Fluitspel (robot denken) ( 1987 )

 

 

denken,denkontwikkeling,denksysteem,robot denken.

 

Naar het BEGIN van het artikel

 

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

 

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren uit  mijn werk zonder meer toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis, creatief filosoof)

                                                                        

Terug naar: de Startpagina

 

Naar bladwijzers: honger-1 ; honger-2 ; Landsbelang ; Vandalisme ; Corruptie/Vandalisme/Terrorisme  ; Inzicht ; aan zijn leven richting geven ; Zuiver wetenschappelijk onderzoek ; AFHANKELIJK-(HEID) ; nadenken ; Hoe herstel je het Gezag ; Oosterse mystiek ; Fatsoensnormen en Gedragsnormen ; Normverlies ; Wantrouwen ; De oorzaak van het VERVAL van al onze normen en waardenstelsels ; fouten maken ; Eisen ; Houvast-1 ; Houvast-2 ; Beleving ;  In de vernieling geholpen ;  DENKEN, vrij van EMOTIES..? ;  Afhankelijkheid van normen ;

 

Naar andere artikelen: Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ;  Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Is er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..?  Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; Vrijheid van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling, verlies van houvast, Islam’s succes ; de kunst; het schone verschijnsel ; Samenleving, Maatschappij en Gezin ; Filosofie van de kunst ; Hoe zit het nou met god ; Het Nihilisme ; Vernietiging van de macht ; Uilenspiegel en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Een alternatief bestuur ; Het gelijk en de dialoog ; De ontwikkeling van het denken ; Conditionering ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Artikelen betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle ingezetenen van Nederland.!.? ;

 

 

 

 

FLUITSPEL (robot denken)

Het fluitspel dat ik zojuist liet horen is niet bedoeld als inleiding bij een artistiek programma van De Vrije Gedachte en nog minder is het bedoeld om je ervan te overtuigen dat ik misschien wel aardig fluit kan spelen. Het moet fungeren als een voorbeeld om duidelijk te maken hoe vreemd wij tegen ons eigen denken aankijken.

Je moet namelijk eens opletten wat er gebeurt als ik datzelfde muziekje door een automaat uit laat voeren. Je krijgt een opeenvolging van tonen die keurig op tijd beginnen en eindigen en die, als het meezit, ook nog goed klinken. Je zou dus zeggen: alles is in orde. Maar het is duidelijk helemaal niet in orde. Je hoort dat er een robot aan het werk was, een ordelijk afgestelde machine die levenloos zijn gang ging. Onverschillig voor het product dat hij moest afleveren. Hij had met zijn eigen product niets te maken. Tonen zijn tonen en klanken zijn klanken en daarmee uit! Als er op zo’n manier muziek gemaakt wordt voelen we allemaal een gemis. Daar behoef je geen geniaal gehoor voor te hebben. Je hoort meteen dat er geen leven in zit. Het brengt niets in je teweeg, het zegt je niets.

Weet je wat nu zo eigenaardig is? Je hoort onmiddellijk dat er door een robot muziek gemaakt wordt, maar dat wij als een robot denken heb je niet in de gaten. Bij de muziek valt het robotachtige dadelijk op, maar als het over ons denken gaat, ho maar!

 

De oorzaak is dat wij er sinds een eeuw stellig van overtuigd zijn dat ons denken robotachtig moet zijn. Natuurlijk zeggen wij dat niet zo cru! Wij zeggen dat het denken “volgens de wetten van de logica” moet verlopen. Een gedachtegang moet voldoen aan zogenaamd “objectieve” regels en normen, omdat alleen op die manier onzin vermeden zou kunnen worden. En om te bewijzen dat wij gelijk hebben sommen we dan graag een hele lijst op van resultaten die wij met dat denken geboekt hebben. We kunnen ruimte reizen maken, allerlei ziekten bedwingen, de natuur naar onze hand zetten, een tunnel onder Het Kanaal graven en zo nog veel meer.

Dus lijkt het onredelijk van mij om te zeggen dat ons denken “robotachtig” is. Maar het is niet onredelijk. Je kunt gemakkelijk een opsomming geven van de dingen die wij met ons robot denken helemaal niet kunnen en ook van de dingen die wij met dat denken in de vernieling geholpen hebben. Ik zal er een paar noemen: wij kunnen met ons robot denken de honger in de wereld niet opheffen en wij krijgen het niet voor elkaar om voor vrede te zorgen. Het natuurlijk milieu hebben wij verziekt en met de gezondheid van de mensen zijn wij hard op weg om hetzelfde te doen.


Maar bovenal zien wij er geen kans toe om nu eens echt over de dingen van ons leven na te denken. Als we daaraan beginnen lopen we bijna onmiddellijk vast. We mogen dan wel een heleboel tot stand brengen als het over concrete technische zaken gaat, maar zodra het over onszelf gaat blijkt ons denkprogramma totaal onbruikbaar te zijn. Het kan geen enkel probleem oplossen en het maakt je alleen maar wanhopig omdat de verwarring zelfs groter wordt in plaats van kleiner. Van onze logische regels en voorschriften blijkt er niet één toepasbaar te zijn. Zodat je tenslotte helemaal niet meer weet wat je nu in jezelf kan vertrouwen en wat niet.

 

Ik vind het dan ook heel begrijpelijk dat veel mensen zich opnieuw zijn gaan vastklampen aan allerlei simpele godsdienstige voorstellingen. Die bieden immers een uitweg uit de verwarring. De woordvoerders van god dicteren je zonder omwegen hoe het zit met de mens en met god. Met onbruikbare logica wordt hij niet opgezadeld. Met bruikbare logica trouwens ook niet! Mocht je dat allemaal een beetje te vierkant vinden omdat je fijngevoelig bent - dan kan de goddelijke boodschap ook nog verpakt worden in oosterse mystiek of in “religieuze verbondenheid met het universum”. Maar bij al dat grijpen naar iets dat houvast schijnt te bieden vergeet je één belangrijk ding: dat het je eigen onwijze robot denken was dat niet deugde en dat je dat niet in orde krijgt als je weg vlucht in een mystieke wereld. Je denken blijft dan net zo onbruikbaar als voordien, zodat je over een mogelijke andere en betere menselijke werkelijkheid ook alleen maar onzin gaat uitkramen. Op zo'n manier blijf je aan de gang en je wordt ongemerkt steeds radelozer, ondanks het houvast van die godsdienst, oosterse mystiek of religieuze verbondenheid.

Uiteraard kan je het denken niet afschaffen, je moet het gebruiken, of je wilt of niet! Ligt het dan niet voor de hand dat je ophoudt met vluchten, met de kop in het mystieke zand te steken, en dat je eens iets aan dat denken gaat doen? Want dat is de oorzaak van al het getob. Als kind is je al afgeleerd om na te denken. En het is je aangeleerd om gedachteloos te gaan denken, als een automaat.

 

Houvast-1 ; Houvast-2 ;

 

Keurig volgens de voorschriften van de logica, die de mensen nota bene zelf opgesteld hebben. Waag het niet om met iets anders op de proppen te komen. Voor “ketter” word je uitgemaakt, een onwetenschappelijke dilettant, die maar wat in de ruimte kletst, niet gehinderd door kennis van zaken. Je behoort je te houden aan de wetenschappelijke normen! Dan klets hij uiteraard niet in de ruimte, zoals blijkt uit het reilen en zeilen van de wereld waarin wij tegenwoordig leven! Het gaat immers goed met de wereld sinds de “deskundigen” haar lot in handen hebben genomen: de dreiging van een atoomoorlog, het aanhoudend martelen en moorden, de armoede, de uitputting van de bodem, de “zure regen” en de hongersnood - het zijn immers maar schoonheidsfoutjes, die binnen afzienbare tijd hersteld zullen worden, als de geleerden het ingewikkelde probleem uitvoerig bestudeerd hebben en er een lijvig rapport met aanbevelingen is gepubliceerd!

Wat zou je kunnen doen aan je denken? Volgens mij zou je je denken de vrijheid moeten geven om te dwalen - in elke denkbare betekenis. Stel je voor: je wandelt door een uitgestrekt bos. Je wilt niet verdwalen, en dus volg je angstvallig de aangegeven paden. Maar dat betekent dan wel, dat je het bos nooit echt zal leren kennen. Je zal nooit weten wat er leeft in dat bos. De dieren bijvoorbeeld stellen zich in op jouw aanwezigheid op dat bospad: zij worden min of meer tam, of zij trekken zich dieper in het bos terug. Het gevolg is dat jouw denken over dat bos uitermate problematisch wordt. Niet alleen ontgaan je de meeste dingen, maar, wat veel erger is: datgene dat hij wel waarneemt is in belangrijke mate vertekend. Als je daarvan af wilt komen moet je van het uitgestippelde pad durven af te wijken.

 

Je moet durven dwalen en zelfs het risico nemen om te verdwalen. In het bos zou dat een ramp kunnen betekenen, maar in je denken is dat helemaal niet erg. Je kunt immers opnieuw beginnen! Het is juist dat steeds weer opnieuw beginnen dat er tenslotte toe leidt dat je van je gedachteloze robot denken af komt.

Dwalen betekent in de praktijk dat je open staat voor het onbekende, maar ook dat je geen genoegen neemt met de een of andere mystieke verklaring. Het betekent dat je er letterlijk “opnieuw” over gaat nadenken, een eigen gedachtegang gaat volgen, zonder angst om misschien vast te lopen. Helaas is het in onze cultuur niet populair om zoiets te doen. Maar wellicht vind je het een troostrijke gedachte dat je in het gezelschap bent van de rebellen, ketters en ongehoorzamen, die met het doorbreken van de hen ingeprente denkmodellen nu eens echt de wereld een stuk vooruit geholpen hebben. Vrouwen en mannen die met hun denken omgingen alsof het muziek was en er “hun ziel in durfden te leggen”. Zodat het een vlucht kon nemen, hoger dan die van de vogels, ja zelfs hoger dan die van onze ruimte vaartuigen. Naar een dergelijk “bevrijd” denken streeft de al eeuwenoude vrijdenkers beweging. En dat is ook het geval met De Vrije Gedachte.

 

FLUITSPEL uitleg

 

In de loop van de 19e eeuw hebben wij, in het westen, een denksysteem ontwikkeld dat, op zichzelf beschouwd, leidt tot een volledige vernietiging van onze werkelijkheid. Ik kan me voorstellen dat deze uitspraak nu niet bepaald in goede aarde valt, vooral niet bij diegenen die zich op hoger niveau met dat denksysteem vertrouwd hebben gemaakt en tot de conclusie zijn gekomen dat je, denkend volgens dit systeem, betrouwbare kennis kunt verwerven. Omdat het niet mijn bedoeling is de lezer onnodig kwaad te maken haast ik mij er op te wijzen dat ik het over dat denksysteem “op zichzelf” heb, ongeacht allerlei invloeden, die van buitenaf eventueel op het denken inwerken. Dergelijke invloeden zijn er inderdaad, maar ook het bespreken daarvan is enigszins riskant omdat het zo langzamerhand gewoonte is geworden het denken als een autonome activiteit te zien, vrij van emoties, wensen en verlangens, en gegrond op absolute normen van logica, methodiek en formulering. Men erkent wel dat het denken door allerlei subjectieve zaken beïnvloed kan worden, maar zoiets zou alleen maar het geval zijn bij een ongeoefend denken, een huis, tuin en keuken denken, dat uiteraard alleen door onontwikkelde anderen beoefend wordt. ! Het “wetenschappelijke” denken, het echte denken dus, is gezuiverd van alle ongerechtigheden. Het laat zich niet beïnvloeden. Het is onjuist het wetenschappelijke denken op die manier te beoordelen. Het wordt wel degelijk gekleurd door de cultuur waarin iemand opgegroeid is.

 

Die cultuur is op drie manieren bepalend: Ten eerste wat betreft de keuze van de te bestuderen onderwerpen, ten tweede wat betreft de te volgen methode en ten derde wat betreft het ordenen en verklaren van de gevonden informatie. De te bestuderen onderwerpen hangen ten nauwste samen met de wijze waarop je naar de werkelijkheid kijkt. Een generaal kijkt heel anders naar de werkelijkheid dan een natuurkundige, bij beiden vallen andere dingen op en bij  beiden is het bestuderen daarvan gegrond op andere verwachtingen. Die verwachtingen bepalen op hun beurt de te volgen methode van studie, die dan ook weer bepalend is voor het ordenen van de informatie en het opstellen van een theorie. Het is bovendien uitermate leerzaam om eens na te gaan welke onderwerpen men weigert te bestuderen en ook welke verschijnselen men niet de moeite van het onderzoeken waard vindt of zelfs helemaal niet opmerkt.

De wetenschappelijk geschoolde mensen willen het niet graag toegeven, maar toch valt er niet aan te ontkomen dat alle wetenschappelijke denken zijn aanzet vindt in de kijk die men bij voorbaat op de werkelijkheid heeft. Zo'n kijk heeft op zichzelf niet met het denken te maken, maar met de geldende cultuur- voorstellingen. Zie je de werkelijkheid, zoals in onze cultuur het geval is, als een grote verzameling van afzonderlijke dingen, die zelf ook weer uit heel kleine dingen bestaan, dan heeft je denken een heel ander karakter dan wanneer je de werkelijkheid als een, in zichzelf volledig samenhangend, geheel beschouwt. Ik beweer niet dat beide Soorten van denken elkaar weerspreken, ik zeg alleen maar dat ze een verschillend karakter hebben, zowel wat de keuze van de onderwerpen als de gevolgde methode en de uiteindelijke theorie betreft. Weerspreken doen beide Soorten van denken elkaar pas dan als één van de twee als absolute maat wordt gesteld.

 

Denken dat eenzijdig ingesteld is op onderzoek van de werkelijkheid als “totaal”, levert dan inderdaad iets heel anders op dan denken dat eenzijdig ingesteld is op doordenken van het “geheel”. Als het goed is zou je beide denkwijzen tegelijk moeten beoefenen, maar zover is de denkontwikkeling nog lang niet. Het is dus de culturele “kijk” op de werkelijkheid, die buiten het denken om dat denken bepaalt en er bijgevolg ook veranderingen in teweeg kan brengen.

Ons denksysteem, gesteld als de absolute maat voor alle denken, berust op de analyse van de werkelijkheid. Dat wil zeggen dat wij uit willen zoeken hoe het zit door alles uit elkaar te halen, net zolang tot wij de “bouwstenen”, in de vorm van zo klein mogelijke elementen, gevonden hebben. Omdat je alleen maar datgene uit elkaar kunt halen dat om te beginnen in elkaar zit, een samenstelling is, ga je noodzakelijk je onderzoek richten op de verschijnselenwereld. Dat is immers de werkelijkheid die als een complex van samenstellingen verschijnt, een verzameling afzonderlijke “dingen” waarvan het bestaan, desnoods met behulp van uiterst verfijnde instrumenten, onloochenbaar aangetoond kan worden. Alles wat hieraan niet voldoet moet noodzakelijk buiten beschouwing worden gelaten omdat het niet voor analytisch onderzoek toegankelijk is. Je richt je dus uitsluitend op de waarneembare en aantoonbare werkelijkheid die zich als een buitenwereld om je heen bevindt. Daaraan ontleen je je kennis, terwijl je al het andere, dat je op de een of andere manier ook nog meent te ervaren, zoals inzicht, intuïtie en allerlei belevingen als niet ter zake doende beschouwt, ja zelfs als onbetrouwbare “metafysica” bestempelt.

 

Dat is de zogenaamde positivistische benadering van de werkelijkheid. Alleen dat wat aantoonbaar, meetbaar, bewijsbaar is bestaat, de rest is allemaal particuliere ervaring die niet proefondervindelijk te toetsen is en die dus hoogstens interessant, mysterieus en aandoenlijk genoemd kan worden. De enige wetenschappelijke kennis die je daaraan eventueel kunt ontlenen is de kennis van de  “aandoeningen”, dus de psychologie en eventueel ook de sociologie.

Het is natuurlijk een feit dat de analyse van de dingen een heleboel kennis oplevert, niet alleen van die dingen zelf, maar ook van hun onderlinge betrekkingen, hun relaties. Vooral dit laatste is, zeg maar sinds Einstein, volop in de wetenschappelijke belangstelling komen te staan. Hoe ongrijpbaar deze “relatieve werkelijkheid” ook schijnt, het is toch een aantoonbare, je kunt er berekeningen van maken en voorspellingen over doen. Sommigen menen dat die ongrijpbare ijle relativiteit de positivistische beschouwingswijze de das om zal doen, maar dat is niet het geval: de relativiteit is ook concreet aantoonbaar. De enige moeilijkheid was aanvankelijk dat je geen absolute voorspellingen meer kon doen maar slechts relatieve - voorspellingen dus van waarschijnlijkheden. Dat deed het “positivistische” bolwerk inderdaad even wankelen, want soms bleek iets wel aantoonbaar, maar andere keren niet. Je kon niet meer van tevoren met zekerheid zeggen wat er, bijvoorbeeld bij een bepaalde proef zou gebeuren, maar al spoedig bleek dat er wel zekerheid bestond over datgene dat het meest waarschijnlijk was. Toen men dat eenmaal in de gaten had gekregen, na groot wetenschappelijk gekrakeel over de vraag “of god nu al of niet dobbelde”, keerde de rust terug en werden de relaties tussen de dingen in het wetenschappelijke denken betrokken.

 

Over het karakter van de “relativiteit” kan ik nu helaas niet uitweiden. Ik houd het er in dit verband dan ook maar op dat de zaak concreet aantoonbaar is, evenwel niet zonder er op te wijzen dat “relaties” tussen de afzonderlijke dingen voor de dag komen als gevolg van de toegepaste analytische denkmethode en daarvan volledig afhankelijk zijn. Bij gebruik van een “beschrijvende” denkmethode ontdek je namelijk dat relaties ficties zijn, die de indruk geven een kloof tussen de afzonderlijke dingen te overbruggen. Maar die kloof is er helemaal niet..!

Onze moderne kennis bestaat uit een onvoorstelbare hoeveelheid op zichzelf staande elementen en dat aantal groeit met de dag. Er is zelfs zoveel aanbod van kennis dat het al lang niet meer mogelijk is om zelfs op je eigen vakgebied op de hoogte te blijven van al het nieuws dat overal in de wereld gepubliceerd wordt. Ook de inschakeling van de computer, die toch een ideale verzamelaar van informatie is, mag niet meer baten: wij verzuipen in onze kennis. Nu zou je kunnen menen dat deze situatie van tijdelijke aard is en dat wij straks wellicht een methode uitvinden om het verwerken van alle informatie weer mogelijk te maken, maar volgens mij is dat een illusie. Ten eerste kan je aannemen dat wij met de ontwikkeling van de computer zo'n methode al gevonden hebben en ten tweede is het onvermijdelijk dat het vermeerderen van onze kennis een blijvend proces is. De mens heeft het intellectuele vermogen om zijn werkelijkheid te onderzoeken, zodat hij, vanaf het moment dat het hem gelukt is dat vermogen effectief te maken, nooit meer met dat onderzoek zal ophouden.

 

De mening van een aantal min of meer mystiek georiënteerde denkers, dat de wetenschappers zo langzamerhand eens grenzen zouden moeten gaan stellen aan hun eigen “groei”, berust op een foutief inzicht in de werkelijkheid die de mens is. Niet de almaar verder gaande onderzoekers zitten fout, maar de moralisten die menen dat er een grens is waarbuiten onderzoek niet meer verantwoord zou zijn. Uiteraard heb ik het nu over zuiver wetenschappelijk onderzoek zoals dat hier en daar nog gedaan wordt, onderzoek dus dat berust op de dubbelslag “niet weten willen weten”. Alle onderzoekingen die berusten op de vraag “is dit of dat mogelijk”, dus op een maatschappelijk- technologische doelstelling, laat ik nu buiten beschouwing omdat die altijd samenhangen met bepaalde vooropgezette ideeën van de onderzoekers en hun opdrachtgevers: misschien willen zij hun macht over de mensen en de natuur vergroten, misschien willen zij rijk worden of wellicht onze wereld of een deel daarvan vernietigen. Steeds als de vraag “is dit of dat mogelijk” het onderzoek beheerst is het zaak om goed op te letten, want de kans is heel groot dat er weer een aanslag op het welzijn van de mensen gepleegd gaat worden. Voor zover wetenschappers echter gedreven worden door een onbevangen, een waardevrij “willen weten” hebben wij met een wezenlijk menselijke activiteit te doen en die kan net zo min verboden of beperkt worden als leven en liefhebben. En een logisch gevolg daarvan is dat we steeds meer kennis verwerven.

Ook als het onderzoek waardevrij is en dus niet alleen ethisch verantwoord maar zelfs onvermijdelijk, levert het tenslotte een niet meer te bevatten hoeveelheid kennis op. Als je nu uitsluitend denkt binnen het kader van de analyse en de andere denkmogelijkheden buiten beschouwing laat, kom je tenslotte uit bij een gigantische berg stukken en brokken waaruit niet alleen alle samenhang verdwenen is, maar zelfs een groot deel van de relaties tussen de dingen.

 

Aan één enkel brokstuk is de relatie nog wel waar te nemen, omdat dit nog steeds een samenstellinkje is, maar de relatie tussen de verschillende afzonderlijke brokstukken is verdwenen. Dat betekent dat je nu aan zit te kijken tegen een vernietigde, een tot “nietigheid” teruggebrachte werkelijkheid. Dat zou op zichzelf zo erg niet zijn als je je dit feit, vanuit andere denkmogelijkheden, realiseerde, maar dat is nu juist niet het geval: Omdat je gefixeerd bent op het analyseren van de werkelijkheid als verschijnsel en omdat dat je wereldbeschouwing is, ga je automatisch die vernietigde werkelijkheid voor dé werkelijkheid aanzien. En dat is een werkelijkheid waarin je geen slagorde meer kunt krijgen. Niet alleen dat je die veelheid aan informatie niet meer op een rijtje kunt zetten, maar ook en vooral dat je de onderlinge betrekkingen, de relaties, niet meer kunt zien - om nog maar te zwijgen over de samenhang(zie aflevering 53). In feite komt het hier op neer dat je je wereldbeeld kwijt geraakt bent. Dat verloren wereldbeeld is niet uitsluitend een kenmerk van enkelingen, bijvoorbeeld van “vakidioten”, maar het is een kenmerk van een gehele cultuur, onze moderne, van oorsprong West-Europese, cultuur. Alle tot die cultuur behorende mensen lijden onder het verlies van hun wereldbeeld en onder de verwarring en uitzichtloosheid die daarvan het gevolg is.

Nee, onze wereld zal niet aan verwarring ten prooi zijn gevallen: onze politici bijvoorbeeld proberen zo goed mogelijk - uiteraard overeenkomstig hun eigen politieke ideeën en belangen het maatschappelijk gedoe te regelen.

 

"Besturen" noemen ze dat. Maar elke maatregel sluit onveranderlijk een aantal onmogelijkheden in, bevoordeelt een groep mensen, bevordert vaak niet zo erg beste ontwikkelingen en belemmert hoopgevende. Niemand is in staat de hele zaak te overzien, ondanks dure woorden als “management”, het “landsbelang” en het “algemeen welzijn”. Geen enkele beslissing kan meer genomen worden waarin alle factoren meegewogen zijn want, om die factoren te leren kennen zou men maanden, zo niet jaren, bezig zijn om de dossiers door te nemen. Ze echt bestuderen is al helemaal onmogelijk geworden. Op mondiaal niveau gelukt er absoluut niets meer, de toestand in de wereld wordt steeds onbegrijpelijker en dat allemaal ondanks meer kennis van zaken. De paradox is dus dat de toename van kennis niet blijkt te leiden tot een grotere beheersbaarheid van maatschappij en samenleving maar juist tot een grotere chaos. Je kunt dit natuurlijk proberen te excuseren door te zeggen dat de oorzaak van de onbeheersbaarheid gezocht moet worden in het verkeerd gebruik van de kennis, maar dan draai je de zaken om: het verkeerd gebruik - dat inderdaad veelvuldig voorkomt - is geen oorzaak maar gevolg, in laatste instantie van het verloren wereldbeeld. In onze wereld is ruimschoots de kennis aanwezig om het oprukken van de woestijnen tegen te gaan, om het lijden van de mensen uit de derde wereld op te heffen, om op een schone manier te produceren en de bodemschatten niet uit te putten, om het wantrouwen tussen individuen en staten weg te nemen en ga zo maar door. Maar al die kennis gaat verloren omdat de mensen geen samenhangend beeld meer hebben van hun werkelijkheid. En voor zover bepaalde kennis niet verloren gaat wordt hij misbruikt door de veel te velen die op macht uit zijn en die zich op grond daarvan niet om het welzijn van de wereld bekommeren.

 

Het verloren gaan van het wereldbeeld leidt er natuurlijk ook toe dat de mensen zichzelf en de anderen gaan beschouwen als op zichzelf staande “ikken”, voor wie alleen het eigen “ik” maatgevend is. Dat zou nog tot daar aan toe zijn als dat eigen “ik” een grootmoedige, humane inhoud had, maar dat is niet het geval. Haat en wantrouwen kenmerken die inhoud zodat de ander, als niet-ik, ervaren wordt als een bedreiging van buitenaf. We hebben niet te doen met een werkelijk zelfbewuste persoonlijkheid, maar met een voor wie het eigen “ik” zonder inhoud is. Die leegte moet opgevuld worden met zoveel mogelijk dingen, in feite dus met zoveel mogelijk van de meest waardevolle brokstukken waarin de werkelijkheid uiteen is gevallen. Tot die waardevolle brokstukken kunnen ook de andere mensen gerekend worden en dan krijg je te doen met de ongebreidelde machtshonger van de moderne mens. Ondanks een veel grotere kennis omtrent de menselijke humaniteit en een grotere toegankelijkheid voor redelijke argumenten is de machtshonger gaandeweg toe in plaats van afgenomen. Dat is een gevolg van die fixatie op het eigen “ik”, nu de samenhang van de werkelijkheid, en dus ook de samenhang met de ander, verloren is gegaan moet die ander tot bezit gemaakt worden. Hij is dan niet meer bedreigend en daardoor lijkt het net of er wel een samenhang is. Het uitoefenen van macht neutraliseert de ander, heft de bedreiging op en maakt hem tot inhoud van het eigen “ik”.

Maar, er gebeuren nog meer dingen die je allemaal in onze huidige mensheid kunt waarnemen. Zo kan je zien dat de normen nogal snel vervagen.

 

Hoe je ook over fatsoensnormen en gedragsnormen mag denken ik heb er niet zo erg veel mee op, maar daarover later - ze maken toch het betrekkelijke samengaan van de mensen mogelijk en ze houden de boel bij elkaar. Je kunt van een aantal normen en desnoods van ons gehele normstelsel best wel zeggen dat het een benauwde en benauwende aangelegenheid is, maar toch is dat stelsel voortgekomen uit een min of meer samenhangend wereldbeeld uit het verleden, uit een culturele ontwikkelingsfase waarin zich de analytische conditioneringen nog niet zo ver doorgezet hadden. Het normstelsel was een afspiegeling van de samenhangende verhoudingen binnen het wereldbeeld, ook al zou je het zeker kunnen beoordelen als primitief, rechtlijnig en grof, gericht op gehoorzaamheid, onderdanigheid en minderwaardigheid. Dat normstelsel is het dat in een vacuüm komt te verkeren, zodat diegenen die eigenlijk het houvast van normen nodig hebben in ernstige mate losgeslagen raken, zij worden door niets meer in toom gehouden, behalve door een gewelddadig gezag. Je behoeft je er niet over te verwonderen dat het doorgaans gaat om lieden die een sterke behoefte aan gezag hebben en die zich politiek “rechts” opstellen - het spreekt immers vanzelf dat juist bij diegenen die van gezaghebbende normen afhankelijk zijn het normverlies het duidelijkst aan de dag treedt. Zij kunnen nog zo de mond vol hebben van traditie en fatsoen, toch zijn hun normen niet meer dan holle frasen die met hun werkelijke gedrag niet overeen stemmen.

Het is eigenlijk een vreemde toestand met dat normverlies. Je hebt te doen met een ontwikkeling die door de hele samenleving heenloopt, maar die zich op verschillende, vaak tegenstrijdige, manieren manifesteert.

In de eerste plaats zijn er de mensen die de degelijke, betrouwbare normen van het verleden hanteren. Zij houden de anderen voor hoe je je behoort te gedragen en daarbij wijzen zij steevast op “vroeger”, toen je het toch niet in je hoofd haalde om zo te keer te gaan. Er zouden krachtige maatregelen genomen moeten worden, het gezag zou hersteld moeten worden. Maar ja, hoe herstel je een gezag dat er niet meer is, een normstelsel dat ook in die “ouderwetse” mensen vervaagd is en dat alleen nog maar geforceerd in stand gehouden kan worden. Het is een stelsel dat in feite alleen nog maar met de mond beleden kan worden en dat een formaliteit geworden is. Zoiets kan je slechts herstellen door geweld te gebruiken, door streng te straffen en door “ze” aan het werk te zetten! En dat is dan ook precies wat die ouderwetse mensen voorstaan. Tegenover die ouderwetse mensen staan de losgeslagenen.

Voor hen is de hele boel waardeloos geworden. Maar, die waardeloze boel is nu net wel de inhoud van een normstelsel dat niet gemist kan worden. Ze zijn losgeslagen juist omdat er geen houvast, geen gezag meer is. De ouderen komen wel met allerlei verhalen, maar dat zijn alleen maar formaliteiten waar zij zelf ook niet meer echt achter staan, zodat het nu niet bepaald goede voorbeelden zijn. Het ontbreken van een gezaghebbend voorbeeld is voor een groot aantal mensen funest, vooral voor veel jonge mensen. Er zouden gezaghebbende normen moeten zijn, maar ze zijn er niet. En je kunt die ook niet met geweld opdringen, want dat kan alleen maar als de zaak echt iets betekent. Is dat niet het geval, dan roept het geweld alleen maar een nog groter tegengeweld op. Dat tegengeweld vertoont zich als vandalisme, het tartend aantasten van de uiterlijke tekenen van een gezag dat gebaseerd is op uitgeholde normen waarin eigenlijk niemand meer gelooft.

 

Houvast-1 ; Houvast-2 ;

 

Men wil dat vandalisme bestrijden, maar hoe moet je dat doen? Je bent niet geloofwaardig als je de oude normen probeert op te dringen. Dat is intussen al wel gebleken: alle maatregelen zijn tot nu toe mislukt en dat zal in de toekomst ook het geval zijn. De oorzaak te zoeken in drankgebruik of werkeloosheid is al helemaal onzin omdat dit slechts factoren zijn die het optreden van de symptomen kunnen bevorderen, wat trouwens ook gebeurt als men in grote massa's bijeen is. De enige mogelijkheid zou gelegen zijn in een “nieuwe” moraal op grond van een nieuw normstelsel, maar ook dat kan je wel vergeten omdat met de uitwikkeling van onze analytische cultuur alle normstelsels steeds sneller uiteen zullen vallen.

Er blijft feitelijk maar één ding over en dat is nu precies datgene dat altijd al door enkelingen aan de mensheid is voorgehouden: de zelfstandigheid van elk individu, het zichzelf besturen van elke mens. Alle rampen, zoals vandalisme, corruptie, terrorisme, maar ook alcohol- en drugsmisbruik, komen in laatste instantie voort uit de afhankelijkheid van normen die van buitenaf aan de mensen gesteld worden, vanuit de een of andere fictie omtrent hogere werkelijkheden, hetzij goden, ideologieën, denkmodellen of theorieën. Al die zaken zijn al bij voorbaat gedoemd te veranderen, te verdwijnen. Aanvankelijk om plaats te maken voor nieuwe ficties, maar tenslotte om, zoals in onze cultuur het geval is, allemaal ten prooi te vallen aan de alles vernietigende analyse, die wij op onze werkelijkheid toepassen. Het is een zichzelf versnellend proces, die analyse: eenmaal ingezet gaat het uit elkaar halen steeds vlugger, totdat er tenslotte een soort van “explosie” optreedt.

 

Je zou wat dit betreft best een vergelijking met de atoombom kunnen maken. Als die ontploft valt het gebruikte plutonium ook met een toenemende snelheid uiteen. In zekere zin is die atoombom een symbool voor onze moderne wereld omdat hij de technologische manifestatie is van het wezen van de analyse.

Deze analyse heeft niet alleen plaats in ons wetenschappelijke, in dit geval natuurkundige, denken, maar in onze gehéle cultuur en hij bewerkt tenslotte het verval van al onze normen- en waardenstelsels om daarmee tegelijk de basis te leggen voor het nihilisme. Dit verval raakt de mensen alleen maar dan als zij zich aan die ficties uitgeleverd hebben, maar voor zover zij dat niet hebben gedaan hebben zij hun “normen” in zichzelf gevonden. Dat zijn onvermijdelijk niet alleen persoonlijke, maar ook sociale normen omdat de menselijke werkelijkheid een geheel is waarin alles en iedereen tot hun recht moeten komen. Binnen dat geheel ben ikzelf onmogelijk zonder al het andere niet alleen te erkennen, maar zelfs zonder al het andere volledig tot zijn recht te laten komen. Binnen dat geheel is het welzijn van alles wat er is onmiddellijk mijn welzijn. Op een andere manier is dit niet denkbaar.

Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat ik niet veel op heb met normen- en waardenstelsels, enerzijds omdat zij het leven in bepaalde patronen en modellen vastleggen en het daarmee beroven van haar meest wezenlijke eigenschap: vrijheid, en anderzijds omdat het patronen en modellen zijn die op den duur zullen verdwijnen. Als je dus je verwachtingen inzake de toekomst van de mensheid baseert op een dergelijke “ethiek” ben je bezig met een luchtkasteel, dat er desnoods wel steeds fraaier uit gaat zien, maar dat al met al toch een fictie is.

 

Ik geef toe dat die fictie lange tijd zeer goed bruikbaar is om de schijn van enige ordening in het gedoe van de mensen op te roepen, bij nadere beschouwing primair in het voordeel van de machtige élites, en ik ben ook best bereid te erkennen dat het waarschijnlijk in onze huidige wereld een nog grotere rommel zou zijn als de “ethiek” niet althans een beetje remmend werkte, maar toch komt het in feite allemaal op onvrijheid neer. Je moet allerlei dingen doen en allerlei dingen laten, dingen die je wellicht toch wel gedaan of gelaten zou hebben als je de kans had gekregen er vrij en zelfstandig over te beslissen. Maar nu wordt bij voorbaat door anderen, en vaak ook door jezelf geëist dat je je zus of zo zal gedragen. En om dat eisen gaat het. Daarmee stel je de ander, maar ook jezelf, als een ondergeschikte die niet in staat is zelf aan zijn leven richting te geven. Maar eigenlijk ben je daartoe ook niet in staat, want wanneer en waar zou je dat geleerd moeten hebben? Je kunt het alleen maar leren vanuit een beginsituatie die nog helemaal vrij is en je de mogelijkheid biedt alle kanten op te gaan vooral ook de foute. Juist op voorwaarde dat je onbelemmerd je fouten kunt maken leer je ze herkennen en  na verloop van tijd vermijden. Zelf richting geven aan je leven is onmogelijk zonder de gelegenheid en de vrijheid om fouten te maken. Die fouten zijn van het allergrootste belang, maar het ligt in de aard van ons moderne denken om daaraan geen aandacht te besteden. Wij werken juist bij voorbaat de mogelijke fouten weg door de kinderen al in een vroeg stadium te leren wat in logische en morele zin “goed” is. Uiteraard vertellen we daar niet bij dat wij het gedeeltelijk ook maar “van horen zeggen” hebben en het voor een ander deel zelf, naar onze eigen smaak, bedacht hebben.

We vertellen niet dat er geen enkele zekerheid bestaat dat ons “goede” ook werkelijk goed is en dat datgene dat we voor “fout” houden misschien toch wel eens goed zou kunnen zijn, of althans mogelijkheden voor een nieuw inzicht zou kunnen bieden. Als je er niet van uit gaat en weigert te accepteren dat elk mens moet beginnen met “dwalen”, kan hij hem ook niet achteraf verwijten dat hij zichzelf niet “besturen” kan. Ik geef toe dat het ten aanzien van een kind wel een beetje riskant is als hij het niet behoedt voor de dingen die je zelf voor fout houdt, maar welbeschouwd ligt in onze huidige samenleving de oorzaak van dat risico meer bij de mentaliteit van die samenleving dan bij het kind zelf. De rampen ontstaan doorgaans door de reactie van de samenleving waarin men zekerheid zoekt door angstvallig de afgebakende paden te volgen, in de veronderstelling dat het zo niet fout kan gaan. Helaas blijkt steeds weer dat het zo nu juist wel fout gaat omdat men talloze aspecten van de werkelijkheid buitengesloten heeft.

Onlangs was er iemand van “Wageningen” in het nieuws, die uitlegde dat de organismen, die men met bestrijdingsmiddelen bestrijdt, steeds meer tegen die middelen bestand worden zodat men genoodzaakt is ze steeds giftiger te maken. En hij vertelde dat we op het ogenblik de grens van het mogelijke naderen en dat er feitelijk maar één oplossing is: terug naar de ouderwetse methode met natuurlijke bestrijding van ongewenste organismen. Tot op heden echter wordt de boer die niet “spuit” beschouwd als iemand die achtergebleven is en die het daarom “fout” doet. Maar als hij het afgebakende pad zou volgen, het “goed” zou doen en wel zou “spuiten”, blijkt na verloop van tijd dat de boel in het honderd loopt.

 

De clou zit in het buitensluiten van gedeelten van de werkelijkheid, in dit geval van vrijwel het gehele ecosysteem, en de fixatie op maar één ding: de opbrengst, of eigenlijk de winst. De mensen zijn net zo bezig als de boer die de gewassen bespuit. Zouden zij, door het “dwalen” en het niet bij voorbaat uitsluiten van vermeende “fouten”, meer oog krijgen voor de werkelijkheid zelf, dan zouden zij, ondanks het toelaten van “fouten”, minder fout leven. Fouten maken behoort tot de menselijke werkelijkheid omdat er voor een mens niets is dat bij voorbaat vastligt - maar “het fout doen”, met een verkeerde gezindheid leven, behoort uiteindelijk niet bij de mens.

In de moderne wetenschap is het vermijden van fouten zo langzamerhand tot een obsessie geworden. Men heeft allerlei methodische stelsels ontwikkeld om tot feilloze uitspraken en theorieën te komen. En ook hier heeft men bij voorbaat vastgesteld wat fout moet heten en wat goed. Slechts enkele wetenschappers zijn intussen op het idee gekomen die algemeen aanvaarde normen van “fout” en “goed” eens in twijfel te gaan trekken, maar zij worden gewoonlijk niet erg serieus genomen. Er wordt gezegd dat zij “subjectief” bezig zijn terwijl een groot aantal, wat meer autoritair ingestelde, geleerden suggereren dat zij, met hun twijfel aan de wetenschappelijke normen, beslist “onwetenschappelijk” te werk gaan en zelfs een smet op het blazoen van de wetenschap werpen. Misschien is dat ook wel zo, maar dan moet dadelijk opgemerkt worden dat, als de twijfel er nu ook al een smet op werpt, het toch wel een heel erg steriel blazoen moet zijn.

 

Hoe dan ook, fouten mogen niet gemaakt worden. Op zichzelf is dat natuurlijk prima. Daarin schuilt de obsessie dan ook niet. Het zit hier in dat men gehele gedachtegangen zonder meer verwerpt als er ook maar één foutje in aangetroffen wordt. Al is het nog zo'n veelbelovende gedachtegang, die wellicht wel perspectieven biedt tot de oplossing van een groot aantal problemen... als er een rekenfout of een methodische fout in zit houdt men onmiddellijk op er verder aandacht aan te besteden. Een groot deel van de wetenschappelijke “concurrentie” is dan ook gebaseerd op het jagen op andermans fouten en het vervolgens afkraken van elkaars werk. De vraag of een gedachtegang zelf mogelijk of houdbaar is wordt nauwelijks gesteld, of beter: men meent dat hij beantwoord is als men wel of niet fouten gevonden heeft. Toch gaat het, wetenschappelijk gesproken, niet in de eerste plaats om de fouten, maar om de gedachtegang. De fouten komen vanzelf wel te voorschijn. Anderzijds is het mogelijk om een volkomen foutloze redenering op te zetten over iets dat op zichzelf onzinnig is. Vooral in de theologie heeft men hierin een hoge graad van bekwaamheid bereikt. Maar ook in de politiek en de economie kan je sterke staaltjes aantreffen, bijvoorbeeld in het denken over de zogenaamde ontwapening en de theorieën over een economie die alleen maar goed zou zijn als hij gestaag groeit. Bij al deze zaken- ze zijn er in overvloed- heb je te maken met een geraffineerd methodisch denken en een heel kundig vermijden van fouten, maar dat de gedachtegang zelf niet deugt bemerkt men niet. Al praat je nog zo logisch over god of over de economie, het blijft toch logisch praten over iets dat onzin is...

 

Naar bovenkant document

 

Bovenstaande tekst is geschreven:

 

door Jan Vis, filosoof.

Terug naar: de Startpagina

Naar andere artikelen: Het toenemend belang van het Atheïsme ; Geen God wat dan ; Godsdienst en Geloof ; Evolutie of Creatie ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; God bestaat niet ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; De verdedigers van de Godsdienst ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ;  Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ;  Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Is er dan toch een GOD..? Hoe zit dat..?  Briewisseling- Geweld- Godsdienst- Geloof ; Vrijheid van Godsdienst ; Kan alles maar..!-zie bladwijzers Cultuurfilosofische Opmerkingen-o.a. Verveling, verlies van houvast, Islam’s succes ; de kunst; het schone verschijnsel ; Samenleving, Maatschappij en Gezin ; Filosofie van de kunst ; Hoe zit het nou met god ; Het Nihilisme ; Vernietiging van de macht ; Uilenspiegel en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Een alternatief bestuur ; Het gelijk en de dialoog ; De ontwikkeling van het denken ; Conditionering ; Op de vlucht voor je eigen denken ; Artikelen betreffende o.a. Moslims / ISLAM ; Proces v/d Eeuw tegen alle ingezetenen van Nederland.!.? ;

 

 

 

 

Pagina's zijn door mij uit het boekwerkje TEKST EN UITLEG ( 1987 ) uitgegeven door "De Vrije Gedachte" te Rotterdam overgenomen.

 

   Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten maar juist voor alle mensen, is het citeren uit  mijn werk zonder meer toegestaan. Wel echter zou ik het op prijs stellen dat het citeren vergezeld gaat van een duidelijke bronvermelding! (Jan Vis, creatief filosoof)

 

 

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter