Jan Vis, creatief
filosoof
Naar
het begin, artikelen en bladwijzers
creatiegedachte,de bijbel,de survival of the
fittest,de werkelijkheid,
evolutie,evolutiegedachte,evolutieleer,evolutietheorie,filosofie,god,scheppingsgedachte,
spinoza, survival of the fittest,
zelfbewustzijn.
Help mee om deze site te
promoten. Vertel het uw…!
(Adres
luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )
Terug naar: De Startpagina
Naar artikelen: het toenemend belang van het
atheïsme ; Hoe zit het nou met god ; geen god wat dan ;
Godsdienst en geloof ; De Grote Vierslag(met o.a. Socialisme; als ik er
ben, ben jij er vanzelfsprekend óók) ; Is er dan toch een GOD..! Hoe zit dat..? ; Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; Reacties op
Evolutieleer/Evolutiethorie/Creatie, of andere mogelijkheden… ; Scheppingsverhaal in biologieles
; een voorstel van Karin Wolff, minister van Cultuur v/d deelstaat
Hessen-Volkskrant dd. 21 juli 2007 pag. 4 ; DARWIN: zie A, B, C, D, E, G, H, K zie bladw. ; “INCEST” - … FREUD… Zijn oorspronkelijke THEORIE werd
omgebouwd tot een NIEUWE. Verraad aan de
kinderen…! Hoe zit dat bij “CERN”..? Komen
de WETENSCHAPPERS nù te dicht bij de waarheid..? – Is er géén GOD..? Neem
ook nota van: Evolutie of Creatie-(Hoe benadert de
mens de waarheid)
en Reacties op Evolutie of Creatie ; Zie óók: Lichtsnelheid ; pag.26-zie bladwijzers; De Big Bang/Oerknal maar bij het vuilnis zetten..?-( Zijn er geen deeltjes of golven die sneller gaan dan het licht..?-Verklaring)
Bladwijzer: groei van het leven ; onder groeiproces versta ik ; Het aanpassingsproces
stelt ; Geen
enkel verschijnsel ontstaat bij toeval ; de voorvaderen/voorouders van de mens
; Er is maar één
leven ; Darwin ; Groei van het Leven ; Hoe benadert
de mens de waarheid ;
Overgang-1 ;
Vreest
Evangelisch Nederland de Filosofie ?
Dat zou verheugend zijn...!
Het zal de
lezer wellicht bekend zijn dat de evangelische Nederlanders de strijd tegen de
evolutietheorie niet alleen voeren via de Evangelische Omroep maar ook
doormiddel van wetenschappelijke congressen. Op die congressen komen volgens
goed wetenschappelijk gebruik zowel voor- als tégenstanders van de
evolutiegedachte aan het woord. Van de tegenstanders wordt als vanzelfsprekend
aangenomen dat zij de creatiegedachte aanhangen. Dat zij dus vinden dat de
feiten er dus op wijzen dat de wereld geschapen is. Over eventuele andere
mogelijkheden wordt niet gesproken. Als men een wetenschappelijk congres belegt
is men moreel verplicht alle uitspraken pro en contra ter discussie te stellen,
maar bij een televisie-uitzending is dat kennelijk niet nodig; je verdraait
maar lustig de feiten en je strooit je drogredeneringen maar kwistig in het
rond. Er is geen minister die je daarvoor je zendtijd zal ontnemen; in een
wereld waarin iedereen er op uit is iedereen te controleren wordt alleen maar
zendtijd ontnomen aan die mensen die wat al te duidelijk met de waarheid voor
de dag komen. Leugens, onzin en waandenkbeelden mogen vrijelijk verkondigd
worden - dat is immers democratisch. !
De
bedoeling van een wetenschappelijk congres is de discussie; daaruit put het
congres zijn kracht dat het de deelnemers aanzet tot het overdenken van nieuwe
argumenten. Maar aan dit laatste hebben de gelovigen geen behoefte, gezegend
als zij zijn met het bezit van de door god persoonlijk geopenbaarde waarheid,
neergeschreven in het heilige boek, de bijbel. En dus wordt er voor het congres
aan de sprekers medegedeeld dat het niet toegestaan is te filosoferen. Ik ben
bang dat het aan veel mensen ontgaan zal zijn wat de betekenis is van een
dergelijk verbod. Want voor de meeste mensen is de filosofie toch maar een
oeverloos en dor gezwam, dat bovendien nog zo abstract is dat niemand er iets
van begrijpt, laat staan dat iemand er iets aan heeft. Het verbod om op een
dergelijke manier de toehoorders te vervelen lijkt dus redelijk. Maar het
verbod tot filosoferen betekent in feite dat het niemand toegestaan is op het
geheel der feiten een visie te hebben. Men mag de feiten niet plaatsen in het
verband van een visie op de werkelijkheid.
De feiten moeten los van elkaar blijven.
In de grond van de zaak houdt dit in dat het zelfs
onmogelijk is over de evolutiegedachte te spreken - deze gedachte berust immers
voor een goed deel op een visie, op een door onderzoek en denken naar voren
gekomen voorstelling van de werkelijkheid. En in dit licht mogen de feiten niet
gesteld worden, want dan is men bezig te filosoferen!
Voor de evangelisten is het
normaal dat zij niet filosoferen. In het beste geval brengen zij het tot een
theologie waarin zij trachten aan hun waanideeën een redelijke ondergrond te
geven, en dat gebeurt dan nog zeer onwetenschappelijk en zeer onfilosofisch,
want last van helder denken hebben de evangelisten gewoonlijk niet. Wat zij
voor denken aanzien is niets anders dan een zichzelf projecteren tegen de
werkelijkheid, een bezigheid waarover ik straks nog iets zal opmerken. Intussen
nemen de evangelisten voor zichzelf wel de vrijheid met een visie voor de draad
te komen, al is het dan geen filosofische visie.
Zij beredeneren namelijk alles vanuit de scheppingsgedachte
en in dat licht stellen zij alle feiten. Zij kunnen dat echter doen zonder met
zichzelf in tegenspraak te komen want wat wij goedwillend de scheppingsgedachte
noemen is eigenlijk geen gedachte, maar een openbaring. Het gaat dus niet om hun
visie, maar om Gods geopenbaarde waarheid en dat is natuurlijk iets geheel
anders...
In verband met het bovenstaande is het interessant eens
een vergelijking te maken tussen filosofie, wetenschap en geloof en dat komt
dan hierop neer dat wij ons af moeten vragen:
Bij het beantwoorden van deze vraag moet ik een aantal
aspecten van de werkelijkheid en dus ook van het mens-zijn buiten beschouwing
laten. Ook moeten enkele gedachten het zonder logische verantwoording stellen
omdat daarvoor in dit artikel geen ruimte is. ( Zie hiervoor : Beweging en Verschijnsel deel 1,2 en 3
) Maar hopelijk gelukt het toch wel een en ander
duidelijk te maken. In het bewustzijn(zie bladwijzers) van elk mens is de gehele werkelijkheid op de wijze van
een beeld aanwezig. Het woord beeld bedoel ik in dezelfde zin als wanneer wij spreken
van het beeld van de televisie - het beeld in onszelf is trouwens ook een
trillingsbeeld, maar verder houdt elke overeenkomst op. Er is maar één
werkelijkheid en dus is dat beeld voor alle mensen gelijk, het is het algemene
op grond waarvan de mensen niet wezenlijk van elkaar verschillen en in staat
zijn elkaar te verstaan. Maar van dit laatste komt voorlopig niet veel terecht
omdat iedereen dat algemene beeld op zijn eigen individuele wijze beschouwt. Zo
ontstaan er net zoveel werkelijkheden als er individuen zijn en we kunnen
daarvan gerust zeggen dat ze allemaal fout zijn. Die fout heft zich op naarmate
het een mens gelukt in zichzelf dat algemene beeld terug te vinden, hetgeen er
op neer komt dat hij zich moet ontdoen van onzuivere, vertekenende beschouwingswijzen:
de oude gedachte van de zuivering zoals die in tal van hogere culturen
voorkwam. In de West-Europese cultuur vinden wij de zuiveringsgedachte bij de
mystici: Meister Eckhart stelt de zuivering als enige voorwaarde voor
het leren kennen van god waarmee hij de waarheid bedoelde, en de wijsgeer
Spinoza tracht ons zelfs uit te leggen hoe wij ons verstand moeten zuiveren
teneinde een waarheidsgetrouwe voorstelling van de werkelijkheid te verkrijgen.
Waarschijnlijk heeft Spinoza begrepen, hij gebruikt immers het woord verstand,
dat de mens vanuit het zelfbewustzijn en bijgevolg doormiddel van het denken,
een kijk heeft op dat beeld in hemzelf en dat deze kijk bepalend is voor zijn
mens-zijn. Het gaat dus eigenlijk om de vraag: wat doet de mens met die kijk,
komt hij op het idee om de zaak te zuiveren, zoals Spinoza en vele wijsgeren
voor hem wilden, of houdt hij de vertekening voor waar. In het laatste geval
hebben wij te doen met de gelovige, of beter nog: de godsdienstige mens. Deze mens ziet een waan aan
voor de waarheid en hij tracht die waan te verklaren. Voor die verklaring
gebruikt hij noodzakelijk die grootheden die voor hemzelf van kracht zijn, hij
projecteert zichzelf in de waan. Dus ziet hij dat er een hogere en een lagere
werkelijkheid is, en dat die hogere, die hij god noemt en die hij met macht
bekleedt, de veroorzaker is van alle verschijnselen. Gedacht in zijn
denkpatroon betekent dit dat god de wereld geschapen heeft. Want de mens zelf
is een schepper (denk aan de kunst) en dus is god de schepper bij uitstek,
zozeer zelfs dat hij ook het kwaad heeft kunnen scheppen. De gelovige houdt de
waan voor de absolute, de goddelijke waarheid. Dat is reden genoeg om de zaak
desnoods met geweld aan de anderen mensen op te dringen. Die andere mensen
behoeven er niets van te begrijpen, het gaat er om dat zij de waan aannemen en
zich dus ook houden aan een vertekende kijk op de werkelijkheid. Voor het
geloof moet men bekeerd (= Omgekeerd) worden. Ten tweede kan de mens zijn kijk
op het beeld laten voor wat het is en zich richten op de tastbare werkelijkheid
om hem heen; hij kan zich richten op het objectieve om dat aan een onderzoek te
onderwerpen teneinde aan de weet te komen hoe de zaak in elkaar zit. Dit is de wetenschapsmens.
Doordat hij zich niet bezig houdt met zijn kijk op het beeld blijft deze zaak
betrekkelijk ongeschonden: gewoonlijk kunnen deze mensen hun
wetenschappelijkheid heel wel combineren met hun gelovigheid. Zij zien geloof
en wetenschap als twee verschillende werkelijkheden die niets met elkaar te
maken hebben. Het gaat in velen zelfs zover dat de absurditeiten van de
godsdienst vredig naast de strikte logica van de wetenschap staan. In hun
wetenschap proberen deze mensen te komen tot een logische rangschikking van de
door hen ontdekte feiten om op die manier de opbouw van de werkelijkheid bloot
te leggen. Dit mondt noodzakelijk in een hypothese uit: de
veronderstelling dat het zo zit. Maar van een visie op de werkelijkheid is niet
te spreken, want het geheel van de werkelijkheid is pas te zien als men zijn
kijk heeft weten te zuiveren - zijn kijk op het beeld. Dat er nauwelijks een
visie is, blijkt wel uit het feit dat er in onze wetenschappelijk georiënteerde
wereld menselijk gezien nooit iets kan. We kunnen alles, maar er kan niets.
Onze juristen bijvoorbeeld staan op een hoog peil, maar ik heb tot nu toe
slechts een enkele individuele reactie gehoord op het feit dat men - op
aandrang van christelijk Duitsland - bezig is ons recht te verkrachten. Maar
het is te begrijpen, want om in staat te zijn een dergelijke ontwikkeling te
herkennen moet men een visie hebben en niet alleen maar waarde hechten aan
hypothesen.
Het is ten derde, de filosoof die zich er
toe zet in zichzelf een visie te ontwikkelen. Hij begint met de ontdekking dat er
een groot verschil is tussen het beeld en zijn eigen kijk op dat beeld. Hij
ontdekt dat zijn kijk vertekend is, dat zijn kijk een waan is, en dat het zaak
is daarvan af te komen. Naarmate dit laatste hem gelukt zet zijn kijk zich om
tot een denkbeeld, en als het goed is is hij in staat om de voorhanden al of
niet wetenschappelijke feiten in te passen in dit denkbeeld.
Het zou fout zijn om te denken dat de drie mogelijkheden,
namelijk de waan en de objectiviteit en het denkbeeld, tot drie verschillende
mensensoorten zouden leiden. Gewoonlijk komen deze drie mogelijkheden tegelijk
in één mens voor, maar dan wel zo dat één van de drie mogelijkheden op de
voorgrond staat. De godsdienstigheid van de wetenschappelijke mens bijvoorbeeld
wordt door het op de voorgrond staan van de objectiviteit ontdaan van zijn
ergste absurditeiten. Maar de gelovige mens maakt van zijn objectiviteit, en
dus ook van zijn wetenschappelijkheid, een drogredenering - zoals er bij een
preek van de dominee vele te beluisteren zijn. Had de filosoof vroeger vooral
op zijn hoede te zijn voor de in hem sluimerende gelovigheid, tegenwoordig is
het zo dat zijn wetenschappelijkheid hem voortdurend verleidt. Het behoeft dan
ook geen verwondering te wekken dat de moderne filosofie vrijwel over de gehele
linie in de wetenschappelijkheid is vastgelopen, een proces dat door de grote
wijsgeer Kant werd ingeleid. Als wij dit in aanmerking nemen hadden de
evangelisten de filosofie op hun congres niet behoeven te verbieden: veel
gevaar is er van de filosofen niet te duchten.
In verband met het bovenstaande moet ik ook nog wijzen op
de verschillende kwaliteiten van het weten. De gelovige neemt aan dat zijn kijk
op de waarheid de waarheid zelf is. Hij stelt bijgevolg zijn weten als een zéker
weten, terwijl in feite zijn weten een waan is. Het weten van de
wetenschappelijke mens blijft een veronderstelling, een hypothese: het
ziet er naar uit dat het zo is of wat betreft ons eigenlijke onderwerp, de
evolutie: de feiten wijzen er op dat het leven een evolutie heeft
doorgemaakt. De wetenschapsman houdt altijd rekening met de mogelijkheid dat
iets anders kan zitten dan hij denkt dat het zit. Wetenschappelijk gezien is
dit zijn kracht, maar filosofisch en menselijk gezien zijn zwakte - hetgeen blijkt
uit zijn uitermate geringe morele inbreng in de problemen van deze wereld. Het
weten van de filosoof is een zéker weten. Dit betekent niet dat hij bij
gelegenheid geen fout kan maken en het betekent ook niet dat elke filosoof
alles zeker weet, maar het betekent wel dat de weg die hij volgt - als hij niet
in geloof of wetenschap strandt - noodzakelijk tot de waarheid moet leiden.
De zogenaamde discussie over
evolutie of creatie, zoals die gevoerd werd tussen gelovigen en wetenschappers
is zonder de filosofie dan ook een vruchteloze discussie. In het strijdperk
treden de hypothese en de waan en het noodzakelijke resultaat daarvan is de
verwarring.
Overigens ben ik er zeker van dat het ook de bedoeling is
om verwarring te stichten dat geeft immers de mogelijkheid om de evangelische
posities drastisch te verstevigen, met alle gevolgen van dien...
Boven dit gedeelte van mijn beschouwing heb ik met opzet
niet de evolutie geplaatst omdat mijn denkbeelden omtrent deze zaak op tal van
punten verschillen met de opvattingen van diegenen die er al toe gekomen zijn
van de evolutieleer te spreken in plaats van de evolutietheorie.
Bovendien is het voor mij ondoenlijk - en ook niet
noodzakelijk - om alle moderne variaties van de bedoelde theorie aan een
onderzoek te onderwerpen. Vooraf moeten echter twee dingen opgemerkt
worden: ten eerste, voor zover aanhangers van de evolutietheorie van
mening zijn dat de opeenvolgende fasen van het groeiproces bij toeval en door
toevallige inwerkingen van buitenaf - stralingen bijvoorbeeld - voor de dag
zijn gekomen, zij het bij het verkeerde eind hebben. Geen enkel verschijnsel ontstaat bij toeval, maar
juist omdat het toeval uitgesloten is. Het verschijnsel komt voor de dag
zoals het voor de dag komt omdat er geen andere mogelijkheid is. Als sommige
geleerden spreken van de toevalstreffer mens, dan geven zij er blijk van geen
filosofisch inzicht te hebben. Samenhangend met het bovenstaande kan ik geen
argument vinden voor de gedachte van de mutatie. Het is inderdaad een feit dat
organismen plotseling totaal kunnen veranderen als zij aan een intensieve
straling blootgesteld worden. Maar deze verandering levert geen organisme van
een hogere orde op; meestal is het resultaat een ziekelijk disharmonieus
gedrocht en in het beste geval kunnen wij spreken van een vorm van aanpassing.
Gewoonlijk denken de mensen - ten tweede - dat het
leven op aarde verschenen is, en zij denken ook dat het leven
verdeeld is in een aantal soorten, zoals daar zijn mensen en dieren en planten.
Maar beide gedachten zijn fout. Het leven verschijnt niet op de aarde, maar
de aarde, de planeet, zet zichzelf om tot leven, zodat wij kunnen zeggen
dat het leven op andere wijze de aarde is. Verder is het niet zo dat het
leven verdeeld is. Er is maar één leven en dat leven
vertoont zich naar velerlei variaties. Elke variatie is een andere organisatie
van dat éne leven, een stelling die door de wetenschap bevestigd wordt:
de biologen en biochemici hebben ontdekt dat alle vormen van leven georganiseerd
zijn op basis van cellen die volkomen gelijk zijn aan elkaar. Voor zover die
cellen ogenschijnlijk verschillen komt dat doordat zij in de organisatie
verschillende functies vervullen. Maar hun grondstructuur is dezelfde.( Meer informatie, zie: Beweging en Verschijnsel deel 1, 2 en 3
)
Onder groeiproces versta ik het
proces waartoe de werkelijkheid komt als op een planeet het leven begonnen is
zich van één cel te organiseren tot dat samenstel van cellen dat wij de mens
noemen. Dat de cellen, met andere cellen, organisaties gaan vormen ligt
besloten in de beweeglijkheid van die cellen zelf. Er ligt niet in besloten welke organisatie
zij gaan vormen want dan zouden zij van het begin af aan verschillend moeten
zijn. Het enige dat op dit punt voor de cellen geldt is dat zij zich gaan
organiseren. Dat bepaalde cellenorganisaties (organismen) zich tijdens het
groeiproces opwerken tot een hoger plan ligt besloten in die organisaties en
niet in de cellen afzonderlijk. Tijdens het groeiproces, dus tijdens het
opwerken tot een hoger plan, zijn er steeds organismen die nog verder kunnen en
omdat zij dat kunnen doen ze het ook...
totdat tenslotte de mens daar is, en daarmee is het groeiproces
afgesloten. Een hogere mogelijkheid is er voor het organisme niet. Maar er zijn
ook organismen die tijdens het groeiproces niet verder blijken te kunnen; op
een gegeven moment is hun organisatie stabiel geworden en dan blijft hij zoals
hij is. Hij zal nooit in staat zijn zich hoger op te werken: de
groeikracht is er uit.
Dat betekent niet dat zo een organismen niet meer
verandert; juist omdat het een levende organisatie is gaat het organisme
trachten zich zo goed mogelijk aan te passen aan de omstandigheden.
Het aanpassingsproces stelt
de organismen in staat in de natuur te overleven, zich in te stellen op en zich
te verweren tegen de aanslagen die voortdurend op het leven gepleegd worden.
Het spreekt vanzelf dat in dit proces de sterksten de meeste kans hebben en we
dus wel degelijk met Darwin
van de survival of the fittest kunnen spreken. Uit dit proces ontstaan
dus inderdaad tal van soorten van levensorganisaties en dat is ook nu nog in de
natuur het geval. Het aanpassingsproces, dat zich doorzet via de voortplanting,
is een voortdurend proces dat voor het in stand blijven van het leven
onontbeerlijk is. Ook in de mens vindt dit proces plaats. Het groeiproces
echter houdt op als de laatste mogelijkheid, namelijk de mens, er uit is
gekomen. En dat proces herhaalt zich niet. Het is een beweging die eenmalig is
en die in één richting gaat: van het begin naar het einde. Toch is er
tevens ook weer wel van een zich herhalen van de beweging te spreken, namelijk
in de afzonderlijke individuen. Elk individueel organisme maakt om te beginnen
een groei door van één cel tot organisatie.
Zo groeit ook elk mens uit van één
bevruchte cel tot een volledig organisme. Het algemeen groeiproces houdt op een
zeker moment op om toch ook bewaard te blijven in het individuele groeiproces.
In dat individuele groeiproces herhalen zich - in grote trekken - de fasen die
een bepaald organisme tijdens het algemene groeiproces doorgemaakt heeft. Zo
herkennen wij bij de groei van de menselijke vrucht een soort van
vissenstadium. Maar meer dan een stadium is het niet. De mens passeert bij zijn
groei bepaalde visachtige structuren, zonder ooit echt een vis te zijn. En zo
passeert hij ook aapachtige structuren zonder ooit een aap te zijn. Het is niet
anders denkbaar dan dat zich in het algemene groeiproces tenslotte de komst van
de mens zal gaan aankondigen. Naarmate de mens dichter benaderd wordt zal het
betreffende organisme zich in zijn gedrag meer onderscheiden van zijn
ogenschijnlijke soortgenoten. Praktisch gezegd: onder de apen zal een
apensoort voorkomen die zich qua gedrag onderscheidt van de andere apen. En dat
komt doordat het eigenlijk géén aap is, het is de toekomstige mens die zich
voorlopig nog in het apenstadium bevindt. Kunnen wij nu zonder meer stellen dat
de mens van de aap afstamt? Neen, dat kunnen wij niet zeggen omdat de aap van
wie hij afstamt wezenlijk geen aap was. Als wij op het algemene groeiproces
terugkijken verdwijnen de voorvaderen van de mens zonder overgang in de
onvolgroeide organismen. Niemand zal ooit kunnen vaststellen in welk
onvolgroeid organisme voor het eerst de belofte van de komende mens verscholen
lag. En uiteindelijk is alle georganiseerde leven uit een veelheid van eendere cellen
voortgekomen.
Behalve dat er in de mens, zoals bij alle organismen, een
aanpassingsproces plaats vindt is er ook nog te spreken van een
verhelderingsproces. Tijdens dat proces verheldert zich de menselijke geest,
verheldert zich het zelfbewustzijn. Deze verheldering vindt, net als de
aanpassing, plaats langs de weg van de voortplanting. De opeenvolgende
geslachten zijn steeds iets meer helder. Het is een misvatting te menen dat de
verheldering plaats vindt door de toenemende kennis, door de studie en door het
op scholen doorgeven van kennis. Het ligt andersom: dat de mens meer en
meer kennis krijgt van de werkelijkheid is een gevolg van de toenemende
verheldering. Daarom is het voor een indiaan uit de binnenlanden van
Zuid-Amerika mogelijk om het peil van onze kennis te bereiken in een zeer korte
tijd. De verheldering is namelijk ook in hem langs de opeenvolgende geslachten
- als het ware domweg doorgegaan. Daardoor is hij in staat zich snel
intellectueel op te trekken als hij in contact komt met onze kennis. Het helder
worden en voor de individuele mens het laten gelden daarvan, is menselijk
gesproken het enige waarom het gaat. Als we dit in de gaten hebben valt er een
nieuw licht op het aanpassingsproces zoals dat voor de mens geldt. De
survival of the fittest, het overleven van de sterkste, en dus ook het
zogenaamde recht van de sterkste vertoont zich uiteindelijk bij de mens niet
als een machts- en geweldsaangelegenheid maar als een geestelijke zaak, als een
zaak van het zelfbewustzijn. Dit houdt in dat de overlevende niet is de
eenzijdig natuurlijke sterkste, maar de geestelijk sterkste. Voor ons gangbare
besef is de geestelijk sterkste diegene die het meest intellectueel ontwikkeld
is. Dat besef is verklaarbaar vanuit onze intellectuele cultuur. Maar het is
een fout besef: intellectuele ontwikkeling kan er aan méékomen maar het
is niet noodzakelijk.
Kunstzinnige ontwikkeling b.v. kan er ook aan méékomen.
Waarom het gaat is dit, dat diegene geestelijk sterk is die zijn verstand heeft
weten te zuiveren; die zich heeft weten te verlossen van de waan; die zich er
op gericht heeft de waarheid in zichzelf naar boven te brengen. Dat kan een
filosoof zijn, maar dat behoeft niet - het is in ieder geval een mens die
eindelijk wijs geworden is. Een mens die het niet goed wijs zijn van zich
afgeschud heeft. Deze mens evenwel is het tegendeel van een dwingeland, hij is
noodzakelijk niet op macht belust, hij is door en door vredelievend en hij ziet
de werkelijkheid als één geheel waarin de mensen met zijn allen leven.
TENSLOTTE
De evangelisten doen het in hun televisieprogramma
voorkomen alsof de aanhangers van de evolutiegedachte noodzakelijk tot het
verheerlijken van de sterkste en dus van het geweld en de macht komen. Zij
laten beelden zien van parades in Moskou en in het toenmalige derde rijk. Zij
leggen een verband tussen de goddeloosheid- want evolutie sluit goddelijk
bestuur uit- en het geweld. Dit is nu een voorbeeld van schandelijk bedrog:
ten eerste is het een onweerlegbaar feit dat de evangelisten zelf
onveranderlijk de zijde van het geweld kiezen, dat zij zonder mankeren de vrije
en rechtvaardige mensen trachten uit te roeien en dat zij altijd de hielen
likken van de door god aangestelde machtigen. Zij zouden er goed aan doen de
geschiedenis tot op de dag van vandaag (Duitsland. !) eens uit andere boekjes
te bestuderen dan uit hun door henzelf vervalste bijbel. En ten tweede is het
nog weer eens een keihard bewijs voor de juistheid van het inzicht dat de gelovigen
in een waan leven en dat zij niet het flauwste benul van de werkelijkheid
hebben. Dit is niet alleen jammer, het is voor onze wereld zelfs
levensgevaarlijk...
No. 80 - november 1977
Bovenstaande
tekst is geschreven:
Door
Jan Vis, filosoof.
Terug naar: De Startpagina
Artikel
(nov. '77) werd geplaatst in de uitgave "IN NIETS NEUTRAAL" van De
Vrije Gedachte te Rotterdam.
Aangezien
de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen,
is het citeren uit dit artikel zonder meer toegestaan.
Bronvermelding
wordt echter wel op prijs gesteld.
|
|