EVOLUTIE OF CREATIE

November 1977

Jan Vis, creatief filosoof

 

Naar andere artikelen en bladwijzers

 

Naar het begin v /h artikel

 

 

creatiegedachte,de bijbel,de survival of the fittest,de werkelijkheid,

evolutie,evolutiegedachte,evolutieleer,evolutietheorie,filosofie,god,scheppingsgedachte,

spinoza, survival of the fittest, zelfbewustzijn.

 

 

 

 

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

Terug naar:  De Startpagina

 

Bladwijzer: Overgang-1 ; onder groeiproces versta ik ;  Het aanpassingsproces stelt ; Geen enkel verschijnsel ontstaat bij toeval ; de voorvaderen/voorouders van de mens ; Darwin ; Groei van het Leven ;  Hoe benadert de mens de waarheid ; Er is maar één leven ;

 

 

Naar artikelen: Het toenemend belang van het atheïsme ; De criticus inzake “De evolutie”- zie nr. 02  ; Geen god wat dan  ;  Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; DARWIN: zie A, B, C, D, E, G, H, K zie bladw. ;  Bestrijders en Begrijpers van de GODSDIENST..! zie afl.51 ; De begrippen Godsdienst en Geloof – Hoe zit dat..? ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ;  Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Burqa, volg bladwijzer ; Uilenspiegel en de macht ; Gedachten over Ontstaan en Bestaan ; Is er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..?  DE ISLAM - De herrijzenis van de Halve Maan - DE ISLAM ; Briefwisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; Vrijheid van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ; de kunst; het schone verschijnsel ; Samenleving, Maatschappij en Gezin ; Filosofie van de kunst ; Beweging en verschijnsel deel 1 t/m 3 ; Hoe zit het nou met god..? ; Het Nihilisme ; Vernietiging van de macht ; Ongehoorzaamheid ; Een alternatief bestuur ; Artikelen betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle ingezetenen van Nederland.!.? ; Waar gaat het in de mensheid nu wezenlijk om ; De kunst van het filosoferen ; Niet zeuren, god bestaat niet – zie inhoudsopgave nr. 13( godsdiensten een cultuur..? ) ; Kunnen Moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; Wij dulden geen tegenspraak – zie INHOUDSOPGAVE – zie nr. 10 ; Seksueel misbruik – Hoe zit dat..? – zie bladw. ; De koran ; Leidt de toename van de kennis tot een beter weten..? – zie bladw. ; JESAJA – zie A..! , B , C , D , E , - zoekterm “ Jesaja “ ; Op de vlucht voor je eigen denken ; De Grote Vierslag(nihilisme, anarchisme, socialisme en communisme) ; Nihilisme en Anarchisme als basis van het Atheïsme ; Islamitische geldingsdrang – zie afl. 27 ;  Polariseren leidt naar een hoger plan(stuwt op) v/d DEMOCRATIE – zie afl. 24 en 25 ; Het geheel is meer dan de som der delen ; Sociale Bewogenheid – zie bladw. ; De Rechtsstaat – zie bladwijzers ; Religies bevestigen het Geestelijke Karakter v/d mens..! – zie bladw. ; De filosofie van de geschiedenis ; Onvolwassen Mensheid-zie nr. 50..! ; Depressies -Hoe zit dat..?-zie bladw. ; Kan macht zich ten goede keren ; De heilige wet-De Sjari’a ; Onder MACHT versta ik - zie de link: doorbreek de vicieuze cirkel; de Oplossing ; De ontwikkeling van het denken ; De ontwikkeling van de West Europese Cultuur ; Een korte schets van de menselijke seksualiteit ; Het zelfbeschikkingsrecht ; Abortus provocatus ; Alledaags commentaar ; Cultuur filosofische opmerkingen ; Eenzaamheid en onvrijheid ; Filosofie van de Hak op de Tak 1 t/m 73 ; Kan macht zich ten goede keren? ; Robot denken ; Tijl Uilenspiegel ; Varia 1 t/m 10 ; Vernietiging van macht en het alternatief bestuur ; Voor welke vrijheid kiest U ;

 

 

 

Vreest Evangelisch Nederland de Filosofie ?

 

Dat zou verheugend zijn...!

 

 

Het zal de lezer wellicht bekend zijn dat de evangelische Nederlanders de strijd tegen de evolutietheorie niet alleen voeren via de Evangelische Omroep maar ook doormiddel van wetenschappelijke congressen. Op die congressen komen volgens goed wetenschappelijk gebruik zowel voor- als tégenstanders van de evolutiegedachte aan het woord. Van de tegenstanders wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat zij de creatiegedachte aanhangen. Dat zij dus vinden dat de feiten er dus op wijzen dat de wereld geschapen is. Over eventuele andere mogelijkheden wordt niet gesproken. Als men een wetenschappelijk congres belegt is men moreel verplicht alle uitspraken pro en contra ter discussie te stellen, maar bij een televisie-uitzending is dat kennelijk niet nodig; je verdraait maar lustig de feiten en je strooit je drogredeneringen maar kwistig in het rond. Er is geen minister die je daarvoor je zendtijd zal ontnemen; in een wereld waarin iedereen er op uit is iedereen te controleren wordt alleen maar zendtijd ontnomen aan die mensen die wat al te duidelijk met de waarheid voor de dag komen. Leugens, onzin en waandenkbeelden mogen vrijelijk verkondigd worden - dat is immers democratisch. !

 

De bedoeling van een wetenschappelijk congres is de discussie; daaruit put het congres zijn kracht dat het de deelnemers aanzet tot het overdenken van nieuwe argumenten. Maar aan dit laatste hebben de gelovigen geen behoefte, gezegend als zij zijn met het bezit van de door god persoonlijk geopenbaarde waarheid, neergeschreven in het heilige boek, de Bijbel. En dus wordt er voor het congres aan de sprekers medegedeeld dat het niet toegestaan is te filosoferen. Ik ben bang dat het aan veel mensen ontgaan zal zijn wat de betekenis is van een dergelijk verbod. Want voor de meeste mensen is de filosofie toch maar een oeverloos en dor gezwam, dat bovendien nog zo abstract is dat niemand er iets van begrijpt, laat staan dat iemand er iets aan heeft. Het verbod om op een dergelijke manier de toehoorders te vervelen lijkt dus redelijk. Maar het verbod tot filosoferen betekent in feite dat het niemand toegestaan is op het geheel der feiten een visie te hebben. Men mag de feiten niet plaatsen in het verband van een visie op de werkelijkheid.

 

De feiten moeten los van elkaar blijven.

In de grond van de zaak houdt dit in dat het zelfs onmogelijk is over de evolutiegedachte te spreken - deze gedachte berust immers voor een goed deel op een visie, op een door onderzoek en denken naar voren gekomen voorstelling van de werkelijkheid. En in dit licht mogen de feiten niet gesteld worden, want dan is men bezig te filosoferen!

 

Voor de evangelisten is het normaal dat zij niet filosoferen. In het beste geval brengen zij het tot een theologie waarin zij trachten aan hun waanideeën een redelijke ondergrond te geven, en dat gebeurt dan nog zeer onwetenschappelijk en zeer onfilosofisch, want last van helder denken hebben de evangelisten gewoonlijk niet. Wat zij voor denken aanzien is niets anders dan een zichzelf projecteren tegen de werkelijkheid, een bezigheid waarover ik straks nog iets zal opmerken. Intussen nemen de evangelisten voor zichzelf wel de vrijheid met een visie voor de draad te komen, al is het dan geen filosofische visie.


Zij beredeneren namelijk alles vanuit de scheppingsgedachte en in dat licht stellen zij alle feiten. Zij kunnen dat echter doen zonder met zichzelf in tegenspraak te komen want wat wij goedwillend de scheppingsgedachte noemen is eigenlijk geen gedachte, maar een openbaring. Het gaat dus niet om hun visie, maar om Gods geopenbaarde waarheid en dat is natuurlijk iets geheel anders...

In verband met het bovenstaande is het interessant eens een vergelijking te maken tussen filosofie, wetenschap en geloof en dat komt dan hierop neer dat wij ons af moeten vragen:

 

HOE BENADERT DE MENS DE WAARHEID


Bij het beantwoorden van deze vraag moet ik een aantal aspecten van de werkelijkheid en dus ook van het mens-zijn buiten beschouwing laten. Ook moeten enkele gedachten het zonder logische verantwoording stellen omdat daarvoor in dit artikel geen ruimte is. ( Zie hiervoor : Beweging en Verschijnsel deel 1, 2 en 3 ) Maar hopelijk gelukt het toch wel een en ander duidelijk te maken. In het Bewustzijn van elk mens is de gehele werkelijkheid op de wijze van een beeld aanwezig. Het woord beeld bedoel ik in dezelfde zin als wanneer wij spreken van het beeld van de televisie - het beeld in onszelf is trouwens ook een trillingsbeeld, maar verder houdt elke overeenkomst op. Er is maar één werkelijkheid en dus is dat beeld voor alle mensen gelijk, het is het algemene op grond waarvan de mensen niet wezenlijk van elkaar verschillen en in staat zijn elkaar te verstaan. Maar van dit laatste komt voorlopig niet veel terecht omdat iedereen dat algemene beeld op zijn eigen individuele wijze beschouwt. Zo ontstaan er net zoveel werkelijkheden als er individuen zijn en we kunnen daarvan gerust zeggen dat ze allemaal fout zijn. Die fout heft zich op naarmate het een mens gelukt in zichzelf dat algemene beeld terug te vinden, hetgeen er op neer komt dat hij zich moet ontdoen van onzuivere, vertekenende beschouwingswijzen: de oude gedachte van de zuivering zoals die in tal van hogere culturen voorkwam. In de West-Europese cultuur vinden wij de zuiveringsgedachte bij de mystici: Meister Eckhart stelt de zuivering als enige voorwaarde voor het leren kennen van god waarmee hij de waarheid bedoelde, en de wijsgeer Spinoza tracht ons zelfs uit te leggen hoe wij ons verstand moeten zuiveren teneinde een waarheidsgetrouwe voorstelling van de werkelijkheid te verkrijgen. Waarschijnlijk heeft Spinoza begrepen, hij gebruikt immers het woord verstand, dat de mens vanuit het Zelfbewustzijn en bijgevolg doormiddel van het denken, een kijk heeft op dat beeld in hemzelf en dat deze kijk bepalend is voor zijn mens-zijn. Het gaat dus eigenlijk om de vraag: wat doet de mens met die kijk, komt hij op het idee om de zaak te zuiveren, zoals Spinoza en vele wijsgeren voor hem wilden, of houdt hij de vertekening voor waar. In het laatste geval hebben wij te doen met de gelovige, of beter nog: de godsdienstige mens. Deze mens ziet een waan aan voor de waarheid en hij tracht die waan te verklaren. Voor die verklaring gebruikt hij noodzakelijk die grootheden die voor hemzelf van kracht zijn, hij projecteert zichzelf in de waan. Dus ziet hij dat er een hogere en een lagere werkelijkheid is, en dat die hogere, die hij god noemt en die hij met macht bekleedt, de veroorzaker is van alle verschijnselen. Gedacht in zijn denkpatroon betekent dit dat god de wereld geschapen heeft. Want de mens zelf is een schepper (denk aan de kunst) en dus is god de schepper bij uitstek, zozeer zelfs dat hij ook het kwaad heeft kunnen scheppen. De gelovige houdt de waan voor de absolute, de goddelijke waarheid. Dat is reden genoeg om de zaak desnoods met geweld aan de anderen mensen op te dringen. Die andere mensen behoeven er niets van te begrijpen, het gaat er om dat zij de waan aannemen en zich dus ook houden aan een vertekende kijk op de werkelijkheid. Voor het geloof moet men bekeerd (= Omgekeerd) worden.

Ten tweede kan de mens zijn kijk op het beeld laten voor wat het is en zich richten op de tastbare werkelijkheid om hem heen; hij kan zich richten op het objectieve om dat aan een onderzoek te onderwerpen teneinde aan de weet te komen hoe de zaak in elkaar zit. Dit is de wetenschapsmens. Doordat hij zich niet bezig houdt met zijn kijk op het beeld blijft deze zaak betrekkelijk ongeschonden: gewoonlijk kunnen deze mensen hun wetenschappelijkheid heel wel combineren met hun gelovigheid. Zij zien geloof en wetenschap als twee verschillende werkelijkheden die niets met elkaar te maken hebben. Het gaat in velen zelfs zover dat de absurditeiten van de godsdienst vredig naast de strikte logica van de wetenschap staan. In hun wetenschap proberen deze mensen te komen tot een logische rangschikking van de door hen ontdekte feiten om op die manier de opbouw van de werkelijkheid bloot te leggen. Dit mondt noodzakelijk in een hypothese uit: de veronderstelling dat het zo zit. Maar van een visie op de werkelijkheid is niet te spreken, want het geheel van de werkelijkheid is pas te zien als men zijn kijk heeft weten te zuiveren - zijn kijk op het beeld. Dat er nauwelijks een visie is, blijkt wel uit het feit dat er in onze wetenschappelijk georiënteerde wereld menselijk gezien nooit iets kan. We kunnen alles, maar er kan niets. Onze juristen bijvoorbeeld staan op een hoog peil, maar ik heb tot nu toe slechts een enkele individuele reactie gehoord op het feit dat men - op aandrang van christelijk Duitsland - bezig is ons recht te verkrachten. Maar het is te begrijpen, want om in staat te zijn een dergelijke ontwikkeling te herkennen moet men een visie hebben en niet alleen maar waarde hechten aan hypothesen.

Het is ten derde, de filosoof die zich er toe zet in zichzelf een visie te ontwikkelen. Hij begint met de ontdekking dat er een groot verschil is tussen het beeld en zijn eigen kijk op dat beeld. Hij ontdekt dat zijn kijk vertekend is, dat zijn kijk een waan is, en dat het zaak is daarvan af te komen. Naarmate dit laatste hem gelukt zet zijn kijk zich om tot een denkbeeld, en als het goed is is hij in staat om de voorhanden al of niet wetenschappelijke feiten in te passen in dit denkbeeld.

Het zou fout zijn om te denken dat de drie mogelijkheden, namelijk de waan en de objectiviteit en het denkbeeld, tot drie verschillende mensensoorten zouden leiden. Gewoonlijk komen deze drie mogelijkheden tegelijk in één mens voor, maar dan wel zo dat één van de drie mogelijkheden op de voorgrond staat. De godsdienstigheid van de wetenschappelijke mens bijvoorbeeld wordt door het op de voorgrond staan van de objectiviteit ontdaan van zijn ergste absurditeiten. Maar de gelovige mens maakt van zijn objectiviteit, en dus ook van zijn wetenschappelijkheid, een drogredenering - zoals er bij een preek van de dominee vele te beluisteren zijn. Had de filosoof vroeger vooral op zijn hoede te zijn voor de in hem sluimerende gelovigheid, tegenwoordig is het zo dat zijn wetenschappelijkheid hem voortdurend verleidt. Het behoeft dan ook geen verwondering te wekken dat de moderne filosofie vrijwel over de gehele linie in de wetenschappelijkheid is vastgelopen, een proces dat door de grote wijsgeer Kant werd ingeleid. Als wij dit in aanmerking nemen hadden de evangelisten de filosofie op hun congres niet behoeven te verbieden: veel gevaar is er van de filosofen niet te duchten.


In verband met het bovenstaande moet ik ook nog wijzen op de verschillende kwaliteiten van het weten. De gelovige neemt aan dat zijn kijk op de waarheid de waarheid zelf is. Hij stelt bijgevolg zijn weten als een zéker weten, terwijl in feite zijn weten een waan is. Het weten van de wetenschappelijke mens blijft een veronderstelling, een hypothese: het ziet er naar uit dat het zo is of wat betreft ons eigenlijke onderwerp, de evolutie: de feiten wijzen er op dat het leven een evolutie heeft doorgemaakt. De wetenschapsman houdt altijd rekening met de mogelijkheid dat iets anders kan zitten dan hij denkt dat het zit. Wetenschappelijk gezien is dit zijn kracht, maar filosofisch en menselijk gezien zijn zwakte - hetgeen blijkt uit zijn uitermate geringe morele inbreng in de problemen van deze wereld. Het weten van de filosoof is een zéker weten. Dit betekent niet dat hij bij gelegenheid geen fout kan maken en het betekent ook niet dat elke filosoof alles zeker weet, maar het betekent wel dat de weg die hij volgt - als hij niet in geloof of wetenschap strandt - noodzakelijk tot de waarheid moet leiden.

 

De zogenaamde discussie over evolutie of creatie, zoals die gevoerd werd tussen gelovigen en wetenschappers is zonder de filosofie dan ook een vruchteloze discussie. In het strijdperk treden de hypothese en de waan en het noodzakelijke resultaat daarvan is de verwarring.

Overigens ben ik er zeker van dat het ook de bedoeling is om verwarring te stichten dat geeft immers de mogelijkheid om de evangelische posities drastisch te verstevigen, met alle gevolgen van dien...

 

DE GROEI VAN HET LEVEN

Boven dit gedeelte van mijn beschouwing heb ik met opzet niet de evolutie geplaatst omdat mijn denkbeelden omtrent deze zaak op tal van punten verschillen met de opvattingen van diegenen die er al toe gekomen zijn van de evolutieleer te spreken in plaats van de evolutietheorie.

 

Bovendien is het voor mij ondoenlijk - en ook niet noodzakelijk - om alle moderne variaties van de bedoelde theorie aan een onderzoek te onderwerpen. Vooraf moeten echter twee dingen opgemerkt worden: ten eerste, voor zover aanhangers van de evolutietheorie van mening zijn dat de opeenvolgende fasen van het groeiproces bij toeval en door toevallige inwerkingen van buitenaf - stralingen bijvoorbeeld - voor de dag zijn gekomen, zij het bij het verkeerde eind hebben. Geen enkel verschijnsel ontstaat bij toeval, maar juist omdat het toeval uitgesloten is. Het verschijnsel komt voor de dag zoals het voor de dag komt omdat er geen andere mogelijkheid is. Als sommige geleerden spreken van de toevalstreffer mens, dan geven zij er blijk van geen filosofisch inzicht te hebben. Samenhangend met het bovenstaande kan ik geen argument vinden voor de gedachte van de mutatie. Het is inderdaad een feit dat organismen plotseling totaal kunnen veranderen als zij aan een intensieve straling blootgesteld worden. Maar deze verandering levert geen organisme van een hogere orde op; meestal is het resultaat een ziekelijk disharmonieus gedrocht en in het beste geval kunnen wij spreken van een vorm van aanpassing.

 

Gewoonlijk denken de mensen - ten tweede - dat het leven op aarde verschenen is, en zij denken ook dat het leven verdeeld is in een aantal soorten, zoals daar zijn mensen en dieren en planten. Maar beide gedachten zijn fout. Het leven verschijnt niet op de aarde, maar de aarde, de planeet, zet zichzelf om tot leven, zodat wij kunnen zeggen dat het leven op andere wijze de aarde is. Verder is het niet zo dat het leven verdeeld is. Er is maar één leven en dat leven vertoont zich naar velerlei variaties. Elke variatie is een andere organisatie van dat éne leven, een stelling die door de wetenschap bevestigd wordt: de biologen en biochemici hebben ontdekt dat alle vormen van leven georganiseerd zijn op basis van cellen die volkomen gelijk zijn aan elkaar. Voor zover die cellen ogenschijnlijk verschillen komt dat doordat zij in de organisatie verschillende functies vervullen. Maar hun grondstructuur is dezelfde.( Meer informatie, zie: Beweging en Verschijnsel deel 1, 2 en 3 )

 


Onder groeiproces versta ik het proces waartoe de werkelijkheid komt als op een planeet het leven begonnen is zich van één cel te organiseren tot dat samenstel van cellen dat wij de mens noemen. Dat de cellen, met andere cellen, organisaties gaan vormen ligt besloten in de beweeglijkheid van die cellen zelf. Er ligt niet in besloten welke organisatie zij gaan vormen want dan zouden zij van het begin af aan verschillend moeten zijn. Het enige dat op dit punt voor de cellen geldt, is dat zij zich gaan organiseren. Dat bepaalde cellenorganisaties (organismen) zich tijdens het groeiproces opwerken tot een hoger plan ligt besloten in die organisaties en niet in de cellen afzonderlijk. Tijdens het groeiproces, dus tijdens het opwerken tot een hoger plan, zijn er steeds organismen die nog verder kunnen en omdat zij dat kunnen doen ze het ook...  totdat tenslotte de mens daar is, en daarmee is het groeiproces afgesloten. Een hogere mogelijkheid is er voor het organisme niet. Maar er zijn ook organismen die tijdens het groeiproces niet verder blijken te kunnen; op een gegeven moment is hun organisatie stabiel geworden en dan blijft hij zoals hij is. Hij zal nooit in staat zijn zich hoger op te werken: de groeikracht is er uit.

Dat betekent niet dat zo een organismen niet meer verandert; juist omdat het een levende organisatie is gaat het organisme trachten zich zo goed mogelijk aan te passen aan de omstandigheden.

Het aanpassingsproces stelt de organismen in staat in de natuur te overleven, zich in te stellen op en zich te verweren tegen de aanslagen die voortdurend op het leven gepleegd worden. Het spreekt vanzelf dat in dit proces de sterksten de meeste kans hebben en we dus wel degelijk met Darwin van de survival of the fittest kunnen spreken. Uit dit proces ontstaan dus inderdaad tal van soorten van levensorganisaties en dat is ook nu nog in de natuur het geval. Het aanpassingsproces, dat zich doorzet via de voortplanting, is een voortdurend proces dat voor het in stand blijven van het leven onontbeerlijk is. Ook in de mens vindt dit proces plaats. Het groeiproces echter houdt op als de laatste mogelijkheid, namelijk de mens, er uit is gekomen. En dat proces herhaalt zich niet. Het is een beweging die eenmalig is en die in één richting gaat: van het begin naar het einde. Toch is er tevens ook weer wel van een zich herhalen van de beweging te spreken, namelijk in de afzonderlijke individuen. Elk individueel organisme maakt om te beginnen een groei door van één cel tot organisatie.

Zo groeit ook elk mens uit van één bevruchte cel tot een volledig organisme. Het algemeen groeiproces houdt op een zeker moment op om toch ook bewaard te blijven in het individuele groeiproces. In dat individuele groeiproces herhalen zich - in grote trekken - de fasen die een bepaald organisme tijdens het algemene groeiproces doorgemaakt heeft. Zo herkennen wij bij de groei van de menselijke vrucht een soort van vissenstadium. Maar meer dan een stadium is het niet. De mens passeert bij zijn groei bepaalde visachtige structuren, zonder ooit echt een vis te zijn. En zo passeert hij ook aapachtige structuren zonder ooit een aap te zijn. Het is niet anders denkbaar dan dat zich in het algemene groeiproces tenslotte de komst van de mens zal gaan aankondigen. Naarmate de mens dichter benaderd wordt zal het betreffende organisme zich in zijn gedrag meer onderscheiden van zijn ogenschijnlijke soortgenoten. Praktisch gezegd: onder de apen zal een apensoort voorkomen die zich qua gedrag onderscheidt van de andere apen. En dat komt doordat het eigenlijk géén aap is, het is de toekomstige mens die zich voorlopig nog in het apenstadium bevindt. Kunnen wij nu zonder meer stellen dat de mens van de aap afstamt? Neen, dat kunnen wij niet zeggen omdat de aap van wie hij afstamt wezenlijk geen aap was. Als wij op het algemene groeiproces terugkijken verdwijnen de voorvaderen van de mens zonder overgang in de onvolgroeide organismen. Niemand zal ooit kunnen vaststellen in welk onvolgroeid organisme voor het eerst de belofte van de komende mens verscholen lag. En uiteindelijk is alle georganiseerde leven uit een veelheid van eendere cellen voortgekomen.

 

HET VERHELDERINGSPROCES


Behalve dat er in de mens, zoals bij alle organismen, een aanpassingsproces plaats vindt is er ook nog te spreken van een verhelderingsproces. Tijdens dat proces verheldert zich de menselijke geest, verheldert zich het zelfbewustzijn. Deze verheldering vindt, net als de aanpassing, plaats langs de weg van de voortplanting. De opeenvolgende geslachten zijn steeds iets meer helder. Het is een misvatting te menen dat de verheldering plaats vindt door de toenemende kennis, door de studie en door het op scholen doorgeven van kennis. Het ligt andersom: dat de mens meer en meer kennis krijgt van de werkelijkheid is een gevolg van de toenemende verheldering. Daarom is het voor een indiaan uit de binnenlanden van Zuid-Amerika mogelijk om het peil van onze kennis te bereiken in een zeer korte tijd. De verheldering is namelijk ook in hem langs de opeenvolgende geslachten - als het ware domweg doorgegaan. Daardoor is hij in staat zich snel intellectueel op te trekken als hij in contact komt met onze kennis. Het helder worden en voor de individuele mens het laten gelden daarvan, is menselijk gesproken het enige waarom het gaat. Als we dit in de gaten hebben valt er een nieuw licht op het aanpassingsproces zoals dat voor de mens geldt. De survival of the fittest, het overleven van de sterkste, en dus ook het zogenaamde recht van de sterkste vertoont zich uiteindelijk bij de mens niet als een machts- en geweldsaangelegenheid maar als een geestelijke zaak, als een zaak van het zelfbewustzijn. Dit houdt in dat de overlevende niet is de eenzijdig natuurlijke sterkste, maar de geestelijk sterkste. Voor ons gangbare besef is de geestelijk sterkste diegene die het meest intellectueel ontwikkeld is. Dat besef is verklaarbaar vanuit onze intellectuele cultuur. Maar het is een fout besef: intellectuele ontwikkeling kan er aan méékomen maar het is niet noodzakelijk.

Kunstzinnige ontwikkeling b.v. kan er ook aan méékomen. Waarom het gaat is dit, dat diegene geestelijk sterk is die zijn verstand heeft weten te zuiveren; die zich heeft weten te verlossen van de waan; die zich er op gericht heeft de waarheid in zichzelf naar boven te brengen. Dat kan een filosoof zijn, maar dat behoeft niet - het is in ieder geval een mens die eindelijk wijs geworden is. Een mens die het niet goed wijs zijn van zich afgeschud heeft. Deze mens evenwel is het tegendeel van een dwingeland, hij is noodzakelijk niet op macht belust, hij is door en door vredelievend en hij ziet de werkelijkheid als één geheel waarin de mensen met zijn allen leven.

 

TENSLOTTE

De evangelisten doen het in hun televisieprogramma voorkomen alsof de aanhangers van de evolutiegedachte noodzakelijk tot het verheerlijken van de sterkste en dus van het geweld en de macht komen. Zij laten beelden zien van parades in Moskou en in het toenmalige derde rijk. Zij leggen een verband tussen de goddeloosheid- want evolutie sluit goddelijk bestuur uit- en het geweld. Dit is nu een voorbeeld van schandelijk bedrog: ten eerste is het een onweerlegbaar feit dat de evangelisten zelf onveranderlijk de zijde van het geweld kiezen, dat zij zonder mankeren de vrije en rechtvaardige mensen trachten uit te roeien en dat zij altijd de hielen likken van de door god aangestelde machtigen. Zij zouden er goed aan doen de geschiedenis tot op de dag van vandaag (Duitsland. !) eens uit andere boekjes te bestuderen dan uit hun door henzelf vervalste Bijbel. En ten tweede is het nog weer eens een keihard bewijs voor de juistheid van het inzicht dat de gelovigen in een waan leven en dat zij niet het flauwste benul van de werkelijkheid hebben. Dit is niet alleen jammer, het is voor onze wereld zelfs levensgevaarlijk...

 

No. 80 - november 1977

 

Bovenstaande tekst is geschreven:

Door Jan Vis, filosoof.

Terug naar:  De Startpagina

Artikel (nov. '77) werd geplaatst in de uitgave "IN NIETS NEUTRAAL" van De Vrije Gedachte te Rotterdam.

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit dit artikel zonder meer toegestaan.

Bronvermelding wordt echter wel op prijs gesteld.

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter