Homepage
Geschiedenis van de S-2 Tracker
De gebouwde typen
Wie vlogen met de Tracker?
De squadrons en hun emblemen
Fotogallerij
Meer Trackers op het web
Alle Trackers die gebouwd xijn
Herinneringen aan de Tracker
E-mail me!
Tracker goodies
Website en Tracker nieuws
Op zoek naar?
Tracker Types


S-2A/S2F-1
De eerste productieserie verschilde weinig van de prototypes. Het vermogen van de motoren werd van 1500 hp verhoogd naar 1525 hp. Onder de romp bevond zich een AN/APS38 zoekradar dat tijdens operaties uit de romp naar beneden kon worden gelaten. In de staart was een uitschuifbare MAD-boom aangebracht. Op de romp ter hoogte van de cockpit was een APA69 ECM antenne bevestigd op twee poten. Later werd deze antenne vervangen door een AN/APA69 en ondergebracht in een radome. De brandstoftanks konden 520 gallons bevatten, dat goed was voor een actieradius van 841 zeemijl gedurende zes uur. De kruissnelheid was 130 knots (zeemijlen per uur) en de topsnelheid 230 knots. Onder de rechtervleugel bevond zich een zoeklicht van 70 miljoen kaars voor gebruik tijdens nachtelijke missies. Bij latere productietoestellen werd het zoeklicht krachtiger: 85 miljoen kaars. Onder iedere vleugel bevonden zich drie ophangpunten voor 5 inch HVAR raketten, Mk54 dieptebommen of 2,75 inch rakethouders. Het bommenruim bood plaats aan een Mk34 of Mk43 torpedo. In de achterzijde van elke motorgondel waren acht SSQ 2 en twee SSQ 1 sonarboeien ondergebracht. In totaal zijn er 755 S-2F-1s gebouwd.

US-2A
In totaal werden 51 S-2A's omgebouwd tot transporttoestel. Alle ASW-apparatuur werd verwijderd tot en met het zoeklicht aan toe. Deze toestellen waren herkenbaar doordat aan de achterzijde van de motorgondels de openingen van de sonarboeien gestroomlijnd waren weggewerkt. Naast de US Navy hebben ook de US Marines gebruik gemaakt van deze Tracker-versie. De US-2A kon ook worden gebruikt als doelsleper.

US-2B
Deze versie had de mogelijkheid vijf personen te vervoeren en was net als de US-2A ontdaan van alle ASW-apparatuur. In het bommenruim kon eventueel nog vracht worden vervoerd. In totaal zijn er 75 S-2A naar deze versie omgebouwd.

TS-2A/S2F-1T
Voor trainingsdoeleinden werden 200 S-2F-1T's gebouwd. De Trackers die bedoeld waren voor het opleiden van piloten op "multi-engine" vliegtuigen waren ontdaan van alle apparatuur, zoals die in de S-2F-1 aanwezig was. Uiterlijk herkenbaar zijn deze toestellen door het ontbreken van de radome bovenop de cockpit. Voor het opleiden van ASW-crews bestonden S-2F-1T's met alle ASW-apparatuur nog aan boord, maar deze hadden een afwijkende bewapening. De bewapening bestond uit 25 oefendieptebommen in het bommenruim, terwijl aan de ophangpunten oefenraketten konden worden gehangen.

S-2B/S2F-1S
Ter verbetering van de ASW-apparatuur werden een klein aantal S-2A's voorzien van JEZEBEL akoestisch opsporingssysteem en een JULIE akoestisch echo systeem. Doordat er op dat moment reeds plannen waren om een verbeterde Tracker versie te ontwikkelen, heeft men deze modernisering nooit doorgezet.

S-2F/S2F-1S1
Een verbetering ten opzichte van de S-2F-1 was de S-2F. Deze versie had verbeterde ASW-elektronica en een vernieuwd JULIE akoestisch echo systeem. De grootste gebruiker was uiteraard de US Navy, terwijl er slechts een klein aantal via het MDAP-programma aan andere landen is geleverd.

S-2C/S2F-2
Door de ontwikkeling van de nucleaire dieptebommen was het van belang dat ook de Tracker deze zou kunnen vervoeren. Het bleek echter dat de dieptebommen te groot waren om in het bommenruim te kunnen worden meegevoerd. In de tussentijd was Grumman bezig met de ontwikkeling van een Tracker die ook een aantal uiterlijke wijzigingen zou hebben. Het hoofddoel was de vliegeigenschappen nog meer te verbeteren, wat resulteerde in een groter horizontaal staartvlak. Het bommenruim werd vergroot om nucleaire dieptebommen te kunnen vervoeren. Het resultaat was een uitstulping aan de linkerzijde van de romp. De soort motoren en ASW-apparatuur werden gehandhaafd. In totaal werden er 60 exemplaren van deze versie gebouwd.

US-2C
Nadat de meeste S-2C's door nieuwere versies waren vervangen, is een groot aantal airframes omgebouwd tot transporttoestel. Voor deze taak werd alle ASW-apparatuur verwijderd. In tegenstelling tot eerdere utility-versies werden de achterkanten van de motorgondels niet voorzien van gestroomlijnde kappen.

RS-2C/S2F-2P
Voor het uitvoeren van verkenningsmissies werd een S-2C omgebouwd. Het resultaat was een Tracker zonder ASW-apparatuur met in totaal zes camera's die verdeeld over de onderzijde van de romp waren aangebracht. Ondanks de goede resultaten is het bij dit ene exemplaar gebleven.

S-2D/S2F-3
Begin zestiger jaren kwamen de eerste van in totaal 100 gebouwde S-2D's in dienst van de US Navy. Ten opzichte van zijn voorgangers vertoonde deze versie veel verschillen. De APA69-radome op de romp was verdwenen en bovenop de motorgondels moesten grotere luchtinlaten komen door de nieuwe R1820-82A-motoren. Het vergrote bommenruim was niet langer nodig omdat de nucleaire dieptebommen inmiddels kleiner waren geworden. De romp werd ter hoogte van de cockpit een halve meter langer, wat comfortabeler was voor de crew en als voordeel had dat er meer brandstof kon worden meegenomen. Ook de wingtips zagen er anders uit: in plaats van hoekige vleugeluiteinden werden nu afgeronde vleugeltips toegepast waarin ECM-apparatuur was ondergebracht. Verder eindigde de motorgondel aan de achterzijde recht in plaats van schuin naar beneden. Hierdoor kon het dubbele aantal sonarboeien worden meegenomen. Niet zichtbare verschillen waren versterkte ophangpunten, geschikt voor torpedo's. Alle ASW-apparatuur inclusief de JULIE- en JEZEBEL-uitrusting werd verbeterd.

US-2D
In totaal werden er 54 S-2D's omgebouwd tot transport- en trainingstoestel. In tegenstelling tot eerder utilityversies was de US-2D nog wel voorzien van de radarbol aan de onderzijde van de romp en het zoeklicht aan de rechtervleugel. De apparatuur echter was geheel verwijderd. Ook werden aan de achterzijde van de motorgondels geen gestroomlijnde kappen toegepast.

ES2-D
Een andere onbekende versie is de ES-2D. Slechts 7 S-2D's werden ten behoeve van de Pacific Missile Range te Point Mugu voorzien van een krachtig zoekradar dat onder de romp, ter hoogte van de cockpit werd gemonteerd. De toestellen waren hoofdzakelijk bedoeld om tijdens testlanceringen het gebied te controleren op onbevoegde personen. Daarnaast kon de ES-2D ook gebruikt worden als AEW-platform.

S-2E/S2F-3S
De laatst gebouwde versie van de Tracker is de S-2E. Uiterlijk zijn er ten opzichte van de S-2D enige verschillen. Ten eerste heeft de S-2E een intrekbare bladantenne onder de romp en ten tweede is er achter het zoekradar, aan de onderzijde van de romp, een antenne-bobbel te zien. Inwendig zijn er meer verschillen. Het tactische navigatiesysteem werd aanzienlijk verbeterd door de toepassing van een ANS-30 computer. Door verbeteringen in het MAD-systeem werden de detectieresultaten verdubbeld in vergelijking met de S-2A. Van de 252 S-2E's die er zijn gebouwd, zijn er direct 238 afgeleverd aan de US Navy.

S-2G
De laatste versie die door de US Navy is gebruikt is de S-2G. Deze versie lijkt op het oog erg veel op een S-2E, maar heeft rookpotten aan de rechtermotorgondel. Inwendig werd de ASW-apparatuur verder uitgebreid, waardoor informatie van sonarboeien beter kon worden verwerkt. Gezien de geringe wijzigingen van deze versie werden de aanpassingen door de US Navy zelf uitgevoerd.

S-2T
Om de levensduur van de Tracker te vergroten, boden diverse firma's aan oude Trackers te moderniseren. Tot op heden hebben alleen ArgentiniŽ en Taiwan gekozen voor deze modernisering. Ook niet-militaire gebruikers hebben voor deze optie gekozen. Hoofdzakelijk zijn deze Turbo-Trackers in gebruik voor het blussen van bosbranden.

CS-2F-1
Canada is het enige land waar de Tracker in licentie is gebouwd. DeHavilland in Toronto kreeg opdracht tot het assembleren van 44 CS-2F-1's voor de Royal Canadian Navy. Qua uiterlijk kwam de Canadese variant het meest overeen met de S2F-1. Het opvallendste verschil was het ontbreken van de APA-69 radome boven de cockpit. Deze was vervangen door een aanmerkelijk kleinere antenne. Aan de vleugeluiteinden waren cilindervormige ECM-antennes aangebracht.

CS-2F-2
Al gauw kreeg DeHavilland een vervolgorder voor 55 CS-2F-2's. Uiterlijk was dit toestel vrijwel gelijk aan zijn voorganger. Intern werd een beter MAD-systeem, krachtiger radar en gevoeliger ASW-sensoren toegepast.

CS-2F-3
Halverwege zestiger jaren ondergingen de Canadese Trackers een update om de levensduur te verlengen. Deze update hield in dat een nieuwe tactische navigatiecomputer, een Doppler-radar en gevoeliger JULIE/JEZEBEL-sensoren in de Tracker werden aangebracht. Na februari 1968 werden de Tracker onderdeel van de Canadian Armed forces en aangeduid als CP-121.