Homepage
Geschiedenis van de S-2 Tracker
De gebouwde typen
Wie vlogen met de Tracker?
De squadrons en hun emblemen
Fotogallerij
Meer Trackers op het web
Alle Trackers die gebouwd xijn
Herinneringen aan de Tracker
E-mail me!
Tracker goodies
Website en Tracker nieuws
Op zoek naar?
Operators



USA (United States Navy/United States Marines Corps)

De grootste gebruiker van de Tracker was uiteraard de US Navy. In totaal zijn er meer dan 1200 Trackers voor de US Navy gebouwd. Hiervan zijn er in de loop der tijd veel aan de andere landen geleverd, zoals via het Mutual Defense Aid Program (MDAP).
In oktober 1953 werd het eerste toestel afgeleverd aan de US Navy en ondergebracht bij VS-23. Uiteindelijk hebben 32 squadrons gebruik gemaakt van de Tracker voor patrouilles, tests, doelslepen, transport, training, (foto)verkenning en electronische oorlogsvoering.
Medio 1977 waren de Trackers van alle onderzeebootbestrijdingssquadrons vervangen door de S-3 Vikings. De laatste Tracker is in maart 1986 buiten dienst gesteld. Het betrof een ES-2D van de Pacific Missile Range Facility te Point Mugu. Tegenwoordig staan er op AMARC, in de woestijn van Arizona, nog vele Trackers in opslag. Diverse instanties vliegen nog wel met de Tracker, zoals het California Forestry Department en het Museum of Wing&Things te Anderson, Indiana dat met een US-2B in het kleurenschema van VS-30 deelneemt aan vliegshows in Amerika.



Argentina (Comando Aviacion Naval Argentina)

Op 6 februari 1962 werden zes S-2A's overgedragen aan de CANA en gestationeerd op de basis BAN Punta Indio. Later verhuisden ze naar BAN Comandante Espora. De Trackers werden ook regelmatig gestationeerd aan boord van het vliegdekschip "A.R.A. Independencia (V-1)". In juni 1967 werden een extra S-2F toegevoegd aan het squadron.
Nadat de "A.R.A. Independencia" in december 1968 uit dienst werd genomen, hebben de Trackers voor korte tijd geen missies gevlogen vanaf enig vliegdekschip. Maar op 23 november 1969 landde de eerste Tracker aan boord van de "A.R.A. 25de Mayo (V-2)" (Patch) de voormalige HMS Karel Doorman die door de Argentijnen van de Nederlandse Marine was overgenomen.
In mei 1978 arriveerde de eerste van de in totaal zes 'nieuwe' S-2E's op de basis Comandante Espora. Door het toenemende gebruik van de Trackers en de inmiddels aangeschafte A-4Q Skyhawks, die ook aan boord van de "25 de Mayo" werden gestationeerd, had de CANA behoefte aan een transportvliegtuig voor het vervoer van personen en voorraden naar de vloot (COD = Carrier Onboard Delivery). Daarom werden drie S-2A's omgebouwd tot transportvliegtuig en kregen ze de aanduiding US-2A. In april 1988 werd de laatste US-2A buiten dienst gesteld.
Sinds medio 1990 hebben de Trackers niet meer aan boord van het schip geopereerd, omdat het schip werd opgeslagen.
Om de levensduur van de Tracker te vergroten, werd in 1989 besloten de toestellen te moderniser en met onder andere nieuwe turbo-motoren en ASW-apparatuur. Inmiddels is het zesde en tevens laatste exemplaar aan de Argentijnen afgeleverd. Ondanks dat de Trackers nu nog vele jaren operationeel kunnen blijven, is het de vraag wat de toekomst is van deze S-2T's. De CANA heeft namelijk inmiddels vijf P-3 Orions ontvangen voor ASW en patrouille-vluchten. Vanaf 1993 opereren de Argentijnse Trackers tijdens gezamelijke maritieme oefeningen vanaf het Braziliaanse vliegdekschip "Minas Gerias". Deze oefening vindt bijna jaarlijks plaats in de Zuid-Atlantische Oceaan.



Australië (Royal Australian Navy)

Vanaf 1967 ontving de RAN 30 S-2E/G Trackers ten behoeve van de onderzeebootbestrijding. De toestellen werden ondergebracht bij twee squadrons en onder ander gestationeerd aan boord van de HMAS Melbourne, die al in 1956 in dienst kwam. In 1982 werd deze carrier buiten dienst gesteld en opereerden de Trackers nog alleen vanaf landbases. Een tragische gebeurtenis vond plaats in 1976, toen negen Trackers ernstig beschadigd werden bij een hangaarbrand. In 1984 werd de laatste Tracker buiten dienst gesteld en opgevolgd door de P-3 Orion.
De RAN Historical Flight beschikt over een vliegwaardige Tracker die regelmatige op vliegshows in Australië is te zien. Het toestel draagt nog het originele kleurenschema.(kleurenschema)



Brazil (Força Aerea Brasileira)

In 1961 werden aan de FAB dertien S-2A's afgeleverd die lokaal werden aangeduid als P-16A's. Na de indienstneming van de NAel Minas Gerais werden de toestellen geregeld hier aan boord gestationeerd. Een drietal Trackers werd gebruikt als transporttoestel en door de FAB aangeduid als UP-16A.
De A’s werden uiteindelijk vervangen door acht S-2E’s, die men aanduidde als P-16E's. Deze nieuwere versie werd ook veelvuldig ingezet vanaf de NAel Minas Gerais. Door de veroudering van de toestellen werd met IMP te Halifax, Canada een contract gesloten voor het moderniseren van acht S-2E tot Turbo-Tracker. Maar omdat de FAB niet tevreden was over de resultaten van de Turbo-Tracker is er nooit meer dan een exemplaar omgebouwd. De operaties met de Tracker duurden tot medio 1996. De onderhoudskosten van de toestellen waren te hoog, zodat ze in opslag werden gezet.
De toekomst van de Trackers van de FAB is zeer onzeker. Vooral nu de FAB interesse heeft getoond in een aantal tweedehandse P-3 Orion uit US Navy voorraden. De Trackers worden nu te koop aangeboden. De meerderheid van deze toestellen staat in opslag op PAMA-São Paulo, terwijl de Turbo-Tracker nog op Santa Cruz staat. Thans (medio 1999) wordt in overweging genomen om enkele Trackers door EMBRAER te laten ombouwen tot Turbo Tracker. Indien de A-4 Skyhawks gebruikt zullen worden vanaf de Minas Gerais dan is er behoefte aan AEW-capaciteit. (kleurenschema)



Canada (Royal Canadian Navy/Canadian Forces)

De eerste Tracker werd op 13 oktober 1956 afgeleverd aan de Royal Canadian Navy. In januari 1959 werden de eerste Trackers aan boord van het vliegdekschip de HMCS Bonaventure gestationeerd. Dit duurde tot december 1969, toen het vliegdekschip buiten dienst werd gesteld. Hierna werden de Trackers aan land gestationeerd. Naast ASW-taken werden de Trackers ook voor visserij-patrouilletaken gebruikt. De Trackers werden ook gebruikt voor het controleren van de Noordelijke grenzen en hadden een secundaire reddingstaak tot de uitdienstneming van de Stoof. Aan het einde van zijn carriere werd het wapeningssysteem van de Tracker nog vernieuwd. De mogelijkheid werd geschapen om CRV-7 lucht-grond raketten af te vuren. De laatste Trackers zijn in 1990 buiten dienst gesteld bij MR-880. De meeste taken van de Trackers zijn overgenomen door de CP-140 Aurora.



Italy (Aeronatica Militaire Italiana)

De eerste Grumman S-2A Trackers kwamen in 1957 in dienst van de AMI. De toestellen werden ingedeeld bij twee squadrons en gebaseerd op Sigonella. De laatste tien afgeleverde Italiaanse Trackers (148294-148303) konden hun vleugels niet opvouwen zoals de overige Trackers. In 1978 werd de Tracker vervangen door de Brequet Atlantic en buiten dienst gesteld. Jarenlang heeft een aantal Trackers in opslag gestaan op het vliegveld van Napels. Deze toestellen zijn uiteindelijk verschroot.



Japan (Japan Maritime Self Defence Force)

Een land dat erg afhankelijk is van ASW-vliegtuigen is Japan: het land grenst alleen aan zee en ligt dichtbij Rusland. Daarom ontving Japan in 1957 via het MDAP circa vijftig S-2 Trackers die werden ondergebracht bij de patrouillesquadrons. Na de US-Navy was de JMSDF de grootste gebruiker van de Tracker. In 1984 werd de laatste Tracker uit dienst genomen. Ook Japan koos voor de P-3 Orion als vervanger.



South-Korea (Republic of Korea Navy/Republic of South Korea Air Force)

Over de Trackers van Zuid-Korea is helaas niet veel bekend. Waarschijnlijk heeft men in eerste instantie twee S-2A's ontvangen, waarna tussen 1976 en 1981 ongeveer 24 S-2E's werden afgeleverd. De Trackers zijn bij de marine en bij de luchtmacht in dienst geweest. De marine gebruikte het toestel uiteraard voor ASW-missies en kustpatrouilles, terwijl de luchtmacht de Tracker gebruikte voor electronische oorlogsvoering. Deze toestellen waren aan de onderzijde zwart geschilderd. De Trackers zijn uit dienst genomen in verband met de vervanging door de P-3C Orion in 1995.



Peru (Fuerza de Aviacion Naval)

In totaal heeft de ‘vliegende marine’ van Peru negen Grumman S-2E Trackers ontvangen, die vanaf 1976 werden afgeleverd. Door vredesverliezen werd halverwege de tachtiger jaren een S-2G aangeschaft. Volgens onbevestigde berichten zouden de Trackers niet meer operationeel zijn. Als thuisbasis hadden de toestellen Jorge Chávez (Lima). Er is nog geen vervanger voor de Tracker gevonden.



Taiwan (Republic of China Air Force)

In 1978 werden de eerste Trackers aan Taiwan afgeleverd. Het totale aantal omvatte 37 toestellen van het type S-2A/E/G. Vanaf 1991 is de RoCAF begonnen met het ombouwen van Trackers naar de Turbo conversie bij AIDC te Taichung. In totaal zullen er 22 Trackers worden omgebouwd.
De Trackers zijn in dienst van de luchtmacht en gebaseerd op Pintung AB. De toestellen zijn alle tot Turbo’s omgebouwde S-2F's en S-2G's. De Turbo-Trackers kunnen echter niet voldoen in de behoefte van Taiwan. Door de toenemende opbouw van de Chinese marine en met name de onderzeebootvloot, is er ook behoefte aan ASW-toestellen met een groter actieradius. Zolang de VS geen export vergunning verleent voor de P-3 Orion kunnen de S-2T nog lang in dienst blijven.



Thailand (Royal Thai Naval Air Division)

Vanaf eind jaren'60 zijn er tien S-2F's afgeleverd voor onderzeebootbestrijdingsmissies en een tweetal US-2C's voor transport en ondersteuning. De toestellen werden gebaseerd op de basis U-Tapao. Thailand is een van de weinige landen waar de Trackers nog operationeel zijn. Het gaat zelfs nog om de oude ‘Stoofs’ (S-2F's). In 1995 werd de eerste Lockheed P-3 Orion aan de Thaise marineluchtvaartdienst geleverd. Het leek erop dat de Tracker definitief buiten dienst zou worden gesteld, maar tot nu toe is dat niet gebeurd. Het ziet er nog niet naar uit dat ze binnen korte termijn vervangen zullen worden. Zo’n vijf toestellen worden nog operationeel gehouden op de marinebasis U-Tapao.



Turkey (Turk Donama Havaciligi)

In 1971 werden de eerste Trackers aan de Turkse Marine afgeleverd. Dit waren acht S-2A's die door de Nederlandse marine buiten dienst waren gesteld en een S-2A van de US-Navy. De toestellen werden ingedeeld bij 301 Filo, toen gebaseerd op Bandirma. Deze Trackers werden hoofdzakelijk gebruikt voor trainingsvluchten. Tenminste een S-2A (ex MLD 146) is omgebouwd tot doelsleper in de jaren '80 maar helaas in 1986 verongelukt. Begin 1972 schafte men twaalf S-2E's aan voor ASW-missies. Tussen 1978 en 1987 werden nog eens 18 S-2E Trackers afgeleverd. Dit betekende het einde van de S-2A's, die buiten dienst werden gesteld. Tegenwoordig zijn er nog twee ex-MLD S-2A in Turkije bewaard gebleven, een in het marine museum van Golcuk en een bij de poort van de marinevliegbasis Topel.
Turkije is het laatste Europese land dat met Trackers heeft gevlogen. Tegenwoordig staan deze toestellen op diverse plaatsen opgesteld. Enkele Trackers zijn waargenomen op Murted (Akinçi) bij Turkish Aerospace Industries), terwijl andere toestellen nog staan opgeslagen op marinebasis Topel. Een dodelijk ongeval op 15 juli 1993 heeft er mede toe geleid dat de Tracker van de operationele sterkte is afgevoerd. Een volwaardige vervanger is nog niet gevonden. Een andere optie is om de oude Trackers te voorzien van turbomotoren. Een Tracker is nog vliegwaardig en door TAI omgebouwd tot Turbo-Tracker voor het bestrijden van bosbranden.(kleurenschema)



The Netherlands (Marine Luchtvaart Dienst)

Als vervanging van de Grumman Avenger werden aan de Nederlandse marine vanaf 1960 28 S-2A's geleverd via de US Navy. Aanvullend ontving de MLD 17 CS-2F-1's via de Canadese marine, die bij de MLD als CS-2A werden aangeduid. VSQ-1 ontving de CS-2F-1 terwijl VSQ-2, 4 en 5 vlogen met de S-2A Tracker. VSQ-1 was gebaseerd op Hato (Curaçao) en vloog per gelegenheid vanaf het vliegkampschip de Hr.Ms Karel Doorman (ook wel "Dikke Boot" genoemd) terwijl VSQ 4 het vaste boordsquadron van de Karel Doorman was. De overige squadrons stonden gebaseerd op MVK Valkenburg.
Nadat de Karel Doorman in 1968 buiten dienst was gesteld, vlogen de Trackers alleen nog maar vanaf landbases. Tussen 1968 en 1972 werden achttien S-2A's omgebouwd tot S-2N. De overige toestellen werden aan Turkije geleverd. In 1972 zijn vier S-2N’s omgebouwd tot doelsleper en kregen de aanduiding US-2N.
De laatste vlucht van de Tracker vond plaats op 1 oktober 1975, toen de 159 en de 160 naar De Kooy vlogen om hier te worden opgeslagen. Als vervanger voor de Tracker is de Brequet Atlantic in dienst gekomen van de MLD. De CS-2A's hadden een afwijkend kleurenschema in vergelijking tot de S-2A. De CS-2's hadden een Dark Sea Grey bovenzijde en een Light Sea Grey onderzijde. De S-2A's hadden een grijze bovenzijde en een lichtgroene onderzijde (Kleurenschema).



Uruguay (Aviación Naval Uruguaya)

Een van de kleinste gebruikers van de Tracker was Uruguay. De toestellen waren ondergebracht op de basis Laguna del Sauces, vlakbij Montevideo. In totaal zijn er aan de ANU drie S-2A's en drie S-2G's geleverd. De toestellen hadden een algemene patrouilletaak en namen geregeld deel aan maritieme oefeningen met buurlanden en de US Navy. Op dit moment worden de Trackers in opslag gehouden in afwachting van een mogelijke beslissing om deze toestellen om te bouwen tot Turbo-Tracker. Een definitief besluit is tot op heden nog niet genomen.(kleurenschema)



Venezuela (Armada Venezolana)

Rond 1974/1975 werden er aan de AV zes S-2E's afgeleverd. Deze toestellen werden in 1982 aangevuld met nog eens twee toestellen. De voornaamste taak was onderzeebootbestrijding en kustpatrouilles. De Trackers van de Venezolaanse marine zijn helaas niet meer operationeel en staan in opslag op de marinevliegbasis Puerto Cabello. De toestellen zullen hoogstwaarschijnlijk nooit meer vliegen, omdat de marinestaf de wens heeft uitgesproken om enkele tweedehandse P-3 Orions te kopen als vervanger.