Nederlandse spreekwoorden en gezegdes


 

HOOFDONDERWERP: WERKEN

1. Werk
2. Ontslag
3. Arbeid
4. Baas

http://www.thonen.nl
michelle@thonen.nl

 

1. WERK

Bergen verzetten
Werk tot stand brengen dat onmogelijk lijkt.
Bijbelse uitdrukking: ‘Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot deze berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts! En hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.’(Matth. 17:20). Maar het kan ook uit 1 Kor. 13:2 komen: ‘al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets.’

De beuk moet erin
Er moet flink aangepakt worden.
Houdt verband met ‘beuken’, slaan.
Er met de botte bijl inhakken
Ruw te werk gaan.

Elke dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar
Als je elke dag een gedeelte doet, komt het werk toch af.

Al doende leert men
In de praktijk leert men het goed.

Dat is dweilen met de kraan open
Dat is zinloos werk doen.

Ledigheid is des duivels oorkussen
Niets doen leidt tot allerlei verkeerde dingen.

Leergeld betalen
Door schade wijs worden.

Oefening baart kunst
Door te oefenen krijg je een bepaalde vaardigheid in je werk.

Ondervinding is de beste leermeester
Men leert het meest van dingen die men zelf ondervonden heeft.

Een speld in een hooiberg zoeken
Iets bijna onmogelijks proberen.

In de tredmolen lopen
Altijd hetzelfde zware of geestdodende werk doen.
Een tredmolen wordt in beweging gebracht door iemand die op de planken, die aan een wiel bevestigd zijn, moet lopen. Zo wordt steeds dezelfde, korte afstand, zonder variatie, afgelegd.

Het loopt als een trein
Het gaat uitstekend.

Water naar de zee dragen
Overbodig werk doen.


2. ONTSLAG

Er staan heel wat banen op de tocht
Er dreigt voor veel mensen ontslag.

Iemand aan de dijk zetten
Iemand uit zijn betrekking ontslaan.

Iemand op de keien zetten
Iemand ontslaan.

Iemand de laan uitsturen
Iemand zijn ontslag geven.

Op de schopstoel zitten
Je kunt elk moment je baan verliezen.
De schopstoel was een strafwerktuig waaruit een veroordeelde met de handen op de rug gebonden omhoog geslingerd werd.


3. ARBEID

Arbeid adelt
Van flink werken wordt niemand slechter.
Vaak sarcastisch erbij gezegd: maar adel arbeidt niet.

Arbeiden is voor de dommen
Met zware lichamelijke arbeid breng je het niet ver in de wereld.
Gezegde, wanneer iemand vooruitkomt in de handel of in een goedbetaalde betrekking.

Een arbeider is zijn loon waard
Komt uit Lucas 10:7

Een arbeider in de wijngaard des Heren
Iemand die werkt voor het koninkrijk Gods, in het bijzonder een predikant.
Naar de gelijkenis in Markus 12 en Lucas 20.

Baanbrekende arbeid verrichten
Nieuwe wegen openen op het gebied van wetenschap of sociaal werk.
Zou uit het Duits kunnen komen. Het woord voor weg is daar ‘bahn’, en daar legt men vaak wegen aan die door de rotsen gebroken moeten worden.


4. BAAS

Zijn eigen baas zijn
Van niemand afhankelijk zijn.

Die baas is, moet baas blijven
Het gezag moet gehandhaafd worden.

Baas boven baas
Er is altijd iemand die de anderen overtreft.


Bedankt voor je bezoek!
We hopen je snel terug te zien op www.thonen.nl
voor vragen kun je altijd mailen: michelle@thonen.nl