Terug naar: de Startpagina
waarde,waardeloosheid,
zingevingen.
Help mee om deze site te
promoten. Vertel het uw…!
(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes
)
Naar bladwijzers: ; de waarheid-2 ; onverdraagzaamheid ; idealen
; Waarde hechten aan
; waardegevoel ; Waardebevestigend
/ Waardevernietigend ; terreur
verspilling
; Houvast-1 ; Houvast-2
; bezuiniging
; Idealen
/ Overtuiging
Naar
artikelen: Een grens te ver ; Dat verrekte Nihilisme ; Nihilisme: Zie no. 1 ; Nihilisme en Anarchisme als basis van het Atheïsme
; Discrimineert
/ onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; De Grote Vierslag; nihilisme, anarchisme, socialisme,
communisme. ; Waar gaat het in de mensheid nu wezenlijk om..?
; Datverfoeilijkeindividualismedvg248 (derde
vervolg ; de schijnbare tegenstelling individu-gemeenschap,
kapitalist-proletaar en liberaal-socialist) ; Verzorging
/ verzorgen.? Vergeet het maar..! (zie bladwijzer) ; Veiligheid ; Het
toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst
en Geloof ; Evolutie
of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst
; God
bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme
; De
verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de
Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een
Theocratie- zie afl. 18 ; Ongewenst
atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens te ver (Israël) ; Verbieden
van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Hoe zit het nou met god ; Waarom is de
Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse
Wereld..? ; Discrimineert
/ onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 : De Islam ; Het staat in
de Koran- zie aflevering 36 ; Sjari’a De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer
; Artikelen
betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle
ingezetenen van Nederland.!.?
Naar bladwijzers: ; de waarheid-2
; onverdraagzaamheid
; idealen ; Waarde hechten aan ; waardegevoel ; Waardebevestigend / Waardevernietigend ; terreur verspilling ; Houvast-1
; Houvast-2 ; bezuiniging ; Idealen / Overtuiging
Er zijn mensen in deze wereld die handelen in
schoonheid. Zij kopen en verkopen kunstwerken die algemeen als waardevolle
voorwerpen beschouwd worden. De prijzen lopen op tot in de miljoenen. Een
Rembrandt bijvoorbeeld is een gewild artikel, daar heb je altijd liefhebbers
voor...
Het is maar wat de gek er voor geeft...
Maar wat is nou eigenlijk de waarde van zo een
schilderij? Waaraan wordt die waarde bepaald? Heeft het schilderij een
maatschappelijk nut? We weten het niet. Wat is de waarde van goud? Ik vraag nu
niet naar de goudprijzen; dat laat ik over aan de speculanten die juist dezer
dagen flink in de weer zijn om hun slag te slaan. Ik vraag naar de waarde. Want
het gekke is dat niemand er iets mee doet - behalve de tandarts dan, maar die
vergeet ik maar liever, om meer dan één reden. Goud is al heel lang bekend in
de wereld; het behoort tot de oudste toegepaste metalen. Het laat zich goed
bewerken en het is, als je de plek weet, betrekkelijk gemakkelijk te winnen. En
het ziet er zo mooi uit; de glans ervan deed vroeger de mens denken aan het
goddelijke, het hemelse licht, dat een licht vol schoonheid was. De
hemelkoningin Afrodite, die als godin van de liefde het glanspunt van de
werkelijkheid was, werd genoemd de gouden Afrodite. En, dichter bij huis, was
de nijvere wereldse Isolde de verraadster van de edele held Tristan en zij werd
genoemd: Isolde met de blanke handen.
Maar de geliefde, die met Tristan de dood in ging
was boven de waardevolle nijverheid verheven; zij was Isolde met de gouden
haren. Wat heb je aan gouden haren, wat koop je er voor, wat is de waarde
ervan? We weten het niet meer (dit in genante tegenstelling tot de
vroeg-europese mens voor wie het verhaal van Tristan en Isolde betekenis had).
Ik vraag u: wat is de waarde van een brood in een wereld waarin gebrek heerst
en wat zou de waarde zijn van datzelfde brood als wij elkaar zouden helpen en
eerlijk verdeelden? Wat is de waarde van de lucht die wij inademen en die tot
voor kort nog ruimschoots voorhanden was? En wat zou de lucht straks waard zijn
als je ze alleen nog maar in flessen kan krijgen omdat onze dampkring verziekt
is door diegenen die voor ons zo goed weten wat wij willen? En tenslotte: wat
is de waarde van een mens. Wat kostte vroeger een slaaf, en wat kost de moderne
variant, de arbeider. Wat is de waardigheid van een mens en waarom zeggen wij
tegenwoordig allemaal dat wij vinden dat die waardigheid hoog gehouden moet
worden - zonder daarvan overigens in de praktijk veel blijk te geven.
Allemaal vragen, beste
vrienden, waarop het antwoord niet zo gauw te geven is.
De woorden hanteren wij
gemakkelijk. En wij herkennen die woorden en knikken al instemmend nog voordat
wij gehoord hebben wat er eigenlijk gezegd wordt. De taal is voor ons een
formule geworden; wij houden ons bezig met slagzinnen en ons instemmend geknik
slaat dan ook meer op het feit dat wij de meeste van die slagzinnen kennen, dan
dat het slaat op het verstaan van de uitgesproken gedachte. Ons denken gaat zo
langzamerhand op in het rangschikken van slagzinnen; de daarachter liggende
gedachten zijn ons veelal vreemd en zij verontrusten ons. Met de vragen, die ik
zojuist gesteld heb, weten we gewoonlijk geen raad; hoe meer we erover
nadenken, hoe vreemder en verwarrender de zaak wordt. We hebben het idee alle houvast te verliezen en in een ongrijpbaar niets ten onder
te gaan. Dat is iets onverdraaglijks.
Het verliezen van houvast
is niet alleen voor ons iets onverdraaglijks, het heeft ook in de filosofie
grote verontrusting veroorzaakt.
Want als je nergens een punt van houvast kan vinden betekent dat dat er ook geen
onbetwistbaar uitgangspunt voor het denken is.
Het zou mooi geweest zijn als dat uitgangspunt er
wel was, immers, je behoefde dan maar een logisch sluitend stelsel op te bouwen
om vanzelf de waarheid
te vinden, en niet alleen de waarheid, maar ook de verklaring voor de
verschijnselen die wij om ons heen zien. Misschien kon je zelfs wel achterhalen
waar er in de menselijke ontwikkeling een breekpunt gekomen was, waar de
mensheid de verkeerde weg opging en uiteindelijk terechtkwam in de chaos die
wij nu meemaken. Opmerkelijk is dat in de filosofie tot op de dag van vandaag
de neiging bestaat dat vaste uitgangspunt te zoeken. Ik denk niet dat het nodig
is aan dit gezelschap dat hier vandaag bijeen is uit te leggen dat de
godsdiensten, alle godsdiensten, natuurlijk steunen op een of ander uitgangspunt,
een of andere godheid die alpha en omega is, begin en einde; uitgangspunt voor
het geloof en conclusie voor datzelfde geloof. Een uitgangspunt voor de
vrijdenkende filosofie, en voor het filosofische vrijdenken, kan ik u vandaag
niet geven, niet omdat ik het niet weet, maar omdat het er eenvoudig niet is.
Vrijdenken is voor mij niet alleen niet-godsdienstig denken maar in de meest
letterlijke zin niet-gelovig denken. Dus het is een denken zonder een
aangenomen, een geopenbaard, dat wil zeggen een door mij verzonnen
uitgangspunt.
Het is een denken in pure beweeglijkheden.
Daarop kom ik straks nog terug.
Beweging
en Verschijnsel (deel 1, 2, en 3 )geeft u op een heldere, genuanceerde
wijze een antwoord op het denken in pure beweeglijkheden.
Friedrich Nietzsche, die
zijn belangrijkste filosofische werken tussen 1870 en 1890 schreef, leefde in
een tijdvak waarin de helderste koppen uit de westerse beschaving tot het
verpletterende bewustzijn kwamen dat er geen vast punt in de werkelijkheid is.
Dat dus alles wat je tracht te doordenken je tenslotte ontglipt en in de nevel
verdwijnt. Voor Nietzsche was dat inderdaad onverdraaglijk hoewel het hem er
tevens toe bracht het denken over de werkelijkheid op een geheel nieuwe wijze
aan te pakken. Dat leverde vernietigende conclusies op over de filosofie, het
geloof - in het bijzonder het christendom - en de wetenschap. KUNST, POLITIEK
en MORAAL werden door Nietzsche genadeloos ontleed en ontmaskerd als door de
mens angstvallig vastgehouden houvasten die die
mens eerder remden in zijn ontwikkeling dan dat zij hem voorthielpen.
Begrijpelijk wordt dan de verzuchting: was er maar géén moraal, geen geloof en
geen cultuur. Het schoons dat de mens oplevert is tevens zijn barrière, zijn
onoverkomelijke hindernis op de weg naar mens-zijn. Dostojewski, die in
dezelfde tijd als Nietzsche zijn werken publiceerde, heeft in zijn roman BOZE
GEESTEN ook een indringende tekening gegeven van de mens voor wie het houvast letterlijk vervluchtigd is. Nicolai Stawrogin is de
figuur in wie dit tot leven is gekomen. Deze mens is intelligent, maar tegelijk
onberekenbaar, zoals de werkelijkheid onberekenbaar is. Maar beiden, Nietzsche
en Stawrogin gaan ten onder, de eerste omdat zijn ontdekking uiteindelijk
onverdraaglijk bleek, en de tweede, Stawrogin, omdat zijn nihilisme zich in een
wereld van normen niet kon laten gelden en erdoor verstikt werd.
Intussen is het grote woord gevallen: NIHILISME.
Dat is de zaak waarom het nu in mijn voordracht
draait. Dit nihilisme veroorzaakte 100 jaar geleden, toen het eigenlijk alleen
nog maar een thema voor het denken was, een hevige onrust. En tegelijk daarmee
natuurlijk afgrijzen bij diegenen die, vast geworteld in de Europese cultuur,
hun dierbare houvasten niet wilden en konden missen.
Inmiddels zijn we 100 jaar verder. Het begrip nihilisme is een andere rol gaan
spelen: het heeft zich van een denk-thema ontwikkeld tot een sociaal-thema, een
thema dat meer of minder bewust zijn rol speelt in het dagelijkse leven van
alle mensen. Zo'n sociaal-thema ligt als een soort sfeer in en over de wereld;
Vele gedragingen van de individuele mensen vertonen een sterke nihilistische
inslag zonder dat men er meestal toe komt het begrip nihilisme in dit verband
te hanteren.
Anderzijds worden zaken wel met nihilisme benoemd
die er eigenlijk niets mee te maken hebben. Een onverschillig-zijn voor
bijvoorbeeld de politiek of voor wetenschap wordt vaak nihilisme genoemd
terwijl het er direct niets mee te maken heeft. Veel van de huidige
onverschilligheid komt NIET voort uit nihilisme, maar uit wanhoop die ontstaan
is uit het onafgebroken teleurgesteld zijn van vele mensen. Die teleurstelling
vertoont zich niet alleen op het maatschappelijke vlak, zoals bijvoorbeeld de
teleurstelling van vele oude arbeiders in het socialisme, maar vooral op het
vlak van het dagelijkse leven. In dat leven mislukt eigenlijk
alles, ook al hebben sommige dingen er de schijn van gelukt te zijn. In dit
mislukken speelt de VERVREEMDING een grote rol. Hierop ga ik thans niet nader
in want de volgende spreker, Aad Kieboom, zal hierover ongetwijfeld het een en
ander te zeggen hebben. Het nihilisme, zoals dat tegenwoordig als een sfeer in
de wereld hangt, wordt duidelijker getypeerd met de verzuchting van vele vooral
jongere mensen dat alles waardeloos is. Let U wel op: zij zeggen dit nog
voordat zij begonnen zijn van hun eigen leven iets te maken, dus nog voordat
zij eventueel reden hebben om teleurgesteld te zijn. Zij zien niet op hun leven
terug en vinden het dan waardeloos, maar zij zien daarentegen tegen hun leven
aan en worden dan overrompeld door een besef van waardeloosheid. Dit
verschijnsel nu is een uiting, een zich openbaren, van nihilisme, en wel een
nihilisme dat meestal ongewild zich als cultuurontwikkeling doorzet. En
intuïtief kiezen de mensen daarvoor de juiste uitdrukking: zij vinden alles
waardeloos. Aan het begin van deze voordracht heb ik een aantal vragen gesteld
die betrekking hebben op ons waardebegrip inzake dingen uit het leven van alle
dag. Bewust heb ik daarbij verschillende zaken door elkaar gehaald: nuttige zaken
zoals brood en in oude tijden het goud, en niet-nuttige zaken zoals
schilderijen en zelfs min of meer symbolische zaken zoals de gouden haren van
Isolde. U begrijpt dat ik daarmee een bedoeling heb. Welnu, zolang de mensheid
nog onvolwassen is staan de mensen in het teken van het HEBBEN. Het is met het
begrip hebben merkwaardig gesteld. Het geldt namelijk alleen maar zolang
en voor zover het gekoppeld is aan het tekort. Is er in de mens het besef iets
tekort te komen, dan ontstaat in hem, als gevolg daarvan, de wil tot hebben.
Het kan best zijn - en aanvankelijk is dit in de mensheid ook zo - dat een mens
helemaal niet weet waar het tekort zit en dat het hem bijgevolg helemaal niet
duidelijk is wat hij eigenlijk wil hebben.
Anderzijds kunnen wij stellen dat de mens alles
wil hebben en dit trekje in hem komt ons welbekend voor: laat de
wereldgeschiedenis niet één ononderbroken stroom van mensen zien die alles in
het werk hebben gesteld zoveel mogelijk te hebben, een streven dat gedragen
wordt door de behoefte alles te hebben en dan in de praktijk maar te zien
hoever je komt. Het is niet verwonderlijk dat de mens alles wil hebben. Als wij
ons realiseren dat hij de laatste mogelijkheid van organisatie van de materie
is, dat er dus bijwijze van spreken geen hogere organisatievorm van de materie
na hem denkbaar is, dan begrijpen wij hopelijk ook dat hij als zodanig alles
insluit. Want al het andere is als het ware een voorstadium van de mens en is
daarom bij hem inbegrepen. Hij heeft alles IN ZICH, en we kunnen ook zeggen:
het is zijn natuurlijk en vanzelfsprekend bezit. In feite hééft de mens de
gehele werkelijkheid en zijn wil tot hebben is niets anders dan het zich
verwerkelijken van het feit dat hij natuurlijk en vanzelfsprekend alles bezit.
In ieder afzonderlijk mens heeft deze verwerkelijking plaats. Maar zolang deze
verwerkelijking niet voltooid is blijft het besef van het tekort hangen en dat
veroorzaakt de wil tot hebben. Deze wil richt zich op alle verworvenheden van
de mens; ten onrechte wordt vaak gedacht aan de materiele dingen, maar ik wijs
er op dat tegenwoordig meer en meer het accent komt te liggen op datgene dat
niet-materieel is, de kennis bijvoorbeeld. Maar die kennis is op zijn manier
toch ook weer materieel omdat onze kennis vrijwel uitsluitend opgaat in de
abstractie van het materiele. Dat is datgene dat er te voorschijn komt als je
de materie ontleedt, als je de materie analyseert.
De belangstelling voor werkelijk niet-materiele
kennis is niet zo groot in onze wereld, kennis dus die zich uit in de kunst,
in het psychische leven van de mensen en, als het goed zou zijn, ook in de
filosofie.
De kennis die een abstractie is van het materiele
is op zijn wijze ook materie, en dat heeft tot gevolg dat die kennis sociaal en
economisch hoog gewaardeerd wordt. De wil tot hebben, met als basis het alles
bezitten en het besef van het tekort, heeft tot gevolg dat de mensen de dingen
om hen heen met elkaar gaan vergelijken en er als gevolg daarvan een waarde aan
gaan toekennen. Die waarde hangt ten nauwste samen met het begrip schaarste.
Iets is schaars als het wel voorhanden is, maar te weinig voorhanden is. Als er
dus naast het voorhanden-zijn ook van een tekort gesproken moet worden. De
schaarse artikelen vertegenwoordigen een waarde. Wanneer de schaarste van die
artikelen door een voldoende productie of anderszins opgeheven wordt daalt ook
onmiddellijk de waarde. De zaak krijgt iets vanzelfsprekends. Een voorbeeld is
het brood: in onze westerse wereld is het brood over het algemeen in voldoende
mate voorhanden. Iedereen vindt het vanzelfsprekend een brood te gaan halen, en
van de mensen die voldoende geld hebben haalt niemand het in zijn hoofd méér
brood te gaan halen dan hij nodig heeft. Het brood is wezenlijk waardeloos
geworden. Let u wel op dat ik nu spreek over het artikel brood, en niet over
het feit dat men op de PRODUCTIE van het brood winst kan maken om daarvoor weer
de zogenaamde waardevolle dingen te kunnen aanschaffen. Het voorhanden zijn van
het brood is voor ons vanzelfsprekend geworden want er is voldoende voorhanden;
hoe anders en hoe treurig is het gesteld met driekwart van de mensheid voor wie
een brood nog ontzaglijk waardevol is...
De
lucht die wij inademen is ook een goed voorbeeld.
Tot nu toe heeft nog niemand daarmee een handeltje
kunnen beginnen, dus bij dit voorbeeld valt het winstoogmerk ook weg. De gehele
mensheid, inclusief de vele armen, ademt vrijelijk de lucht in en vindt dit
vanzelfsprekend. Waardevol wordt de lucht pas als er nauwelijks meer zuivere
lucht is, maar tot nu toe kunnen wij het met de dampen die ons omringen nog wel
redden. Wanneer het op den duur de mensheid gelukt alles te produceren wat voor
de mensen nodig is treedt vanzelf de waardeloosheid op.
Deze gedachte opent een
nieuw uitzicht op het vraagstuk van de VERSPILLING.
Bijna iedereen denkt dat de verspilling voortkomt
uit de ongebreidelde overproductie van met name de WESTERSE WERELD.
Maar de verspilling komt juist voort uit het feit
dat er een tekort is. Want doordat dit tekort er is zijn er vele dingen van
waarde, en dat houdt onmiddellijk in dat er ook vele dingen minderwaardig zijn
en die worden dan in meerdere of mindere mate verwaarloosd en verspild.
Er zijn denkers die menen dat de oplossing uit de
huidige economische crisis gelegen is in bezuiniging, of in het teruggaan naar bijvoorbeeld
de dertiger jaren wat het levenspeil betreft, maar dat is in mijn gedachtegang
onzin, en wel om twee redenen: ten eerste omdat dit lagere levenspeil
onvermijdelijk toch weer voor de gewone mensen moet gaan gelden en niet voor de
bovenlaag van onze maatschappij, en ten tweede - uiteraard daarmee samenhangend
- omdat het lagere levenspeil een vergroting van het tekort inhoudt en dus een
hogere waardering van de waarden. Hoe asociaal het in het huidige tijdsgewricht
ook mag klinken: Ik zeg dat de mensen gelijk hebben als ze niet van zins
zijn zich de verworvenheden van hun eigen wereld te ontzeggen.
Wat het gemeenschappelijk denken en de
gemeenschappelijke inspanning aan goederen opgeleverd hebben is van alle mensen
en moet er dus zijn voor alle mensen.
En het is dan bovendien een stap voorwaarts op de
weg der ontwaarding.
Het is dan ook niet voor niets dat juist in de
zogenaamd rijke westerse wereld het verschijnsel van het nihilisme zich
gaandeweg doorzet. Juist die westerse wereld werkt zich daarnaar toe, zoals
naar ik hoop inmiddels duidelijk is geworden. Wat is nu de consequentie van de
waardeloosheid van de dingen. Is die nu, zoals veelal gemeend wordt, dat de
dingen dan verwaarloosd zullen gaan worden? Neen, de consequentie is dat de
dingen dan terecht zijn. Want ze worden dan gefabriceerd en behandeld zoals ze
op grond van hun functie in het menselijk leven gefabriceerd en behandeld
moeten worden.
Moeten worden vanuit hun eigen aard en bedoeling.
Dat betekent dat een koelkast inderdaad een
koelkast is en geen waardeobject waarmee je bijvoorbeeld winst kunt maken, of
waarmee je kunt opscheppen tegenover je buren. Dat betekent dat die koelkast
uitsluitend gemaakt wordt om te koelen en niet om er lekker aan binnen te
lopen. Nu is de koelkast eerst waarde- en dus winstobject, en dan moet hij ook
nog een nauwkeurig berekende tijd kunnen koelen... maar als het zonder koelen
zou kunnen, dan graag!
Dan is de koelkast alleen maar wat hij is,
namelijk koelkast.. !
En zover komt het alleen maar als de zaak
waardeloos wordt. Als de dingen waardeloos zijn voor het besef van de mens
kunnen ze voor hem alleen nog maar betekenis hebben. De betekenis hangt samen,
wat de dingen betreft, met de functie die zij in het leven vervullen.
We kunnen hier spreken van een betrekkelijke
betekenis.
De betekenis is afhankelijk van de functie van het
ding in mijn leven. In mijn leven heeft, omdat ik graag muziek maak, een piano
betekenis, maar in het leven van een ander mens kan die piano zonder betekenis
zijn.
Hecht hij geen waarde aan de dingen,
dan zal hij geen piano hebben, maar hecht hij wel waarde aan de dingen, dan zal
hij hem bijvoorbeeld uit Statusoverwegingen aanschaffen.
Duidelijk zal zijn dat de betekenis der dingen iets
geheel anders is dan de waarde der dingen.
Ik ga zelfs zover dat ik zeg dat waardevolle
dingen in principe géén betekenis hebben. De waarde staat aan de betekenis in
de weg. Nooit werd mij dat meer duidelijk dan toen ik een man leerde kennen in wiens
huis het vol stond met zeer waardevolle dingen, en bij wie letterlijk alles te
koop bleek te zijn - als je maar genoeg bood ! Hij deed er zonder probleem
afstand van, want in feite betekende het allemaal niets voor hem. En het kon,
door de waarde, ook niets betekenen. Voor andere mensen evenwel kunnen
diezelfde dingen wel iets betekenen, en dat kan een reden zijn om ze van die
man te kopen.
Meestal echter koopt men zijn spullen om de waarde
ervan; als de koopprijs beneden de waarde lijkt te liggen is dat reden tot
kopen over te gaan... kortom het gewone gescharrel van de onvolwassen mens. De
betrekkelijke betekenis van iets is dus,
op grond van het feit dat dit iets moet kunnen functioneren, een aan de
individuele, subjectieve, mens gebonden aangelegenheid.
We kunnen hier spreken van de zin der dingen die
ieder voor zich om zich heen heeft. Ieder levend mens zit vol met zingevingen,
maar omdat deze meestal verward worden met waardebepalingen, wordt het
doorgaans een rommeltje. Men gaat dan langs een gewoonlijk leugenachtige
rationele redenering voor zichzelf aantonen dat bijvoorbeeld de aanschaf van
een auto zinvol is. Maar in feite vertegenwoordigt de auto iets waardevols,
samenhangend met het feit dat de buurman géén auto heeft. Een spiegeling dus aan
de ander, en niet een zoeken naar de zin van iets voor het eigen leven. Maar de
rationele redenering dient er wel toe de zin aan te tonen, en zo zie je maar
weer dat de mens van nature aanvoelt hoe eigenlijk de verhoudingen liggen: Hij
zou anders niet over de zin van zijn auto zitten te zeuren als hij de waarde
bedoelt....
Naast de betrekkelijke betekenis is er ook nog te
spreken van een absolute betekenis.
De gouden haren van Isolde duiden op iets
absoluuts, iets dat ongeacht de subjectieve menselijke beoordeling waar is.
Hetzelfde geldt voor datgene dat Rembrandt te zeggen heeft. Nogmaals : zonder
dat het er voorlopig iets toe doet of Ik zie waarom het gaat. Als Ik het niet
zie, ziet stellig een ander het wel. Dit blijkt duidelijk uit het feit dat de naamloze
generaties van mensen feilloos het werk van Rembrandt selecteren uit alle
andere kunstproducten en het een ereplaats toekennen. Hetzelfde geldt voor
Beethoven, Bach, Dostojewski en nog een aantal anderen. Ik kan nu niet ingaan
op de vraag hoe het komt dat zo te zeggen "de wereldgeest" zich niet
vergist, maar in het gezelschap van atheïsten haast ik mij om er, ter
geruststelling, aan toe te voegen dat ik niet denk aan zoiets als "de
geest gods" die naar het schijnt destijds "over de wateren
zweefde".
De absolute betekenis van
iets heeft niets te maken met de functie van iets.
Zij is niet-functioneel, en dat behoeft ons niet
te verwonderen, want de werkelijkheid zelf is immers ook niet-functioneel.
Zij dient nergens toe, zij is er zomaar. En het is
juist de absolute betekenis, die verwijst naar die niet-functionele en dus
werkelijk zinloze werkelijkheid. De absolute betekenis, van een kunstwerk, is
een verwijzing naar de zinloze werkelijkheid, het is die werkelijkheid, door de
mens geopenbaard in een BEELD.
Isolde met de gouden haren is de werkelijkheid als
beeld, en dat geldt voor alles waarmee de mens in zijn kunst, maar ook in zijn
MYTHEN en vroeger ook in zijn RELIGIES voor de dag komt.
Maar let u wel op: het gaat over de werkelijkheid,
zoals die er zomaar zinloos is, en dat is een andere werkelijkheid dan die van
het waardevolle waartegen wij dagelijks aankijken.
Nu wij
zover zijn gekomen met het doordenken van het begrip nihilisme kunnen wij er
niet meer omheen ons de vraag te stellen welke rol in het leven de idealen spelen en de
vraag wat de relatie is tussen het ideaal en de overtuiging. Ik ben mij ervan bewust dat ik nu
een thema aansnijd dat voor velen liever onbesproken zou zijn gebleven. Want ik
loop dik de kans iets te gaan omver stoten dat als een welhaast heilige zaak
overeind had moeten blijven. Het zijn immers juist de goedwillende mensen die
de kracht om verder te gaan met hun vrijwel hopeloze strijd tegen de
onmenselijkheid putten uit hun idealen. Die idealen zijn voor hen zowel het
baken waarop zij varen als de troost in hun voortdurende moeilijkheden en
teleurstellingen. En dan is het niet bepaald geruststellend juist daarover te
denken op een wijze zoals ik nu toch ga doen...
Laat ik dan beginnen met te proberen het begrip
overtuiging nader te bepalen. Dan zie ik dat de overtuiging betrekking heeft op
het BEELD van de WERKELIJKHEID, op de absoute betekenis die de werkelijkheid
voor mij heeft. Ik ben er in de overtuiging voor mijzelf zeker van dat de
werkelijkheid zo is zoals zij als BEELD voor mij verschijnt. Weliswaar is het
mogelijk, en zelfs zeer waarschijnlijk, dat dit beeld niet helemaal zuiver is,
maar desondanks is het toch mijn beeld en bijgevolg mijn overtuiging.
De kwaliteit van dit beeld wordt bepaald door de
meerdere of mindere helderheid ervan en niet door de inhoud.
Want ik kan bijvoorbeeld menen een atheïstische
overtuiging te hebben en tegelijk toch zeer onzuiver zijn. Dat uit zich dan
bijvoorbeeld in dogmatisme, en dat is eigenlijk niets anders dan het zich
vastklampen aan onzuiverheden.
Want het is juist het onzuivere in het beeld, het
niet-heldere, dat de mogelijkheid biedt om zich aan vast te klampen. Het
niet-helder is namelijk vastgelegd, onbeweeglijk en donker.
Ik ben
dan wel een atheïst, en zo gezien zou ik misschien wel trots op mezelf kunnen
zijn, maar het is een atheïsme van niets en het kan zelfs in bepaalde gevallen
wel onderdoen voor een godsdienstige kijk op de werkelijkheid. Het komt vooral
tegenwoordig nogal eens voor dat godsdienstige mensen vanuit een soort
herbezinning op hun geloof in belangrijke mate hun dogmatisme kwijtraken en tot
een inhoudsvol en sociaal bewogen godsdienstige inhoud komen. Ik wijs in dit
verband op de ontwikkelingen in het theologische denken in Zuid-Amerika,
samengevat onder de naam: "Theologie van de bevrijding". Daarover heb
ik onlangs voor de vrijdenkersradio een lezing gehouden, die mij door menige
vrijdenker bepaald niet in dank is afgenomen. Dus nogmaals: De kwaliteit van
een overtuiging is niet afhankelijk van de inhoud die men zich verbeeldt er aan
te geven, dus het meer of minder rationele verhaal, maar van de helderheid
ervan. De mens begint dan ook, wat betreft zijn overtuiging, met een
kinderachtig verhaal, en, als het goed is, verandert dat verhaal naarmate de zaak
helderder wordt. Dan vallen ook langzamerhand de conditioneringen weg, dus
datgene dat door de cultuur, opvoeding en overerving in geprogrammeerd is.
Maar het inruilen van de éne levensovertuiging
voor de andere, zoals maar al te vaak, meestal onder invloed van de
omstandigheden, gebeurt, is geen verwerkelijking van het menszijn.
Als het dus zo is dat de overtuiging eigenlijk
samenhangt met het beeld van de werkelijkheid is het een zaak van betekenis.
En wel van absolute betekenis!
Dit verklaart in belangrijke mate de voortdurend
optredende onverdraagzaamheid
op het stuk van overtuigingen. Want de overtuiging heeft een absoluut karakter.
En die onverdraagzaamheid
is des te sterker naarmate men zich in zijn overtuiging meer vastklampt aan de
inhoud ervan en er bijgevolg minder op uit is de zaak te verhelderen. Zoals
bekend is treedt dit vooral bij godsdiensten op. Omgekeerd zijn het ook juist
de godsdiensten die bij de mensen verheldering trachten te verhinderen. Zoals
we gezien hebben kan aan een zaak van betekenis géén waarde toegekend worden
zonder aan die zaak schade te doen. Maar wij doen het gewoonlijk wel, en dan
wordt de overtuiging tot een ideaal. Het wordt tot iets dat wij boven alles waardevol
vinden.
Wij gaan naar dat ideaal op weg, de blik vast gericht op het doel
en zonder op of om te zien.
Ons hele leven wordt bepaald door het ideaal en zozeer zijn wij
er mee bezig dat wij ongewild op onze weg anderen opzij dringen. En wij dringen
ook in onszelf allerlei opzij en geraken, dankzij onze waardevolle idealen,
toch ongemerkt in de vervreemding. Dat het uiteindelijk gevolg toch onvrede en
teleurstelling is kunnen, naar ik meen, velen beamen.
Het ideaal is de
waardebepaling van de overtuiging, en het is daarmee, hoe treurig u het
wellicht zult vinden, de verwording van de overtuiging. Het is een meestal
onverbrekelijk keurslijf waarin de mens zich wringt.
Wij zien tegenwoordig dat voor vele mensen de
idealen komen te vervallen en wij horen dan ook steeds veelvuldiger de klacht
van vooral de ouderen dat het de jonge mensen aan idealen ontbreekt. Die klacht
is terecht, maar eigenlijk zouden wij blij moeten zijn met deze ontwikkeling,
temeer daar wij tegelijk kunnen constateren dat de jongere mensen wat betreft
hun overtuiging belangrijk meer zelfbewust zijn dan vorige generaties. En wat
bovenal belangrijk is: zij hebben niet meer zo sterk de neiging aan hun
overtuiging waarde toe te kennen. Zij vinden hem meer vanzelfsprekend en hebben
dan ook minder moeite zich ernaar te gedragen. Ik kan het wegzakken van de
idealen alleen maar positief beoordelen en ik vind de veelgehoorde uitspraak
dat de maatschappelijke en sociale daadkracht van de jongeren door het
ontbreken van idealen minder zou zijn dan die van de jongeren van vroeger in
strijd met de feiten die wij allemaal om ons heen kunnen vaststellen. Het is
een onware en zelfs leugenachtige uitspraak, die veel meer zegt over diegenen
die zo'n uitspraak doen dan over de zaak zelf. Het wijst er namelijk op dat wij
te doen hebben met mensen die zich aan waarden vastklampen, hoe mooi en
verheven het ons desnoods voorkomt. Wij worden vanuit allerlei richtingen
gewaarschuwd voor het toenemend nihilisme. Dit schijnt als een bedreiging boven
onze wereld te hangen. Een bedreiging is het inderdaad: voor de waarden.
Maar belangrijker is dat het een stap in de
richting van een veel menselijker wereld en dat het perspectieven opent naar
een wereld van zelfbestuur, en dat is anarchisme, naar een wereld waarin voor
mij de ander er is, en dat is socialisme en tenslotte naar een wereld waarin
wij niet meer van elkaar gescheiden zijn maar met zijn allen zijn, en dat is
communisme. Te weinig wordt nog beseft dat een menselijke wereld allereerst een
waardeloze wereld moet zijn waarin het gejaag naar het hebben voorbij is gegaan
en waarin alles om ons heen betekenis heeft gekregen en dus terecht is en
waarin de overtuigingen zich niet meer laten omzetten tot idealen maar
werkelijk blijven wat zij zijn: DE GOUDEN GLANS VAN HET LEVEN, van ONS LEVEN.
Ook voor de meeste atheïsten
heeft het nihilisme een kwade klank.
Enerzijds
omdat het, zoals hiervoor betoogd, de idealen vernietigt, maar vooral ook omdat
het zich in de geschiedenis nogal eens gericht heeft op de dingen , de
instituten en de normen.
En het heeft dan getracht die verschijnselen zelf
te vernietigen, vaak doormiddel van wrede terreur. Terecht keren de mensen zich
hiertegen hoewel zij lang niet altijd begrijpen waarom het nihilisme als terreur
onmenselijk is. Daarom leuteren zij maar wat over zieligheden zoals de onschuldige
slachtoffers en zij scharen zich daarbij graag onder de beschermende vleugels
van de staat.
Maar daarom gaat het natuurlijk niet:
Het gaat om het feit dat nihilisme als terreur waardebevestigend is i.p.v. waardevernietigend.
Deze bevestiging
zit hierin dat de te vernietigen objecten het waard zijn om vernietigd te
worden in de ogen van deze nihilisten. En daaruit blijkt dan weer dat zij geen
ware nihilisten zijn maar idealisten met een zeer kwalijk ideaal. Eigenlijk zou het
nihilisme voor de atheïst van grote betekenis moeten zijn, temeer daar hij in
zijn atheïsme al een begin met de ontwaarding heeft gemaakt. Hij heeft immers
één van de meest gezaghebbende waarden in een onvolwassen wereld, namelijk het
godsdienstig geloof, in zijn denken vernietigd. Die ontwaarding heeft zich in
hem in ieder geval al doorgezet, maar aan het verder uitwerken van de gedachte
van het nihilisme komt hij gewoonlijk niet toe. Het is ook geen gemakkelijke
opgave.
Wat vooral dit doordenken in de weg staat is het
huiveringwekkende karakter van de conclusie.
JE KOMT UIT OP EEN BEWEEGLIJKE WERKELIJKHEID
WAARIN GEEN VASTIGHEID IS OM JE AAN VAST TE HOUDEN.
En zo verdwijn je als het ware zelf ook in het
niets. En om je daarbij thuis te voelen moet je zelf ook niets zijn.
Hieraan staat toch je waardegevoel
in de weg, al gaat het maar over de waarde die je aan een eventueel niet te
vinden waarheid toekent. Als die waarde van de waarheid
er dan ook niet blijkt te zijn, dan ga je je met Nietzsche afvragen hoeveel
waarheid een mens eigenlijk wel kan verdragen. En je loopt werkelijk net als
Nietzsche de kans om in een vacuüm terecht te komen waarin ook de geest
verduisterd wordt.
WANT HIJ VERNIETIGDE MET DE WAARDEN OOK DE MATERIE.
En vanuit die leegheid was hij ten einde raad dan
maar bereid het bestaande als een realiteit zonder waarheid te accepteren. En
het daarbij te laten.
Toch zat hij dicht bij de oplossing van het
probleem:
De mens die hij met "Übermensch"
betitelde kan immers niet de mens zijn van een hogere waarde, maar de mens van
betekenis.
De mens van betekenis is een zo helder mogelijk
beeld van de werkelijkheid; hij is dus wat we zouden kunnen noemen een WAAR
mens. Zijn waarheid ligt niet in een vastgelegde formule maar juist in het
niet-geformuleerd zijn en in het niet-vastgelegd zijn.
En in het dagelijkse leven ligt zijn waarheid in
het functioneren en dus in het het zinvol zijn. Gedacht vanuit een ideaal probeert de mens
van te voren te bepalen wanneer hij zinvol is, maar gedacht vanuit zijn
menselijke betekenis bemerkt hij vanzelf wel waar en wanneer hij zinvol is. En
zo ontstaat er vanzelf een natuurlijk leven, in die zin dat de mens gaat leven
overeenkomstig zijn menselijke natuur. Wanneer hij dat doet zal het vanzelf uit
zijn met de onvrijheid, met de dwingelandij en met de vervreemding. Hij zal
vanzelfsprekend zich voorzien van de dingen die voor zijn leven zin hebben en
hij zal zich niet méér toe-eigenen. Dit alles zal voor hem gelden niet omdat
hij goed is, want goed-zijn is ten opzichte van slecht-zijn een betrekkelijke
waardebepaling, maar het zal voor hem gelden omdat hij zich richt op de
betekenis van de werkelijkheid.
EN DIE BETEKENIS KOMT DOOR HET NIHILISME VOOR DE
DAG.
Het wordt daarom tijd dat de vrijdenkersbeweging
zich serieus met het nihilisme gaat bezighouden en niet langer ongenuanceerd
ertegen stelling neemt.
Dank voor uw aandacht.
Terug naar: de Startpagina
Een uitgave van "DE VRIJE GEDACHTE" te Rotterdam
met als auteur Jan Vis
Aangezien de filosofie er niet is voor enkele
bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren uit mijn werk zonder
meer toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren
vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)
|
|