VERNIETIGING VAN MACHT

Mei/juni 1980

Naar de nrs. 1 en 2 van het artikel

anarchisme,de derde wereldoorlog,democratie,het recht,het vernietigen van macht,macht,machtsstelsels,nihilisme,politici, psychische verschijnselen,regeren,saamhorigheid,verkiezingsstrijd,vernielzucht,vernietiging van macht,zelfbewustzijn.

 

Terug naar: de Startpagina

Help mee om deze site te promoten. Vertel het uw…!

(Adres luidt: http://home.planet.nl/~rwvanes )

 

Naar bladwijzer: Vertrouwen in GOD en de ECONOMIE ;  Het Machtssysteem en Het alternatief bestuur ; Samenleving en Maatschappij ; De juiste vraag is: Hoe zit het ; Regeren ; Parlementaire democratie ; Derde wereldoorlog al lang aan de gang ; De economie zelf is fout ; onderdrukking ; overheid/vogelaar-1 ; overheid/de maat-2 ; Bevrijding ; progressief ; De mensheid is onregeerbaar ; Redelijkheid ; Economie ; Men rekent met fouten ; De mensheid schudt haar oude huid af ; Toekenning van macht ; De Economie is een inhoudsloze fictie ; De mensheid is onregeerbaar ;  Besturen ; Afghanistan ; Rellenschoppers in A’dam/Rellen ; Economische crisis ; Argeloze onderwerping aan een nieuw machtstelsel ; Monarch vervangen door een President...? een verbetering…? ; Alternatief BESTUUR ;

 

 

Naar andere artikelen: Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37, ; Kan macht zich ten goede keren ; Abortus, de christelijke praktijken ; Godsdienst en Geloof ; God bestaat niet ; De verdedigers van de Godsdienst ; Evolutie of Creatie ; het zelfbeschikkingsrecht. ; Een korte schets van de “Menselijke Seksualiteit” ; De verloedering van de seksualiteit ; Briefwisseling -Incest ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ; De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; Het zelfbeschikkingrecht ; Is er dan toch nog een GOD..? Hoe zit dat..? ; Individualisering ; Individualisering-Tomeloze verwarring-Collectieve krankzinnigheid_zie nr. 12 ; De Islam is met groot succes in opmars.-afl.18 ; Waar gaat het in de mensheid nu wezenlijk om..? ; Een dodelijke oorlogsverklaring aan de mens-afl.65 ; Geen GOD, wat dan..! ; Hoe zit het nou met God, Allah, Jahweh, Religies, etc. ; Bestaat GOD toch..? ; Jodendom en het Christendom hebben een heldere intuïtieve basis, die teruggaat tot diep in de grijze oudheid. Hoe zit dat met de Islam..?-zie nr. 64 ; AGRESSIE ; Hoe herstel je HET GEZAG ; Overspel/huwelijkswet ;  GEMOEDELIJKHEID/vriendelijkheid -zie A-afl.22 , B -De Filosoof en de Politiek en C -scroll naar 54 en 59 ; Nihilisme en Anarchisme als basis van het Atheïsme ; Discussie over Atheïsme - zie nr. 20 ; Moskeeën; de Islam is met groot succes in opmars-zie afl.18 ; Uilenspiegel en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Oorzaak SEXUEEL misbruik - zie bladw. ;Het Buitenechtelijke - bandeloosheid - Overspel - Liefde - zie bladwijzers ; Het HUWELIJK is een belediging voor de LIEFDE - zie bladw. ; Houden van...Liefde...Trouw ; Overspel/huwelijkswet ; Wilders ; Proces van de EEUW-(Telegraaf) ;

 

 

VERNIETIGING VAN MACHT (1) mei/juni 1980

Nu het koninkrijk der Nederlanden een nieuwe vorstin ingehuldigd heeft zullen de discussies over de waarde van het koningschap wel voor enige tijd verstommen. De zaak is weer van de baan, de nieuwe vorstin is er en nu maar weer afwachten hoe zij het doet. Over het algemeen zijn de verwachtingen van de Nederlanders niet ongunstig, men spreekt er zelfs van dat zij goed voorbereid is voor haar taak en dat zij in het verleden getoond heeft een hoge opvatting van die taak te hebben. Enkele misplaatste opmerkingen worden haar gaarne vergeven omdat zij beschouwd kunnen worden als schoonheidsfoutjes die nu eenmaal overal aan meekomen.

Dat die schoonheidsfoutjes blijk geven van een bepaalde gesteldheid wordt niet van belang gevonden en men krijgt zelfs de indruk dat de gezaghebbende figuren in onze staat het eigenlijk vanzelfsprekend en noodzakelijk vinden dat staatshoofden er een bepaalde gesteldheid op na houden. Het schoonheidsfoutje is slechts hierom misplaatst omdat het iets onthult van datgene waarom het werkelijk gaat: autoriteit. Met het veranderen van het denken aan de basis van onze cultuur gedurende de laatste twintig jaren is de autoriteit in een enigszins ander daglicht komen te staan als voorheen. Het vanzelfsprekende en onbetwistbare karakter ervan is in sterke mate dubieus geworden. Vroeger werd de autoriteit ook wel bij allerlei gelegenheden aangetast, maar toen ging het steeds over de vraag of een bepaalde autoriteit wel aanvaardbaar was. De vraag was dus niet of er autoriteit moest zijn, maar de vraag was: welke autoriteit moet er zijn, en in verband daarmee ook de vraag of een bepaalde persoon of groep van personen geschikt was voor zijn taak. In het verlengde daarvan lag het vraagstuk van “de toekenning van macht”: hoe moest men het inrichten dat de macht in handen kwam van betrouwbare personen van wie niet te verwachten viel dat zij van hun bijzondere positie misbruik zouden maken. Onze parlementaire democratie is een betrekkelijk redelijk antwoord op het vraagstuk van “de toekenning van macht”. Natuurlijk gaat ook deze redelijkheid - zoals met alle redelijkheid het geval is - niet verder dan hij gaat. Omdat het geen levende maar een uitgedachte zaak is kan hij slechts gerealiseerd worden door middel van woorden, redelijke woorden die gemakkelijk kunnen verbloemen wat er werkelijk aan de hand is. Een plausibel beroep op het welzijn van de staat is doorgaans voldoende om macht toebedeeld te krijgen. De zogenaamde verkiezingsstrijd is niets anders dan de poging van redelijke mensen om elkaar met goede argumenten te overtroeven teneinde te verwerven wat zij werkelijk zoeken: macht.

In onze democratie komt over het algemeen de macht terecht bij diegenen die er logischerwijze recht op hebben. Gedacht vanuit het redelijk democratische beginsel althans. Geen wonder mag het dan ook heten dat de autoriteiten zich voortdurend beroepen op dit beginsel, enerzijds om hun macht te legaliseren, anderzijds om de aanspraken van anderen zoveel mogelijk voor onrechtmatig te kunnen verklaren. Ons democratisch stelsel is dus in wezen niets anders dan het intellectuele antwoord op de vraag hoé er macht moet worden toegekend en aan wie. Opmerkelijk is dat de oorspronkelijke betekenis (de Griekse) een totaal andere was. Het ging daarbij in principe niet om de vraag hoe iemand tot macht kon komen, maar om de vraag hoe de staat bestuurd moest worden en door wie. De gedachte dat er een bestuurder moet zijn is een andere dan onze westerse gedachte dat er macht toebedeeld moet worden. Vandaar dat de Grieken niet schroomden zichzelf het recht van de tirannenmoord toe te kennen. De tiran, de dwingeland, de eenzijdig machtige was voor het Griekse denken, aan het begin van de individuele zelfbewustwording van de mens, een onhoudbaarheid. Zo er al van machtigen gesproken kon worden waren dit de goden, maar een ieder wist dat ook dezen beperkt waren. Het is interessant cultuur historisch na te gaan wat er van het begrip democratie is terechtgekomen in W -Europa. Hoe er een verschuiving heeft plaats gevonden in het denken van de mensen: begonnen met het begrip bestuur is het geworden tot het begrip “macht”. Weliswaar is het één nooit zonder het ander zodat gezegd kan worden dat ook het Griekse bestuur niet zonder macht was en de westerse macht niet zonder bestuur. Maar uit de laatste formulering wordt wel duidelijk hoe het tot op de dag van vandaag in W -Europa met het bestuur gesteld is. Het begrip ‘bestuur” vooronderstelt dat er iets is dat in beweging is. Er is iets dat ergens heen op weg is en dat daarbij begeleiding verdient. Die begeleiding kan alleen dan zinvol zijn als er ook een doelstelling is. Dus moet niet alleen “het op weg zijn” in het zelfbewustzijn van een cultuur liggen, maar ook en vooral het doel: waarheen zijn wij op weg. Het doel kan voor een volk dat in beweging is alleen in dat volk zelf gevonden worden. Het kan niet bedacht en gesteld worden door de een of andere intellectueel die behendig weet om te gaan met redelijke rekensommetjes. Het kan slechts begrepen worden uit de beweging van het volk zelf, dus: uit zijn wezenlijke cultuur.

Dat de zaak zo zit is eigenlijk wel bekend. Want de grote machthebbers in deze westerse wereld hebben nooit nagelaten hun volk als een vogelaar de zoete wijsjes van zijn eigen cultuur voor te spelen. Telkens als grote massa's hierin trapten was het de vogelaars gelukt de mensen te suggereren dat dit was wat zij eigenlijk wilden. Op een andere wijze was het niet mogelijk zich als leider van een volk op te werpen. Er is hier dus volop gelegenheid tot misbruik: laat de mensen geloven dat je hen begrijpt en je kan ze voor je karretje spannen. Maar dit doet niets af aan het feit dat een volk in de grond van de zaak alleen maar gevoelig is voor bestuur en dat als gevolg daarvan een macht alleen maar uitgeoefend kan worden als die macht zich voordoet als bestuur.

Dit nu is in de westerse wereld het geval. In feite is er namelijk op geen enkele wijze van een bestuur sprake, althans niet waar het de staat en zijn instellingen betreft: kortweg de overheid. We zien dan ook dat alle maatregelen van een westerse overheid gericht zijn op orde, en daaronder is te verstaan: een zodanig vastgelegd complex van verhoudingen dat het voortbestaan van de staat gewaarborgd is. Doordat dit streven naar orde er is, is er het achter de feiten aanlopen, want de behoefte om orde te scheppen vooronderstelt dat er allerlei als niet in orde wordt gezien. Dat wat volgens een overheid in een volk niet in orde is, is datgene dat zich ondanks de orde in beweging heeft gezet.

Dus datgene waarvan een volk het uiteindelijk moet hebben, de vooruitgang. Voor een overheid is dit noodzakelijk iets dat niet in orde is. Bijgevolg verzet elke Overheid zich tegen vooruitgang en dat doet ook een overheid die zichzelf progressief noemt. Haar progressiviteit slaat namelijk niet op wezenlijke vooruitgang maar op een andere methode van orde scheppen. Deze andere methode kan gebaseerd zijn op de nieuwste inzichten en zelfs kan hij speculatief zijn, met bepaalde experimenten, maar steeds is hij gericht op het scheppen en in stand houden van een zekere orde. En dus van het voornoemde vastgelegde complex van verhoudingen. Het is een feit dat veel mensen zich thuis en veilig voelen bij de gestelde orde. Men meent te weten waar men aan toe is en dat is ook wel begrijpelijk. De mensheid, zoals we die tot nu toe gekend hebben is voortdurend tegen zichzelf gericht, hetgeen het gevolg is van het feit dat de mensen niet inzien dat zij bij elkaar horen. De mensen menen dat zij “ieder voor zich” zijn en als zodanig trachten zij zichzelf waar te maken. Nu is hen dat eigenlijk niet kwalijk te nemen omdat het de huidige cultuur is die zich in hen laat gelden. In die cultuur leert de mens zichzelf als individu kennen en realiseren. En daarbij staat natuurlijk een eventueel gevoel van saamhorigheid op de achtergrond. Met het op de achtergrond staan hiervan wordt ook de natuurlijke beweeglijkheid van de mensheid verwaarloosd en daardoor begrijpen de mensen niet dat niet een vastgelegde orde hun leven inhoud kan geven maar juist het voortgaan. Ik wijs er met klem op dat ik hier spreek van een vastgelegde orde, door de mensen uitgedacht om het bestaan in stand te houden. Een statische zaak dus. Maar er valt met recht op te wijzen dat ook het in - beweging - zijn een orde kent. Deze orde kenmerkt zich niet door een zichzelf vastleggen maar door een voortdurend zichzelf vernieuwen. Het is de gang der ontwikkeling. Daarbij gaat het toe als bij het groeien van een levend organisme: strikt volgens de noodzakelijkheid en altijd functioneel. Om zich hieraan te durven overgeven en zich hierbij thuis te voelen moet de mensheid een stuk verder zijn in haar ontwikkeling. Zover is het nog lang niet. Nogmaals: de moderne westerse mensheid wordt niet bestuurd en wel omdat zij in de grond van de zaak haar eigen beweeglijkheid afwijst. Zij wordt daarentegen geregeerd, en dat wil zeggen dat zij in een patroon gedwongen wordt. Het patroon van de orde. Deze ordelijke zaak is doortrokken van macht want dat is de kracht die de dwang uitoefent. Dat is de kracht die tégen de beweeglijkheid is. Een geordende maatschappij is altijd en noodzakelijk een aangelegenheid van macht. En daar waar macht is, is ook autoriteit, d.w.z. het zich beroepen op het recht om macht uit te oefenen. Zoals gezegd aan het begin van dit artikel: de autoriteit is niet meer zo vanzelfsprekend. Het recht om macht uit te oefenen wordt in begin en beginsel in twijfel getrokken door een toenemend aantal mensen. Maar daarvan behoeven wij voorlopig nog niet al te veel te verwachten. De meeste mensen hebben nog niet eens door dat dit de zaak is die zich in hen afspeelt. En daardoor bepalen zij zich er toe te proberen de machtsposities in andere handen te leggen. Met steeds een teleurstellend resultaat omdat datgene waarom het werkelijk gaat, n.l. het vernietigen van macht, niet tot zijn recht is gekomen. Het in twijfel trekken van het recht om macht uit te oefenen is op zichzelf een zaak van nihilisme. Ontkend wordt immers alles wat zich hoger en van meer waarde waant dan datgene dat voor de dag komt door het natuurlijke proces in de mensheid. Ontkend wordt de zelfverheffing die voorwaarde is voor de wil om de werkelijkheid te veranderen, te ordenen. De autoriteiten worden teruggedrongen in het natuurlijk geheel dat de mensheid is en dat ontdoet hen van hun waarde.

Het nihilisme is de enige kracht die opgewassen is tegen de remmende kracht van de macht, het is de enige kracht die de mensen kan vrijmaken van hun onderdrukking. Mooie theorieën over een anarchistische maatschappijstructuur halen niets uit waar het macht en autoriteit betreft. Zij komen slechts tot een andere (en inderdaad: sympathiekere) verdeling van macht en het recht op het uitoefenen daarvan. Maar al met al blijft het een machtsstelsel zolang en voor zover er aan het anarchisme geen nihilisme voorondersteld is. Hoe zou een mens zichzelf kunnen besturen (anarchisme) als hij zichzelf verbonden heeft met krachten die tégen de beweging gericht zijn? Immers: dan stuurt hij niet, maar dan remt hij af. Hoewel het anarchisme op zichzelf een veel betere maatschappij kan opleveren is het toch niet in staat een goede te realiseren tenzij men het denken over verdeling van macht vervangt door het denken over vernietiging van macht. Als wij het voorgaande tot ons laten doordringen wordt het ons duidelijk dat bij de discussie over het eventuele afschaffen van de Nederlandse monarchie het eigenlijke probleem niet aan de orde komt. Zolang het erover gaat of de monarch vervangen moet worden door een president is men niet op een wezenlijke verandering uit. De macht spitst zich dan toch weer toe tot één punt. Bij de desbetreffende discussie in het programma denkbeeld voor de TV bleek dat ook prof. Nagel zonder meer een republiek voorstond. Met een president, waarvan dan het voordeel zou zijn dat men hem naar huis kan sturen. Afgezien van het feit dat in principe geen enkele machthebber zich naar huis laat sturen, is het alternatief van een president niet meer dan wat het is: een alternatief. De erfelijke dwaas wordt vervangen door een gekozen dwaas, net zo vol van verbeelding en hoogmoed en net zo gespeend van capaciteiten, maar in zekere zin zelfs nog gevaarlijker, omdat hij meer feitelijke macht heeft.

Het is mogelijk om de gedachte te verdedigen dat wij voorlopig een republiek zouden moeten hebben, maar dan wel een republiek zonder een staatshoofd. Het is al erg genoeg dat er een regering is die pretendeert het land te besturen. Maar waar wij ook voor zouden zijn, voor de domste oplossing: een erfelijke vorst, of voor een iets minder domme oplossing: een gekozen president, of tenslotte voor de op dit moment minst domme oplossing: een democratisch gekozen regering, in alle gevallen is het dom. Overigens gaat het niet om de vraag waar we voor of tégen zijn, maar om de vraag hoe het zit met een volk. En op de huidige trap van ontwikkeling is de vernietiging van de macht nog een onmogelijkheid. Maar gelukkig wordt het recht om macht uit te oefenen al heel wat kritischer bekeken.

VERNIETIGING VAN MACHT (2) september 1980

Bladwijzers: Rellen ; Rellenschoppers ;

Zoals ik in mijn vorige artikel over hetzelfde onderwerp al heb gezegd begint het in het huidige tijdsgewricht langzaam aan duidelijk te worden dat de mensheid op onze planeet wezenlijk niet kan leven in een stelsel van machtsverhoudingen. Meer dan ooit en op een veel grotere schaal dan ooit het geval was, verzetten grote groepen mensen zich tegen het over hen heersende machtsstelsel. En, wat opmerkelijk is, zij verzetten zich met succes tegen de macht. Wel is waar vergissen zij zich herhaaldelijk: nadat zij zich van een bepaald machtsstelsel hebben bevrijd onderwerpen zij zich argeloos aan een nieuw dat met een ijzeren onafwendbaarheid weer dezelfde kenmerken vertoont. Maar tegen dat nieuwe zullen de mensen zich na verloop van tijd ook weer verzetten, en ook weer met succes. De tijd is voorbij dat kleine groepen machtigen zich kunnen verheffen boven grote groepen van de bevolking. Het gebeurt nog wel telkens, maar het kan niet meer. Dat het niet meer kan blijkt voorlopig nog niet zozeer uit de politieke feiten zoals je bijvoorbeeld de instelling van een (volks-) democratie of van een radenstelsel een politiek feit kunt noemen, maar vooral uit allerlei psychische verschijnselen zoals onvrede en verbittering, agressie tegen politie en leger, gewelddadigheid en vernielzucht bij jongeren. En deze verschijnselen treden vooral op bij die bevolkingsgroepen die zelf in de praktijk weinig last van de onderdrukking hebben. De Amsterdamse rellenschoppers hebben zelf niet of nauwelijks te lijden onder dwingelandij van machten, maar juist in hen vertoont zich een grote agressiviteit tegen de politie. Je kan zelfs wel spreken van een haat tegen elk machtsvertoon. Daartegenover staat, dat die mensen die werkelijk onder tirannie gebukt gaan, zoals dat op bijna het gehele zuidelijk halfrond het geval is, weinig agressie en helemaal geen baldadigheid en vernielzucht vertonen. In hen ligt de zaak veel redelijker en het gaat gepaard met allerlei idealen en ideologieën die allemaal één ding gemeen hebben: het begrip “bevrijding”. Wij maken een fout als wij menen dat hun bevrijdingsgedachte zich beperkt tot bevrijding van westerse grootmachten. De wil om zich van die westerse (beter is het om te zeggen: noordelijke) grootmachten te bevrijden is niet meer dan “een verbeelding”. Genoemde grootmachten staan symbool voor de zaak waarom het eigenlijk gaat, zij zijn de gestalte, het concrete “beeld” waaronder de zaak voor hen verschijnt. Zo wordt de zaak tastbaar en dus aantastbaar. Precies zoals voor de vrijdenkers de kerken de tastbare en aantastbare manifestatie zijn van datgene waartegen zij eigenlijk tekeer gaan: de minderwaardigheid van de mens doordat hij zichzelf ziet als onderworpen aan iets hogers. De strijd van de zuidelijke wereld tegen de noordelijke vertoont zich als een strijd tegen grootmachten (symptoom) en is wezenlijk het begin van de afwerping van alle macht (oorzaak). Hier komt niet voor de dag dat die volkeren van een bepaalde (noordelijke) onderdrukking af willen, maar dat machtsstelsels voor de mens, voor elke mens, fnuikend zijn. En als ze dat zijn voor elke mens, zijn ze dat ook voor de samenlevingen waarin de mensen leven en voor de maatschappijen die zij vormen.

Behalve de hierboven geschetste zijn er nog tal van verschijnselen die er op wijzen dat de mensheid begonnen is het door haarzelf in het leven geroepen machtssysteem te vernietigen. Al eerder heb ik er op gewezen dat bijvoorbeeld het falen van onze westerse regeringen en het voortdurend instorten van economieën niet te wijten zijn aan de onbekwaamheid van bepaalde mensen maar aan het voor de dag komen van het feit dat de mensheid onregeerbaar is, en van het feit dat een economie, elke economie, een inhoudsloze fictie is. De economie is namelijk een maatschappelijke berekening waarin alle factoren fouten zijn. Let wel: ik zeg niet dat de factoren fout ingevuld worden. Als dat het geval was zou het op den duur wel terechtkomen. In alle wetenschappen worden om te beginnen de factoren fout ingevuld. Maar gaandeweg ontdekt men de goede waarden en omdat de factoren zelf goed waren komt de zaak in orde bij invulling van de goede waarden.

In de economische wetenschap echter kan je goede gegevens invullen zoveel je wilt (juiste statistische informatie bijvoorbeeld over vraag en aanbod op de markt), de uitkomst is toch fout omdat de formules en de factoren fout zijn. De economie zelf is fout. Zo bedoel ik het als ik zeg: "de factoren zijn fouten". Men rekent met fouten zoals ook de theologie rekent met fouten, immers god bestaat niet en dus is de theologie een fictie. Ook ‘regeren” van mensen en volkeren is een idee die aanvankelijk door de mensen aangehangen wordt en die thans gaat blijken een fictie, en dus onhoudbaar, te zijn. Bekwaam of niet, de staatslieden en politici kunnen de zaak niet klaren. De zaak zelf deugt namelijk niet en dat feit komt er nu niet uit. Tot vernietiging van macht kan een mens niet besluiten. Het is een zaak die zich in hem, vaak tegen zijn bewuste wil, afspeelt. Zolang dit proces nog niet helemaal ten einde is, maar al wel in hem doorgebroken, zal hij zich meer en meer tegen bepaalde machten verzetten en deze uitschakelen, maar hij zal zich tevens, zij het in steeds mindere mate, buigen voor nieuwe machtsvormen.

Dit politieke proces, dat ondenkbaar is zonder een grote mate van gewelddadigheid, zouden we best “de derde wereldoorlog” kunnen noemen. Waarbij dan te bedenken valt dat deze niet “voor de deur staat”, maar al lang begonnen is. De noordelijke mogendheden hebben openlijk met de oorlogshandelingen nog niet zo erg veel te maken, maar welbeschouwd zijn zij er allemaal mee bezig. De Amerikanen vochten in Vietnam een hopeloze oorlog en thans doen zij dat in vrijwel geheel Zuid-Amerika en het Midden Oosten: de Russen vechten hun strijd uit in Afghanistan en ook in Vietnam. Het lijken betreurenswaardige incidenten, maar het is de derde wereldoorlog. Een oorlog die de noordelijke landen hebben te verliezen, in uitwendige zin doordat zij er overal uitgegooid worden en overspoeld worden door zuiderlingen (al volop aan de gang) en in inwendige zin doordat zij zich qua stelsel in zich zelf vernietigen. En ook dat laatste breidt zich almaar uit: politieke crisis, sociale crisis, economische crisis en - last but not least - grote psychische conflicten. Moet dit alles treurig stemmen? Een ieder ziet maar hoe hij zich laat stemmen, maar treurig is het niet: de mensheid schudt haar oude huid af. Pijnlijk is het echter wel...!     Maar..! De juiste vraag is: Hoe zit het nou echt..? Ga naar: Het alternatief bestuur    

 

No. 107 - mei/juni 1980 en No. 109- september 1980

Bovenstaande tekst is geschreven: door Jan Vis, filosoof.

Artikel (mei/juni ’80 en sept. ‘80) werd geplaatst in de uitgave "IN NIETS NEUTRAAL" van De Vrije Gedachte te Rotterdam. Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit dit artikel zonder meer toegestaan. Bronvermelding wordt echter wel op prijs gesteld.

 

 

EEN ALTERNATIEF BESTUUR

Oktober 1980

 

atheisten,evolutie,het laatste verschijnsel,het leven op aarde,het recht,leiding,maat

Terug naar: de Startpagina

Naar: Ongehoorzaamheid

Naar: Kan macht zich ten goede keren

Naar: Uilenspiegel en de macht 

Bladwijzers: Rellen ; Rellenschoppers ;

Een alternatief bestuur

Het is gemakkelijk om over het vernietigen van macht te spreken zonder tevens een alternatief te bieden, d.w.z. zonder met iets anders te komen dat in de plaats kan treden van de verloren gegane macht. Want als de wereld dan niet beheerst gaat worden door machtsstelsels zal hij toch op een andere manier geregeld moeten worden. Het is buiten kijf dat er regels moeten zijn, want als iedereen maar aan kan rommelen wordt het een chaos waarin helemaal geen algemeen belang meer kan worden aangewezen, laat staan dat het gediend kan worden. Zo’n omvangrijke organisatie als de wereld is kan toch nimmer anders dan vanuit een centrale top bestuurd worden en die centrale top moet toch weer de macht hebben om het naleven van het algemeen belang af te dwingen. Als dus de macht vernietigd zal zijn, volgens welk alternatief principe wordt de mensheid dan bestuurd... ?

In de bovenstaande regels heb ik zo goed mogelijk onder woorden gebracht wat de meest positieve reacties waren op mijn twee vorige opstellen over vernietiging van macht. De meerderheid der reacties was niet zo best: men vond de gedachte dat de mensheid zich eens zou gaan vrij maken van elke vorm van macht een onzinnige gedachte, en dat zij thans al met dat proces begonnen zou zijn werd al helemaal absurd gevonden. Neen wat er op dit ogenblik in de wereld gaande is, is het zich bevrijden van overheersing door vreemde machten, door elites die het recht op het gebruik van geweld voor zichzelf opeisen en zich met behulp van dit geweld breed maken en verrijken. Maar na de bevrijding van deze vreemde elites komt de macht aan het volk en die macht kan niet meer misbruikt worden omdat diegenen die macht uitoefenen dit niet meer doen vanuit door en voor zichzelf verworven rechten, maar vanuit door het "volk" gegéven rechten, die tijdelijk zijn en die betrekking hebben op één bepaalde taak of opdracht. Het dragen van autoriteit is dan het gevolg van een keuze door het volk en de functie van de drager van de autoriteit is een "vertegenwoordigende" functie. Op deze wijze zal de mensheid straks, als ze bevrijd is de macht toekennen aan bekwame enkelingen. Alleen dan is misbruik uitgesloten... Aldus de redenering van diegenen die mijn gedachtegang over de vernietiging van alle macht onzin vonden. Ik waag het te betwijfelen of die mensen het vraagstuk van “de macht" wel voldoende doordacht hebben. Volgens mij hebben zij getracht een oplossing te vinden met instandhouding van alle in onze denktraditie liggende factoren.

Dit heeft tot gevolg dat er een oplossing uit de bus komt waarin het begrip "orde" niet doordacht is zoals het eigenlijk zou moeten.

Dit sleept met zich mee dat de maatschappelijke rol van de wetenschap en de techniek, van de politiek en het recht, van arbeid en productie, van gelijkheid en van distributie, enzovoort, zonder meer gehandhaafd blijft zoals die in onze westerse wijze van denken is ontstaan. Als dit alles zonder onderzoek gehandhaafd blijft is er voor “de macht" inderdaad geen betere regeling dan het hierboven aangegeven vertegenwoordigend stelsel. Die gedachte is al zo vaak naar voren gebracht dat het mijn critici weinig inspanning kost haar mij voor de voeten te werpen. Vijf minuten bedenktijd is voldoende... Zij die interesse tonen in “een alternatief" geven er blijk van althans open te staan voor een nieuwe beoordeling van alle factoren die in dit vraagstuk een rol spelen, maar erg diep kunnen zij toch ook niet gegaan zijn, want anders hadden zij begrepen dat de hele zaak met “een alternatief" niets te maken heeft. En bovendien: "mijn alternatief" is al helemaal niet belangrijk. Het zou zin hebben je af te vragen welk alternatief “het gros" van de mensen eventueel voor mogelijk houdt en je zou dan ertoe mee kunnen werken zo'n alternatief te realiseren. Het stelsel van de vertegenwoordigende machtstoekenning is daar wellicht een voorbeeld van, die gedachte wordt door vele mensen aangehangen.

Maar als ik een alternatief te bieden zou hebben zou dat even weinig menselijk zijn als het alternatief dat de ons bekende en onbekende dictators bieden. Het zou niet meer zijn dan mijn particuliere wens en daaraan heeft niemand iets. De juiste vraag is: hoe zit het. Wat geldt er voor de mens en hoe vertoont zich dat als samenleving van mensen en welke maatschappij bouwen zij bijgevolg op. Samenleving en maatschappij zijn veranderende grootheden: zij zijn afhankelijk van de visie die de mensen op zichzelf hebben. De kwaliteit van die visie wordt bepaald door de ontwikkelingsgraad van de mensheid als geheel op een bepaald historisch moment (de onpersoonlijke factor) en door de wijze waarop een individu het totaal van zijn eigen omstandigheden verwerkt heeft (persoonlijke factor). Los echter van de veranderende grootheden is er de onveranderlijke grootheid, die wij met een (vage) term het wezen van de mens kunnen noemen, laat nu niemand beweren dat ook dat wezen een veranderlijk iets is en dat het daardoor niet op zichzelf gekend kan worden want dan ziet hij voorbij aan het feit dat de mens heel gewoon een verschijnsel is tussen de verschijnselen. Met de andere verschijnselen kan je hem een "ding" noemen. En elk ding heeft zijn eigen karakter, elk ding "is iets".

Als een ding veranderlijk is, zoals de levende dingen dat zijn, dan kan je nog altijd zeggen: dat ding "is iets". De veranderlijkheid is een kwaliteit van datgene dat iets is. Wanneer wij nu spreken over “het wezen" van de mens dan hebben wij het over "iets" dat hij is en wij calculeren daarbij in dat hij als zodanig verandert. Ik denk niet dat de programmaleiding van de KRO zich heeft gerealiseerd wat zij uitzond toen zij onlangs die serie over het leven op aarde op de buis bracht. In de laatste aflevering werd de mens behandeld en daarbij werd duidelijk gezegd dat hij "het laatste verschijnsel" is. Trek daaruit nu eens de conclusies! Als de mens het laatste verschijnsel is, dan betekent dit dat hij niets boven zich heeft. Er is dan geen organisatievorm van het leven die "hoger", oftewel "inniger" is dan de vorm die de mens is. Hoger en lager kunnen namelijk alleen maar betrekking hebben op organisatievormen. Het voert te ver om hierop thans in te gaan, - zie hiervoor: Beweging en Verschijnsel (deel 1, 2, en 3) – toegevoegd door RvE - maar in ieder geval is het zo dat die organisatie "hoger" is waarvan de samenhang der samenstellende delen (cellen) inniger is. Het laatste verschijnsel kan logisch niet anders dan het toppunt van innigheid zijn: het is dan het hoogste en heeft dus niets boven zich. In deze gedachtegang zit één "maar". Er is namelijk te vragen of de mens wel het laatste verschijnsel is.

Velen menen dat de evolutie nog niet afgelopen is: dat er na de mens nog een hoger wezen zal verschijnen dat voorbij is aan het getob van de mens. Maar deze gedachte die doorgaans meer een wens is dan echt een gedachte, bestrijd ik. Hij ligt geheel niet in de logica. Maar ook dit zou te ver voeren om aan te tonen (zie ook bovenstaand url-adres ); ik laat dit daarom maar achterwege en sla de weg in die geopend wordt door de gedachte dat "de mens niets boven zich heeft". Een gedachte waarvan je zou verwachten dat juist de atheïsten die in volle omvang zouden begrijpen. Als de mens niets boven zich heeft kan hij door niets gedwongen worden. Niet alleen dat hij door niets buiten hemzelf gedwongen kan worden, maar, wat zeker voor de moderne mens goed zou zijn om zich eens te realiseren, hij kan ook door niets binnen hemzelf gedwongen worden. Vooral de moderne mens namelijk is een mens die zichzelf tot allerlei dwingt. Hij noemt de dwingende kracht gewoonlijk “de redelijkheid", en hoewel er zeker te zeggen is dat een mens zich het beste van al door redelijkheid kan laten dwingen, is het toch een feit dat hij gedwongen wordt. Vaak komt hij er toe de redelijkheid te verabsoluteren en hem voor te stellen als een uitwendige zaak. Als zodanig kan die zaak dan als "algemeen geldig" en dus als dwingend gesteld worden en uitgangspunt zijn voor bijvoorbeeld een rechtsfilosofie (Leo Polak e.a.). Maar redelijkheid, hoe waarheidsgetrouw desnoods ook, is en blijft een inwendige zaak waarmee een mens zichzelf allerlei oplegt. Deze dwang die de mens zichzelf oplegt is de meest onontkoombare. Het feit dat er niet of nauwelijks een uitweg is doet zich bij de tegenwoordige mens meer en meer als iets fataals gelden.

Vele psychische storingen komen hieruit voort. We horen dan zo'n mens zeggen: "ik begrijp niet waardoor ik zo in de war en onbevredigd geworden ben, ik heb me toch voortdurend redelijk opgesteld". Zonder het te weten heeft die mens de oorzaak van zijn verwarring aangegeven...Niets boven zich hebben heeft dus zowel een uitwendig als een inwendig aspect. Maar, of een mens zich nu laat dwingen door iets uitwendigs of door iets inwendigs, in beide gevallen stelt hij het als zodanig. Iets wat er eigenlijk niet is kan door de mens alleen maar gesteld worden. Daarom stelt hij de overheid als de maat. En hij laat zich daardoor dwingen of hij dwingt zichzelf. Als wij - voor het gemak - deze termen aanhouden komen wij tot het volgende: zowel het begrip "overheid" als het begrip "redelijkheid" (dit laatste als dwingend principe bedoeld) bestaan eigenlijk niet. Zij kunnen eenvoudig niet bestaan. Voor zover mensen menen dat zij er wel zijn is dit een fictie. In de loop der ontwikkeling heeft de mens zich deze dingen gesteld. En de oorzaak daarvan is geen andere dan deze: onvolwassenheid. Het zich op enigerlei wijze denken van een dwingend principe is, omdat het iets is van de onvolwassen mens, en historisch bepaalde zaak. Dat betekent in de praktijk dat de mensen die binnen die historische zaak vallen automatisch denken volgens modellen die bij die zaak behoren. Aan een automatisch denken wordt niet getwijfeld: de bij dat denken behorende voorstellingen worden kritiekloos voor waar gehouden. En dat ligt zo sterk in de mensen dat de enkelingen die deze voorstellingen doorzien voor gek worden verklaard.

Zelfs allerlei psychische mechanismen verzetten zich hysterisch tegen gedachten die de historische voorstellingen vernietigen. Begrijpelijk is het dus dat de mensen gewoonlijk niets willen horen van denkbeelden waarin alle macht, al het dwingende, als fictie afgewezen wordt. En zij weigeren pertinent om ook maar te overwegen of een wereld zonder macht (uitwendig en inwendig) mogelijk is, laat staan dat zij zich afvragen hoe zo een wereld er uit zou zien. Zij wensen zich dus niet in te laten met hun eigen "Utopia" en bepalen zich in het beste geval tot een welwillende, doch gereserveerde, instemming met Thomas More. Niet dat ik denk dat de goede Thomas gelijk had met zijn voorstelling van zaken. Ook Thomas kan niet zonder dwingend principe, maar hij kwam er in ieder geval nog toe om zich een toekomst te denken... iets wat helaas lang niet van iedereen gezegd kan worden. Maar ter zake: een mensheid zonder enig hoger beginsel is - als het tenminste over een volwassen mensheid gaat - een mensheid die in zichzelf functioneert zoals een gezond organisme functioneert: iedere cel heeft, geheel zelfstandig, het zijne te doen in volledige samenhang met alle andere cellen. Geen van deze cellen is hoger of belangrijker dan de andere cellen. Door de volledige samenhang is een overkoepelend orgaan overbodig, dat pretendeert te weten wat er nodig is en wat er geregeld moet worden. Alweer een gedachte die vanuit ons historische denkmodel moeilijk te verstaan is.

Maar toch: moeilijk te verstaan of niet, als ertussen de mensen tenslotte samenhang is behoeft er niets van bovenaf geregeld te worden. De concrete voorwaarde voor die samenhang is, wat de mensheid betreft, de communicatie. Met het zich doorzetten van ons streven naar communicatie verwerkelijkt zich op den duur het besef van totale samenhang. Maar "samenhang" is op zichzelf iets anders dan "communicatie". Het laatste is gebaseerd op de relatie tussen twee cellen ( Mensen, Volken etc.). Het heeft als zodanig met die cellen niets te maken. Samenhang echter is er vanuit die cellen zelf. Vertaald naar de mensen: vanuit al die mensen zelf komt er op den duur het weten dat zij met z'n allen één organisme vormen, namelijk het levende organisme. Dat weten, gevoegd bij de praktische mogelijkheid van het contact, oftewel het er zijn van de relatie, is het enige dat nodig is voor de mensheid. Dat is geen dwingend weten, maar een feitelijk weten, net zo feitelijk als het weten dat de atoomkern splijtbaar is. In die "wetende" situatie zijn de afzonderlijke mens en de mensheid precies wat zij moeten zijn. Wat er aan dingen nodig is en wat er dus geproduceerd moet worden is door de samenhang bekend en aan die behoefte wordt vanzelfsprekend voldaan. Een overkoepelende organisatie, gebaseerd op de gedachte dat er leiding moet zijn, is alleen mogelijk en nodig in een situatie waarin de mens nog onvolwassen is, dus zich niet als een samenhangend geheel met de andere mensen beseft en ook nog niet de praktische mogelijkheden heeft om in relatie te zijn met de andere mensen.

Is dit echter uiteindelijk wel het geval, dan is elke macht zich baserend op welk hoger principe dan ook, uitgebannen en onmogelijk geworden.

Juist in de tijd waarin wij nu leven komen de eerste tekenen van een werkelijk vrijheidsbesef voor de dag. Omdat deze tekenen echter verschijnen binnen de "historische modellen" zijn zij in de eerste plaats een doorgaans redeloze reactie op die modellen. Anders gezegd: zij verschijnen in het kleed van het historische model; zij hebben de gestalte daarvan. Niet te verwonderen valt daarom dat alle infantiliteiten van het historische volop mee doen en zelfs gaan overheersen. Een voorbeeld daarvan zijn de zogeheten "rellen" in Amsterdam: de diepe grond is de (onbegrepen) bevrijdingsdrang maar de praktijk is infantiel, namelijk het afreageren op een "schuldige" door zijn uiterlijke kenmerken aan te tasten, zoals daar zijn de dingen die bij hem behoren en de dingen die hij vertoont als teken van zijn status. Beide zijn echter bijzaken. Bevrijding houdt eigenlijk in een onverschillig-zijn voor. Iets waarvan je bevrijd bent bestaat niet meer voor je en dan treedt de merkwaardige situatie op dat je "er doorheen loopt".

Deze situatie heeft een heel ander karakter dan die van het verzet. Voor deze laatste situatie is het herkennen en erkennen voorwaarde en bijgevolg is te zeggen dat diegene die zich verzet nog overwegend denkt in het patroon van datgene waartegen hij zich verzet. Het vereist een veel groter inzicht, en het is bijgevolg ook veel gevaarlijker voor de gestelde machten, als iemand er zonder aangedaan te zijn doorhéén gaat.

Betekent dit dat de mensen hun verzet moeten staken? Neen, dat betekent het niet want het verzet is en blijft toch een uiting van de menselijke behoefte tot bevrijding. Maar deze uiting is historisch bepaald en als zodanig gedoemd te verdwijnen - wat hij dan ook na enige tijd doet in de individuele mens. Wat vanaf deze tijd niet meer zal verdwijnen is datgene waar het werkelijk om gaat: de bevrijding van de mens....

Bladwijzers: Rellen ; Rellenschoppers ;

No. 110 - oktober 1980

Bovenstaande tekst is geschreven:

Door Jan Vis, filosoof.

Terug naar: de Startpagina

Naar andere artikelen: Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37, ; Kan macht zich ten goede keren ; Abortus, de christelijke praktijken ; Godsdienst en Geloof ; God bestaat niet ; De verdedigers van de Godsdienst ; Evolutie of Creatie ; het zelfbeschikkingsrecht. ; Een korte schets van de “Menselijke Seksualiteit” ; De verloedering van de seksualiteit ; Briefwisseling -Incest ; Het toenemend belang van het Atheïsme ; De fundamentele intolerantie van de Godsdienst ; Bedreiging van het vrijdenken en het atheïsme ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld..? zie no. 27. ; Toch nog een Theocratie- zie afl. 18 ; Ongewenst atheïsme- zie afl. 32 ; Een grens te ver (Israël) ; Verbieden van de godsdienst..?-zie afl. 21 ; Discrimineert / onderdrukt de Westerse Cultuur..? zie aflevering 60 / 61 ; Waarom is de Islam als godsdienst tegen de Westerse Wereld ..? zie no. 27 ; De Islam ; Het staat in de Koran- zie aflevering 36 ; De heilige wet-De Sjari’a ; Burqa, volg bladwijzer ; Kunnen moslims zich invoegen in de Moderne cultuur..? – aflevering no. 37 ; Het zelfbeschikkingrecht ; Is er dan toch nog een GOD..? Hoe zit dat..? ; Individualisering ; Individualisering-Tomeloze verwarring-Collectieve krankzinnigheid_zie nr. 12 ; De Islam is met groot succes in opmars.-afl.18 ; Waar gaat het in de mensheid nu wezenlijk om..? ; Een dodelijke oorlogsverklaring aan de mens-afl.65 ; Geen GOD, wat dan..! ; Hoe zit het nou met God, Allah, Jahweh, Religies, etc. ; Bestaat GOD toch..? ; Jodendom en het Christendom hebben een heldere intuïtieve basis, die teruggaat tot diep in de grijze oudheid. Hoe zit dat met de Islam..?-zie nr. 64 ; AGRESSIE ; Hoe herstel je HET GEZAG ; GEMOEDELIJKHEID/vriendelijkheid -zie A-afl.22 , B -De Filosoof en de Politiek en C -scroll naar 54 en 59 ; Nihilisme en Anarchisme als basis van het Atheïsme ; Discussie over Atheïsme - zie nr. 20 ; Moskeeën; de Islam is met groot succes in opmars-zie afl.18 ; Uilenspiegel en de macht ; Ongehoorzaamheid ; Oorzaak SEXUEEL misbruik - zie bladw. ;Het Buitenechtelijke - bandeloosheid - Overspel - Liefde - zie bladwijzers ; Het HUWELIJK is een belediging voor de LIEFDE - zie bladw. ; Houden van...Liefde...Trouw ; Overspel/huwelijkswet ; Wilders ; Proces van de EEUW-(Telegraaf) ;

 

 

Artikel werd geplaatst in de uitgave "IN NIETS NEUTRAAL" No. 110 - oktober 1980

van De Vrije Gedachte te Rotterdam.

Aangezien de filosofie er niet is voor enkele bevoorrechten, maar juist voor alle mensen, is het citeren uit dit artikel zonder meer toegestaan.

Bronvermelding wordt echter wel op prijs gesteld.

 

website analysis
website analysis

website analysis
online hit counter