld te worden en werd keurig op papier gezet, zodat we
precies wisten in welke tas wat zat. Ook de fietstassen dienden van goede kwaliteit te
zijn en regenhoezen over de tassen bleken geen overbodige luxe te zijn.
En dan denk je dat je er bent, maar kom je tot het besef, dat je nog geen band kunt
verwisselen. De fietsenmaker in Westervoort was zo vriendelijk om ons het een en ander te
leren en zo voorbereid gingen we 24 april 2004 op weg, niet wetende, wat ons te wachten
stond.
Nog even dit: We hadden te voren een planning gemaakt over het aantal kilometers per
dag en de route. De ervaring leerde ons echter, dat deze niet altijd te realiseren was,
vandaar dat het verslag van zoon Wouter, die onze planning kende, en mijn verslag niet
helemaal klopt.
Dag 1 - Rheden (NL) / Vessem (NL) -115 km
Zaterdag 24 april 2004
 |
Op zaterdag 24 april 2004 was het
dan zover. Om 08.10 was het vertrek vanuit Rheden. De geplande tijd, plus het standaard
Rhedens kwartiertje. De halve Groenestraat was uitgelopen om Hans en Hermien uit
te zwaaien. Het begin van een zware tocht...
|
Na ongeveer twee uur fietsen werd Wim Smit echter al opgetrommeld..
"Wim, kun jij Wouter bereiken? Wij kunnen hem niet bereiken via
de telefoon".
Tsja... een van de nadelen van ouderwets internetten via een normale
telefoonlijn... je bent niet bereikbaar...
Enfin... wat bleek?
Het meest belangrijke wat je bij je hoort te hebben voor een
Pelgrims-tocht, je Pelgrims-paspoort, waren ze vergeten mee te nemen.
En zoals de Smitjes al aangaven... het meenemen van een schone
onderbroek heeft schijnbaar een hogere prioriteit.

Ter hoogte van Lent heb ik pap & Hermien alsnog kunnen voorzien
van de voor hun rit o-zo-belangrijke dokumenten, en kon Simon (die mee moest, en dus in
zijn pyjama maar in de auto stapte) nogmaals afscheid nemen van Opa & Oma. Ik kon van
de gelegenheid nog even gebruik maken om wat laatste foto's te schieten.
Agnes, die 's middags alvast de katten ging eten geven, rook een vreemd luchtje toen ze
de boerderij binnenkwam. Een kleine speurtocht leidde tot het koffiezetapparaat, die Agnes
toch maar heeft uitgezet; 6 weken van de voren koffie zetten werkt echt niet Hans &
Hermien!
Helemaal vermoeid kwam Hans & Hermien 's avonds om 19.30 aan in Vessem. Even
gedouched, snel wat gegeten, en daarna direkt het bed in gedoken.
Verslag Hans
Om vier uur werden wij wakker en konden geen oog meer dicht doen. Omhalf acht stond
Wouter al op de stoep niet veel later gevolgd door Gerard Leemreize, Wim en Attie Smit,
Wim en Eugenie Heitman, Joke en Cees Pet en Piet de Lepper nog weer later gevolgd door
koorleden en de buurtjes. Geweldig.
uitgezwaaid door onze
vrienden
Om 08.15 vertrokken wij naar het Loo-veer al waar we zouden oversteken naar Huissen.
Daar aangekomen kwamen we tot de ontdekking dat wij de passen waren vergeten. Toen ik
Wouter hierover wilde bellen was hij in gesprek en dat bleef een tijdje zo. Een
vriendelijke meneer uit Huissen beloofde ons, indien nodig, na het boodschappen doen mij
naar Rheden te brengen. Wim Smit gebeld en die naar Wouter om het nieuws mede te delen.
Tussen Bemmel en Lent haalde Wouter ons in met de passen en zo, gefilmd van voor en achter
konden wij de reis voortzetten. Deze verliep voorspoedig. Tegen de avond kwamen wij in
Vessem aan, 115km verder. Vessem is een klein plaatsje onder de rook van Eindhoven, erg
landelijk gelegen. Broeder Fons verwelkomde ons allerhartelijkst en we kregen een
kamer voor ons beiden aangewezen. Voor de eerste keer alle tassen van de fiets en naar
boven gesjouwd. De verdere dagen bleek dit een vervelend onderdeel van de dag te worden.
De volgende ochtend vertrokken wij na een heerlijk ontbijt met nog twee vrouwlijke
wandelaars ( nee, niet naar Santiago) rond een uur of kwart voor tien. Daar ik een nieuwe
fiets had en mijn schoen telkens over de stang heen moest vroeg ik voor het vertrek aan
Broeder Fons of hij ook tape of plakband had. Had hij niet. Goed, wij op reis. De tweede
dag was aangebroken.
Hermien in gesprek met broeder Fons, Kafarnaum
Vessem.

De volgende dag...
|