DE GESCHIEDENIS VAN DE TIBETAANSE TERRIER
Het meest bekende verhaal
over de oorsprong van de Tibetaan is dat het uiterlijk van het ras zich niet
heeft veranderd in de afgelopen 2000 jaar.
Ze werden gefokt en grootgebracht in tempels in de zogeheten ‘Verloren Vallei’(
de toegangsweg was afgesloten door rotsen na een aardbeving enkele honderden
jaren geleden)
Een Tibetaantje
werd alleen cadeau gegeven aan belangrijke personen om te dienen als bewaker en
geluksbrenger tijdens de lange en vaak gevaarlijke weg naar huis. Soms werd een
Tibetaan meegegeven aan mensen als een teken van respect of als een beloning
voor bijzondere diensten.
Er werden echter ook Tibetaantjes gesignaleerd bij de
Tibetaanse nomaden. Deze werden gebruikt als herders- en bewakingshondjes. Ze zijn buitengewoon behendig en springen met
katachtige precisie.
Dr. A.R.H.
Greig
Mevr.A.R.H. Greig
was degene die de basis legde voor het ras Tibetaanse Terriërs.
Na de eerste wereldoorlog vertrok ze vanuit Engeland naar Cawnpore
(Nepal) en bij dat bezoek zag ze voor het eerst een Tibetaanse terriër. Ze
hadden haar gevraagd om een Tibetaanse vrouw te opereren. Maar de vrouw was erg
bezorgd over haar kleine hondje die een nestje had liggen. Dr
Greig, die opgegroeid was met honden,(haar moeder fokte
onder de prefix ‘Ladkok’)
beloofde om voor ‘Lily’ te zorgen.
Na de succesvolle operatie bracht de familie het gehele nest naar Dr. Greig zodat ze een hondje kon uitzoeken. Ze koos voor een
goud/witte teef en noemde haar ‘Bunti’.
Tegen de tijd dat Bunti een jaar was, was Dr.Greig zo enthousiast van dit ras, dat ze haar wilde
showen. Dus schreef ze naar het Secretariaat van de Indiase
Kennel Club en vroeg wat ze moest doen. Het secretariaat besloot dat ze Bunti kon laten registreren als een Lhasa Terriër als de
Indiase keurmeesters dit zouden goedkeuren als ze het hondje hadden gezien. Dus
ging Dr. Greig met Bunti
naar Delhi voor een toelatingsexamen. Maar de keurmeesters waren het niet eens!
Ze maakten een afspraak dat DR. Greig 3 generaties
zou moeten fokken met deze hond en dan zou Bunti en
haar nakomelingen opnieuw worden gekeurd. Vrienden van Dr. Greig
hadden ondertussen een Tibetaanse Terriër reu. Deze ‘Rajah’
was de vader van de eerste twee nesten.
In 1926 bracht Dr. Greig Bunti,
Chota Tukra (teefje van het
eerste nest van Rajah x Bunti)
en
Ja-Haz (reu van het tweede nest van Rajah x Bunti) naar Engeland.
In Engeland werden de honden geregistreerd als Lhasa Terriërs en de twee jongsten kregen de kennelnaam ‘of Ladkok’.
In 1927 werd Bunti gedekt door Ja-Haz
(haar zoon) en kreeg een nest van 3 reuen: Burrah Sahib of Ladkok, Mr.Binks of Ladkok and Bodmash of Ladkok. Mr. Binks ging samen met Dr. Greig
terug naar India en werd daar kampioen. De volgende gefokte hond in Engeland
was de witte Thoombay en samen met Gyantse of Lamleh ( een black and
tan teefje die een andere achtergrond had dan de
andere tibetanen van Dr.Greig)
draaiden ze erg goed op de shows.
In 1930 accepteerde de Indiase Kennelclub Gazette de
rasstandaard.
Tijdens de tweede
wereldoorlog was het een zware tijd voor elke hondeneigenaar/ fokker. Veel
honden overleefden het niet wegens een tekort aan voedsel
en vele ziektes.
Dr. Greig loste het voedselprobleem op door konijnen
te gaan fokken. Veel van haar Tibetaanse Terriërs overleefden het, maar veel van
haar Lhasa’s en Tibetaanse Spaniëls hebben het niet
gered. Tijdens de oorlog was er zelfs een nieuwe fokker bijgekomen (Mrs. Colville) die enkele nesten
had gefokt.
In 1953 werd er een nieuwe Tibetaan
geregistreerd. Zijn naam was Troyan Kynos, een reu die was gevonden in een haven in het noorden
van Engeland. De hond werd gegeven aan de familie Downey’s
( deze mensen waren al bekend in de hondenwereld doordat ze zeer succesvol
hadden gefokt met Pointers onder de kennelnaam ‘Luneville’).
Deze reu werd ingeschreven voor shows en won ook enkele malen. Dr. Greig had veel kritiek op deze reu. Deze reu werd ondanks
de discussie (of hij wel of geen Tibetaanse terriër was) de basis voor de Luneville – lijn.
De start van de Tibetaanse Terriërs
in het buitenland
Dit is een kleine lijst van
de eerste Tibetaanse terriërs die vanuit Engeland naar andere landen werden
geïmporteerd.
Denemarken: De heer Ellehage
bracht de eerste Tibetaan in 1939 naar Denemarken, maar in 1960 kwam het ras
pas echt van de grond. Er werd voornamelijk gefokt met een combinatie van Lamleh, Luneville en Duitse
lijnen.
Nederland: De heer en mevrouw Geertsema kochten een teefje van mevr Greig
en een tweede teefje volgde enkele jaren later. Er zijn geen relaties met die
honden en de Tibetanen van nu.
Zweden: Mevr. Carin
Slattne bracht dit ras naar dit land en later waren
er meer connecties met Finse, Zwitserse en Engelse honden. De
Zweedse Tibetanen club werd opgericht in 1979.
Duitsland: Mrs. E. Bruns importeerde twee teefjes van Dr. Greig
in 1939 ( Zosmi of Ladkok- en
Dyck ( Tava Fiorina een Tibetaanse import. Mrs. Bruns fokte diverse nestenonder de kennelnaam “von Tiergartenbruck”.
"