ALLEDAAGS
COMMENTAAR
" The beautiful Art of
Philosophy "
Jan Vis, filosoof
Help mee om deze site te
promoten. Vertel het uw…!
(Adres
luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )
Aangezien de filosofie
er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het
citeren uit de artikelen zonder meer toegestaan. Bronvermelding wordt echter
wel op prijs gesteld. (Jan Vis, creatief filosoof)
Naar
afleveringen: 01 ; 02 ; 03 ; 04 ; 05 ; 06
; 07 ; 08 ; 09 ; 10 ; 11 ; 12 ; 13 ; 14 ; 15 ; 16 ; 17 ; 18
; 19 ; 20 ; 21 ; 22 ; 23 ; 24 ; 25 ; 26 ; 27
; 28
; 29
; 30 ;
31 ; 32 ; 33 ; 34 ; 35
; 36 ; 37
; 38 ; 39 ; 40
Bladwijzer(s): NAVO-1 ; NAVO-2 ; Ramadan
; Hindoeïsme ; discriminatie-1 ;
discriminatie-2
; discriminatie-3
; discriminatie-4
; Functioneert de democratie ; Boeddhisme ; Colombia ; homoseksualiteit-1 homoseksuelen-2
; Islam-1 ; Islam-2
; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7
; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10 ; Islam-11 ; Islam-12 ; Het gaat goed met het Land..! ; Waarom is de Islam als
godsdienst tegen de Westerse Wereld..? ; Het staat in de Koran (Wat Zijn we
toch democratisch) Top-Inkomens---Rekeningrijden ; Islam
; Dreigen wij toch nog in een theocratie terecht te komen ; Minister Donner waardeert
komst van Westermoskee als..! ; Godsdienstige terreur- nr.27 ; Sneuvelen voor de vrede...- 13 ; Islamitische
geldingsdrang ; Iedereen zit in de regen..!- 26 ; Rekeningrijden ; zie nr.33 ; Geestelijk
karakter ; Pinnen ; Soms kan verwerpelijk
optreden b.v. oorlog, redelijker zijn ; Men mag over de culturen
geen negatief oordeel vellen, want dat zou discriminatie zijn. Hoe zit dat..? ; Armoede
; De
godganse dag..!- 16 ; een
tweegevecht is een erezaak
; politieke
gedoe ; politieke streven ; Nr.40(scheiding van kerk en
staat) ; Toch
nog een theocratie in Nederland…? ; Afghanistan, zie: Nr. 27 Taliban in Afghanistan en Nr. 28 ; Taliban ; Aan bepaalde misdadige omstandigheden moet
een eind gemaakt worden..! ; Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
; Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ; Naar no. 30
; Concurrentie-1
; Veiligheid
; Politiek Links / Rechts ; loyaal-1 ; loyaal-2 ; loyaal-3
; Intellectuele lafheid
; Verdraagzaamheid
; Opvoeden ; Houvast ; multiculturele
schizofrenie ; Gemeenschapszin
; China ; Kwetsend ; Gekwetst ; Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ; De begrippen SAMENLEVING en MAATSCHAPPIJ
;
Naar artikelen:
Loyaal: zie
bladwijzers in Filosofische invallen 1 t/m 26, ; Loyaal:
zie bladwijzers in De ontwikkeling van de West Europese Cultuur, ; Loyaal: zie
bladwijzers in De Kunst van het Filosoferen, ; Loyaal: zie bladwijzers
in De Grote Vierslag, ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof
; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst
; God bestaat niet ; Bedreiging van het
vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; De
MAATSCHAPPIJ is inhoud van de SAMENLEVING-zie bladwijzers ;Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27.
; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;
Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens te ver
(Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21
; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..?
zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen moslims zich invoegen
in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De
Islam ; Het staat in de Koran- zie
aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer
; Is
er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..? Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ;
Vrijheid
van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ; ● Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling,
verlies van houvast, Islam’s succes ; Samenleving,
Maatschappij en Gezin ; Hoe zit het nou met god ; Een
korte schets v/d MENSELIJKE SEKSUALITEIT ; De kunst, het schone verschijnsel ; Filosofie van de kunst ;
Terug
naar: de Startpagina
Wat zijn we toch democratisch!- 01
Hoera, straks
hebben wij een Verenigd Europa!- 02
Wir haben
es nicht gewusst..!- 05
Tweedeling...-
06
Alleen het hogere bestaat echt.- 08
De
kapitalist en de proletariër.- 09
Majesteiten-
12
Sneuvelen
voor de vrede...- 13
Toch nog
een theocratie..?- 18
De
termijnmarkt- 19
Het gaat
goed met het land..!- 21
Functioneert
de democratie..?- 22
Iedereen
zit in de regen..!- 26
Salonpacifisme- 28
Het 'Klein Duimpje' complex- 29
De
samenleving is gelijk een lichaam- 34
Rechts en links- 35
Doofstomme humanisten en vrijdenkers-
37
De
rituele dans- 39
Met de bijbel opengeslagen- 40
Terug naar: de
Startpagina
ALLEDAAGS COMMENTAAR
" The
beautiful Art of Philosophy "
Bladwijzer: geestelijk
karakter
Jan Vis, filosoof
Wat
zijn we toch democratisch!
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in het
programma van Pizza-TV, op zaterdagavond 5 juli 1997.)
Onlangs (Vorige week) was er dan die Eurotop in Amsterdam.
Behalve de direct betrokkenen, zoals Kok en Van Mierlo, geeft iedereen toe dat
het geen 'top' maar een 'dop' was, en wel een lege. Sommigen spraken zelfs van
een 'flop'. Maar het allermooiste vond ik de opmerking van een klaarblijkelijk
door ons naar Brussel
afgevaardigd gewichtig persoon die dezer dagen voor de radio opmerkte dat een
of ander belangrijk besluit 'op democratische wijze' genomen was. Dat gewichtig
persoon was, vreemd genoeg, wel zo eerlijk om toe te geven dat die
democratische procedure niet zonder meer inhield dat het dùs een goed besluit
zou zijn. Maar hij vond wel dat het volstrekt legitiem was en dat we verplicht
zijn er loyaal
gehoor aan te geven. Als wij het eventueel geen goed besluit zouden vinden,
hadden 'wij met zijn allen' het maar niet op democratische wijze goed moeten
keuren.
Zou je het niet bescheuren van het lachen als je dergelijke onzin hoort? Juist
zo'n politicus zou eerlijker moeten zijn, want door zijn positie weet hij
natuurlijk wel beter. Er wordt helemaal niet democratisch besloten, maar er
wordt door lobbyisten en zakenlieden gescharreld totdat de grote jongens een zo
groot mogelijk deel van de buit binnengehaald hebben. De zwakste partij mag
genoegen nemen met het weinige dat er dan nog overblijft. En uiteraard mag het
volk betalen en niet zo weinig ook!
Maar het gaat mij er nu eigenlijk niet om dat het in het politieke systeem van
het verenigde Europa in ernstige mate aan democratie ontbreekt, zoals
bijvoorbeeld blijkt uit het schandelijke feit dat het Europarlement niet of
nauwelijks macht heeft. Dat is namelijk een zaak van de democratie als formeel
politiek instituut. Voor zo'n instituut gelden bepaalde, wetenschappelijk
uitgevogelde, theoretische criteria. Wat betreft Europa weet iedereen dat
daaraan nauwelijks voldaan is. De europolitici zijn het volmondig eens met de
theorie, maar ze zijn als de dood voor de praktijk. Hun belangen kunnen wel
eens in het gedrang komen!
Maar juist omdat het allemaal maar theorie is durven die politici best wel te
erkennen dat het met het instituut Europa treurig gesteld is. Daaraan kun je
geen buil vallen! Sterker
nog, vaak scoort het eerlijk erkennen van gebreken juist goed bij de kiezers,
die dan in hun onnozelheid denken inderdaad met een eerlijk politicus
van doen te hebben!
Waarom het mij gaat is niet dat Europese politieke instituut. Dat is maar een
armzalig hersenspinsel van een stel managers. Het gaat mij hier om: ook als het
op den duur gelukt de situatie te verbeteren wordt er nog steeds niet
democratisch gehandeld, en wel omdat het aan democratische gezindheid
ontbreekt. Laten we eens kijken hoe het gesteld is met die democratische
gezindheid! Hoe krijgt bijvoorbeeld onze geliefde burgervader (Bram Peper) het
zover dat hij van zichzelf kan zeggen dat hij 'het bevoegde gezag' is? Hoe kom
je in de politiek op een hoge positie? Niet doordat je gekozen bent door het
volk. De mensen kennen je niet eens!
Je maakt in de politiek carrière langs allerlei onnavolgbare wegen, doorgaans
met behulp van allerlei vriendjes die er belang bij hebben. Dan kom je op een
gegeven moment op een lijst te staan. Vervolgens stel je je kandidaat en
tenslotte probeer je de mensen zo gek te krijgen op je te stemmen. Als dat in
voldoende mate lukt heb je het lek boven en kun je de gemeenschap gaan dienen.
Dat is in feite de praktijk, niet alleen in Brussel, maar overal. De vraag is dus: hoe komen
die kandidaten nu eigenlijk op die verkiezingslijsten? En waarom mag er alleen
maar uit die lui een keuze gemaakt worden? En wie bepaalt vervolgens hoe uit de
gekozenen parlementen, commissies en dergelijke samengesteld worden? En waar
vandaan haalt men die figuren die minister worden en regeringen gaan vormen?
Zijn die inderdaad door het volk gekozen? Al deze vragen kunnen niet anders dan
ontkennend beantwoord worden. Er is in feite helemaal geen vrije democratische
keuze!
Werkelijke democratie gaat veel verder dan tot op heden in de zogenaamde democratieën
gebruikelijk is. Men kwalificeert de zaak alleen maar als 'democratisch' op
grond van het feit dat er geheel onderaan, aan de basis en uitsluitend daar,
van enige vorm van verkiezing gesproken kan worden. Dat is te zeggen: de mensen
mogen zoals gezegd alleen maar een keuze maken uit een aantal van tevoren
aangewezen personen. Over zaken mag al helemaal niet gestemd worden, referenda
worden gevreesd als de pest. Er is in feite absoluut geen sprake van ook maar
een zweem van een democratische gezindheid. De dienst wordt uitgemaakt door
personen die voortdurend en uitsluitend bezig zijn zich breed te maken en langs
alle mogelijke en onmogelijke wegen naar boven te werken.
Dat klinkt uitermate cynisch!
Toch zijn het gewoon de feiten. Je behoeft natuurlijk helemaal geen cynicus te
zijn om dit vast te stellen. En je behoeft absoluut geen diepgaande studie van
de zaak gemaakt te hebben om te weten dat besturen, beleid maken, management,
regeren en zo meer louter een kwestie van het veroveren van macht is. En dat
gaat altijd en onvermijdelijk ten koste van de integriteit en de vrijheid van
de medemens.
Macht hebben betekent namelijk dat de ene mens de andere tot een bepaalde
manier van leven kan dwingen. Macht hebben betekent dan vanzelfsprekend ook dat
die ander geen volledige zeggenschap meer heeft over haar of zijn eigen leven.
Maar, als die zeggenschap ontbreekt, hoe wil men dan staande houden dat er
democratie is? Democratie betekent toch dat het volk regeert? En om dat te
kunnen moeten de mensen vrij zijn en dat is in strijd met het onderworpen zijn
aan welke macht dan ook.
Je moet daarbij niet alleen maar denken aan
concrete, als het ware lijfelijk voelbare, externe machten. Er bestaan ook
abstracte machten die zogezegd een geestelijk karakter hebben. Ik denk aan
godsdiensten en andere ideologieën. Daarbij is het net alsof je niet van
buitenaf door iemand anders gedwongen wordt, maar meer van binnenuit. Maar dat
lijkt maar zo. In werkelijkheid zijn die godsdiensten en ideologieën je wel
degelijk van buitenaf ingeprent. Maar dat heb je niet gemerkt of je bent het
vergeten. Misleiding speelt hierbij ook een grote rol, want dat inprenten van
zo'n abstracte macht gaat steeds gepaard met de smoes dat het 'voor je bestwil'
is. Het heet dan een macht ten goede te zijn. Maar,
ook een macht ten goede dwingt tot onderwerping en dus tot onvrijheid. Hoe je
het ook bekijkt, steeds weer blijkt dat de mensen wezenlijk onvrij zijn en
omdat dat het geval is kan er geen echte effectieve democratie zijn.
Zelfs als je erkent dat er tot op dit moment geen betere maatschappelijke
oplossing voorhanden is moet dit keiharde feit volgens mij toch onder ogen
gezien worden. Want als je dat doet, doorzie je zonder moeite al diegenen die
ons willen verlakken met het sprookje dat wij bepaalde besluiten 'met zijn
allen op democratische wijze' genomen zouden hebben.
Zij hebben die besluiten genomen.
En dat hebben zij niet namens òns gedaan, maar uitsluitend om de staatsmacht in
stand te houden.
Wat zijn we toch democratisch...!
loyaal-1 ; loyaal-2
; loyaal-3
Hoera,
straks hebben wij een Verenigd Europa..!
Er zijn in de loop der eeuwen heel wat pogingen ondernomen om Europa te
veroveren. Daarbij ging het steeds om het uitbreiden van de persoonlijke macht
van bepaalde vorsten. We plegen dat 'vorsten' en zelfs wel 'edelen' te noemen,
maar in feite zijn het natuurlijk schurken! Handig geregelde huwelijken,
duistere intriges en wapengeweld waren de middelen om hun doelen te bereiken.
Maar het is nooit echt gelukt Europa in te pikken, hoewel naar het schijnt
Karel de Grote en Karel de Vijfde een heel eind gekomen zijn.
Over het algemeen kun je stellen dat het kenmerk van al deze pogingen de
persoonlijke hebzucht van enkelingen was. Individuen die zich als
'tegenstanders' en 'vijanden' tègenover de betreffende volkeren en staten
opstelden, in die zin dat zij als veroveraars onverschillig waren voor de door
hen onderworpen volkeren, precies zoals een dief wezenlijk niets met zijn
slachtoffers te maken heeft. Hij neemt hun eigendommen zonder meer in bezit.
Het gaat hem om dat bezit en verder niets.
Zo waren er in de geschiedenis tal van schurken die probeerden een zo groot
mogelijk deel van Europa in te pikken, zonder dat zij speciale, min of meer
idealistische, bedoelingen daarmee hadden, behalve natuurlijk het vergroten van
hun macht en hun rijkdommen.
Thans beleven wij wederom een verwoede poging om Europa te veroveren, maar er
is naast een aantal overeenkomsten tegelijkertijd een belangrijk verschil met
dergelijke ondernemingen uit het verre verleden. Dat verschil ligt hierin dat
het streven Europa te veroveren nu van binnenuit en in zekere zin van onderaf
komt, namelijk via een uitgekookt systeem dat 'democratie' genoemd wordt. Er is
nu geen sprake van onverschilligheid voor de onderworpenen maar een zekere onderlinge verbondenheid (solidariteit, lotsverbondenheid, saamhorigheid, gemeenschapszin) door een
groot aantal gemeenschappelijke belangen, uiteraard van leperds die in die
'democratie' boven zijn komen drijven. Dat is een geheel nieuw verschijnsel
dat, zij het in enigszins andere vormen, pas tweemaal eerder voorgekomen is.
Ik denk nu aan de veroveringen van Napoleon aan het begin van de 19e eeuw en
natuurlijk ook aan die van Hitler vanaf
Toch speelden bij Napoleon vrijwel dezelfde bedoelingen, wat meteen al blijkt
uit het feit dat ook hij zich afzette tegen de Angelsaksische culturen. Hij lag
hevig overhoop met de Engelsen en met de Amerikanen die nog maar kortgeleden
zelfstandig waren geworden en in wie het zelfbewustzijn van vrije mensen steeds
sterker werd.
Wat dit betreft meen ik te moeten wijzen op een in mijn ogen misleidende
opvatting die ik voortdurend in de pers tegenkom en die ik ook bij herhaling
door linkse politieke woordvoerders hoor verkondigen. Zij menen namelijk dat
Engeland als vanzelfsprekend behoort bij dat toekomstige verenigde Europa,
waarvoor Wim Kok en zijn kornuiten zich zo inspannen. Maar Engeland hoorde er
historisch niet bij en is ook thans bepaald geen drijvende kracht voor het
nieuwe verenigde Europa. De Engelsen liggen immers almaar dwars en dat is
altijd al zo geweest. Indertijd hebben de Nederlanders menig oorlog met hen
gevoerd en tot aan de tweede wereldoorlog stonden de Europeanen eerder vijandig
tegenover de Engelsen dan vriendschappelijk. Soms wilden die Britten wel wat
met Europa, maar dat had niet veel meer inhoud dan hun oude droom: een wereld
omspannend Groot-Brittannië. Ook met de Fransen hebben de Britten heel wat
afgevochten en, niet te vergeten met de Spanjaarden! Dat is allemaal niet
toevallig. Zeker achteraf kun je vaststellen dat de belangen van de Engelse
cultuur geheel ergens ànders lagen en wel bij de ontwikkeling van een moderne,
op exacte wetenschap en management gestoelde, wereld zoals die inmiddels min of
meer een realiteit is geworden in het huidige, bijna de gehele wereld
omspannende, Engelse taalgebied: de Angelsaksische wereld.
Neen, het gaat in werkelijkheid om de oude veroveraars, Frankrijk en Duitsland.
Zij proberen wederom, maar nu op een eigentijdse manier, Europa te veroveren.
Dat geschiedt thans van binnenuit door zogenaamd democratisch gekozen machtige
burgers en volgens criteria die door de wetenschappen ontwikkeld zijn.
Wapengeweld komt daar niet meer aan te pas en vanzelfsprekend berust de macht
niet meer bij één enkele dictator zoals Napoleon en Hitler dat waren. Nu zijn
het andere schurken die de dienst uitmaken. Zij doen dat natuurlijk in
beschaafd overleg en zij baseren zich daarbij vanzelfsprekend op onafhankelijk
wetenschappelijk onderzoek. Maar intussen wijken hun strategieën niet wezenlijk
af van die van genoemde dictators. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat er
volstrekt geen sprake kan zijn van democratie.
Het is beslist niet toevallig dat het met de democratie in het Verenigd Europa
almaar niet wil lukken. En ook ligt het in de logica dat dit Europa in het
teken van de economische managers zal gaan staan, niet alleen echter omdat er
een lucratieve zaak van gemaakt moet worden. Juist zij moeten de dienst uit
gaan maken omdat zij uiterst doorkneed zijn in een buitengewoon geraffineerd
machtsdenken. Dat berust op een voorstelling van de maatschappij waarin een op
de wetenschappen gebaseerde verticale hiërarchie het machtsmiddel is. Een
systeem dus dat eenzijdig van boven naar beneden werkt. Anders gezegd: volgens
het wetenschappelijke denken kan men niet anders dan de maatschappij als een,
vanuit een onaantastbaar machtscentrum, te beheersen zaak zien, een zaak die
men zo efficiënt mogelijk in zijn macht moet zien te krijgen en te houden.
Voor wetenschappelijk geschoolde elites is dat iets waarmee zij vertrouwd zijn,
het is immers ook voor de wetenschap kenmerkend: het is de bedoeling van de
beoefenaren van wetenschappen de werkelijkheid in hun macht te krijgen teneinde
haar naar hun hand te kunnen zetten. Kennis is in wezen niets anders dan een
zaak die men, door onderzoek en theorievorming, in zijn macht gekregen heeft.
Men kan dan met een grote mate van zekerheid voorspellen wat er gaat gebeuren
als men een bepaald proces in gang zet. En het is dan ook inderdaad een feit
dat 'kennis macht is'. Louter gezien vanuit de wetenschap is dat best in orde,
maar het wordt levensgevaarlijk als een dergelijke mentaliteit ook het
maatschappelijk denken gaat bepalen. De maatschappij en de samenleving worden dan wetenschappelijke objecten
waarvoor absolute voorspelbaarheid de norm wordt en die daardoor in toenemende
mate vervreemd zijn van de realiteit. Zij mogen immers niet langer hun
eigen, ònvoorspelbare gang gaan! Daarvoor is het noodzakelijk dat de gewone
mensen ondergeschikt gemaakt worden, een onderdrukking die zo effectief is dat
veel van die burgers er zelfs argeloos aan mee willen werken.
Het veroveren van Europa geschiedt nu van binnenuit en op wetenschappelijke
wijze en daartegen is nauwelijks kruid gewassen. Het ziet er dus naar uit dat
de oude droom van Napoleon en Hitler eindelijk gerealiseerd kan worden. Wat
intriges en wapenen niet vermochten lukt met behulp van de wetenschap en de
daarop gestoelde economische en politieke systemen.
Interessant is overigens ook het feit dat destijds beiden, zowel Napoleon als
Hitler, ten strijde trokken tegen Rusland. Kennelijk hebben de heren min of
meer aangevoeld dat de Russische cultuur een fundamentele bedreiging vormt voor
hun aspiraties inzake een verenigd Europa. Dat blijkt in de grond van de zaak
geen militaire of economische bedreiging te zijn, maar een culturele. Militair
is Rusland nooit een echte bedreiging voor het Westen geweest en dat geldt, in
strijd met de opruiende verhalen van westerse politici, ook voor de Sovjet-Unie
van na de tweede wereldoorlog.
Het feit dat Rusland na de eerste wereldoorlog communistisch geworden was is
cultureel gezien niet van grote betekenis. Inderdaad had Hitler het er steeds
over dat hij het communisme uit zou gaan roeien en waren er na hem nog wat
verlichte geesten die hetzelfde wilden doen. Daardoor is de indruk ontstaan dat
het iets belangrijks was. Maar het Russische communisme was in feite niet meer
dan een tijdelijke en bij voorbaat al tot mislukken gedoemde manifestatie van
iets dat in de Russen veel dieper ligt en daar gaat het werkelijk om.
Communistisch of niet, de Russische mens met zijn diepgeworteld universeel
besef van broederschap, samenhang en humaniteit is zonder meer gevaarlijk voor
de moderne westerse managers, voor wie alles uit elkaar gehaald moet worden.
Dat analytische westerse denken verbreekt volgens de Russische mens de
werkelijkheid. Volgens Dostojewski is de westerse wereld een 'gebroken' wereld
die in de Russische mens een grote psychische weerstand oproept. De Rus voelt
dat zo sterk doordat in hem de kiem ligt van een volgende culturele fase waarin
het verbrekende analytisch-wetenschappelijke denken niet langer eenzijdig de
maat zal zijn. Niet dat het verdwijnt of afgeschaft wordt, maar wel dat het van
een hoofdzaak tot een, overigens onmisbare, bijzaak worden zal. Een soort van
buitengewoon efficiënt hulpmiddel waarmee men de materiële ondergrond van het
dagelijkse leven in orde kan maken. De hoofdzaak daarentegen is het leven zèlf
en dat laat zich niet uit elkaar halen. Het leven is niet te analyseren, in
formules uit te drukken en te voorspellen. Het westerse denken weet er dus in
feite geen raad mee...
Op het ogenblik lijkt de culturele weerstand van de Russen tegen het Westen
geslonken te zijn zodat de westerse managers menen een kans te moeten wagen.
Het is echter stellig van tijdelijke aard. De huidige chaos in Rusland zal
gemakkelijker tot een hernieuwd 'Russisch gevoel' leiden dan tot de een of
andere vorm van westers management-denken. En helemaal weg is het eigenlijk ook
op het ogenblik niet zoals blijkt uit het gedrag van de Russische machthebbers
die als de dood voor de opdringerige westerse NAVO-fanaten zijn. Het naar Rusland uitbreiden
van de NAVO
zou niet alleen een politieke, maar vooral ook een culturele overwinning van
het Westen zijn, iets wat tot op heden nog nooit echt gelukt is. Weliswaar is
er altijd al in Rusland een westers georiënteerde intelligentsia, maar dat is
in feite maar een uiterst dunne laag die nooit erg veel invloed gehad heeft.
Macht had die intelligentsia wel, maar dat is heel wat anders dan invloed.
Zo hadden tot voor kort de communistische bonzen vrijwel onbeperkte macht, maar
na het instorten van hun Sovjet-Unie bleek zonneklaar dat zij nauwelijks enige
invloed op het Russische volk gehad hebben. En het is dat ongrijpbare volk dat
qua aanleg niets van de westerse analytische mens moet hebben.
Intussen ijveren de westerse managers, met in de voorhoede de meeste
Nederlandse politici, met grote energie voor een nieuw Verenigd Europa. Dat
wordt geen Europa dat als het ware langs natuurlijke weg tot een eenheid
uitgegroeid is, maar een Europa dat door een aantal belanghebbenden bedàcht is.
Zij hebben, met behulp van allerlei wetenschappelijke theorieën en technieken,
een blauwdruk van een groot machtsblok ontworpen. Een machtsblok dat niet meer,
zoals in het verleden gepoogd werd, op de wapenen gestoeld is, maar daarentegen
op economische macht. Zo'n macht is efficiënter dan welke andere vorm van macht
ook. Hij maakt het mogelijk letterlijk iedereen, behalve diegenen die de
touwtjes in handen hebben, in de tang te nemen omdat iedereen immers geld en
goederen nodig heeft om te overleven.
Dat is wat ons in de naaste toekomst te wachten staat. Behalve dat dit ons veel
geld gaat kosten en de afbraak van talloze voorzieningen met zich mee brengt
zal het vooral onze vrijheid zijn die op slinkse wijze in handen gespeeld wordt
van de managers. Zij moeten immers met zekerheid kunnen voorspellen hoe de
maatschappij en vooral de economie reilt en zeilt. Zij moeten kunnen bepalen
wat de burgers doen en laten en ook wat dat voor burgers zullen zijn, stellig
bijvoorbeeld geen verschoppelingen uit de Derde Wereld!
Orde zal er zijn en tucht en ieders leven zal passen in de wetenschappelijk
verantwoorde staalkaart van de managers. Zou er dan toch nog een Brave New
World komen..?
NAVO-1 ; NAVO-2
Van bovenaf gezien
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in het
programma van Pizza-TV, op zaterdagavond 20 september 1997.)
Volg óók s.v.p. de
gele link in het artikel.
Op een keer stond Youp van 't Hek bovenop het Rotterdamse World Trade
Center en naast hem stond een wat oudere Duitser. Youp kon het niet nalaten
tegen die Duitser te zeggen: "Mooi geworden, hè!".
Zij keken vanaf grote hoogte neer op de stad. Het zag er inderdaad allemaal
prachtig uit.
Het is een vaste wet: hoe hoger je komt, hoe mooier onze wereld is. Astronauten
weten te vertellen dat wij een prachtige blauwe planeet hebben, een planeet die
er zo vredig uitziet dat je er graag zou willen wonen...
Maar, je behoeft niet letterlijk de hoogte in te gaan. Je kunt ook hoog op de
maatschappelijke ladder gaan zitten. Zo was er onlangs (deze week) een aantal
hooggeplaatste lieden bijeen om uit te kijken over de polders van Nederland. Prinsjesdag noemen ze
dat. Daarbij las iemand die 'Majesteit' genoemd wordt een verhaal voor waaruit
bleek dat onze polders, gezien vanaf die elitaire hoogte, er schitterend bij
lagen. Het poldermodel had modelpolders opgeleverd! Alom vreugde en
bewondering!
En tenslotte kun je ook nog op een hoge intellectuele top gaan staan. De ivoren
toren van de wetenschappen bijvoorbeeld. Ook dan is alles even mooi en het
functioneert precies zoals dat door de theorieën voorspeld wordt. Niets en
niemand ligt dwars en als dat onverhoopt tòch het geval is, dan is er wel een
nieuwe theorie beschikbaar om dat varkentje te wassen, nou ja, uit de weg te
ruimen.
Als je vanaf grote hoogte naar de wereld kijkt zie je natuurlijk nauwelijks nog
enige details. En naarmate je hoger komt vervaagt alles totdat je tenslotte
alleen nog maar de totaliteit ziet. Die is inderdaad heel mooi, maar helaas is
dat niet de realiteit.
De menselijke realiteit bevindt zich op ooghoogte en dat geldt zowel letterlijk
als figuurlijk. Figuurlijk in die zin dat ook de theorieën, de idealen en het
beleid op ooghoogte behoren te zijn. Het leven van de mensen is geen hogere
religieuze, wetenschappelijke of politieke abstractie, maar een concrete,
practische zaak. Het is een zaak van dagelijkse gebeurtenissen, van ervaringen,
ontmoetingen, lief en leed.
Zie je dan nog die mooie blauwe planeet waar je zo graag op zou willen wonen?
Ik weet zeker van niet.
Als wij ons nu eens even bepalen tot ons dierbare Rotterdam, dan zie je dat die
prachtige St. Laurens omlijst wordt door de smerige àchterkanten van
bedrijfspanden. De toch al verpauperde Hoogstraat keert zijn nog walgelijker
achterkant, met vuilcontainers, stinkende vrachtwagens en stukgetrapte
vuilniszakken precies naar een van de uiterst zeldzame plekjes 'Mooi
Rotterdam'.
Welke hooggezeten dwaas heeft dat goedgekeurd?
Onder de Overblaak scheidt Plan-C zijn smerige drek uit precies daar waar de
mensen op het trottoir lopen.
De eigenlijk zo mooie Jufferkaden langs de Leuvehaven zijn tot criminele
schuilplaatsen verworden doordat destijds niemand er aan gedacht heeft dat je
geen parkeergarages en bergruimten op ooghoogte moet maken, maar woningen en
terrasjes.
Kortom, overal waar je op ooghoogte kijkt, en dus op de praktijk let,
zie je vervuiling en verpaupering. Rotterdam is helemaal niet mooi geworden!
Van dichtbij blijken zelfs de Koopgoot en de Erasmusbrug slecht afgewerkte
armoedige bouwsels te zijn.
Maar het gaat natuurlijk niet alleen over de bouwwerken. Er is ook nog zoiets
als het beleid en de daaruit voortvloeiende regelingen. Zijn die gericht op het
welzijn van de mensen of dienen zij slechts om het systeem te olieën en
productief te maken? In veel gevallen het laatste, want er moet gescoord
worden, de overheidsinstellingen moeten hun bestaansrecht bewijzen. Verzin je
dus op eigen houtje iets waarmee je mensen wèrkelijk kunt helpen, dan rijd je
daarmee onvermijdelijk die instellingen in de wielen.
Dus zegt wethouder Simons tegen dominee Visser dat het niet zo'n goed idee is
als hij, om ze van de straat en uit de criminaliteit te houden, een beetje heroïne
gaat verstrekken aan een aantal verslaafde sloebers. Het recht om zoiets te
verzinnen berust niet bij de mensen van de alledaagse praktijk, niet bij
diegenen die zich inderdaad om hun medemensen bekommeren, maar het berust
ergens heel ver weg en duizelingwekkend hoog bij theoretici die er wat boekjes
en afstandelijke rapporten over gelezen hebben. Het resultaat is armoede en
verpaupering, precies zoals dat met de gebouwen in de stad het geval is.
In onze moderne cultuur zijn wij hard bezig onze praktische wereld van alledag
in te ruilen voor een abstracte theoretische werkelijkheid. Een
wetenschappelijk uitgedachte wereld die gedwongen wordt te beantwoorden aan een
aantal theoretische criteria. Alles, van het ontwerpen van steden en gebouwen
tot en met het maken van beleid is in de eerste plaats een vernuftig
uitgewerkte hersenschim van een paar theoretici die alles vanaf grote
intellectuele hoogte bekijken.
Voor hen is de werkelijkheid zoals ze zich intellectueel kennen laat. Hun
werkelijkheid is een academische, een aangeleerde zaak.
Hoe die zaak er in het echt, op ooghoogte, uitziet is een vraag die pas
veel later aan de orde komt als de plannen uitgevoerd worden. Dan zal blijken
dat de realiteit van alle dag aangepast zal moeten worden aan de plannen. Dus,
niet de plannen aangepast aan de realiteit en de praktijk, maar andersom de
realiteit en de praktijk aan de plannen. Dat zag je onlangs ook weer met die
van Brienenoordbrug. Volgens de deskundigen voldeed hij aan alle theoretische
eisen en dus was hij goed. Alleen jammer dat de praktijk niet deugde: de
vrachtwagens waren zo asociaal om hem kapot te rijden! Het spreekt vanzelf dat
dit een aaneenschakeling van noodoplossingen en lapmiddelen oplevert, zoals
onvermijdelijk bij alle symptoombestrijding. En dat is nu precies wat je
tegenwoordig en in almaar toenemende mate om je heen gebeuren ziet.
De oude zegswijze: "Bezint eer gij begint" is nog steeds waar.
Natuurlijk moet je eerst over de zaken nadenken voordat je aan de slag gaat. Je
moet eerst de theorie raadplegen. Maar meer dan een raadplegen kan en mag het
niet zijn, want de maat der dingen ligt volledig bij de praktijk.
Als je van dat feit doordrongen bent zorg je als architect ervoor dat het afval
van Plan-C niet langs het trottoir kan liggen kledderen en als wethouder let je
er op dat een historische plek rond de Grote Kerk niet de vuilnisbelt van de
Hoogstraat wordt. En je hebt er oog voor hoe je de prachtige
kaden bij de Leuvehaven tot gezellige wandelplaatsen maakt in plaats van
bergingen en luchtgaten voor parkeergarages.
Wij behoeven dan niet op het World Trade Center te gaan staan of de Euromast te
beklimmen om uit de grond van ons hart te kunnen zeggen: "Mooi
geworden, hè!".
Gelul
in de ruimte
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in het
programma van Pizza-TV, op zaterdagavond 18 oktober 1997.)
Afgelopen woensdag (15 oktober 1997) was het dan zover: de Huygens-raket
kon gelanceerd worden en begon zijn zeven jaar durende reis naar Saturnus.
Alles ging goed, dus nu maar afwachten wat hij in de ruimte aan zal treffen.
Op zichzelf is dat reuze spannend want het heelal is toch nog altijd iets
geheimzinnigs dat niet erg goed te bevatten is. Er hangt zelfs een enigszins
religieuze sfeer omheen. Alleen daarom al is het van belang de zaak goed te
onderzoeken!
Het ligt in de aard van de mens om te willen weten hoe het zit met al die
merkwaardige verschijnselen in de kosmos. Voor de mensen geldt dat zij hun
werkelijkheid moeten leren kennen, niet omdat zij daartoe van de een of andere
hogere instantie opdracht hebben gekregen, maar omdat onwetendheid hen totaal
hulpeloos zou maken. Zonder kennis van zaken komt er niets van terecht. Met dat
gegeven in je achterhoofd kun je niet anders dan positief oordelen over die
gigantische onderneming met die raket naar Saturnus.
De zo broodnodige wetenschap moet het van onderzoek hebben, dat is volstrekt in
orde, ook als het veel geld kost. Maar er zijn toch nog wel een paar dingen te
bedenken aan het opgewonden gedoe er omheen. Zo was daar die kwestie met dat
plutonium. Het is natuurlijk een feit dat dat spul extreem gevaarlijk is en dat
men dat maar beter niet toe kan passen. Dat weten alle wetenschappers. Maar,
als het gebruik daarvan dan toch noodzakelijk is, praat er dan niet zo
geringschattend over, zoals die deskundige die de ongerustheid van de milieu-
mensen maar onzin vond. Juist omdat hij beter weet grenst de arrogantie van
zo'n wetenschapper aan het misdadige.
En dan zegt hij tot overmaat van ramp ook nog dat het risico van verbranden in
de dampkring volstrekt te verwaarlozen is. Het zou een kans zijn van een op de
zoveel millioen! Hoe weet hij dat? Hoe rekenen die oplichters dat uit, want er
is immers geen parameter, geen standaard, waaraan dat afgemeten kan worden. Een
ramp gebeurt immers altijd daar waar je hem niet verwacht!
Ik vind het om nog een andere reden verkeerd dat risico's door wetenschappers
en verzekeraars uitgedrukt worden in kansen van een op zoveel. Het is een
geraffineerd zoethoudertje. Het kan immers morgen al mis gaan, want er is een
kans. En die kans blijft altijd bestaan, ook na een week en een maand, een
jaar. Het is pure misleiding om met dergelijke quasi wetenschappelijke verhalen
te komen. En het is nog treuriger dat de mensen daar nog steeds intrappen. Maar
ja, weten zij veel!
Dat gelul in de ruimte over de kansen op een ramp is overigens niet het enige
onzinnige verhaal. Zo zijn daar publicisten die als deskundigen beschouwd
worden omdat zij zowat alle boekjes over astronomie en ruimtevaart gelezen
hebben. Deze botteriken weten te vertellen dat al die ruimtereizen gedaan
worden om binnenkort in de ruimte dependances van de aarde te kunnen gaan
inrichten. Want de mensen moeten de ruimte gaan koloniseren, ontginnen en
nuttig maken! Wat is dat voor flauwekul? Nu het met de mensheid mislukt is moet
er in de ruimte gekoloniseerd worden? Hoe komen zij erbij dat wij in de ruimte
zouden kunnen leven? Het is maar nauwelijks mogelijk om er niet de moord te
steken!
Je moet om te overleven een volslagen onpractisch pak aan hebben en een enorme
ketel met zuurstof op je rug mee torsen. Voortdurend drijf je weg en je kunt
niets aanraken zonder ook dat 'ins Blaue hinein' te sturen. Dan heb je ook nog
de problemen met het eten en drinken en je behoefte doen is al helemaal een
ramp. Lekker met elkaar vrijen vereist een gymnastische bekwaamheid die ver
uitgaat boven die van de Kama Soetra. Kortom, hoe durft men van leven in de
ruimte te spreken? Men moet dan toch helemaal verblind zijn en alleen maar aan
zijn eigen vakgebied denken. Natuurlijk is het schitterend dat wij de ruimte
kunnen verkennen, maar moeten we er dan ook meteen maar gaan wonen? Wat zijn
dat voor dwaasheden?
Maar bovendien: we leven hier op een prachtige planeet waar we al die
technische lapmiddelen niet nodig hebben. Die planeet heeft alles al voor ons
geregeld. Ze is tenvolle in staat om het leven mogelijk te maken. Zouden we
daar dan niet eerst eens mee moeten beginnen? Men fantaseert over het stichten
van kolonies in het heelal terwijl men hier driekwart van de planeet laat
verpauperen en voor verreweg de meeste mensen niet eens een hutje bouwt. Voor
dat zogenaamde leven in de ruimte hebben ze gemakkelijk honderden miljarden
dollars over, maar hier mag het leven van de mensen niets kosten. Nee, ze
willen er zelfs aan verdienen. En dat terwijl de mens aangewezen is op het
leven hier, op deze planeet. Het is deze planeet die zich eens, lang geleden,
omgezet heeft tot een levende planeet. Hier op aarde heeft de materie zichzelf
zover ontwikkeld dat er levende wezens konden ontstaan en tenslotte ook die
dwaas die 'mens' genoemd wordt. Dat verschijnen van die levende wezens was niet
zomaar een toevalligheid, zoals nogal wat nitwits beweren. Het lag daarentegen
helemaal in de lijn der ontwikkelingen. Bepaalde planeten in het heelal maken
een proces van dermate verfijning van de materie door dat het leven niet uit
kan blijven. Je zou kunnen zeggen dat zij 'de reis gehaald hebben', maar in
feite is er natuurlijk niet van een reis te spreken omdat niemand een einddoel
gesteld heeft.
Hoe dan ook, tenslotte is daar dan de mens. Met zijn verschijnen loopt alles
prompt in het honderd, want hij blijkt een eigen wil te hebben. En bovendien
kan hij zijn eigen toekomst bepalen. Dus zou je denken dat hij in staat zou
moeten zijn er wat van te maken, hier op aarde. Dat nu blijkt ijdele hoop! Het
is namelijk onvermijdelijk dat er veel domme eerzuchtige lieden bij zijn, en nu
zijn uitgerekend die het die zonder scrupules hun eigen wil en hun plannetjes
doordrijven. Dom en eerzuchtig, dat is altijd weer gebleken een fatale
combinatie te zijn, vooral omdat hij altijd, ten koste van alles en iedereen,
tot ongebreidelde machtswellust leidt. En nu zou het voor die gewetenloze
machtzoekers het mooiste zijn als zij ook nog eens de ruimte in konden pikken!
Dus worden daar programma's voor ontwikkeld waarbij ze er angstvallig op letten
dat andere, concurrerende, despoten geen voorsprong krijgen. Er was dan ook
jarenlang een wedloop tussen de Amerikanen en de Russen en natuurlijk werd ook
dat weer een prestige kwestie, zoals gebruikelijk onder machthebbers.
Zo gaat het almaar door. Het wetenschappelijk onderzoek wordt niet in de eerste
plaats gebruikt waarvoor het is, namelijk om kennis te verwerven, maar om de
hebzucht van de machtige domkoppen te bevredigen. Die broeien hun plannetjes
uit, terwijl zij ons tegelijkertijd zand in de ogen strooien met hun opgepepte
verhalen over wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen.
Ik zou willen zeggen: trap daar niet in, om hun zin door te kunnen drijven
hebben ze gewoon een nieuw soort godsdienst verzonnen!
Maar, daarvan is als regel alleen maar te zeggen 'gelul in de ruimte'.
Ik heb gezegd.
Wir haben es nicht gewusst..!
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in
het programma van Pizza-TV, op zaterdagavond 15 november 1997.)
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3
; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8
; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Steeds weer opnieuw verbaas ik me er over hoe verschrikkelijk schijnheilig
politici zijn. Voortdurend voeren zij een show op waarin zij het doen voorkomen
alsof zij volstrekt betrouwbaar bezig zijn het land, dat wil zeggen de burgers,
te dienen. Om de indruk te wekken dat zij getrouw hun plicht doen stellen zij
bij alle mogelijke gelegenheden vragen aan de bewindslieden, dus de ministers
en de staatssecretarissen. Zij moeten immers de zaken controleren en er achter
zien te komen wat er gaande is.
Die bewindslieden doen vervolgens of zij die vragen eerlijk beantwoorden. In
feite zeggen zij natuurlijk alleen maar wat in hun kraam te pas komt. Nergens
en nooit bespeur je een serieuze behoefte om, koste wat het kost, de volle
waarheid te vertellen. Het is en blijft een 'doen alsof'. Achteraf blijkt dan
ook herhaaldelijk dat hun voorstelling van zaken duchtig 'bezijden de waarheid'
is geweest. Dat betekent in normaal Nederlands dat er wederom gelogen werd.
Iedereen werkt volop mee aan de show. Zelfs de pers accepteert tegenwoordig
alles wat zij voorgeschoteld krijgt. Als het verhaaltje maar op de juiste
manier gebracht wordt! Dan verklaart men met een groot vertoon van
trouwhartigheid dat het antwoord bevredigend was en dat dus alles in orde is.
Maar in feite is het zelden in orde...
Zo was daar onlangs die kwestie met het terugsturen van gevluchte Iraniërs.
Volgens de betreffende bewindslieden was het volkomen verantwoord om Iraanse
asielzoekers naar hun land terug te sturen. De ambtenaren op de ambassade in
Teheran hadden, doormiddel van een 'ambtsbericht', laten weten dat er geen
vuiltje aan de lucht was en dat die mensen geen gevaar te duchten hadden.
Uiteraard kwam er ook weer een 'deskundige' aan te pas. Die dwaas verklaarde
desgevraagd voor de radio dat bijvoorbeeld christelijke Iraniërs veilig waren
als zij zich maar aan de wet hielden en vooral niet zouden laten blijken
christen te zijn. Je gelooft toch je eigen oren niet!
Ik ben een atheïst, ik heb niets op met godsdiensten, maar ik erken wel
tenvolle het recht van de mensen om er een godsdienst op na te houden. Ik vind
het dan ook buitengewoon schofterig om die christelijke Iraniërs zo'n advies te
geven. Net alsof het redelijk en normaal is om je overtuiging te verloochenen. Ik heb altijd gedacht
dat het juist mooi is om er voor uit te komen.
Maar, tegelijkertijd moet ik helaas constateren dat zo'n laffe mentaliteit
typerend is voor meedogenloze, arrogante bewindslieden die zelf een uitermate
comfortabel leven leiden. Zij generen zich niet om die ongelukkige
vluchtelingen even te vertellen dat je onder een levensgevaarlijk despotisch
regime kunt overleven en hoe je dat zou moeten doen. Omdat zij dat zo precies
weten is er voor hen geen enkel probleem:
Terugsturen die handel!
Uiteraard vonden nagenoeg alle politici die gang van zaken in orde. Er was
immers ook nog een positief 'ambtsbericht'! En bovendien wisten de
bewindslieden te melden dat de teruggestuurde asielzoekers door de ambassade in
de gaten gehouden zouden worden, opdat hen geen leed zou geschieden. Natuurlijk
had men ook daarvoor weer een fraaie term ter beschikking: 'monitoring' noemde
men dat.
Zoals u weet werd er van alle kanten gewaarschuwd. Die Iraniërs zouden helemaal
niet veilig zijn en er waren er al die van de aardbodem verdwenen waren zonder
een spoor na te laten. Onder andere had Amnesty International daar betrouwbare
informatie over. Maar, ook zonder dat kan iedereen weten dat je in Iran je
leven niet zeker bent. Het fundamentalistische Islamitische regime duldt immers geen
andersdenkenden. Daar is het nou net fundamentalistisch voor! Ieder weldenkend
mens weet dat, maar zo niet bewindslieden. Zij hielden stijf en strak vol dat
er geen gevaar was en dat de uitzetting door kon gaan. En de ambtenaren van de
ambassade hadden het nog eens extra nadrukkelijk bevestigd. Trouwens, er werd
toch al lange tijd 'gemonitord'! Alles was prima in orde.
Welnu, dat was het dus niet!
Het bleek dat sommige teruggestuurde asielzoekers in rook opgegaan waren,
inderdaad vooral als het om christenen ging. Als klap op de vuurpijl kwam ook
nog aan het licht dat er door die ambassade helemaal niet 'gemonitord' werd.
Het verhaal van de politici was dus absoluut ònwaar. Het bleek een
aaneenschakeling van verdraaiingen en leugens.
De volksvertegenwoordigers grepen hun kans om zich weer eens voor het volk te
profileren. Er komen immers weer verkiezingen! Dus moest de zaak maar eens aan de Tweede
Kamer uitgelegd worden. En waarmee kwamen de lamzakken, de minister en de
staatssecretarissen? Ze hadden het niet geweten! De juiste uitdrukking daarvoor
is: "Wir haben es nicht gewusst". Hoewel ze allemaal academisch
gevormd zijn hadden ze tot overmaat van ramp ook nog dat ambtsbericht verkeerd
gelezen. Ach, wat jammer nou, voor de minister en zijn kornuiten wel te
verstaan - niet voor die ongelukkige Iraniërs! Die werden uiteraard angstvallig
buiten beeld gehouden.
Nagenoeg de gehele Tweede Kamer nam er genoegen mee. De bewindslieden hadden
nederig hun excuses aangeboden, hun fouten erkend en beterschap beloofd. Meer
konden zij toch echt niet doen, slachtoffer als zij waren van een verkeerde
voorlichting door hun eigen ambtenaren. Dus, zand erover... Slechts weinigen
hebben het absurde van de situatie ingezien. En dan bedoel ik niet die
blaaskaken van het CDA die tegenwoordig een grote mond opzetten, maar die zelf
nog nooit iets anders gedaan hebben dan liegen en bedriegen. Nee, ik wil zeggen
dat er in het algemeen weinig op doorgedacht is. Die mevrouw de staatssecretaris
had al geruime tijd, misschien al wel een jaar, volgehouden dat er 'gemonitord'
werd. Telkens weer had zij dat als argument gebruikt en de Kamer had dat,
zonder overigens zelf de zaak uit te zoeken, voor zoete koek geslikt. Maar, dan
vraag ik mij af: zou er in al die tijd nooit een ambtenaar geweest zijn die
haar zachtjes in het oor gefluisterd heeft: "Mevrouwtje, er wordt helemaal
niet 'gemonitord' want wij willen Iran niet voor het hoofd stoten. Een
bevriende staat, weet u wel". Zou dat gefluister niet tot die o zo
betrouwbare bewindslieden doorgedrongen zijn, terwijl de gehele ambassade en
talloze ambtenaren het wèl wisten? Dat gelooft toch niemand!
Ik durf dan ook rustig te beweren dat het allemaal leugen en bedrog is. Men
zegt gewoon maar wat om zijn eigen inhumane en stuntelige beleid te verkopen.
En bovendien ben ik er zeker van dat de regeringspartijen van tevoren met
elkaar afgesproken hadden welke strategie zij bij deze netelige zaak zouden
volgen. Zij waren het er ongetwijfeld van tevoren al over eens dat er geen
koppen mochten rollen, want de coalitie moest in stand gehouden worden. En dan
hoor je op het nieuws dat 'de meerderheid van de Kamer' genoegen heeft genomen
met de excuses van de betrokken bewindslieden. Flauwekul! Ze hadden natuurlijk
helemaal geen keus. Men heeft gewoon een slim draaiboek opgesteld en dat stap
voor stap afgewerkt! En in dat draaiboek stond dat iedereen verplicht was
geloof te hechten aan de verklaringen van de bewindvoerders.
Zo houd je de waarheid verborgen, de macht in handen en het volk onder de duim.
Dat het zo werkt hebben helaas velen nog steeds 'nicht gewusst'.
Ik heb gezegd.
Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Tweedeling..!
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in het programma
van Pizza-TV, op zaterdagavond 20 december 1997.)
Over een paar dagen is het Kerstmis.
Er wordt dan van ons verwacht dat wij herdenken dat de zoon van god 2000 jaar
geleden geboren zou zijn. Een geboorte overigens die op zichzelf niets
goddelijks aan zich had: de blijde gebeurtenis vond volgens de overlevering
onder erbarmelijke omstandigheden plaats, in een stal in het gezelschap van een
os en een ezel. Dat ging er zo armoedig aan toe omdat niemand er zin in had
zo'n stelletje armoedzaaiers onderdak te verschaffen. En al helemaal niet
terwille van de geboorte van een zogenaamde zoon van god die de wereld moest
gaan redden.
Alleen wat dakloze herders vonden het wel wat. En er waren nog een paar
zweverige goeroe's uit het oosten die er brood in zagen. Dat behoeft je
overigens niet te verbazen. Als het over occulte zaken ging moest je ook toen
al in het oosten wezen. Dus die drie koningen, want daar gaat het over, hoorden
er helemaal bij. Al met al was het een stelletje halvezolen bij elkaar. .!
In grote lijnen is dat de inhoud van dat oude kerstverhaal. Daar is uiteraard
geen touw aan vast te knopen en dus vereist de zaak enige toelichting! Tot op
de dag van vandaag komen dan ook pastoors en dominees en soms ook een enkele
verwarde filosoof opdraven om je duidelijk te maken waar het nou eigenlijk
allemaal over gaat. Het komt er onveranderlijk op neer dat de mensen te dom, te
slecht en te egoïstisch zouden zijn om het goddelijke licht te zien. De
duisternis en daartoe behoren u en ik, heeft het licht niet erkend. Zo heet dat
dan!
Dat zou dus allemaal blijken uit dat kerstverhaal. Maar er zou ook uit blijken
dat er voor ons ook alle reden is om verheugd te zijn, want die zoon van god
had de opdracht om ons te redden van zonde en schuld! Jawel!
Dat is bij nader inzien zo gek nog niet want zo'n gratis dienstverlening is
nooit weg, zeker niet vandaag de dag, nu de paarsen ons tot de bedelstaf willen
brengen.
Het hele gedoe gaat dus in feite over de redding van de mensheid. Zelfs de oude
Germanen zagen dat wel zitten, maar die waren heel wat nuchterder. Zij haalden
er al die onwaarschijnlijke New Age poespas niet bij. Zij vonden gewoon dat de
zon rechtsomkeert maakte en weer naar hen toekwam. Zij hadden het dan over de
Zonnewende, de terugkeer van het licht. Dat licht zou de redding brengen, nieuw
leven in een geheel vernieuwde wereld.
Hoe dan ook, iedereen vond dat de mensen gered moesten worden, want zij waren
kinderen van de duisternis, vol van zonde en schuld. Dat bedacht men niet
alleen destijds, vandaag denkt men er niet anders over. De mensen deugen niet.
Tenzij, tenzij zij zich bekeren en het licht gaan zoeken. En dat licht is
afkomstig van god en dus van een hògere werkelijkheid. Een macht dus die boven
de mensen uitgaat en die precies daarom de absolute maat is. De waarheid, de
rechtvaardigheid, het heil, de liefde, de vrede, de broederschap, de hele
santenkraam is in die hogere maatgevende werkelijkheid te vinden.
Het letterlijk geloven in al dat fraais komt tegenwoordig nauwelijks nog voor,
maar de essentie ervan bepaalt nog steeds in onverminderd hevige mate de
grondslag van onze beschaving.
Die grondslag heeft als kenmerk dat er twee werkelijkheden zijn, namelijk een
hogere spirituele, die goddelijk en goed is, en een lagere stoffelijke, die
slecht is en ondeugdelijk. Het gaat dus onmiskenbaar over een drastische
tweedeling in de werkelijkheid. Een tweedeling die door alles heen gaat. Dat is
niet alleen maar een abstractie, een ongrijpbare gedachte, maar het is voor de
mensen een keihard praktisch feit. Althans, dat is het voor een ieder die bij
de een of andere beschaving behoort, het maakt niet uit welke.
Alle beschavingen kennen iets hogers dat de maat is en er heerst tegelijkertijd
de overtuiging dat
de mensen met hun alledaagse leven tot een làgere orde behoren en in feite
gehouden zijn zich aan het hogere te onderwerpen. Dat komt er natuurlijk op
neer dat hun gehele leven in dienst van dat hogere zou moeten staan. Zij zijn
er zogezegd terwille van het hogere.
Als je nu eens kijkt naar de wereld om je heen dan zie je dat onze hele
samenleving doortrokken is van een opzien naar boven met als onvermijdelijk
gevolg dat er een niets ontziend geworstel en gedrang is om zo hoog mogelijk te
komen. En daarmee gaat natuurlijk samen dat er ook een reactie naar beneden is,
in de vorm van een onverschilligheid voor en zelfs een vertrappen van alles wat
als lager beschouwd wordt: het volk dus, de gewone vrouw en man, de
armoedzaaiers.
Dat hele gedoe is dus niet van vandaag of gisteren. Het is essentieel voor
beschavingen, althans voor zover die alsnog ònvolwassen zijn. Wordt er nu de laatste
tijd weer gesproken van een 'tweedeling in de maatschappij', dan gaat het niet
over iets van deze tijd dat bijvoorbeeld speciaal bij het kapitalisme en de
vrije markt behoort. Het behoort daarentegen bij èlke beschaving!
Maar, je kunt wel opmerken dat deze tweedeling niet altijd even schrijnend naar
voren komt. In sommige perioden en beschavingen ligt hij wat meer op de
achtergrond, uiteraard zonder ooit echt opgeheven te worden. Zelfs tijdens de
korte perioden van broederschap en gelijkheid, zoals tijdens de Franse
Revolutie van 1789 en de Hongaarse Opstand van 1956, is de tweedeling niet
helemaal verdwenen. Terecht zegt men wel eens: "Alle mensen zijn aan
elkaar gelijk, maar de een is meer 'gelijk' dan de ander".
Er is in feite geen gelijkheid. Er is een hogere bovenlaag en er zijn de gewone
mensen die tot de lagere onderlaag worden gerekend. Die onderlaag is intussen
wel het fundament van de samenleving. Alles is daar op gebouwd. Dat betekent
dat zij, die gewone mensen, overal voor moeten zorgen. Zij moeten het werk doen
en van de resultaten daarvan moeten zij het leeuwendeel afstaan aan de
bovenlaag die er vervolgens goede sier mee kan maken. Uiteraard stelt men dat
zo voor alsof dat in het belang van die onderlaag zou zijn, maar niets is minder
waar. Het gaat om het èigen belang van de bovenlaag.
De filosoof Hegel zei het al over de ten onrechte veel geprezen Griekse
democratie van destijds. De Griekse kunstenaars, geleerden en filosofen dankten
hun spiritualiteit en hun onafhankelijkheid aan het zwoegen en sloven van de
onvrije werkers in de arbeidersghetto's van Athene. De Griekse democratie was
alleen maar redelijk, humaan en mooi aan de bovenkant. Beneden was het een en
al doffe ellende!
Het spreekt vanzelf dat de godsdiensten pretenderen de hogere werkelijkheid te
vertegenwoordigen. En hun dienaren staan rechtstreeks onder de allerhoogste,
God genaamd of Jahwe of Allah. Dus, die hebben wel wat te vertellen in deze
wereld! Gelukkig is dat tegenwoordig een stuk minder geworden.
Maar, er is een nieuwe bovenlaag ontstaan, namelijk die van de wetenschappelijk
geschoolde managers. Die zitten in feite nog vaster in het zadel dan de
vertegenwoordigers van de goden, want zij kunnen gebruik maken van het gezag
dat de wetenschap uitstraalt. De juistheid van hun denken en handelen kan
logisch bevestigd worden en dat geeft hen een bijna onbeperkte macht. Dat zij
die macht tegenwoordig op democratische wijze uitoefenen doet natuurlijk aan
deze zaak niets af. Zij kunnen thans op uitermate cynische wijze laten gelden
dat de onderlaag dienstbaar is aan de bovenlaag. Zij kunnen de tweedeling bijna
volledig doorvoeren zonder dat er ook maar iets tegenin te brengen is.
Eigenlijk doet het er niet eens zoveel toe hoever de tweedeling doorgevoerd
wordt. Waarom het gaat is dàt hij er is. De bijna vanzelfsprekende arrogantie
van de bovenlaag is de verklaring voor het feit dat men het volk almaar
zwaarder belast, steeds meer liegt en bedriegt, steeds meer zaken in het geheim
bekokstooft, steeds meer openbare voorzieningen op schaamteloze wijze afbreekt
en tegelijkertijd een onaanvechtbaar redelijk en wetenschappelijk verantwoord
verhaal opdist.
En ook dit wrange onderscheid tussen het theoretische verhaal en de realiteit
bevestigt dat onze wereld het slachtoffer is van een onbarmhartige tweedeling.
Ik heb gezegd.
Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
Ik
ben een kloon..!
(Column, uitgesproken voor de Rotterdamse televisie, in
het programma van Pizza-TV, op zaterdagavond 17 januari 1998.)
Wat werd er dezer dagen opgewonden gedaan over het klonen van mensen. Er was
zelfs een internationale conferentie belegd om een standpunt in te nemen over
deze nieuwe ontwikkeling. Ze waren het bijna allemaal met elkaar eens: het
klonen van mensen moest verboden worden, evenals het onderzoek ernaar.
De Nederlanders waren voorzichtig, zij stemden tegen zo'n verbod, misschien wel
omdat het vooruitzicht van nog meer eendere polderjongens en -meiden hun wel
aantrekkelijk voorkwam. Dan zou het poldermodel helemaal volmaakt gerealiseerd
kunnen worden. Bovendien help je daarmee tegelijk het verwijt de wereld uit dat
je bezig bent een tweedeling in de samenleving tot stand te brengen. Alle
neuzen dezelfde kant uit, allemaal dezelfde wensen en verlangens en dezelfde
maatcostuums. Eindelijk een Brave New World waarin Big Brother gemakkelijk
iedereen in de gaten kan houden!
Er waren er die er niet zo erg van onder de indruk waren. Het zou immers nog
tientallen jaren duren vooraleer een dergelijke techniek betrouwbaar toegepast
zou kunnen worden. Dat schaap dat ze onlangs gekloond hebben was eigenlijk maar
een toevalstreffer waaraan talloze mislukte pogingen vooraf waren gegaan. Dus
voorlopig hoefde niemand zich druk te maken. Wel zou het zonde zijn van al dat
menselijke materiaal dat met die proeven verloren zou gaan, maar ik vind dat
nogal een hypocriet standpunt. Doorgaans maakt men zich niet zo bezorgd om
menselijk materiaal dat verloren gaat. Het enthousiasme om elkaar uit te roeien
is nog steeds behoorlijk groot, zij het dat men er in beschaafde landen een
officiële toestemming voor moet hebben. Hoe dan ook, het zou allemaal zo'n
vaart niet lopen.
Je vraagt je af wat men er aan vindt om menselijke klonen te maken. Men beweert
dat het van belang is om bepaalde ziekten te kunnen bestrijden. Misschien is
dat wel zo, maar het riekt er behoorlijk sterk naar dat dit een smoes is om
zijn gang te kunnen gaan. De ziekten kunnen er dan altijd later nog bij
verzonnen worden. Het is tegenwoordig niet ongewoon dat men een probleem bij
een oplossing gaat zoeken, in plaats van andersom.
Maar, het is natuurlijk wel een feit dat het in de aard van de wetenschap ligt
de dingen uit te zoeken. Doormiddel van het wetenschappelijk onderzoek leren de
mensen de structuur van de werkelijkheid kennen. Dat proces is niet tegen te
houden en je zou het ook niet moeten tegenhouden omdat het onlosmakelijk bij de
mens behoort. Het ligt in de mens besloten dat hij de dingen aan de weet komt,
kennis vergaart. Zo is ook het vergaren van kennis over de erfelijkheid en het
DNA en alles wat daarbij nog meer komt kijken een goede zaak die geheel in de
lijn van de menselijke aard ligt.
Ik vind dan ook dat je onderscheid moet maken tussen het puur wetenschappelijke
onderzoek en de mogelijke toepassingen die onmiddellijk door allerlei idioten
verzonnen worden. En de drukte die er op het ogenblik over gemaakt wordt heeft
juist alles met dit laatste te maken. Niet de wetenschappelijke kennis staat
feitelijk ter discussie, maar de dwaasheden van een stel al of niet
wetenschappelijke gekken. En zoals dat altijd het geval is zien die er ook nu
weer kans toe de hele boel op stang te jagen.
Terecht merkte iemand op dat na verloop van tijd iedereen het gewoon vindt.
Alle nieuwe ontwikkelingen zijn altijd gepaard gegaan met panisch geschreeuw
van lieden die op die manier blijk willen geven van hun warme menselijkheid en
hun zorg om de kwaliteit van het leven. En natuurlijk ook de ethiek die
hooggehouden moet worden. Maar, als je oplet zie je dat al die drukte alleen
maar gemaakt wordt als er weer iets nieuws uitgevonden is. Verder bekommeren
juist die schreeuwers zich niet om ethiek of de kwaliteit van het leven of het
verloren gaan van mensenlevens. Verder gaat het gewoon om de macht en de
economie, wat overigens ongeveer hetzelfde is.
Maar niet alle schreeuwers zijn tegenstanders. Ook de zogenaamde voorstanders
kunnen er wat van. Zij verzinnen alle mogelijke science-fiction achtige
vooruitzichten waarbij zij natuurlijk speculeren op de angsten van de mensen.
De mensen zijn bang om ziek te worden? Aha, dat komt goed uit want doormiddel
van het klonen kunnen allerlei ziekten uitgebannen worden.
De mensen willen niet dood gaan en eeuwig jong blijven? Daaraan kan tegemoet
gekomen worden. Wij klonen gewoon eeuwig jeugdige mensen.
En de machthebbers, de Big Brothers, willen die eindelijk eens hun zin krijgen?
Dat kan want we kunnen een mensheid maken die geheel uit klonen bestaat.
Eindelijk kan de droom van de machtzoekers gerealiseerd worden, eindelijk
kunnen we mensen maken met ingebouwde gehoorzaamheid en een denken dat niet te onderscheiden
is van het zogenaamde denken van de computer.
Maar, als je al die mooie vooruitzichten nu eens nuchter bekijkt, wat is er dan
voor moois aan? Het is natuurlijk niet waar dat mensen straks niet meer ziek
kunnen worden. Waar leven is, is altijd de mogelijkheid tot ontsporing. Waar,
wanneer en hoe dat gebeurt is met geen mogelijkheid te voorspellen omdat iets
wat in beweging is zich nu eenmaal niet voorspellen laat. Je kunt hoogstens
veronderstellen hoe groot de waarschijnlijkheid is dat er zoiets gebeuren zal.
En dan weet je nog lang niet wàt er gebeuren kan. De mens is geen machine, en
dat geldt zelfs voor een kloon.
En verder: wat is er nu zo aantrekkelijk aan mensen die allemaal eender zijn?
Je hebt dan te doen met nog meer van dezelfde galbakken. Want dat het galbakken
zullen zijn staat vast. Als geleerden en machthebbers wat verzinnen is het per
definitie iets onaangenaams. De geleerden komen dan met ijzige rekenmachines
die zij een 'hogere intelligentie' meegeven en de machthebbers met gezagsgetrouwe
ambtenaren. Bovendien klonen zij dan een mens die, qua culturele ontwikkeling,
nog volkomen ònvolwassen is, dus het resultaat kan niet anders zijn dan nog
meer van die kinderachtige, agressieve, hebberige lamzakken! Bepaald geen
prettig vooruitzicht...
Daar komt nog iets bij. Het is volstrekt onmogelijk dat twee verschijnselen
exact hetzelfde zijn. Ook in de techniek gelukt het niet twee producten precies
eender te maken. Er moet altijd rekening gehouden worden met een zekere
tolerantie. Maar, nu gaat het nog maar over levenloze dingen. Als het ook nog
over levende wezens gaat is gelijkheid al helemaal onmogelijk, want dan komt er
ook nog eens bij dat het over beweeglijke verschijnselen gaat. Dat bijvoorbeeld
een-eiige tweelingen identiek zijn is een sprookje dat er alleen maar bij de
lezeressen van de damesbladen ingaat. Toch heb je hierbij te doen met klonen in
de ware zin van het woord. Doordat de natuur dat zelf zo geregeld heeft is de
tweedeling glaszuiver. Laat u echter niet wijsmaken dat die twee individuen
eender zijn. Niets is minder waar. Het zijn volstrekt verschillende mensen, al
moet toegegeven worden dat de grondstructuur van beiden dezelfde is. Het heeft
dus helemaal geen zin om mensen te klonen. Ze kùnnen eenvoudigweg niet eender zijn!
Hoe ik dat weten kan? Ik ben zelf een kloon! Jawel, voor deze camera zit een
loepzuivere kloon en elders loopt de andere helft van dat oorspronkelijke ene
ei rond. Wij lijken op elkaar, maar zijn wezenlijk volstrekt verschillend,
ondanks een gelijke opvoeding onder gelijke omstandigheden.
De beweeglijkheid van het leven heeft onvermijdelijk tot verschillende keuzen
uit oneindig vele mogelijkheden geleid en is zo, al levende, tot verschillende
resultaten gekomen.
Dat lucht even op! Ook al zouden die arrogante dwazen straks een hele mensheid
produceren, strikt volgens vooraf bepaalde criteria, dan nog zouden er geen
twee exemplaren eender zijn, dus zo'n onderneming is al bij voorbaat mislukt.
Maar, als zij de zaak toch weten door te zetten, reken er dan maar wèl op dat
het resultaat beslist uit onuitstaanbare galbakken zal bestaan... Ik heb
gezegd.
Alleen het hogere bestaat echt..!
Bladwijzers: Het geld v/d Burgers
Niet het belang van de burgers staat centraal agressie- gezag- macht
Column voor een recente bijeenkomst.
Volg óók s.v.p. de
gele link in het artikel.
Onlangs, bij een debat in de Kamer, slaakte een
staatssecretaris de kreet: "Wat de Kamer wil kan niet doorgaan, want ik
weet niet waarvan ik dat zou moeten betalen". Het ging over een of andere
regeling die door vrijwel alle volksvertegenwoordigers verlangd werd. Maar,
mevrouw de staatssecretaris weigerde er op in te gaan. Zij had er blijkbaar,
net als trouwens al haar collega's, niet het flauwste idee van dat het niet
ging over haar eigen geld, maar over dat van de burgers en dat die dus bepalen
hoe en waaraan het uitgegeven moet worden. Zij maakte van een zaak van
de burgers, een zaak van de overheid. Dat gebeurde met een gemak en
vanzelfsprekendheid alsof die twee, burgers en overheid, hetzelfde
waren. Doorslaggevend was blijkbaar het belang van haar eigen management.
Het werkelijke belang was niet in tel.
Bij de Posterijen vertoont zich hetzelfde. Uit een bepaald onderzoek bleek dat
dit bedrijf almaar bezig is met het verwezenlijken van plannen om ook in
Europees verband zo groot mogelijk te worden, uiteraard op de moderne manier
door het opkopen van alle concurrentie.
De Raad van Bestuur (of hoe dat managers-clubje heten mag..) gevoelde zich
zwaar op de tenen getrapt toen zij erop gewezen werd dat het feitelijk haar
enige taak was om de post behoorlijk te bezorgen. Maar juist dàt ging niet zo
best, want niet minder dan 8% van de poststukken raakte kwijt of kwam veel te
laat op zijn bestemming.
Een directielid verklaarde echter ijskoud: "Als wij werkelijk àlle post
goed zouden bezorgen moest een postzegel minstens f. 1.50 kosten". Onzin
natuurlijk! Er is immers wel geld voor allerlei peperdure manipulaties om de concurrentie buiten
spel te zetten, en trouwens ook voor topsalarissen die elk verband met de
realiteit missen.
Het zijn niet alleen de Posterijen die zo met het geld van de burgers omgaan.
Banken en verzekeringsmaatschappijen kopen links en rechts bedrijven op en
fuseren naar hartelust. Dat bleek ook weer bij de overname van die Belgische
bank. Waar haalt Fortis die miljarden vandaan? Ongetwijfeld hebben zij die van
de burgers afgetroggeld, zoals gewoonlijk met het zielige verhaal dat de kosten
te hoog werden om de cliënten nog langer zogenaamd gratis diensten te verlenen.
Een gemeentelijk bureau voor het verstrekken van werk aan werklozen (heet dat
nog steeds Arbeidsbureau?) bleek als beleid te hebben om zonder meer àlle
werklozen aan het werk te krijgen. Dat lijkt prachtig! Maar wat bleek al
spoedig?
Het ging er om het eigen bestaan veilig te stellen. Het maakte dan ook niet uit
of die werklozen voor het aangeboden werk geschikt waren, als zij maar gedwongen
konden worden om aan de slag te gaan. Het smoesje is bekend: zij moesten
zelfstandig worden en niet langer 'op kosten van de gemeenschap' leven. Een van
de goedbetaalde ambtenaren van dat bureau geneerde zich niet tegen een argeloze
client te verklaren dat "zijn dienst moest scoren om de landelijke norm te
halen, op straffe van privatisering of opheffing".
Daarom probeerde men, in dit geval, een vrijwilliger met sociaal buitengewoon
zinvol en bevredigend werk in een kinderziekenhuis een totaal ongeschikte job
als bewaker in een parkeergarage op te dringen. Men vond: "Er moet
eindelijk eens wat gedaan worden".
Bekend is intussen dat de ARBO-diensten de hielen likken van de werkgevers en
bijgevolg ook ijverig bezig zijn om zo hoog mogelijk te scoren. Zij proberen
zelfs arbeidsongeschikte stakkerds in de een of andere job te frommelen. Hoe
beter de resultaten hoe meer opdrachten van het bedrijfsleven en dus hoe
zekerder het voortbestaan van de 'dienst'.
Een dienst die overigens geen enkele dienst levert, maar uitsluitend een
virtueel product van bovendien ook nog een abominabele kwaliteit.
Zelf heb ik enkele jaren geleden in een vereniging meegemaakt dat een
voorzitter van een zojuist door mij ingestelde commissie het bestond om te
verklaren dat het zijn taak als voorzitter was de belangen van die commissie te
behartigen en te verdedigen. Kennelijk had hij, afkomstig uit de
managerswereld, er geen flauw idee van dat het nu juist de taak van die
commissie en hemzelf was de belangen van de leden van de vereniging te
behartigen. Precies zoals die vereniging en haar bestuur er ook zijn ten
behoeve van de leden en niet andersom.
Dit zijn maar een paar voorbeelden.
We hebben te doen met een eigenaardige
òmwaardering van de realiteit. Niet het belang van de burgers staat centraal,
maar als vanzelfsprekend dat van de bovenlaag. Dat zijn de overheden die geacht
worden de managers en behoeders van de samenleving te zijn. Als het met die
overheden in orde is, wordt de samenleving(zie nr.34)
vanzelf ook in orde gevonden. Alles is er dan ook op gericht die bovenlaag in
stand te houden en tegenwoordig poogt men zelfs die te versterken.
Zonder zo'n machtige bovenlaag komt er van de wereld niets terecht, zo meent
men stellig te weten. Men is ervan overtuigd dat de mensheid zèlf niet in staat
is haar bestaan te ordenen en dat er dus 'overheden' nodig zijn om er,
uiteraard voorzien van een rijke hoeveelheid wijsheid, nog iets van terecht te
brengen. Met grote achteloosheid wordt voorbijgegaan aan het onmiskenbare feit
dat juist deze overheden voortdurend de plank misslaan en, erger nog, zelfs in
een groot aantal gevallen de oorzaak zijn van armoede, afgunst, moordzucht en
verschrikkelijke slachtpartijen.
Het is net alsof dergelijke feiten nog nooit boven water zijn gekomen en alom
bekend zijn.
Dat bijvoorbeeld de heer Soeharto zich schaamteloos heeft verrijkt aan de
armoedzaaiers van Indonesië is voor de leidende bovenlaag beslist geen reden om
hem uit het gezelschap van de managers dezer wereld te weren. Men gaat graag
met hem om! Pas wanneer een aantal zaken niet langer toegedekt kan blijven
neemt men afstand van hem, onder schijnheilige uitingen van verontwaardiging.
De heer Ceaucescu werd door onze opperste bovenlaag, de koninklijke familie,
als een vriend beschouwd, zelfs toen iedereen allang wist met een gigantische
schurk van doen te hebben. Ook hij was trouwens zo ongeveer overal welkom.
Zo zijn er talloze voorbeelden waaruit blijkt dat de overheden met elkaar een
soort van clan vormen en met zijn allen een grote mate van onaantastbaarheid
genieten, uitsluitend en alleen omdat zij 'overheden' zijn.
Eigenlijk zegt het woord al genoeg: overheden zijn
vertegenwoordigers van 'het hogere'. Regeringen, managers, voorzitters, raden
van bestuur, ambtenaren, zij en vele anderen koesteren zich in het zonnetje van
'het hogere' en ontlenen daaraan gezag en macht. Gezag
omdat zij aanspraak maken op kennis van zaken en absolute juistheid van
inzicht. Macht omdat zij voor zich het recht kunnen opeisen hun wil aan anderen
op te leggen.
Op zichzelf zou dat misschien zo erg nog niet zijn. Zij hebben immers het
volste recht zichzelf en hun kliek belachelijk te maken! Maar, evenals het
geval is met alles wat op een fictie berust en wat niet in de realiteit gegrond
is, kan ook dit soort zaken niet vanuit zichzelf en zonder forceren in stand
blijven. Die overheden laten zich bijgevolg voortdurend en op een agressieve
manier gelden, want zij moeten zichzelf almaar bewijzen om zich te kunnen handhaven.
Daarbij wordt uit de aard der zaak geen enkel middel geschuwd, juist omdàt het
in feite allemaal nergens op slaat.
Welk middel overheden onder omstandigheden ook kiezen, het is logischerwijs
volstrekt uitgesloten dat er ooit iets humaans bij is. Lieden die zich op grond
van een niet-bestaande hogere werkelijkheid gezag en macht
aanmeten en beweren tot een overheid te behoren, kunnen per definitie niet ècht
deugen, niet omdat zij per se als persoon, in het gewone dagelijkse leven,
inhumaan zouden zijn, maar omdat het stelsel waarin zij opereren van geen
kanten deugt.
Het is een stelsel dat uitsluitend zichzelf op het oog heeft...
Zie nog eens: De samenleving, vertaald
naar onze wereld (Zie bladwijzer: De samenleving,
vertaald naar onze wereld)
De kapitalist en de proletariër
Column
Een heleboel mensen klinkt het nog steeds als muziek in de oren als
de kapitalist in ongunstige zin tegenover de proletariër gesteld wordt. Het
wordt zelfs hemelse muziek als deze tegenstelling ook nog inhoudt dat de
kapitalist tot de slechterikken gerekend wordt en de vernederde en vertrapte
proletariër tot de goeden en onschuldigen.
O, wat voelen al die tobbers, die zo lang geleden al de boot gemist hebben, wat
voelen die zich daarbij groeien! Zij worden weer eens gesterkt in hun zekerheid
aan de goede kant te zitten. Wat dit betreft loont het de moeite eens oude
socialistische periodieken door te bladeren. Je komt dan steeds de stereotiepe
kapitalist tegen: met een dikke buik waarop de zware gouden horlogeketting
rust, een enorme sigaar in de wrede mond en valse hardvochtige ogen in de kop.
En tegenover hem staat een broodmagere arbeider, in vuile afgedragen kleren en
vaak omringd door een heel stel even armetierige koters.
Maar, er gloort hoop..!
Dan staat daar de ontwaakte zelfbewuste arbeider, hoog voorhoofd, keurig
geschoren, wilskrachtige kaken en een lichaam als van een zwaargewicht bokser.
Van zo'n Übermensch is natuurlijk geen kwaad te verwachten. Als hij het straks
voor het zeggen krijgt zal de wereld er een stuk beter uit gaan zien. De
ongelijkheid zal verdwijnen en rechtvaardigheid zal alom de maat zijn. Je kunt
zelfs wel zeggen dat hij de nieuwe Messias is..!
Maar, o bittere teleurstelling, als deze Messias in de huidige maatschappij de
kans krijgt boven zichzelf uit te stijgen, wat zie je dan? Zie je dan die
nobele proletariër die zich duidelijk en onmiskenbaar als een redelijk en goed
mens laat gelden en die nu eindelijk eens wat anders laat zien dan plunderen en
uitbuiterij? Zien we dan een vredelievend mens die niemand tekort wil doen en
die zijn best doet om zo eenvoudig mogelijk te leven, met alleen datgene wat
hij ècht nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn? Kortom, zie je dan een behoorlijk
mens?
Neen, je ziet een klein achterbaks, burgerlijk en benepen tirannetje die zijn
ongeneeslijke besef van minderwaardigheid probeert te compenseren door zich nu
onverdroten als een echte niets ontziende kapitalist te gedragen. Dus
manifesteert hij zich zoals hij zich voorstelt dat zo iemand zich gedraagt.
Volgens hem heeft een kapitalist gouden kranen in zijn badkamer, drie of liever
nog vier peperdure automobielen, een zeewaardig jacht met een echte kapitein en
de vrije beschikking over een aantal bloedmooie meiden. Vervolgens zou de
kapitalist overal een voorkeursbehandeling genieten omdat hij iedereen en alles
naar zijn hand kan zetten en om kan kopen. Tenslotte zou hij ook nog vrijelijk
over leven en dood van anderen kunnen beschikken, liegen en bedriegen dat het
een aard heeft en de wet naar hartelust verkrachten. Aldus ziet de proletariër
in het diepst van zijn hart zijn aartsvijand, de kapitalist. En min of meer
bewust volgt hij dat beeld na en probeert net zo te worden. Want eigenlijk vindt
hij het wel wat..!
Zo geeft hij dan inhoud aan zijn eigen kapitalisme, waarbij duidelijk is dat
hij slechts zijn treurige frustraties als de maat gesteld heeft. Als voorbeeld
kunnen de huidige en vroegere marxistische machthebbers dienen. Het is opmerkelijk
hoezeer zij aan dat patroon voldoen, zoals inmiddels bij herhaling gebleken is.
Zij vormen helemaal geen incidentele uitzonderingen die op een zeker moment hun
eigen proletarische idealen verraden hebben. Zij laten daarentegen ten voeten
uit zien hoe hun denken over zichzelf en de mensheid wezenlijk is, namelijk
benepen, armoedig, achterdochtig, jaloers en tiranniek. En het is bovenal een
onvoorstelbaar hoogmoedig denken, zonder ook maar de geringste waardering voor
de gewone mensen. Precies het denken van een karakterloze afgunstige
lakeienziel.
Zijn dit harde woorden?
Inderdaad, dat zijn het! Maar ze zijn nodig want het wordt hoog tijd dat het
gros van de idealisten en denkers eens in gaat zien dat de figuur van de
traditionele proletariër niets anders is dan de mens als slaaf. Komt deze slaaf
gaandeweg hogerop, dan is hij nog altijd een slaaf, en wel typisch een hogerop
geklommen slaaf, met alle waanvoorstellingen over de meester die hem
onvermijdelijk eigen zijn.
Niet dat die meester nu zo'n beste is! Maar de voorstelling die de slaaf van
hem heeft deugt niet in het minst. Het is namelijk om een geheel andere reden
dat die meester, de rasechte kapitalist, niet deugt. Natuurlijk zijn daar zijn
tomeloze hebzucht en zijn machtswellust, maar kwalijk is vooral dat hij het
leven van zijn medemensen niet onvoorwaardelijk wenst te erkennen en te
respecteren. Het eenzijdig nastreven van particuliere belangen is kenmerkend
voor het kapitalisme en dat is nu precies wat het tot een zaak van de alsnog
ònvolwassen mens stempelt.
Vanaf het moment dat de proletariër inziet dat hij noch een slaaf, noch een
kapitalist is, maar een vrij en volstrekt onafhankelijk kosmisch verschijnsel
en zelfs het meest verfijnde organisme dat er is, vanaf dàt moment gaat hij
beginnen aan het ontwikkelen van zichzelf als de waarachtige individu. Zelfs
zijn aanvankelijk onvermijdelijke particuliere gedoe heeft dan hoegenaamd niets
meer van het armoedige en benepene van de slaaf, die hij eens was. Hij is dan,
zoals het lied zegt, op zijn vierkante meter een vorst . Terecht wees de
filosoof Jan Börger (1888-1965) er voor de oorlog zijn toehoorders al op dat
het feitelijk alleen maar nodig is dat de mensen zich realiseren dat de wereld
hùn aller wereld is en zich vervolgens getrouw daarnaar gedragen. Zo is het,
maar opgemerkt moet onmiddellijk worden dat dit per se niet betekent dat zij op
de een of andere manier de macht moeten gaan veroveren. Dat verandert namelijk
niets wezenlijks aan de situatie. En het betekent ook niet dat zij zich zouden
moeten verenigen om zo de macht van het getal te laten gelden. Het gaat immers
niet over een kwantitatieve maar over een kwalitatieve zaak. Die kan alleen
maar door een ieder op individuele wijze gerealiseerd worden. Maar inderdaad is
dat voor de meeste arme sloebers geen gemakkelijke opgave. Daarbij vergeleken
is het tegenwoordig gebruikelijke politieke massa-gedoe, met zijn holle
praatjes en kinderachtig dingen naar de gunsten van het publiek, alleen maar
laag bij de gronds, de vrije mens onwaardig..!
DE WERELD OP
ZIJN KOP..!
Column bij verkiezingen
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Volg óók s.v.p. de
gele link in het artikel.
Bij alle mogelijke gelegenheden wordt er door overheden en politici
op gewezen dat burgers "rechten en plichten" hebben. Zo werd er
onlangs, bij het naderen van de verkiezingen, in alle ernst door een aankomend kamerlid
beweerd dat het een groot goed is dat wij "het recht" hebben om deel
te nemen aan het bestuur en dat het daarom van groot belang is om te gaan
stemmen. Zo'n opmerking roept nauwelijks verzet op bij de meeste mensen.
Kennelijk doorzien zij er de dubbele bodem niet van. Dat is jammer, want zo'n
uitspraak steunt onmiskenbaar op een verkeerde voorstelling van zaken. En dat
niet alleen bij politici, maar ook bij de gewone mensen.
Het is wat dit betreft leerzaam om eens even naar het verleden te kijken. Aan
het prille begin van de Middeleeuwen waren er overal in West-Europa kleine
boeren-democratiën. In de dorpen en gehuchten maakten de mensen onder elkaar
uit wat er gedaan moest worden en wie daarbij de leiding zou hebben. Het
spreekt vanzelf dat er altijd wel figuren bij waren die de baas wilden spelen,
maar doorgaans kregen die de lengte niet om hun asociale gedrag door te zetten.
In feite was er niemand de baas en diegenen die incidenteel speciale volmachten
kregen hoefden het niet te wagen daar permanente van te maken. Zij kregen van
hun dorpsgenoten alleen maar het recht een bepaalde zaak te regelen, niet meer
en niet minder. De verhoudingen lagen dus zo dat de dorpelingen rechten gaven
aan enkele personen. De gezamenlijke dorpelingen vormden het hoogste gezag.
Dit is de situatie zoals hij wezenlijk behoort te zijn. De werkelijkheid loopt
immers niet uit in een elite die uit een aantal leden van een superieure
bovenlaag bestaat, maar in het volk als een verzameling zelfstandige
individuen. Het ligt in de logica dat dat volk zichzelf bestuurt, net zoals ook
je lichaam zichzelf bestuurt. Met dit als uitgangspunt kan het volk, met het
oog op een goed bestuur, bepaalde mensen een mandaat geven om een zaak of een
aantal zaken te regelen. Dat regelen moet uiteraard in het algemeen belang
gebeuren en in geen geval in het belang van zichzelf of een bepaalde elite.
Natuurlijk zijn hierop tal van variaties mogelijk, maar onder alle
omstandigheden is en blijft het volk basis en uitgangspunt van de zaak.
Wat gebeurde er echter al spoedig na het begin van de Europese Middeleeuwen?
Als uiting van een uiterst pril, primitief en egoïstisch individualisme gingen
enkele onverlaten zich onttrekken aan de sociale samenhang en uitsluitend
zichzelf als de maat stellen. Dat geschiedde bepaald niet zonder geweld. In
feite waren het roofridders, plunderaars en brandstichters, dus zonder meer
pure misdadigers. Men zou hen "sociale misdadigers" kunnen noemen
omdat hun wangedrag
rechtstreeks tot maatschappelijke veranderingen leidde. Deze veranderingen zijn
tenslotte in onze hedendaagse maatschappij uitgelopen. Genoemde "sociale
misdadigers" begonnen zich als machthebbers te laten gelden en het volk te
verplichten zich te onderwerpen. Gaandeweg ontwikkelde dat wangedrag zich tot een
alles overheersend machtsstelsel dat na verloop van tijd zo ingeburgerd raakte
dat niemand zich meer kon herinneren dat het ooit anders was geweest.
Het is ten enen male uitgesloten dat de mensen enig benul zouden hebben van de
fundamentele humane verhoudingen. Zij konden absoluut geen erg in die
ontwikkelingen hebben omdat zij zelf, min of meer onbewust, ook wel wat zagen
in het hebben van macht. De Europese cultuurmens heeft immers de aanleg tot
individualisme en dat begint met het verbreken van de sociale samenhang. Dat
gaat gepaard met het zichzelf centraal en superieur stellen en de behoefte aan
macht. Dus, dat machtsstreven van de "sociale misdadigers" vond een
vruchtbare bodem in de westerse wereld. Daar komt dan ook nog bij dat de
Europese cultuurmens de werkelijkheid opsplitst in een hogere, goddelijke, zaak
en een lagere alledaags stoffelijke, waarbij de macht vanzelfsprekend bij dat
goddelijke behoort. Machthebbers willen dan ook graag verklaren dat zij hun
macht "bij de gratie Gods" verworven hebben. Dat klinkt bovendien
heel wat onschuldiger dan de erkenning dat hun macht in feite op list, bedrog,
roof, tirannie en geweld gebaseerd is. Kortom, op misdaad...
We zijn nu in een omgekeerde wereld terechtgekomen, een wereld waarin
misdadigers, althans asociale elementen, het voor het zeggen hebben en het volk
gedwee af moet wachten. Dat volk verleent niet langer rechten aan bepaalde
personen, maar de machtige elite doet dat voortaan. Sterker nog, het volk is nu
bij voortduring genoodzaakt de elites onder druk te zetten om hen bepaalde
voorrechten af te dwingen, vaak zelfs met allerlei vormen van geweld. De gewone
mensen verkrijgen geen "privileges" door het vriendelijk te vragen.
Maar, zelfs dat geweld wordt door die elites gereglementeerd. Zo mogen
stakingen vaak wel, maar verzet en opstanden niet en het is al helemaal
verboden het recht "in eigen hand" te nemen. Uitsluitend de elites
bepalen wat recht is en wat niet.
Het is net of dit verhaal tegenwoordig niet meer opgaat. Zo zonder meer ervaren
wij de machthebbers niet meer als misdadigers, zeker niet als zij op een
zogenaamd "democratische" manier gekozen zijn en almaar redelijk
klinkende verhalen vertellen. Maar vaak slaat toch de twijfel toe als weer eens
blijkt dat wij met grote regelmaat bedrogen worden, neen, zelfs als règel
bedrogen worden. Steeds blijken er duistere manipulaties gaande te zijn, die
het daglicht niet kunnen verdragen. Er worden geheime verdragen gesloten,
bijvoorbeeld over vliegtuigen die dagelijks met een gevaarlijke lading over ons
hoofd vliegen en oorlogsmaterieel dat via onze havens verscheept wordt. Als er
al eens een parlementair onderzoek komt blijken de politici en hun kornuiten
almaar te liegen en te draaien en bovendien zijn zij meesters in het vergeten.
Er blijkt absoluut geen benul meer te zijn van wie er nu eigenlijk de dienst
behoort uit te maken. Nog onlangs zei een bestuurder tegen wijkbewoners dat
niet zij hadden te bepalen wat er wel of niet gebeuren moest, maar dat alleen
hij dat deed! Hij meende dat hij die macht had omdat hij democratisch gekozen
zou zijn. Anderen gaan met òns geld om alsof het hun bezit is en alsof zij er
als enigen zeggenschap over hebben.
En wat te denken van die Franse ministers die willens en wetens toegelaten
hebben dat honderden mensen zwaar besmet bloed toegediend hebben gekregen? De
heren werden nota bene door de rechtbank vrijgesproken en bij een ervan werd
opgemerkt dat hij al genoeg geleden zou hebben door de publiciteit rond zijn
persoon. Alsof de slachtoffers er niet oneindig veel slechter voor staan en
niet nog steeds verschrikkelijk lijden. Uit zo'n voorval blijkt zonneklaar dat
de politieke bovenlaag stevig in de "sociale misdadigheid" geworteld
is.
De wereld is op zijn kop komen te staan. Dat proces heeft zich in de vroege
Middeleeuwen voltrokken en sindsdien heeft de zaak zich almaar steviger
genesteld in de samenleving, of beter: bòven de samenleving. Zoals gezegd
realiseren de burgers zich over het algemeen niet dat de zaken zo liggen.
Doorgaans denken zij dat zij er een stuk beter voor staan dan de Middeleeuwers,
maar daarin vergissen zij zich deerlijk. Qua onaantastbaarheid van de persoon
staan zij er zelfs aanzienlijk slechter voor. De enige verbetering zou
eventueel kunnen zijn de wijze waarop bepaald wordt wie de macht krijgt
toegewezen, namelijk niet meer op grond van afkomst en rijkdom, maar op grond
van hogere wetenschappelijke opleiding, gevolgd door succesvolle politieke
manipulaties. Dat houdt in dat lieden met honger naar macht zich omhoog kunnen
trappen, daarbij gesanctionneerd door kiezers die op bedrieglijke wijze zijn
overgehaald er hun goedkeuring aan te hechten. Het zijn dan ook precies de
verkeerden die boven komen drijven, namelijk tirannieke "sociale misdadigers".
Uiteraard zijn er lieden bij die in hun soort beter zijn dan de rest, wellicht
zijn er zelfs integere mensen bij, maar te allen tijde blijft overeind staan
dat de
soort niet deugt. Mensen die behoefte hebben aan macht willen
over hun medemensen heersen. Daarmee zetten zij de wereld op een misdadige
manier op zijn kop...
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
NU HEIDEGGER NOG...
Column voor een kunst-magazine
Nu er de laatste tijd allerlei minder bekende geschriften van
Wittgenstein het daglicht zien valt het op dat bij menigeen van de waardering
voor deze filosoof weinig overblijft. Van verschillende kanten hoor ik dat men
het eigenlijk allemaal maar geleuter en gezwets vindt en dat het een raadsel is
waarom deze man zo populair bij het denkende volkje geworden is. Ik ben er
zeker van dat zijn academische status daar een grote rol in speelt en misschien
ook wel de omstandigheid dat hij uit een onvoorstelbaar rijke en machtige
familie stamt.
Voor de goede orde stel ik meteen dat ik die nieuwe uitgaven nog niet gelezen
heb en dus nog niet werkelijk in staat ben te beoordelen of ik het met die
teleurgestelde fans van Wittgenstein eens kan zijn. Maar wat ik wel kan
beoordelen is de Tractatus logico-philosophicus van Wittgenstein die ik
in de loop der tijd wel nagenoeg geheel doorgeploeterd heb. Daarbij heb ik mij
voortdurend, soms in ernstige vertwijfeling, afgevraagd hoe dergelijke wartaal
de denkers zo heeft kunnen begeesteren. Voorzover ik enigszins kan achterhalen
waarover het gaat vind ik zijn gedachten aan alle kanten rammelen en vrijwel
steeds niet boven het niveau van het intrappen van open deuren uitstijgen. Zo
is zijn gerommel met de filosofie als een soort van taal-analyse voor mij
volstrekt onacceptabel.
Maar wat mij het meest ergert is het afschuwelijk kromme taalgebruik. Dat is op
zichzelf al een ramp. Eigenlijk is zulk taalgebruik een belediging voor degene
die er kennis van moet nemen. Ik vind het een arrogante miskenning van de
lezer. Het is daarmee net als met een onleesbaar handschrift, waarmee sommige
egoïstische briefschrijvers je kwellen. Zij realiseren zich blijkbaar niet dat
schrijven een belangrijke vorm van communicatie is. Dus, als men iets mee te
delen heeft behoort dat leesbaar en in een gangbare, dus begrijpelijke, taal te
zijn, verwoord in normale zinnen en met algemeen bekende begrippen. Bij het
nieuws op de televisie staat men toch ook niet onverstaanbaar te brabbelen en
in de kranten wordt toch ook zo helder mogelijk geschreven. Aankomende
journalisten worden daar zelfs zwaar in getraind. Maar kennelijk mogen
filosofen naar hartelust koeterwaals spreken.
Een belangrijke oorzaak van dit kwalijke verschijnsel is dat de hedendaagse
filosofen zichzelf tot wetenschappers opgewaardeerd hebben, geheel naar de
eisen van de moderne tijd. Die zelfverheffing wordt ingegeven door de behoefte
voor vol te worden aangezien. In de verte vermoeden zij terecht dat de
filosofie in de grond van de zaak niets met wetenschap te maken heeft en dus
volgens hedendaagse begrippen helaas niet erg betrouwbaar is. Dat roept ter
compensatie de behoefte aan een gedegen wetenschappelijke status op. Uiteraard
behoort daarbij een wetenschappelijke vaktaal die op zichzelf al een hele
studie vereist om begrepen te kunnen worden. Het hanteren van die specialistische
geheimtaal gaat nu functioneren als bewijs dat het denken van de filosoof
uitermate diepzinnig is. Maar het is, net als de taal van de godsdiensten,
uiteindelijk allemaal magie die noch in filosofische, noch in wetenschappelijke
zin enige houdbaarheid bevat.
Filosofie is in feite geen wetenschap. Dat is de oorzaak van het falen van de
moderne filosofie. Het is in alle opzichten een kunst en daaruit volgt het al
genoemde vereiste dat de taal waarin de filosoof zich uitdrukt op zichzelf en
zonder speciale training verstaanbaar moet zijn. Ook een kunstwerk moet
onmiddellijk verstaanbaar zijn, want de kunsten zijn er niet voor specialisten
maar voor de mensen, al zou je dat tegenwoordig niet meer zeggen. Dat betekent
overigens niet dat een ieder het kunstwerk zonder meer kan waarderen. Zo houdt
ook de vereiste verstaanbaarheid van de filosofie niet in dat iedereen haar
zomaar kan begrijpen, maar de uitdrukkingsvorm mag in geen geval voor dat
begrijpen een beletsel vormen.
Behalve de behoefte een diepzinnige indruk te maken en een wetenschappelijke
status te claimen is er nog een reden waarom de moderne filosoof zich graag in
duisternis hult. Hij denkt namelijk op die manier te verbloemen dat hij
eigenlijk niets van de werkelijkheid begrijpt. Doorgaans begrijpt hij zelfs
niet dat hij er niets van begrijpt, maar toch kan hij het onaangename gevoel
niet van zich afzetten dat hij de zaak almaar niet helder kan krijgen.
Ongelukkerwijs weet hij niet dat deze onvrede veroorzaakt wordt door het
feit dat hij voortdurend bezig is de werkelijkheid te analyseren, te verbreken
en uit elkaar te leggen. Die procedure, die voor de wetenschappen essentieel
is, leidt in de filosofie onvermijdelijk tot onzekerheid, twijfel en wanhoop.
Men kan die onaangename gewaarwordingen enigszins verdringen door zichzelf en
anderen wijs te maken dat de twijfel nu juist onlosmakelijk bij het filosoferen
behoort, maar veel helpt dat niet.
Terug naar Wittgenstein. Hoewel ook de Tractatus een gigantische
puinhoop is valt Wittgenstein blijkbaar met die laatstelijk gepubliceerde
geschriften eindelijk door de mand. Logisch, want die geschriften schijnen veel
beter verstaanbaar te zijn! De onzin ervan komt daardoor gemakkelijker aan het
licht. Het is trouwens niet alleen raadselachtig waardoor deze Wittgenstein zo
beroemd geworden is. Ook Martin Heidegger is minstens zo een typische
geheimschrijver. Hoewel er absoluut geen touw aan vast te knopen is wordt zijn
werk, vooral Sein und Zeit, gelijkgesteld aan de Kritik der reinen
Vernunft van Kant en de Phänomenologie des Geistes van Hegel. Ik
vind dat een onverantwoorde kwalificatie, maar kennelijk zijn er geleerden die
wel begrijpen waarover het gaat en die dan bovendien in staat zijn om na te
gaan of het allemaal klopt. Intussen vind ik het nog steeds veelzeggend dat die
knappe koppen er volgens mij ook niet in slagen een passage als de volgende te
verduidelijken:
"Wat we zoeken is een eigenlijk kunnen-zijn van het erzijn, waarvan dit
zijnde zelf als een existentiële mogelijkheid getuigt. Eerst moeten we die
betuiging zelf kunnen vinden. Wil zij het erzijn in zijn mogelijk eigenlijke
existentie aan zichzelf 'te verstaan' geven, dan moet zij in het zijn van dit
zijnde verworteld zijn. De fenomenologische demonstratie van een dergelijke
betuiging betekent dus dat we de oorsprong ervan in de zijnsgesteldheid van het
erzijn zelf moeten blootleggen".
Zo begint hoofdstuk 2 van het wereldberoemde Sein und Zeit in de recente
Nederlandse vertaling (pag. 399, SUN 1998).
Wie het weet mag het zeggen, maar dan liever geen persoonlijke exegese van de
tekst, zoals theologen dat met de bijbel plegen te doen. Dan zijn we immers nog
even ver van huis! Het gaat er om in gewoon verstaanbare taal uit te leggen wat
Heidegger hier beweert. Ik ben er zeker van dat dit onmogelijk is, maar ook
staat het voor mij vast dat, indien de strekking verduidelijkt zou kunnen
worden, het allemaal ook nog eens onzin zal blijken te zijn.
Daarom zeg ik niet zonder leedvermaak: Wittgenstein begint door de mand te
vallen, nu Heidegger nog...!
MAJESTEITEN
(Column voor republikeinen)
discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
door Jan Vis, filosoof
Bladwijzer: discriminatie majesteiten
Het koningschap staat eindelijk weer eens grondig ter discussie.
Vooral diegenen die stevig in het zadel zitten vinden dat niet leuk, stellig
omdat bij zo'n discussie ook hun eigen positie niet buiten schot kan blijven.
Er is nu eenmaal een nauwe samenhang tussen het systeem van de macht en het
systeem van het koningschap. Beide zijn op een volkomen achterhaalde manier met
elkaar verweven. Het zijn overblijfselen uit een ver en autoritair verleden. Je
behoeft er waarlijk niet zo lang en diep over na te denken om tot de conclusie
te komen dat koningschap het toppunt van maatschappelijke dwaasheid is. Niet
alleen vanwege het erfelijke karakter ervan, maar vooral vanwege het ergerlijke
feit dat er iemand is die beschouwd wil worden als 'majesteit', wat
'hoogverheven' betekent.
Als dat 'hoogverheven' op een hoge maatschappelijke functie sloeg dan zou je er
met een beetje goede wil vrede mee kunnen hebben. Hoewel het eigenlijk juist
dan idioot zou zijn om over 'hoogverheven' te spreken. In het geval van het
koningschap gaat het echter niet over een functie maar over een positie die men in de wereld
verlangt in te nemen. Het heeft dus in de grond van de zaak niets te maken met
al of niet goed en zinvol functioneren, maar met iets statisch, een plaats die
boven die van alle andere mensen uitgaat. Wie zich daar bevinden, in ons geval
de koningin en straks de koning, moeten 'majesteit' genoemd worden omdat zij
hoog boven de gewone mensen zetelen en als zodanig ontzag en eerbied verlangen.
De gedachte echter, dat er iemand op de wereld zou kunnen bestaan die hoger
geplaatst is dan de andere mensen en die bovendien aanspraak mag maken op
verhevenheid, is absoluut onhoudbaar. Het is een onmenselijke, zelfs wel misdadige gedachte en het is een onmiskenbaar blijk van
slaafs denken, van kinderachtige onmondigheid en ziekelijke dweepzucht. Maar helaas
kenmerkt dat nog steeds het merendeel van de mensen.
Er is dus alles voor te zeggen eindelijk eens aan die wantoestand een einde te
maken. Maar de veelgehoorde mening dat het alternatief voor het koningschap een
door het volk gekozen president zou zijn is eveneens volstrekte onzin. In zo'n
geval is de een of andere machtswellustige dwaas op zijn beurt een
hoogverhevene. Daar schiet je dus niets mee op. In tegendeel, zij of hij zal
zich zelfs als autoriteit gesterkt weten door het feit dat een verkiezing de
zaak legitimeert. Een dergelijke situatie verschuift alleen maar de onzin. Daar
komt nog bij dat zo'n figuur voor de burgers van geen enkel practisch nut is,
ook niet als zij of hij, net als onder andere de president van de Verenigde
Staten, een nagenoeg absolute macht heeft. Die macht wordt immers
onvermijdelijk ten voordele van de eigen clan aangewend.
Maar, laten wij er eens van uitgaan dat de
dwazen van Nederland inderdaad niet buiten een majesteit kunnen. Laten wij ons
erbij neerleggen dat dit thans de gegeven situatie is en dat die voorlopig nog
wel zo blijven zal. Dan zijn er toch wel een paar dingen op te merken die
overigens bij nadere beschouwing meer blijken te zeggen over de dwaze
onderdanen dan over die majesteiten zelf. Als eerste is daar dat stompzinnige
gebod dat die majesteiten geen mening mogen geven over de gang van zaken in dit
land. Men zegt dat zij geen politieke uitspraken mogen doen. Waar slaat dat nou
op? Iedere onnozele hals mag zijn duffe zegje doen, iedere autoritaire rechtse
blaaskaak mag zijn kreten slaken, maar diegenen, die toch in ieder geval over
een bepaald overzicht over de maatschappij beschikken, moeten hun mond houden.
Blijkbaar kan het niemand wat schelen dat de mogelijkheid bestaat dat een
enkeling uit die kringen bijzonder intelligent is en met een helder idee over
het een of ander komt. Zo iemand is dan gedwongen de mond te houden. Dat is
toch niet zo erg pienter..!
Vervolgens is daar de discriminatie.
Een bekende VVD filosoof gaf onlangs zijn mening over het koningschap:
koninginnen en koningen mogen van hem wel aanblijven, maar hun rol moet beperkt
zijn tot het doorknippen van linten en wat er nog meer aan representatieve
flauwekul te bedenken is. Onze filosoof had kennelijk niet in de gaten dat hij
hiermee een aantal mensen onbehoorlijk discrimineerde. Het is vanuit een
oogpunt van humaniteit volstrekt laakbaar om mensen weg te zetten en te
degraderen tot lintjes doorknippers. Dat geldt dus ook
voor mensen die zich een Koninklijke status laten welgevallen en die het zelfs
wel prettig vinden tot de hoogverhevenen gerekend te worden. Ook zij mogen niet
gediscrimineerd worden. Als de burgers een koningshuis willen, vooruit dan maar
met de onzin. Maar die mensen dan ook nog dwingen tot afschuwelijke
leeghoofderij moet beschouwd worden als een misdaad tegen de menselijkheid.
Ik zou dus willen zeggen: laat ook die majesteiten onder alle omstandigheden
hun zegje doen en, gelijk dat voor een ieder geldt, hun mening geven. Alleen
een partij-politieke mening zou verboden moeten worden omdat dan weer van discriminatie
gesproken zou moeten worden, namelijk discriminatie van een
bevolkingsgroep met een andere politieke zienswijze. Hoewel, veel zou dat niet
uitmaken want andere politieke zienswijzen bestaan zo langzamerhand helemaal
niet meer. Het is immers allemaal één pot nat geworden, zowel op straatniveau
als op het niveau van Regering en Tweede Kamer. Iemand politiek discrimineren
is dus nauwelijks nog mogelijk.
Helaas geldt dat laatste voorlopig nog niet voor godsdienstige uitspraken, want
daarmee jaag je in dit benauwde landje nog steeds gemakkelijk hele volksstammen
in de gordijnen. Dus godderig gedoe moet maar beter achterwege blijven. Dat is
trouwens in het algemeen wenselijk want in feite heeft niemand er een boodschap
aan. Politiek, hoe onbenullig ook, lijkt in ieder geval nog ergens op te slaan
maar de godsdienst discrimineert van nature iedereen. Laat dus het uitkramen
van godsdienstige onzin maar aan de Paus en zijn personeel over.
Verder moet het mogelijk gemaakt worden dat die 'vorstelijke' personen gewoon
aan het werk kunnen gaan, net zoals een ieder geacht wordt dat te doen en zoals
een aantal van hen dat ook al doet. Het is niet eens uitgesloten dat zij zich
tot nuttige leden van de samenleving ontwikkelen.
Het is waar, van hun hoog verheven status blijft op die manier weinig over,
maar welbeschouwd was dat ook de bedoeling..!
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
SNEUVELEN VOOR DE VREDE...
(Column voor vredesbewegers)
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
door Jan Vis, filosoof
Tegenwoordig is er in het Moderne denken een fundamentele verandering
gaande. Om te beginnen in het economische denken. Het ouderwetse oorlogvoeren
is veel te omslachtig en vooral veel te duur. Waarom zou je nog zo'n oorlog
ontketenen? Het kan veel eenvoudiger! Economische agressie is namelijk veel
effectiever, niet alleen als middel om macht te veroveren, maar vooral ook om
zich buitensporig te kunnen verrijken. Je ziet dan ook dat op het ogenblik alle
grote ondernemingen proberen de hele wereld op te kopen. De oude droom van
wereldverovering is toch nog aardig werkelijkheid aan het worden!
Het economische argument evenwel betreft slechts de buitenkant van de zaak.
Waar het werkelijk om gaat is de ontwikkeling van de cultuur. Daardoor
verheldert het bewustzijn van de mensen gestaag en dat betekent dat zij
zichzelf als autonoom individu gaan waarmaken. Belangrijk gevolg daarvan is
dat, vooral in de Atlantische wereld, het absolute bestaansrecht van elk mens
erkenning gaat vinden. Dat gaat volgens de notie: "Als ik er ben, ben jij
er vanzelfsprekend ook". Uiteraard is dat een niet geringe rem op het
oorlogvoeren.
Maar het verhindert helaas niet dat er zo nu en dan schurken opstaan die toch
aan het moorden en branden slaan. Behalve met materiële afgunst heb je
tegenwoordig steeds vaker te doen met godsdienstige moordzucht. Bepaalde vormen
van de Islam
spelen daarbij een uitermate treurige rol. In ieder geval gaat het over
sub-culturen die qua individualisme nog nauwelijks ontwikkeld zijn. Zie hoe die
mensen tekeer gaan, onder andere op de Balkan, in het zuiden van Rusland, in
Afrika en in ernstige mate in het Oosten! Het zijn eigenlijk geen oorlogen in
de gebruikelijke zin. Grote gedisciplineerde legers komen er meestal niet meer
aan te pas, maar het moorden, verkrachten en plunderen is er misschien nog wel
erger om.
Het kan natuurlijk niet uitblijven dat er vanuit de moderne cultuur geprobeerd
gaat worden die misdadigheid te verhinderen. Dat gaat niet met vriendelijke
woorden. Primitieve haat laat zich niet bepraten. Er moet geweld gebruikt
worden. Dus vormt men de nog bestaande legers om tot een soort van politietroepen,
die niet zoals voorheen de oorlog moeten dienen, maar daarentegen de vrede. Dat
is een onverwachte, welhaast paradoxale maar niettemin positieve, ontwikkeling:
soldaten die tègen de oorlog optreden. Diegenen die dit militaire vak kiezen
weten dat ook zij het risico lopen te sneuvelen, althans, zij behoren dat te
weten. Een soldaat die
kwaad wordt als ze op hem schieten is òf een grappenmaker zoals Soldaat
Schweick, òf een gek. Elke legeraanvoerder zal bij een militaire operatie zo
weinig mogelijk risico voor zijn mensen nemen. Dat is zonder meer logisch.
Zelfs tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk het
grote sneuvelen aan de gang was, vonden de gefrustreerde aanvoerders dat zij
zuinig op hun manschappen waren. Intussen lieten zij ze wel bij tienduizenden
tegelijk kreperen in krankzinnige offensieven. Maar, het is een feit dat
sneuvelen onvermijdelijk is. Er moeten dus afwegingen gemaakt worden om de
verliezen zo klein mogelijk te houden.
Dat geldt natuurlijk ook voor die vredessoldaten. Daarvan wordt door de
politici beweerd dat die een soort mondiale politieagenten zijn. Net als bij
normale politieagenten is hun beroep bepaald niet zonder levensgevaar. Toch
moet het werk gedaan worden. De motivatie daarvoor is rechtlijnig en simpel:
het moorden en branden moet bestreden worden, desnoods met grof geweld. De
bevolking moet veilig en in vrede kunnen leven. Daartoe zetten die
vredessoldaten hun leven op het spel.
Wat zeggen nu de politici, consequent als altijd? Als toppunt van politieke
blaaskakerij roepen zij dat hun troepen geen enkel risico mogen lopen. Eerlijk
sneuvelen voor de goede zaak is er al helemaal niet bij. Sterker nog, zij mogen
zelfs geen geweld gebruiken tegen de misdadigers, ook niet als die aanstalten
maken om de bevolking uit te roeien. Dus worden onze vredessoldaten nauwelijks
bewapend. Kennelijk wordt hun blauwe helm afschrikwekkend genoeg gevonden.
Moordenaars zullen bij het zien daarvan vast wel afdruipen...
Diezelfde politici die voor zichzelf wèl de eer opeisen soldaten op een
vredesmissie te sturen, durven niet de verantwoording te nemen voor het
sneuvelen. Stellig omdat het hun wel eens stemmen kan kosten bij de verkiezingen.
Overigens tillen zij daaraan veel minder zwaar als het dienstplichtigen betreft,
zoals destijds bleek bij de zogenaamde politionele acties in Indië. Toen mochten er gerust een paar duizend
sneuvelen. Er stonden namelijk grote zakelijke belangen op het spel.
Het komt er dus op neer dat het, zoals gewoonlijk, loze praat is die de politici
verkopen. Zij doen net alsof zij pal staan voor de vrede, maar het heeft in de
praktijk niets om het lijf. Wel echter worden zij plotseling consequent en
dapper als zij vanaf grote hoogte, zonder enig risico, een land naar de bliksem
kunnen bombarderen.
Ik houd hiermee natuurlijk geen pleidooi voor het sneuvelen. En het staalharde
militarisme, waarin dat verheerlijkt werd, behoort, afgezien van wat
godsdienstig enthousiasme voor het sneuvelen ter ere van God, ook tot het
verleden.
Maar het is nu eenmaal een feit dat de vrede en het bestaansrecht van een ieder
het waard zijn zèlfs met geweld verdedigd te worden...
Verkiezingen: nrs.
A , B , C
, D , E , F ,
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
LEVE DE KWAKZALVER..!
(Column voor oogkleppers)
door Jan Vis, filosoof
Vroeger waren het de zogenaamde geestelijken, priesters, dominees en
dergelijken, die als enigen uit mochten maken wat waar en juist is en wat niet.
Hun woord, dat zij aan hun godsdienst ontleenden, was onvoorwaardelijk voor
iedereen wet. De wil van God kwam daarin op onmiskenbare wijze tot uitdrukking.
Uiteraard kwam aan dat bondgenootschap met God een hoge maatschappelijke status
mee. Daardoor konden diens lakeien het kader bepalen waarin de
wereldbeschouwing van de mensen gevat moest zijn. Je ziet dat nu nog in de
Roomse kerk als de onfeilbare opperlakei, de paus, weer eens komt vertellen waaraan
je je te houden hebt. Discussie daarover is onmogelijk, want dat is 'ketterij',
'het werk van de duivel'. Zoiets wordt natuurlijk genadeloos afgestraft met
nimmer aflatende kwellingen in het vagevuur en de hel.
Het ontbreekt de godsdienst bepaald niet aan sadisme...
Gelukkig lappen de meeste mensen dat tegenwoordig aan hun laars, maar vroeger
mòest er gedacht worden zoals de intellectuele lakeien van God het
voorschreven. Zij kenden immers de echte waarheid. Alternatieven waren niet
toegestaan. Allicht, want het bestaan van alternatieven betekent dat er nog een
andere God met een eigen waarheid is. Dat mag natuurlijk niet. Maar het was ook
uitermate verdacht als iemand het waagde aan die enige echte waarheid te
twijfelen. Als er maar één god is bestaat er maar één waarheid en daarin kunnen
logischerwijs geen fouten zitten. Dus kan men er zonder meer geloof aan
hechten. Sterker nog: men mòet dat blindelings doen, er is geen keus.
Het intellectuele monopolie van de godsdienst is vanaf het begin van de 19e eeuw
steeds meer teruggedrongen. Dat wil per se niet zeggen dat mensen hun geloof
verloren. Geloof is een psychische zaak die niets met intellect en alles met
absurditeit te maken heeft. Die gelovigheid ging dus gewoon door, zoals
iedereen gemakkelijk kan vaststellen.
Waarom het evenwel gaat is dat de mensen de godsdienst steeds meer gingen
wantrouwen als bron van kennis. Ze kregen in de gaten dat je er in de praktijk
niets aan hebt en dat je zelfs voortdurend op het verkeerde been gezet wordt.
Dat is inmiddels wel heel erg duidelijk geworden. Van al die gelovige verhalen
is er niet een houdbaar gebleken.
Hoe anders ligt dat met de kennis waarmee de wetenschap komt! Steeds weer
blijkt dat die kennis betrouwbaar is, ondanks de vele schandelijke toepassingen
ervan. Het spreekt vanzelf dat die wetenschap gaandeweg de intellectuele rol
van de godsdienst overneemt. Zorgvuldig gecontroleerde feiten winnen het altijd
van aan psychische frustraties ontsproten hersenspinsels. Zo gezien is het dus
alleen maar toe te juichen dat die dwaasheden van het toneel verdwijnen en
plaats maken voor getoetste, zogenaamd objectieve, kennis.
Helaas ziet de zaak er heel anders uit als je de maatschappelijke werking van
de wetenschap eens nader bekijkt. En nu doel ik niet op haar technologische
resultaten, maar op het gezag dat zij de mensen inboezemt. Dat functioneert
namelijk precies eender als voorheen met de godsdienst het geval was. Nu zijn
het de lakeien van de wetenschap die claimen deskundig te zijn en nu zijn zij
het die vervolgens alles wat buiten hun gezichtsveld en normstelsel valt zonder
pardon verketteren.
Een ergerlijk voorbeeld vormt de agressie van een aantal academici die zeggen
te strijden tegen wat zij 'kwakzalverij' noemen. Voor het uitleven van die
agressie hebben de medici onder hen lang geleden (Noot) zelfs een
anti-kwakzalverij club opgericht. Precies zoals stijle dogmatische
gereformeerden andersdenkenden telijf gaan met een beroep op de bijbel
gebruiken zij hun universitaire status om zogenaamde alternatieve ideeën de
grond in te boren. Ook zij vinden zichzelf 'bevoegd' om alles te vervloeken wat
niet overeenstemt met hun medisch-wetenschappelijke dogma's. Ook zij vinden het
niet nodig hun oordelen met argumenten te onderbouwen. Ook zij weten per
definitie al bij voorbaat hoe het zit. Zij hebben immers op de juiste school
gezeten en de voorgeschreven diploma's behaald.
Maar, in al hun geborneerdheid hebben zij niet in de gaten dat juist deze
houding buitengewoon middelmatig, schools en vooral ònwetenschappelijk is. Het
is namelijk kenmerkend voor de wetenschap dat zij haar vooruitgang niet te
danken heeft aan dogmatische lakeien die angstvallig binnen de perken van het
bekende blijven, maar juist aan rebelse geesten die zich stoutmoedig daarbuiten
wagen. Het begrip 'vooruitgang' houdt logischerwijs in dat men het bestaande
negeert en vervolgens nieuwe dingen onderzoekt en probeert. Dat betekent
bijgevolg dat èchte wetenschappers ten aanzien van die zogenaamd alternatieve
probeersels een 'open mind' behoren te hebben, want eventuele nieuwe
mogelijkheden moeten ergens buiten het bekende liggen en niet op de
platgetreden paden.
Elke vooruitgang is rebels van karakter. Het ligt in de logica dat er bij die
rebellen heel wat kaf onder het koren zit. Zij zijn immers nergens aan gebonden
en dus is de verleiding groot om maar wat aan te rotzooien en alle logica aan
de laars te lappen. Dat gebeurt dan ook onder het debiteren van veel, liefst
Oosters aandoende, wijsheden. Hoe duisterder hoe diepzinniger.
Uiteraard moet zoiets onverbiddelijk aan de kaak gesteld worden. Maar dat kan
natuurlijk niet doormiddel van de conventionele methoden. Die behoren bij de
reeds bestaande kennis zodat zij per definitie tot een verkeerd oordeel leiden.
Het spreekt vanzelf dat de eventuele werking van bijvoorbeeld een homeopathisch
middel niet op conventionele wijze aangetoond kan worden. Ik weet overigens ook
niet hoe je dat dan wèl kan doen, maar dat het ànders moet is zeker.
Toch baseren die wetenschappelijke lakeien zich voortdurend en met graagte op
conventionele methoden om al het alternatieve af te kunnen kraken. Het is een
geraffineerde truc waarmee ze helaas heel wat onnozelen een rad voor ogen
kunnen draaien. Daarbij generen zij zich niet om de feiten te verdraaien of te
verdoezelen. Zo willen bijvoorbeeld leden van die anti-kwakzalvers club nogal
eens met een stalen gezicht beweren dat Moerman kanker wilde bestrijden met
duivenvoer: een infame verdachtmaking! Moerman heeft inderdaad experimenten
gedaan met postduiven omdat hij versteld stond over hun conditie en gigantische
energie. Aan de hand van de uitkomsten daarvan heeft hij bepaalde diëten
samengesteld en therapieën met voedings-supplementen ontworpen. En met succes.
Maar ook wat dit betreft verdraaien de anti-kwakzalvers gemakshalve de feiten.
Niemand beweert namelijk dat kanker op die manier geneest. Misschien gebeurt
dat heel af en toe. Maar het is een feit dat het lijden van veel patienten
aanzienlijk verlicht wordt, dank zij een betere conditie. Dat nu is het succes
van onder andere die Moerman methode. Maar volgens bedoelde lakeien is het
allemaal niet waar!
Voorbeelden van oneerlijke praktijken van academische figuren zijn er te over.
Het vervelende is dat zij vaak vrijelijk voor open doel kunnen schieten, dank
zij de vaak idiote theorieën die bepaalde alternatieve genezers er op nahouden.
Maar, als het over idiote theorieën gaat kunnen zij er ook wat van. Helaas valt
dat doorgaans nauwelijks op doordat zij zich kunnen verschuilen achter de
wetenschap, die in de moderne wereld inmiddels de nieuwe godsdienst is
geworden...
(Aantekening)
Vereniging tegen de Kwakzalverij, 1882.
In het verleden, toen de wetenschap nog aan haar triomftocht moest beginnen,
waren veel Vrijdenkers lid van deze vereniging. Tegenwoordig is dat minder het
geval. Alleen nog de conservatieve rationalisten onder hen, die ten onrechte
menen dat Vrijdenken hetzelfde is als academisch-wetenschappelijk denken,
kunnen zich er nog in vinden.
HET GELOOF VAN DE
AGNOST
(Column voor lafaards)
door Jan Vis, filosoof
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3
; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8
; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ; Overtuiging-1
; Overtuiging-2
; Overtuiging-3
; Overtuiging-4
; Overtuiging-5
;
Hedendaagse intellectuelen willen op de vraag of God bestaat graag
enigszins weifelend antwoorden dat zij hierover geen mening hebben. In volle overtuiging profileren
zij zichzelf als 'agnost'. Dat wil zeggen 'iemand die het niet weet'.
Nu lijkt het er erg veel op dat zij te dom of te laf zijn voor een eigen
mening. Daarom haasten zij zich om uit te leggen dat hun onwetendheid beslist
geen zaak van domheid of lafheid is maar juist van intelligentie. Zij stellen
dat hun 'niet weten' een fundamentele aangelegenheid is. De mens zou volgens
hen per definitie niet kùnnen weten of goden al of niet bestaan, en wel omdat
kennis omtrent die zaak 'buiten het denken' zou liggen.
Dat is een vreemd standpunt. Je kunt zelfs wel stellen dat het eigenlijk
helemaal niet zo intelligent is, maar buitengewoon ondoordacht. Er wordt
namelijk niet vermeld over welk 'denken' het gaat. Men ziet geen onderscheid
tussen denken en denken. Er is echter wel degelijk een belangrijk verschil: je
hebt het gereglementeerde wetenschappelijke denken dat zich bezig houdt met
concreet onderzoek van de werkelijkheid en je hebt het vrije creatieve denken
dat bestaat uit het zo helder mogelijk beschrijven van de werkelijkheid.
Als regel bedoelt de agnost met 'denken' stilzwijgend wetenschappelijk denken.
En van daaruit heeft hij gelijk: zo kun je inderdaad niets zeggen over het al
of niet bestaan van goden. Dat denken heeft immers concrete bestanddelen voor
haar onderzoek nodig en die zijn per definitie afwezig als het over
goddelijkheden gaat. Omdat hij, zoals tegenwoordig bijna iedereen, eenzijdig
bevangen is in het wetenschappelijke denken zegt de agnost dus terecht 'ik weet
het niet'. Zo heb ik bijvoorbeeld agnosten gekend die volhielden dat zij
onmiddellijk in God zouden gaan geloven als de wetenschap zijn bestaan zou
aantonen. Natuurlijk is dat een tergend inconsequente denkkronkel omdat zij
eerst zèlf hadden vastgesteld dat het eventuele bestaan van goden buiten het
veld van het (wetenschappelijk) denken valt en dus nimmer aangetoond kàn worden.
Met het vrije creatieve denken zit het heel anders. Dat blijft niet binnen de
grenzen van de bestaande dingen, want het kènt die grenzen helemaal niet. Dat
betekent dat vanuit dit denken wel degelijk uitspraken over goden en
aanverwante abstracties gedaan kunnen worden. Dat gebeurt dan ook bij
voortduring, helaas bijna altijd in de vorm van waanvoorstellingen en
drogredeneringen. Zo ontstond ten eerste de almachtige Christelijke en Islamitische God, ten
tweede het gigantische pantheon van andere spoken, geesten en duivels en ten
derde de schier onuitputtelijke verzameling spirituele en theologische onzin.
Dat alles is in feite een uitermate morbide, aan mannelijke minderwaardigheid
ontsproten, frustratie, die dan ook, geheel naar behoren, vol zit met absurditeiten.
Echter, volgens het creatieve filosofische denken kunnen wij wel degelijk weten
of Goden en geesten al dan niet bestaan. Als het goed is leidt dit denken niet
tot allerlei verzinsels maar tot onweerlegbare logische conclusies. Een daarvan
is deze dat al die zogenaamd bovennatuurlijke verschijnselen volstrekt niet
kùnnen bestaan. Het blijkt dus dat er geen Goden en dergelijken zijn, evenmin
als allerlei andere verschijnselen 'van gene zijde'.
Een en ander betekent dus dat het 'ik weet het niet' van de agnost zonder meer
zinledig is. Het duidt op een jammerlijke verwaarlozing van een buitengewoon
belangrijke mogelijkheid van het denken, namelijk het creatieve nagaan van de
werkelijkheid, oftewel het filosoferen.
Daarmee samenhangend is echter eveneens te concluderen dat het 'ik weet het
niet' van de agnost onvermijdelijk de stille veronderstelling inhoudt dat het
werkelijk bestaan van Goden en geesten mogelijk is. Dat is inderdaad geen
uitdrukkelijke erkenning van God's bestaan, maar wel degelijk van diens
mogelijkheid.
Dat nu is van de agnost onmiskenbaar een zaak van religieus geloven. Omdat hij
dat natuurlijk niet toe wil geven leidt dat in de praktijk onvermijdelijk tot
het lafhartig sparen van de kool en de geit, hetgeen hem overigens goed uit
komt omdat het hem van de morele verplichting ontslaat de practische
consequenties van het geloof aan bovennatuurlijke verschijnselen, namelijk de
godsdiensten, aan de kaak te stellen.
Vooral humanisten weten zich op die manier aardig vrijblijvend op te stellen
waarbij zij helaas heel wat wantoestanden in stand houden...
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3
; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8
; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ; Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
DE GODGANSE DAG...
(Column voor dwazen)
door Jan Vis, filosoof
Volg óók s.v.p. de gele link in het
artikel.
Onlangs vertrouwde een econoom mij toe dat het veelgeprezen
poldermodel naar zijn mening ontaard is in een weergaloos plundermodel. Bepaald
niet ten overvloede zei hij er ook nog bij dat het een sprookje is dat het met
de economie zo goed zou gaan. Een moedige uitspraak: het is bijna niet te
geloven dat er nog economen zijn die zulke afwijkende dingen durven te zeggen. Als
regel zijn moderne economen alleen maar tot enthousiasme te brengen als
er, op welke manier dan ook, veel geld verdiend wordt. Als
zij dan ook nog opgeleid zijn aan de Erasmus Universiteit slaan
zij gemakkelijk op tilt. Dan blijkt hoezeer zij lijden aan een
gevaarlijke vorm van maatschappelijk autisme.
Autisme is een hersenafwijking die hierdoor gekenmerkt wordt dat de patiënt de
wereld als door een nauwe koker ziet, een koker die tot overmaat van ramp ook
nog afgesloten kan worden. Dat verstoort natuurlijk het contact met andere
mensen zodat het onvermijdelijk leidt tot een wereldbeeld dat uitermate
dwangmatig vastgehouden wordt, vooral doordat het bovendien wetenschappelijk
onderbouwd schijnt. Dit soort autisme geldt voor veel hedendaagse academici,
waaronder verreweg de meeste economen. Die economen zijn blind voor andere
criteria dan die van groei en winst. Iets anders, zoals bijvoorbeeld
maatschappelijke gezondheid, valt buiten hun wereldbeeld. Hun lofzangen op de
huidige economie zijn dan ook van een ontstellende kortzichtigheid, gekoppeld
aan blind eigenbelang. Dat die groei en die winsten gebaseerd zijn op een
meedogenloze uitbuiting van de samenleving en daardoor leiden tot een schier
misdadige verwaarlozing ervan ontgaat hen volkomen.
In filosofische zin gaat het bij het begrip 'samenleving' over een veelvoudige
samenhang: alles hangt met alles samen. Dit is de basissituatie van alle
menselijke leven op aarde. En het begrip 'maatschappij' heeft als inhoud het
evenwicht tussen de onderlinge betrekkingen van de samenlevende mensen. In het
eerste geval zou men kunnen spreken van een 'weefsel', organisch van karakter,
en in het tweede geval van een 'netwerk' met een constructief karakter.
Toegepast op de praktijk zou dat moeten betekenen dat een werkelijk goede
economie onmiddellijk een goede wereld veronderstelt, dus goede voorzieningen
voor een gezonde samenleving. Een wereld waarin het goed leven is. Zo'n
leefbare wereld steunt op uitvoerig maatschappelijk overleg tussen alle
betrokkenen. Dat kan niet zonder duidelijke visies en standpunten van alle
betrokken. Alleen dan kan het uitlopen in een zinvolle consensus waarin
iedereen optimaal tot zijn recht komt.
Onder de huidige Nederlandse omstandigheden van een 'poldermodel', 'overleg' en
'consensus' te spreken getuigt van bijna crimineel maatschappelijk autisme.
Maar niet alleen dat: het is bovenal een blijk van ernstige minachting voor de
gewone mensen. Die minachting berust op het primitieve denken in hogere en
lagere waarden. Natuurlijk is daarbij alleen het hogere van belang. Het
gangbare overleg en de daaruit voortkomende consensus zijn dan ook helemaal
geen zaak van alle betrokkenen, maar uitsluitend van leden van economische en
politieke elites. Wie daar niet toe behoort, en dat is natuurlijk het gros van
de mensen, het gewone volk, moet zich niets verbeelden. Het enige wat die
mensen moeten is het met hun geploeter mogelijk maken dat die elites zich
kunnen laten gelden en zich handhaven. Dat betekent logischerwijs dat dit
gewone volk altijd en onder alle omstandigheden uitgeplunderd zal worden. De
mate waarin dat gebeurt is, paradoxaal genoeg, recht evenredig met de mate
waarin die elites zich rijk wanen: vinden zij in hun autistische verdwazing dat
het hen goed gaat, dan zullen zij steeds meedogenlozer gaan plunderen. Zo maken
wij thans een periode van onvoorstelbaar meedogenloze uitzuiging mee. Dat gaat
de godganse dag door en niets is veilig voor de rovende elites. Overal moet
voor betaald worden. Maar goede sociale voorzieningen staan er geenszins
tegenover.
De clou is dat de samenleving behandeld wordt als ware zij de
maatschappij. Dat in de maatschappij alles gekocht en betaald moet zijn is
logisch. De betrekkingen binnen het netwerk staan in het teken van 'voor wat
hoort wat', oftewel 'de ene dienst is de andere waard'. Gelden deze kwaliteiten
terecht voor de maatschappij, voor de samenleving zijn zij ten enen male
funest.
De samenleving
is volstrekt geen economische grootheid. Zij kost geld en energie.
Er moet in geïnvesteerd worden. Een organisme, want dat is de
samenleving, heeft voedsel nodig om te kunnen leven. Wordt dat voedsel er aan
onttrokken, dan verpaupert de hele zaak en dat is nu precies wat wij vandaag in
Nederland zien gebeuren. Veiligheid.!
Vroeger, vooral in de 19e eeuw, was dat heel anders, maar toen was het
economische denken nog niet zo alles overheersend. Er waren zelfs nauwelijks
nog economen. Daardoor was de samenleving, hoewel armoedig, nog in belangrijke
mate 'samenleving'. Maar vandaag hebben de economen het eenzijdig voor het
zeggen en dat leidt er toe dat de samenleving prompt als een economische
grootheid wordt beschouwd. Met als onvermijdelijk gevolg dat zij steeds meer
wordt uitgezogen. Uiteraard legitimeert men dat met geraffineerde en glasharde
wetenschappelijke theorieën en dat blijven de economen in hun autisme doen
totdat de samenleving het hen onmogelijk maakt als aan iedereen duidelijk is
geworden dat het begrip 'leven' niet ten onrechte in het begrip 'samenleving'
voorkomt...
WIJ ZIJN HET ZELF...
(Column voor blinden)
Bladwijzer: een
tweegevecht op de degen
door Jan Vis, filosoof
Met een zekere regelmaat vernemen wij dat allerlei mensen, die op
grond van hun maatschappelijke positie onverdacht zouden moeten zijn, zich
uitvoerig bezig houden met duistere praktijken. Wij zijn dan eerst verbaasd en
vervolgens ontsteken wij in woede over zoveel laaghartigheid.
Terecht zijn de mensen boos. Maar het is wel de vraag welke conclusie uit het
bestaan van dergelijke praktijken getrokken kan worden.
De meest gehoorde conclusie is deze: "onze wereld blijkt van corruptie aan
elkaar te hangen. De zaak is al bij voorbaat verkocht en betaald ten voordele
van een aantal uitgekookte maatschappelijke topfiguren". Wij vinden dus
dat wij bedrogen worden en dat daaraan een einde moet komen. Dat moet uiteraard
op democratische wijze gebeuren. Dus vinden wij dat de politiek de zaak op moet
lossen.
Maar de enig werkelijk zinvolle conclusie is van een geheel andere aard,
namelijk deze: "wij zijn nog altijd verschrikkelijk dom". Het
zwaartepunt van ons misprijzen behoort natuurlijk niet eenzijdig te liggen bij
die plunderaars, maar bij onszèlf. Want wij blijken nog steeds niet volwassen
genoeg te zijn om de gang van zaken in onze wereld realistisch te bekijken. Wij
laten ons rustig bedriegen en schreeuwen vervolgens moord en brand als het
bedrog aan het licht komt. Wij beroepen ons dan op normen en waarden, alsof
daaruit blijkt hoe het eigenlijk hoort. Het ergste is echter dat wij daarmee
precies doen wat door die plunderaars van ons verwacht wordt. Zij hebben zich
al bij voorbaat ingedekt, door namelijk de normen en waarden zèlf te bepalen,
uiteraard voorzien van de democratische goedkeuring door de
volksvertegenwoordiging.
Wat onnozel zijn wij nog dat wij ons verbazen en ons kwaad
maken over dingen die wij al lang behoren te weten. Eigenlijk zijn wij net zo
naïef als destijds Hamlet: hij was een
goed en redelijk mens en daardoor kon hij niet verdragen dat er overal om hem
heen corruptie en verraad was. Maar wat gebeurde er? Hij liet zich verleiden om
met een van die boeven een tweegevecht op de degen aan te gaan. Hij
verwachtte natuurlijk geen verraad, want een tweegevecht is een
erezaak waarbij het per definitie eerlijk en sportief toegaat. Maar de degen
van zijn tegenstander was vergiftigd en Hamlet sneuvelde. Hij sneuvelde in
feite aan zijn eigen redelijkheid. Dat was dom van die brave Hamlet.
Een fel contrast daarmee vormt Tijl Uilenspiegel , zoals die beschreven is door
Charles de Coster. Tijl liet zich niet in de boot nemen. Hij ging nergens op
in. Niets in deze wereld was hem heilig, niet uit onverschilligheid, maar juist
omdat hij de machthebbers kende. Aan hem hadden de heren dan ook een zware
dobber, hij was niet kapot te krijgen en zag zelfs herhaaldelijk kans de rollen
om te keren!
Vooral de moderne mens laat zich leiden door redelijkheid. Dat is op zichzelf
goed, maar wij moeten daarbij wel bedenken dat het juist door die redelijkheid
is dat wij kwetsbaar zijn voor manipulatie. Dat komt doordat wij, redelijk
denkend, elke zaak objectiveren. Dat wil zeggen: buiten onszelf stellen. Wij
vinden dan ook dat de ellende in de wereld een soort natuurverschijnsel is. Een
redeloze buitenwereld waar je niets aan kunt doen. Maar door die objectiviteit
verliezen wij het contact er mee, het wordt een theorie waarover wij willen
praten, want wij verwachten een oplossing van het
gesprek. Door redelijk overleg redden wij het op den duur,
geloven wij. Maar wij redden op die manier niets, zoals telkens weer blijkt.
Een werkelijk zelfbewust mens geeft de schuld niet aan iets buiten hemzelf. Hij
weet dat wij het allemaal zelf zijn. Dat wijzelf een corrupte wereld in stand
houden, vooral door ons redelijk en in feite vrijblijvend gepraat over wat een
illusie blijkt te zijn.
Het is juist de theorie die deze wereld verziekt. Er is helaas weinig aan te
doen omdat het een noodzakelijke fase in de ontwikkeling van de mensheid is.
Maar daarom behoeven wij ons persoonlijk nog niet bij de situatie neer te
leggen. We kunnen er 'nee' op zeggen. Degene die dat in de gaten heeft ruimt
alle rotzooi in zijn eigen wereld op en laat zich niet verblinden door het
gepraat en de schijnbare humaniteit van overheden en intellectuelen. Want hij
kent de macht en het intellect van deze wereld: beide zijn uit op voorrechten,
op grond van de fictie mèèr te zijn dan anderen-zie meerwaarde.
TOCH NOG EEN THEOCRATIE...?
(Column voor atheïsten)
door Jan Vis, filosoof
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
homoseksualiteit-1 homoseksuelen-2
Nog geen eeuw geleden bestond er onder verstandige mensen nauwelijks
enig meningsverschil over de vraag of godsdiensten ongewenste maatschappelijke
verschijnselen zijn. Men was het er zonder meer over eens dat godsdienst en
geloof de emancipatie van de mensen in de weg staan door hen voortdurend te
vernederen en dom te houden. Daarbij kwam nog het kwalijke feit dat de
godsdiensten altijd met overheden en economische bovenlagen samenspannen. Het
gaat bij de godsdiensten maar om één ding: macht. Men was
het er dus over eens: godsdiensten moesten bestreden worden of op zijn minst
teruggedrongen naar het privé terrein van gelovigen. Maar eigenlijk zouden zij
ook daar overwonnen en afgeschaft moeten worden.
Uiteraard zijn inmiddels de tijden veranderd, maar heel anders dan die
toenmalige bestrijders, voornamelijk vrijdenkers, verwacht hadden. In plaats
van een behoorlijke afname van het godsdienstige gedoe is het juist erger
geworden. Weliswaar zijn de traditionele Christelijke kerken aardig
leeggelopen, maar de onkerkelijke particuliere gelovigheid heeft verontrustende
vormen aangenomen. Men gelooft er lustig op los, vaak op een griezelig occulte
manier. Maar gelukkig heeft dat niet zo veel maatschappelijke consequenties.
Anders is het gesteld met de niet-christelijke godsdiensten en
levensbeschouwingen. De
Islam is met groot succes in opmars. Zo zijn er al een aantal Islamitische
scholen, zelfs voor middelbaar onderwijs en binnenkort is er ook een Islamitische
Universiteit. Overal verrijzen de moskeeën, als het even kan zelfs met
minaretten om de gelovige luiden tot gebed op te roepen. Dan zijn er nog
allerlei westerse varianten van Boeddhisme en Hindoeïsme. En ook
de Joodse godsdienst laat volop van zich horen.
Allemaal zijn ze naarstig bezig greep op de maatschappij te krijgen en die
drastisch te verstevigen. Dat doen zij onder andere door toegang tot de
publieke media op te eisen. Notabene nog met succes ook! Onlangs kregen
bijvoorbeeld de Boeddhisten, slechts gering in aantal, ruime zendtijd voor
televisie (10 uur) en radio toegewezen. Dat is heel merkwaardig, vooral als men
bedenkt dat enkele jaren geleden de aloude vrijdenkersvereniging haar povere
zendtijd ontnomen werd. Zij had maar 1
uur televisie per jaar!
Volgens tegenwoordige modieuze theorieën moeten alle culturen zich vrijelijk
kunnen manifesteren. Maar niet alleen dat, men mag er zelfs geen negatief
oordeel over vellen, want dat zou discriminatie zijn. Aldus de
hedendaagse zogenaamd 'post-moderne' denkers. Afwijzende kritiek past
democratisch gezinde beschaafde mensen niet. Dus wordt de hele gelovige
santenkraam met groot respect behandeld, alsof het een blijk van hoogwaardig
geestelijk leven zou zijn. Als iemand desondanks geen reden ziet om er enig respect voor
te tonen, wordt al gauw vastgesteld dat zij of hij zich er blijkbaar boven
verheven voelt. Het staat bij voorbaat al vast dat dit niet mag, zelfs niet als
het over iets doms en kinderachtigs gaat.
Dat het allemaal buitengewoon dom en kinderachtig is behoeft nauwelijks enig
betoog. De opvattingen waarmee al die spirituele fantasten komen zijn
logischerwijs gespeend van elk inzicht in de werkelijkheid als mens. Dat kan
ook niet anders want in elk geloof wordt de mens afgeleid van een gigantische
fictie: een in allerlei gedaanten optredend goddelijk wezen. Daarbij vergeleken
is de mens onvermijdelijk een ondergeschikte zwakkeling die nauwelijks meer kan
doen dan zijn goddelijke meester eer bewijzen en slaafs gehoorzamen. Van een
eigen identiteit kan volstrekt geen sprake zijn.
Nu is het de daarbij behorende mentaliteit die onze huidige maatschappij steeds
meer bedreigt. Een groot aantal gelovige miezerigheden waren tot voor kort al
aardig verdwenen. Vaak waren die bedoeld als vernedering van de vrouw en het
vrouwelijke: abortus deugde niet, anticonceptie niet, zich charmant kleden
niet, een maatschappelijke positie verwerven niet, en ga zo maar door. En dan
was daar natuurlijk de homoseksualiteit die tot de meest agressieve
taboes behoorde. Gelukkig was dat alles zo langzamerhand teruggedrongen tot het
betrekkelijk beperkte domein van orthodoxe godsdienstige fanaten. Maar helaas,
die ruimhartige mentaliteit is thans bezig het onderspit te delven en wel door
het onverdraagzame gedrag van al die nieuwe godsdienstige groeperingen. En wie
verzet zich daar nog tegen?
Traditioneel waren het de vrijdenkers die al die godderige dwaasheden
meedogenloos aan de kaak stelden. Zij maakten in woord en geschrift duidelijk
dat goden niet bestaan en dat de mens een zichzelf besturend verschijnsel is
dat van niets en niemand iets te verwachten heeft, behalve van zichzelf.
Beroemde denkers en zelfbewuste vrouwen beschouwden zichzelf als vrijdenker en
leefden naar hun eigen redelijke inzichten. Maar op het ogenblik is daarvan
nauwelijks nog iets overgebleven. Ook de vrijdenkers durven zich niet meer te
verzetten, uit angst voor intolerant uitgemaakt te worden. Zij verloren
namelijk de grenzen van hun redelijkheid uit het oog en gingen alle vreemde idiotismen
redelijk vinden. Zo werden zij brave lieverdjes die nu vol begrip waren voor
culturele onzin die zij eerst met verve bestreden hadden. En ze noemden
zichzelf vol trots 'humanisten'.
Het is goed om redelijk te zijn, maar de redelijkheid van 'ieder
het zijne' is geen redelijkheid maar intellectuele lafheid. Je geeft de
onredelijkheid immers alle ruimte. Het resultaat daarvan is dat onze
samenleving gaandeweg terugvalt naar vroeger tijden toen het geloof nog de maat
was en men maar beter niet als vrijdenker bekend kon staan.
Nu echter dreigen wij toch nog in een theocratie terecht te komen...
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
homoseksualiteit-1 homoseksuelen-2
De termijnmarkt
(Column voor struikrovers)
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
door Jan Vis, filosoof
Bladwijzer: raketten
Het is verbijsterend! Je kunt veel geld verdienen aan de armoede van
andere mensen, stumperds die van ellende niet weten waar ze het zoeken moeten:
nauwelijks een dak boven hun hoofd, geen kleren aan het lijf en geteisterd door
permanente ondervoeding. En dat geld kun je verdienen als je al aardig veel
geld bezit: je moet een paar duizend gulden over hebben om die op de
termijnmarkt te beleggen in bijvoorbeeld de maisteelt in Zuid-Amerika.
En nu is het walglijke dat je er vervolgens op moet hopen dat die oogst zal
mislukken. Blijkbaar gaat het er in de moderne economie dus niet meer om dat er
een zo groot mogelijke voedselproduktie is om zoveel mogelijk mensen te kunnen
voeden tegen prijzen die voor die tobbers betaalbaar zijn, nee, het gaat er om
dat de zaak mislukt, dat er schaarste optreedt en dat de prijzen stijgen.
Volgens veel goedwillende mensen is het overdreven als je stelt dat in deze
wereld alles op zijn kop staat. Op zijn minst vinden zij je dan een vervelende
dwarskijker. Maar als je eens nagaat hoeveel bedrijvigheid gebaseerd is op
dingen die kapot moeten gaan en op dingen die schaars zijn, dan slaat de schrik
je om het hart. Het is natuurlijk heel gewoon dat de dingen niet eeuwig intact
kunnen blijven, maar niet goed te praten valt dat er een zorgvuldig buiten
zicht gehouden verschuiving in het economische denken heeft plaats gevonden:
van de gedachte 'de dingen gaan helaas kapot' naar de gedachte 'de dingen
mòeten kapot gaan'. Over die verschuiving heeft men het maar liever niet, want
als de mensen zich daarvan bewust zouden worden stort misschien wel een heel
groot deel van de moderne economie in.
Economie moet groeien. Dat is het heilige dogma van de
economische godsdienst. Met alle middelen moet er naar gestreefd worden de
economische bedrijvigheid op te voeren. Desnoods suggereer je dat er een vijand
is die je vrijheid en je leven bedreigt, zodat er een zo groot mogelijke
oorlogsindustrie ontwikkeld moet worden. Desnoods maak je de mensen bovendien
wijs dat ook de wetenschappers aan die industrie moeten deelnemen, om niet
achterop te raken qua technologische knowhow. Alsof het al niet genoeg is dat
ruim de helft van alle wetenschappers direct of indirect actief is in de
wapentechnologie. Zo wil de nieuwe Amerikaanse president, lid van de berucht
oorlogszuchtige Bush-clan, weer een hoogwaardig ruimteschild tegen raketten laten
bouwen. Natuurlijk zullen ook nu weer een heleboel wetenschappers graag
meedoen...
Ben je nu echt zwartgallig als je telkens weer vaststelt dat wij in een krankzinnige
wereld leven? Een wereld vol van ficties en ziekelijke fantasieën, een wereld
waarin men het eigen falen voorstelt als een soort van natuurramp waartegen nu
eenmaal geen kruid is gewassen. Denk maar aan het leugenachtige gedraai over
het bij voorbaat al mislukte Betuwelijn-project. Niemand kan het stoppen want
het is al jaren geleden vastgelegd in een regeeraccoord. Het moet dus gebeuren,
desnoods tegen alle gezond verstand in, wat trouwens voor politici nauwelijks
bezwaarlijk is.
De bewapening, de crisis, de honger, de ontbossing en het zich uitbreiden van
de woestijnen, ze worden allemaal voorgesteld als zaken van buitenaf die wij
niet kunnen beheersen. Zaken die buiten onze wil om heten te gebeuren.
Maar ik zeg: het is ons aller denken dat niet deugt!
In de economie spreekt men van de groei die de maatstaf zou zijn voor haar
gezondheid. Het 'zoveel mogelijk', de zogenaamde winst maximalisatie, is de
maat. Dus is er de behoefte aan almaar meer. Maar het is helemaal niet zo
moeilijk om een aantal normen te bedenken, die betrekking hebben op de
kwaliteit van de economie en niet op de kwantiteit. Want termen als 'meer' en
'zoveel mogelijk' zijn natuurlijk kwantitatieve begrippen. Je kunt dan als
eerste denken aan een economie waarin men er werkelijk naar streeft dat de
dingen ter beschikking van iedereen komen zonder dat er iemand tekort gedaan
wordt. Een economie dus met een zodanige moraal dat er niemand bestolen wordt
of van zijn levensmogelijkheden beroofd. Een economie die het maken van winst
niet baseert op een machtspositie, zoals een monopolie of een octrooi, maar op
het ruilen van de voor het leven benodigde dingen op voet van onvoorwaardelijke
gelijkheid van de partners.
Het 'zoveel mogelijk' is in onze cultuur de absolute maat. In de technologie is
het al niet anders. Men stelt niet dat gedurende een bepaald produktieproces
alle fasen van dat proces een zodanig verloop moeten hebben dat niemand
geschaad zou kunnen worden. In tegendeel, men neemt de schadelijke
bijverschijnselen op de koop toe, vooral als ze anderen treffen. Men is
hoogstens bereid de schade enigszins te beperken als het de spuigaten uit
loopt.
Logisch zou zijn als men stelde: we gaan uit van geen nadelige
bijverschijnselen en accepteren desnoods voorlopig dat dit niet voor honderd
procent lukt. Er wordt daarentegen gesteld: er zijn nu eenmaal schadelijke
bijverschijnselen, we zullen die, als het tenminste economisch verantwoord is,
wel enigszins beperken. De norm is dan ook: 'hoeveel mogen we vervuilen', in
plaats van de vraag: 'is de vervuiling voorlopig, tot er een betere technologie
is, acceptabel'? Uitgangspunt is dus vervuiling in plaats van geen vervuiling.
Het is dan ook geen wonder dat het almaar smeriger wordt in de wereld, ondanks
steeds meer milieuwetten.
Daarbij komt nog dat de gefabriceerde spullen wezenlijk niet deugen omdat ze
niet om zichzelf gemaakt worden, maar om winst te maken. Zou er niets te
verdienen vallen, die spullen zouden eenvoudig niet gefabriceerd worden. En
vaak gaat het helemaal niet om menselijke behoeften. Dat is bijvoorbeeld het
geval in de wapenindustrie. Zij produceert totaal nutteloze rommel, die vaak
niet eens werkt, zoals onlangs in Servië is gebleken. Het gaat er louter om
zich het geld van de gemeenschap toe te eigenen. Hoe meer hoe beter en van
enige morele verantwoordelijkheid
is geen sprake, wel van politieke, maar die is niet van wezenlijke betekenis.
Een ander voorbeeld: onze democratie steunt op een juiste gedachte, namelijk
deze dat 'het volk' zichzelf zou moeten besturen. Maar in de praktijk gaat het
om zoveel mogelijk stemmen en daarbij doet het er nauwelijks toe op grond
waarvan men die stemmen verworven heeft. De partij-programma's zijn niets
anders dan lokkertjes om stemmenwinst te boeken en voorzover men incidenteel moeite
doet om een bepaald partij- programma uit te voeren, is dat voornamelijk om die
stemmen te behouden. Dat blijkt duidelijk als er weer een verkiezing in
aantocht is.
Het gaat wezenlijk niet om een visie op de samenleving en de maatschappij, al
moet men het doen voorkomen alsof men er wel een heeft. Het gaat om een zo
groot mogelijke steun van de bevolking. Dat betekent macht. We kunnen het
aantal voorbeelden net zo veel uitbreiden als we willen, maar steeds weer
blijkt dat er vooralsnog geen sprake is van iets doen met het denken. Als we
dat wel zouden doen, dan zouden we al spoedig tot het inzicht komen dat we met
zijn allen helemaal fout bezig zijn en dat er daardoor zoveel ellende is...
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
Heilige Wetenschap
(Column voor onnozelen)
door Jan Vis, filosoof
Het is opvallend dat het aantasten van de waardigheid van de
wetenschap, zoals die zich in onze wereld ontwikkeld heeft, door vele mensen
bepaald niet in dank wordt afgenomen. Je kunt steeds weer ervaren dat je op de
een of andere manier heiligschennis pleegt als je, in welk verband dan ook,
kritiek uitoefent op de wetenschap. Men zou het misschien niet als
heiligschennis ervaren als die kritiek erkende wetenschappelijke kritiek was.
Dat wil zeggen: kritiek die zich bepaalt tot het aantonen van fouten in
theorieën of hypothesen. In zo'n geval ontstaat er hoogstens een discussie tussen
de mensen die voor de bekritiseerde theorie zijn en die mensen die het met de
geleverde kritiek eens zijn. En die discussie verstomt als het wetenschappelijk
onderzoek nieuwe feiten aan het licht brengt, zodat zowel voor- als
tegenstanders genoodzaakt zijn hun zaken opnieuw in slagorde te brengen. Waarom
stuit men dan wel op zoveel weerstand als men met wijsgerige kritiek komt, een
kritiek die zich doorgaans niet richt op deelproblemen binnen het gehele
wetenschappelijke complex, maar op problemen die de wetenschap als zodanig
betreffen.
Het antwoord op deze vraag is eenvoudig: als je filosoferend komt tot kritische
uitspraken over de wetenschap, dan pleeg je daarmee een aanslag op haar waarde
en omdat die waarde verankerd ligt in onze cultuur wordt die aanslag gevoeld
als een aantasting en een miskenning van wat als het enig betrouwbare in de
mens beschouwd wordt: zijn redelijke en logische denken.
Het is dus de moderne wetenschappelijke mens zelf, die je op zijn ziel trapt
met je kritiek. Dat het hierbij inderdaad om iets zieligs gaat is te verklaren
uit het feit dat de kritische aanslag zich richt op een cultuuraspect. Zich dus
richt op iets dat een mens bij zijn geboorte ingebakken krijgt als het erfgoed
van zijn voorvaderen. Dat erfgoed speelt zijn rol in het leven, doorgaans meer
als een erfelijke belasting dan als een goed. Het speelt zijn rol buiten alle
redelijke denken om, het motiveert de mensen zonder dat zij zich hiervan bewust
zijn. Het programmeert vrijwel onmerkbaar ook het denken van de mensen.
Wij moderne mensen, mogen graag roepen dat de wetenschap waardevrij dient te
zijn. Wij doelen dan gewoonlijk op invloeden van buitenaf waarop wij inderdaad
niet genoeg attent kunnen zijn. De grote ondernemingen bijvoorbeeld bepalen
meer en meer het programma van de universiteiten. Met het oog op hun eigen
belangen bepalen zij in toenemende mate welke onderzoeken wel en welke niet
zullen worden uitgevoerd. Dat kan gemakkelijk: je omschrijft nauwkeurig
waarvoor je gelden ter beschikking stelt. Voor wat daarbuiten valt zijn
eenvoudigweg geen fondsen beschikbaar.
Gevaarlijker echter dan die externe programmering is de hierboven bedoelde
culturele. Niet alleen omdat hierdoor een groot gedeelte van de werkelijkheid
als object van onderzoek genegeerd wordt, maar vooral omdat heel vaak aan
datgene dat wel onderzocht wordt een onredelijke waarde wordt toegekend. We
zijn het tegenwoordig allemaal eens over de uitspraak "twee maal twee is
vier". Behalve dat we hiermee een bepaalde waarheid te kennen geven betekent
die uitspraak voor ons nog zoiets als: "onttrek je niet aan iets dat
logisch en onbetwistbaar is".
Maar, zelfs als wij oprecht bereid zijn die onbetwistbare waarheid te laten
gelden, dan nog blijft het feit bestaan dat die waarheid voor de ene mens een
andere waarde heeft dan voor de andere mens. Voor de vrek betekent het heel
iets anders dan voor de moeder met vier kinderen; voor de revolutionair in
Zuid-amerika iets anders dan voor de agent van de CIA.
Dit is inderdaad een eenvoudig wetenschappelijk feit, maar bij verder onderzoek
blijkt dat het bovenstaande voor alle wetenschappelijke feiten geldt. Het
vaststellen dat het atoom splijtbaar is betekent voor de chef van de generale
staf de mogelijkheid van een nieuw wapen, voor de pausen dezer wereld een
nieuwe aantasting van hun heiligheid en wellicht voor een aantal medici grotere
mogelijkheden om zieke mensen te helpen. Daarom: het is de waarde die
uiteindelijk bepalend is inzake de waarheid. Het is onze al of niet bewuste
waardering die bepaalt of en in hoeverre onze wetenschap vandaag de dag komt
met waarheden. De logica van de wetenschap zelf staat wat dit betreft
machteloos.
Willen wij toe naar een wetenschap die basis en baken kan zijn voor echte
menselijkheid, dan zullen wij ons als eerste ernstig moeten verdiepen in de
ethiek van de wetenschap. Wij zullen moeten onderzoeken in hoeverre onze eigen
cultuur onze wetenschappelijkheid vervormt. Maar, om een dergelijk onderzoek te
kùnnen plegen moeten wij allereerst de ruimte in onszelf zoeken, maar dat
blijkt voor de moderne mens steeds weer een opvallend moeilijke opgave te
zijn...
Het gaat goed met het land..!
(Column voor goedgelovigen)
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
door Jan Vis, filosoof
Het is opmerkelijk dat een groot deel van de mensen gedachteloos
meedoet met het opgetogen gepraat van de maatschappelijke bovenlaag, over dat
het zo goed gaat met het land en dat er zulke mooie vooruitzichten zijn voor de
komende jaren. Zij hebben kennelijk niet in de gaten dat die hele euforie op
niets anders betrekking heeft dan op de economie en op de onvoorstelbaar hoge
winsten die er gemaakt worden. Het is het economische denken dat als
vanzelfsprekend bepalend is geworden voor het beoordelen van het welzijn van de
mensen en dus de kwaliteit van de samenleving. Gaat het goed met de economie,
dan is blijkbaar alles in orde. Niets is echter minder waar...
Kenmerkend voor de toestand is namelijk dat de maat voor welzijn verengd is tot
een aantal economische waarden, die amper meer inhouden dan het almaar groter
groeien en het maken van zo hoog mogelijke winsten. Het doet er daarbij
nauwelijks toe hoe die winsten gemaakt worden. Het is zelfs voor veel mensen
een ideaal geworden snel en zonder veel moeite binnen te lopen via bijvoorbeeld
slim gescharrel op de beurs of geraffineerd opgevoerde kosten voor zogenaamde
dienstverlening. Alles wat veel geld oplevert wordt zonder meer gewaardeerd,
zelfs als het doormiddel van criminele activiteiten gebeurt. Steenrijke
criminelen worden steeds meer bewonderd, hoewel dat natuurlijk nooit openlijk
toegegeven wordt...
Veelbetekenend is ook de wijze waarop ondernemingen hun winsten maximaliseren.
Was dat vroeger door het leveren van betere produkten en diensten, thans doet
men het door zijn concurrenten op te kopen, om zo stiekem een monopoliepositie
te verkrijgen. De argumenten voor dat louche gescharrel komen vrijwel allemaal
neer op de leugen dat vergroting van de markt tot verbetering van de wereld kan
leiden. Op zichzelf zou dit nog niet eens zo'n verkeerde gedachte zijn ware het
niet dat het de ondernemingen in het geheel niet om verbetering van de wereld
gaat. Als dat zo was zou er in driekwart van de wereld geen armoede meer zijn. Maar het is slechts de markt die
verbeterd moet worden, want dat levert zo hoog mogelijke winsten voor de aandeelhouders
op.
De heersende moderne cultuur, met haar fixatie op de economie, draait
uitsluitend om de menselijke werkelijkheid als maatschappij. Dus het complex
van relaties tussen de afzonderlijke mensen. Dat zijn betrekkingen die
gebaseerd zijn op de kloof die er gaapt tussen de mensen. De ene mens is
logischerwijs de andere niet. Intussen zijn beiden toch van elkaar afhankelijk
om te overleven. Daarom moeten de mensen met elkaar afspraken maken,
bijvoorbeeld wat betreft hun eigen en andermans veiligheid in de vorm van het
recht. En zij moeten elkaar diensten bewijzen in de vorm van het leveren van
voor het leven noodzakelijke produkten. Aan die levensbehoeften moet zo goed
mogelijk voldaan worden. Dat alles behoort tot het terrein van de werkelijkheid
als maatschappij. Maar voor het menselijk leven in haar volle omvang geldt veel
meer dan alleen maar het regelen van de levensbehoeften. Eigenlijk is de
maatschappij slechts de basis van het leven, onmisbaar weliswaar, maar toch...
Voor het realiseren van een waarlijk menselijke wereld moeten de mensen leren
inzien dat de samenleving in al haar aspecten niet ondergeschikt is aan de
maatschappij, maar juist andersom dat de maatschappij inhoud van de
samenleving is. Alleen in die verhouding kan het werkelijk om de
kwaliteit van het leven gaan. Hoewel die kwaliteit niet goed kan zijn zonder
een efficiënt functionerende onderliggende maatschappij, betreft het op
zichzelf iets geheel anders. De constatering dat het met de economie van het
land goed gaat zegt dus alleen maar iets over de maatschappij en absoluut niets
over de kwaliteit van leven. Sterker nog: als het economische denken, zoals
tegenwoordig het geval is, in alles de maat is geworden kan het niet uitblijven
dat de samenleving en dus ook het persoonlijke leven daarvan de dupe worden.
Zij moeten immers, net als de maatschappelijke activiteiten, geld opleveren of
op zijn minst rendabel zijn. Het is dan onvermijdelijk dat ernstige
verloedering het resultaat is. Alles wat eigenlijk boven het particuliere
belang uitgaat wordt zonder meer omlaag gehaald naar het smerige niveau van de
sjacheraar die alles en iedereen uit wil kleden. En wat zich daartoe niet leent
wordt onmiddellijk afgeschaft. Het is niet nodig om hier voorbeelden van te
geven, want iedereen die niet verblind is door de mooie praatjes van de
economen en de politici, kan ze om zich heen zien.
Maar wel heeft het zin er op te wijzen dat de paar dingen
die desondanks toch nog tot stand gebracht worden dat alleen maar danken aan
het feit dat men er niet meer met goed fatsoen onderuit kan, bijvoorbeeld met
het oog op naderende verkiezingen.
Het zijn dan ook minimale verbeteringen, waarover men dan heel deftig doet
alsof het een grote verdienste is, terwijl het in feite gewoon een logische
verplichting van de bestuurders(leiderschap,etc.RvE) is.
Zij zijn er om de samenleving in goede banen te leiden en waar nodig te
verbeteren. Zoals het vanzelf spreekt dat ouders hun kinderen zo goed mogelijk
verzorgen en opvoeden,
zo spreekt het zonder meer vanzelf dat bestuurders zich inspannen voor de
samenleving en zich daarvoor kosten noch moeiten besparen. De samenleving is gestoeld
op een levensbegrip. Dat betekent onder andere dat zij gevoed moet worden zoals
dat met alle leven het geval is. Dus, de samenleving kost alleen maar geld en
winsten mogen daar niet van verwacht worden. Het gaat uitsluitend om
kwalitatieve verbeteringen en die zijn niet in geld uit te drukken. De huidige
samenleving echter vertoont alleen maar verslechteringen, waaronder uiteraard
ook genoemde pragmatische minimale verbeteringen vallen. Minimale vooruitgang
is achteruitgang, juist omdat het mogelijk was het beter te doen.
De conclusie uit een en ander kan alleen maar zijn dat het met ons land, in
tegenstelling tot de van hogerhand geuite beweringen, helemaal niet goed gaat.
Het gaat zelfs uitgesproken slecht. De oorverdovende euforie betreft alleen
maar het krijgsgehuil van een gewetenloze, aan het leven vijandige, bovenlaag
wiens enige succes is gelegen in het naar de bliksem helpen van het weinige dat
er, na vele schrijnende opofferingen, qua samenleving tot stand was gekomen.
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Functioneert de democratie..?
(Column voor brave borsten)
door Jan Vis, filosoof
Filosofisch gezien is het beter je niet in de eerste plaats af te
vragen of de democratie functioneert, maar daarentegen de bitter noodzakelijke
vraag te stellen 'voor wie' de democratie functioneert. Opvallend is namelijk
dat de democratie slechts voor een bepaalde dominante groep van mensen heel erg
goed werkt. Dit is op het ogenblik zelfs heel duidelijk op te merken. Je ziet
dat een aantal leperds zich op een betrekkelijk gemakkelijke wijze kan
verrijken, bijvoorbeeld via de windhandel op de beurs.
Het feit dat de burgers in toenemende mate uitgezogen worden, en vooral het
feit dat zij zich dit gedwee laten welgevallen, getuigt zonder meer van een
voortreffelijk management van de machthebbers. Anderen zou het nooit gelukken
zoveel medemensen zo meedogenloos uit te kleden en ze er tegelijkertijd van te
overtuigen dat het voor hun eigen bestwil is. Een gewoon mens krijgt het niet
voor elkaar zijn medemensen blind te maken voor het feit dat het misdadig is
dat zij nog steeds moeten vechten voor hun schamele inkomen dat in geen
verhouding staat tot de gigantische inkomsten van de politieke en commerciële
managers. Maar de hoger opgeleide economische en politieke machthebbers lukt
dit uitstekend. Zij zien zelfs kans een groot aantal mensen te laten geloven
dat het ook hen buitengewoon voor de wind gaat en dat zij steeds meer te
besteden hebben.
De mensen houden zichzelf echter voor de gek. Ze zijn veel te goed van
vertrouwen als zij menen dat een instelling als de moderne democratie er voor
hen zou zijn. De democratie is er voor de politieke en financiële bovenlaag.
Het is voor hen een min of meer redelijke manier om hun macht te legaliseren,
een psychologisch uitgekookte methode die nodig is omdat de mensen in de
'beschaafde' westerse wereld zich niet meer eenzijdig door bruut geweld laten
tiranniseren. Dat kan vaak nog wel in ontwikkelingslanden en het kon in onze
streken tot ongeveer de Franse revolutie. En misschien kan het straks weer als
de managers via het Verenigd Europa hun zin krijgen.
De moderne democratie is voor de burgers nog nooit democratisch geweest,
behalve als het op plunderen aankwam: alle zogenaamde sociale voorzieningen
zijn door de burgers zelf betaald. Hoeveel dragen zij bijvoorbeeld niet
jaarlijks af om straks, als ze een beetje oud geworden zijn, van hun AOW te
kunnen genieten? Iemand heeft onlangs uitgerekend dat je wel 130 jaar zou
moeten worden om dat geld op te maken als je het zelf had kunnen sparen.
Wie durft er dan nog te beweren dat de democratie er voor het welzijn van de
burgers zou zijn? In hun argeloosheid geloven zij nog steeds de sprookjes van
diegenen die er alleen maar op uit zijn zich aan de samenleving te verrijken.
Zij laten de goedwillende mensen door hun gesjouw en gezwoeg zorgen voor het in
stand houden van hun rijkdom en macht.
Zo was het vroeger, zo is het nog steeds, en het zal zo blijven zolang de
mensen nog ònvolwassen zijn en in de waan verkeren gezag en leiding nodig te
hebben. Zij geloven immers nog steeds dat de leiders zich onbaatzuchtig
aanbieden om voor hen de weg te effenen naar geluk en voorspoed. Maar helaas is dat kinderlijke
argeloosheid, want in feite worden zij misbruikt. Zij moeten beantwoorden aan
de voorstelling die de intellectuele, politieke en economische élites zich van
een goede maatschappij maken. Die voorstelling is doortrokken van leugen en
bedrog, van hoogmoed en agressie, zodat het alleen maar kan resulteren in een
vruchtbare voedingsbodem voor een misdadige mensheid.
Maar er zit hier en daar iets nieuws te broeien. Op grond daarvan gaan steeds
meer mensen vermoeden dat zij slachtoffer zijn geworden van een gewetenloze
oplichterij. Die mensen houden op daaraan loyaal mee te werken, zij het schoorvoetend. Al
kunnen zij deze gang van zaken voorlopig niet echt veranderen, dan toch willen
zij proberen zelf zoveel mogelijk schone handen te houden. Maar onvermijdelijk
werken de veel te velen, die hun eigen verblinding nog steeds niet herkend hebben,
nog ijverig mee. Zij verstouten zich vaak zelfs de enkelingen die de zaak door
hebben ongegeneerd te beschimpen...
loyaal-1 ; loyaal-2
; loyaal-3
Vrijheid om te sterven
(Column voor stervenden)
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
door Jan Vis, filosoof
Onlangs moest een vriend zijn hond laten inslapen. Het ging er heel
beschaafd aan toe. De dierenarts behandelde het doodzieke dier op een
buitengewoon 'humane' wijze.
Je zou warempel gaan wensen dat je een hond was, dat er ook voor ons mensen
waren die je in alle vriendschap en met respect voor je persoonlijkheid mochten
helpen om als een vrij mens te sterven. Echter we zijn geen honden, we zijn
beschaafde mensen en dus mag het niet. De moderne mens is in het bezit van een
schat aan kennis over de kosmos, de natuur, de materie en zichzelf. Maar die
paar dingen die hij over leven en sterven zou moeten weten, weet hij doorgaans
niet.
Er is nu al jaren een discussie gaande over euthanasie. Men vraagt zich af of
iemand het recht heeft om te sterven wanneer zij of hij dat zelf wenst. Het
antwoord op die vragen is steeds al bij voorbaat gegeven: de mens heeft dat
recht niet. Weliswaar geeft de een een genuanceerder antwoord dan de ander en
gelukkig heeft men uiteindelijk toch een tamelijk redelijke regeling gewrocht,
maar er is nog steeds het gedram van moralisten die het zoals gewoonlijk voor
het zeggen willen hebben. Gezeur dus over omstandigheden waaronder je het recht
wel hebt of juist niet.
Niet de moraal maar de menselijke vrijheid is de kern van het zogenaamde
euthanasie probleem. Onvoorwaardelijke vrijheid behoort bij het mens-zijn, ze
is er niet af te denken. Op grond daarvan is het zinloos en zelfs dom je af te
vragen of iemand het recht heeft over eigen leven en dood te beslissen. Het
heeft met recht niets te maken. Het is gewoon een feit dat, behalve bij een
noodlottig ongeval, ieder mens onvermijdelijk zijn eigen sterven bepaalt. Als
iemand de dood onder helse pijnen of daarentegen onder verdoving af wil
wachten, of als iemand zo'n kwelling voor wil zijn, ja zelfs als iemand in het
leven geen zin meer ziet, steeds wordt de beslissing uitsluitend zelf genomen.
Dat kan niet anders. Hetzelfde geldt als men zich overgeeft aan de dokter of de
pastoor - aan God overgeven kan natuurlijk niet. En soms kun je zelf niet meer
beslissen. Dan moeten anderen dat doen, want er moet besloten worden.
De vraag naar het recht is dus een onzinnige vraag, maar hij is wel
verklaarbaar: anderen eisen het zogenaamde recht op om over je te mogen beslissen.
Maar dat recht is puur onrecht: zolang anderen zich met iemands sterven
bemoeien bestaat er in de samenleving een groot onrecht. Dat ze dit in de verte
ook wel aanvoelen blijkt uit het feit dat ze hun onrechtmatige recht met
allerlei morele smoesjes proberen te rechtvaardigen. Het mooiste smoesje is
ongetwijfeld dat God het zo wil: het leven ligt in zijn handen en daar mag de
mens het niet uithalen. Maar behalve voor de vele soorten van gelovigen is dat
verhaaltje tegenwoordig enigszins doorzichtig geworden, je kunt het beter over
de wetenschappelijke boeg gooien. Deskundigen nemen thans maar al te graag die
bevoegdheid van God over.
En als die er niet uit komen? Dan is er altijd nog de familie! Het is een
veelzeggend rijtje: God, deskundige en familie, precies drie figuren die buiten
iemand om de dienst willen uitmaken. Maar het zijn mensen met wie men niet
leeft. Je leeft met je geliefden en je vrienden, met diegenen die vrijwillig
met je meegaan door het leven. Die mogen wel de beslissing over je sterven
nemen als jij dat zelf niet meer kan. Zij kennen je immers. Maar die mensen
komen nu juist in geen enkele regeling voor. Allicht niet, want zij behoren tot
het persoonlijke vrije leven. Een vriend kan je niet opgedrongen worden.
Vriendschap en liefde vallen buiten het machtsterrein en kunnen dus niet in
regelingen of wetten vastgelegd worden. Daarom wil men niet dat liefde de maat
is. En zo vervalt de enige werkelijke verantwoordelijkheid die mensen voor elkaar
hebben, om plaats te maken voor de schijn verantwoordelijkheid van de autoritaire macht.
Het zoeken naar een regeling inzake euthanasie is in feite het zoeken naar
verkoopbare argumenten om voort te kunnen gaan een mens de vrijheid te ontnemen
om over eigen leven en sterven te beslissen.
Er is in feite maar één regeling mogelijk, namelijk geen regeling.
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
Er gaat niets verloren
(Een hoopvolle column)
door Jan Vis, filosoof
Het is treurig gesteld met onze wereld. De verwarring neemt almaar
toe en de pogingen om er nog iets van terecht te brengen worden steeds
uitzichtlozer. Het gedoe van zowel diegenen die het goed bedoelen als van
diegenen die gewoontegetrouw uit zijn op eigen voordeel wordt duidelijk meer
paniekerig en, in samenhang daarmee, agressiever. Over de gehele wereld is een
ijzige wind van verharding voelbaar. De moderne commerciële mentaliteit
verdringt alles wat nog enigszins vriendelijk, zachtaardig en vredelievend was.
Van oudere mensen kun je nogal eens horen dat destijds uit het taalgebruik van
Hitler was af te leiden dat hij op een oorlog aanstuurde. Zijn gebral was op
zichzelf niet ongewoon, het was het verongelijkte geschreeuw van een door een
wrede patriarchale cultuur verminkte dwaas. Maar de toonzetting was uitermate
agressief en bedreigend.
Als ik zoiets hoor, vraag ik me af: wat te denken van de agressie die op het
ogenblik ònze wereld overspoelt? Ik bedoel het vandalisme en terrorisme,
waarover iedereen verbaasd doet, alsof het een wanklank in onze harmonische
maatschappij zou zijn. Alsof niet onze hele maatschappij doortrokken is van
vandalisme en terreur. Een terreur die niet alleen uitgaat van verdwaasde idioten
die vinden dat het van groot idealisme getuigt om bijvoorbeeld een bom in een
bus met schoolkinderen te laten ontploffen. Neen, ik denk aan een terreur die
vooral uitgaat van 'democratische' bestuurders die bij herhaling ongewenste
beslissingen nemen, terwijl zij niets willen weten van goede oplossingen die
voorhanden zijn.
In het verleden gaf ik filosofeer-sessies aan het Rotterdamse Trefcentrum. Een
unieke plek waar mensen samenkwamen om van alles te doen: in de hal zaten
oudere mensen te schaken, in de zaal waren wat vrouwen aan het dansen, in de
toneelzaal oefende de operette vereniging, elders zag je discussie-groepen
bezig of volgde men een cursus. Maar: de progressieve rooie gemeenteraad kon er
geen eer mee inleggen omdat het een centrum voor iedereen was en dus was het
plotseling te duur.
Opdoeken die handel!
Voor een paar miljoen werd het Centrum verbouwd tot kantoren voor de nijvere
ambtenaren van de gemeente. De socialisten hadden gelijk: belastinggeld moet
nuttig besteed worden, dus niet aan enige honderden mensen die dagelijks komen
om dingen te doen die zij fijn en nuttig vinden.
Wat zijn die lieden, die met veel vertoon van gewichtigheid het aanzien van
onze wereld bepalen, toch vreselijk dom! Was het maar zo dat zij af en toe eens
fouten maakten, dat zij desnoods veel fouten maakten. Maar zo is het niet, zij
zijn dom. Zij zijn zelfs het puikje van de dommen, zodat alles wat uit hun
handen komt per definitie rampzalig is.
Wat moet je toch voor een botterik zijn om nu weer een soort van 'star-wars'
programma te beginnen en toe te juichen, zoals Bush en kornuiten nu weer doen.
En hoe dom is het om heerser over de wereld te willen zijn, om rijk te willen
worden of beroemd of minister-president!
Het valt mij steeds meer op (en ik begin het zelfs gênant te vinden) dat al die
lui die nooit ergens iets van begrijpen, die desondanks alles altijd beter
weten, die altijd prat gaan op hun wetenschappelijke opleiding en hun kennis
van zaken, dat al die lui voortdurend alles naar de bliksem helpen, nieuwe
ontwikkelingen in de samenleving tegenwerken en de mens maken tot een
karikatuur van zichzelf.
Te vaak wordt nog gedacht dat het met de wereld in orde zou zijn als er minder
fouten gemaakt werden, als er meer informatie en kennis beschikbaar zou zijn.
Maar ik denk dat niet, want ik mis de daaraan ten grondslag liggende
vooruitgang. Fouten maken behoort bij vooruitgang, het is niet weg te denken
uit de ontwikkeling, het speelt er zelfs een essentiële rol in. Onze wereld
echter gaat niet vooruit, zij staat stil en loopt steeds meer vast. Dat gebeurt
met een ijzige consequentie: steeds vaker worden de verkeerde keuzes gemaakt
zodat elke volgende fase slechter is dan de voorgaande. En onvermijdelijk
schuiven we naar de afgrond toe.
De clou hiervan is niet dat er nog teveel fouten gemaakt worden of dat er nog
teveel rotstreken door kunnen gaan, de clou is dat het 'moderne' denken niet
deugt.
Binnen het kader van dat denken probeert men over het algemeen wel de fouten te
vermijden - lang niet iedereen is van kwade wil - maar men heeft nog steeds
niet door dat de bij onze cultuur behorende wijze van denken nauwelijks iets
met denken te maken heeft. Het blijft steken in zijn meest primitieve
mogelijkheid, de mogelijkheid namelijk van het 'uit elkaar halen' en vervolgens
'op een
rijtje zetten', waarbij we de aard van zo’n rijtje zelf
bepalen, net naar het ons voordelig lijkt.
In het geavanceerde natuurkundige denken heeft men allang moeten erkennen dat
dit denken primitief is en onbruikbaar om iets van de werkelijkheid te leren
begrijpen. Maar zelfs in dat intelligente vakgebied overheersen de botterikken.
Ik wil maar zeggen: als er geen beweging komt in het denken zelf, is de zaak
voor de mensheid op deze planeet reddeloos verloren. Zelfs als men hier en daar
tot verbeteringen komt is het nog altijd een verbeterde slechte wereld en nog
lang geen goede.
Als die verloren gaat, gaat er in wezen niets verloren...
Zie ook corruptie(we zijn
het zelf) nummer 17
(Wat een toestand..!)
door Jan Vis, filosoof
In tegenstelling tot de gangbare mening wordt de vooruitgang
eigenlijk niet bevochten op kapitalisten, marxisten, leninisten of christenen
en dergelijken, maar op machthebbers. De ideologie doet er niet toe. Dat geldt
ook voor politici, zelfs voor diegenen die op een democratische manier het
belang van de bevolking denken te dienen. Kernpunt is dat zij de mensen dwingen
te doen wat zij hen voorschrijven. Of die voorschriften al of niet redelijk
zijn doet in dit verband niet ter zake. Het gaat om het bindende, het dwingende
en dus de macht. De mensen moeten hun zelfstandigheid uit handen geven.
De diep ingekankerde gedachte dat mensen leiding nodig hebben staat in de weg
aan de ontdekking dat je je zelfstandigheid als mens niet uit handen moet
geven. Het gaat daarbij om de onbewuste vooronderstelling dat die leiding er
bij voorbaat moet zijn, omdat alles anders in het honderd loopt. Maar wat dit betreft
wijs ik er op dat de geschiedenis leert dat alle nieuwe ontwikkelingen aan de
basis ontstaan zijn, en wel juist door die leiding te negeren. Daarbij moeten
die mensen aan de basis steeds grote weerstanden bij de overheden overwinnen.
Die vinden immers per definitie dat er niets van deugt. Pas na enorme
opofferingen kunnen de mensen hun wil doorzetten. Zware straffen zijn daarbij
bepaald geen uitzondering.
Onvermijdelijk werken overheden altijd remmend, dat kan niet anders. Dat
verschijnsel komt voort uit hun streven de macht te handhaven. Macht die niet
gehandhaafd wordt is geen macht. Dat zij pretenderen het te doen om de
zwakkeren te beschermen blijkt telkens weer een leugen te zijn. Zij hebben geen
boodschap aan de zwakkeren. Maar voor zover zij zich toch op hen richten doen
zij dat uit cynisch eigenbelang. Zij moeten het immers van hen hebben. Er zou
namelijk geen macht zijn als er geen mensen waren die zichzelf de zwakkeren
voelen en zich zodoende ondergeschikt maken.
Men zegt dan heel menslievend: wat zou er gebeuren met diegenen die niet voor
zichzelf kunnen zorgen? Wie komt er op voor de zwakkeren in onze samenleving?
Als wedervraag is echter te stellen: wie komt er dan nu in onze democratisch
bestuurde maatschappij werkelijk op voor de zwakkeren? Manifesteert zich niet
steeds de eeuwenoude hoog/laag verhouding dat zij overal voor op moeten
draaien? Of, met andere woorden: blijkt niet voortdurend dat de machtelozen er
zijn terwille van de machtigen en niet andersom?
Dat is geen defaitistische analyse, maar de harde werkelijkheid. Als je begint
met een bestuur in te stellen onderwerp je je aan een macht die bij voorbaat
bepaalt hoe de dingen zijn moeten. Maar in een samenleving, met de nadruk op
het begrip 'leven', kan onmogelijk iets bij voorbaat vastgesteld worden. Alle
ontwikkelingen komen vanzelf en vrijelijk aan het leven van de mensen mee. En
even vanzelfsprekend regelen zij met elkaar hun zaken. Daarbij treden er
onvermijdelijk mensen op de voorgrond die onder de gegeven omstandigheden, door
ervaring en scholing deskundig geworden, leiding kunnen geven. Een dergelijke
ad-hoc leiding kan per definitie niet remmend zijn en dus kan binnen zo'n
stelsel de maatschappij optimaal functioneren. Dat zou zo langzamerhand eens
door de mensen ingezien moeten worden, juist omdat we naar een goede wereld toe
moeten.
Helaas is dat op het ogenblik steeds minder het geval...
Zie ook corruptie(we zijn
het zelf) nummer 17
Iedereen zit in de regen..!
(De domheid regeert)
door Jan Vis, filosoof
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Plotseling steekt de ene buurman het huis van de andere buurman in
brand. Die zit nu met vrouw en kinderen in de regen. Natuurlijk is die nu
verschrikkelijk boos. Hij besluit het niet te nemen en dus verwoest hij op zijn
beurt het huis van die eerste buurman. Die zit nu ook in de regen, met vrouw en
kinderen.
Beide buurmannen richten zich vervolgens vertwijfeld tot hun goden, in de hoop
dat ook die elkaar te lijf zullen gaan. Maar hoewel die twee goden elkaar
hartgrondig haten gebeurt er niets. De Islamitische en de Christelijke god laten het
aan de tobberds beneden over om de zaak uit te vechten. Zij bieden geen enkele
hulp.
Nog steeds zitten die twee gezinnen in de regen. De vrouwen krijsen voortdurend
verwensingen naar elkaar, de zonen zijn hard op weg elkaar volledig uit te
roeien en de vaders hebben zich aangesloten bij de legertjes van moordlustige
criminelen, zodat zij nu met moderne tanks en kanonnen de rest van hun land
kunnen verwoesten.
Tenslotte zit iedereen in de regen. Er is niets te eten en er zijn geen
medicamenten. De kinderen en ouden van dagen kreperen, kortom een volstrekt
onhoudbare situatie...
Dus eisen zij nu dat de westerse wereld hulp biedt. Er moet eten komen en
medicamenten, maar bovenal moeten er huizen voor hen gebouwd worden. Natuurlijk
nemen ze geen genoegen met tenten en andere tijdelijke onderkomens.
En inderdaad, op grote schaal worden er vanuit het Westen materialen en
vaklieden aangevoerd want de steden en dorpen moeten fatsoenlijk opgebouwd
worden.
Maar intussen smeult het vuur van de haat onbelemmerd voort. De mannen en zonen
moorden en branden ijverig verder. En de vrouwen krijsen nog steeds. Maar de
kinderen en ouden van dagen worden daarentegen huilend en bibberend voor de
televisie camera's gesleept. Zij moeten het medeleven van het Westen levend
houden.
En dat gelukt opmerkelijk goed...
Is dit nu een treurig incident of misschien een moraliserend verhaaltje voor de
zondagschool?
Neen, het is de realiteit. Overal is het de gebruikelijke gang van zaken in een
idiote wereld van enerzijds meedogenloze schurken en anderzijds
hooggewaardeerde intellectuelen, politiek correcte blaaskaken die het overal
voor het zeggen hebben, maar die desondanks aan een buitengewoon ernstige
ziekte lijden, namelijk 'multiculturele schizofrenie'.
Ten gevolge daarvan kunnen zij onmogelijk nog reële verhoudingen zien. Elk
oordeelsvermogen is bij hen weggekankerd. De dwaasheden dezer wereld zijn
gedegenereerd tot natuurverschijnselen waar niemand iets aan kan doen en
waaraan niemand schuld heeft.
Niemand schuld? Hoe nu?
Zijn het niet de schurkenstreken van de mensen zèlf die alle ellende
veroorzaakt hebben?
Zijn niet die buurmannen zelf begonnen elkaars huizen te verwoesten?
Hebben zij niet uit vrije wil en vol overgave lopen moorden, branden en
verkrachten?
Hebben die vrouwen geprobeerd, in plaats van te krijsen, hun mannen en zonen
van de misdaad af te houden? Neen toch?
Zouden wij die dwazen dan niet op hun eigen blaren in de regen laten zitten,
opdat zij voortaan eerst proberen na te denken in plaats van elkaar meteen
enthousiast naar het leven te staan?
En tenslotte, zijn die politiek correcte westerse intellectuelen eigenlijk niet
nòg schuldiger door almaar lafhartig in te gaan op die steeds voortdurende
chantage?
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Godsdienstige terreur
(Kerk en Staat)
Bladwijzer(S): Islamitische
geldingsdrang
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Nr. 28 Taliban ; Aan bepaalde misdadige
omstandigheden moet een eind gemaakt worden..!
door Jan Vis, filosoof
Elke godsdienst maakt met zijn
waandenkbeelden de gelovigen intellectueel en psychisch van streek.
Kwalijker is evenwel dat het tot het karakter van de godsdienst behoort
maatschappelijke macht te zoeken. Dat is te begrijpen, want het gaat in een
godsdienst om een wereld die gestoeld is op een door een god gewenst moreel,
juridisch en politiek systeem. Dat geldt zelfs voor een westerse godsdienst als
de protestantse, ondanks het feit dat die in het teken van een tamelijk mild
individualisme staat. Het protestantisme is dan ook een typisch West-Europees
verschijnsel.
Het wordt tegenwoordig als cultureel correct beschouwd het machtsaspect van de
godsdienst zoveel mogelijk buiten beeld te houden. Daarbij wordt valselijk
gesuggereerd dat manifestaties hiervan tot de excessen behoren en in het geheel
niet typerend zijn voor de godsdienst als zodanig. Het tirannieke optreden van
de Roomse kerk in de middeleeuwen en ook nog vandaag in bijvoorbeeld
Zuid-Amerikaanse landen, zou bijgevolg een onecht optreden van de kerken zijn.
Het zou hen eigenlijk moeten gaan om de 'onzichtbare' of 'innerlijke' kerk. Inderdaad wordt zowel in
de Roomse als in de Protestantse godsdiensten een scheiding tussen kerk en staat
beleden. Ondanks dat is er echter een voortdurende inmenging in de maatschappij
te constateren.
De Islam erkent geen scheiding van kerk en staat. De Islam
culmineert in de theocratie. Vandaar dat zij almaar in maatschappelijke
richting opschuift en intussen al op heel wat plaatsen de dienst uitmaakt.
Daarbij speelt zij steeds een uitermate kwalijke rol. De vredelievendheid
waarmee door haar leiders geschermd wordt blijkt in de praktijk alleen maar
voor geloofsgenoten te gelden en niet voor andersdenkenden. Die worden allemaal
als waardeloze kinderen van de duivel beschouwd. Men kan gevoeglijk stellen dat
de huidige Taliban in Afghanistan
een veelzeggend voorbeeld zijn van Islamitische geldingsdrang. Het zal
daar helaas niet bij blijven in de toekomst...
Een van de belangrijkste noties van alle godsdiensten is dat 'de wereld', dat
wil zeggen de werkelijkheid als materiële
manifestatie, het lagere
en dus het duivelse principe is. De wereld is het domein van de dood
omdat het één noodzakelijk het ànder ontkent, de wereld is bovendien met schuld
beladen omdat zij in haar tijdelijkheid en beperktheid altijd tekort schiet en
tenslotte geldt ook nog voor de wereld dat zij een poel van zonde is omdat zij
nooit waarachtig kan zijn en zich steeds anders voordoet dan zij is.
Nu
wil het noodlot dat de Westerse cultuur de verwerkelijking van 'de wereld' is. Het gaat in die cultuur juist om het
materiële. De westerse mens wil dat leren kennen om op den duur de
praktische basis voor een leefbare wereld te kunnen leggen. Dus die duivelse
wereld van 'de dood' en 'de schuld' en 'de zonde' is nu juist, paradoxaal
genoeg, de praktische voorwaarde voor een menselijk leven in vrijheid en
onafhankelijkheid. Maar uitgerekend dàt wordt in geen enkele godsdienst
toegestaan. In de godsdienst gaat er juist om dat de mens zich onderwerpt en
zich gedwee voegt naar de wil van een zogenaamde God. Het is vooral in de Islam dat men
zich keert tegen het Westen.
Dat zit zo diep dat er zelfs van haat gesproken kan worden, een haat die fundamenteel is,
vaak latent maar geregeld ook actief en zelfbewust. Onderdrukt wordt dat niet
in de Islam omdat het er een wezenlijk bestanddeel van uitmaakt. In
de huidige praktijk wordt de haat
zelfs gestimuleerd met de belofte dat diegenen die er uitvoering aan geven
rijkelijk beloond zullen worden. Zo zijn de terroristen die voortdurend in
de wereld tekeer gaan voor de Islam geen misdadigers maar 'martelaren'
die straks in het hiernamaals eeuwigdurende wellust wacht, uiteraard in het
gezelschap van goddelijke maagden. Dat is overigens altijd al een hete
wensdroom van misdadigers geweest. Alle godfathers van de misdaad schaffen zich
als eerste mooie meiden aan en pas daarna komen de dure automobielen.
De recente aanslag op onder andere het World Trade Centrum is derhalve niet
zozeer tegen Amerika gericht als wel tegen de Westerse wereld als zodanig.
Amerika is daarvan de representant en het symbool, maar in feite is de Islam
als godsdienst gevaarlijk voor de gehele Westerse wereld.
Natuurlijk zijn verreweg de meeste moderne Moslims tolerant en
vredelievend. Het gaat niet om deze mensen, en al helemaal niet om diegenen die
zich in het Westen gevestigd hebben. Het universeel menselijke
ontwikkelingsproces is ook aan hen niet voorbijgegaan. Bovendien biedt het
Westen heel wat praktische voordelen. En dat is altijd een doorslaggevend
argument!
Gevaarlijk is echter de agressieve grondtoon van hun godsdienst en daarmee
samenhangend het niet denkbeeldige gevaar dat die door de zogenaamde
fundamentalisten, via slimme manipulatie, tot boventoon gemaakt wordt.
Helaas is dat toch in de praktijk maar al te vaak het geval...
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Nr. 28 Taliban ; Aan bepaalde misdadige
omstandigheden moet een eind gemaakt worden..!
Salonpacifisme
(Geitenwollen sokken)
Nr. 27 Taliban in
Afghanistan
door Jan Vis, filosoof
Eigenlijk trappen pacifisten een open deur in als zij verkondigen dat
het gebruik van geweld uit den boze is. Het spreekt immers vanzelf dat het over
een volstrekt onmenselijke zaak gaat, die echter zo langzamerhand bepaald geen
reclame meer behoeft.
Vooral van staatswege georganiseerd geweld, een oorlog, is het toppunt van
misdadig gedrag. In tegenstelling tot de gangbare mening van overheden is dat
laatste namelijk nog veel kwalijker dan een moord die door iemand gepleegd
wordt vanwege individuele frustraties. Zo'n moord berust immers niet op een
rationeel geaccepteerde argumentatie, zoals dat bij een oorlog wel het geval
is. Dan jagen bij vol bewustzijn slechts een paar machthebbers ontelbare mensen
de dood in, mensen die er feitelijk niets mee te maken hebben. Maar dat wordt
desondanks positief beoordeeld, zelfs toegejuicht en je kunt er medailles voor
krijgen. Maar de individuele moord wordt streng veroordeeld, hoewel juist die
enigszins te begrijpen is, eventueel met behulp van de psychologie. De oorlog,
als staatkundige moord is nimmer te begrijpen, alle 'redelijke' verklaringen
van politici ten spijt.
Het protest van pacifisten en andere 'vredesbewegers' (de term is van de
polemoloog Leon Wecke) tegen het militaire optreden van de Amerikanen en
Engelsen in Afghanistan
is dus op zichzelf volstrekt overbodig. Iedereen weet intussen wel dat het niet
deugt, dus is protesteren mosterd na de maaltijd. Het maakt bovendien van het
normale besef dat geweld niet deugt iets bijzonders, een denktruc die vaker
voorkomt.
Maar dat protest is niet alleen overbodig, het is ook door en door
vrijblijvend, zoals dat trouwens met elke theorie het geval is. De praktijk is
immers dat er vaak aan bepaalde misdadige omstandigheden een eind gemaakt moet
worden. De filosoof Jan Börger zei het destijds zo: "ondanks zuiver begrip
(redelijkheid) donder ik je de trap af als je je blijft misdragen". Ik
voeg er aan toe dat die uitspraak eigenlijk omgedraaid zou moeten worden,
namelijk niet 'ondanks' maar 'dank zij' zuiver begrip. De redelijkheid, het humane
fatsoen, vraagt wel degelijk om optreden tegen alles wat niet deugt. Dat kan
logischerwijs doorgaans niet zonder geweld en onder
omstandigheden, zoals thans met die terroristen en die walglijke
Taliban, niet zonder enigerlei vorm van zo goed mogelijk verantwoord militair
optreden. Het is treurig, maar waar.
Overigens: of in het geval van Afghanistan het huidige militaire optreden
echt verantwoord is, is een heel andere en uitermate belangrijke kwestie, die
wel eens een negatief antwoord zou kunnen opleveren...
De rechtgeaarde pacifist zegt, alsof het iets bijzonders zou zijn, dat hij geen
geweld wil gebruiken. Dat kan hij evenwel straffeloos en geheel vrijblijvend
zeggen, want in de moderne westerse wereld loopt hij praktisch geen enkel
risico. Hij hoeft zijn pacifisme niet waar te maken, omdat zijn leven niet
bedreigd wordt, zoals dat bijvoorbeeld in Colombia wel het geval is. Als je daar als
boer van de markt huiswaarts keert kan je achter elke boom of struik een
zogenaamde guerrilla verwachten die je, uiteraard uit nobele overwegingen,
pardoes overhoop schiet, tegelijk met je vrouw en kinderen. Op hem inpraten om
hem van zijn wangedrag
te overtuigen heeft geen zin, je hebt daar trouwens geen tijd voor want je ligt
al gestrekt.
Zou je er dan toch maar niet toe overgaan een tweedehands Kalasjnikow te kopen
om te proberen het gespuis voor te zijn? Zou je niet de behoefte voelen je
eigen vredelievendheid, ja zelfs je pacifisme, te verdedigen tegen het
zogenaamd ideologische schorem?
In ieder geval blijft de pacifist nergens met zijn dappere praat en zijn morele
en ethische protest tegen het huidige militaire optreden. Uiteraard zijn en
blijven oorlog en militaire acties volstrekt verwerpelijk, maar soms kan
verwerpelijk optreden redelijker zijn dan vrijblijvend verontwaardigde
luchtfietserij.
Het 'Klein Duimpje'
complex
(Angsthazen)
door Jan Vis, filosoof
Bij de discussies over de deelname van een klein land als Nederland
aan allerlei Europese programma's hoort men voortdurend de opmerking maken dat
Nederland te klein en te onbelangrijk is om invloed uit te kunnen oefenen.
'Klein Duimpje' moet zich niets verbeelden temidden van de grote jongens. En
het moralistisch 'opsteken van het vingertje' is al helemaal uit den boze...
Op die opmerkingen wordt zelden of nooit kritisch gereageerd, laat staan dat
zij door iemand worden tegengesproken. Toch geven zij blijk van een uiterst
merkwaardige opvatting over wat al of niet belangrijk is bij het gezamenlijk
nadenken over problemen en het vormen van standpunten. Ik doel op het typische
idee dat de wijsheid toe zou nemen met de grootte van een land en het succes
van een economie. Hoe machtiger een land hoe helderder het inzicht van de
leiders en hoe beter hun ideëen. Dus zijn het in het geval van het Verenigd
Europa of de NAVO
de Duitsers en de Fransen die in wijsheid uitblinken, terwijl ook de Engelsen
een stevige vinger in de intellectuele pap hebben. Daarbij vergeleken zijn de
Nederlanders nauwelijks meer dan bescheiden toehoorders die blij mogen zijn als
zij af en toe een opmerking mogen maken. Een opmerking overigens waarnaar
doorgaans niemand luisteren wil.
Die vreemde toestand is niet alleen opvallend bij de Europese en mondiale
bestuurscolleges: overal waar hooggeplaatste bonzen bijeen zijn is hetzelfde
waar te nemen. De democratie gaat er op een vreselijke manier mank aan en zelfs
in het burgerlijke verenigingsleven is het een normaal verschijnsel. Steeds
komt het er op neer dat de achterban van de politicus bepalend is voor zijn
wijsheid - of eigenlijk meer het ontbreken ervan. Het kriterium van 'de meeste
stemmen gelden' blijkt een domme basis voor wijsheid die als zodanig zelfs
uitermate negatief uitpakt.
Deze dwaasheid komt voort uit het juist bij de maatschappelijke bovenlaag
gebruikelijke infantiele denken, een denken dat door en door onvolwassen is.
Het is blijven steken in een primitief begrip van 'meer en minder'. Dat wil
zeggen: een kwantitatieve benadering van de werkelijkheid. Ik mag dat graag
'telraamdenken' noemen. Daarbij wordt alles uitgedrukt in hoeveelheden, in
maten en gewichten. Dan kan het gebeuren dat zelfs een zak met veren, toch
vrijwel uitsluitend bestaande uit lucht, aan belang wint als er maar voldoende
veren in zitten. Hij wordt dan letterlijk gewichtiger. En dat geldt precies zo
voor de gewichtige bonzen dezer wereld.
In de praktijk komt het er op neer dat het onbenul aan invloed wint als er meer
van voorhanden is. De onzin krijgt blijkbaar meer zin als er zoveel mogelijk
dwazen achter staan. Maar als een dergelijke mentaliteit de regel is kan het
niet uitblijven dat elk plan en elke beslissing noodzakelijkerwijs ver beneden
de maat blijven, ja zelfs de middelmaat niet eens benaderen. Je ziet dat
bijvoorbeeld als een politicus een evident mislukt beleid verdedigt alleen maar
omdat het van een partijgenoot afkomstig is.
Er bestaat geen enkel houdbaar argument dat de mening rechtvaardigt dat de
grote meerderheid verstandiger zou zijn dan Klein Duimpje. Integendeel, in het
betreffende sprookje stak hij met kop en schouders boven de middelmaat uit. Zo
liggen inderdaad de juiste verhoudingen. Het gaat er immers om dat de besten het
voor het zeggen hebben. Eerst als dat het geval is kan de mensheid boven de
middelmaat uitkomen en met succes proberen zich werkelijk volwassen te
gedragen.
door
Jan Vis, filosoof
Het behoort typisch tot onze modern wetenschappelijke cultuur dat de
betekenis van mythen, legenden en sprookjes niet meer herkend wordt. Men heeft
er zelfs geen vermoeden meer van waar het wezenlijk over gaat. Het is beslist
niet overdreven te stellen dat onze cultuur bijzonder oppervlakkig is. Het is
met recht zelfs een banale cultuur te noemen. Maar doordat zij een
intellectueel karakter heeft valt dat de meeste mensen niet op. Zij geloven
daarentegen juist dat het moderne denken heel diepzinnig is. Het gaat immers
diep op de dingen in, zodat er tenslotte nauwelijks nog geheimen zijn. Maar
zoals zo vaak bedriegt de schijn...
Het in de diepte doordringen heeft niets met diepzinnigheid te maken. Het komt
eigenlijk alleen maar neer op het in kaart brengen van de onderdelen van iets.
Wat betreft die mythen, legenden en sprookjes levert dat natuurlijk wel kennis
op over de samenstelling van die verhalen. Die kennis is best wel nuttig. De
elementen die er in voorkomen, zoals personen, plaatsen en tijden worden in een
helder verband geplaatst. Maar dat alles legt de zin ervan niet bloot. Het
heeft dan ook allemaal geen enkele betekenis.
Wat betekent het nu als je hoort dat het Kindeke Jezus in Bethlehem geboren is,
in een stal nota bene, in het gezelschap van de os en de ezel? Dat betekent
absoluut niets, het is niet meer dan een triviale mededeling, die bovendien ook
nog eens volslagen oninteressant en dubieus is. Alleen voor een paar
sentimentele fantasten kan het aanleiding zijn om een kerststal op te zetten,
maar uiteraard is dat nu niet direct een blijk van diepe wijsheid..!
En wat heb je aan de mededeling dat de familie van dat kindje uit Nazareth
kwam? Je weet niet eens waar dat gehucht ligt en alleen als je er ooit geweest
bent roept het misschien een nostalgische herinnering op. En zo is ook de
vermelding dat Maria nog maagd was en Jozef een timmerman en
dat beiden niet echt getrouwd waren nauwelijks iets om verbaasd van op te
kijken, zeker tegenwoordig niet. Die twee waren kennelijk hun tijd vooruit. Er
is dus al met al zo weinig bijzonders aan het Kerstverhaal te beleven, dat je
je ernstig af gaat vragen waarom het dan toch zovele eeuwen overleefd heeft.
Het is de Roomse Kerk die er de oorzaak van is. Zij heeft er een kerkelijk
feest van gemaakt, zelfs voorzien van een speciale mis. Logisch, want de heren
geestelijken moesten toch op zijn minst beschikken over een geboorteverklaring
van hun GOD.
Hij moest toch ergens vandaan komen! De gedachte dat die god zomaar uit het
niets te voorschijn zou zijn gekomen vereiste een veel te abstract niveau van
denken. De zaak moest gemakkelijk, concreet en controleerbaar blijven, vooral
met het oog op het bekeren van de heidense Germanen. Die hadden, zakelijk als
zij waren, zo zonder meer geen boodschap aan dat rare verhaal. Zij waren niet
bereid er hun eigen goden, verhalen en feesten voor in te leveren. Geen
probleem echter voor de altijd weer vindingrijke Roomse geestelijkheid: je laat
het feest gewoon samenvallen met een al bij de Germanen bestaande feestdag. Dat
kwam mooi uit, want hun feest van Zonnewende in december ging ook over een
geboorte, namelijk die van het licht. En zo ontstond het Kerstfeest met zijn
eeuwig groene boom met lichtjes.
Lees ook het bovenstaande van het artikel
Bij dit alles speelt de betekenis van het oorspronkelijke Evangelische verhaal
geen enkele rol. Men weet er zelfs niets van. Maar dat is nu juist wel waarom
het wezenlijk gaat. De maagdelijke geboorte was in de Oudheid een algemeen
voorkomende metafoor om aan te geven dat de werkelijkheid zichzelf
voortgebracht heeft zonder een uitwendige oorzaak, dus zonder de bevruchting
door een scheppende mannelijke god. Maria was oorspronkelijk een hemelkoningin
zoals de Griekse Aphrodite. Zo kwamen er heel veel voor en allemaal waren zij
maagden die een mannelijk kind baarden.
De metafoor 'wereldbouwer'( zie ook eens varia-nr. 05) is door de
Roomse geestelijkheid valselijk vertaald met 'timmerman', wat volstrekt
nietszeggend is. Het gaat natuurlijk over de mens die de wereld leefbaar maakt.
Voorts slaat het woord 'Bethlehem' niet op een of ander bestaand dorpje, maar
op de metafoor 'huis van het brood', wat duidt op de levensvoorwaarde dat er
voedsel is.
En met 'Nazareth' is hetzelfde aan de hand. Het betekent 'onthouding', zodat de
uitroep "kan er uit Nazareth iets goeds voortkomen?" gaat over de nog
steeds actuele vraag of het zich onthouden van allerlei geneugten, zoals
bijvoorbeeld tijdens de Ramadan, zin heeft in het licht van echt mens-zijn en
volwassenheid.
Dit zijn maar een paar voorbeelden. De oude geschriften en overleveringen
wemelen van dergelijke metaforen. De oorspronkelijke betekenis van een groot
aantal daarvan is tegenwoordig nauwelijks nog te achterhalen. Dat is
begrijpelijk, maar het kwalijke van het analytische denken is dat het er niet
voor open wil staan. De geleerden vinden het allemaal romantische en zweverige
onzin. Zij vinden het gemakkelijker om bij 'Bethlehem' aan een dorpje te denken
en niet aan een waarlijk diepzinnig begrip. Zo banaal is dus hun moderne
wetenschappelijke denken..!
einde
Het enige perspectief
(Uitzichtloze 'culturen')
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
door Jan Vis, filosoof
Ten tijde van de aanvang van de moderne jaartelling breekt in de
mensheid een besef van individualiteit door. De mens gaat zichzelf als 'ik'
herkennen, overigens zonder daar aanvankelijk erg in te hebben. Dat is
gebruikelijk bij ontwikkelingen van de diepste lagen van de cultuur. Maar, al
hebben de mensen het niet in de gaten, toch kan het logischerwijs niet
uitblijven dat er reacties op komen. Op zichzelf zijn die van blijvende aard.
Tot op de dag van vandaag spelen die ontwikkelingen op allerlei manieren hun
rol en daarbij worden zij steeds zelfbewuster. Tegenwoordig manifesteren zij
zich op onmiskenbare, maar helaas vaak onaangename wijze.
Een viertal hoofdstromingen zijn in het proces van de ontwakende
individualiteit te onderscheiden:
1)
De Westerse Moderne wereld waarin de mens als individu onder bepaalde
voorwaarden erkend is en daardoor de mogelijkheid heeft tot ontwikkeling te
komen. Dat werkt lange tijd in hoge mate misdadigheid in de hand, namelijk door
het egoïstische en egocentrische karakter van de vooralsnog onvolwassen
individu. De zogenaamde 'Amerikaanse mentaliteit', met zijn dubbele moraal van
enerzijds bevestiging van de rechten van de mens en anderzijds van een tomeloze
criminele gewelddadigheid, is hiervan een schrijnend voorbeeld. Dat neemt
evenwel niet weg dat de Moderne wereld de enige is die perspectief biedt
op werkelijke volwassenheid.
2) De Islamitische
wereld, waarin men de mens als individu wel herkent, maar hem zonder meer
afwijst omdat men hem als manifestatie van het kwaad ziet. Dat kwaad moet
uitgeroeid worden, reden waarom de mens zich moet onderwerpen aan het hogere,
aan Allah. De Koran, het Heilige boek van de Islam, is dan ook één aanhoudende opwekking om
zich over te geven en meedogenloos het kwaad van het individualisme te
bestrijden. Dat betekent als regel dat de Westerse wereld en zijn Moderne
cultuur als de aartsvijand beschouwd wordt, met alle agressieve gevolgen van
dien.
3) De Socialistische wereld waarin de mens als individu wel herkend wordt, maar
als een negatieve zaak, die tot een positieve omgewenteld moet worden, en wel
door de mensen via opvoeding, onderwijs en voortdurende controle te
standaardiseren. De uniforme mens is in die optiek de ware mens en een
collectivistische maatschappij de ware heilstaat. Een voorbeeld is de inmiddels
ontmantelde Sovjet-Unie en de landen van het voormalige Europese Oostblok.
4) De orthodox Communistische wereld waarin het bestaan van de mens als
individu volledig ontkend wordt. Hij is er volgens dat communistische besef
helemaal niet, wat overigens terug te voeren is tot het oude Oosten waar
slechts de mensheid als geheel in tel was en niet de individuele mens. Geen
wonder dus dat dit communisme zich nog steeds vooral in het Oosten vertoont, en
wel op het ogenblik nog in China
en Noord-Korea.
Van die vier verschijningsvormen is dus de
eerste als enige levensvatbaar, uiteraard niet in zijn
huidige vorm, want die is nog door en door onvolwassen. Maar welbeschouwd houdt
juist die onvolwassenheid de belofte voor de toekomst in. Het betekent dat de
mens als intellectueel wezen tenslotte zijn medemens als een autonome zaak gaat
herkennen en onvoorwaardelijk erkennen. Dit toekomstige sociale gedrag is niet
te danken aan allerlei irrationele gevoeligheden of een onduidelijke aanleg als
sociaal dier, maar uitsluitend aan een tot helderheid ontwikkeld zelfbewustzijn, waarin de gehele
werkelijkheid waardevrij is opgenomen. Dus waarin
ook de medemens tenvolle aanwezig is, namelijk als het volstrekt unieke geval
dat hij nu eenmaal in zijn concrete verschijningsvorm is. Iedere afzonderlijke
mens is een manifestatie van het laatste verschijnsel en dat is een unieke
zaak, het is 'de' individu.
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Ongewenst Atheïsme
(Lekker blijven geloven..!)
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3
; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8
; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ; Kwetsend ; Gekwetst ; Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
door Jan Vis, filosoof
Het atheïsme is welbeschouwd een buitengewoon onaangename
levenshouding. Het staat immers haaks op een algemeen erkend en aanvaard
maatschappelijk verschijnsel, namelijk de godsdienst. Het gaat onverdroten
tekeer tegen alle denkbare vormen van godsdienstigheid, of het nu als
Christendom, Jodendom of Islam voorkomt. Het stelt die godsdiensten
allemaal zonder pardon ter discussie en schroomt zelfs niet ze ook nog te
bestrijden waar het de kans krijgt.
Het is een feit dat het atheïsme de indruk wekt behoorlijk intolerant te zijn,
precies zoals dat met godsdiensten het geval is. Maar waar die laatsten zich
bedienen van overgeleverde dwaasheden en daardoor bij gebrek aan argumenten
onvermijdelijk niet anders dan intolerant kunnen zijn, gebruikt de atheïst
logische argumenten en bovendien doet hij dat in een strikt intellectuele
confrontatie. Hoewel daar geen geweld aan te pas komt maakt het de gelovige
toch behoorlijk onzeker en angstig. Intuïtief voelt deze het gevaar van een
dreigend verlies aan houvast. Dat is
iets waar elke gelovige als de dood voor is, omdat het juist de enige bedoeling
van zijn godsdienst is om houvast te
bieden.
Inderdaad is het een feit dat het atheïsme een confronterend karakter heeft.
Van nature is het de vijand van alles wat de werkelijkheid verleugent. In dat
verband is het het geloof aan een hogere goddelijke macht dat als eerste aan de
kaak gesteld moet worden. Omdat het daarbij over een waandenkbeeld gaat kan de
atheïst er niet onverschillig voor zijn en de zaak laten voor wat hij is. Er
moet op gereageerd worden en zo'n reactie lijkt doorgaans, door zijn stellige
karakter, tamelijk hard. Nu is het opvallend dat je tegenwoordig nog maar
zelden iets van het atheïsme hoort. De oorzaak is ongetwijfeld gelegen in het
moderne streven om zoveel mogelijk 'politiek correct' te denken en te spreken.
Zo wil de moderne intellectueel niet van discriminerende uitspraken beschuldigd
kunnen worden. Hij is zelfs bang om al te ongezouten kritiek te leveren. Dat
maakt hem voorzichtig, ja zelfs angsthazerig. Beter schuchter het thema
atheïsme vermijden dan het risico lopen op de vingers getikt te worden.
Meer dan enige decennia geleden wordt het tegenwoordig intolerant gevonden
kritiek te hebben op iemands overtuigingen en speciaal iemands geloof. De
filosofische ondergrond van die opvatting is het zogenaamde post-moderne
denken. 'Ieder het zijne' luidt het credo en dat
houdt automatisch in dat het in de grond van de zaak allemaal wel best is en dat
men geen moeite meer hoeft te doen om tot een gedegen oordeel te komen. Sterker
nog, volgens dat denken heeft men niet eens het recht daartoe.
Maar in praktische zin hangt die 'alles is best' theorie ook ten nauwste samen
met het feit dat de Westerse wereld te maken heeft gekregen met een enorme
toevloed aan emigranten.
Die mensen komen vrijwel zonder uitzondering uit achtergebleven gebieden waar, zoals gebruikelijk,
de geestelijke en materiële armoede gepaard gaat met star orthodoxe
godsdienstigheid. Bijna altijd is dat in de vorm van de Islam omdat die
godsdienst enerzijds de armoede bevordert of althans in stand houdt, en
anderzijds omdat die armoede op zijn beurt weer een vruchtbare bodem voor de Islam
is. Die kruisbestuiving is typerend voor genoemde emigranten en hij is bijna
niet te doorbreken.
Nu wordt het als
onredelijk en vooral ook als kwetsend beschouwd die mensen
met het onverbiddelijke atheïsme te confronteren. Zij moeten zoveel als
mogelijk ontzien worden omdat zij toch al dwars liggen als het over mensen met
een andere godsdienst gaat, laat staan als het atheïsme in het geding is. Dat
is voor hen met recht ongeloof in het kwadraat! Dus laten de vroegere ijveraars
voor een wereld zonder goddelijke waanvoorstellingen, namelijk de Vrijdenkers
en de Humanisten, het er maar bij zitten. Zij doen het daarbij voorkomen dit
uit redelijke en menslievende overwegingen te doen. Als toppunt van
angsthazerij stellen zij die houding voor als tolerantie.
Dat een en ander niets met het begrip 'tolerantie' te maken heeft moge
duidelijk zijn. Je kunt niet tolerant zijn als je alle verschillen en
twistpunten angstvallig onder tafel wegwerkt. Het bij voorbaat zoeken van
ongevaarlijke overeenkomsten is een buitengewoon slechte basis voor een
redelijke manier van met elkaar omgaan. Bovendien houdt het de samenleving
bewust op een onverantwoord laag peil doordat allerlei potentiële mogelijkheden
uitgesloten worden. Daarom zou het goed zijn als de Humanisten en de
Vrijdenkers zich weer van hun taak bewust werden en aan de slag gingen.
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3
; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8
; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ; Kwetsend ; Gekwetst ; Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
Wie zal dat
betalen..?
(Betalen, betalen..)
Bladwijzer(s): Topfunctionarissen; het zijn gewoon werknemers; Topinkomens..!
Rekeningrijden/Infraheffing
door Jan Vis, filosoof
Zoals bekend zijn er plannen om automobilisten het
gebruik van wegen op bepaalde tijdstippen extra te laten betalen. Dit zou dan
volgens de politici tot gevolg hebben dat het minder druk werd zodat er geen
files meer zouden zijn, of althans minder files. En uiteraard ook omdat het dan
niet langer nodig zal zijn de bestaande klempunten in het wegennet op te
heffen. De redenering is dat als je de mensen in hun portemonnee treft zij zich
vanzelf wel anders gaan gedragen.
Tot op zeer geringe hoogte is dat wel waar. Maar, als het over opa gaat die
zijn kleinkinderen wil bezoeken maakt het hoegenaamd geen verschil. Hij ging
immers toch al niet langs de weg op momenten dat hij files kon verwachten! Die
files worden dus niet of nauwelijks door hem veroorzaakt. En, wat voor opa
geldt is voor bijna alle niet-commerciële automobilisten van kracht. Voor hen
kan het zogenaamde rekening rijden niet bedoeld zijn en dus hebben we weer eens
te doen met een zinloze maatregel. Merkwaardig is dat linkse partijen, die
pretenderen zo voor de gewone mensen op te komen, dergelijke dwaasheden
toejuichen, vooral met het loze argument dat zij het zo goed voor het milieu
vinden.
Uiteraard zijn er een heleboel automobilisten die zich wel degelijk op zo'n
extra belast moment op een bepaalde weg bevinden. Zij moeten nu eenmaal naar
hun werk en dat gaat dus aardig wat geld kosten. Maar, wie hadden die
bijdehante politici dan gedacht dat die extra kosten zouden betalen? Natuurlijk
niet die automobilisten zelf, maar de bedrijven waarvoor zij aan het werk zijn.
En wat doen die bedrijven vervolgens? Zij berekenen alles gewoon door aan de
afnemers en dus uiteindelijk aan de consumenten, aan u en mij. Eigenlijk is dat
helemaal geen vuile streek, want zij moeten de zaak op de een of andere manier
draaiende houden. Het resultaat is dat alle producten aanzienlijk duurder
worden en de files gewoon blijven bestaan. Het gelag wordt betaald door alle
burgers, ook diegenen die er niets mee te maken hebben. Blijkbaar staan “die linkse partijen” toch niet
zo heel erg op de bres voor de gewone mensen. Sterker
nog, zij maken daarentegen die mensen op een meedogenloze manier de dupe.
Wanneer
leren politici eindelijk eens na te denken?
Bladwijzer(s): Topfunctionarissen; het zijn gewoon werknemers---Topinkomens
Rekeningrijden/Infraheffing
Nog zoiets:
de banken hebben hun cliënten volledig in de klem. Nu hebben zij weer
aangekondigd dat het pinnen niet langer gratis kan en dat het volstrekt
redelijk is dat een dergelijke 'service' betaald moet worden. Wat zijn het toch
gewetenloze oplichters. Het pinnen werd al lang betaald. De winkels waar de
mensen pinnen betalen al vanaf het begin de kosten en zelfs meer dan dat, want
ook daarop moet royaal verdiend worden. Het schijnt zelfs meer dan 60 eurocent
per keer te kosten. Diezelfde winkels hebben natuurlijk geen keus en dus
berekenen zij dat pinnen onmiddellijk door aan de klanten zodat, inderdaad, die
klanten al lang betalen voor die zogenaamde service van de banken. Maar dat is
die plunderaars van de banken niet genoeg. Nu moeten die klanten in de winkels
nog eens extra gaan betalen. En wat is daarbij het argument? Het kan niet
langer gratis want die service kost teveel!
Het cynisme van de hedendaagse economische elite van deze wereld valt zo
langzamerhand tenvolle onder de rubriek 'criminaliteit'. De burgers, die toch
met elkaar de samenleving vormen, dienen alleen nog maar als winstobject voor
diegenen die al zoveel te veel hebben. En de politiek vindt het allemaal best
en durft zelfs te beweren dat het goed gaat met Nederland en de wereld.
Inderdaad, met de BV Nederland gaat het goed.
Wanneer
leren politici eindelijk eens na te denken?
Bladwijzer(s): Topfunctionarissen; het zijn gewoon werknemers---Topinkomens
Volg óók s.v.p. de gele link in het artikel.
De managers van de grote bedrijven gaan
met letterlijk onvoorstelbare vergoedingen naar huis. Toch zijn het gewoon
werknemers die bijwijze van spreken van negen tot vijf op kantoor zitten en
daar niets bijzonders doen. Het is namelijk gewoon werk dat zij in de
godshuizen van de criminaliteit, de economische faculteiten van de
universiteiten, geleerd hebben. Dat is in principe niet moeilijker dan het
leren lezen op wat eens de 'Lagere School' geheten was. Het is alleen een
aantal leerboeken verder. Wat rechtvaardigt dan het feit dat die topmanagers
vergoedingen opstrijken die in geen enkele redelijke verhouding staan tot hun
vakbekwaamheid en dús tot de normen die voor de gewone mensen gelden? Want die
zijn, elk op zijn eigen terrein, óók vakbekwaam en als zodanig onmisbare
medewerkers van een maatschappij
die in feite van ons allen is.
De politici, die pretenderen leiding te geven aan de mensheid,
dekken zonder meer het asociale gedrag van al die uitgekookte plunderaars. Zij
wagen het zelfs om, in strijd met de feiten, die criminelen voor te stellen als
het uitverkoren volk, steunpilaren van de samenleving, scheppers van welvaart
en als zodanig de onvolprezen bouwers van een leefbare wereld.
Wanneer leren politici eindelijk eens na te denken? Hoe zit dat? Lees ook eens: Leiding
geven(zie nr.58) en nihilisme
Bladwijzer(s): Topfunctionarissen; het zijn gewoon werknemers---Topinkomens
De samenleving is gelijk een lichaam
(Dus toch holisme..?)
door Jan Vis, filosoof
Volg óók s.v.p. de
gele link in het artikel.
Zo tegen het eind van de 20ste
eeuw is er een kentering gekomen in het denken over de maatschappij en de
samenleving. Deze verandering is door de meeste denkers niet of nauwelijks
opgemerkt, voornamelijk doordat hen het verschil ontgaat tussen de begrippen 'maatschappij' en 'samenleving'. Hoewel beide begrippen logischerwijs met elkaar een
eenheid vormen is het van groot belang de betekenis van elk van die twee
afzonderlijk te kennen.
In het kort komt het hier op neer: het begrip 'maatschappij' heeft betrekking op het geheel van relaties tussen de verschillende individuen. Het
zijn de talloze verbindingen die de mensen tussen elkaar aanleggen. Zij zijn
genoodzaakt dat te doen omdat zij in de grond van de zaak ieder voor zich een
volstrekt autonoom verschijnsel zijn. Elk mens bestaat uitsluitend binnen zijn
of haar eigen ommuring en als zodanig sluit elk mens de ander volstrekt uit.
Ieder mens is een absoluut geïsoleerd
verschijnsel. Tussen die verschijnselen gaapt een niet te dempen kloof.
Het enige dat de mensen hieraan kunnen doen is het slaan van bruggen. Voorzover
dat gelukt vormen de mensen dat omvangrijke vlechtwerk van verbindingen dat in
de filosofie 'de werkelijkheid als maatschappij' heet.
In essentie is voor dat vlechtwerk het enige criterium het elkaar nodig
hebben, uiteraard om te kunnen overleven. In dit verband doet het er
niet toe of men elkaar aardig vindt, familie is, geliefden of vrienden. Het
gaat alleen maar om die concrete verbindingen, dat vlechtwerk van 'relaties'.
Het begrip 'samenleving' slaat op
een geheel ander aspect van de menselijke werkelijkheid. We hebben nu niet te
doen met een vlechtwerk, maar met een
structuur als van een levend weefsel. Daarvan is de essentie dat alle
elementen niet door een kloof van elkaar gescheiden zijn maar geleidelijk in elkaar overgaan en op die manier een ondeelbaar, in
zichzelf oneindig genuanceerd, geheel vormen. Het is onmogelijk om vast te
stellen waar het een ophoudt en het ander begint. Dit 'ineenzijn' geldt in
biologische zin voor alles wat leeft, dus voor alle organismen. Maar voor de
mens geldt naast dit biologische gegeven ook nog iets intellectueels: hij weet zich één met de andere mensen.
Omdat dit het geval is geldt het begrip 'samenleving'.
Je kunt zeggen dat de mensheid als het ware een organisme is, een levend
lichaam.
Wij vinden het vanzelfsprekend dat ons lichaam van alles nodig heeft om te
kunnen blijven leven. Het moet gevoed worden, maar dat levert behalve dat leven
niets op. Economisch gezien is dat voeden een volstrekt waardeloze investering,
want in feite kost het leven alleen maar geld. En dat zijn zelfs letterlijk
'kosten op het sterfhuis'.
Precies zo is het gesteld met de samenleving. Er moet belangeloos in
geïnvesteerd worden om haar optimaal gezond te laten zijn. Iets anders dan
gezondheid leveren die investeringen niet op. Winsten en andere opbrengsten
zijn er niet van te verwachten. Maar het is natuurlijk wel zo dat een gezonde
samenleving onmisbaar is voor het vlechtwerk van de maatschappij.
Wat is er nu sinds enige tijd veranderd?
Vroeger werd er, ondanks de betrekkelijke maatschappelijke armoede, veel geld
en energie in openbare voorzieningen voor de samenleving gestoken: er werden
verbindingen aangelegd in de vorm van spoor-, lucht- en waterwegen. Er kwam een
steeds meer verfijnd netwerk van communicatiemiddelen. Men regelde een goede gezondheidszorg,
hoogwaardig onderwijs en nog veel meer noodzakelijke voorzieningen.
Uit dit alles blijkt dat er een intuïtief besef was omtrent het bestaan van een
samenleving. Dat betekent ook dat men begreep dat er aan de samenleving niet
verdiend kan worden, maar dat zij daarentegen geld kost, precies zoals ons
lichaam gevoed moet worden. Maar dat inzicht is tegenwoordig geheel en al
verdwenen. Het begrip 'openbaar', dat op de samenleving slaat, heeft geen
betekenis meer. Nu moet er aan openbare voorzieningen verdiend worden. Zo niet,
dan worden zij zonder pardon opgeheven. Via bedrieglijke redeneringen over
privatisering probeert men te rechtvaardigen dat enkelen aan de openbare zaak
hun zakken vullen.
De oorzaak van deze verloedering is de onvolwassenheid van het huidige
wetenschappelijke denken. Daardoor gelooft men dat het gehele leven op
wetenschappelijke wijze benaderd moet worden, zodat het management ermee uit de
voeten kan. Bijgevolg wordt de studenten op de universiteiten
geleerd dat alles zijn prijs behoort te hebben en dat die uiteraard met rente
terugverdiend moet worden. Daarmee is de samenleving tot een commercieel
bedrijf verworden. De maatschappij heeft de samenleving verdrongen door
haar te verzakelijken.
Zie ook : De
MAATSCHAPPIJ is inhoud van de SAMENLEVING-zie bladwijzers
Naar andere artikelen: Verkiezingen in de Lage Landen ; Verkiezingen: nrs. Uit Alledaags commentaar A , B , C , D , E , F ,
Bladwijzer: Asfaltkabinet Ontkenning van het gezag van het collectief ; liberalisme ;
Traditioneel wordt er een uitdrukkelijk onderscheid gemaakt tussen politiek
'links' en politiek 'rechts'. Dat men dat ging doen had destijds vooral te
maken met het optreden van het socialisme en aanverwante stromingen, die bij
hun toenemende betekenis streng gescheiden moesten worden van de bestaande
politiek. Die onderscheiding wordt door de politici en de journalisten nog
steeds gebruikt, hoewel hij al lang zijn oorspronkelijke betekenis verloren
heeft. Nu gebruiken zij hem alleen nog maar om elkaar op voorhand verdacht te
kunnen maken. Het is dan niet nodig naar elkaar te luisteren.
Als men het over 'links' had doelde men op bewegingen die op sociale vooruitgang
gericht waren. Vooruitgang namelijk in de zin van verbetering van het welzijn
van de gewone mensen, de arbeiders vooral. Hoewel het doorgaans niet expliciet
werd gezegd, ging dat gepaard met het politieke streven het 'volk' in een collectief
onder te brengen en binnen dat kader het leven van de mensen 'van de wieg tot
het graf' te reglementeren. In veel opzichten hield dat reglementeren ook een
bevoogden en beknotten in, dikwijls arrogant gerechtvaardigd met ogenschijnlijk
idealistische argumenten.
Natuurlijk moest er een idealistisch tintje aan gegeven worden, want anders zou
er niemand voor te vinden zijn. Idealisme is altijd een effectief instrument
geweest om de werkelijke bedoelingen van machtzoekers te verdoezelen. Dus werd
dat reglementeren door de linkse politieke bovenlaag in termen van 'bevrijding
van de kapitalistische slavernij', 'behartiging van de belangen van het volk'
en 'emancipatie' voorgesteld.
Je kunt wel zeggen dat tegenwoordig zo langzamerhand de aap uit de mouw is
gekomen, wat in ongeveer geheel links Europa tot vertwijfeling en agressie
heeft geleid. Bij verkiezingen
wordt de ene nederlaag na de andere geleden. Maar, ondanks al dat machtsstreven
en die verborgen agenda's is er toch in de voorgaande twee eeuwen veel tot
stand gebracht door de linkse denkers en politici. Althans, zo lijkt het...
Wat betreft het 'rechtse' gedachtegoed is op te merken
dat het als regel geassocieerd wordt met liberalisme, dat als voornaamste inhoud
zou hebben conservatisme, streven naar individueel welzijn en bevorderen van de
economie. Dat liberalisme
duidt eigenlijk op de fundamentele vrijheid van het individu, maar in de
praktijk is dat steeds weer de vrijheid van enkele bevoorrechte individuen
gebleken.
Conservatisme betekent in de praktijk niet veel meer dan de poging eenzijdig de
eigen machtsposities en privileges vast te houden. Daarbij wordt het, bijna
steeds buiten proporties, vergroten van het eigen bezit ijverig en maar al te
vaak schaamteloos nagestreefd. Je zou kunnen zeggen dat je in dit opzicht te
doen hebt met 'banaal' conservatisme. Dit staat in volstrekte tegenstelling tot
een 'ideëel' conservatisme dat cultureel getint is en dat de vaak moeizaam en
met veel strijd verworven redelijke normen en waarden in stand wil houden en
verdedigen. Haar devies zou kunnen zijn: "behoud het goede..", iets
wat tegenwoordig zekerlijk ter harte genomen zou moeten worden.
Sommige denkers willen staande houden dat het liberalisme zijn
tijd gehad heeft, wat waarschijnlijk moet betekenen dat vormen van een linkse
cultuur dominant gaan worden. Het is niet te begrijpen hoe verstandige en
geleerde mensen dergelijke onzin kunnen bedenken. Of, misschien is het maar al
te goed te begrijpen in het licht van de wereldvreemde wetenschappelijke theorieën
die hun geesten verduisterd hebben. In feite is het zo dat juist dat linkse
denken bezig is ten onder te gaan.
Hoofdoorzaak daarvan is de onmogelijkheid voor, intussen enigermate
geëmancipeerde, mensen om in een maatgevend collectief op te gaan. Hoe banaal
en primitief hun zelfbewuste identiteit vaak nog is, de mensen willen als
zelfstandige individuen erkend en behandeld worden. Dat is wezenlijk
een ontkenning van het gezag van het
collectief. Met die ontkenning vervalt ook de macht van de linkse politiek.
Deze steeds duidelijker waarneembare individualistische bevrijding wordt door
de heersende linkse elite met 'rechts' bestempeld, daarmee suggererend dat er
niets van deugt en dat een terugkeer naar de oude 'solidariteit' gewenst is.
Maar in feite is nu juist diè opvatting uitermate conservatief, in de benauwde
zin van het woord. Het 'sluit de rijen' verwijst naar een volkomen achterhaalde
kijk op het menselijk leven, een kijk die destijds praktische zin had maar
thans alleen nog maar als een rem werkt, een goed voorbeeld van het begrip
'remmende voorsprong'. Zoiets vast te willen houden getuigt bepaald niet van
progressiviteit.
Een en ander betekent dat het hanteren van de begrippen 'links' en 'rechts'
nergens meer op slaat, tenzij daar zoals al gezegd mee beoogd wordt bepaalde
nieuwe ontwikkelingen in een kwaad daglicht te stellen.
Een concreet voorbeeld: het nieuwe kabinet (2002),
dat er op het ogenblik aan zit te komen, wordt door de gesettelde politici
steevast 'centrumrechts' genoemd, in strijd met de bedoeling om tal van
essentiële veranderingen in het bestel aan te brengen. De stilzwijgend gelegde
associatie met conservatisme en dergelijke is dus volkomen onterecht, ten
eerste omdat het begrip 'rechts' geen inhoud meer heeft en ten tweede omdat dit
begrip als een vernedering bedoeld is.
Een ander concreet voorbeeld: al bij voorbaat schreeuwen de milieubewegers
moord en brand nu er enkele wegen aangelegd of verbeterd gaan worden. Zij
spreken reeds van een 'asfaltkabinet'. Maar het is voor bijna iedereen duidelijk dat er
wat aan die wegen moet gebeuren, dus: de milieubewegers die zichzelf graag
links en progressief noemen zijn daarvan juist het tegendeel. Het zijn 'banale'
conservatieven, die zich net als orthodoxe gelovigen gedragen. Van hun milieugod
mag niets en dus willen zij elke noodzakelijke vooruitgang tegenhouden.
Die milieubewegers zijn reeds lang hun doel voorbij gehold...
Naar andere artikelen: Verkiezingen in de Lage Landen ; Verkiezingen: nrs. Uit Alledaags commentaar A , B , C , D , E , F ,
Wat bedoelt Drs. B.
Verwaayen met “IKKE en WIJ” Is dat: Ik
weet me één met de andere mensen..? Zie: “IKKE
en WIJ” of…
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Naar: Waarom is de Islam als godsdienst tegen de
Westerse Wereld..? Discrimineert / onderdrukt de Westerse
Cultuur..? zie aflevering 60 / 61
Iedereen heeft vast wel eens te
maken gehad met fanatieke Christenen, bijvoorbeeld steile Gereformeerden, of
erger nog, met Getuigen van Jehova en aanverwante sektes. In het zogenoemde '
gesprek ' met dergelijke fanaten valt vooral op dat zij alles letterlijk
relateren aan de Bijbel. Steeds weer wordt ter staving van een bepaalde stelling
als argument naar voren gebracht: “ Het staat in de Bijbel “. Logisch gevolg is
dat men niet met iemand in discussie is, maar met iets, namelijk een boek.
Het spreekt vanzelf dat er op die manier geen echt gesprek mogelijk is. Men kan
niet van gedachten wisselen, want met een boek kan dat nu eenmaal niet. Of
het nu juist is of niet, er wordt in een boek beweerd wat er in beweerd
wordt en daarmee uit. Daarom zijn de gesprekken met godsdienstige ijveraars
om moedeloos van te worden. In feite komen zij met niet anders dan platvloerse
reclamekreten om een bepaald product aan te prijzen en te verkopen.
In tegenstelling tot een groot aantal goede producten waarvoor tegenwoordig
reclame gemaakt wordt is het product ' Bijbel ' ook nog eens van zeer slechte
kwaliteit. Het is je reinste nep, warrig en autoritair en filosofisch bovendien
volledig achterhaald. De mens als vrij en onafhankelijk individu wordt verdoemd
omdat hij niet beantwoordt aan de Goddelijke Bedoelingen. Hij is schuldig en
zondig en dat al vanaf zijn verschijnen op aarde.
Al met al moet dus gesproken worden van misleidende reclame die zonder enige
twijfel onmiddellijk door de Reclame Code Commissie verboden zou worden ware
het niet dat er nog steeds zoveel zijn die last hebben van godderigheid. En als
' religieus erfgoed ' valt het letterlijk en figuurlijk buiten alle redelijke
criteria. Op zichzelf is dat natuurlijk al reden genoeg om er niets mee te
maken te willen hebben.
Precies hetzelfde geldt voor de Koran. De
kwaliteit van dit bij de Islam behorende heilige boek is evenwel nog
beroerder dan de Christelijke Bijbel. Het is verbijsterend hoe duister, plat en
kortzichtig de er in verkondigde 'wijsheden' zijn. Voeg daar nog bij de niet
aflatende vervloekingen van ongelovigen en Joden en over het algemeen de
uitermate discriminerende strekking van het geheel en men heeft ruim voldoende
argumenten om de hele zaak bij het vuilnis te zetten. Maar toch komen ook de Moslims telkenmale
onverdroten met het buitengewoon overtuigende argument: “ Het staat in de Koran
”.
Afgezien echter van de logische onhoudbaarheid van dergelijke argumenten is er
nog iets dat zo nodig nog kwalijker is. Bij onderzoek blijkt namelijk steeds
dat allerlei stellingen van gelovigen helemaal niet in de Bijbel of de Koran
staan! Of het blijkt in het gunstigste geval dat de zaak zonder meer uit zijn
verband gelicht is, nog afgezien van het ergerlijke feit dat men doorgaans geen
flauw benul heeft van de werkelijke betekenis van bepaalde uitspraken. Men
maakt er dan ook schaamteloos naar eigen believen gebruik van, uiteraard om
macht over de medemens te verkrijgen. Daar draait het uiteindelijk altijd om.
Wat dat betreft verschillen de godsdienstige praktijken niet van de politieke
waarin men ter wille van de macht ook zonder enige houdbare grond van allerlei
beweert.
Het is trouwens met die Koran al helemaal een uitermate misleidend gedoe. De
imams beweren met grote stelligheid dat de Koran absoluut authentiek is en
daarom van kaft tot kaft aanvaard moet worden. Niets is echter minder waar, er
is in de loop der tijden een heleboel aan veranderd en toegevoegd, ongeacht het
dwingende voorschrift van de grondleggers van de Islam dat er niet mee gerommeld mag
worden. Bovendien bestaan er allerlei aanvullende geschriften van later datum
die voor het gemak door de imams ook maar tot de Koran gerekend worden. Het
gewone volk kan dat toch niet controleren. Trouwens, in de meeste gevallen
hebben die imams het zelf ook maar van horen zeggen. Hun werkelijke kennis van
de oude geschriften stelt ten enen male niets voor. Vergeleken bij de
Christelijke theologen zijn zij zelfs absolute analfabeten. Maar de kreet:
' Het staat in de Koran ' is desondanks voldoende effectief om de gelovigen op
de knieën te krijgen, dus is alles in orde! Dat het in de meeste gevallen een
leugen is wordt nauwelijks door iemand opgemerkt. Zelfs de meeste
westerse intellectuelen laten in dit opzicht verstek gaan, lafhartig
bevreesd als zij zijn van discriminatie
beschuldigd te zullen worden en de hele Islamitische wereld tegen te krijgen.
De multiculturele samenleving vraagt immers volgens hen dat wij
tolerant zijn en een ieder in zijn waarde laten, ook in zijn waarde als
belijder van iets dat niet alleen onzinnig is maar zelfs uitermate gevaarlijk
voor een menswaardige ontwikkeling van de maatschappij. Er zit namelijk geen
enkele praktische stimulans in de Islam, omdat het maatschappelijk leven van de mens
uitsluitend ter verheerlijking van Allah mag dienen. Hetgeen onmiddellijk ook
inhoudt dat een in individualisme uitlopende cultuur als de Westerse volstrekt
uit den boze is en op grond daarvan bestreden en vernietigd moet worden.
Inmiddels heeft men daarmee stilzwijgend een aanvang gemaakt...
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Al enkele tientallen jaren wordt de moderne samenleving geconfronteerd met de
Islam. Over het algemeen valt dat niet zo best. We dachten dat we eindelijk van
de dwaasheden van geloof en
godsdienst verlost waren, maar nu hebben we er geheel
onverwacht toch weer mee te maken gekregen. Dat stemt nu niet bepaald vrolijk.
Tot overmaat van ramp wordt de droefheid nog verergerd door het gedrag van de
Moslims voor zover die zich intolerant en zelfs vijandig tegenover de moderne
wereld opstellen. Voor hen staat die moderne wereld model voor het rijk van de
duivel, want het gaat immers om de zelfstandige, individualistische mens die op
eigen kracht zijn leven bestuurt en zijn wereld inricht. Volgens de Islam
vernietigt die individualist daarmee in zijn verdorvenheid de eenheid van de
door Allah gewilde heilige collectiviteit. Hij wil zich niet onderwerpen en dus
zal hij branden..!
Hoewel de in het Westen vertoevende Moslims zich doorgaans loyaal voordoen en
niet al te zeer dwarsliggen, is het een
ernstige en gevaarlijke denkfout
te menen dat zij zich werkelijk zullen kunnen invoegen in de Moderne cultuur.
Niet doordat zij de taal niet zouden kunnen leren, maar doordat hun afwijzende,
antimoderne, culturele ondergrond steeds min of meer onbewust werkzaam blijft.
En zoals dat altijd het geval is met dergelijke instincten blijft het te allen
tijde mogelijk dat een uitgekookte volksmenner de zaak weet te
activeren. Dat is beslist niet alleen in
het Midden-Oosten mogelijk. Binnen het denken van de Islam is en blijft het
uitgesloten dat de Moderne cultuur ook maar iets goeds in zich zou bergen. Het
vuur van de hel is er nog te goed voor.
Overigens behoeft dat de Moslims niet te beletten om in de praktijk heel
hypocriet zoveel als mogelijk van de Moderne verworvenheden te profiteren. Al
deugt er niets van, ze zijn wel prettig en begerenswaard..!
Tegen deze achtergrond is het op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat de
traditionele bestrijders van de godsdienst nog steeds niets van zich laten
horen. Waar blijft het Humanistisch Verbond dat zich vroeger met kracht
verzette tegen elke godsdienstige inmenging in de maatschappij? Juist nu laat
het Humanistisch Verbond het afweten, nu we nota bene te doen hebben met een
ideologie die met alle geweld de scheiding van kerk en staat ongedaan wil maken
en die zich daartoe op een onmiskenbaar politieke manier gedraagt. Met een laf
multicultureel smoesje worden de Islamitische brutaliteiten goedgepraat, daarin
vlijtig voorgegaan door de Universiteit voor Humanistiek. Men weet daar uit te
leggen dat een ieder recht heeft
op 'het zijne' en dat niemand het recht heeft daar een oordeel
over te vellen, laat staan een negatief oordeel.
Nog bonter maken de Vrijdenkers het. Sinds 1856 bestrijden zij elke vorm van
geloof en godsdienst omdat zij terecht tot de conclusie zijn gekomen dat het
gevaarlijke wanen zijn. Gevaarlijk omdat zij voeding geven aan systemen die de
mensen àf houden van zichzelf. Dat leidt onvermijdelijk tot een onvolwaardige
samenleving. Het feit dat de Islam nergens ter wereld ook maar een enigszins
leefbare samenleving tot stand heeft kunnen brengen is op zichzelf al een
onloochenbaar bewijs voor deze aloude gedachte van de vrijdenkers. Maar thans
plegen ook zij een ernstig intellectueel verraad. Nog met geen woord hebben zij
tot nu toe gerept over de primitieve, maar daarom niet minder gevaarlijke,
doelstellingen van de Islam en de noodzaak die bij voortduring helder aan de
kaak te stellen. Dat deden zij indertijd wel met verve toen het over het
Christendom ging.
Protesteren zij tegen de Islamitische brutaliteit van het hoofddoekje bij de rechterlijke macht? Staan zij de vrouwen bij die
buiten de maatschappij worden gehouden? Verzetten zij zich tegen de
onmenselijke Islamitische rechtspleging? Weigeren zij consequent de Islam te
erkennen als een cultuur? Niets van dit alles. Een angstig stilzwijgen resteert
van de voorheen luide protesten tegen de godsdiensten.
Nog even en ook de vrijdenkers zullen zich scharen bij de intellectuele
post-moderne hielenlikkers van de Imams, onder het schijnheilige mom van tolerantie en respect voor
andersdenkenden..
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ; loyaal-1 ; loyaal-2 ; loyaal-3
Neem ook eens nota van: conditionering en van Blokkade
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
homoseksualiteit-1 homoseksuelen-2 ; Verdraagzaamheid ; Kwetsend ; Gekwetst ;
Fanatieke godsdienstigen spelen graag de rol van slachtoffer. Elke kritische
opmerking van een andersdenkende, hoe redelijk op zichzelf ook, wordt met
graagte aangegrepen om weer eens verontwaardigd te worden. Zij voelen zich dan
uitermate zielig en ten diepste gediscrimineerd.
Een dergelijk kinderachtig gedrag is bij zulke groeperingen eerder regel dan
uitzondering. Hoe vaak maken wij niet mee dat fanatieke Christenen zich gekwetst voelen
als iemand iets zegt over hun godsdienstige opvattingen of praktijken. Desnoods
tot voor de rechter proberen zij dan waar te maken dat zij het slachtoffer van discriminatie
zijn en dat daartegen opgetreden moet worden. Discriminatie is zelfs
bij de Grondwet verboden, zo weten zij.
Ongetwijfeld is dat gedrag van die Christenen uitermate hypocriet, want zij
discrimineren zèlf bij voortduring dat het een lieve lust is. Zonder pardon
verketteren zij een ieder die ook maar even niet beantwoordt aan de normen en
voorstellingen van hun godsdienst. De meest afschuwelijke straffen wachten hen.
Eeuwig branden in het hellevuur, gepijnigd worden door etterende zweren en
veelvuldige verkrachtingen door duivels vormen nog het minste wat de
vertegenwoordigers van de godsdienst van de liefde voor de zondaars bedacht hebben.
Gelukkig horen wij sinds enige tijd niet meer zoveel van die arme Christelijke
slachtoffers, maar voor de verandering zijn het nu de Moslims die de fakkel
hebben overgenomen en zich nu almaar over discriminatie beklagen. Sinds
het optreden van Pim Fortuin zeggen zij in toenemende mate te lijden onder beledigingen en ander onheus gedrag van ongelovige
Nederlanders. Er zijn er zelfs die niet eens meer rustig over straat durven
lopen, zo erg is het tegenwoordig gesteld met de discriminatie. In de
dagbladen en voor de televisie treden met de regelmaat van de klok verbitterde
agressievelingen op die zich beklagen over het intolerante gedrag van die
ongelovigen. En het is een duidelijke zaak: wat hebben die arme onschuldige
stakkers het te kwaad..!
Ook hier weer de omgekeerde wereld. Ondanks hun
verhalen over verdraagzaamheid
en vredelievendheid zijn ook deze Islamitische godsdienstigen zèlf volop bezig anderen te
discrimineren. Westerse vrouwen bijvoorbeeld deugen niet, het zijn eigenlijk
zelfs hoeren. De westerse normen, zeden en gewoonten zijn regelrecht duivels. Homoseksuelen
moeten als gevaarlijke zieken beschouwd worden en dus worden verwijderd uit de
samenleving. Dit is nog slechts een kleine greep uit de verzameling
discriminerende opvattingen van de Moslims.
Daar komt tot overmaat van ramp nog bij dat hun vrouwen zich met hun hoofddoekjes uitermate
demonstratief afzetten tegen de moderne wereld. Daarmee provoceren zij menigeen
op niet mis te verstane wijze. Is het een wonder dat zij zich een heleboel ergernis
op de hals halen?
Toppunt van dwingelandij is natuurlijk de brutale eis om bij het vervullen van
overheidstaken, zoals bij de rechtbank, dat provocerende hoofdtooisel te mogen
dragen.
Hoe dan ook, wie zelf het ergst discrimineert is steeds de eerste om anderen
van discriminatie te beschuldigen. Dat is een keiharde psychologische
natuurwet. En het is eveneens een wet dat de godsdiensten verreweg de rijkste
voedingsbodem voor dergelijke kwalijke praktijken vormen. Dat ligt geheel en al
in de logica, want godsdiensten zijn gegrond op de overtuiging dat er een hogere goddelijke
macht bestaat wiens normen en waarden universeel geldig zijn. Bijgevolg moet
elke afwijking daarvan, door wie dan ook, als een ernstig en strafwaardig
misdrijf worden beschouwd. Gezien in dat licht is het dan ook toegestaan
anderen te discrimineren, zowel degenen die er anders over denken en die anders
handelen als degenen die menen kritiek te mogen hebben op de godsdienst en zijn
volgelingen. Onder alle omstandigheden staan de ànderen schuldig. Uit naam en
zelfs op bevel van God of Allah mogen die anderen vernederd, beledigd en
gestraft worden.
Tot nu toe hebben veel moderne mensen en vooral de linkse politici, de ogen
voor deze scheve verhoudingen en praktijken gesloten. Hun nauwelijks
zelfbewuste en dus lafhartige schijnredelijkheid heeft hen ertoe gebracht alles
maar klakkeloos te aanvaarden, op grond van de idiote mening dat dit door het
begrip 'tolerantie' geboden zou zijn. Niets is echter minder waar. Dat begint
thans met scha en schande duidelijk te worden.
Tolerantie vooronderstelt dat men zijn eigen normen nauwkeurig kent en laat
gelden. Het is dom om daarbij water in de wijn te doen. Pas als men zich
daarvan terdege bewust is kan men zien welke redelijke ruimte er is voor
eventuele andere normen. Op die manier betekent tolerantie niet, zoals veelal
tegenwoordig in het postmoderne denken, een relativering en verloochening maar
juist een verrijking van de eigen opvattingen.
Maar bij voorbaat uitgaan van redelijke gelijkwaardigheid betekent
onvermijdelijk een terugval naar reeds lang geleden overwonnen dwalingen.
Bladwijzers: discriminatie-1 discriminatie-2 discriminatie-3 discriminatie-4
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
homoseksualiteit-1 homoseksuelen-2 ; Verdraagzaamheid
; Kwetsend ; Gekwetst ; Overtuiging-1 ; Overtuiging-2 ; Overtuiging-3 ; Overtuiging-4 ; Overtuiging-5 ;
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Er zijn mensen, denkers ook, die beweren dat politiek niets anders is dan het
uitvoeren van een rituele dans. Aan de borreltafel zijn de meeste politici het
daar wel mee eens, maar in het openbaar geven zij dat niet graag toe. Erkennen
dat zij aan een rituele dans deelnemen is schadelijk voor hun imago en vooral
voor een politicus is zoiets absoluut dodelijk. Immers, hij wil gezien worden
als een verantwoordelijk
bestuurder die ernstig en zakelijk met de anderen overleg pleegt, waarbij het
uitsluitend om de inhoud gaat en volstrekt niet om de vorm. Zo ontstond er
onlangs een hevig tumult toen iemand, nota bene een minister, er geen doekjes
om wond en het politieke
gedoe beschreef als niets anders dan een verplichte rituele dans.
Iedereen haastte zich om hem ter verantwoording te roepen teneinde den volke
duidelijk te maken dat de politiek wel degelijk een serieus bedrijf is. Dat
evenwel was op zichzelf al een deerniswekkende rituele dans...
Wat nu is een rituele dans?
Een rituele dans is een opeenvolging van handelingen en uitspraken die bij
oningewijden de sfeer van iets hogers op moet roepen, maar die er in feite
alleen maar toe dient te verbergen waar het wezenlijk over gaat. Het ziet er
uit als het een, maar het betreft het ander. Dat wil natuurlijk zeggen dat je
eigenlijk te doen hebt met een leugenachtige vertoning die door een aantal
ingewijden opgevoerd wordt ter wille van bepaalde geestelijke of stoffelijke
belangen waaraan zij liever geen al te grote ruchtbaarheid willen geven.
Je behoeft geen helderziende te zijn om vast te kunnen stellen dat de politiek
tenvolle aan deze omschrijving voldoet. Het is een en al ritueel, ondanks het
feit dat men niet af laat te verklaren dat alleen het landsbelang in
het geding is en dat men zich volstrekt onbaatzuchtig daarvoor in zet. Dit,
zoals een ieder kan vaststellen, in tegenstelling tot de realiteit waarin het
om partijbelangen en eisen van machtige economische elites gaat. En niet te
vergeten natuurlijk het persoonlijke belang van een goede baan die weinig specifieke
kwaliteiten vereist.
Het politieke ritueel is dus een vertoning die niet alleen het gescharrel van
de politici van een zekere status moet voorzien, maar die vooral ook de
goegemeente zand in de ogen moet strooien, door te doen alsof hogere waarden in
het geding zijn terwijl het in feite om uitermate kinderachtige banaliteiten
gaat. Want ook de tegenwoordige democratische politiek is, net als die van
voorgaande eeuwen, niets anders dan een dodelijke strijd van een aantal
enkelingen om de macht, hun eigen macht wel te verstaan. Er is namelijk geen
wezenlijk verschil tussen de praktijken van Lodewijk de Veertiende of Karel de
Vijfde met hun adellijke kornuiten enerzijds en het huidige zogenaamd
democratische politieke
gedoe anderzijds. Slechts de vorm is anders, maar het wezen is
precies hetzelfde. En om dat onbelemmerd te kunnen realiseren kunnen de
machtzoekers niet buiten het ritueel. Zij kunnen dus niet buiten de leugen...
Tot verbijstering van de gezeten politici is er onlangs in Nederland een enigszins
andere wind gaan waaien, dankzij het optreden van een enkele man die het
vermogen en de moed had de sluier weg te trekken, om de mensen de treurige
realiteit van de gebruikelijke politiek te laten zien. Zoals zo vaak met dit
soort gebeurtenissen was het helaas maar van korte duur omdat ook hij het met
zijn leven heeft moeten bekopen. Afgezien daarvan echter duurde het vooral ook
maar betrekkelijk kort omdat politici uitermate bedreven zijn in het bedenken
van nieuwe rituelen, teneinde de parlementair democratische politiek voort te
kunnen zetten. Dus zullen zij die nieuwe rituelen stellig binnenkort bij de
komende verkiezingen
aanwenden, uiteraard om opnieuw onbelemmerd hun partijbelangen te kunnen
dienen.
Verantwoordelijk(heid): zie A, B, C,
Verkiezingen: nrs. A , B , C , D , E , F ,
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Alle godsdiensten zijn volslagen idioot. Dat is een kwalificatie die inderdaad
heel wat verder gaat dan de gebruikelijke relativerende die inhoudt dat een
godsdienst een achtergebleven cultuuruiting zou zijn. De kwalificatie dat het
over iets idioots gaat is in feite een absolute, een algemeen geldige. En wel
omdat het begrip 'idioot' geen vergelijking met iets anders inhoudt, zoals dat
met het begrip 'achtergebleven' wel het geval is. Dat is immers een
vergelijking tussen iets ouds en iets dat inmiddels verder ontwikkeld is.
Tegelijkertijd suggereert het begrip 'achtergebleven' dat er ooit een tijd zou
zijn geweest waarin een bepaalde, thans als achterlijk te kwalificeren, zaak
actueel en redelijk was. Zo'n moment is er echter nooit geweest, bij geen
enkele godsdienst. Ook ten tijde van hun stichting waren godsdiensten
onmiskenbare manifestaties van intellectueel idiotisme.
Het is overigens zeker waar dat er in antieke godsdiensten, zoals het
Christendom, een rudimentaire kern schuilt die onbewust verwijst naar
feitelijke verhoudingen binnen het geheel van de kosmos. Suggesties evenwel die
gaandeweg in het zelfbewustzijn van de mensen tot een dwangmatige frustratie
zijn verworden. Deze, in wezen arrogante en agressieve, neurose is typerend
voor de idiotie van het fenomeen godsdienst.
Het moge duidelijk zijn dat dit, ondanks de mooie verhalen over vrede en
dergelijke, ook tenvolle voor de Islam geldt. Maar het is tevens een feit dat de andere
godsdiensten er ook goed raad mee weten. Zo voeren de Roomsen nog altijd een
paus ten tonele die zich verbeeldt de exclusieve vertegenwoordiger van een
oppermachtige god te zijn. Die dwaas is natuurlijk niets anders dan een in
vreemde gewaden gestoken tiran die schaamteloos zijn wil aan de onnozelen
oplegt. Uiteraard is het de wil van die schurk en zijn kornuiten zelf, maar dat
wordt geraffineerd verborgen achter vele door wierook omgeven dwaze rituelen en
andere bedrieglijke voorstellingen.
En onlangs was er op de radio ook weer zo'n dwingeland van de Staatkundig
Gereformeerde Partij. Hij verordonneerde dat bij alle voorkomende gelegenheden
'de bijbel opengeslagen' behoorde te zijn. Niet alleen op de scholen, op het
werk en thuis, maar vooral ook bij de overheid. Want, zo legde hij uit, 'de
overheid is de dienaresse van God'. Niet dus van het recht en al helemaal niet
van het volk, maar uitsluitend van God. Dat is te zeggen: de gereformeerde god.
Zoals gewoonlijk werd deze primitieve onzin niet door de brave, politiek
correcte, interviewer tegengesproken.
Op zichzelf zou men kunnen lachen om een dergelijke onbenulligheid, maar het
kan geen kwaad zich te realiseren dat er wel degelijk iets gevaarlijks achter
steekt. Met de mond wordt namelijk door die S.G.P. de scheiding van kerk en
staat onderschreven. Daardoor lijkt het of die partij in staatkundige zin
democratisch is. De truc is echter dat wel de instituten 'kerk' en 'staat' van
elkaar gescheiden worden, maar dat zij tegelijkertijd alle twee onderworpen
zijn aan God. Zij zijn beide 'dienaressen van God'. De staat en de kerk zijn
dus wel gescheiden, maar niet de staat en de godsdienst. Dat kan alleen maar stiekem
verwijzen naar het ideaal van een theocratie. Daarin verschilt die o zo
democratische Staatkundig Gereformeerde Partij in geen enkel opzicht van de Islam en al die
andere godderige tirannieën. Het zijn opvattingen die ten allen tijde aan de
kaak gesteld moeten worden als mensonwaardige hersenspinsels.
Vroeger deden de vrijdenkers dat...
Islam-1 ; Islam-2 ; Islam-3 ; Islam-4 ; Islam-5 ; Islam-6 ; Islam-7 ; Islam-8 ; Islam-9 ; Islam-10; Islam-11 ; Islam-12 ;
Neem ook eens nota van Conditioneringen
en Hoe zit het nou met GOD en DE MENS IN DE MODERNE BESCHAVING
Terug naar: Welkom op de homepage
van rob van es voor méér informatie
Het begrip veiligheid
heeft een veel omvangrijker inhoud dan gewoonlijk verondersteld wordt als je
erover spreekt. Het heeft namelijk niet alleen te maken met een zekere
politionele bescherming bij het zich bevinden op straat bijvoorbeeld, maar
veelmeer met de juridische status waarin de mensen zich bevinden. Het gaat over
de verhouding waarin de ene mens tot de andere staat. Dit betekent dat men
elkaar met rust zal laten (volg trefwoord:
met rust laten) en er zorg voor zal dragen dat men elkaar niet
benadeelt of leed berokkent. Deze zorg voor elkaars veiligheid kan niet
incidenteel zijn. Het is immers gemakkelijk genoeg als alles meezit!
Zij zal echter geheel en al onvoorwaardelijk moeten zijn. Bovendien moet
zij negatief gedefinieerd worden omdat het gaat over zaken die men ten aanzien
van de medemens te laten heeft. Het laten gelden van het begrip veiligheid
komt neer op het voorkomen en
verhinderen van al datgene dat de ander en jezelf qua
zelfstandigheid bedreigt. Het is helemaal niet noodzakelijk dat de wederkerige
garanties voor veiligheid in wetsartikelen vastgelegd zijn en dat bepaalde
instanties optreden als handhavers van deze wetten.
Mensen die tenslotte volwassen geworden zijn hebben een
dermate helder besef van rechtvaardigheid dat zij in de vele verschillende
situaties, waarin ze komen te verkeren, elkaar bijna intuitief 'recht zullen
doen'.
Het onvoorwaardelijke karakter van dit begrip veiligheid heeft
ook als consequentie dat men medemensen met een verkeerde aanleg en ontplooiing
in hun 'verkeerd-zijn' erkent en hen zo goed mogelijk beschermt en verzorgt. Op
grond van het eerder genoemde rechtvaardigheidsbesef
(volg bladwijzer:
rechtvaardigheidsgevoel) zullen deze bescherming en verzorging geen
indirect, maar een direct en preventief karakter hebben. Men wacht niet, zoals
tot nu toe gebruikelijk is, totdat er een misdaad geschied is, maar tengevolge
van elkaars zorg voor elkaar heeft men reeds lang van tevoren de symptomen van
het 'verkeerd-zijn' herkend en zo goed mogelijk behandeld.
Men mag niet vergeten dat een belangrijke stimulans tot misdadig gedrag gelegen
is in de onverschilligheid
(volg trefwoord: onverschillig zijn) voor
elkaar. Het als los zand aan elkaar hangen van de onvolwassen mensen is een
vruchtbare voedingsbodem voor criminaliteit. Wanneer dat eenmaal opgeheven zal
zijn blijft er slechts een heel klein aantal mensen over die werkelijk
niet goed in elkaar zitten. Vanzelfsprekend worden die als ziek beschouwd...
Onder het begrip veiligheid valt ook het onvoorwaardelijk voorhanden-zijn van de levensbehoeften
van de mensen. Dat wil zeggen dat ieder mens aan die behoeften kan voldoen
zonder daarvoor eerst op allerlei onaangename manieren een grote hoeveelheid geld
bijeen te moeten schrapen of op andere onterende manieren 'zijn brood te
verdienen'.
Onder levensbehoeften valt een grote variëteit aan
onmisbare zaken zoals daar zijn onderdak, kleding en schoeisel, voedsel en
medische hulp. Maar ook die zaken die tot nu toe als 'luxe'
gezien werden, maar die voor mensen met een speciale aanleg onontbeerlijk zijn:
muziekinstrumenten, geluidsdragers, boeken, kunst en kunstvoorwerpen,
enzovoort.
Het moet zelfs voor 'dromers' mogelijk zijn zich
als zodanig uit te leven zonder daarvoor met de nek aangekeken te worden
vanwege het feit dat ze niet 'werken voor de kost'. ( zie trefwoorden: Werken ;
arbeid – werken)
Het is opmerkelijk dat in de moderne maatschappij alles in
het teken van de arbeid staat. Iedereen wordt qua maatschappelijke status
beoordeeld naar de aard en waardering van zijn arbeid. Vallen iemands
activiteiten buiten datgene dat als 'arbeid' gedefinieerd wordt, dan valt de
beoordeling niet gunstig uit. Ogenschijnlijk geldt dat niet voor zieken, ouden
van dagen, huisvrouwen en kinderen, maar bij nadere beschouwing blijkt dat hun
status wel degelijk afhankelijk is van de arbeid: die ouden van dagen moeten
'gepensionneerden' zijn die AOW of een pensioen genieten, wat op zichzelf ook
weer in betrekking staat tot de arbeid en de huisvrouwen danken hun waardering
aan het feit dat zij als onder- en achtergrond van des mans arbeidzame leven
fungeren. De kinderen tenslotte gelden als toekomstige arbeiders, hetgeen onder
andere duidelijk blijkt uit de opvoeding en opleiding die zij krijgen. Zieken
kunnen zich in deze wereld alleen maar dan veilig en verzorgd weten als zij
zich doormiddel van hun arbeid verzekerd hebben. Onvoorwaardelijke hulp wordt
als regel niet geboden.
De arbeid is de maat van het gehele maatschappelijke leven en alles wat buiten
de definitie van het begrip arbeid valt wordt hoogstens met welwillendheid
geduld. Werklozen bijvoorbeeld worden enigszins beleefd behandeld voorzover zij
buiten hun schuld zonder werk geraakt zijn en dus nog steeds als potentiële
arbeiders beschouwd kunnen worden, maar tegelijkertijd wordt hen almaar
voorgehouden dat zij wel zo spoedig mogelijk en zonder morren aan het werk
moeten...
Lui die letterlijk niet willen meewerken aan deze slavernij worden, niet alleen
vanuit de overheid, maar ook door hun medeburgers, met de nek aangekeken. Zij
worden asociaal gevonden en uitbuiters omdat zij volgens de socialen en
niet-uitbuiters 'anderen voor zich laten werken' en dat is iets wat uit den
boze is, tenzij je ondernemer bent, want dàn wordt het weer als een bewijs van
slimheid en zelfs zakelijkheid beschouwd.
Maar, zelfs als het waar zou zijn dat anderen voor die asocialen werken (maar
het is niet waar!), dan nog zegt dit veel meer over de mentaliteit van die
werkenden dan over die zogenaamde asocialen: je moet immers nooit voor een ander
werken, behalve natuurlijk voor een baas, als je er tenminste behoorlijk voor
betaald wordt..!
In de grond van de zaak is het terecht dat de arbeid in
het maatschappelijke leven zo'n dominante rol speelt. Op zichzelf is de
maatschappij niets anders dan het
zo verfijnd mogelijke netwerk van relaties tussen de afzonderlijke mensen
(Zie
bladwijzer: De samenleving,
vertaald naar onze wereld..!.) Maar dat netwerk kan niet functioneren als er
niet een verzorgde materiële basis is voor het bestaan van die afzonderlijke
mensen. Die basis moet veiliggesteld zijn en de grondslag daarvan is de arbeid.
(Zie
beide trefwoorden: arbeid-werken en arbeid is geen koopwaar )
In het veiligstellen spelen allerlei grootheden een rol, zoals daar zijn
medische voorzieningen, juridische waarborgen, mogelijkheden tot communicatie
en toegang tot kennis. Maar dat alles wordt een farce als de arbeid niet voor
het beschikbaar zijn van spullen zorgt. In de arbeid zet de mens de voorhanden
natuurlijke werkelijkheid om tot een menselijke. Hij maakt iets dat zo zonder
meer niet door het wordingsproces
opgeleverd wordt.
Hij doet dat omdat de gehele kosmos zijn inhoud is vanwege het feit dat het
verschijnsel mens het laatste verschijnsel is waartoe de processen in de
werkelijkheid komen. Het eindresultaat van een proces houdt alle voorgaande
stadia in en zo houdt de mens als eindresultaat van de kosmische processen de
gehele kosmos in.
Als eerste is daar natuurlijk de aarde die van een abstracte inhoud tot een
concrete omgezet wordt. Dat geschiedt, in een veelheid aan varianten, door de
menselijke activiteit van de arbeid. Omdat dit het geval is, is het sinds de Verlichting
tot zelfbewustzijn gekomen begrip 'arbeid' terecht herkend als van toepassing
op de maatschappelijke werkelijkheid. Maar meer dan een 'herkennen' is het tot
nu toe niet: telkens weer blijkt dat men niet het flauwste benul heeft van de
werkelijke verhoudingen die hier aan de orde zijn. Het begrip 'arbeid' is
concreet geworden en zijn alledaagse rol gaan spelen, maar door een diepgaand
onbegrip, wat overigens niemand kwalijk genomen kan worden, is er een bijna
niet te herkennen zaak ontstaan. Het klinkt hard, maar het moet toch gezegd
worden dat de arbeid sinds de industriële revolutie definitief tot slavernij
verworden is.
Het kon logischerwijs niet uitblijven dat de arbeid tot slavernij
zou ontaarden. Dat betekent onder andere dat het nu als handelswaar( arbeid
is geen koopwaar) is gaan fungeren. Er zijn er die werk in de
aanbieding hebben, zij hebben het monopolie op het bezit van dat werk en zij
verstrekken dat van bovenaf. Dat wil zeggen dat zij niet als gelijke partners
onderhandelen met diegenen die werk willen hebben, maar daarentegen als hoger
geplaatsten die eigenlijk alles voor het zeggen hebben, maar die onder
omstandigheden eventueel wel bereid zijn wat water in de wijn te doen.
Die omstandigheden zijn dan als regel bepaalde pressiemiddelen van de
arbeiders, zoals stakingen. Zomaar vanuit zichzelf geven de 'werkgevers'
geen behoorlijke tegenwaarde van de energie die de arbeiders te koop aanbieden.
Steevast moet die tegenwaarde àfgedwongen worden.
De werkgevers zijn particuliere, dat wil zeggen
op eigen welvaart gerichte, ondernemers die in het bezit zijn van een aantal
werkzaamheden die verricht moeten worden. Daarvoor hebben zij energie nodig en
die kopen zij van anderen die bepaalde bekwaamheden hebben. Van de arbeiders,
tegenwoordig 'werknemers' of nog verhullender 'medewerkers' genoemd, wordt die
energie gekocht, maar steeds vanuit een hògere machtspositie van de
ondernemers. In feite hebben die de middelen in handen om het leven van de
mensen veilig te stellen. Dat maakt hen machtig, maar het geeft hen ook
aanzien, ondanks het feit dat zij uitsluitend te eigen bate bezig zijn.
De arbeiders worden dus zoveel als mogelijk door de werkgevers bedrogen bij de
verkoop van zichzelf als energiebron. Maar die arbeiders zijn genoodzaakt zich
bij deze praktijken neer te leggen omdat zij anders niet zouden kunnen
overleven.
Wat dus eigenlijk iets vanzelfsprekends is, namelijk dat de mens de planeet
omzet tot zichzelf, is verworden tot een louche handeltje van diegenen
die dat omzettingsproces in bezit hebben genomen. En de pechvogels die achter
het net vissen hebben geen keus: zij moeten hun natuurlijke arbeidsvermogen
tegen woekerprijzen verkopen.
Het gedwongen zijn om het eigen arbeidsvermogen te verkopen leidt er
onherroepelijk toe dat de arbeidende mens per definitie geen vrede heeft met
zijn bestaan. Diegenen die er echter wel vrede mee hebben zijn steeds mensen
die aan het gemarchandeer met arbeidskracht zijn ontkomen, door de 'hoogte' van
hun positie of door het 'eigen baas' zijn, hetgeen op zijn beurt inhoudt dat
zij aan de andere kant van de streep toch weer moeten marchanderen, namelijk om
zo goedkoop mogelijk arbeidskracht in te kopen of, als het maar even kan, te
stelen. Bijvoorbeeld van berooide asielzoekers.
En dan zijn er ook nog die spaarzame gevallen van mensen die, hoewel niet zo
erg tevreden met hun betrekkelijk armoedige bestaan, toch nog enige bevrediging
in hun werk vinden doordat zij toevallig op 'de goede plaats' zijn terecht
gekomen. Vaklui dus die ondanks alles hun werk als een menselijke en
menswaardige uitdaging zien en die het tenslotte maar voor lief nemen dat zij
bestolen worden.
Hoe dan ook, het algemene beeld is onvrede met het bestaan door een
niet op maat liggen van de arbeid.
Iets wat vanzelfsprekend aan de mens meekomt kàn nu eenmaal geen object
van handel zijn.
Terug naar: de
Startpagina
Naar artikelen:
Loyaal: zie
bladwijzers in Filosofische invallen 1 t/m 26, ; Loyaal:
zie bladwijzers in De ontwikkeling van de West Europese Cultuur, ; Loyaal: zie
bladwijzers in De Kunst van het Filosoferen, ; Loyaal: zie bladwijzers
in De Grote Vierslag, ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof
; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst
; God bestaat niet ; Bedreiging van het
vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; De
MAATSCHAPPIJ is inhoud van de SAMENLEVING-zie bladwijzers ;Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27.
; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;
Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens te ver
(Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21
; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..?
zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen moslims zich invoegen
in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De
Islam ; Het staat in de Koran- zie
aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer
; Is
er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..? Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ;
Vrijheid
van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ; ● Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling,
verlies van houvast, Islam’s succes ; Samenleving,
Maatschappij en Gezin ; Hoe zit het nou met god ; Een
korte schets v/d MENSELIJKE SEKSUALITEIT ; De kunst, het schone verschijnsel ; Filosofie van de kunst ;