Maart 1991
Naar
het begin v/h artikel en andere artikelen
denken,
een grens tever, gedrag, hitler, individualisme, joden, machthebbers,
politici,voorstelling,
Terug naar: De Startpagina
Help mee om deze site te
promoten. Vertel het uw…!
(Adres luidt:
http://home.planet.nl/~rwvanes )
Naar bladwijzers: Consistent Gedrag
Dubbelhartigheid, dat is volgens velen het
kenmerk van de Westerse en vooral de Amerikaanse politiek. Is dat waar? Wordt
er werkelijk met twee maten gemeten, op zo'n manier dat wat met betrekking tot
de ene situatie als de maat wordt genomen helemaal niet de maat is voor de
andere situatie? Mag Israël wel bepaalde gebieden veroveren en bezet houden
en mag Irak dat
niet? Mogen de Amerikanen wel her en der militair ingrijpen en is dat aan
anderen verboden? Ik denk dat er niet van dubbelhartigheid te spreken is.
Afgezien van incidentele beoordelingsfouten is volgens mij de beoordeling van
de ene situatie op precies gelijke normen gebaseerd als die van de andere
situatie. Het internationale rechts-denken is steeds consistent, het is een
consequent soort van denken en er is niet van dubbelhartigheid te spreken. Er
wordt precies gezegd wat bedoeld wordt. Maar, het is wel de vraag of dat denken
zelf in orde is. Ik zal proberen aan te tonen dat het gaat over een consistent
soort van denken, waarvan echter wel te zeggen is dat de soort niet deugt...
Voorstelling en gedrag
Het
gedrag van mensen is niet te verklaren vanuit dat gedrag zelf. Als je dat toch
probeert zal steeds blijken dat een bepaald gedrag in een bepaalde situatie,
door bepaalde mensen op tafel gelegd, in hoge mate samenhangend is. Het is consistent gedrag.
De ene gedraging volgt noodzakelijk uit de andere, als je tenminste
vergissingen buiten beschouwing laat. Een vergissing is trouwens alleen maar
dan een vergissing als er een afwijking van de te verwachten noodzakelijkheid
optreedt. Afgezien daarvan dus levert onderzoek naar de gedragingen van mensen
eigenlijk alleen maar een causale reeks van gebeurtenissen op. Te verklaren is
dan wel hoe de ene gebeurtenis tot de andere leidt, maar je komt er nooit
achter waarom het nu net die reeks is en geen andere. Als je daar toch achter
wilt komen moet je niet het gedrag gaan analyseren, maar moet je uit gaan
zoeken hoe het gesteld is met de voorstelling die de mensen van de
werkelijkheid hebben. Want het is hun eigen voorstelling die hen doet reageren
zoals zij reageren, en die voorstelling is volstrekt bepalend voor de, naar
aanleiding van allerlei situaties optredende, causale reeks van gebeurtenissen.
Zo'n voorstelling wordt in elk mens opgebouwd ten gevolge van een grote
variëteit aan ervaringen. Tot die ervaringen moeten ook de conditioneringen gerekend worden,
die als het ware het grondpatroon opleveren van waaruit aan alles een
betekenis gegeven wordt waaraan vervolgens een waardeoordeel wordt gehecht.
Dat gehele veelsoortige complex is de inhoud van de voorstelling en het is
daarop dat een mens zijn gedrag afstemt. Het is voor hem de realiteit, zo denkt
hij oprecht dat dat de werkelijkheid is. Er wordt vaak beweerd dat een mens
zijn gedrag afstemt op de objectieve realiteit. Mensen willen graag
"realistisch" zijn en dat is logisch: wie wil er nu leven in
de wetenschap met een illusie bezig te zijn? Toch weten wij allemaal dat een
reële gebeurtenis door de ene mens anders geduid wordt dan door de andere mens.
Kennelijk is er voor de mensen geen eenduidige realiteit en dat klopt:
voor een ieder is de realiteit een subjectieve realiteit. Het is in feite de
eigen voorstelling en op die voorstelling richt zich ieders denken met als
gevolg een bepaalde beoordeling, een bepaald waardeoordeel. Dat leidt dan weer
tot een bepaald gedrag. Als je dus een bepaald gedrag wilt begrijpen, zoals in
ons geval dat van politici en andere machthebbers, dan zul je aan de weet
moeten zien te komen wat de algemene geaardheid van hun voorstellingen is. Die
geaardheid stemt overeen met de soort van cultuur waarin die mensen zich
ontwikkeld hebben.
Individualisme
De
essentie van de moderne cultuur is de ontwikkeling van de mens tot individu.
Dat betekent om te beginnen dat ieder mens probeert zich af te scheiden van de
andere mensen om zich als "ik" op zichzelf te laten gelden. Ieder
mens trekt een grens tussen zichzelf en de anderen en daarbij is het zo dat een
ieder die grens voor zichzelf zo ruim mogelijk wil maken. Zo ruim mogelijk
omdat ieders voorstelling in principe de gehele werkelijkheid omvat. Daardoor probeert
hij een zo groot mogelijk deel van de werkelijkheid binnen zijn eigen grens te
trekken. Omdat elk individu daarmee bezig is leidt dat er toe dat er in de
mensheid een enorm gedrang ontstaat, een gedrang van mensen die het allemaal
zover mogelijk willen schoppen en die daarbij noodgedwongen almaar meer anderen
verdringen. Er woedt een strijd van allen tegen allen. Volgens een groot aantal
denkers gaat het hierbij om een fundamenteel menselijke eigenaardigheid die
altijd een dominante rol zal blijven spelen. Maar die opvatting is niet juist,
dat wil zeggen: die eigenaardigheid is wel fundamenteel, maar hij kan
logischerwijs niet voor eeuwig dominant zijn. Hij is dat slechts in onze
cultuur.
Het
is namelijk zo dat het juist de volgroeide individu zal zijn - aan het einde
van onze cultuur - die op den duur tot de ontdekking komt dat de andere mensen
vanzelfsprekend ook tot hun recht moeten kunnen komen. De mens als volwassen
individu gaat vanzelf laten gelden dat het begrip "ik" niet denkbaar
is zonder het begrip "de ander". In dat ontdekkingsproces spelen die
anderen natuurlijk ook zelf een grote rol: steeds meer mensen worden zich van
zichzelf bewust en gaan hun rechten afdwingen. Dat proces is op het
ogenblik over de gehele wereld waarneembaar. Uiteindelijk zal dat er toe leiden
dat de mens als "ik", de individu, het vanzelfsprekend vindt dat de
ander in zijn voorstelling inbegrepen is, niet als iets bedreigends of iets dat
overwonnen en in bezit genomen moet worden, maar om zo te zeggen " als een
ander aspect van zichzelf ".
Mede
door dat afdwingen van rechten ontstaat er het besef dat er aan dat
verdringingsproces grenzen gesteld moeten worden. Men komt langzamerhand tot de
overtuiging dat ieder zich ontwikkelend individu niet zomaar zonder meer zichzelf
breed kan maken en anderen daarbij leed berokkenen. Zo ontstaat er een heel stelsel
van rechtsnormen die in feite allemaal een beschermend karakter hebben. Uit
het ongebreidelde individualisme ontstaat zogezegd een "gereglementeerd
individualisme".
Gereglementeerd
individualisme
Vandaag
de dag denken vrijwel alle mensen in termen van gereglementeerd individualisme.
Omdat dit reglementeren nog betrekkelijk nieuw is - het heeft zich pas echt
doorgezet sinds het einde van de tweede wereldoorlog - krijgt het alle
aandacht. Zo ongeveer iedereen is bezig op zijn wijze de verdringing binnen een
kader van afspraken en voorschriften te dwingen, maar juist omdat dit het gedoe
van bijna iedereen is raakt de ware aard van datgene dat gereglementeerd wordt
steeds meer buiten beeld. Waar ging het nu werkelijk om? Het ging om het feit
dat een ieder bezig is de grenzen van zijn eigen "ik" zo ruim
mogelijk te maken en daarbij onvermijdelijk zijn medemensen verdringt. Dat is
de basis van waaruit het reglementeren plaats vindt. Als dat niet de basis was
zou het opstellen van reglementen helemaal niet nodig zijn, althans was dit
soort van beschermende voorschriften overbodig. Het is van belang om in te zien
dat die voorschriften slaan op het eenzijdige verruimen van de eigen grénzen
van het individu en dat zij per se niet slaan op dat verruimen zélf! Dat
iedereen zich breed probeert te maken is als vanzelfsprekend voorondersteld -
uiteraard, want het is het cruciale thema van onze cultuur. Het mag
alleen maar niet "te ver" gaan!
Over
het algemeen kun je zeggen dat de mensen nauwelijks iets van hun eigen cultuur
afweten.
Zij
weten wel, tot op zekere hoogte, wat er zich binnen hun cultuur afspeelt, maar
zij weten niet waarom er gebeurt wat er gebeurt. Hoe meer iemand ingespeeld is
op de gebeurtenissen, en zich met die gebeurtenissen of het sturen daarvan
bezig houdt, hoe minder zo iemand begrijpt waarom het allemaal is zoals het is.
Dat komt, zoals gezegd, door het feit dat juist zo iemand er in getraind is de afzonderlijke
gebeurtenissen uitsluitend te verklaren vanuit het gehele complex van concrete
gebeurtenissen en bovendien door die training en de hem ter beschikking staande
informatie in de mening is komen te verkeren dat hij inderdaad alles begrepen
heeft. Dat echter is een tragische misvatting ; in feite heeft hij
helemaal niets begrepen, hij heeft de gebeurtenissen slechts op een causale
manier gerangschikt.
Het
komt vaak voor dat mensen precies de juiste uitspraken doen zonder te weten wat
zij zeggen. Zo verklaarde een van onze politici in verband met de Golfoorlog
dat Saddam Hoessein met de verovering van Koeweit "te ver" was gegaan. Een
eigenaardige uitspraak, die evenwel precies aangeeft welke voorstelling er aan
ten grondslag ligt en dat blijkt bepaald veelzeggend te zijn. Blijkbaar mag je
namelijk wel "ver" gaan, blijkbaar mag je wel andere mensen
verdringen en alle mogelijke schurkenstreken uithalen, maar moet je daarbij
binnen zekere grenzen blijven. Onze politicus gaf dus nauwkeurig aan hoe het met
onze cultuur gesteld is, maar hij wist absoluut niet wat hij zei. Als
hij dat wel geweten had, echt begrepen, dan zou hij stellig die uitspraak niet
gedaan hebben, of, sterker nog: hij zou helemaal geen politicus hebben
willen zijn omdat die functie niets anders zou kunnen inhouden dan het
bestuurslidmaatschap van een vereniging van schurken, weliswaar legitieme
schurken, maar toch schurken...Ik kan niet beoordelen waar de grenzen gelegd
worden, maar zeker is dat zij gelegd worden en uiteraard ook voortdurend
veranderen. Binnen het kader van dat denken vindt men het gerechtvaardigd dat
de Amerikanen talloze gewapende interventies gepleegd hebben en plegen, dat
Israël andermans land veroverd heeft en dat er tegen het uitmoorden van de
Koerden niet zo heel erg geprotesteerd werd, evenmin als tegen de
recente terreur van de Sovjets in Afghanistan en de Baltische staten.
Dat alles viel kennelijk nog net binnen de grens van het toelaatbare. De
schurkenstreken van Saddam Hoessein vielen ook lange tijd binnen
de grenzen en dus was er geen beletsel om hem van allerlei wapentuig te
voorzien.
( Lees ook het bovenstaande )
Maar hij is nú kennelijk
een grens te ver gegaan - het kan ook zijn dat men de grens stiekem wat
nauwer gemaakt heeft, wie zal het zeggen? In onze gehele "beschaving"
wemelt het van de voorbeelden van veroordelingen op grond van "te ver"
gaan. Hitler en zijn trawanten bijvoorbeeld hebben enige miljoenen joodse
mensen op een gewetenloze manier vermoord. Toch wordt Hitler niet veroordeeld
omdat hij Joden vermoord heeft, maar om het er te véél waren
en het moorden op een te mechanische wijze gebeurde. Er zijn immers altijd
Joden vermoord: in Rusland behoren de pogroms nog niet zo lang tot het
verleden en de Polen zijn er na de tweede wereldoorlog nog mee bezig geweest.
Als we met die feiten geconfronteerd worden vinden wij gemakkelijk dat zoiets
niet deugt, maar in zijn algemeenheid valt het onmiskenbaar binnen bepaalde
grenzen. We geven dit niet graag toe, maar de praktijk wijst uit dat het wel
degelijk zo is. Het vernietigen van Irak, zoals dat op het ogenblik plaats
vindt, valt ook binnen de grens. Weliswaar vindt Jan Glastra van Loon,
voorzitter van het Humanistisch Verbond, dat het een kwestie is van kiezen
tussen twee kwaden, maar ook die afweging berust op het trekken van grenzen.
Het resultaat van zijn gedachtegang: de golfoorlog is, hoewel een kwaad,
verantwoord! Dat gaat dus niet te ver! Een ander voorbeeld: de
luchtvervuiling.
We
zijn het er allemaal over eens dat wij de lucht vervuilen en dat zoiets
eigenlijk niet kan. Maar wat gebeurt er? We gaan grenzen aan de vervuiling
stellen. Binnen die grenzen mag je vervuilen dat het een lieve lust is, met als
gevolg dat de industrieën zo dicht mogelijk onder zo'n grens gaan zitten en
vervolgens vinden dat zij zoveel aan het milieu hebben gedaan. Maar, het zou
logischer zijn om te stellen dat er helemaal niet vervuild mag worden. Dan kun je
altijd nog eens bezien of een bepaalde vervuiling voorlopig nog technisch
onvermijdelijk is.
In
onze cultuur wordt er gedacht in termen van grenzen. Binnen het kader van dat
denken wordt er consistent gedacht. Als ons iets onbegrijpelijk voorkomt vindt
dat zijn oorzaak niet in dubbelhartigheid maar in het feit dat wij lang niet
altijd weten waar de grenzen getrokken worden, wij weten bijna nooit welke
belangen er werkelijk achter steken. Maar wat wij wel zouden kunnen en moeten
weten is dat datgene dat binnen die grenzen gerechtvaardigd wordt
precies net zo dom en kortzichtig en zelfs misdadig is als datgene dat er
buiten gebeurt. In feite legitimeert het denken in grenzen de schurkachtigheid,
want de grondvoorstelling wordt geaccepteerd dat wij menen het recht te hebben
elkaar te verdringen, omdat wij nu eenmaal onszelf als "ik"
moeten kunnen waarmaken. Maar die grondvoorstelling is onjuist wat betreft dat
verdringen. Het daarop gerichte denken deugt dus ook niet. Bovendien:
als je op dat verdringen doordenkt kom je tenslotte uit bij een, ondanks alle
rijkdom en macht, uiterst armoedige individu, die volkomen geïsoleerd is van de
wereld en die almaar geobsedeerd blijft door het feit dat hij alles wil
bezitten en daarin nooit volledig zal slagen. De machthebbers in deze wereld
menen in het algemeen wat zij zeggen en doen, de Amerikanen en onze krijgshaftige politici zijn niet dubbelhartig maar
juist heel consequent en duidelijk... alleen weten zij niet wat zij doen
en zeggen, omdat zij niet weten wat er werkelijk in onze cultuur gaande is. Als
je daar voor jezelf wel achter bent gekomen sta je er telkens verbaasd over
hoezeer zij de spijker op de kop slaan als ze je vertellen hoe het zit met de
wereld. Het beroerde is evenwel dat zij het niet over de wereld hebben maar
over hun eigen door de cultuur verwrongen voorstelling...
En dat moet dan aan de mensheid leiding geven!
Bovenstaande tekst is geschreven:
Door Jan Vis, filosoof.
Terug naar: De Startpagina
Pagina's zijn door mij uit het tijdschrift van De
Vrije Gedachte no. 213 maart 1991 overgenomen.
Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten
maar juist voor alle mensen, is het citeren uit mijn werk zonder meer
toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld
gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)
|
|