HOUDEN VAN…  LIEFDE…   TROUW

( passage’s uit de bundel VROUW EN WERELD, 1998 )

auteur : Jan Vis, filosoof ; méér artikelen van Jan Vis

 

RELATIEPROBLEMEN (zie bladwijzers)

 

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

 

Naar het begin

 

Naar:de Startpagina

Naar andere artikelen:  Conditionering ; Robot denken ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Elkaar nodig hebben ; voor elkaars welzijn zorgen - Hoe zit dat..? - Zie bladw.: Afhankelijkheidsrelatie ; Het gelijk en de dialoog ; Het toenemend belang van het Atheďsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheďsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheďsme- zie afl. 32 ;  Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ;  De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Nihilisme ; De ontwikkeling van het denken ; De Vrede ; Conditionering en De ontwikkeling van de West Europese Cultuur(zie links: te erg/te veel en dubbelhartigheid  ) ; Behoort Israël tot de Westerse Cultuur- zie aflevering 60…-onderdrukking van de Palestijnen, ; Kunnen Moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37, ; Terrorisme / Taliban ; Hoe zit het nou met Jahweh, God en Allah ; Een korte schets van de menselijke sexualiteit ; Relatieproblemen – zie bladw. ; Huwelijk, LIEFDE..?  – zie bladw. LIEFDE ; De VIER Levensbegrippen ; Moordlust-collectieve waan ; COMMUNISME - zie bladwijzers ; Een verbetering in de SAMENLEVING tot stand brengen-zie bladwijzers:  ; Mil. Interventie in Syrië..? ; Vanwaar die Haat..?-zie: naar inhoudsopgave 16 ; Macht / Economie / Redelijkheid ; Maatschappij/Samemenleving-afl.34 ; De Maatschappij is inhoud van de Samenleving – zie bladw. ; De Samenleving dienen-afl.1 ; Verzorgingsstaat - zie bladw. ; IS LIEFDE hen(o.a politici) VREEMD..?  ; Eenzaamheid en Samenleven ; BEDOELING – GEDOE - DOEL ; OVERLEVEN ; Bevrijding van de mens – zie bladwijzers ; Hij/Zij zal zich moeten beteren – zie bladw. GEDRAG ; De FILOSOOF- zie bladw. FILOSOOF ; Denk ik nu zelf na..? ; Verzorgingsstaat-zie bladw. Nationaal socialisme ; Kan macht zich ten goede keren..? ; De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Koranverslag ; geen god,wat dan? ; hoe zit het nou met god? ; Godsdienst en Geloof ; God bestaat niet ; De verdedigers van de Godsdienst ; Evolutie of Creatie ; het zelfbeschikkingsrecht. ; Een korte schets van de “Menselijke Seksualiteit” ; De verloedering van de seksualiteit ; Briefwisseling -Incest ; Het toenemend belang van het Atheďsme ;  De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheďsme ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Ongewenst atheďsme- zie afl. 32 ; Trouw aan ; Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61  ; Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37; ; Individualisering ; Individualisering-Tomeloze verwarring-Collectieve krankzinnigheid_zie nr. 12 ; Liefde is geen Relatie-zie nr. 32 ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers ; Het Buitenechtelijke - bandeloosheid - Overspel - Liefde - zie bladwijzers ; Het HUWELIJK is een belediging voor de LIEFDE - zie bladw. ; OVERSPEL ; Oorzaak SEXUEEL misbruik - zie bladw.

 

 

 

 

50.

Is de ontwikkeling van de mensheid eenmaal zover gevorderd dat het zich waarmaken als individu een aanvang neemt, hetgeen begint met de Romeinse cultuur, kan het begrip liefde zich niet langer als een universele zaak laten gelden. Het wordt een begrip dat betrekking heeft op de relatie tussen twee mensen. Dat kunnen er natuurlijk ook meer zijn, maar ook dan gaat het om twee mensen, namelijk zoveel maal twee. Met het verschralen tot een relatie wordt de liefde tot een kwestie van overeenkomsten, tot een kwestie van gelijkgestemd-zijn en uiteindelijk tot een huwelijkszaak. Liefde kan dan alleen bestaan als mensen overeenkomstige belangen en interesses hebben. Zaken die niet binnen het kader van het gemeenschappelijke vallen moeten op de een of andere manier buiten spel gezet worden. Men moet 'geven en nemen', 'compromissen sluiten', 'wat voor elkaar over hebben' en 'eigen belangen opzij zetten'. Maar dat betekent in feite dat iedere partner in een relatie een groot deel van zichzelf niet kan laten gelden, met als gevolg dat niemand echt tot ontplooiing kan komen. Iedereen blijft onvermijdelijk ver beneden zijn mogelijkheden. Dat is voor de samenleving een bron van ellende, eigenlijk is het 'de' bron van alle onvrede, huiselijke twisten, ontrouw en bedrog, vernedering en machtsmisbruik.(Neem ook eens nota van Het aspect van de macht (zie: bladwijzers))

 Niet alleen echter dat het tussen de partners een en al armoede is, maar, zoals gezegd, de gehele samenleving verwordt tot een neurotische, agressieve, onverdraagzame, kille en liefdeloze zaak. Uiteraard zal men bij nader onderzoek een groot aantal voorbeelden vinden van relaties die wel tot in hoge mate bevredigend zijn, juist ook doordat iedereen onbewust daarnaar op zoek is, maar het gaat nu om het algemene beeld van onze moderne wereld en daarvoor gelden zonder enige twijfel bovengenoemde kwalificaties.

 

51.

Als je eens uitzoekt waarmee de mensen doorgaans komen als het begrip liefde ter sprake komt, dan valt alras op dat men het niet over liefde heeft, maar over “houden van”. Dit begrip heeft uitsluitend betrekking op verlangens en het bevredigen daarvan. Houdt men van spinazie, dan hoopt men het verlangen daarnaar te bevredigen, houdt men van elkaar, dan hoopt men het verlangen naar elkaar te bevredigen. In dit laatste geval is bij de individualistisch ingestelde mens het streven er op gericht het 'houden van' wederzijds te doen zijn. Het begrip ‘houden van’ is in genen dele een negatief begrip. Het komt aan de mens en diens eigenheid mee dat hij van bepaalde dingen houdt en van andere niet. Omdat het hierbij maar net is hoe het valt kun je van smaak spreken. De smaken van de mensen verschillen en dat is niet anders denkbaar. Zou je dat als een verwerpelijke zaak beschouwen, de specifieke menselijke mogelijkheden tot ontwikkeling zouden daarmee tekort gedaan worden. Het zijn immers juist de persoonlijke eigenaardigheden die aansporen tot het uitwerken van nieuwe mogelijkheden, zowel tussen de mensen onderling als voor het individu zelf. Dus: waar de mens als individu is, zijn ook de 'smaak' en het 'houden van'. Deze spelen in de relaties tussen de mensen een essentiële rol en dat is in geen enkel opzicht kwalijk. Op dit laatste leg ik extra de nadruk omdat het in de godsdiensten en helaas ook in de filosofie gebruikelijk is het 'houden van' en de 'smaak' te veroordelen als platvloerse zaken die de ware mens niet zouden sieren. Allicht: men denkt het persoonlijke er af omdat men in zijn gebrekkige denken geen kans ziet tot een samenhang te komen met inachtneming van het feit dat aan mensen de begrippen “houden van” en smaak meekomen, ja zelfs specifiek ‘menselijk’ zijn...

Maar, als het over liefde gaat, is er heel wat anders aan de orde, iets wat inderdaad de grenzen van het persoonlijke doorbreekt!

 

153.

Hoe verder het individualisme zich in de moderne mens ontwikkelt, hoe belangrijker de protocollen worden. Tegenwoordig treft men die aan in tal van theorieën over houdbare liefdes en het oplossen van de onvermijdelijke conflicten. Maar, hoe verlicht die theorieën en de daarin verwerkte protocollen soms ook zijn, steeds is er de noodzaak van opoffering. Steeds moet er van allerlei buiten de liefdesverhouding gehouden worden. Uiteraard tracht men het naar Christendom riekende woord 'opoffering' te vermijden door het bijvoorbeeld te hebben over 'kameraadschap' of over 'geven en nemen’. De individualistische mens offert zich niet graag op, maar tegen compromissen die van hem- of haarzelf uitgaan heeft deze moderne mens geen bezwaar. Sterker nog: hij vindt dat het vermogen compromissen te sluiten hem siert omdat hij daarbij blijk geeft van verdraagzaamheid, tolerantie en tenslotte zelfs van redelijkheid. Intussen ontgaat het de mensen van zowel de oudheid, de 'afschaffers', als die van de moderne tijd, de 'compromissen sluiters', dat het almaar niet over het begrip liefde gaat, maar in het eerste geval over de dood en in het tweede geval over de opoffering.

 

155.

Omdat de moderne mens van mening is dat er verschillende persoonlijke eigenaardigheden zijn die een bevredigende liefde in de weg staan verwacht hij de beste resultaten van een liefdesrelatie waarin de interesses van de partners zoveel mogelijk met elkaar overeenstemmen. Men moet goed met elkaar kunnen praten, samen aan bepaalde hobby's en sporten kunnen doen, samen in een huis kunnen wonen, enzovoort. Enerzijds is er dus de allesbepalende overeenstemming en anderzijds het wegwerken van de verschillen voorzover die onoverkomelijk zijn. Dit programma van 'geven en nemen' wordt, zeker door de moderne mens, in al of niet zwart op wit staande protocollen vastgelegd. Welbeschouwd hebben wij te doen met een nadere uitwerking van het begrip relatie. Voor het maatschappelijk leven van de mens is zulks een noodzakelijke en uitermate zinvolle aangelegenheid, maar als het over de liefde gaat moet de conclusie zijn dat het moderne leven in dit opzicht een grote leugen is...

Het begrip ineenzijn en dus de liefde heeft geen enkele betekenis als niet alles ingecalculeerd is en volstrekt niets buitengesloten, hetgeen alleen maar mogelijk is als de liefde niet gezien wordt als een verhouding tussen mensen, maar daarentegen als een gesteldheid van de mens als individu. Anders gezegd: een ieder zal zich voor zich als liefde moeten laten gelden, Ongeacht het al of niet aanwezig zijn van een geliefde.

 

159.

De liefde is natuurlijk niet zonder het begrip relatie. Vanaf het moment dat twee of meer mensen elkaar ontmoet hebben en op de een of andere manier iets voor elkaar blijken te voelen is er sprake van een 'relatie'. Er kan trouwens ook een relatie zijn zonder dat de mensen iets voor elkaar voelen, bijvoorbeeld in het bedrijfsleven, maar dit terzijde. De voor de thans bedoelde relatie geldende bijzonderheden, zoals daar zijn de noodzakelijke aanwezigheid van bepaalde zaken waarin men met elkaar overeenstemt en ook dat men met elkaar kan communiceren, gelden natuurlijk ook tenvolle voor de relatie binnen de liefde, of deze nu als een persoonlijke of als een universele notie wordt opgevat. Het is dan ook niet zo dat het benadrukken van de relatie op zichzelf fnuikend voor de liefde zou zijn. Het is immers een feit dat een grote mate van overeenstemming de kans op conflicten aanzienlijk vermindert. Waarom het echter wel gaat is de typisch westerse idee dat het in de liefde om de onderlinge relatie tussen de partners zou gaan. Die idee is, hoewel begrijpelijk, volstrekt fout en aanleiding tot een voortdurend getob van mensen die in alle oprechtheid van mening zijn elkaar lief te hebben.

Vooral de tijdelijk alles overheersende verliefdheid versterkt op dramatische wijze deze mening. Tijdens de periode van verliefdheid immers worden alle verschillen en geschillen verdoezeld door de aangename werking van het seksuele verlangen! Het enige waartoe die foute idee eventueel een mogelijkheid opent is het “houden van”. Dat is een zaak die berust op en behoort bij de eindeloos gevarieerde relaties tussen mensen, toestanden en dingen.

 

178.

Het is beslist noodzakelijk de begrippen “houden van” en liefde goed uit elkaar te houden. Het eerste heeft namelijk te maken met de relatie tussen mensen en tussen mensen en dingen, maar het tweede daarentegen met een kwaliteit van de mens als individu. Anders gezegd: “houden van” heeft betrekking op 'ons' en liefde heeft betrekking op 'mij'. Een mens houdt van allerlei zaken en mensen. Men kan van boerenkool houden en van dieren. Men kan van zeilen houden en van Beethoven. En natuurlijk zijn daar andere mensen van wie men, in meer of minder hevige mate, kan houden. Hoe dan ook, steeds gaat het over een betrekking tussen een mens en iets of iemand anders. Dus gaat het over een relatie. Dat houdt in dat ertussen een mens en iets of iemand anders overeenkomsten zijn. Die liggen op een bepaald gebied en op dat speciale gebied kunnen de onvermijdelijke verschillen overbrugd worden. Bij mensen onderling zijn dat overeenkomstige eigenschappen en kwaliteiten die over en weer ondergaan en beleefd worden als bepaalde vormen van eenheid. Daar gaat het begrip “houden van” gelden. Het betreft dus gebieden waarop mensen met elkaar samen-kunnen gaan. In de relatie speelt derhalve een of andere vorm van samengaan een rol, maar dat is dan een beperkt, een tijdelijk en plaatselijk, samengaan. Dat is natuurlijk helemaal geen 'ineenzijn', oftewel ‘liefde'. Het wordt echter wel vaak zo genoemd!

 

179.

Het zou thans te ver voeren het 'ineenzijn' en de 'relatie' te beschrijven in termen van de oorspronkelijke beweeglijkheden, zie hiervoor het hoofdwerk : BEWEGING EN VERSCHIJNSEL, DEEL 1, 2 en 3 maar wel moet er op gewezen worden dat systemen van beweeglijkheden kunnen 'aaneengroeien' enerzijds en zich met elkaar kunnen 'verbinden' anderzijds. Bij het, aaneengroeien' gaat elk van de systemen over in de andere systemen, zodat het begrip ineenzijn van toepassing is. Dat geschiedt overigens zonder zichzelf en elkaar als zelfstandig geval op te heffen. Bij het 'verbinden' is er niet van een in elkaar overgaan te spreken, maar daarentegen van een zich aan elkaar binden door het wederzijds neutraliseren van bepaalde, op elkaar gerichte, bewegingen. De onderhavige systemen gaan 'aan elkaar vastzitten' en vormen zo, op den duur uiterst ingewikkelde, samenstellingen: verschijnselen. Hier geldt dus het begrip relatie. De begrippen ineenzijn en relatie komen inderdaad al direct aan het begin van de denkweg over de werkelijkheid als beweeglijkheid voor de dag. Bij de mensen hebben we het dan gewoonlijk over 'liefde' en 'houden van'. Maar het verschil daartussen en de betekenis van een en ander wordt nauwelijks herkend, hetgeen onvermijdelijk vroeg of laat tot problemen leidt.

 

180.

Het begrip “houden van” behoort dus bij de relatie. Daaraan is voorondersteld dat het een volstrekt en blijvend van “het ander” gescheiden is, en dat er in het beste geval slechts een brug tussen beide geslagen kan worden. Het besef van een scheiding tussen grootheden behoort typisch tot de modern-westerse cultuur. De werkelijkheid is voor modern-westers besef wezenlijk niet meer dan een verzameling van afzonderlijke dingen, weliswaar op velerlei wijzen met elkaar verbonden, maar toch: afzonderlijk. Op grond hiervan is het gemakkelijk in te zien dat het daarbij behorende begrip ‘houden van’ allesoverheersend is en dat er op geen enkele manier van een werkelijk 'ineenzijn' gesproken kan worden. De verhouding vrouw-man gaat uiteraard eveneens op in een grote hoeveelheid variaties op het thema 'houden van’. Dat nu is in de praktijk oorzaak van de labiliteit en kortstondigheid van die verhouding, want de levende realiteit, die zowel de vrouw als dé man is, blijft onvermijdelijk niet bij zichzelf stilstaan: de toestand verandert voortdurend. Dat betekent dat ook de overeenkomsten tussen de partners aan verandering onderhevig zijn. Die overeenkomsten worden dus labiel, de brug wordt wankel! Doordat ook die verandering steeds weer verandert komt het al spoedig zover dat er wezenlijk geen overeenkomsten meer zijn. Dan heet het dat de relatie mislukt is, het huwelijk, partnership of samenlevingsverband is gestrand en de partners zijn van elkaar gescheiden.

 

181

Vaak probeert men de breuk tussen de partners te lijmen. Binnen het kader van het gezin misbruikt men er vaak de kinderen voor. Die moeten dan als brug tussen die partners gaan fungeren, hetgeen onherroepelijk tot ernstige psychische beschadigingen bij die kinderen leidt. Zij kunnen er dan niet meer 'zomaar' en dus onvoorwaardelijk zijn, maar hun leven moet ten dienste staan van anderen die, tot overmaat van ramp, ook nog eens te dom en te onvolwassen zijn zelf iets van hun leven en hun relaties te maken. En dan zijn er tegenwoordig de modieuze praattherapieën. Die zijn op de misvatting gegrond dat een goed en eerlijk gesprek volstaat om de zaak weer in orde te krijgen. Men vindt: de dingen moeten 'uitgepraat' worden! Men zal elkaar dan beter gaan begrijpen. De moderne mens heeft niet in de gaten dat 'elkaar begrijpen' heel iets anders is dan 'van elkaar houden', dat zoals gezegd op overeenkomsten berust. Bovendien moet men het op seksueel gebied weer spannend maken, de erotiek aanwakkeren en de wederzijdse interesses wekken. Maar, helaas heeft dat allemaal geen enkele zin. De mensen zijn, in hun kwaliteit van levende realiteit, na verloop van tijd uit elkaar gegroeid tijdens een onvermijdelijk proces. Dikwijls probeert men ook, op grond van de een of andere godsdienstige moraal, de relatie met psychisch geweld in stand te houden. Men vindt dan dat men elkaar moet leren verdragen, want 'wat God verbonden heeft zal de mens niet scheiden'. Liefde en trouw behoren immers 'eeuwig' te zijn! God heeft het zo bevolen! Maar, Gods gebod of niet, het resultaat kan noodzakelijkerwijs niets anders dan een verschrikkelijke ramp zijn. Dat is trouwens in het algemeen het resultaat van goddelijke voorschriften en raadgevingen. Intussen wemelt het in de moderne wereld dan ook van ongelukkige mensen en er is vrijwel niets aan te doen, omdat de oorzaak in de analytische modern-westerse cultuur gelegen is.

 

182.

Zoals gezegd gaat het bij de liefde niet om een relatie tussen twee of meer mensen, maar om een gesteldheid van de mens persoonlijk. Jij bent liefde en ik ben liefde en nu is het maar de vraag of en in hoeverre wij in staat zijn om dat te laten gelden. Hoewel deze liefde in de praktijk niet denkbaar is zonder een onderliggende relatie is het toch in geen geval de overbruggende inhoud van deze relatie die de essentie van de liefde is. Het komt er op neer dat die inhoud, te weten de wederzijdse overeenkomst, er wel is en zijn rol speelt, maar volstrekt niet de maat is. Hij is in het licht van het onvoorwaardelijke ineenzijn komen te staan. Dat betekent dat het 'overeenkomstige' voortaan vergezeld gaat van het 'verschillende'. Beide zijn er tegelijkertijd en beide gelden tenvolle. Het gevolg is dat de totale persoonlijkheid tot gelding kan komen. Wat eerst angstvallig buiten beschouwing gelaten werd telt nu vanzelfsprekend en volwaardig mee. Onmogelijk is het nu geworden dat de veranderingen in de levende realiteit van een ieder aanleiding zijn voor een scheiding. Integendeel : die veranderingen geven de liefde inhoud en maken haar voortdurend levendig en inspirerend. Zoals het behoort kan alles tot zijn recht komen. Het leven en de liefde zijn nu met recht een 'avontuur' te noemen...

 

183

Deze liefde heeft niets te maken met de liefde uit de sprookjes waarin het om mensen gaat die geen mensen kunnen zijn omdat alles om het hogere, het verhevene draait. Alleen in de fantasie van de mensen kunnen dergelijke 'heilige zombies' bestaan en, zoals gewoonlijk met zombies het geval is: zij zijn uiterst destructief. Enerzijds is dat het geval omdat het natuurlijk toch weer over de relatie gaat, nu zelfs als absoluut maatgevend gesteld, en anderzijds omdat elke individualiteit aan de mens ontzegd is. De relatie is, hoewel maatgevend, volkomen leeg! Sterker nog, juist omdat hij maatgevend is kan hij niet anders dan leeg zijn. Dat betekent in feite dat we met een gewetenloze zaak van doen hebben, in die zin dat nu het vernietigen van alles niet alleen geoorloofd is, maar zelfs noodzakelijk. De 'heilige zombie' is de negatieve nihilist ten voeten uit, namelijk de nihilist bij wie het niet om de ontwaarding gaat, maar om de vernietiging van het bestaande. Deze nihilist meent alle recht te hebben zijn destructieve plannen ten uitvoer te brengen. Hij verbeeldt zich namelijk goddelijk te zijn, of Napoleon, of de Duivel of een scherprechter uit de hemel. Het zichzelf waarderen als iets verhevens, dat ver boven het alledaagse en banale gedoe van de mensen uitgaat, is de meest vruchtbare bodem voor afschuwelijke ideologische misdaden.

 

184.

Het begrip liefde geldt onmiddellijk voor de mens. Dat wil zeggen dat we altijd met dit begrip van doen hebben als we met een mens van doen hebben. Zoals al eerder gezegd heeft dit begrip geen betrekking op iets of iemand anders, maar is daarentegen uitdrukking van een verhouding die binnen de grenzen van ieder afzonderlijk exemplaar van het verschijnsel mens geldt. Elk exemplaar is liefde, iedere mens is liefde. Het is goed hierbij toch nog even op te merken dat, in tegenstelling tot wat veelal gemeend wordt, dit begrip liefde, oftewel ineenzijn, niet voor de concrete werkelijkheid van kracht is. Dus niet van kracht voor, zeg maar, de 'kosmos'. Voor die werkelijkheid geldt geen ineenzijn, zij is een 'verzameling' van afzonderlijke dingen. Die dingen zijn opgenomen in een uitermate verfijnd netwerk van relaties, maar dat is heel wat anders dan ineenzijn. Ook is het heel wat anders dat elk afzonderlijk levend verschijnsel op zichzelf wel onder de rubriek 'ineenzijn' valt. Een levend verschijnsel is inderdaad een geheel waarbinnen het ineenzijn van gelding is. Het bewustzijn is daarvan een onmiddellijk gevolg. Maar, dat leidt niet tot een of ander ineenzijn van de werkelijkheid zelf. Toch is het voor de mens zo dat de werkelijkheid, naast een netwerk van relaties, een ondeelbaar geheel is. Hij beleeft de zaak als zodanig en dat kan zo voor hem zijn doordat hij het laatste verschijnsel is. Zijn besef van ineenzijn, oftewel liefde, omvat bijgevolg de totale kosmische werkelijkheid, zonder dat er iets buitengesloten is.

 

185.

Het onvoorwaardelijk gelden van het begrip liefde moge bij de mens dan een feit zijn, het is eveneens een feit dat er van het realiseren van dit feit nauwelijks iets terecht komt. Men kan met recht zeggen dat 'de liefde in de verdrukking zit'. In onze modern-westerse cultuur komt dat door het zich volledig concentreren op de werkelijkheid als zelfbewustzijn. De werkelijkheid als bewustzijn, waar het begrip ineenzijn thuishoort, is ten gevolge daarvan een verdrongen en verwrongen zaak terwijl het berekenbare zelfbewustzijn, met de voorstelling als inhoud, vrijwel onaantastbaar op de voorgrond staat. Daardoor is er onder andere veel, zowel positieve als negatieve, aandacht voor de relaties tussen mensen en dingen. Op zichzelf is dat natuurlijk in orde, want zonder het begrijpen en tot zijn recht laten komen van die relaties wordt het niets met de mensheid. Maar zonder de liefde wordt het ook niets!

 

186.

De twee voor de mens geldende begrippen relatie en ineenzijn laten zich naar het dagelijkse leven vertalen als 'houden van' en 'liefhebben'. Dat houden van kan op van alles betrekking hebben, in ieder geval op andere mensen maar ook op andere dingen. Men houdt zowel van iets als van iemand. Als partners van elkaar houden zijn er over en weer overeenkomsten, dingen dus die zij in elkaar waarderen en als prettig en bevredigend ervaren. Dit echter is volstrekt afhankelijk van de incidentele toestand waarin deze partners zich bevinden. Het is maar net hoe het in een bepaalde periode van iemands leven valt. De hoop van verliefde mensen dat zij hun leven lang van elkaar zullen blijven houden is dan ook in principe ijdel: ieder mens verandert voortdurend zodat ook de relaties met andere mensen zich wijzigen. In feite houden die dus geen stand. Dat is echter welbeschouwd geen ramp !

Waar leven is, is verandering, dat ligt volkomen in de rede. Maar het is wel degelijk een ramp voor de mensen van onze cultuur die doorgaans niet verder komen dan van elkaar te houden. Zij staan immers in het teken van de werkelijkheid als relatie en daardoor is het voor hen noodzakelijk om op zoveel mogelijk gebieden met elkaar overeen te stemmen. Die gezamenlijke interesses worden dan ook krampachtig vastgehouden terwijl de verschillen, die overigens onvermijdelijk steeds prominenter worden, verbeten, doch vergeefs, ontkend worden. De tegenwoordige modern-westerse mens bevindt zich in de fase van een aanvankelijk en dus nog infantiel individualisme. Op grond van dit individualisme komen de persoonlijke eigenaardigheden steeds meer op de voorgrond te staan. Dat leidt er logischerwijs toe dat de verschillen de relaties in toenemende mate gaan verstoren. Het 'houden van' verwordt tot een dubieuze zaak die angst inboezemt vanwege zijn ongewisse toekomst. Om hieraan nog enigszins het hoofd te bieden gaat men er enerzijds toe over de liefdesrelaties niet al te zeer bindend te maken en anderzijds trekt men, doormiddel van hernieuwde waarde-toekenning aan huwelijkse relaties, de banden nauwer aan.

 

187.

De moderne liefdesverhouding komt nauwelijks boven het niveau van 'houden van' uit. Maar eigenlijk zou dit wel het geval moeten zijn. Hij zou eigenlijk een realisatie van het begrip liefde moeten zijn. Niet alleen echter dat men daar geen kans toe ziet vanwege de verdrongen werkelijkheid als bewustzijn, waardoor men helemaal geen raad met de liefde kan weten, maar vooral ook vanwege het feit dat men over zijn eigen individualiteit een volstrekt verkeerde voorstelling heeft. Die voorstelling namelijk berust op buitengewoon ouderwetse ideeën over de verhouding tussen “houden van” en liefde. Al in het oude Oosten dachten de denkers dat de persoonlijke eigenaardigheden van geliefden geen stand zouden kunnen houden in het licht van werkelijke liefde. De geliefden zouden volkomen in elkaar opgaan en zodoende ‘zichzelf verliezen'. Dit laatste kon volgens die oude Oosterse denkers niets anders betekenen dan de dood. Bij het zich realiseren van de liefde behoorde onmiddellijk de dood en andersom konden geliefden elkaar niet op een andere manier dan in de dood vinden. Niet alleen de ouden dachten op die wijze: Ook nu nog weet men geen filosofische oplossing voor het probleem van de tegenstelling tussen het individuele en de liefde, zodat men er ook maar toe over gaat in termen van 'in elkaar opgaan' en 'zichzelf verliezen' te denken. Romantisch is dat wel, maar filosofisch deugt er niets van!

 

188.

Dan is er ook nog de zogenaamde Platonische liefde! Volgens het westerse denken gaat het hierbij om de liefde tussen partners zonder dat er seksualiteit aan te pas komt. Men vindt dat eigenlijk wel wat omdat men meent dat de liefde op die manier een vergeestelijkt karakter krijgt en dat zij dan mooi boven het natuurlijke uitgaat. Zij verheft zich zodoende boven het minderwaardige, namelijk de hartstochten en de vleselijke lusten. Een dergelijke liefde, verheven boven het morbide stoffelijke, wordt als een ideaal gezien. Daarin speelt ook een rol dat men veel waarde hecht aan de onthouding, een idee dat nog stamt uit de oudheid, toen men nog dacht dat het geestelijke een onthouden van het aardse veronderstelde. Dat was overigens ook de mening van Sigmund Freud... In feite heeft die Platonische liefde niets met het al of niet seksueel met elkaar omgaan van partners te maken. Zij heeft zelfs niet met partners te maken! Het gaat om het begrip liefde in de zin van ineenzijn en dat is een zaak van de mens als enkeling, dus de op zichzelf staande individu. Daarbij gaat de liefde in genen dele boven de seksualiteit uit. Zij wordt daarentegen begrepen als een volstrekt andere kwaliteit van de werkelijkheid als mens.

 

189.

Het is de mens als werkelijk individu die de mogelijkheid heeft zichzelf als de werkelijkheid als liefde te ontdekken. Die mens immers is volstrekt zichzelf geworden en als dat een feit is, is het onmiddellijk ook een feit dat er niet alleen maar de werkelijkheid als relatie is, maar ook de werkelijkheid als ineenzijn. Met andere woorden: beide gelden, zowel het “houden van” als het liefhebben. In deze situatie kan de verhouding tussen beide begrippen niet anders liggen dan zodanig dat het “houden van” inhoud is van het liefhebben. Dat leidt tot enkele constateringen die van groot belang zijn voor het welzijn van de mensen en hun liefdes. Ten eerste moet geconstateerd worden dat het “houden van” zo authentiek mogelijk moet zijn, dus zo helder en eerlijk mogelijk. En het spreekt vanzelf dat een zo breed mogelijk overeenstemmen bevorderlijk is voor de ‘gezelligheid' van het dagelijkse leven. Maar het betekent, ten tweede, ook dat het gezamenlijke niet datgene is waarom het wezenlijk gaat. Essentieel is niet de vraag of en in hoeverre er overeenstemmingen zijn tussen de geliefden, maar essentieel is dat de geliefden zo oprecht mogelijk het gehele complex van hun eigenaardigheden laten gelden en er vooral niets van verdringen of verbergen. En dat uiteraard zonder dat de een zijn of haar persoonlijke eigenaardigheden als de maat wil stellen voor de ander en dus voor de verhouding als zodanig. Van elk der geliefden wordt een zo eerlijk mogelijk zichzelf-zijn verwacht.

Ten derde is het evident dat er geen strijdigheid bestaat tussen het individuele en de liefde, maar dat het juist zo is dat de liefde inhoud en betekenis krijgt aan en door het individuele.

 

190.

Het voor de werkelijkheid als mens geldende begrip liefde, oftewel ineenzijn, is een universeel begrip. Dat wil zeggen dat het volstrekt onvoorwaardelijk van kracht is. Je kunt zeggen: het is er gewoon, ongeacht wat dan ook. Wat anders is het als het over de vraag gaat wat er, onder het regime van de verschillende culturen en van de individuele dispositie van de mensen, in de praktijk van dat gelden van de liefde terechtkomt. Daarbij is het evenwel uitsluitend de vraag wat er aan de zaak in de weg staat en niet of men gaat proberen te formuleren hoe de liefde onder de mensen bevorderd kan worden. Toch is dat laatste in een alsnog onvolwassen mensheid het gebruikelijke gedoe, met als gevolg het ontstaan van allerlei vormen van ethiek die tegenwoordig zelfs op academisch niveau uitgebroed en beoefend worden. Dat kan er zo nu en dan toe leiden dat men de mensen met geweld probeert af te dwingen zich aan bepaalde ethische waarden en normen te houden, overigens noodzakelijkerwijs steeds met een negatief resultaat. Een universele kwaliteit laat zich nu eenmaal niet afdwingen. Het is slechts mogelijk belemmeringen op te heffen. Dat komt doordat elke formulering van een universeel principe uitloopt in een verschraling ervan. De zaak wordt immers vastgelegd! Daarmee verliest hij zijn geldigheid omdat hij nu, hoewel in wezen volstrekt onvoorwaardelijk van karakter, van iets absoluuts in iets bepaalds veranderd is. Je kunt dus stellen dat “geformuleerde ethiek” onmogelijk ethisch kan zijn.

 

191.

Zoals gezegd houdt het begrip liefde in dat alles ineen is. Voor het besef van de mens is “het een” derhalve niet van ´het ander´ gescheiden, maar op zijn eigen specifieke wijze dezelfde werkelijkheid als “het ander”. Dat maakt het mogelijk en begrijpelijk dat de grens tussen beide een overgang is en niet een afscheiding. Verder geldt de liefde op universele wijze zodat zij volstrekt onvoorwaardelijk is. Het is dan ook niet terecht dat mensen iets of iemand buitensluiten, want er zijn geen redelijke criteria op grond waarvan een dergelijke uitsluiting verdedigd kan worden. Dat betekent dus in de praktijk dat ook discriminatie geheel en al buiten het universele begrip liefde valt. Terecht zijn de moderne mensen tot het inzicht gekomen dat discriminatie geen pas heeft. In het kort is te zeggen dat dit alles bij elkaar leidt tot het inzicht dat elke individuele mens onder alle omstandigheden onaantastbaar is. Zijn bestaan is zogezegd 'in zichzelf gerechtvaardigd'. Niemand kan daar een oordeel over vellen. Iemand mag er zijn en moet er kunnen zijn, louter op grond van het feit dat zij of hij er nu eenmaal is. Dat betekent uiteraard ook dat iemand er op eigen wijze moet kunnen zijn, zonder dat anderen macht over hem of haar uitoefenen met de bedoeling genoemd 'op eigen wijze' naar eigen goeddunken in te vullen en af te dwingen. Niemand heeft dus het recht zijn medemens naar zijn hand te zetten. Hoezeer een bepaalde persoon ook onaangenaam kan zijn en zelfs wel een uitgesproken misdadig gedrag kan vertonen, het is een nog grotere misdaad hem of haar buiten te sluiten. De uiterste consequentie hiervan, namelijk het veroordelen tot en voltrekken van de doodstraf is bijgevolg al helemaal uit den boze! Waar het in feite op aan komt is de door de misdadiger verbroken werkelijkheid weer tot een eenheid te brengen, hetgeen onder andere betekent dat de misdadiger weer in het geheel opgenomen moet worden, inderdaad het tegenovergestelde van het buitensluiten. Dat is een genezingsproces dat niets met bestraffing te maken heeft. Hier zijn 'heelmeesters' nodig en geen wrede bestraffende autoriteiten. Overigens betekent dit in genen dele dat de gepleegde misdaden nu vergoelijkt gaan worden. Omdat zij voortkomen uit een ernstige verstoring van het 'ineenzijn’ zal men daarentegen juist met grote zorg tewerk gaan. Dat is heel iets anders dan de tot op heden bij misdadigheid gevolgde procedure. Na de veroordeling door de rechter spelen die misdrijven immers als zodanig nog nauwelijks een rol. Het gaat dan alleen nog maar om vergelding doormiddel van het ondergaan van straffen. Als tenslotte, na de uitgezeten straftijd, aan die behoefte tot vergelding voldaan is beschouwt men de misdaad ook als verzoend, maar dat is onjuist, zoals maar al te vaak blijkt als misdadigers tot recidive overgaan. Een vergolden misdaad is immers nog lang geen 'geheeld ineenzijn'.

 

192.

Er is een bepaalde sequens: het begrip liefde wordt opgevolgd door het begrip “houden van” en dat begrip gaat over naar het begrip seksualiteit om tenslotte in het begrip voortplanting uit te lopen. Van deze vier begrippen is alleen het eerstgenoemde universeel en dus onvoorwaardelijk geldend. De andere drie begrippen kunnen door de mens al dan niet aanvaard worden en ook bepaalt het individu er zelf de inhoud en aard van. Hoewél deze drie begrippen een zekere volgorde vertonen is het de mens mogelijk ook daar onverschillig voor te zijn. Dat wil zeggen: de voortplanting is eigenlijk onmogelijk zonder de vooronderstelde seksualiteit, maar zoals bekend kan die seksualiteit omzeild worden, bijvoorbeeld door kunstmatige inseminatie. Andersom kan de mens de seksualiteit zo inkleden dat het natuurlijke gevolg ervan, namelijk de voortplanting, niet optreedt. En ook kan het “houden van” vrij  zijn van elke vorm van seksualiteit en voortplanting.

Al deze mogelijkheden gelden voor de mens omdat hij, in de kwaliteit van laatste evolutionaire mogelijkheid, overal 'nee' op kan zeggen en aan alles een eigen betekenis kan geven. In principe geldt, dat er geen voortplanting kan zijn zonder seksualiteit en geen seksualiteit zonder “houden van”. Dat wil zeggen dat er aan de voortplanting een 'door het mannelijke benaderen van het vrouwelijke' voorondersteld is en dat dit benaderen gebaseerd is op een zoveel mogelijk met elkaar overeenstemmen van de partners. Gewoonlijk gebeurt dit benaderen immers niet in het wilde weg, zelfs niet als er sprake is van prostitutie. In feite zijn er tal van variaties mogelijk, maar het zijn natuurlijk wel variaties op de sequens 'houden van', 'seksualiteit' en 'voortplanting'. En nogmaals zij er op gewezen dat het begrip liefde wel kan doorklinken in genoemde sequens van begrippen, en soms op een buitengewoon mooie en zuivere manier, maar dat het er op zichzelf niets mee te maken heeft.

 

193.

In principe gaat het in de seksualiteit om het door het mannelijke benaderen van het vrouwelijke en in de voortplanting om het door het vrouwelijke als haar inhoud opnemen van het mannelijke. Wat dit laatste betreft is het gewoonlijk wel voor een ieder duidelijk dat het over een spel tussen het vrouwelijke en het mannelijke gaat, maar er wordt lang niet altijd ingezien dat hierin het vrouwelijke, in de vorm van de eicel, de bepalende is. Zij maakt uit welke zaadcel in haar door mag dringen. Aan het 'opdringerige' gedoe van de haar benaderende zaadcellen heeft zij in feite geen boodschap! Maar, als het over de seksualiteit gaat denkt men maar al te vaak dat het spel tussen het vrouwelijke en het mannelijke betekent dat de partners uit een vrouw en een man moeten bestaan en dat homoseksuele verhoudingen er, als zouden die onmogelijk zijn, buiten moeten vallen. Vooral in godsdienstige kringen wil men er graag zo over denken, in samenhang overigens met de gedachte dat seksualiteit op zichzelf verkeerd is omdat het een zaak van voortplanting behoort te zijn. Men baseert zich hierbij op de natuurlijke gang van zaken en heeft niet in de gaten dat dit voor de mens een gepasseerd station is. Het gaat wel om het vrouwelijke en het mannelijke, maar beide kwaliteiten kunnen gemakkelijk in zowel de ene als de andere sekse voorkomen. Zelfs kunnen zij in een individu voorkomen, zoals bij de hermafrodiet het, doorgaans toch wel tragische, geval is.

 

194.

Op den duur zullen de mensen cultureel volwassen worden. Het is natuurlijk met geen mogelijkheid te voorspellen hoe lang dat nog zal duren. In ieder geval zal de mens als individu volledig uitgewikkeld moeten zijn, niet alleen hier of daar op bepaalde plaatsen, maar overal op de planeet. Tot in de verste uithoeken. Onder 'uitgewikkeld' moet in dit verband verstaan worden dat niet alleen het, vaak alleen maar op idealisme berustende, besef van individualisme wakker geworden moet zijn, maar vooral de praktijk die daar onvermijdelijk uit volgt. Dat is een praktijk waarin de ene mens de aanwezigheid van de andere mens onvoorwaardelijk erkent, niet alleen in theorie, zoals thans op de beste momenten van de moderne westerse wereld het geval is, maar vooral ook psychisch. Men zal het dus helemaal niet meer 'over zijn hart kunnen verkrijgen' een medemens op enigerlei wijze te benadelen of te hinderen in haar of zijn individuele bestaan. Hoe die medemens is, een doener of een dromer, een kunstenaar of een technicus, een manager of een uitvoerder en in al die hoedanigheden als vrouw of als man, is al bij voorbaat tenvolle erkend en gerespecteerd. Dat is iets zo vanzelfsprekendst geworden dat men er niet eens meer bij stil staat.

Bovenal echter zal het een vrouwelijke wereld zijn. Eigenlijk zelfs een moederlijke wereld, in die zin dat het vrouwelijke haar wezenlijke inhoud heeft gekregen. Het mannelijke is dan immers een volwassen zaak geworden, een zaak die niet langer tegenover het vrouwelijke staat maar daarin geheel en al opgaat en op die manier eindelijk zinvol is geworden. Dat houdt vanzelfsprekend ook het einde van de destructie in, zoals die tot aan de volwassenheid telkens weer het resultaat van de mannelijke activiteiten blijkt te zijn. En ook is er dan een einde gekomen aan het geschipper waartoe vrouwen in een alsnog onvolwassen wereld veroordeeld zijn omdat zij, als zij dat wensen, geen moeder kunnen zijn zonder zich in de idiootste bochten te moeten wringen om maatschappelijk mee te kunnen komen. In genoemde 'moederlijke' wereld kan zij zonder problemen het moederschap uitoefenen. Er is dan geen sprake meer van dat het moederschap gebaseerd is op en voor het kind en voor de moeder fnuikende lichamelijke en psychische noodoplossingen. Dit betekent uiteraard niet dat het over een soort van moedercultus gaat.

Zo'n cultus is in een volwassen wereld onmogelijk omdat een moedercultus een eenzijdig mannelijke zaak is, zelfs een uitgesproken patriarchale zaak. Dat was duidelijk bij het Fascisme en het Nationaal-socialisme. De vrouwen waren toen gedwongen om zoveel mogelijk kinderen te baren. Dat was hun 'dienst' aan het vaderland! Patriarchaler kan het welhaast niet! Eigenlijk kende het Rooms-katholicisme ook een moedercultus, want haar priesters drongen ook aan op het stichten van kinderrijke gezinnen, met geen andere bedoeling dan het vergroten van de kerkelijke macht over de mensen. Deze moedercultus is wat anders dan de verering van Maria als 'Moeder Gods'. Hierbij gaat het namelijk om een maagdelijkheidscultus die in een kuisheidstrauma culmineerde, maar de bedoelde moedercultus was gewoon pragmatisch van aard. Er moesten zieltjes gewonnen worden.

 

195.

De toekomstige volwassen wereld zal een vrouwelijke wereld zijn. Dat wil evenwel niet zeggen dat het dan een wereld van vrouwen is. Als dat het geval zou zijn hadden wij in feite weer met een mannelijke zaak van doen. Het ging dan over vrouwen die zich op mannelijke wijze lieten gelden. In het grijze verleden schijnt er het rijk van de Amazones geweest te zijn, ergens bij de Zwarte Zee, enige eeuwen voor onze jaartelling. Deze Amazones waren uitermate krijgslustige, zelfs wel agressieve, dames. Zij gingen veelvuldig op veroveringstocht. Mannen uit de omgeving moesten al of niet onder dwang kinderen bij hen verwekken. De jongetjes werden terstond ter dood gebracht of weggegeven, maar de meisjes werden opgevoed tot nieuwe krijgers, die grondig geoefend werden in het hanteren van de boog. Er was een koningin en dus ook een autoritaire maatschappelijke structuur. Al met al een typisch mannelijke aangelegenheid! Dan waren er, zo omstreeks 600 voor onze jaartelling, ook nog de dames van het eiland Lesbos, met als de meest beroemde vertegenwoordigster de Griekse dichteres Sapfo. Zij dichtte liederen die tot de toppen van de wereldliteratuur behoren. Het was daar op Lesbos een gemeenschap van homoseksuele vrouwen, die naar verteld wordt, een heel vredige en liefdevolle samenleving vormden. Dat was op zichzelf dan wel geen mannelijke zaak, maar uiteraard ook geen vrouwelijke, zoals die de volwassen wereld typeert. Tenslotte kan nog gedacht worden aan matriarchale samenlevingen. Die waren in de oudheid niet ongewoon. Maar ook daar was sprake van bepaalde machtsstructuren, die evenwel in zoverre bijzonder waren dat zij zich langs de vrouwelijke lijn bewogen. Eigenlijk was dat net zoiets als bij de genoemde Amazones het geval was en ook schijnt bijvoorbeeld de huidige Surinaamse samenleving nog sterke matriarchale trekken te vertonen. Maar, van volwassen samenlevingen is nog steeds niet te spreken. De volwassen wereld is vrouwelijk. Zij staat in het teken van de werkelijkheid als geheel. Dat betekent dat het vrouwelijke eindelijk een concrete inhoud heeft gekregen en dat die inhoud, het mannelijke, geen slag in de lucht meer is, maar tenvolle reëel en zinvol. Het mannelijke is als het ware 'thuis gekomen'. Voor die wereld zijn de begrippen van De Grote Vierslag werkelijkheid geworden. Dat wil zeggen dat “het een” noch “het ander” enige waarde heeft (nihilisme), dat de mens zichzelf bestuurt (anarchisme), dat de ene mens zonder voorbehoud het bestaan van de andere mens erkent (socialisme) en dat de mensen leven volgens het inzicht dat zij met zijn allen zijn (communisme).

Het zal nog lang duren vooraleer dit allemaal werkelijkheid is geworden, maar dat mag geen excuus zijn om het in ons eigen kleine wereldje niet ernstig te proberen...

 

Rotterdam, juli 1998.

 

RELATIEPROBLEMEN (zie bladwijzers)

 

 

Wilt U meer artikelen/werken lezen van Jan Vis, creatief filosoof, klik hier en ga naar de link: opgevraagde werken, artikelen en cursussen bevinden zich hier..!

 

Naar:de Startpagina

 

 

 

website analysis
online hit counter