maart
1996
Auteur:
Jan Vis, creatief filosoof
anarchisme,anarchisten,atheisme,de
richting en de zin van het leven,fundamentalisten,geloof,god bestaat niet, het ontkennen
van het bestaan van god,hogere waarden,nieuwe
wereldorde,nihilisme,samenleving,vrijdenkers, wereldse waarden.
Naar bladwijzers: nieuwe
wereldorde moraal
de zin van
het leven Polariseren-1 De Denkers van “De Verlichting” ; Economische Groei ; Polarisatie-4 ;
Naar
andere artikelen: Geen God wat dan
; Godsdienst
en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De
fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God
bestaat niet ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert
/ onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheďsme
; Verbieden
van de godsdienst..?-zie afl. 21 ;
Ongewenst
atheďsme- zie afl. 32 ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Is
er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..? Waarom
is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Briewisseling-
Geweld- Godsdienst- Geloof ; het toenemend belang van het atheďsme
; Volwassen
democratie, zie nr. 25
; Economisch Denken–zie
bladwijzers in “De ontwikkeling van het Denken”, ; Economische
denken ; het is het economische denken dat als vanzelfsprekend bepalend is
geworden voor het beoordelen van het welzijn van de mensen en dus de kwaliteit
van de samenleving-zie afl. 21, ; Economische
groei, zie bladwijzers in Beweging en Verschijnsel deel 3, ; Economische
groei, zie De Ontwikkeling van de West Europese Cultuur, ; Economische
groei, zie Identiteitscrises vrijdenken, ; Economische
machthebbers-zie nr. 57 ; Economische slavernij-zie nr. 18, Atheďsme
..! zie afl. 51 ; Onze cultuur
moet verdedigd worden tegen kortzichtigheid en tirannie. - zie bladw. Wankelmoedigheid(2)
Naar artikelen met o.a. de bladwijzer : De zin van het leven-Zie A , B ,
Naar
artikelen met bladwijzer “Polarisatie en/of
Polariseren” :
Polarisatie-1
; Zie bladwijzers uit Filosofie van de Hak op de Tak nr 2,
Polarisatie-2
; Zie bladwijzers uit Filosofie van de Hak op de Tak nr 3,
Polarisatie-3 ; Zie
bladwijzers uit De Ontwikkeling van het denken,
Polarisatie-5 ; Zie bladwijzers uit De Universiteit voor
humanistiek en het Atheisme,
Polariseren-2-zie bladwijzers uit De Universiteit voor
Humanistieken het Atheisme,
Polariseren-3-zie bladwijzers uit Filosofie van de Hak
op de Tak nr.1,
Polariseren-4-zie bladwijzers uit Filosofie van de Hak
op de Tak nr.2,
Polariseren-5-zie bladwijzers uit Filosofische
Invallen 1t/m26,
Polariseren-6-zie
bladwijzers uit Varia 1t/m10,
Terug naar: de Startpagina
Help mee
om deze site te promoten. Vertel het uw…!
(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )
Het atheďsme gaat veel verder dan gedacht wordt.
Niet alleen dat het een bevrijding is van een van de ernstigste wanen, namelijk
die van het geloof en de godsdienst, maar vooral ook dat het, mits consequent
doorgedacht, een cultuur en de daaraan meekomende maatschappij vernietigt.
Daarom verzetten overal ter wereld de heersende machten zich zo verbeten tegen
het atheďsme, dat zij min of meer onbewust beseffen de aartsvijand en
doodgraver van hun machtsstelsels te zijn.
Als het
over atheďsme gaat bedenkt men er gewoonlijk niet veel meer aan dan een
ontkenning van het bestaan van een god. En de atheďst is dan dus iemand die
ervan overtuigd is dat goden niet bestaan. Omdat men er wat betreft het begrip
God in het hedendaagse denken min of meer stilzwijgend van uitgaat dat beide,
zowel het er-zijn van een god als het afwezig-zijn ervan, onbewijsbare zaken
zijn die op zijn best aanleiding kunnen geven tot het hebben van een
overtuiging, maar nimmer tot zekerheid kunnen leiden, wordt iemands bewering al
of niet in god te geloven meestal voor kennisgeving aangenomen, althans
tegenwoordig in de westerse wereld. Worden er elders wel consequenties uit
getrokken, dan berust dat doorgaans op een onverklaarbaar verontrustend gevoel
en een min of meer onbewust besef dat atheďsme gevaarlijk is voor het bestaande
politieke en maatschappelijke bestel. De atheďst valt dus niet alleen uit de
toon door zijn ongeloof, waarover men eventueel gemakkelijk de schouders op zou
kunnen halen, maar de atheďst wekt argwaan doordat men als vanzelf van hem gaat
verwachten dat hij wel eens de bron van allerlei onheilen zou kunnen zijn. Als
je dit laatste eens nader onderzoekt blijkt het in heden en verleden steeds zo
te zijn dat de weerstand en zelfs de haat tegen het atheďsme een
maatschappelijke grond heeft en eigenlijk nauwelijks een kwestie van geloof of
ongeloof is.
In een vorig artikel heb ik
betoogd dat de weerstand van een aantal hedendaagse intellectuelen berust op
het afwijzen van stellige uitspraken. Hoewel je dit op zichzelf gerust een
filosofische of misschien wel wetenschappelijke zaak zou kunnen vinden blijkt
bij nadere beschouwing ook hierbij het maatschappelijke aspect bepaald niet
afwezig. Stellige uitspraken werken polariserend
en lokken tegenspraak uit. Zij kunnen zelfs wel aanleiding zijn tot
verdeeldheid onder de mensen en dat is nu precies iets dat strijdig is met
algemeen aangehangen democratische opvattingen. Dat is te zeggen: met hedendaagse opvattingen over de
democratie, die vooral bepaald worden door theorieën over management,
economische groei en een daarmee samenhangende opvatting over een
nieuwe wereldorde.
Kenmerkend hiervoor is de bijna ziekelijke angst
voor tegenstellingen onder de mensen. Die moeten dan ook opgeheven worden, niet
door ze zo goed mogelijk langs de weg van de discussie op te lossen, maar door
ze zonder pardon te elimineren, glad te strijken en weg te werken en vervolgens
te doen alsof ze er helemaal niet zijn. Dus, als stellige uitspraken over
allerlei verschijnselen en toestanden tegenstellingen kunnen oproepen moeten
ook zij verdwijnen. Of de uitspraak "god bestaat niet" nu al of niet
juist wordt bevonden, althans een uitspraak is waarmee men het wel eens kan
zijn, doet niet terzake. Wat doorslaggevend is, is het vervelende feit dat er
polarisatie op kan gaan treden:
vrijdenkers en atheďsten zijn derhalve vervelend en lastig, niet zozeer omdat zij ongelijk hebben, maar omdat zij
polariseren en met hun denken anderen provoceren. Men vindt hen daarom al gauw
dogmatisch, intolerant en eigenwijs, terwijl er zelfs al humanisten zijn die
vinden dat de vrijdenkers van De Vrije Gedachte, met als eerste vooral hun
voorzitter, “fundamentalisten” zijn, even erg als bijvoorbeeld
gereformeerden..! Ik wil maar zeggen dat ook de filosofische uitspraak dat god
niet bestaat onmiskenbare maatschappelijke en politieke implicaties heeft.
Intussen
is het een feit dat het atheďsme inderdaad te vrezen valt. Vanwaar nu dat
gevaar? Volgens mijn gedachtegang spelen hierin in ieder geval twee belangrijke
factoren een rol: ten eerste nihilisme en ten tweede anarchisme.
Wie wat meer genuanceerde uitweidingen over deze begrippen
wil lezen kan er mijn onlangs verschenen De Grote Vierslag op naslaan. (zie
ook deze homepage) Het is bij onze uitgeverij te bestellen. Nu echter lijkt het
mij voldoende de volgende omschrijvingen van die twee begrippen te geven: Het begrip nihilisme betekent dat er
nergens en nooit iets is dat meer waarde heeft dan iets anders, oftewel dat
alles evenveel waard is en dat er dus in de grond van de zaak helemaal niets
van enige waarde bestaat. De door de denkers van “De Verlichting” zo innig gekoesterde
“intrinsieke waarde” is volslagen onzin. Waarde blijkt een grootheid te zijn die mensen aan iets toekennen. Men hecht waarde aan iets, hetgeen er overigens op duidt dat wij heel
in de verte beseffen dat de dingen vanuit zichzelf geen waarde hebben. Het
begrip anarchisme is in mijn gedachtegang volstrekt geen politiek begrip, maar
een persoonlijk. Anarchisme geldt niet, zoals door bijna alle anarchisten
gemeend wordt, voor de maatschappij, de staat of enig ander collectief, maar
voor de individuele mens en zo gezien betekent het dat ik mezelf bestuur. Ik ben zogezegd “baas over mijn eigen leven”.
Als je nu eens deze begrippen nihilisme en anarchisme
tegelijkertijd in gedachten neemt zul je zien dat zij volledig van toepassing
zijn op het atheďsme en dat je daaraan onvermijdelijk bijzonder ernstige
maatschappelijke consequenties moet verbinden. Ten eerste is te zeggen dat
atheďsme vooronderstelt dat men geen hogere waarden erkent, immers, men ontkent
het bestaan van god en god is juist god
omdat hij als een zaak van hogere waarde opgevat wordt. In feite
vertegenwoordigt hij de allerhoogste waarde die mensen aan iets kunnen
toekennen.
Zo zonder erbij na te denken wekt dit de indruk
dat je het ontkennen van deze waarde kunt beperken tot die god en voor de rest
gewoon andere waarden in stand kunt houden. Zo zijn er tal van atheďsten die
zonder problemen denken in termen van wereldse
waarden, bijvoorbeeld overheden.
Zij vinden die nodig om de, volgens hen van nature egoďstische, mensen in toom
te houden en de maatschappij te besturen, van mening als zij zijn dat zonder dit ingrijpen een bloedbad zou
ontstaan, of op zijn minst een gigantische chaos.
Maar eigenlijk is die
mening niet consequent: als je
het een ontdoet van zijn waarde moet je dat met het ander ook doen. Sterker
nog, je kunt die totale ontwaarding in feite niet achterwege laten omdat in dit
soort zaken geen keuzen gemaakt kunnen worden: of je ziet in dat
er geen waarden zijn, of je ziet
dat niet in. Wel aan het een
waarde toekennen en niet aan het ander
heeft geen zin, omdat dit in wezen de situatie is waarvan uitgegaan wordt. Er
is dan vast en zeker wel iets anders dat als “hoogste waarde” aangemerkt kan
worden, bijvoorbeeld een bepaald ideaal. Maar het heeft vooral ook geen zin
omdat het tot gevolg zou hebben dat dan het tweede begrip, namelijk anarchisme,
onmogelijk geldig gemaakt kan worden. Men kan zichzelf niet besturen zolang en
voorzover men er op uit is een bepaalde “hoogste waarde” te bereiken, want het
is dan dat doel dat de richting en de zin van het leven bepaalt. Als men
bijvoorbeeld het socialisme als hoogste goed waardeert is het de voorstelling
van een socialistische heilstaat die het denken, de levenshouding en de
praktijk bepaalt en men is er dan in feite net zozeer aan uitgeleverd als
wanneer men bijvoorbeeld van Jehova getuigt met de bedoeling zijn “Koninkrijk
Gods” te stichten. Hoewel toegegeven moet worden dat het eerste sympathieker is
dan het tweede is er toch geen wezenlijk verschil tussen beide. De mens
bestuurt in zo'n situatie zichzelf niet, maar wordt toe gezogen naar iets
anders dat voor zijn gehele leven bepalend is.
Zowel nihilisme als anarchisme
zijn essentiële factoren als het over atheďsme gaat. Gezien de aard van het
moderne westerse denken en de in de westerse cultuur nagestreefde doelen zal
het niet zo vaak voorkomen dat men zich helder bewust is van de betekenis van
genoemde begrippen voor maatschappij en samenleving. Op het door mij hierboven
beschreven verband zal daardoor niet zo vaak gewezen worden en er zal zelfs een
sterke neiging bestaan een en ander a-priori en zonder pardon af te wijzen.
Maar, zoals zo vaak het geval is bij de ontwikkeling van bepaalde cultuurfasen: ergens “ondergronds” woelen sommige
essentiële verhoudingen onstuitbaar door en geven op die manier voedsel aan
doorgaans vage vermoedens en intuďties. In dit geval geven zij aan het besef en
de daarbij behorende angst voedsel dat de werking van het atheďsme veel verder
gaat dan alleen maar het ontkennen van het bestaan van god. Dat het
uiteindelijk gaat over een totale ontwrichting van een op waarden, meerwaarden
en groei gerichte cultuur, waarin bovendien niet toegestaan kan worden dat
mensen zichzelf besturen... Het is een feit dat de claim van de godsdiensten op
het kennen, formuleren en handhaven van de moraal aan alle kanten
onterecht en onrechtvaardig is. Maar, toch zit er wel wat in! Immers, het alternatief, het atheďsme,
ondermijnt op grond van zijn nihilistische en anarchistische componenten
onafwendbaar elke staatsvorm waarin de mensen op de een of andere, al of niet
redelijk democratische, manier ondergeschikt gehouden worden en dat wordt
vanuit de verte terecht aangevoeld. En natuurlijk boezemt dat vrees in.
Inderdaad betekent het atheďsme in zijn uiterste consequenties de ondergang van
de moraal, althans voorzover die zijn geldigheid ontleent aan
buitenmenselijke hogere waarden. Inderdaad leeft de atheďst “zonder god en
gebod” want datgene dat voor hem morele betekenis heeft is uitsluitend in
hemzelf gelegen, want juist daar en uitsluitend daar ligt de mogelijkheid tot
onvoorwaardelijke erkenning van de medemens. Van buiten- of van bovenaf is die
onvoorwaardelijke erkenning nu eenmaal niet af te dwingen zoals de praktijk
onophoudelijk aantoont.
Bovenstaande tekst is geschreven: door
Jan Vis, filosoof.
Naar
andere artikelen: Geen God wat dan
; Godsdienst
en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De
fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God
bestaat niet ; Hoe zit het nou met god ; Discrimineert
/ onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheďsme
; Verbieden
van de godsdienst..?-zie afl. 21 ;
Ongewenst atheďsme-
zie afl. 32 ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Is
er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..? Waarom
is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Briewisseling-
Geweld- Godsdienst- Geloof ; het toenemend belang van het atheďsme
; Volwassen
democratie, zie nr. 25
; Economisch Denken–zie
bladwijzers in “De ontwikkeling van het Denken”, ; Economische denken
; het is het economische denken dat als vanzelfsprekend bepalend is geworden
voor het beoordelen van het welzijn van de mensen en dus de kwaliteit van de
samenleving-zie afl. 21, ; Economische groei, zie bladwijzers in Beweging en
Verschijnsel deel 3, ; Economische
groei, zie De Ontwikkeling van de West Europese Cultuur, ; Economische
groei, zie Identiteitscrises vrijdenken, ; Economische
machthebbers-zie nr. 57 ; Economische slavernij-zie nr. 18, Atheďsme
..! zie afl. 51 ; Onze cultuur
moet verdedigd worden tegen kortzichtigheid en tirannie. - zie bladw. Wankelmoedigheid(2)
Terug naar: de Startpagina
Pagina's
zijn door mij uit het tijdschrift van De Vrije Gedachte No. 263 maart 1996
overgenomen.
Aangezien
de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen,
is het citeren uit mijn werk zonder meer
toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld
gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis)
|
|