Het zelfbeschikkingsrecht

1985-1987

Naar het begin en bladwijzers

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

 

 

 

Het zelfbeschikkingsrecht

Naar bladwijzer(s):  Menswaardig sterven(…uitzichtloos en ondraaglijk lijden..? en het verkeren in een stervensfase..?) ; Verantwoordelijk(heid) ; Rechtsstaat ; Goed en Kwaad ; Misdadigheid ;  Recht en Ethiek ; Zowel abortus als euthanasie slaan echter op de Polen van het Leven ; Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ; Rechten van de mens ; Gekwetst ; Meeleven ; Euthanasie ; Ik beslis zelf over mijn… ;

 

Naar andere artikelen: De ontwikkeling van de West Europese Cultuur ; abortus-provocatus ; Besnijdenis ; Briefwisseling Euthanasie ; Een korte schets van de menselijke seksualiteit ; De ontwikkeling van het denken ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Zelfmoord/Zelfdoding ; Onvoorwaardelijk RECHT op Zelfmoord/Zelfdoding- zie nr.10 (+ toevoeging van 16 artikelen)., Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61  ;  Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ;  Kan macht zich ten goede keren..? ; Is er dan toch een GOD..?  Hoe zit dat..? ; Onvoorwaardelijk recht op zelfdoding/zelfmoord-zie nr. 10 ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ;

 

De grenzen, die in onze cultuur door vrijwel alle mensen om zich heen getrokken worden, zijn eigenlijk ficties. Maar intussen bepalen die ficties wel het hele gedoe in het dagelijkse leven, terwijl zij bovendien een discussie als die over de euthanasie in een gigantische spraakverwarring doen uitlopen. Als mensen grenzen trekken belemmeren zij ten eerste hun eigen en andermans ontplooiing, omdat het maar tot hier toe en niet verder mag, en ten tweede maken zij de onderlinge vrijheid onmogelijk, omdat er altijd een (al of niet overbrugde) kloof tussen de éne mens en de andere blijft gapen. Daarbij komt dan ook nog dat de twee onlosmakelijk met elkaar verbonden begrippen “tot je recht komen” en “onderling samenhangen” tot van elkaar gescheiden grootheden worden teruggebracht, met als gevolg dat er een eindeloos gescharrel aan de gang is om het individuele met het sociale in evenwicht te brengen. Als ik zou zeggen: ik beslis uitsluitend zelf over mijn leven en mijn sterven, dan laat ik buiten beschouwing dat ik ook nog samenhang met de andere mensen. Ik zie mezelf dan als een geïsoleerd wezen. Dit ligt in de lijn van ons cultuur denken. Máár evenzeer ligt het in de lijn van dit denken om te stellen: néén, de samenleving beslist mede. Vooral deze laatste uitspraak wordt sterk benadrukt omdat de gedachte dat de mensen een collectiviteit moeten vormen, in de staat bijvoorbeeld, een vrijwel onaantastbaar dogma is geworden.

Hierop namelijk steunt de gehele staatsmacht, met zijn regels en voorschriften, zijn plichten waaraan de mensen zich te houden zouden hebben. De nadruk op ik beslis zelf zou de fundamenten onder de staatsmacht wegslaan. Dit is natuurlijk niet de bedoeling en daarom wordt er naarstig gezocht naar, alweer, de grenzen waarbinnen de burgers zelfbeschikkingsrecht zouden kunnen hebben. Maar de vraag blijft liggen: beslis ik nu zelf of niet? Een beetje zelf beslissen staat gelijk aan NIET zelf beslissen. Dat is dan ook de reden waarom machthebbers er tegen zijn om aan de mensen het recht op abortus en euthanasie toe te staan. Het gedweep met bescherming van het leven is ten eerste een hypocriet argument, omdat die bescherming staat of valt met de gestelde doelen (volksgezondheid of oorlog) en dus relatief is, en ten tweede is het een argument dat op een geheel andere zaak slaat, namelijk het AANWEZIGE leven. Zowel abortus als euthanasie slaan echter op de polen van het leven, namelijk begin en einde en daarin ligt het accent op de begrippen nog niet leven en niet meer leven. In het kort gezegd geldt voor de menselijke werkelijkheid de dubbelslag ik en mijn samenhang met de anderen. Dat moet ik laten gelden, niet omdat iets of iemand mij dat voorschrijft, maar omdat zo de werkelijkheid is. Daarom besluit IK altijd in samenhang met andere mensen en geen enkel mens kan dat NIET doen. Als ik niet in begrensdheden denk zal ik niets doen zonder die samenhang, zodat mijn beslissing altijd ook de beslissing en de verantwoordelijkheid van de anderen is. Zo ben ik dus ook betrokken in en verantwoordelijk voor het leven en de beslissingen van de andere mensen. Bedenk echter wel, dat dit alles alleen maar geldt als ik GEEN grenzen trek en de anderen dit ten opzichte van mij ook niet doen. Dus als het begrip meeleven van kracht is. Het is dus nooit zonder die andere mensen.

De menselijke zelfontkenning

Tegenwoordig komen steeds meer mensen tot de overtuiging dat zij het "recht" hebben zelf hun levenseinde te bepalen. Maar je kunt dan vragen; "van wie krijg ik dat recht, van wie mag ik het zelf bepalen?". Het antwoord luidt gewoonlijk dat de "overheid" de mensen het recht moet geven. Dank je wel, overheid! In feite echter MOETEN de mensen hun eigen levenseinde bepalen; zij kunnen het niet NIET doen. Een dier kan het onder omstandigheden doen, maar een mens moet het doen. Dat wordt helaas lang niet door iedereen ingezien, ook niet door mensen die voor euthanasie zijn. De verklaring voor die gedachte is deze; de mensen zijn het slotakkoord van de werkelijkheid, zodat het (levende) verschijnsel in hen niet alleen bevestigd, maar ook ontkend is. Die ontkenning, die wij gewoonlijk onze "geest" noemen, bepaalt ons leven. En hij bepaalt ook onze dood. Of wij nu rustig van ouderdom dood willen gaan, of wij willen op een door ons bepaald moment sterven, steeds ligt het in eigen hand. En als iemand zelf niet meer kan beslissen ligt de beslissing bij anderen. Tot nu toe voornamelijk bij "moralisten" zoals geestelijken, artsen, rechters en familie, maar op den duur bij "vrienden", d.w.z. mensen met wie je geleefd hebt. Het gaat voortdurend om een MENSELIJKE beslissing, en dat komt doordat de ontkenning een essentieel aspect van ons menszijn is. Daarom gaat het niet om de vraag of wij het "recht" hebben op onze eigen wijze te sterven, maar om het inzicht dat wij niet anders kunnen dan ons eigen einde bepalen. Ook als je de dood afwacht is dat een eigen beslissing; je kunt hem ook niet afwachten. Omdat dit een zaak van vrijheid is, willen de "overheden", en de "moraalridders" er niet aan - niet omdat zij zo begaan zijn met je leven, maar omdat zij VOOR EEN ANDER geen vrijheid willen. In de praktijk is daarom alleen maar te stellen dat elke bedillerij van wie dan ook uit de wetboeken moet. Een zelfdoding is zelfs in een vlaag van wanhoop nog altijd jouw eigen beslissing.

Bemoeienis van de samenleving

We hebben al gezien dat in onze cultuur de mensen zich met elkaar bemoeien; ze wrikken en duwen aan elkaars (fictieve) grenzen om zichzelf en elkaar aan te passen aan elkaars wensen, behoeften en normen. Zo zijn zij ook bezig wat betreft de zelfbeschikking over abortus en euthanasie. Men tracht regels op te stellen om te bepalen hoever IK gaan mag met mijn autonomie (niet zo erg ver natuurlijk!) en regels om te bepalen hoever de ANDEREN gaan mogen ten opzichte van mij (liefst zo ver mogelijk!). Die anderen moeten evenwel het recht daartoe krijgen en dus ga je van tevoren vastleggen wie dat zijn zullen. Uiteraard worden dat dan de deskundigen en ook diegenen, die FORMEEL met mij in verbinding staan: de familie. Wij denken nog steeds in bloedverwantschappen (aanwijsbaar! ) en nog nauwelijks in GEESTVERWANTSCHAPPEN (ongrijpbaar!). Het zijn dus de deskundigen en de familie die zich rechtens met mij mogen bemoeien en dat zijn nu precies de mensen voor wie ik op de een of andere manier een belang vertegenwoordig, welk belang dan ook. Uitgerekend de mensen met wie ik NIET (mee)geleefd heb krijgen rechten inzake mijn leven en sterven.

Zelf beslissen en meeleven

Als het gaat over grenzeloos leven en meeleven vervalt elke van tevoren opgestelde norm. Als ik wil sterven spelen noch medische, noch psychologische, noch juridische normen een rol: als ik dat wil, wil ik dat. Met de mensen met wie ik LEEF zal ik daarover van gedachten wisselen, zoals ik dat met alles doe. Indien nodig zullen zij mij helpen om toch verder te leven of om menswaardig te sterven en dat is een zaak waarmee niemand zich heeft te bemoeien. Eisen, die men op het ogenblik wil stellen, zoals uitzichtloos en ondraaglijk lijden en het verkeren in een stervensfase, zijn menselijk gesproken idioot; zij komen voort uit het denken in grenzen en dus wederzijdse belangen. Juist het vaststellen van dergelijke normen werkt het misbruik in de hand, terwijl men juist beweert dat men dit tegen wil gaan! Welbeschouwd is juist het beslissingsrecht van deskundigen en familie misdadig. Dat voelt men in de verte wel aan en daarom probeert men steeds de verantwoording, die men zelf genomen heeft, te ontlopen. Zo meent een arts de zaak te ontlopen door te beweren dat het staken van een medische behandeling niet als een ingrijpen aangemerkt mag worden. Dat mag dan misschien technisch juist zijn, maar hij heeft wel een beslissing genomen over een ander mens, een mens over wie hij niet te beslissen had. Waarop het in feite neerkomt is dit: mijn onvervreemdbare recht om zelf te beslissen houdt in dat het onmogelijk is om dat zonder de mensen te doen met wie ik leef en het houdt ook in dat verder niemand zich er mee te bemoeien heeft. Als de zaken zo liggen doet het er ook weinig meer toe of ik, op het kritieke moment, mijn wil nog kenbaar kan maken of niet, omdat die wil onverbrekelijk samenhangt met die andere mensen die met mij meeleven. Zij kunnen voor mij beslissen.

De euthanasiediscussie

Voor het huidige euthanasie probleem zal men nooit een echt bevredigende oplossing vinden omdat men niet weet wat zelfbeschikking inhoudt. In feite wordt het verzet tegen het recht op euthanasie ingegeven door de onwil om aan de mensen VRIJHEID toe te kennen. Het is geen ethisch probleem, geen juridisch probleem en nog minder een politiek probleem; het is het niet willen laten gelden van de menselijke vrijheid. Dat verklaart waarom juist godsdienstige mensen zo tegen zijn: god is immers degene die over ons lot beslist! En als het god niet is, is het de overheid wel. Als jij je, met je meelevende vriendinnen en vrienden, maar niet verbeeldt dat je zelf iets te beslissen hebt. Je mag daartoe niet de vrijheid hebben, aan je vrijheid zijn grenzen gesteld.

Het je met elkaar bemoeien

In een onvolwassen wereld bemoeien de mensen zich met elkaar. Ze vinden namelijk dat ze elkaar nodig hebben en dat ze dus elkaar van nut kunnen zijn. Ze verwachten dat nuttige dan ook van elkaar. Maar dat kan alleen maar als de een denkt dat hij buiten de ander is, dat is voorondersteld aan het elkaar gebruiken. Om dit gebruik mogelijk te maken probeert de één de ander tot iets te dwingen en dat is de bemoeizucht die door de onvolwassen wereld heenloopt. Altijd bemoeien de mensen zich met elkaar, maar dat is heel iets anders dan het meeleven, dat voor volwassen mensen geldt. Meeleven houdt in laten leven, het leven niet belemmeren of dwingen anders te zijn dan het is. Bemoeien betekent gebruik maken van de ander en uitbuiting van de zwakke; meeleven daarentegen de ander met rust laten en de zwakke ondersteunen. Meeleven betekent ook dat er geen grenzen zijn tussen jou en mij, zodat mijn vrijheid niet ophoudt bij jou, en de jouwe niet bij mij: mijn leven is op andere wijze het jouwe...

Bemoeien en meeleven

Volgens de westerse levensbeschouwing staan de mensen buiten elkaar als aparte, van elkaar gescheiden, gevallen. Tussen deze aparte gevallen kunnen gedachtewisselingen plaats hebben, er is communicatie. Deze communicatie wordt gezien als een soort van verbinding tussen twee of meer mensen. Bij deze verbinding spelen allerlei zaken een rol, maar in hoofdzaak komt het er op neer dat de mensen elkaar nodig hebben. Omdat de een de ander nodig heeft verwachten en verlangen de mensen almaar iets van elkaar en van zichzelf. Die verlangens en verwachtingen worden bepaald door het nut dat de ander VOOR MIJ heeft en voor zover die ander daaraan wil voldoen past hij zich aan mij aan, terwijl ik me op mijn beurt weer aan anderen aanpas. Tegenwoordig is men het er over eens dat in dit aanpassingsprogramma de zogenaamde redelijkheid als maat genomen moet worden, maar desondanks kun je constateren dat die redelijkheid een ander karakter aanneemt naarmate er meer macht uitgeoefend kan worden. De redelijkheid van een overheidsdienaar ten opzichte van een onderdaan is van een ander gehalte dan die van twee onderdanen onderling. De ongelijkwaardigheid van overheid en onderdaan bepaalt de kwaliteit van de redelijkheid, van de verbinding tussen twee aparte mensen en dus ook van de mate van aanpassing van de één en de ander. Voor zover de éne mens van de andere qua aanpassing allerlei verlangt, spreek ik van zich met elkaar bemoeien. Bij dit ge bemoei gaat het nooit werkelijk om die ander, maar om datgene dat die ander VOOR MIJ waard is. Bijgevolg kan die ander, wat mij betreft, nimmer tot zijn recht komen; in feite komt die ander tot MIJN recht. Dit alles is een gevolg van de opvatting dat mensen van elkaar gescheiden zouden zijn door een wel te overbruggen kloof, maar niet op te heffen kloof. Wanneer je echter inziet dat de mensheid een levend organisme is, zich manifesterend in een groot aantal variaties (Spinoza: bestaanswijzen), komt de zaak heel anders te liggen. Dan is er geen kloof tussen de mensen, er behoeft dan dus ook geen verbinding gelegd te worden en daarmee vervalt het gehele aanpassingsprogramma. Het één-zijn gaat dan gelden en om dat te verwerkelijken moeten alle variaties optimaal tot hun recht komen. Voor mij wordt het dan van levensbelang dat de andere mensen zo getrouw mogelijk zichzelf zijn en dat ik dat voor mijzelf ook zo goed mogelijk waar maak. De andere mens moet dan niet meer tot MIJN recht komen, maar tot haar of zijn eigen recht. Als deze situatie voor mij, en voor de anderen, is gaan gelden spreek ik van meeleven. Omdat in deze situatie de ander voor mij niet meer nuttig is kan ik die ander niet meer gebruiken en dus misbruiken. In plaats van de zwakke uit te buiten op grond van het feit dat ik hem gemakkelijk tot aanpassen kan dwingen, zal ik hem in alles steunen opdat hij zo getrouw mogelijk tot zijn recht kan komen. Je kunt zelfs wel zeggen dat ik daar alle belang bij heb. Overigens betekent het bovenstaande ook dat ik nooit van tevoren zal kunnen (en willen) zeggen hoe een ander mens zijn moet; elke idealistische eis ten aanzien van een ander mens, hoe nobel ook, is een aantasting van het werkelijke leven. Ik kan geen redelijkheid verlangen, geen rechtvaardigheid, geen liefde, geen solidariteit, niets van dit alles. Als er al iets te verlangen valt zou dit leven moeten zijn.

Meeleven en vrijheid

De opvatting dat mensen van elkaar gescheiden zouden zijn brengt logischer wijs met zich mee, dat de inhoud van het begrip vrijheid ook alles met die scheiding te maken heeft. Ik heb er al op gewezen dat bijna iedereen van mening is dat iemands vrijheid daar ophoudt waar die van een ander begint en dat dit uiteindelijk betekent dat wij allemaal omringd zullen zijn door anderen, die onze vrijheid bepalen. In een dergelijke situatie kan er van het tot mijn recht komen niet verwacht worden dat dit ooit zal gelukken. Mijn eigen zijn is in alle opzichten begrensd. De grens, die er op deze manier, aan dat eigen zijn gesteld is, blijkt weer een afscheiding te zijn. En ook hier kan je weer proberen het probleem op te lossen door de een of andere redelijkheid ten tonele te voeren, maar hoe je het ook plooit, je ontkomt niet aan reglementering van de vrijheid en het leven, in die zin dat de mensen zich zullen moeten aanpassen aan de normen, door anderen gesteld. Ook dit vervalt als je niet meer in apartheden denkt. Je vrijheid wordt dan nergens meer door bepaald, zodat zij zich tot in het oneindige uitstrekt. En dat geldt dan voor iedereen, zodat je kunt zeggen dat die vrijheden elkaar overlappen en versterken, zoals het licht van de éne kaars niet belemmerd wordt door dat van de andere, maar wel het geheel lichter maakt. Vanuit het voor ons gangbare denken is een dergelijke idee over de vrijheid uiteraard moeilijk te begrijpen, maar wellicht wordt het iets duidelijker als wij ons afvragen of de mensen elkaar niet voortdurend zullen storen als zij allemaal in het teken van een oneindige vrijheid zullen staan. Welnu, zij zullen elkaar niet storen. Wij moeten namelijk, bij het nadenken hierover, niet vergeten dat het gaat over rechtvaardige mensen. Het tot zijn recht komen- in dit geval wat betreft de persoonlijke vrijheid - is TEGELIJK onderling samenhangen, zodat er altijd te vragen is of iemand met zijn gedoe het geheel niet verbreekt. Op het niet verbreken van het geheel, het éne gevarieerde organisme, kom je onvermijdelijk altijd weer uit bij het nadenken over een volwassen mensheid. Je zou dus kunnen zeggen dat de maat ligt bij het geheel van de werkelijkheid; bij de vraag of iemand de andere mensen stoort is alleen het al of niet verbreken van dat geheel bepalend. Als je daarop doordenkt bemerk je dat je nu niet meer aan bepaalde andere individuen verantwoording verschuldigd bent, maar als het ware aan het geheel. Omdat elk individu zelf op eigen wijze dat geheel is, ben je ook zelf degene die er voor oppast de anderen niet te storen. In dat geval lever je niets in en je past je ook niet aan, je bent zelf die niet-storende individu. En omdat dat zo is heb je ook niet de voortdurende behoefte om je eigen grenzen te verleggen, zoals dat bij onvolwassen, aan de begrensdheid gelovende mensen, wel het geval is. Niet voor niets kun je overal opmerken dat de mensen uit onze cultuur almaar proberen voor zichzelf de grenzen van hun vrijheid naar buiten toe te verleggen. Zij proberen hun eigen terrein zo groot mogelijk te maken, zij maken zich zoveel mogelijk breed. Dit kan niet plaats vinden zonder daarbij macht uit te oefenen en macht kan je op allerlei manieren verwerven, bijvoorbeeld doormiddel van geld. De mensen proberen dan ook met hun geld vrijheid (d.w.z. wat er voor door moet gaan) te kopen en juist omdat wij in grenzen denken gelukt dat nog ook, tot op zekere hoogte. Maar tegelijk voelen veel anderen aan dat zoiets toch niet helemaal in orde is, dat een dergelijke vrijheid ten koste gaat van medemensen.

De rechtsstaat

Je zou je kunnen afvragen of de term sociaal-democratie wel de juiste benaming is voor de moderne Angelsaksische staat. Misschien is het beter van een rechtsstaat te spreken. Het bezwaar van deze laatste benaming is echter dat het begrip rechtsstaat eigenlijk voor elke staat van elke tijd geldt. De overheden van alle staten beroepen zich op het recht; het is zelfs één van de gronden voor de rechtvaardiging van de eigen macht. Je kunt zeggen: recht en wet zijn steeds instrumenten, die de machthebbende élites gebruiken om de samenleving te overheersen. Dus is de term rechtsstaat in wezen een loze term, die altijd weer de vraag oproept: over welk recht heb je het en in hoeverre geldt dat recht? Ik heb de moderne staat een sociaal-democratie genoemd omdat in zo'n staat de sociale en zelfs wel socialistische beginselen de maat der dingen zijn, ongeacht de vraag of men zich socialist wenst te noemen of niet en ongeacht de vraag wat er van terechtkomt. Zoals al eerder gezegd: alle politieke partijen zijn min of meer socialistisch bezig. Men kan daar niet meer omheen omdat de gedachte als IK er ben, ben JIJ er ook tot het zelfbewustzijn van de mensen doorgedrongen is. Het woord sociaal-democratie wordt gewoonlijk opgeëist door de socialistische partijen, maar dat is, volgens bovenstaande gedachtegang, niet terecht. De staatsopvatting van de socialisten verschilt niet wezenlijk van die van de liberalen of confessionelen. In hoofdzaak beperken de verschillen zich tot de economische opvattingen, althans, in de praktische uitwerking daarvan. Want het basisprincipe, namelijk dat van de noodzakelijk geachte groei van de markt, wordt door allen onderschreven. Bij vergelijking van de verschillende verkiezingsprogramma's valt de overeenkomst meer op dan het verschil en als er al een partij is, die op een belangrijk punt echt een ander standpunt inneemt, bijvoorbeeld ten aanzien van de bewapening, is dat steevast een kleine partij. Het stemgedrag van de bevolking moet volgens mij dan ook eerder verklaard worden uit ingeprente (geconditioneerde) tradities, dan uit politieke standpunten - om van een visie op maatschappij en samenleving maar helemaal te zwijgen!

Het officiële recht

Gewoonlijk wordt de geschiedenis van het recht beschreven vanuit dat recht zelf. Als vanzelfsprekend gaat men er van uit dat er in de mensen een soort rechtsbesef zou leven en dat dit besef almaar helderder wordt. Ter ondersteuning van deze gedachte laat men dan zien hoe de zaak zich ontwikkeld heeft van de oudheid, via het Romeinse recht naar de moderne inzichten, en men wijst er op dat in het moderne recht een principiële gelijkheid aanvaard wordt van alle individuen. Het is inderdaad een feit dat wij zo langzamerhand tot dat inzicht zijn gekomen. Dat blijkt onder andere uit de formulering van de rechten van de mens, door de Verenigde Naties in 1948. Door de beschrijving vanuit het recht zelf ontstaat de indruk dat we te doen zouden hebben met een ideële zaak, die in zekere zin vooruitloopt op de praktische ontwikkelingen in de samenleving, een zaak die zelfs bij de mensen afgedwongen zou moeten worden ter wille van de humaniteit. Die indruk wordt versterkt door het feit dat aan de rechtsinstituten de macht wordt toegekend om zaken te kunnen afdwingen, bijvoorbeeld via de justitie. We spreken dan ook van de rechterlijke macht. Men ziet blijkbaar het recht als een hogere norm waaraan de mensen onderworpen moeten zijn. Een norm, die al denkend tot bewustzijn wordt gebracht en die als een geestelijke waarde uitgewerkt, geformuleerd en afgedwongen moet worden. Al met al blijken wij weer met een denken-van-bovenaf van doen te hebben en ook hier is het de vraag of de gegeven voorstelling de juiste is.

Recht en ethiek zie óók het recht

Je kunt je afvragen waarom het recht en de ethiek inhoudelijk zijn zoals ze zijn. Dat betekent dat hier de vraag ligt: waardoor worden beide qua inhoud gerechtvaardigd. Als gesteld wordt dat je een ander mens niet mag aantasten kan je vragen: waarom niet? Meestal wordt op deze vraag een causaal antwoord gegeven en dat komt er bijvoorbeeld op neer dat anders het eind zoek zou zijn, of dat je anders van je eigen leven ook niet zeker kunt zijn, of dat wij geen dieren zijn. De geleerden in de ethiek en in het recht houden het liever op een soort van ingeboren hogere redelijkheid of op de door god aan de mens geopenbaarde wetten. Hoe dan ook, noch het recht, noch de ethiek kunnen zichzelf rechtvaardigen, omdat ze geen van tweeën een onbetwistbaar uitgangspunt hebben. Ze nemen hun toevlucht tot een of andere grootheid, waarvan ze aannemen dat die bestaat en dat die, zonder uitzondering, geldt voor alle mensen. Gedachteloos wordt die grootheid gezocht in de menselijke geest en bijgevolg wordt er zonder meer van uitgegaan dat intellectueel ontwikkelde mensen hiermee het best vertrouwd zullen zijn en er steekhoudende dingen over kunnen zeggen. Dit nu is in strijd met de feiten, ook in historisch opzicht. Het door de mensen aanvoelen van wat recht en ethisch is komt niet voort uit de menselijke geest, noch is het een resultaat van voortschrijdend denken, maar ligt besloten in het bewustzijn dat via de psyche voelbaar is. Wat recht is en wat ethisch wordt door de mensen gevoeld en de inhoud van dat gevoel is dat je het hebt te laten de werkelijkheid te verbreken. Als bewustzijn is die werkelijkheid één geheel waarin alles tot zijn recht (!) moet komen. Omdat het bewustzijn zich laat aanvoelen is het geen intellectuele zaak, maar een psychische en alleen van daaruit kunnen er zinnige dingen over gezegd worden.

De historische gang van zaken

De mensen hebben goed en kwaad, recht en onrecht steeds aangevoeld. Omdat dit een aanvoelen is, een zaak van de psyche, heeft het steeds los gestaan van de geldende cultuurmodellen. Die immers zijn een geestelijk goed, een inhoud van het zelfbewustzijn. Tot die inhoud kan best een heldere en redelijke formulering en toepassing van recht en ethiek behoren, maar dan nog blijven beide een psychische zaak. Dit verklaart waarom de gewone mensen hun recht altijd weer hebben moeten bevechten, moeten afdwingen van de heersende élites. Ook het taalgebruik wijst daarop: je moet je recht halen, je kunt je recht krijgen en recht hebben op... . Blijkbaar beseffen de mensen dat er geen recht IS als je het niet op de een of andere manier afdwingt. Uit de geschiedenis blijkt dat alle recht chantagerecht is: de gewone mensen hebben de élites met het een of ander gechanteerd zodat zij stap voor stap moesten toegeven. Bekend is het afdwingen van privileges door de opkomende burgerij en tekenend is dat je het woord privilege moet vertalen met voorrecht. Er werden GUNSTEN afgedwongen. In een grijs verleden zijn er machthebbers ontstaan, die de mensen, doorgaans met geweld, hebben duidelijk gemaakt dat zij de baas waren. Steeds weer blijkt dat die mensen dat niet begrepen en dat zij voelden zich te moeten verzetten. Daar ligt de werkelijke grond voor het recht en niet bij datgene dat die machthebbers decreteerden. Door het voortdurend aanvoelen van wat recht is door de gewone mensen is er enigszins recht gekomen in de wereld en de intellectuele élites hebben dit recht pas erkend toen zij er mee gechanteerd konden worden. En dat is ook thans nog het geval: het recht op abortus en euthanasie, op dienstweigeren en op bestaansmogelijkheden, op vrije ontplooiing en op kennis, het is allemaal bevochten op o zo ethische en rechtvaardige élites, die recht en ethiek volgens hun denkmodellen formuleerden en als de maat stelden.

Het recht als een psychische zaak

De werkelijkheid als bewustzijn is de werkelijkheid, die als een trillende verhouding zichzelf kenbaar maakt doordat zij zichzelf als samengestelde materie (= het verschijnsel) laat meetrillen. Dat meetrillen op zichzelf is het psychische, dat in de mens voor de dag komt als een allesomvattende zaak, maar dat in de overige levende natuur in relatief beperkte mate aanwezig is. Het bewustzijn, die trillende werkelijkheid dus, kan door de mensen vanuit het zelfbewustzijn aanschouwd worden en is dan een geestelijke zaak, en het wordt door de mensen gevoeld omdat zij als verschijnsel tot meetrillen geraken. Dit laatste is onvermijdelijk, d.w.z. het is er altijd, maar de interpretatie van dat voelen verschilt van tijd tot tijd, van cultuur tot cultuur, omdat het interpreteren van het gevoel weer een zaak van het zelfbewustzijn is. Omdat dit laatste het geval is, kan je in het algemeen zeggen: hoe minder een mens onder de macht van het eigen zelfbewustzijn staat, hoe zuiverder het interpreteren van het gevoel is. Beter is wellicht nog om te zeggen: hoe meer de mensen het gevoel laten gelden als iets vanzelfsprekends. Hoewel het recht als geestelijk goed een stelsel is van door de mensen uitgedachte normen, zodat het op het terrein van het zelfbewuste ligt, is het rechtsgevoel een psychische zaak. En dat rechtsgevoel komt steeds het sterkst naar voren bij de gewone mensen. Dus bij de mensen die weinig onder de druk van de zelfbewuste cultuur staan. Hier ligt de verklaring voor het feit dat de zogenaamde rechten steeds van onderaf door de mensen afgedwongen zijn van de cultuurelites. Die élites hebben, bij wijze van spreken, de rechten nooit voor de mensen voor geleefd, al hebben zij wel vaak geprobeerd die indruk te wekken. Talloos zijn de historische voorbeelden waaruit blijkt dat die élites, als het er op aan kwam, voor zichzelf toch een ander recht lieten gelden, gebaseerd op het voor hen vanzelfsprekende feit de macht in handen te hebben. Van die macht is langzamerhand steeds meer afgeknabbeld en die prijsgegeven élitaire rechten zijn daarna geformuleerd, in wezen meer om zichzelf tegen een nog groter verlies van rechten te beschermen, dan om rechtvaardig te zijn tegenover het volk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het geldende recht meer bescherming biedt aan de gevestigde machten en de daarbij behorende belangen (bezit onder andere) dan aan de gewone mensen.

Het samengaan van recht en macht

In de moderne democratie wordt als principe gesteld dat het recht onafhankelijk zou zijn. Zelfs de zogenaamde overheid moet voor dat recht bukken. Tegelijk echter wordt het geldende recht door diezelfde overheid geformuleerd, in de vorm van wetten en in de vorm van interne voorschriften die een minister van justitie aan de rechtshandhavers doet uitgaan. Die rechtshandhavers staan weliswaar tegenover de rechters, maar zij zijn het toch wel die in eerste instantie bepalen of er al dan niet inbreuk op de rechtsregels is gepleegd. Daarom: de beoordeling van strafbaarheid of rechtmatigheid ligt wel in handen van de rechter, maar de formulering van het recht niet. Als wij nogmaals bedenken dat alle zogenaamde recht afgedwongen is van machthebbers, en dat dit tot en met vandaag het geval is, dan zal het duidelijk zijn dat macht en recht bij elkaar behoren en dat wij het recht zouden kunnen omschrijven als geformuleerde en vastgelegde prijsgegeven macht. Dat houdt echter in dat wij het recht moeten zien als een tijdelijk verschijnsel, slechts geldend voor zover en zolang de mensen nog onvolwassen zijn en als gevolg daarvan machten en machthebbers boven zich dulden. Hiermee vervalt bijgevolg ook de verheven status van het recht, als zou het in principe absoluut zijn.

De waardering van het recht

Uit het voorgaande zou je kunnen afleiden dat het geldende recht op geen enkele waardering aanspraak zou kunnen maken. Dat zou echter een grote vergissing zijn. Er is namelijk een samengaan van macht en recht en in dat samengaan fungeert het recht als tegenpool, als een voortdurende weerstand tegen de macht. Het recht beknot wezenlijk de macht, ook die van de mensen onderling. De macht, die je bijvoorbeeld hebt om je medemens te doden, wordt vrijwel geheel geneutraliseerd door het geldende recht. Dat betekent dat het recht de verhoudingen tussen de mensen onderling reglementeert. Die mensen leven allemaal in een Onvolwassen wereld, die op alle mogelijke manieren bedreigend is. Tegen die bedreigingen biedt het geldende recht een zekere mate van bescherming; het stelt, althans in de moderne democratie, het leven van de individuele mensen tot op grote hoogte veilig. Juist omdat wij in een Onvolwassen wereld leven, en recht dus onlosmakelijk verbonden is met macht, is het bestaan van het recht te waarderen als een goede zaak. Omdat een onvolwassen wereld onvermijdelijk een machtswereld is, is het goed dat het tegelijk een rechtswereld is. We hebben in het recente verleden gezien - en we zien op allerlei plekken op de wereld nog steeds - dat er van de betrekkelijke veiligheid van het individu niets over blijft als het recht verkracht wordt. Denken wij eens aan de slaven in het Romeinse Rijk: voor die mensen was het een zegen dat er in het Romeinse recht aan hen ook rechten werden toegekend. Dat die rechten tot stand gekomen waren vanuit politieke en economische motieven van de heersende élites, doet in de praktijk niet af aan het feit dat die slaven in ieder geval enige rechten hadden. Hetzelfde geldt voor de negerslaven in Amerika. De motieven voor hun bevrijding waren zelfzuchtige: een (honger)loon betalen aan een zwarte arbeider werd gaandeweg goedkoper dan een slaaf met eventueel diens gezin in leven houden en onderdak verlenen! De economische en politieke argumenten gaven en geven bij de machthebbers de doorslag bij het toekennen van rechten, maar het tot bewustzijn komen van die rechten en het opeisen daarvan gebeurt vanuit de onderliggende en onderworpen groepen van gewone mensen.

Waarom is het recht een psychische zaak?

Hopelijk heb ik duidelijk kunnen maken dat een mens, voor zover die psychisch is, de werkelijkheid als bewustzijn aanvoelt. Wat voel je dan aan? Je voelt aan dat de werkelijkheid bestaat uit een groot aantal verschijnselen, waarvoor geldt dat die allemaal tot hun recht moeten komen, en dat al die verschijnselen onlosmakelijk met elkaar samenhangen. Tot hun recht komen houdt in: getrouw zichzelf zijn. Dat laatste, met het onderling samenhangen, is de meest essentiële karakteristiek van de werkelijkheid, voor zover het gaat om het bestaande en dus de werkelijkheid als het begrip inhoud. Psychisch zijnde voelt een mens dus deze karakteristiek aan als het wezenlijk rechtvaardige milieu om in te leven. Dat milieu behoeft niet geregeld te worden in de vorm van een recht, het behoeft er alleen maar te zijn en in alles tot gelding te komen. De samenhang tussen de afzonderlijke verschijnselen is niet een gevolg van iets - het recht bijvoorbeeld - maar het is een gegéven dat almaar in alles blijft doorwerken en steeds weer de kop opsteekt in de vorm van een rechtsgevoel en een behoefte aan rechtvaardigheid. Ontwikkeling van rechtsgevoel en rechtvaardigheid is onmogelijk omdat beide een gegéven karakteristiek van de werkelijkheid zijn. Wat wij ontwikkeling plegen te noemen is het steeds weer de kop opsteken van dat gegeven, met als gevolg dat het pakket van afgedwongen rechten zich almaar uitbreidt. Het gaat over steeds méér rechten en dat is op zichzelf dus een kwantitatieve aangelegenheid.

In ons land valt het mee

Ik heb er op gewezen dat het recht in deze wereld nog steeds voorkomt in de sfeer van de gunst. Je mag blij zijn dat je een groot aantal rechten hebt. Bovendien wordt de inhoud van het recht bepaald door de overheden en niet door onafhankelijke rechters. Deze laatsten zijn er slechts om het gelden van het recht, de toepassing daarvan, te toetsen en, waar nodig, correcties aan te brengen. Die toetsing dient onafhankelijk te zijn, en het is een feit dat in een land als het onze daaraan redelijk goed de hand wordt gehouden. Je zou het zo kunnen zeggen: in ons land heb je er betrekkelijk weinig last van dat recht en macht samengaan, maar dit feit mag niet verhullen dat wij toch met een complex van gunsten van doen hebben als het over ons recht gaat. Dat recht wordt toegekend; je mag er aanspraak op maken. Wat die onafhankelijkheid van de rechters betreft kunnen wij stellen dat die bij ons behoorlijk groot is, maar het is toch tekenend dat er zo bij tijd en wijle gevallen in het nieuws komen, die blijk geven van een belangenverstrengeling tussen bedrijfsleven, overheid en confessie enerzijds en de onafhankelijke rechter anderzijds. Ook gaan er toch steeds weer stemmen op over klassenjustitie, maar ook wat dat betreft valt het allemaal wel mee, zeker als je een vergelijking met het buitenland maakt. Wat men klassenjustitie noemt is doorgaans een aanvoelen van de sfeer van het recht, de sfeer van de gunst van bovenaf. Dat die sfeer voelbaar is moge blijken uit het feit dat rechters en daaromheen actieve figuren, zich tooien met bepaalde tekenen der waardigheid, hun toga en dergelijke. Als mogelijk symbool van rechtvaardigheid heeft zoiets geen betekenis, maar als symbool van verhevenheid des te meer. Dat is een zaak die menselijk niet deugt, niet omdat men in die verhevenheid (uiteraard) tekort schiet, maar omdat verhevenheid op zich onzinnig is en niets met rechtvaardigheid te maken heeft.

Rechtvaardigheid

Zoals gezegd is het rechtsgevoel een psychische kwestie. De mensen voelen het, zij het gewoonlijk uiterst flauwtjes, aan. Omdat die zaak psychisch is komt daarin de werkelijkheid zelf voor de dag, terwijl het ons zelfbewustzijn is dat die werkelijkheid vertekent, wegdrukt en daarna verstandelijk interpreteert. Geen wonder dus, dat het resultaat een ratjetoe is! Maar, ratjetoe of niet, voor die werkelijkheid gelden twee essentiële begrippen: ten eerste tot zijn recht komen en ten tweede onderling samenhangen. Voor zover nu de mensen geïnspireerd worden door deze twee begrippen, die tegelijk en met elkaar verweven op moeten treden, spreek ik van rechtvaardigheid. Dit sluit aan bij de praktijk: mensen zijn gekwetst in hun rechtvaardigheidsgevoel als zij, of een ander, niet tot zijn recht kunnen komen en hetzelfde is het geval als zij, of anderen, buitengesloten worden. Vooral bij kinderen is waar te nemen dat het steeds om deze zaken gaat. Dat het rechtvaardigheidsgevoel juist bij kinderen zo opmerkelijk is, is op zichzelf ook een aanwijzing voor het feit, dat wij te doen hebben met voor de werkelijkheid zelf geldende verhoudingen, die zich niet lenen voor beïnvloeding of ontwikkeling. Zij kunnen alleen maar bevrijd worden van, door het cultuur denken ingegeven, frustraties. Dus: juist omdat de rechtvaardigheid een gegeven verhouding is, steekt zij steeds weer de kop op, en wel precies daar waar de onderdrukking ondraaglijk geworden is. Helaas betekent dit ook dat er in een redelijk functionerende rechtsstaat, waarin men van de onderdrukking weinig last heeft, nauwelijks inspiratie geput wordt uit het rechtvaardigheidsgevoel.

Gesundes Volksempfinden

Het heeft zin om er, in verband met het in de mensen aanwezige rechtvaardigheidsgevoel, op te wijzen dat dit gevoel niet alleen weggedrukt kan worden, maar ook gemanipuleerd. Dit manipuleren geschiedt natuurlijk vanuit het zelfbewustzijn. Je doet het voorkomen alsof je de belemmeringen wegneemt en vervolgens richt je het rechtvaardigheidsgevoel, dat min of meer vrijgekomen is, op een bepaald doel. Je wijst bijvoorbeeld schuldigen aan, of vijanden of tegenstellingen. De Joden zijn de schuld van de misère, de Russen willen ons vernietigen en de Albigensen (ketters) zijn volgelingen van de duivel! Inderdaad heb je dan het gevoel van de mensen wakker geroepen, je hebt ze rechtvaardigheid gesuggereerd. Maar in feite heb je de mensen hysterisch gemaakt, zodat ze je blindelings, als in een roes, zijn gaan volgen. Het behoeft geen betoog dat dit zogenaamde Gesundes Volksempfinden in plaats van gezond griezelig ongezond is. Het heeft dan ook niets te maken met het rechtvaardigheidsgevoel waarover wij op dit moment nadenken. Dit immers moet geheel en al vrij zijn, wil het voor de mensheid betekenis hebben. Deze vrijheid is slechts mogelijk bij volwassen mensen. Voor dat het zover is kunnen wij niet anders dan het recht respecteren en uitbreiden. Uiteraard legden de nationaal-socialisten de nadruk op het gevoel vanuit het volk, dus het gevoel van onderaf, als zou dat iets nieuws zijn. Maar het aardige van het recht is, dat dit altijd al van onderaf gerealiseerd is! Daarvoor hebben wij geen ontwakend Germaans besef nodig.

Rechtvaardigheidsgevoel en misdadigheid

Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ;

Een moeilijk punt is altijd het vraagstuk van de misdadigheid. Als rechtvaardigheid in de mensheid is gaan gelden, en het recht geen functie meer heeft, komt er dan nog misdaad voor en wat moet je er dan mee? Welnu, het is niet denkbaar dat er dan geen misdaad zal zijn. Je moet dan ook de vraag stellen: hoe groot zou de kans op het zich doorzetten van de misdaad zijn. En dan moet het antwoord zijn: uiterst klein. Om dit in te zien, moet je je goed indenken waarom het gaat. We spreken over een wereld waarin beide, het tot zijn recht komen en het onderling samenhangen van kracht zijn. In zo'n wereld is al onmiddellijk één essentiële voorwaarde tot het zich ontwikkelen van misdadigheid komen te vervallen, namelijk het individuele isolement. Het niet, of in geringe mate bij elkaar behoren van de individuen is voor misdadigheid een basisvoorwaarde. Misdaad immers is het verbreken van het geheel en dat herkennen wij nog in de Duitse taal: das Verbrechen. Gezien vanuit de samenleving, als die volwassen is, behoort misdaad tot de onmogelijkheden, maar gezien vanuit de individuele mens ligt het anders. Het kan in iemand fout zitten. Maar vanuit het tot zijn recht komen komt dit al in een vroeg stadium voor de dag, terwijl vanuit de onderlinge samenhang een voortdurende bijsturing plaats vindt. In een dergelijke situatie vervalt het onverwachte en verborgen karakter van de misdaad. Men heeft zoiets al lang zien aankomen en er ook voortdurend rekening mee gehouden. Een misdadige gesteldheid heeft nauwelijks kans zich te ontwikkelen, en dat is precies het tegengestelde van de situatie waarin wij thans leven: vrijwel iedereen is van de andere mensen geïsoleerd, vrijwel niemand leeft met de anderen méé en ook kan vrijwel niemand tot zijn recht komen. Dit laatste betekent in dit verband, dat een misdadige aanleg verborgen blijft, in de opvoeding weggedrukt wordt zodat hij niet aanwezig schijnt te zijn, om dan plotseling, onverwacht en in het geniep, los te breken. En dan weten wij niets anders te doen dan de misdadiger nog meer te isoleren: de gevangenis. Consequent gedacht vanuit de rechtvaardigheid is zoiets in een volwassen wereld onmogelijk.

Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ;

Toekomstvoorstellingen

Er zijn natuurlijk in de loop der tijden nogal wat ideeën geweest over een mogelijke toekomstige wereld. Dergelijke utopieën zijn steeds van bovenaf gedacht, d.w.z. vanuit een of ander hoger standpunt, en onveranderlijk zijn er aan de gewone mensen eisen gesteld, die er op neer kwamen dat zij zich zouden moeten verbeteren. Die hogere standpunten geven er aanleiding toe stelsels te verzinnen waarin de macht een centrale plaats inneemt. In de meeste gevallen heeft men geprobeerd aan die macht een redelijk tintje te geven, door hem namelijk eerlijk te verdelen, maar uiteraard zijn er ook utopieën waarin de macht als een onaantastbare zaak boven de mensen gesteld wordt. Alleen al op grond van het feit dat men, in het denken over een verre toekomst, de macht handhaaft kunnen dergelijke utopieën zonder meer als onzin worden afgewezen. De enige utopieën, waarin men pertinent geen macht inbouwt, zijn de anarchistische en het valt dan ook onmiddellijk op dat deze een veel vriendelijker karakter hebben en aanzienlijk minder benauwend zijn voor een mens met nog enig rechtvaardigheidsgevoel. Maar het euvel van het van-bovenaf-denken treedt ook hier op en waarschijnlijk zal dit er de oorzaak van zijn dat het anarchistische denken, vooral tegenwoordig, beperkt blijft tot organisatorische vraagstukken die mee zouden komen aan een anarchistische, volwassen maatschappij. Bovendien speelt een rol dat men gewoonlijk de begrippen maatschappij en samenleving verwart en ook dat men het begrip nihilisme niet betrekt in het anarchistische denken. Er kan niet genoeg de nadruk op gelegd worden, dat het de kunst is werkelijk van onderaf te denken, uit te zoeken wat er voor een mens geldt ongeacht zijn wensen, verlangens en zijn wil, om vervolgens op grond van die gegevens tot een conceptie over de toekomst te komen. De weg naar volwassenheid blijkt dan een niet zelfbewuste te zijn, zodat er geen concrete doelstellingen mogelijk zijn. Bovendien wordt die weg gekenmerkt door een GEVOEL (het rechtvaardigheidsgevoel) en niet door een berekening. Dat betekent in de praktijk dat een en ander domweg tot werkelijkheid wordt. Het is dan ook dat domme dat de intellectueel ingestelde mensen steeds weer stoort en teleurstelt. Men betreurt het dan dat er nauwelijks een anarchistische beweging (meer) is, met de daarbij behorende begrippenkaders en geestelijke bagage, terwijl men er tegelijk geen oog voor heeft dat de gewone mensen veel minder respect hebben voor de macht en er zelfs al tamelijk onverschillig tegenover staan. Doordat deze ontwaarding van de macht buiten het patroon van de leer omgaat en daarvan dus geen navolging is, zien veel anarchisten het zich verbreiden van het anarchisme niet. Het is met dat van bovenaf denken altijd hetzelfde: de ideeën kristalliseren zich uit tot een leer en die leer verdient navolging; de mensen volgen de leer niet na, zodat men ontgoocheld vaststelt dat de mensen dom zijn en het goede niet willen. Maar in feite hebben de ontwerpers van de leer een fout gemaakt.

Wat te zeggen van een volwassen mensheid

Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ;  

Als je je voorstelt dat volwassen mensen bijvoorbeeld redelijk zouden moeten zijn, dan is dat een eis, die je aan de mensheid stelt. Maar, als je daarop doordenkt kom je tot de conclusie dat je een groot gebied van het menselijk leven uitsluit: het individuele karakter van mensen, de meerdere of mindere hartstochtelijkheid, het vermogen om fouten te maken, in het algemeen het psychische, enzovoort. Tenslotte houd je een standaardmens over en bovendien: wie bepaalt wat redelijk is? De norm van redelijkheid wordt bepaald in en door het denken en hij wordt door de mensen dwingend opgelegd aan zichzelf en aan de anderen. Als dus tenslotte iedereen redelijk geworden zou zijn, kan niemand meer uit de voeten. Dat geldt voor elke eis die je aan de mensheid stelt; denk je daarop door, dan ontdek je aan het einde van je gedachtegang een totale onvrijheid en dus een onmogelijkheid. Simpel omdat er niets de maat kan zijn. Met het vrijheidsbegrip is het net zo. Men zegt: mijn vrijheid wordt begrensd door de vrijheid van de ander. Als je hierop doordenkt kom je niet bij vrijheid uit, maar bij totale onvrijheid. Iedereen staat dan om je heen en naar alle richtingen geldt begrenzing. Dus ook die vrijheid, als doel voor de mensen, is tenslotte onhoudbaar. Over een volwassen mensheid is eigenlijk niets te zeggen, behalve dit éne: de verhoudingen tot zijn recht komen en onderling samenhangen zijn dan in de mensen vrijgekomen. En daarmee ook een cluster van verhoudingen, die uit die twee zijn af te leiden. Als we die verhoudingen samen vatten onder het begrip rechtvaardigheid dan hebben wij wat dat betreft niet te doen met een eis aan de mensen, maar met iets wat zich ontplooien zal, zoals een plant zich zal ontplooien tot een bloem als wij die plant daarin niet belemmeren. Van de plant te eisen dat hij gaat bloeien zou onzin zijn: hij gaat zéker bloeien als ik hem dat niet belet. Een volwassen mensheid is een mensheid die rechtvaardig is geworden, zodat iedereen tot zijn recht komt en allen met allen samenhangen. Dat heeft niets te maken met intelligentie, met wijsheid, met organisatie of met grootse ideeën; het is gewoon een zichzelf aanvoelen als de werkelijkheid. En het is in de grond van de zaak psychisch, zeg maar: een levensgevoel. Dat levensgevoel wordt in een onvolwassen mensheid steeds onderdrukt en gekanaliseerd en steeds steekt het weer de kop op, totdat het tenslotte vrij komt. Meer is er werkelijk niet aan de hand. En dat zien we dan ook gebeuren als de mensen hun rechten steeds meer opeisen en de machten almaar meer onmogelijk maken. Het is een bevrijdingsproces. Wat dan onder andere ook weer vrij komt is de creativiteit, die bepalend is voor het begrip arbeid - wij zullen dit nog bespreken. Maar voorlopig is te zeggen dat in een volwassen wereld alles mogelijk is omdat elke menselijke variatie tot zijn recht kan komen. Het eisen van het betere komt voort uit het denken, dat zich zelfbewust een voorstelling maakt van de werkelijkheid. Die werkelijkheid zelf echter kent geen beter of slechter, zodat gezegd kan worden dat het willen opvoeden van de mensen tot iets beters een hersenschim is. Bovendien: wie is de opvoeder, wat staat hem voor ogen, en waar haalt hij het recht vandaan? Het is allemaal verbeelding als gevolg van van-bovenaf-denken.

Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ;

Het begrip grens

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat in onze, analytische, splitsende, cultuur het begrip grens een eenzijdige betekenis heeft. De betekenis namelijk van afscheiding. Het is een muur tussen het één en het ander. Het begrip grens betekent echter ook overgang van het één naar het ander en als zodanig reikt het tot in de oneindigheid.

Naar andere artikelen: De ontwikkeling van de West Europese Cultuur ; abortus-provocatus ; Besnijdenis ; Briefwisseling Euthanasie ; Een korte schets van de menselijke seksualiteit ; De ontwikkeling van het denken ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Zelfmoord/Zelfdoding ; Onvoorwaardelijk RECHT op Zelfmoord/Zelfdoding- zie nr.10 (+ toevoeging van 16 artikelen)., Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61  ;  Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ;  Kan macht zich ten goede keren..? ; Is er dan toch een GOD..?  Hoe zit dat..? ; Onvoorwaardelijk recht op zelfdoding/zelfmoord-zie nr. 10 ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ;

 

Naar bladwijzer(s):  Menswaardig sterven(…uitzichtloos en ondraaglijk lijden..? en het verkeren in een stervensfase..?) ; Verantwoordelijk(heid) ; Rechtsstaat ; Goed en Kwaad ; Misdadigheid ; Zowel abortus als euthanasie slaan echter op de Polen van het Leven ; Opvoeding-1 ; Opvoeden-1 ; Recht en Ethiek ; Rechten van de mens ; Gekwetst ; Meeleven ; Euthanasie ;

 

Terug naar: Home

Wilt U meer artikelen/werken lezen van Jan Vis, creatief filosoof, klik hier en ga naar de link: Opgevraagde werken, artikelen en cursussen bevinden zich hier..!

Voor het beter begrijpen van de begrippen : geest; samenhang; relatie; bewustzijn; psyche; zelfbewustzijn; leven; tijd; etc. etc. bestudeer: Beweging en Verschijnsel deel 1, 2 en 3

Bovenstaande tekstfragmenten uit het werk "De ontwikkeling van de WEST-EUROPESE CULTUUR" (1985-1987) is geschreven door Jan Vis, filosoof. Naar: De ontwikkeling van de West Europese Cultuur

 

Naar de voorpagina van de Homepage

 

 

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit deze bundel zonder meer toegestaan.

Bronvermelding wordt echter wel op prijs gesteld.

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter