GODSDIENST EN GELOOF

Oktober 1986

 

Naar het begin van deze pagina, artikelen en bladwijzers

 

 

atheisme,christendom,een almachtige godheid,evangelie,fundamentalisme,

geloof,god,godsdienst en geloof,godsdienst,het goddelijke,het leven,

islam,Jezus,machtsstelsel,ongelovig,theologie.

 

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

 

Bladwijzer(s): Sociale Bewogenheid ; Het begrip godsdienst ; Het begrip geloof ; almachtige god ; Het Overtuigingsmechanisme ; Is godsdienst gevaarlijk ; 

 

 

Naar artikelen: Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ;  Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Het staat in de Koran / Bijbel; zie aflevering 36 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 : De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; Is er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..? ; Sjari’a- De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; De Maagd Maria en het Kindje ; Vrijheid van Godsdienst ;

 

Terug naar: de Startpagina

 

 

 

GODSDIENST EN GELOOF

 

Een van de thema's, die tijdens de forumdiscussie op het  “Anton Constandse congres” van 13 september j.l., besproken moesten worden was de vraag: "Is godsdienst gevaarlijk?". Als leidraad diende de volgende uitspraak van Constandse : “Als je uitgaat van de filosofie, dan kom je in botsing met alle godsvoorstellingen, en dan kom je bij het atheïsme..... Ik vind de godsdienst zo gevaarlijk, omdat de mensen dan in twee werelden leven. Een werkelijke wereld en een onwerkelijke wereld. Die twee doorkruisen elkaar op allerlei manieren. Het leven wordt beheerst door een waan". Tijdens de aan de discussie vooraf gaande inleidingen hadden zowel Bram van der Lek als Wouter Gortzak zich er over verbaasd dat een intelligent man als Anton Constandse zich steeds zo fel tegen de godsdienst keerde. Kennelijk vonden zij dat toch wel een beetje dom, althans kortzichtig......

 

DE DISCUSSIE

Je kunt, ook wel in onze kringen maar vooral bij de humanisten, steeds vaker opmerken dat men van mening is dat het in onze tijd niet meer nodig zou zijn de godsdienst te bestrijden, sterker nog, dat men zoiets eigenlijk intolerant vindt. Daarbij komen steevast twee argumenten naar voren, ten eerste dat de godsdienst een overwonnen zaak zou zijn, zodat een aanval daarop minder als "redelijke kritiek" en meer als "natrappen" beschouwd kan worden, en ten tweede dat er binnen de hedendaagse godsdienst erg veel positieve sociale ontwikkelingen aan de gang zijn, hetgeen mag blijken uit het feit dat men in toenemende mate de zijde van de verdrukten kiest, daarbij gesteund door nieuwe vormen van theologie, bijvoorbeeld “de Bevrijdingstheologie". Natuurlijk kwamen deze argumenten ook tijdens de discussie op het congres naar voren. Nu vind ik beide argumenten misleidend en ik verbaas me er telkens weer over dat ze zo gemakkelijk geslikt worden. Immers, in de maatschappelijke werkelijkheid van vandaag is de godsdienst nog altijd, vooral op indirecte wijze, maatgevend en dat bemerk je als je je praktisch met onze maatschappelijke instellingen bezig houdt. De vrijdenkers doen dat niet zo erg, tenminste niet als vertegenwoordigers van het vrijdenken - wij schuwen al die instituten! - maar de mensen van het Humanistisch Verbond hebben er dagelijks mee te maken en zij kunnen je verhalen vertellen over het vaak stiekeme geïntrigeer van de godsdienstige mensen en instanties. Je verbaast je er dan ook des te meer over dat het doorgaans humanisten zijn die de strijd tegen de godsdienst als "intolerant" kwalificeren. Maar, je kunt het ook andersom bekijken en toegeven dat vooral de vrijdenkers inderdaad intolerant zijn ten aanzien van de godsdienst en wel omdat zij onder geen voorwaarde van zins zijn zich te laten ringeloren door lieden die zich op een absolute hogere macht beroepen. Het is juist die hogere macht die de godsdienstigen er onvermijdelijk toe brengt hun medemensen onder druk te zetten, macht uit te oefenen, zélfs als men zich solidair verklaart met de vertrapten onder die medemensen. Eigenlijk - lees hun “Evangelie” er maar op na- moeten zij het van die vertrapten hebben, zodat zo'n bevrijdingstheologie in zekere zin oud nieuws is. Bovendien kan toch iedereen vaststellen dat de nieuwe sociale ontwikkelingen binnen de kerken uitgesproken basisbewegingen zijn, die in bijna alle gevallen op hevig verzet van uitgerekend de leiding der kerken stuiten. Het betreft groepjes van individueel optredende mensen, die volgens mij hun sociale bewogenheid danken aan hun menselijkheid en niet aan hun godsdienst. Als je dus het zogenaamde verval van de kerken en de sociale bewogenheid van groepjes godsdienstigen als argument gebruikt om een godsdienstvijandig standpunt als dat van Anton Constandse af te keuren, dan ben je misleidend bezig : de godsdiensten zijn en blijven machtsinstituten en zij hebben nog niets aan kracht ingeboet - wat zou je denken van de overal oprukkende Islam en in het algemeen het fundamentalisme? - terwijl de sociale bewogenheid niet voort komt uit de godsdienst als zodanig, maar uit een humaan gevoel van medeleven bij een aantal afzonderlijke mensen. Er is echter nog iets dat bij vrijwel alle discussies over de godsdienst onder water blijft en dat daardoor de oorzaak is van allerlei spraakverwarringen, of beter: denkverwarringen. De begrippen “geloof” en “godsdienst” dekken elkaar namelijk niet en bovendien heeft het begrip “geloof” verschillende betekenissen.

 

HET BEGRIP GODSDIENST

Je kunt constateren dat men, over het algemeen, het begrip godsdienst niet letterlijk neemt en dat daardoor het woordje “dienst” in de mist gaat. Dat werkt uitermate versluierend, maar de hardnekkigheid waarmee dit telkens weer gebeurt, zou je er bijna toe brengen in een of ander psychisch mechanisme te gaan geloven, een soort van verdringingsproces, veroorzaakt door een vaag besef dat er ergens iets niet deugt, een soort schuldgevoel. Je zou zeggen dat de mensen heel in de verte aanvoelen dat het woordje “dienst” slaat op iets dat eigenlijk verkeerd is en dat zij het daarom maar liever niet al te veel in de aandacht willen brengen. Of dat zo is weet ik niet, maar wel weet ik dat er voortdurend langsheen gepraat wordt. Toch ligt nu juist in dat woordje de essentie van de zaak: Godsdienst is dienst, het is de dienstbaarheid aan iets dat tot een hogere werkelijkheid behoort en dat daardoor gezaghebbend is. Dit houdt uiteraard in dat de mens een gedienstige is, een ondergeschikte die maar af heeft te wachten wat er over hem besloten wordt en die bovendien letterlijk élk besluit zonder ook maar een zweem van kritiek heeft te aanvaarden en dat niet lijdzaam zoals je de storm en de regen maar over je heen laat komen, maar in de overtuiging dat het zo goed is. Mijn kind is verongelukt, maar god zij geprezen! De godsdienst is een typisch westers verschijnsel. Ik wil daarmee niet zeggen dat er elders geen godsdiensten voorkomen, maar ik wil zeggen dat je nergens tegenkomt dat de dienstbaarheid zo centraal staat. Je kunt stellen dat het in de westerse godsdiensten, en daartoe reken ik in dit verband ook de Islam, in de eerste plaats om de “dienst” gaat en pas in de laatste plaats om “god”. In de geschiedenis van de kerken in het westen stuit je steeds op de eis van gehoorzaamheid, dienstbaarheid, en nauwelijks op de behoefte zich in het goddelijke te verdiepen. Sterker nog : diegenen die dat wel probeerden, zoals de mystici en later op een andere manier de vrijdenkers, konden rekenen op veroordeling en vervolging. Misschien wekt het verbazing dat ik hier ook de vrijdenkers noem, maar dat komt doordat ik van mening ben dat in wezen de vrijdenkers niet veroordeeld worden om hun afwijzen van god, maar om het feit dat zij zich met het goddelijke bezig houden, er over nadenken en hun conclusies daaruit trekken.

Het vrijelijk nadenken is het voor de godsdienst bedreigend, omdat dit nadenken een zich onttrekken aan de dienstbaarheid inhoudt en in dat opzicht zijn de vrijdenkers met de vroegere mystici te vergelijken, die er immers ook op uit waren om god te leren kennen. Je kunt je afvragen waarom nu juist in het westen de dienstbaarheid zo centraal staat in de godsdiensten. Ik vrees echter dat dit nu te ver zou voeren, maar wel kan ik er op wijzen dat dienstbaarheid valt onder de rubriek “macht” en dat dit een voor het westerse denken kenmerkende zaak is. In dat denken valt de werkelijkheid uiteen in hogere en lagere werkelijkheden en de daarbij behorende waardenstelsels. Het spreekt vanzelf dat voor een dergelijk denken een almachtige godheid, in welke vorm dan ook, onmisbaar is. Hij moet dan ook beschouwd worden als de allereerste uitvinding van dat westerse denken, een uitvinding die in de loop der tijd op alle mogelijke manieren toegepast is.

 

HET BEGRIP GELOOF

In de Nederlandse taal (over andere talen durf ik geen uitspraak te doen) schept het woord “geloof” verwarring omdat het in een drietal betekenissen voorkomt. Dat bleek ook weer op het genoemde congres. Ten eerste gebruiken wij dat woord als wij  “godsdienst” bedoelen en het dus hebben over het dienstbaarheidstelsel, het machtsstelsel van de kerken. Maar ook als wij niet de godsdienst bedoelen levert het woord “geloof” geharrewar op. Het kan namelijk zoiets betekenen als “kijk hebben op”, “zien dat het zo is”, maar ook “aannemen dat iets is zoals het je verteld wordt”. Sommigen spreken in het eerste geval over “geloven in” en in het tweede over  “geloven aan”, maar ik vind niet dat dit de zaak nu zoveel duidelijker maakt, voornamelijk omdat  “geloven in” meer in de sfeer ligt van “vertrouwen hebben in”. Hoe dan ook, beide betekenissen verschillen wezenlijk hierin dat het in het eerste geval gaat om een innerlijke zaak van een bepaalde persoon en in het tweede om een uiterlijke zaak, iets dat van buitenaf tot je komt en dat je letterlijk aan neemt. Nu eerst iets over de innerlijke zaak. Uit ervaring weet ik dat die gewoonlijk het beste te begrijpen is als ik hem vergelijk met het kunstenaarschap. De kunstenaar namelijk geeft, als het goed is, gestalte aan zijn innerlijke werkelijkheid. Hij probeert die werkelijkheid ervaarbaar, waarneembaar te maken en hij spreekt daarbij in de beelden van zijn eigen artistieke taal. Maar welke beelden hij ook gebruikt, zijn kunst wordt pas dàn kunst als het gaat over “de werkelijkheid” en aspecten daarvan. Het is dan ook zijn opgave die werkelijkheid als een innerlijke zaak zo helder mogelijk te maken, d.w.z. haar in zichzelf zo helder mogelijk te leren zien, hetgeen ook betekent dat hij haar gaandeweg ontdoet van ingeprente onechte en vertekende voorstellingen. Nu kan je opmerken dat dit een volkomen subjectieve aangelegenheid is, maar dan zeg ik : wat zou dat, is de zaak daarom per definitie onwaar, een drogbeeld? En ik voeg er aan toe : noem mij eens één zaak die in laatste instantie niet subjectief is. Zelfs de objectieve waarnemingen van de wetenschappelijke onderzoeker hangen ten nauwste samen met die onderzoeker en zijn wereldbeeld. Voor mij is het verwijt van subjectiviteit dus een slag in de lucht, iets wat op zichzelf als argument nietszeggend is. Waar het om gaat is dit : mensen hebben de werkelijkheid niet alleen om zich heen staan, maar zij kunnen haar ook als een innerlijke wereld kennen en nu is het in de cultuurontwikkeling lange tijd zo geweest dat men zijn kennis, zijn weten in de eerste plaats putte uit de innerlijke wereld. Globaal gesproken was dat in de gehele oudheid het geval. Je kunt zeggen : men zag hoe het zat en dat komt in grote lijnen overeen met het kunstenaarschap, vandaar dat de oudheid blijk geeft van unieke kunstzinnigheid die als een gouden draad door heel het leven heen liep. En nu is voor ons het verwarrende dat wij dit  “zien hoe het is” benoemen met het woord “geloof”, althans voor zover wij de overleveringen daarvan aantreffen in de Bijbel en in andere oude geschriften. Doordat wij het woord “geloof” gebruiken schuiven wij er ongemerkt een andere betekenis overheen, en wel die van onze westerse cultuur: aannemen dat iets zo is. Als en voorzover je de werkelijkheid als een innerlijke zaak ziet valt er niets wel of niet aan te nemen. Zij vertoont zich als een onmiddellijke waarheid, die onmiskenbaar is. Je kunt er niet omheen. Het enige wat je kunt doen is je er in verdiepen en er voortdurend over nadenken en het is vooral dit laatste dat langzaam maar zeker de fouten in je interpretatie van het geziene aan het licht brengt. Zo kon het gebeuren dat denkers uit de oudheid vaak met een verrassend helder inzicht in de werkelijkheid kwamen, iets waarvoor men thans, ook in wetenschappelijke kringen, gelukkig meer oog begint te krijgen. Maar: als je je, zoals in het westen na de oudheid het geval is, richt op de uitwendige werkelijkheid zoals die om je heen staat, de werkelijkheid als verzameling van afzonderlijke mensen en dingen, is er van een onmiskenbare waarheid geen sprake. Het geloof, in de betekenis van “zien”, is vervangen door geloof in de zin van “aannemen dat iets zo zit” en daarvoor is het nodig dat je overtuigd wordt, dat beweringen onderbouwd en bewezen worden. In de klassieke zin van het woord ben je dan ongelovig, d.w.z. je gaat niet meer van “het zien” uit. Je moet dan overtuigd worden om iets aan te kunnen nemen. Daarom moest het christendom, toen het zich over het westen ging uitleggen, de heidenen ervan verzekeren dat het allemaal echt gebeurd was en op die toer zijn de kerken nog steeds. Daarom zijn onze godsdiensten, inclusief de Islam, inhoudelijk zo verschrikkelijk banaal, zo zonder enige diepgang en daarom is het zo belangrijk dat Jezus echt bestaan heeft. Hoe moet je anders die ongelovigen overtuigen? Zonder bewijs neemt hij het niet aan, “gelooft” hij het niet !

 

HET OVERTUIGINGSMECHANISME

Op zichzelf beschouwd kan je die ongelovigheid van de westerse mens natuurlijk een goede eigenschap noemen, hij is niet bereid om zich maar allerlei op de mouw te laten spelden, je zult je beweringen hard moeten maken.... Het zou mooi zijn als de zaak zo eenvoudig lag, maar helaas is dat niet het geval. Juist die westerse mens kan je alles wijsmaken als je hem maar een bewijs levert dat hem overtuigt. Dat betekent dat je, als je op de hoogte bent van zijn wijze van denken, alleen maar daarop in hoeft te spelen om je doel te bereiken. Bovendien kan je zijn wijze van denken al bij voorbaat naar je hand zetten door hem vanaf de wieg te conditioneren, te voorzien van een denkprogramma dat het onvermijdelijk maakt dat hij jouw redeneringen voor logische en onweerlegbare waarheden houdt. Is dat eenmaal het geval dan zal hij letterlijk alles accepteren, mits het op de wijze van de logica gebracht wordt. Onze moderne wereld wemelt van de sprookjes, de op niets berustende verhalen, die voor zoete koek geslikt worden, niet omdat de mensen zo dom of zo goedgelovig zijn - zoals veelal beweerd wordt - maar omdat ze er op geprogrammeerd zijn om die sprookjes logisch en zelfs wel wetenschappelijk te vinden. Vaak is het al voldoende als deskundigen ze vertellen: sprookjes over het verdedigen van cultuurwaarden, over technologie, over democratische besluitvorming, over ethiek, enzovoort.

En dat is ook met de westerse godsdienst het geval; die godsdienst is geen gevoelszaak, geen psychische kronkel, het is een zaak die de mensen als logisch voorkomt. Dat wil zeggen : het is een kwestie van denken. Daarom kennen wij zoiets als theologie. Het sprookje moet immers als een wetenschappelijke aangelegenheid voorgesteld worden! Als je de godsdienst, zoals gewoonlijk gebeurt, afdoet door te stellen dat het een gevoelszaak van domme mensen is ga je langs al die verschijnselen heen die er op wijzen dat de boel ingeprent is in een voor-zelfbewust denkstadium van het kind en pas daarna kan het een gevoelszaak worden, kan men er iets aan beleven.

 

DE CORRECTIE OP HET DENKEN

Binnen dat geprogrammeerde denken is er geen correctie mogelijk omdat je zelf niet bemerkt dat je geprogrammeerd bent. Je denken blijft dus onbekommerd voortgaan op de weg die je aangeleerd is. Dat neemt vandaag de dag desastreuze vormen aan : ondanks een veel grotere denkcapaciteit dan vroeger holt onze wereld naar de afgrond toe in een door dat denken zelf niet te keren vernietigingsdrift. Als oplossingen aangeprezen maatregelen maken de verwarring alleen nog maar groter. Het denken zelf kan niet uit zijn kluisters breken, enerzijds omdat het dan onmiddellijk onwetenschappelijk gevonden wordt, anderzijds omdat er intussen zoveel belangen op gebaseerd zijn dat bijna niemand meer bereid is er kritisch tegenover te gaan staan en toe te geven dat daar de oorzaak van de rampen ligt. Een correctie moet noodzakelijk van buiten dat denken komen. Daarvoor is er maar één mogelijkheid : de innerlijke werkelijkheid. Je gevoel, je intuitie moet je zeggen dat er iets niet klopt, dat de zaak rammelt en dat moet je er toe brengen om je ten aanzien van steeds meer zogenaamde waarheden af te gaan vragen : is dat nu wel zo? Is dat nu wel zo vanzelfsprekend? Langs die weg breekt het betwijfelen van allerlei vanzelfsprekendheden en waarheden door. Natuurlijk gaat dit om te beginnen gepaard met een verlies aan houvast, maar al spoedig wordt je duidelijk dat daarmee eigenlijk niets verloren gaat omdat het toch maar een fictief houvast was. Het in twijfel trekken blijkt dan ook een bevrijdingsproces te zijn. Als dat proces zich in toenemende mate in je denken afspeelt heb je een begin gemaakt met “het vrijdenken”.

 

 

Bovenstaande tekst is geschreven:

Door Jan Vis, filosoof.

 

Terug naar: de Startpagina

 

 

Pagina's zijn door mij uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 170 oktober 1986 overgenomen.

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren uit mijn werk zonder meer toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter