uit
het boekwerkje TEKST EN UITLEG ( 1987 )
conditionering,evolutie van het leven,het
brein,instinct,saamhorigheid,the survival of the fittest,veiligheid,
zelfbewustzijn.
Help mee om deze site te promoten.
Vertel het uw…!
(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes
)
Terug naar : Startpagina
Naar bladwijzers: Vrije keuze ; Vastgelegde
Beschaving ; Brein ; Denk
ik nu zèlf na…of…
; Vrijdenken ; The survival of
the fittest ; Almachtige
God ; Instinct
; Relatie ; Saamhorigheid ; De zogenaamde “overheden” ; En jij maar in de mening
verkeren dat jezelf aan het denken bent! ; Als
je afziet van vragen stellen betekent dat een ramp voor jezelf en…! ;
Naar andere artikelen: Het
toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst
en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De
fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging
van het vrijdenken en het atheïsme ; De
verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als
godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie
afl. 18 ; Ongewenst
atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens
te ver (Israël) ; Verbieden van de
godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de
Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen
moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De
Islam ; Het staat in de Koran- zie
aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Is er dan toch een GOD..?
Hoe zit dat..? Briewisseling- Geweld-
Godsdienst- Geloof ; Vrijheid van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie
bladwijzers ; de kunst; het schone verschijnsel ; Samenleving, Maatschappij
en Gezin ; Filosofie van de kunst ; Hoe zit het nou met god ; Het
Nihilisme ; Vernietiging van de macht ; Uilenspiegel
en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Een alternatief bestuur ; Artikelen
betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle ingezetenen van
Nederland.!.? ; De grondslagen van Jodendom - Christendom en Islam-zie
bladw. ; Niet zeuren, god bestaat niet – zie inhoudsopgave nr. 13(
godsdiensten een cultuur..? ) ; Wij dulden geen tegenspraak – zie INHOUDSOPGAVE – zie nr.
10 ; Seksueel misbruik – Hoe zit dat..? – zie bladw. ; Leidt de toename van de
kennis tot een beter weten..? – zie bladw. ; JESAJA – zie A..! , B , C , D , E , - zoekterm “ Jesaja “ ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Nihilisme
en Anarchisme als basis van het Atheïsme ;
Islamitische geldingsdrang –
zie afl. 27 ; Polariseren
leidt naar een hoger plan(stuwt op) v/d DEMOCRATIE – zie afl. 24 en 25
; Godsdienst
en Geloof – Hoe zit dat..? ; Het
geheel is meer dan de som der delen Sociale
Bewogenheid – zie bladw. ; De
Rechtsstaat – zie bladwijzers ; Is de Islam een
cultuur..? èn
het Jodendom en Christendom..? Hoe zit dat..?-afl.64/65 ; Religies bevestigen het Geestelijke Karakter v/d mens..!
– zie bladw. ; Onvolwassen Mensheid-zie nr. 50..! ; De begrippen Godsdienst
en Geloof – Hoe zit dat..? ; Depressies -Hoe zit
dat..?-zie bladw. ; Islamitische geldingsdrang –
zie afl. 27 ; Kunnen moslims zich invoegen in de
Moderne cultuur..? – afl. nr.37 ; De grondslag van een godsdienst,
- Godsdienst als
misbruikt geloof ; De filosofie van de geschiedenis ; Kan macht zich ten goede keren ; ● Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling, verlies
van houvast, Islam’s succes ; Het gelijk en de dialoog ; De
ontwikkeling van het denken ; robot
denken
Het begrip samenhang
treft u door het gehele artikel aan!
Info betreffende het begrip samenhang, zie: Beweging
en Verschijnsel deel 1, 2 en 3
Terug naar : Startpagina
Zoals u ziet hebben wij een gast. Het is de kater
"Bonk". Een gekke naam, maar hij doet hem wel alle eer aan. Hij is hier
natuurlijk niet zomaar. Hij zit hier om zo te zeggen als deskundige. Deskundige
op het terrein van de zogenaamde conditioneringen, waarover ik met u wil
praten. We zeggen van deze kater: het is een roofdier Ik geef toe, veel is
daarvan niet over. Zijn voornaamste bezigheid is slapen en luidkeels spinnen
als hij geaaid wordt. Als je hem tot een spelletje wilt verleiden begrijpt hij
niet waarom je plotseling zo raar doet en dan gaat hij maar weer verder tukken.
Toch blijft deze kat een roofdier. Een tijdje geleden bleek dat hij precies
wist wat hem te doen stond toen er een muis in huis was. Hij reageerde snel en
uitermate efficiënt.
U zult zeggen: zijn roofdierinstinct
kwam weer boven en daarin hebt u natuurlijk gelijk. Maar wat bedoelt u met
“instinct”? Ik denk dat instinct is: het geactiveerd worden van een
programma. Een programma dat in het brein van het dier aanwezig is zoals de software in een
computer. Het zien van die muis stelde dat programma in werking en de kat
werkte het stap voor stap af. En wees er maar zeker van dat hij geen keus had
en dat hij niet heeft zitten overwegen of hij die muis nou al of niet met rust
zou laten. Er waren voor hem geen alternatieven. De code “muis in zicht” heeft
voor de kat tot gevolg dat hij een vastgelegde reeks van handelingen gaat
verrichten.
Dat vastgelegde programma zit bij de kat
ingeboren. Het maakt het karakteristieke van de kat uit. En aan dat programma
zal hij nooit kunnen ontkomen. Natuurlijk, je kunt hem een aantal dingen leren
maar het blijft beperkt tot tamelijk kleine wijzigingen, tot aanpassingen van
het programma. Maar een geheel ander programma krijg je er niet in: deze kat
blijft ten allen tijde een roofdier!
Hoe
zou het nu zitten met ons, mensen? Volgens bepaalde gedragsonderzoekers verschillen
wij niet van de kat. We zouden hoogstens wat gecompliceerder geprogrammeerd
zijn, zodat het moeilijker wordt te voorspellen hoe wij op bepaalde dingen
zouden reageren. Als je de zaak nu maar zo uitvoerig mogelijk onderzoekt, dan
zou je elk menselijk gedrag kunnen voorspellen en daarmee uiteraard - je
voordeel doen! Moderne hulpverleners en begeleiders werken met zogenaamde
conflictmodellen zodat je een voorspelling kunt doen over het verloop van
conflicten, natuurlijk ook met de bedoeling de zaak al bij voorbaat in de hand
te kunnen houden. Weliswaar mislukt dat telkens, maar dat zou dan komen doordat
wij nog niet voldoende weten van de programma's in het brein van de mensen. Men denkt dat we daar
op den duur wel achter zullen komen en dan zou je een oude droom waar kunnen
maken: het manipuleren van de mensen!
Hoe dan ook, men gaat er van uit dat
er in mensen programma's ingebouwd zitten, net zoals bij de kat. En als je eens
let op de meningen van de mensen zou je denken dat dit inderdaad zo is. Die
meningen hebben bijna altijd hetzelfde karakter, of ze nu komen uit de koker
van de “gewone” vrouw of man of uit de koker van deskundigen. Gaat het
bijvoorbeeld over veiligheidsproblemen, dan begint iedereen bedenkelijk te
kijken, alsof er over dit ernstige vraagstuk diep nagedacht moet worden. En dan
spreekt men de magische woorden: "Onze beschaving moet uiteraard verdedigd
worden”. Wat er dan op volgt is een standaard verhaal, dat alleen maar steunt
op het denkbeeld dat je je beschaving vanzelfsprekend moet verdedigen. Maar
waarom is dat zo vanzelfsprekend? Waar halen we die zekerheid vandaan? Is
een beschaving wel te verdedigen?
Een ander voorbeeld. Bijna alle
mensen zeggen: Het spreekt vanzelf dat er iets goddelijks is dat het heelal
bestuurt. O ja, spreekt dat vanzelf? Voor u misschien wel, maar voor mij nog
lang niet! Ik zou dat wel eens logisch aangetoond willen zien!
Dit zijn maar kleine voorbeelden,
die er voorlopig niet zoveel toe doen. Ik kom er in volgende uitzendingen nog wel op terug.
Maar wat ik zeggen wil is
dit: het is
inderdaad een feit dat de mensen vol zitten met programma's, met
denkprogramma’s, om zo te zeggen. Zij volgen die programma's automatisch en menen zeker te
weten dat die bepaalde wijze van denken de juiste is -dat kennis, die je met
behulp van dat soort denken opdoet zonder twijfel ware kennis is. En dat je je
dus rustig kunt laten overtuigen van bepaalde waarheden door
deskundigen, die zich in dat denken bekwaamd hebben. Was het maar waar! Jammer
genoeg ziet de realiteit er heel anders uit.
De denkprogramma's van de mensen zijn namelijk conditioneringen.
Die zijn er dus ingebracht, ongemerkt en heel
geleidelijk. Dat is al in de wieg begonnen. Men heeft stap voor stap in je brein een soort van
netwerk aangelegd en na verloop van tijd volg je denken vanzelf de draden van
dat netwerk. En jij maar in de mening verkeren dat je zelf aan het denken bent!
Helaas, je gedachtegangen lijken alleen maar jouw eigen gedachtegangen omdat ze
overeen komen met het bij jou ingeprente denkprogramma. Het zijn eigenlijk de
denkbeelden van anderen en je maakt ze tot de jouwe juist omdat je er op
geprogrammeerd bent om dat te doen.
Maar het merkwaardige van een mens
is dat er altijd “alternatieven” zijn. Ik bedoel dat het altijd anders kan.
Mensen kunnen, in tegenstelling tot katten en de rest van de natuur, totaal
onverwacht met iets heel ongewoons komen, iets dat in strijd is met alle
verwachtingen en voorspellingen. Mensen kunnen “origineel” zijn, plotseling
iets nieuws op tafel leggen. En juist dat wijst er op dat mensen hun
conditioneringen kunnen doorbreken. Dat zou niet mogelijk zijn als de mensen
ingeboren vaste programma's hadden, programma's die volledig erfelijk bepaald
zouden zijn, zoals dat met die malle kat het geval is. Neen, die
denkprogramma's van ons zijn niet erfelijk en vastgelegd. Zij zijn er
ingebracht om ons aan onze maatschappij aan te passen. Meestal is dat wel goed
bedoeld: je ouders en je onderwijzers hebben je willen leren hoe je je weg in
dit leven moet vinden. Maar vaak is de bedoeling helemaal niet zo goed. De zogenaamde “overheden”
van deze wereld hebben er alle belang bij dat de meerderheid van de
mensen niet afwijkend gaat denken. Dat zou namelijk voor die overheden de
ondergang betekenen! Er zou niets van overblijven als iedereen zich serieus af
zou gaan vragen wat een overheid nou eigenlijk is. Het gevolg zou niets
minder dan een revolutie zijn!
Of het nu gaat
over god, over de staat, over het huwelijk of over de verdediging van je beschaving, steeds zijn het dingen die je aangepraat
zijn.
Dat betekent niet dat er geen juiste
opvattingen bij kunnen zijn - waarom het gaat is dat je ze niet zelf uitgedacht
hebt. Ze zijn je ingeprent. Maar geboren ben je als een onbevangen denkend mens
zonder conditioneringen en je moet zelf de dingen aan de weet zien te komen.
Dat wil in de praktijk zeggen dat je je steeds zou moeten afvragen: Is dat
wel zo? Iedereen zegt dat nu wel,
maar iedereen heeft al zoveel gezegd dat achteraf niet waar is gebleken.
Misschien kom ik er niet achter hoe iets werkelijk zit, maar dat “niet weten”
is altijd nog beter dan “verkeerd weten”. Als je iets niet weet ga je vragen
stellen, maar als je iets verkeerd weet denk je dat je goed zit - en je
laat het er bij. Zo houden de verkeerde denkbeelden zichzelf in stand.
Als je afziet van vragen stellen betekent dat een ramp voor jezelf
en voor de andere mensen! Onze moderne wereld is daarvan een schrijnend
voorbeeld. Het zijn de vrijdenkers, die al eeuwenlang proberen hun denken tot “vrijdenken” te maken. Vrijdenken wil, in de grond van de
zaak, zeggen: jezelf bevrijden van de conditioneringen, niets als
vanzelfsprekend aannemen en alleen maar afgaan op je eigen inzichten, ook al
liggen die dwars tegen die van de meerderheid van de mensen - wat uiteraard
heel vaak het geval is. Het is niet gemakkelijk, dat vrijdenken. Je maakt er bepaald niet altijd vrienden mee! De mensen
vinden je lastig omdat je ze in hun rust verstoort, hen wakker maakt uit de
verdoving van de vanzelfsprekende “waarheden” en alles onzeker maakt. Maar dat
moet dan maar, want zonder onzekerheden kom je helemaal niets aan de weet en
blijft de mensheid maar op de oude manier doormodderen...
Bladwijzer : Brein
Het gebonden zijn aan een programma,
zoals dat het geval is bij de gehele levende natuur, behalve de mens, is niet
iets dat je zonder meer kunt opvatten als een programma waaraan een computer
gebonden is. Ter wille van de duidelijkheid heb ik het in de uitzending wel zo
gesteld, maar er moet toch nog wel het een en ander aan toegevoegd worden. In
de computer stop je namelijk een programma dat verzonnen is door een
programmeur die met dat programma een bepaalde bedoeling had: hij wist van
tevoren wat er bij activering van dat programma voor de dag moest komen,
sterker nog, hij heeft de hele zaak uitgedacht volgens bepaalde logische lijnen
die allemaal moesten leiden naar het vooropgezette doel. Eigenlijk heeft hij
vanuit dat doel terug geredeneerd naar zo eenvoudig mogelijke informatie. En
het gehele proces van verwerking van die informatie is een complex van zinvolle
keuzes, waarvan het al of niet zinvol zijn uitsluitend bepaald wordt door het
vooropgezette doel van de programmeur. Hoe ingewikkeld dat verwerkings proces
ook is, steeds is het doel ervan maatgevend en wat voor dat doel niet van
belang is wordt volkomen genegeerd, het bestaat eenvoudig niet. In de levende
natuur zit het uiteraard anders. De programma's zijn niet opgesteld doormiddel
van terug redeneren vanuit een bepaald eindstation. Er is natuurlijk ook
niemand die zoiets zou hebben kunnen doen.
Het klinkt als het intrappen van een
open deur: niemand heeft, terug redenerend, een programma kunnen maken.
Maar die deur staat toch niet zo
heel erg open!
Godsdienstige mensen denken nog steeds
dat de werkelijkheid geschapen is door een god die het allemaal van tevoren
uitgerekend heeft, een soort van “goddelijke programmeur”. Zij beweren, onder
de indruk van de verfijnde en logische structuur van het heelal, dat zoiets
moois wel door een geniale godheid uitgedacht moet zijn omdat het bestaan er
van anders niet te verklaren is! Opmerkelijk is, dat dit ook nogal eens door
wetenschappers beweerd wordt. Het is hun vak allerlei verschijnselen te
verklaren, maar het valt hen blijkbaar niet op dat een dergelijke “verklaring”
nu juist helemaal niets verklaart - je zou gaan vrezen dat de betrouwbaarheid
van hun verklaringen op andere gebieden ook wel eens niet zo groot zou kunnen
zijn.
Steeds als mensen
terug redeneren
stellen zij zich, op de een of andere manier, als “schepper” op. Dat is zinvol
als het werkelijk gaat over dingen die zij zelf geschapen hebben, zoals een
computer, want je kunt dan “van het eind naar het begin” redeneren, maar niet
als het over de natuur gaat en de daarin voorkomende verschijnselen. De
gebeurtenissen in de natuur spelen zich in één richting af: “van het begin naar het
eind”. Als je dan toch terug redeneert doe je dat onwillekeurig vanuit het
gezichtspunt van de “goddelijke programmeur”, de god die alles geschapen zou hebben.
Een dergelijke gedachtegang kan alleen maar tot foute conclusies leiden, tot
een volkomen vertekend beeld van de werkelijkheid en, ten gevolge daarvan, tot
een rampzalige manier van omgaan met de natuur en het leven. Welbeschouwd is
vooral ons moderne technologische
denken gestoeld op dit terug redeneren voor zover men zichzelf als een
almachtige god stelt en vervolgens bepaalt hoe
allerlei processen in de natuur hebben te verlopen. Maar die natuur op haar
beurt geeft er voortdurend blijk van geen boodschap te hebben aan die
programma's. Zij gaat of ten gronde, of zij wijkt uit in een richting die
helemaal onze bedoeling niet was.
Zij
beantwoordt niet aan door ons doelmatig gewaande programma's.
Toch hebben moderne
wetenschappelijke onderzoekingen bevestigd, dat er in de gehele levende natuur
een “programma” ingebouwd zit dat bepalend is voor de gang van zaken. Maar dat
“programma” is er niet met een bepaald vooropgezet doel ingebracht, het is
tijdens de evolutie van het leven ontstaan, als het ware met vallen en opstaan.
Tijdens de evolutie ontstonden almaar nieuwe programma's, in een enorme
variëteit, en dan bleek vanzelf, welk programma voor kortere of langere tijd
efficiënt was en wat niet. De kwaliteit van zo’n programma moet gewoon, al
levende, in de praktijk blijken. In die zin kan je zeker van “The survival
of the fittest” spreken, maar daarbij gaat het er niet om dat letterlijk de
sterkste overleeft, maar uitsluitend dat levende wezen dat in staat blijkt in
zichzelf een programma te ontwikkelen dat voor kortere of langere tijd kan
functioneren binnen het geheel van de natuur. Een programma dus dat samenhangt
met alle natuurlijke verhoudingen. Zodra dat niet meer het geval is, doordat
dat programma gaandeweg degenereert, tegelijk met nieuwe en kansrijkere
ontwikkelingen elders in de natuur, gaat het zijn ondergang tegemoet. Strikt
genomen kan je dus niet zeggen dat het sterkere het zwakkere overwonnen heeft.
Het is het niet meer samenhangende dat zichzelf onmogelijk gemaakt heeft. Er
zijn levensprogramma’s in de natuur die op een zeker moment wel degelijk
samenhangend zijn maar die toch ten onder gaan.
Vooral tegenwoordig blijkt dit
steeds vaker het geval te zijn: planten en dieren die zich heel goed kunnen
handhaven en die dus een onmisbare rol in de natuur spelen. Die maken zichzelf
niet onmogelijk, maar die worden door ons, mensen, onmogelijk gemaakt, doordat
wij op een toenemend aantal plaatsen de samenhang in de natuur verbreken.
Daarin speelt bijvoorbeeld de ontbossing een grote rol, maar nog fnuikender is
de stelselmatige vergiftiging van het milieu die er toe leidt dat hele groepen
levensvormen uit het samenhangende geheel verdwijnen, zodat er in dat verfijnde
netwerk gaten gaan vallen.
De in de levende wezens vastgelegde
programma’s zijn niet zo star als het woord “vastgelegd” wel zou doen
vermoeden. Er is een heleboel “speelruimte” en hierin wijkt het levende wezen
duidelijk af van de computer. Als je deze laatste bepaalde informatie toedient,
gevolgd door een bepaald commando, zal hij steevast iedere keer hetzelfde doen,
zelfs als je hem op een bepaald moment in de procedure een vrije keuze toestaat.
Hij zal dan op dat moment een keuze maken nooit op een ander moment en hij zal
ook nooit met iets komen dat je er niet van tevoren ingebracht hebt.
Schaakcomputers schijnen tot het maken van keuzes in staat te zijn. Maar bij de
levende wezens ligt dit toch wel iets anders, hoewel zij wel degelijk
verschijnselen vertonen die aan de computer doen denken. Eén verschil ligt
hierin dat zij op veel meer momenten keuzes kunnen maken zodat je nooit van
tevoren weet op welke manier het programma afgewerkt zal worden. Het is een
zaak van waarschijnlijkheden, maar zeker is dat het afgewerkt zal worden en dat
het tot een bepaald resultaat zal leiden: onze kat zal de muis gaan vangen.
Waarop het aan komt is dit dat er
een zekere mate van vrijheid, van onvoorspelbaarheid, is gelegen in de wijze
waarop het programma afgewerkt zal worden. Dat heeft alles te maken met de
omstandigheden waarin kat en muis op dat dramatische moment verkeren.
Een ander verschil is dus dat de
omstandigheden een rol spelen. Dat komt doordat elk afzonderlijk leven
samenhangt met al het overige leven. Alle levensvormen zijn opgenomen in een
“ecosysteem”. Dat betekent dat je eigenlijk niet zou moeten spreken van
“afzonderlijke” levende wezens, maar van “het” leven. En dan is het “het” leven
dat zich in een groot aantal “levensvormen” manifesteert. De wijsgeer Spinoza
had dit in de 17e eeuw al in de gaten, maar er zijn nauwelijks denkers en
wetenschappers geweest die hierop door zijn gegaan. De analyse was de nieuwe
mode, die in het denken op doorbreken stond. Als gevolg van hun analytische
instelling is dit feit lange tijd door de wetenschappers genegeerd. Je kunt er
zeker van zijn dat het “grote sterven”, dat op het ogenblik overal in de natuur
plaats vindt, een gevolg i s van die analytische benadering. Men was er van
overtuigd dat je rustig bepaalde ongewenste levensvormen kon uitroeien, ja, men
ging in zijn verblinding zelfs zo ver dat men meende hiermee de natuur te
kunnen verbeteren!
Doordat er samenhang is, bestaat er
een “buitenwereld”, zijn er omstandigheden. En die buitenwereld wordt door de
levende wezens ervaren. Dat is mogelijk doordat die buitenwereld voor het
levende wezen tegelijk binnenwereld is. Als binnenwereld is het namelijk haar
bewustzijn van de werkelijkheid, dat wil zeggen: de werkelijkheid, nu niet als
een verzameling concrete verschijnselen, maar als een geheel van beweeglijke
verhoudingen, als een soort van “beeld”.
Dit beeld is in het levende wezen
aanwezig, het is een onvoorstelbaar verfijnd systeem van trillingsverhoudingen.
Dat geldt overigens ook voor de mensen. Op grond hiervan kunnen zij,
bijvoorbeeld in de kunst, een “beeld” geven van de werkelijkheid. Nu kan je
terecht opmerken dat je ook een computer kunt laten reageren op de
buitenwereld, in zekere zin doet hij dat al als je de toetsen indrukt om hem
instructies te geven, maar je kunt er ook tasters op aansluiten zodat hij
bijvoorbeeld bij verschillende buitentemperaturen verschillende programma’s
gaat afwerken. Maar toch is dat iets anders. Weliswaar hebben de levende wezens
ook allerlei tasters, zintuigen die informatie verschaffen, maar er geldt voor
hen nog meer: het samenhangen met alles wat leeft heeft een veel grotere inhoud
dan alleen maar een, desnoods grote, hoeveelheid voorzieningen tot zintuiglijke
informatie over de buitenwereld. Je zou kunnen zeggen: het geheel gaat boven de
totaliteit van de delen uit. Een dier bijvoorbeeld, dat maar een kleine
hoeveelheid zintuiglijke informatie ontvangt, laten we zeggen een bacterie,
hangt toch nog altijd met de gehele levende werkelijkheid samen, terwijl een
computer met desnoods een gigantische hoeveelheid informatie daarmee nooit
samen zal hangen en altijd in zichzelf besloten zal zijn.
Dat onderling samenhangen van alle
levensvormen is veel moeilijker te begrijpen dan je om te beginnen zou denken.
Die moeilijkheid ontstaat niet door de gecompliceerdheid van de zaak zelf, maar
door de wijze waarop wij gewend zijn te denken. Bij het woord samenhang denken
wij onwillekeurig aan een systeem van verbindingen tussen de afzonderlijke
delen, een soort van communicatie netwerk dat overeenkomst vertoont met ons
telefoonnet. Een netwerk dus dat bestaat uit een aantal bepaalde elementen en
een aantal verbindingslijnen. En dat
zijn dan allemaal aparte dingen, op zichzelf heeft zo’n element niets met zo’n
verbindingslijn te maken en omgekeerd. Maar voor beide geldt dat zij concrete,
aantoonbare dingen zijn, met als kenmerk dat zij op de een of andere manier bij
elkaar behoren, zij vormen met elkaar een relatie. Nu behoef je niet altijd letterlijk aan
een soort van verbindingsdraden te denken, de relatie kan ook een onzichtbaar
karakter dragen, zoals bijvoorbeeld bij het radioverkeer het geval is of bij
het contact tussen mensen. Maar ook dan is er, bij nader onderzoek, een weg
waarlangs de communicatie plaats vindt, er is een “medium” dat voor de
overdracht zorgt. Dat medium, die tussenstof, is de zaak waarom het gaat als
ertussen twee verschijnselen een relatie is. Je moet dan ook eigenlijk spreken
van twee verschijnselen en hun relatie - in feite dus van drie grootheden.
Als het evenwel over samenhang gaat
kan er een al of niet onmiddellijk zichtbare relatie zijn, maar hij kan ook
ontbreken. Dat heeft de natuurkundigen heel wat hoofdbrekens gekost bij hun
onderzoek van elementaire deeltjes, die bij bepaalde proeven, onafhankelijk van
elkaar, gelijktijdig op overeenkomstige wijze reageerden op een impuls die maar
op één van de twee uitgeoefend werd. Het bestaan van een relatie tussen die
twee deeltjes was onmogelijk, juist omdat ze gelijktijdig reageerden. Een
eventueel signaal van de een naar de ander zou een snelheid gehad moeten hebben
groter dan die van het licht! Ik weet niet of ik die proef goed heb begrepen,
maar als dat wel het geval is moeten de natuurkundigen hier op een “samenhang”
zijn gestoten, een samenhang die met het gebruikelijke natuurkundige denken
niet te verklaren is. Men heeft dan ook geen verklaring gevonden. De mensen
bijvoorbeeld hangen met elkaar samen, ook als ertussen twee of meer personen
geen enkele relatie bestaat, als zij elkaar niet kennen en in geheel andere
werelddelen wonen. Die samenhang zelf is op geen enkele manier concreet aan te
tonen, hij is niet vatbaar voor welk wetenschappelijk onderzoek dan ook, maar
toch is hij er. Gewoonlijk zeggen de mensen dan dat zij zich met elkaar
“verbonden” voelen en zij spreken van “solidariteit” en “saamhorigheid” om daaraan dadelijk toe te voegen
op welke grond zij zich verbonden voelen. Je krijgt dan een aantal verklaringen
te horen die bij nadere beschouwing niets met het begrip “samenhang” te maken hebben, maar die allemaal terug
zijn te brengen tot het begrip “relatie”: een groep mensen, progressieve
Nederlanders bijvoorbeeld, is het eens met een groep mensen in Nicaragua of
Zuid Afrika. Om het met elkaar eens te kunnen zijn moet er echter eerst een
uitwisseling van informatie plaats gevonden hebben. Wat wij doorgaans onder
“verbondenheid”, “solidariteit” en “saamhorigheid” verstaan is niet wat ik bedoel met samenhang. Het
is beslist noodzakelijk elke verbinding terzijde te laten.
Als je niet mag denken aan de een of
andere “tussenstof”, aan een derde grootheid tussen twee van elkaar gescheiden
grootheden, dan kan je alleen maar denken aan grootheden die weliswaar van
elkaar gescheiden lijken, maar het in feite niet zijn. En dat kunnen alleen
maar grootheden zijn die in elkaar overgaan, die dus niet bij hun eigen grens
ophouden, maar zichzelf als het ware voortzetten in de andere grootheden.
In dat geval bestaat er dus niets
tussen de ene en de andere grootheid, maar wel is er het in elkaar overgaan,
zodat je kunt spreken van één “systeem” dat niet uit elkaar te halen is. Voor zo'n
systeem geldt het begrip samenhang en ik noem dat systeem “het geheel”. Denk je
je nu de werkelijkheid in met letterlijk alle daarin voorkomende verschijnselen
je behoeft die verschijnselen daarvoor niet allemaal te kennen! - dan bemerk je
dat je haar kunt beschouwen als “het geheel” en je komt ook tot de ontdekking
dat al die schijnbaar afzonderlijke verschijnselen die er in voorkomen
eigenlijk “nuances” zijn binnen dat “geheel”. Het zijn geen aparte dingen, maar
verschijningsvormen van dat “geheel”. Spinoza, ook op dit gebied een eenzaam
licht in de duisternis, sprak van “bestaanswijzen” en uitdrukkelijk niet van op
zichzelf staande, van elkaar gescheiden, afzonderlijke dingen.
Misschien komt dit allemaal wat
vreemd over, maar ik zei het al: we zijn niet gewend op deze manier te denken.
Wij staan allemaal in de traditie van het “los van elkaar denken”. Toch komt
het “denken in samenhangen” ook in onze cultuur voor, namelijk in de kunst. Bij
een kunstwerk is het immers zo - als het goed is - dat de daarin voorkomende
elementen nooit op zichzelf staan, maar daarentegen altijd in elkaar overgaan.
In een schilderij van Breughel bijvoorbeeld gaan de menselijke figuren in het
landschap over in dat landschap. Een lijn in een tekening zou geen lijn zijn,
maar een streep als hij niet overgaat in de ruimte wij zeggen dan: als hij geen
ruimte suggereert. Er wordt van de antieke Griekse beeldhouwers verteld dat
zij, bij het hakken van een beeld, voortdurend rekening
hielden met de ruimte waarin het
geplaatst zou worden. Hoe zij dat deden weet ik niet, maar zij vonden dat het
beeld niet in de ruimte uitgeknipt mocht zijn, maar er juist een geheel mee
moest vormen, erin moest overgaan, ermee moest samenhangen. Zo is één noot van
een Mozart sonate op zichzelf niet meer dan een geluid, met een zekere
toonhoogte, sterkte en klank, maar muziek wordt het pas in samenhang met de
andere noten en als nuances van het geheel van het kunstwerk. Zo erg ongewoon
is mijn verhaal over de “samenhang” en “het geheel” dus in wezen niet; we
zouden kunnen n weten waarover ik het heb als wij gewend waren ook eens over
deze dingen onze gedachten te laten gaan en het niet zouden laten bij de
aangeprate mening dat de kunst een kwestie van smaak zou zijn waarover niet te
twisten en dus niet te denken valt. Maar het is inderdaad een feit dat deze
wijze van denken vanuit onze analytische cultuur nauwelijks beoefend wordt; wij
vinden het heel gewoon dat men over de kunst vrijwel uitsluitend in analytische
termen spreekt en dat zelfs het beoefenen van kunst is ontaard in een
intellectueel en berekend gegoochel met de concrete elementen van de kunst:
lijn, kleur, vlak, interval, dissonant, consonant, enzovoort. Aan de andere
kant zijn wij ten onrechte van mening dat de kunst niets met denken te maken heeft,
omdat zij vanuit “het gevoel” tot stand heet te komen. Maar in feite heeft de
kunst alles met denken te maken, alleen niet met het in onze cultuur gangbare
analytische denken. Voor de kunst is een “omvattend denken” nodig, een denken
dat in staat is het samenhangende geheel te begrijpen en te beschrijven. Op
zo'n denken berust eigenlijk ook de filosofie, maar daarmee behoef je al
helemaal niet meer aan te komen... Als argument voor het afwijzen van dat
denken wordt gewoonlijk gebruikt dat het nog nooit gelukt zou zijn
er een theorie mee op te bouwen.
Maar dan bedoelt men stilzwijgend een theorie die, doormiddel van berekeningen
op grond van formules, gecontroleerd zou kunnen worden, zonder genoodzaakt te
zijn er zelf over na te denken. Men houdt het dus angstvallig op de gangbare,
enge, betekenis van het begrip “theorie”. Immers, zou men het aandurven om toe
te geven dat je een theorie ook kunt opbouwen louter uit, in alle richtingen
samenhangende, logische gedachtegangen, zou men zichzelf er toe moeten
verplichten geheel zelfstandig, zonder de hulp van door anderen uitgedachte
formules en berekeningen, na te gaan denken. En dat is iets waartoe de moderne
mensen, ondanks al hun wetenschappelijkheid, slechts bij uitzondering bereid
zijn.
De programma's, waaraan de levende
wezens gebonden zijn, worden bepaald door de structuur van zo'n levend wezen
zelf en de omstandigheden waarin dat levende wezen zich bevindt en waarvan het
zich, op grond van de samenhangende werkelijkheid, bewust is – “bewust”
overigens zonder het te wéten. Er is dus een groot aantal variaties mogelijk,
maar dat zijn en blijven allemaal variaties die behoren bij het levensprogramma
van dat bepaalde levende wezen. En nu gaat het hierom, dat je zo’n
levensprogramma zelf niet veranderd krijgt; het ligt vast in de erfelijke
informatie. Onze kat blijft te allen tijde een kat, niet alleen in zijn
uiterlijke verschijning, maar vooral ook in zijn gedrag, hoe ver dit laatste
desnoods ook op de achtergrond is geraakt, vooral als de noodzaak om zelf voor
voedsel te zorgen vervallen is. Ik heb meer dan eens bij onze “deskundige”, de
kater "Bonk", kunnen opmerken dat hij onmiddellijk levendig wordt als
hij honger heeft en er nog niets voor hem klaargezet is; zo goedmoedig en
sullig kan hij niet zijn of hij probeert dan toch wel de worst van je boterham
te stelen. En ik verdenk hem er sterk van dat hij de voortvarendheid waarmee
hij onlangs die muis ving voor een belangrijk deel dankte aan het feit dat hij
op dat moment verrekte van de honger.
Je hoort vaak beweren dat dieren niet kunnen
veinzen en dat zij altijd zichzelf zijn, als zij tenminste niet door de mensen
in de war gebracht zijn, zoals dat met honden nogal eens het geval is.
Inderdaad kan je zeggen dat “het dier is wat het is” en je kunt die uitspraak
uitbreiden tot de gehele natuur, behalve tot de mens. Het zijn dan ook niet
voor niets de mensen die tot dergelijke opmerkingen komen; het valt hen op dat
zij wat dit betreft duidelijk van de overige levende wezens verschillen. Waarom
de mensen kunnen veinzen en doorgaans de grootste moeite hebben om zichzelf te
zijn komt verderop nog wel ter sprake, maar de reden waarom bijvoorbeeld de
dieren het niet kunnen ligt in het voorgaande besloten: zij zijn gebonden aan
een levensprogramma waarop zij zelf geen enkele invloed kunnen uitoefenen. Dat
programma wordt domweg afgewikkeld, zelfs als het door een foute of
bedrieglijke informatie in gang wordt gezet. Zo schijnen roodborstjes in de
paartijd ook op kleine rode lapjes, die aan boomtakken zijn gehangen, te
reageren en zo'n lapje uitvoerig het hof te maken. En ik denk dat potvissen,
die zich massaal op het strand werpen om daar een zekere dood tegemoet te gaan,
het slachtoffer zijn geworden van informatie die door de een of andere oorzaak
fout geïnterpreteerd is. Dat deze dieren besloten hadden om zelfmoord te gaan
plegen is voor mij pure onzin, die het gevolg is van een verkeerde
gedachteassociatie van onszelf. Voor ons zou een dergelijk gedrag inderdaad
zelfmoord betekenen omdat wij in staat zijn - meestal - de gevolgen te
voorzien, maar voor die dieren is het een onvermijdelijke gang van zaken, een
drang die niet te weerstaan is. Je zou kunnen zeggen: zij hebben geen keuze.
Precies zo hebben ze ook geen keuze als het over het zichzelf zijn gaat, ze
zijn niet in staat om niet zichzelf te zijn en dus kunnen zij niet veinzen noch
zich anders voordoen dan Zij zijn.
Bij mensen ligt dit heel anders. Je
kunt zelfs wel zeggen dat het bij mensen, zeker als zij tot onze cultuur
behoren, een hele opgave is om juist niet te veinzen en dat het al bijna
helemaal onmogelijk is geworden om enigszins zichzelf te zijn. In de loop der
tijden zijn zij een “kweekproduct” geworden dat het resultaat is van
eeuwenlange conditioneringen. Zij vinden dat zij “beschaafd” geworden zijn en
zij noemen het pakket vooroordelen, ficties en leugens dat zij zich eigen
gemaakt hebben graag “het hoogste goed”. Maar het heeft nauwelijks enige
betekenis buiten deze dat het een voortdurende belemmering vormt voor het
doorbreken en het zich doorzetten van inzichten die nu eens echt verband houden
met de werkelijkheid... Je hebt wat de “beschaving” betreft te doen met een
uiterst paradoxale situatie. In wezen berust elke “beschaving” op een
ingewikkeld complex van misvattingen, die allerlei stelsels van al of niet
opgeschreven regels, voorschriften en aanbevelingen tot gevolg hebben. Die
stelsels brengen een zekere orde in de maatschappij en de samenleving, een orde
die de zaak bij elkaar houdt en tot op zekere hoogte veiligheid biedt. Maar, de
mensen ontwerpen een dergelijke orde op grond van ervaringen uit het verleden.
Zij staan als het ware met de rug naar de toekomst. Dat betekent dat je
noodzakelijk te doen hebt met conservatieve opvattingen. Altijd zullen de
mensen proberen hun orde in stand te houden, het “hoogste goed” te verdedigen,
en zij zullen nieuwe ontwikkelingen met de grootste argwaan bekijken. Zij
zullen zelfs de neiging hebben het nieuwe tegen te houden: waarom moet het nu
weer veranderen, het was toch goed ZO! Ondanks alle weerstanden verandert de
ordening toch voortdurend. Dat komt doordat de ontwikkeling van het
zelfbewustzijn, en dus ook van het denken, steeds door gaat. Gewoonlijk is die
ontwikkeling al een heel eind verder dan de praktische situatie van de mensen
in de maatschappij en de samenleving zou doen vermoeden. Die situatie spiegelt
een lagere graad van ontwikkeling af. De “beschaving” blijft noodzakelijk
beneden het niveau van datgene dat qua zelfbewustzijn en denken al mogelijk zou
zijn. Zij berust dus wezenlijk op misvattingen. Daarom leggen de mensen, en
zeker diegenen die de macht hebben om maatschappelijke beslissingen te nemen,
zoveel dwaasheden op tafel. De geschiedenis leert dat men al s regel voorhanden
alternatieve mogelijkheden negeert en zich baseert op voorbije situaties,
ervaringen en denkbeelden. Dwaas ben je als je bij het nemen van een beslissing
kiest voor een oplossing, waarvan je kunt weten dat die al achterhaald is.
Dat de mensen hun maatschappij
en hun samenleving willen ordenen is op zichzelf een natuurlijke zaak. Hij behoort bij het menszijn. Je zou dus het feit dat die ordening
beneden zijn mogelijke niveau blijft vanzelfsprekend kunnen vinden en voor lief
kunnen nemen, ware het niet dat hij almaar een remmende werking uitoefende.
Naast het “positieve” van veiligheid en zekerheid levert de ordening een
“negatief” resultaat op ten aanzien van de vrije ontwikkeling van het
zelfbewustzijn. Tegen die ontwikkeling wordt een barrière opgeworpen en dat is
typisch iets voor een onvolwassen mensheid. Zo'n mensheid staat, om zo te
zeggen, onder de invloed van haar “oorsprong”, van het ongeordende begin van
het menselijk leven op aarde. Het is dan ook steeds het Ongeordende dat als de
maat voor het ordenen gesteld wordt. Omdat het ongeordend is moet er geordend worden.
Het resultaat, de orde, heeft bijgevolg geen andere inhoud dan “zo goed
mogelijk geordende wanorde”. Maar dat is in wezen nog altijd wanorde en dat dit
inderdaad een feit is, kun je waarnemen aan de gehele menselijke geschiedenis
tot en met de dag van vandaag. Dat wat voor een beschaafde ordening wordt
aangezien is een chaotisch gereglementeer waarvan welbeschouwd iedereen als
mens de dupe is, zowel diegenen die er materieel voordeel bij hebben, als
diegenen die constant tekort komen.
Een volwassen mensheid
staat niet meer in het teken van haar oorsprong. Voor zover zij haar eigen
leven op aarde ordent zet zij zich niet meer af tegen de wanorde, maar richt
zij zich daarentegen op het mogelijke. De “toekomst” dus. Een dergelijke
ordening is open naar nieuwe ideeën, gericht op maximale ontplooiing van de
mensen en, in de ware zin van het woord, progressief. Het verleden dient niet meer als basis voor een in
regels vastgelegde “beschaving”, maar als leerschool voor het heden. Op
zo'n manier werkt dat verleden niet remmend, maar verhelderend, precies zoals
dat, als het goed is, in je eigen individuele leven ook het geval is...
Pagina's zijn door mij uit het boekwerkje TEKST EN UITLEG
( 1987 ) uitgegeven door "De Vrije Gedachte" te Rotterdam
overgenomen.
Bovenstaande tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.
Terug naar : Startpagina
Naar andere artikelen: Het
toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst
en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele
intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging
van het vrijdenken en het atheïsme ; De
verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als
godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie
afl. 18 ; Ongewenst
atheïsme- zie afl. 32 ; Een
grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie
afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de
Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen
moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De
Islam ; Het staat in de Koran- zie
aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Is er dan toch een GOD..?
Hoe zit dat..? Briewisseling- Geweld-
Godsdienst- Geloof ; Vrijheid van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie
bladwijzers ; de kunst; het schone verschijnsel ; Samenleving, Maatschappij
en Gezin ; Filosofie van de kunst ; Hoe zit het nou met god ; Het
Nihilisme ; Vernietiging van de macht ; Uilenspiegel
en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Een alternatief bestuur ; Artikelen
betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle ingezetenen van
Nederland.!.? ; De grondslagen van Jodendom - Christendom en Islam-zie
bladw. ; Niet zeuren, god bestaat niet – zie inhoudsopgave nr. 13(
godsdiensten een cultuur..? ) ; Wij dulden geen tegenspraak – zie INHOUDSOPGAVE – zie nr.
10 ; Seksueel misbruik – Hoe zit dat..? – zie bladw. ; Leidt de toename van de
kennis tot een beter weten..? – zie bladw. ; JESAJA – zie A..! , B , C , D , E , - zoekterm “ Jesaja “ ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Nihilisme
en Anarchisme als basis van het Atheïsme ;
Islamitische geldingsdrang –
zie afl. 27 ; Polariseren
leidt naar een hoger plan(stuwt op) v/d DEMOCRATIE – zie afl. 24 en 25
; Godsdienst
en Geloof – Hoe zit dat..? ; Het
geheel is meer dan de som der delen Sociale
Bewogenheid – zie bladw. ; De
Rechtsstaat – zie bladwijzers ; Is de Islam een
cultuur..? èn
het Jodendom en Christendom..? Hoe zit dat..?-afl.64/65 ; Religies bevestigen het Geestelijke Karakter v/d mens..!
– zie bladw. ; Onvolwassen Mensheid-zie nr. 50..! ; De begrippen Godsdienst
en Geloof – Hoe zit dat..? ; Depressies -Hoe zit
dat..?-zie bladw. ; Islamitische geldingsdrang –
zie afl. 27 ; Kunnen moslims zich invoegen in de
Moderne cultuur..? – afl. nr.37 ; De grondslag van een godsdienst,
- Godsdienst als misbruikt geloof ; De filosofie van de geschiedenis ; Kan macht zich ten goede keren ; ● Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling, verlies
van houvast, Islam’s succes ; Het gelijk en de dialoog ; De
ontwikkeling van het denken ; robot
denken
Aangezien de filosofie er niet
is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit
dit artikel zonder meer toegestaan. Bronvermelding wordt echter wel op prijs
gesteld.
|
|