Genealogie van families die van het
Emsland naar de veenkoloniën verhuisden
Periode 1400-2000
INHOUD Pagina
2. De geschiedenis en
wetenswaardigheden van het Emsland en Westerwolde in vogelvlucht.
2.1. Het
Emsland in het Amt Meppen, het noordelijke Emsland
2.2. De
vestiging van de wereldlijke macht
2.4. Verdere
ontwikkelingen in Westfalen in de 19de eeuw.
2.7. Over de
markgerechtigde boeren
4.3. Roleff
ton Husen (ca 1410)
4.4. Hermann
ton Husen (ca 1440)
4.5. Johann
ton Husen (ca 1465)
4.6. Roleff
ton Husen (ca 1495)
4.7. Hermann
ton Husen (ca 1520)
4.8. Rolff
ten Husen (ca 1550)
4.9. Herman
ten Husen (ca 1590)
5.3. Engelke
Wobbeken (ca 1490)
6. Familie Stevens te Melstrup (trouwt met ton Husen)
6.2. Herman
Melstrup zum Lochtenberg
6.3. Johan to Melstrorpe (ca 1500)
6.4. Wilcke to Melstrorpe (ca 1540)
6.5. Steven
Wilckens (ca 1560)
6.6. Stevens
Wilckens (ca 1595)
7. Familie Sandker te Sustrum (Trouwt met ton Husen)
7.5. Hermann Hermans Sandt dictus zum Hausen
(circa 1633)
7.6. Joannes Sandmann (circa 1675)
7.8. Johannes Hermannus Sandmann
(1744)
7.9. Rudolf Wemke Sandker (1791)
7.10. Johann Wilhelm Sandker (1819)
7.12. Gerhard
Wemke Sandker (1853)
7.13. Jan
Willem Sandker (1891)
7.15. Jan Willem Sandker (1958)
8. Familie Kamp te sustrum (Trouwt met sandker)
8.3. Hermann
Kamp (circa 1560)
8.5. Hermannus
Kamp (circa 1626)
9. Familie Schmidt te Dersum
(trouwt met Kamp uit Sustrum)
10. Familie Aicke ten Husen (trouwt met Kamp te Sustrum)
10.2. Aicke
Rolffs zum Hausen (ca 1540)
10.3. Rolf zum Hausen (ca 1580)
10.4. Aicke Rolffs zum Hausen (ca 1600)
11. Familie Schröder te
Fresenburg (trouwt met Sandker te
Sustrum)
11.3. Herman
Schröder (ca 1455)
11.4. Bernd
Schröder (ca 1480)
11.5. Herman
Schröder (ca 1505)
11.6. Bernd Schröder (ca 1530)
11.7. Herman
Schröder (ca 1560)
11.8. Evert
Schröder (ca. 1590)
11.9. Hermann
Schröder (ca 1615)
11.10. Herman
Schröder (ca 1645)
12. Familie Jurgens te Ahlen (trouwt
met Schröder te Fresenburg)
12.4. Georius
(Jurgen) Borchman (ca 1610)
12.5. Intermezzo:
Wilcken te Melstrup
13. Familie Schmitz te Sustrum (Trouwt met Sandker)
13.3. Hinrich Schmid (ca 1475)
13.10. Joannes Schmees dictus Wilchmann
(1709)
13.11. Wemkes Schmees dictus Schmitz (ca
1720)
14. Familie Schweers (trouwt met Schmitz uit Sustrum)
14.2. Schweer Schwerinck (ca 1450)
14.3. Schweer Schwerinck (ca 1480)
14.4. Reincke Schwering (ca 1515)
14.5. Schweer
Schwering (ca 1550)
14.6. Johan
Schwering (ca 1585)
14.7. Assuerus Schwerings (ca 1620)
15. Familie Osteresch uit Walchum (trouwt met Schweers
15.2. Herman
Osteresch (ca 1460)
15.3. Herman Osteresch (ca 1485)
15.4. Herman
Osteresch (ca 1515)
15.5. Intermezzo:
fam Schröer te Sustrum
15.6. Diderich Osteresch dictus Hoppe
(ca 1550)
15.7. Herman Osteresch (ca 1595)
15.8. Intermezzo: fam Bussing. 212
15.9. Herman Osteresch (ca 1625)
16. Familie ton Willige (trouwt met Schulte uit Hofe)
16.2. Ayke
ton Willigen (ca 1480)
16.3. Johan
ton Willigen (ca 1519)
16.4. Herman
ton Willigen (ca 1540)
16.5. Abel
ton Willigen (ca 1565)
16.6. Sievert
ton Willigen (ca 1595)
16.8. Wemke
in den Willichen (ca 1670)
17. Famile Schulte te Hofe (trouwt met Willigen te Rhede)
17.2. Hinrich
Schulte (ca 1460)
17.5. Herman
Schulte (ca 1555)
17.6. Herman
Schulte zum Hofe (ca 1585)
17.7. Hubert
Schulte (ca 1610)
18. Familie Grüber (trouwt met Schulte uit Hofe)
18.4. Schweer
Grüber (ca 1555)
19. Familie sinnige te Duthe (trouwt met Schmitz uit Sustrum)
19.2. Wilcke
Sinnige (ca 1635)
19.3. Gerard
Sinnige alias Schulte (1660)
20. Familie Schulte te Fresenburg (trouwt met Sinnige uit Duthe)
20.8. Intermezzo:
fam. Hebbelman
21. Familie Schulte te Duthe (trouwt met Sinnige uit Duthe)
21.5. Henrich
Schulte (ca 1570)
22. Familie Kanne te Fresenborg
(trouwt met Schulte)
23. Familie Kossen te Brahe (trouwt met Sandker)
23.3. Johan of Reiner Kosse (ca 1510)
23.8. Heinrich
Kosse (circa 1670)
23.10. Herman?
Kossen (ca 1725)
23.11. Johann
Kossen alias Ahlers Schulte (circa 1750)
24. Familie ter Wick te Wick (trouwt
met Kossen)
24.2. Johan ter Wick (ca 1420)
24.3. Hilvert
ter Wick (ca 1445)
24.4. Johan tor Wyck (ca 1470)
24.5. Werneke
tor Wyck (ca 1500)
24.6. Herman tor Wyck (ca 1530)
24.7. Johan Fehndrichs tor Wyck (ca
1560)
24.8. Intermezzo:
fam. In den Broke
24.9. Johan Fehndrichs tor Wyck (ca
1595)
24.10. Johan Fehndrichs tor Wyck (ca
1627)
24.11. Herman
Fehndrichs tor Wyck (ca 1658)
24.13. Herman Fehndrick zur Wick (ca
1695)
24.15. Johan Fehndrick zur Wick (1722)
25. Familie Nie te Oberlangen (Trouwt met Sandker)
25.14. Herman
Heinrich Nie (1783)
26. FAMILIE STRÄTKER te
Niederlangen (Trouwt met Nie)
26.2. Intermezzo:
fam Wolderking (1321)
26.5. Rickert
Rickers Straten (ca 1525)
26.7. Jasper
Strätker (ca 1600)
26.8. Johan
Strätker (ca 1630)
26.9. Herman Strätker (ca 1660)
26.10. Jan
Henrich Strätker (ca 1687)
26.11. Intermezzo: fam. Campel 302
27. Familie Ter Horst te Niederlangen
(trouwt met Strätker)
27.2. Gert
tor Horst (ca 1470)
27.3. Gerd tor Horst (ca 1500)
27.4. Herman tor Horst (ca 1535)
27.5. Herman
tor Horst (ca 1570)
27.6. Gerdt
ter Horst (ca 1600)
27.7. Gerdt
ter Horst (ca 1630)
28. Familie Riddering te
Oldenharen (Trouwt met Nie)
28.2. Henrich
Ridderinck (ca 1630)
28.3. Hermann Ridderinck (ca 1672)
28.5. Heinrich
Riddering (1724)
29. Familie Eijnhuus te Oberlangen
(trouwt met Riddering te Oberlangen)
29.5. Herman
Einhuus (ca 1525)
29.8. Bernard Einhues (ca 1650)
29.9. Herman Einhues (ca 1679)
30. Familie Schmedes te Niederlangen
(trouwt met Einhues te Altharen)
30.4. Herman
Schmedes (ca 1550)
30.5. Borchert Schmedes (ca 1585)
30.6. Herman Schmedes (ca 1615)
31. Familie Rupenest (trouwt met Einhues te Oberlangen)
31.2. Coert
ton Rupenest (ca 1480)
31.3. Sigebert Rupenest (ca 1505)
31.4. Baalmann
ton Rupenest (ca 1530)
31.6. Herman Rupenest (ca 1590)
31.7. Baalman Rupenest (ca 1625)
31.8. Herman Rupenest (ca 1665)
32. Familie Stroden te Strohm (trouwt met Rupenest te Lathen)
32.3. Reiner
to den Stroden (ca 1450)
32.4. Johan
ton Stroden (ca 1480)
32.5. Tolo
ton Stroden (ca 1505)
32.6. Herman
ton Stroden (ca 1535)
32.7. Tolo Stroetman (ca 1560)
32.8. Lubbert
zum Strohen (ca 1585)
32.9. Thole zum Strohn (ca 1615)
32.10. Lubbert
Strothmann (ca 1640)
33. Familie Hagen te Oberlangen
(Trouwt met Riddering)
33.3. Bruno Hagen (circa 1625)
34. Familie Eickens te
Niederlangen (trouwt met Hagen)
35. Familie Huer/Wubben te Oberlangen
(trouwt met Hagen)
35.3. Intermezzo: fam Wibbelts. 364
35.7. Willibaldus
(Wubbe) Wubben (ca 1700)
36. Familie Rubin te Oberlangen (trouwt met Wubben te Oberlangen)
36.3. Herman
Tiecken (ca 1535)
36.8. Gerd
Henrich Rubin (ca 1680)
Dit boekdeel beschrijft de familie Sandker.
Enkele onderwerpen die in dit boek aan de orde komen zijn:
De geschiedenis
In een aantal hoofdstukken zal nader worden ingegaan op de geschiedenis waarin de familie zich beweegt.
Het betreft hier de ontwikkeling van de veengebieden aan Duitse zijde (Rütenbrock) en die aan Nederlandse zijde in oost-Groningen en de grensstreek (Westerwolde).
Onze afstamming
Per generatie worden onze voorouders weergegeven.
Onder het Emsland in zijn geheel wordt vaak verstaan de vroegere vier kreisen Aschendorf, Hummling, Meppen en Lingen. Gezamenlijk zouden deze een culturele eenheid vormen. Het deel van het Emsland van Meppen tot en met Papenburg wordt dan aangeduid als het noordelijke Emsland. Oostelijk grenzend aan de Hummling, westelijk aan Westerwolde en Drenthe. Voor onze studie is met name het noordelijke Emsland van belang.
Het noordelijke Emsland maakte eens deel uit van de gouw Agrodingo, in het noorden grenzend aan de Friese Emsgo. De markegrens van Brual en Diele geldt in 1463 nog als de grens “twyschen Fresen en Saxen”. Oostelijk wordt het bewoonbare Emsdal door hoogveengebieden afgesneden van Westerwolde, het westelijke deel van Agrodingo. Zuidelijk vormt de drassige monding van de Hase in de Ems de begrenzing met de Venkigo. Het Noordeljke Emsland, Westerwolde en de Hummling tezamen vormen de gouw Agrodingo.
De oevers van de Ems zijn al vroeg bewoond. De bevolkingsdichtheid is naar verhouding vrij hoog. Op natuurlijke zandhoogten aan de oevers van de Ems bestaan eeuwenlang kleine gemeenschappen van boeren. Op de zandruggen rondom deze dorpen liggen de essen van de boeren voor de akkerbouw. De lager gelegen groene oeverlanden benutten zij als weiden. Zoals een auteur het poëtisch beschrijft liggen deze boerengemeenschappen als het ware ’als paarlen aan een snoer aaneengeregen langs de voortslingerende de rivier’. Reeds in de 9de eeuw worden deze dorpsgemeenschappen aan de Ems genoemd in schenkingen aan de abt Adalgrinus van Corvey.
De geografische omgeving heeft een grote invloed op het gebied. Op de westoever van de Ems grenzen de smalle zandruggen waarop de dorpen liggen aan het uitgestrekte Bourtanger moor, een enorm uitgestrekt woest en ontoegankelijk hoogveengebied dat zich van de Dollart tot aan de Vecht uitstrekt. Aan de noordzijde van het Emsland wordt het Emsdal zelfs helemaal ingesnoerd door uitgestrekte hoogveengebieden. Een hoogveengebied dat als het ware een voortzetting vormt van het Bourtanger moor in oostelijke richting, doorsneden door een smal Emsdal ter hoogte van Rhede en Aschendorf. Tezamen het grootste hoogveencomplex van Europa. Het gevolg van deze inklemming tussen het hoogveen is dat de bewoners van het Noordelijke Emsland slechts het Emsdal als cultuurland kunnen benutten.
De rivier de Ems behoort in deze vroegere tijd tot de grote belangrijke waterwegen en is dus vanuit strategisch en handelseconomisch oogpunt bijzonder interessant. Goed bevaarbaar tot aan Meppen voor grotere schepen. Verder stroomopwaarts evenwel ook bevaarbaar tot aan Lingen maar dan slechts voor kleinere schepen.
Het klooster
Corvey in de gouw Agrotingo
Een belangrijke partij in de Middeleeuwen is het klooster van Corvey. Het klooster ligt in Höxter aan de Weser. In de negende eeuw, ten tijde van Lodewijk de Vrome, is deze abdij gesticht als ‘dochterabdij’ van de abdij van Corvey in Frankrijk (bij Amiens). De monniken van de abdij van Corvey verzorgen de bekering tot het Christendom van de inwoners van de gouw Agrodingo.
De macht van Corvey komt vooral tot stand door twee belangrijke schenkingen van Lodewijk de Vrome. In 834 schenkt Lodewijk de Vrome de missiepost in Meppen aan de abdij. De schenking omvat de missiepost met alles wat daartoe behoort, kerken, huizen, gebouwen, landerijen, de wouden en de velden, de staande en de stromende wateren, de gecultiveerde en de ongecultiveerde bodem, alle roerende en onroerende goederen en alle onderhorige lieden van beiderlij geslachten en leeftijden. Bij zijn dood vermaakt Lodewijk de Tweede ook Westerwolde met de kerken aldaar aan de abdij van Corvey. Zo vallen Westerwolde en het Meppense deel van het Eemsland onder de abdij van Corvey.
Het klooster Corvey verwerft in de loop der tijd uiteindelijk een groot aantal bezittingen in het Emsland. Naast kerken maken ook steeds meer boerenhoven deel uit van de kloostergoederen. In de negende eeuw worden dorpen als Borsum, Ahlen, Dersum en Walchum genoemd in schenkingen aan abt Adalgrinus van Corvey. Op het hoogtepunt van de rijkdom en invloed van de abdij omvat het bezit van het klooster in het Emsland naar schatting ongeveer 2.000 hoven. Tot het Corveysche hof van Meppen behoren dan 55 boerenerven, verspreid over 33 dorpen. In Lathen bezit Corvey de hoofdhof (bestuurshof). De daarvan afhankelijke onderhoven liggen verspreid over de verschillende dorpsgemeenschappen aan weerszijden van de Ems (..).
De macht van de abt van Corvey neemt in de 11e eeuw behoorlijk af. Corvey kiest in een conflict tussen de Duitse keizer en de paus de zijde van de laatste. Bisschop Benno van Osnabruck, de geestelijk leider in het Emsland kiest de zijde van de Duitse keizer. De ministerialen maken gebruik van de situatie en eigenen zich kloostergoederen toe. De abt van Corvey ziet zich genoodzaakt om de burcht van Altharen over te dragen aan de bisschop van Münster. Uiteindelijk komen vele van de bezittingen van Corvey in handen van de landadel. De blijken bijvoorbeelde de drie hoven van Corvey in Dorpen in de 16e eeuw in het bezit te zijn van de adelijke families Kobrink (hof Sinnige en hof Schulte) en Von Schwenke (hof Theissink). Het hof te Meppen, een van de oudste en belangrijkeste beziting van Corvey in het Emsland komt in de handen van de familie Von Langen (Goed Kreijenborg).
Niet alle kerken in het Emsland worden door Corvey bestierd. Naast Corvey hebben ook de heren van Ahaus bezittingen in het Emsland gehad, naast hun hoofdbezittingen in en rond Ahaus zelf. Zij bezitten onder andere de kerk van Steinbild (Stenebillen). Steinbild bestaat oorspronkelijk vermoedelijk uit een grotere hoofdhof met daarvan afhankelijke onderhoven. Dit in afwijking van de overwegend uit zelfstandige hoven bestaande dorpsgemeenschappen. Als de vorstbisschop van Munster de Burg Ahaus in de 14e eeuw verwerft, komen deze bezittingen van de graven van Ahaus in Steinbild in het bezit van Munster.
Het
Noordelijke Emsland
Over de macht in het vanwege de rivier de Ems economisch interessante Emsland strijden in de middeleeuwen drie partijen: de graven van Ravensburg, de bisschop van Münster en de graven van Tecklenburg. Voor de bisschop van Münster mede een aantrekkelijk gebied omdat het noordelijke Emsland vanaf Leer al onder het bisdom Münster valt. De graven van Ravensburg zijn de oudst bekende leenheren van het Emsland (en Westerwolde?).
Als bisschop Herman II van Münster in 1176, als schadeloosstelling voor verloren bisschoppelijke voogdijdiensten, de burcht van Haren aan de graaf van Tecklenburg schenkt, brandt de strijd los in het Emsland. Vanuit de burcht in Haren wordt een waar roofridderschap uitgeoefend. De bisschop en de abt van Corvey besluiten dan ook twee jaar daarna al om een nieuwe burcht te bouwen in Landegge. Ook de graaf van Ravensburg wil zijn posities veilig stellen en bouwt drie burchten. Ondanks dat de bisschop en de abt de acties van de graven van Tecklenburg kunnen beteugelen vanuit de nieuwe burcht in Landegge blijft het onrustig in het Emsland. Gravin Jutta van Ravensburg (bijgenaamd die Fraue Von Mundelo) verkoopt uiteindelijk in 1252 het Emsland, het graafschap Sögel en haar bezittingen in Friesland en Oyte aan bisschop Otto van Münster. De Munsterse bisschop moet dan nog wel enige strijd leveren om zijn positie ook daadwerkelijk te kunnen bestendigen. Bisschop Engelbert beëindigt de strijd met de Harener roofridders definitief in 1296. Het resultaat is uiteindelijk dat de landsheerlijke macht in het Emsland volledig bij de bisschop van Munster terecht is gekomen. De wereldlijke heerschappij van de bisschop van Münster duurt tot aan de Franse tijd.
Het deel van het Emsland uit de tijd van onze voorvaderen was vanaf keizer Karel de Grote (742-814) voor verreweg het grootste deel rooms-katholiek. Deze keizer was de grote beschermer van de Kerk en wilde zijn volkeren tot het christendom onderwerpen. De Saksen echter, die leefden tussen Ems en Elbe, hielden aanvankelijk krampachtig vast aan hun heidendom. Omdat de keizer geen "ongelovige" onderdanen kon dulden, stuurde hij in 772 het leger op hen af, gevolgd door christelijke missionarissen. De Saksen werden met geweld gedwongen over te gaan tot het "ware" geloof. Weigering betekende de dood of deportatie. Toen het gebied zich wat verder ontwikkeld had werden er ook katholieke kerken gebouwd. In onze voorvaderlijke omgeving onder andere in Wesuwe (1509), Lathen (1531) en Steinbild (1521). Dit waren toen echter nog geen zelfstandige parochies.
Toen kwam Maarten Luther (1483-1546), de Duitse protestantse theoloog die geschiedenis heeft geschreven als dé kerkhervormer van de Reformatie. Het katholieke en het lutherse christendom gingen met elkaar in gevecht, ook in het Emsland. Aanvankelijk wonnen de lutheranen en 70 jaar lang (1543-1614) is het Emsland luthers, zowel de adel, de burgers als de boeren. Dit zie je ook bij onze voorvaderen Hoezen. Waar de 13e generatie van 1520 nog rooms-katholiek (r.k.) is, wordt de 12e generatie van 1550 "evangelisch" (ev.). Dit duurde niet lang want van die 12e generatie worden de eerste kinderen weliswaar nog evangelisch gedoopt, maar de vanaf 1580 geboren kinderen zijn alweer rooms-katholiek. Dit kwam omdat de katholieke kerk in het offensief ging om hun zielen terug te winnen. Ze bouwden kloosters en kerken waarvan het benedictijner klooster van Meppen het middelpunt werd. Van hieruit trokken de paters naar de omliggende dorpen om de mensen opnieuw tot het "ware" geloof te bekeren.
De bisschop van Münster oefent het wereldlijke gezag uit in het gebied. Het geestelijke gezag ligt bij de bisschop van Osnabrück. Dit laatste doordat de kerstening is uitgevoerd door de kloosterlingen van de abdij van Corvey en niet door Liudger, de eerste bisschop van Münster.
Konrad van Tecklenburg, de heer van Lingen is de eerste vorst die de Lutherse leer invoert in zijn gebied. In het Emsland wordt de Lutherse leer onder de Vorstbisschop Franz van Waldeck in 1538 ingevoerd. Aan het einde van de 16e eeuw is de Katholieke kerk verdwenen uit het Emsland. In 1612 treedt Ferdinand aan als vorstbisschop. Deze heeft van het uitbannen van het protestantisme een gewetenszaak gemaakt en voert dit met straffe hand door. Bij het aantreden van Bernard van Galen in Münster is het hele bisdom dan weer katholiek.
Als tijdens de dertigjarige oorlog[1] de Zweden (1618-1648) op bezoek komen verandert de situatie even weer ten gunste van het Lutheranisme. Na het vertrek van de Zweden nemen de Jezuïten en de katholieke pastores hun plaats weer in. Om geschillen definitief op te lossen wordt 1624 als normaaljaar vastgelegd. Degene die op 1-1-1624 protestants is of dat wat in protestantse handen is, kan dat blijven. Evenzo geldt dit voor de katholieken.
Het herstel van de wereldlijke macht van de bisschop van Munster in het Emsland betekent dat het Katholicisme gehandhaafd blijft. Dat is niet overal zo. Als Bernard van Galen in 1674 het graafschap Lingen moet ontruimen ten gunste van het huis van Oranje Nassau voert deze laatste hier het protestantisme weer in. Bawinkel, Bramsche en Baccum blijven dan nog korte tijd katholiek. Onder het bewind van de Pruisen in het graafschap Lingen geldt hier vanaf 1704 de regel dat voor elk kind dat Katholiek gedoopt wordt de ouders zes carolusguldens moeten betalen.
Het bisdom Münster neemt in 1668 ook de geestelijke macht in het Emsland over. Dit zal duren tot 1825. In dat jaar komt de geestelijke macht weer bij het bisdom van Osnabrück te liggen.
Het blijft rustig in het Emsland tot aan de Franse tijd. De Franse tijd betekent tevens het einde van het bewind van het bisdom Münster over het Emsland.
In 1803 krijgt hertog Ludwig Engelbert van Aremberg de heerschappij over het Emsland als compensatie voor de geleden schaden door de Fransen. In 1810 wordt heel Noordwest-Duitsland bij het Franse keizerrijk ingelijfd. Ook hier geldt dan de dienstplicht voor het Franse leger. Op het congres van Wenen wordt het Emsland toegewezen aan het koninkrijk Hannover, inclusief Lingen en Oost-Friesland. In 1826 treedt een hertog aan als Standesherr en wordt het Emsland verheven tot hertogdom Aremberg-Meppen. In 1866 komt het koninkrijk Hannover onder Pruisisch bewind. Of de inwoners er hiermee op vooruit gegaan zijn? Vier jaar later begint de Frans-Duitse oorlog wat een reden zou zijn geweest voor jonge Duitse mannen om naar Nederland uit te wijken.
In de middeleeuwen kent men buiten de steden in de middeleeuwen de verdeling edelen (bezitters van de grotere erven met in Westfalen veelal als achternaam “Von…..”), dan de vrije boeren (de bezitters van een vrije hoeve) en vervolgens de knechten (de eigenhorigen en de lijfeigenen). De lijfeigenschap heeft in Westfalen nog lange tijd bestaan: tot aan de Franse tijd. Hoe de verdere eigendomsverhoudingen liggen is ons nog niet duidelijk. Er zijn een aantal boerenhoven in het Eemsland die leengoederen zijn. Een groot aantal hoven zou in het bezit zijn van onder andere de familie Von Martel (in Wesuwe, Altharen[2] en Lehrte) de bisschop van Münster, het klooster Corvey, van de Drost Bischering, de familie Von Velen. Hoe de situatie precies is zouden we nog eens nader uit moeten zoeken.
Uit het leensregister van bisschop Heinrich von Holstein (1402 bis 1404): Hermannus de Westerholt alias de Kampe infeudatus est (is in het bezit gesteld) ……… en cum domo Henrici Drenthes (met het huis van Henricus Dr.) te Alden
Uit het Leenboek van de adminstrateur Otto van Hoya (1410 bis 1428): Rollf van den Campe entfengt ……. en Hinrikes Hus Drentes to Alden in parr Stenebillen to manlene. (Steinbild, Ahlen en Kampe liggen nabij Steinbild op de oostoever van de Ems).
Een groot aantal erven is in de loop der eeuwen in het bezit van Corvey of adelijke grootgrondbezitters gekomen. Het overgrote deel van de landerijen is het echter nog in het bezit van de eigenerfde boeren die in de oude dorpsgemeenschappen wonen. In de 11e eeuw duiken deze boeren als eigenerfden op. Zij besturen als collectief de markegemeenschappen op grond van rechten verbonden het erf dat zij bezitten.
In de loop der middeleeuwen weet de landsheer hier echter de aangelegenheden van de marken meer en meer bij zichzelf te centraliseren. Per regeringsbesluit kent de vorstbisschop zich het markerichterschap toe. Ook heeft de vorstbisschop bij eigen besluit ingesteld dat van alle verkopingen of afscheidingen uit de marke een derde deel van de opbrengst, ook wel genoemd het Tertia Marcalis, aan de landsheer toekomt.
De boeren hebben hun akkers op de hoger gelegen zandruggen rondom de dorpen, de essen. Het grondbezit van de markegemeenschappen beslaat ook hier een gigantisch gebied. De eigenerfde boeren in de dorpsgemeenschappen zijn in feite collectieve grootgrondbezitters, zij het dat naast groenlanden het overgrote deel van dit collectieve bezit uit woeste gronden bestaat.
In de loop der tijd, rond de 11e eeuw, ontstaan uit de volle erven de halferven. Door de bevolkingsgroei in de middeleeuwen neemt de druk op de ruimte toe. In de periode 1200 tot 1400 ontstaan de erfkeuters, de bezitters van een eigen erf doch van onvoldoende omvang voor zeggenschap in de marke. In de periode 1300 tot 1400 worden de markkeuters genoemd en in 1400 tot 1600 de brinkzitters[3], de kleine keuterboeren met enig bezit die voor het overige land pachten. Volgens lit (bevolkerung und soziale schichtung) treffen we de boerenbedoeninkjes van de brinkzitters aan de uiterste rand van de marke aan en zijn deze in de regel nog kleiner dan die van de keuters.
Strotmannshof
in Werlte/Stroh. Reeds in 1392 was het een vrij erf. Afgebroken in 1957.
Volerven met erbij behorende huurhuizen waren vaak omgeven met een aarden wal
met stenen en kienstobben. De ruimte die hiermee werd gevormd noemde men een
Wehr. Strotmannshof had wel acht huurhuizen en was met een wal omgeven. In de
dertigjarige oorlog in brand gestoken en herbouwd in 1640. (Tekening 1640)
Het akkerland van de volle erven bestaan uit meerdere ploegscharen (ploegen , scharen of ploegscharen). Daarnaast zijn er de tunscharen of zaunscharen, keuters of brinksitzers die bij een erf horen. (lit. Diepenbrock). Ieder eigen erf in het Emsland heeft zijn eigen merkteken (soort wapen). Als er een nieuwe parochiekerk gebouwd wordt, is het de gewoonte dat de eigenerfde boer een venster voor de nieuwe kerk schenkt met daarin zijn merkteken gebrand. Naast vensters brengen de boeren hun merkteken ook graag in hun kerkbank aan. Diepenbrock schrijft rond 18… dat dit gebruik nog niet geheel verdwenen (verdunkelt).
De eigenhorige erven van de vorst in de markegemeenschappen komen in de 16e en 17e eeuw, na lange pachtperioden, weer in het bezit van de pachter. Zo vinden we bijvoorbeeld in Dorpen de drie oorspronkelijke pachterven uit het oorsponkelijke bezit van Corvey in de 16e eeuw vermeld als “hele eigen erven”, in het bezit van Remeke Tersingk, Johan Sinnige en Herman Schulte. Vaak zijn nog bijzondere verplichtingen en schatting in de “verleihung” geregeld. Zo is Remeke Tersingk een afdracht verschuldigd aan ene Schwenke en hebben Johan Sinnige en Herman Schulte verplichtingen aan ene Kobrinck, waarbij deze Schwenke en Kobrinck beide niet tot de gemeenschap van Dorpen behoren.
Over het
algemeen zijn de dorpsgemeenschappen klein. De eerste cijfers over de omvang
van deze dorpen die wij beschikbaar hebben, dateren uit het midden van de 17e
eeuw. In de eeuwen daarvoor zal de omvang van de dorpen hier niet veel van af
geweken hebben. (behalve dan in tijden van voorspoed gevolgd door groei. Deze
worden echter steeds weer gevolgd door grote sterfte in tijden van oorlog.) Naar
verwachting is het aantal inwoners in de eerste helft van de 17e
eeuw wel iets afgenomen ten opzichte van de eeuw daarvoor door de ontberingen
van de dertigjarige[4]
oorlog[5].
In de tijd van de wederdopers (rond 1535) wordt vermeld dat het Emsland 7.070 schattingsplichtige personen telt.
In het midden van de 17e eeuw, als het noordelijke Emsland weer opkrabbelt na de verschrikkingen van de dertigjarige oorlog bestaat het merendeel van de dorpen uit minder dan veertig families en minder dan tweehonderd inwoners. Slechts in een enkel dorp komt het aantal families iets boven de veertig uit.De gemiddelde aantal personen per familie ligt rond de vijf personen. In het totale noordelijke Emsland wonen dan zo’n 11.000 inwoners[6]. In de eeuwen daarna treedt er een sterke groei op. In het midden van de 18e eeuw is het aantal inwoners meer dan verdubbeld tot bijna vijfentwintigduizend. In de eeuw daarna treedt weer een verdubbeling op. In 1833 bedraagt het aantal inwoners reeds 50.000. De dorpen zijn dan echter nog steeds klein van omvang. Slechts enkele dorpen tellen meer dan honderd huizen in die periode. De meeste dorpen hebben echter een aantal huizen dat ver beneden de honderd ligt. Het gemiddeld aantal inwoners per huis is licht gestegen.
Een sociale groep die vooral in de latere eeuwen een groter deel van de bevolking van de dorpsgemeenschappen zal uitmaken zijn de heuerlingen. In de tweede helft van de 16e eeuw komen de eerste bewijzen van het bestaan van deze groep naar voren. Zijn economische positie is een combinatie van pachter en knecht van de eigenerfde boer. De eigenerfde stelt de heuerling een stuk land ter beschikking. De heuerling betaalt de pacht hiervoor deels in geld en deels in arbeid, vastgelegd in een heuercontract. Op het erf van deze eigenerfde woont de heuerlingsfamilie in ongebruikte Leibzuchten, ouderwoningen, schuren, spiekers en bakhuizen. In de 18e en 19e eeuw worden voor de heuerlieden speciale ‘heuerhauser’ gebouwd, als boereninvestering met een verpachtingsoogmerk.
In het noordelijke Emsland zijn zo aan een erf een of twee heuerlingsfamilies verbonden. In andere delen in Westfalen kan dit hoger liggen. Zo omvat het eeuwenoude Strotmannswehr in Sogel in de Hummling negen aan het erf gebonden heuerlingsstellen. De erven in het dorp Halverde in het graafschap Lingen blijken in de 19e eeuw uiteenlopend 1 tot … heuerstellen (subkolonen) aan zich verbonden te hebben.
De opbrengsten van de pachtakkers alleen zijn voor de heuerlieden over het algemeen niet voldoende om in hun onderhoud te voorzien. Veelal voorziet de heuerling aanvullend in zijn bestaan door benutting uit het gemeenschappelijke markebezit of door het verrichten van huisarbeid als weven, spinnen (de naam Röckers is van het spinnen afgeleid) en dergelijke.
Hoewel het gebied in de 9e en 10e eeuw doorgaat voor een dichtbevolkt gebied, blijft de bevolkingsontwikkeling in latere tijden achter. Het gebied is lange tijd uiterst dun bevolkt. Tot aan het begin van de negentiende eeuw woner er hier op 2.202 km2 slechts 36.000 inwoners. Een dichtheid van slechts 16 tot 17 inwoners per km2. Ter vergelijk, het zuidelijk deel kent een dichtheid van 30 inwoners/km2, het Munsterland 40 inwoners/km2 en het Osnabruckerland 60-70 inwoners/km2. Ondanks het geringe bevolkingsaantal is het al vroeg economisch overbevolkt. Dit gaat vooral knellen al in de tweede helft van de 18e eeuw de bevolking behoorlijk begint te groeien. De omvang van het gecultiveerde land neemt niet toe. Vooral hierdoor neemt het aandeel van de heuerlingen in de totale beroepsbevolking sterk toe, zowel door de “boventallige” kinderen van de eigenerfden die niet voor de erfboerderij in aanmerking komen als de “boventallige” kinderen van keuters en brinkzitters.
Aan het einde van de 18e eeuw gaat de heuerling in noordwestelijk Nedersaksen en daarmee ook in het Emsland het grootste deel van de beroepsbevolking uitmaken.
Aan deze groei van het aantal heuerlieden en de toename van de relatieve overbevolking in het Emsland is door het duo Bolsker-Schlicht en Bechtluft een hele studie gewijd. Met name als achtergrond voor de stichting van de koloniën in de Duitse hoogveengebieden en de op steeds grotere schaap plaatsvindende auswanderung naar Nederland.
De marke
In de 12e en 13e eeuw duikt het begrip marke op. De achtergrond hiervan is niet helemaal duidelijk. Mogelijk heeft het te maken met de zittende boeren die hiermee hun belangen veilig stellen in een tijd waarin zich een sterke bevolkingsgroei voordoet. De oorspronkelijke betekenis van het woord marke is grens. Later krijgt dit woord meer de betekenis van “het omgrensde”. Een marke is dan een gebied dat toehoorde aan een gemeenschap van beërfde boeren. Het bijzondere hierbij is dat het gaat om een vrije boerensamenleving. De gemeenschap kan vrijelijk over haar gronden beschikken en naar eigen welbevallen deze vervreemden. Aan het gebruik van de gronden zijn geen financiële verplichtingen aan een landsheer verbonden. Noot: waar een landsheer ook de grondheerlijke rechten bezit betalen de boeren voor het gebruik van de gronden aan de landsheer. Zo kent Brabant de zogenaamde grondcijnzen. Op de Veluwe kunnen de buren van een gemeenschap de grond tegen tijns aan de hertog in gebruik nemen. De markegemeenschap heeft ook het recht om een verordening op te stellen waarin de rechten en de plichten van de markegemeenschap zijn geregeld. Deze verordening heet de willekeur.
De verdeling van het land is al vroeg tot stand gekomen. Hoe is niet bekend. De gronden van de marke die geschikt zijn voor het verbouwen van gewassen zijn in percelen verdeeld en zijn individueel eigendom. De voor landbouw ongeschikte gronden, meestal de lager gelegen en slecht afwaterende gronden (bossen, venen etc.) behoren tot het collectieve eigendom van de marke (ook wel de meente of in het Duits almende). Deze gronden voorzien in diversen behoeften van de markeboeren. Onder andere dienden deze gemeenschappelijke gronden voor het kappen van hout, het steken van turf, het weiden van het vee, en het steken van plaggen. Vooral deze laatste twee gebruiken zijn van groot belang voor de akkerbouwer. Het land dat tot het bezit van de markegemeenschap behoort, kan een enorme oppervlakte hebben. Vooral is dit het geval in de markegemeenschappen aan de rand van de Veengebieden in het Eemsland en de Groninger en zuidoost-Drentse venen. Het collectieve bezit van deze markegemeenschappen gaat tot diep in deze uitgestrekte onbewoonde veengebieden. Los van de later tot stand gekomen landsgrenzen.
Alle rechten in de marke zijn verankerd in het erf. Iemand die zijn rechten uit wil oefenen moet bewijzen dat hij vermogensrechtelijk van een erf afkomstig is. De bezitters van de erven in de marke worden aangeduid als eigenerfde of beërfde boeren, markegenoten of ook wel buren (buur = boer = bauer). Het zijn dus deze eigenerfde boeren die de willekeur op mogen stellen. Naast deze eigenerfde boeren kennen we nog de pachters of meijers en de keuters. De keuters zijn de dagloners, soms met een gering eigen bezit. In het Duits heten deze heuerleute. Deze hebben geen of slechts beperkte rechten in de marke. Een eigenaar kan zich wel door zijn pachter laten vertegenwoordigen. De positie van de pachters en keuters is in de willekeur geregeld.
Het aandeel in de marke dat aan een erf verbonden is heet waardeel. Een waar is weer verdeeld in vier waardelen. Het bezit van ¼ waardeel maakt iemand tot een volle buur of boer in de marke. Een hoeve met minstens vier waardelen is een volle hoeve. Iemand is een beërfde boer als hij zijn waardelen kan bewijzen. Het aandeel in de gescheiden marke wordt ook wel een buurdeel genoemd. Het aandeel in het onverdeelde deel van de marke wordt ook wel aangeduid als opslagen.
De inhoud van een waar (de hoeveelheid rechten dus) was vastgelegd in de door de marke opgestelde willekeur. Indien een boer nu meer koeien wilde weiden dan waar zijn rechten in voorzagen, dan kon dit tegen betaling. Indien een boer meer rechten bezit dan hij kan realiseren of benutten, dan kan hij het meerdere niet verhuren. Ook pachters of keuters kunnen tegen betaling gebruik maken van het collectieve bezit van de marke.
Waarom is zo’n waardeel nu weer in vieren verdeeld? Hierover bestaan meerdere theorieen. Een plausibele is de volgende. Voor de uitoefening van een normaal boerenbedrijf is nodig bouwland, weiland, hooiland en het recht op de meente. De vierendelen hebben dan te maken met deze vier noodzakelijke bestanddelen voor de uitoefening van een boerenbedrijf. Een boerenbedrijf heeft rechten op deze vier aandelen in het gebied van de buurschap.
De vergadering van vertegenwoordigers van de volle buren bestuurt de marke. De voorzitter is de boerrichter. Voor zaken die de verschillende marken aangaan is er een overkoepelende vergadering. De erfgezetenen kiezen uit hun midden twaalf vertegenwoordigers, de twaalf gezworenen. Aan het hoofd hiervan staat de richter. Deze is ook afkomstig uit de eigenerfde boeren en wordt jaarlijks gekozen. Althans, in Westerwolde is dit het geval. In Groningen weten erfgezetenen met meer aanzien zich deze functie van richter toe te eigenen. Aldus ontstaan hier de hoofdelingen, zie verder hiervoor de …. in….de Groninger ommelanden)
De meeste geschillen in die tijd gaan over de grenzen tussen de marken. Steeds weer ontstaan er meningsverschillen doordat de gemeenschappelijke gronden niet duidelijk afgebakend waren.
Ontstaan en ontwikkeling
Hoe nu deze marken zijn ontstaan, is niet bekend. Er ontstaat een afwijkende staatsrechterlijke vorm ten opzichte van die streken waar na de karolingische tijd de landsheren zich het in leen gegeven land toe-eigenen. Mogelijk is het ook een vorm waarmee aangesloten wordt bij de bestaande germaanse samenlevingsvorm in kleine dorpsgemeenschappen.
De rechten van de markegemeenschap zijn veelal vastgelegd in het landsrecht, al dan niet ook daadwerkelijk beschreven. Naarmate een landsheer meer macht in een gebied uit kan oefenen, kan het voorkomen dat deze de rechten van de markegemeenschap meer en meer beperkt. De Drentse boeren weten met succes zich tegen een vergroting van de macht van de landsheer, de Utrechtse bisschop, en een inperking van hun rechten te verzetten. Als bijvoorbeeld de Gelderse hertog Westerwolde in bezit neemt voert deze zijn eigen landsheerlijke recht en zijn eigen hofdiensten en belastingen in.
Het ontstaan van de markegemeenschappen kan niet zonder ingrijpen van hogerhand hebbben plaatsgevonden. Het is ook ondenkbaar dat de kleine dorpsgemeenschappen onderling hun grenzen in deze uitgestrekte dunbevolkte gebieden hebben vastgesteld. Het is waarschijnlijk dat reeds vroeg een sterke hand er de leiding over heeft gehad. De samenhang met andere gebieden die in de mideleeuwen onder verschillende landsheren komen, is te sterk. Denk hierbij aan de dat bijvoorbeeld aan Drenthe dat onder de bisschop van Utrecht valt, het Eemsland onder de bisschop van Munster en de Groninger ommelanden die geen landsheer kennen. Het bijzondere waarmee een markegemeenschap zich onderscheidt van bijvoorbeeld de eigenerfde boeren in de Groninger ommelanden is het gemeenschappelijk bezit van onverdeelde landen. Het lijkt erop dat dit gemeenschappelijk bezit ertoe leidt dat de marke langer in stand blijft. Zo worden in de Groninger ommelanden de aan de eigenerfde heerden gekoppelde rechten als de zijlrechten, het redger recht en het … recht in de loop van de 16e eeuw ook als beleggingsobject verhandeld. Hierdoor zijn enkele meer welvarende hoofdelingen in staat om grotere macht te verwerven dan voorheen het geval is.
Op den duur belemmert het bestaan van de marken de verdere ontwikkeling van het platteland. Er zijn vrijwel geen mogelijkheden voor de niet-bezitters om zich economisch te ontwikkelen. In de late middeleeuwen begint de verdeling van de collectieve gronden.
Vooral de keuters hebben veelal een ongunstige postie in de markegemeenschappen. Bovendien verslechtert deze postie in veel gevallen. Het komt in meerdere markegemeenschappen voor dat het verhuren van waardelen aan keuters verboden wordt. Als reden hiervoor wordt wel gesuggereerd dat de eigenerfden dit doen om te voorkomen dat keuters uit andere markegemeenschappen aangetrokken worden door meer gunstige perspectieven dan in de eigen markegemeenschap. Er treden in latere tijden echter wel grote verandering op in de buurschapsverhoudingen. Op den duur krijgen ook anderen de gelegenheid om tot een zeker aanzien te komen. Meerdere personen kunnen dan op andere gronden dan via de rechten van het erf als eigenerfde gewaardeerd worden. Eigenerfde wordt dan een meer fictief begrip. In de provincie Drenthe gaat men in latere tijden in plaats van de volle erve andere maatstaven hanteren om iemands aanzien en zeggenschap in de gemeenschap te bepalen. Een vol erf is dan een landbouwbezit van “32 Groninger mudden gezaai”. Nog later gaat men de werkelijke waarde, uitgedrukt in geld hanteren als maatstaf.
De verdeling van de gemeenschappelijke gronden is van belang voor de verdere economische ontwikkeling van het platteland. De gemeenschappelijke bossen een venen worden echter als laatste verdeeld, veelal pas in de 18e en 19e eeuw. De economische ontwikkeling van het collectieve gebied van de marke komt in sommige streken niet van de grond zonder ingrijpen van hogerhand, de landsheer.
Hoe zich dit hele markegebeuren in het Emsland heeft ontwikkeld is ons nog niet bekend. Nadere bestudering van registraties van marke-gebeurtenissen en -zaken (uitspraken in geschillen, inkomstenregistraties , de verdeling van rechten, etc.) zouden aardige inzichten op kunnen leveren.
Aan de vorstbisschop van Munster hebben de inwoners van de markegemeenschappen twee verplichtingen. De eerste is de hoenderbelasting. De bisschop ontvangt een hoen voor iedere schoorsteem waar rook uitkomt. De ander is de landfolge, de verplichting de landsheer in de heerschap te volgen, dwz. het land verdedigen
In Oost-Friesland komen vrije en onvrije heerden voor. De vrije heerden zijn vrijgesteld van het “freiengeld”, een afdracht aan de landsheer in ruil voor bescherming.
Enkele begrippen verbonden aan de
marke
Kluft: En kluft is een onderdeel van een markegemeenschap. Soms is een kluft op zich weer een buurschap. Veel buurschappen zijn ontstaan als “dochterbuurschap”. Door bevolkingsgroei scheidt een groep bewoners zich af van een bestaande buurschap op een gedeelte van het ongescheiden deel van de marke. Soms blijft de nieuwe gemeenschapafhankelijk van de oude. Soms ook wordt zij onafhankelijk. Soms is de moedermarke de hoogste marke waar de overige marken hun recht halen.
Een kluft kan de naam van een geslacht dragen waaraan als achtervoegsel “huizen” is gekoppeld, zoals bijvoorbeeld Ellersing- of Woltersinghuizen.
Voorwerk: Een voorwerk is een uit de marke afgescheiden gedeelte. We treffen dit vaak aan in de vorm van gronden die aan kloosters zijn verkocht. Zo’n in zijn geheel afgescheiden deel van de marke kan ook de aanleding zijn tot het ontstaan van een “einzelhof”. In vroeger tijden zou het ook voorgekomen zijn dat deze “einzelhofe eigenmachtig in bezit genomen worden. In Duitsland wordt zo’n eigenmachtig in bezit genomen voorwerk ook wel bifang of umfang genoemd. Een eigenaar van een uit de marke losgemaakt stuk grond kan geen eigenaar worden in buurrechtelijke zin. Alleen in buurschapsverband kan iemand eigenerfde zijn.
Kerspel: De naam van een kerspel komt meestal overeen met de naam van de buurgemeenschap waar de kerk is gesticht. Vaak zijn het de eigenerfden die de kerk stichten. Veelal hebben de eigenerfden dan ook het recht de pastoor te benoemen.
Daar waar de landsheer een grotere invloed in het recht kan doen gelden kan er een schoutambt zijn. Een schoutambt valt meestal samen met een kerspel. De landsheer benoemt de schout. De schout leidt terechtzittingen en doet administratieve werkzaamheden.
Om versnippering van de hoven te voorkomen is het overwegend zo bepaald dat de oudste zoon de boerderij erft. De eventuele overige kinderen krijgen dan hun erfdeel in geld uitgekeerd (worden “afgebodeld” in Westerwolde). Nu komt het uiteraard ook voor dat een boer alleen dochters heeft. Voor de jongere zonen is het trouwen van een erfdochter dan de mogelijkheid om boer te worden. De boerenzoon kan dan echter niet met lege handen aankomen (zie hiervoor bijvoorbeeld het tusken als G.W Sandker met de dochter van J.B. Tobbe trouwt).
De familienaam van de boeren is verbonden met de boerderij. Als een boerenzoon met een erfdochter trouwt en op de boerderij van zijn schoonouders intrekt wordt hij aangeduid met de familienaam van zijn echtgenote. Ook de kinderen worden dan aan aangeduid met de familienaam van de vrouw. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de 17e eeuw als Herman ter Husen trouwt met Gesa Sandman, of als Martinus Wilmes trouwt met de dochter van Herman Staal. De familienaam van de vrouw wordt dan voortgezet. Ook later komt dit dan weer in de familie Stahl terug. Gerhard Stahl trouwt met Johanna Schepergerdes. Bij Gerhard Stahl en de kinderen wordt dan steeds vermeld “genennt Schepergerdes”. Dochter Anna Maria trouwt met ene Wessel Evers “genennt Röckers”. Nu blijft echter wel de naam Stahl als officiele familienaam gehandhaafd. Is het oude gebruik om de vrouwsnaam ook officieel te handhaven nu niet meer mogelijk door het invoeren van de verplichte achternaam door Napoleon?
De indruk ontstaat al snel dat de meeste huwelijken verstandshuwelijken zijn. Daarnaast was het zo dat iemand van boerenafkomst alleen met een boerenzoon/-dochter kon trouwen. Volgens A. Sandker-Schreuder was dit laatste ook in het gezin van G.W. Sandker en C. Tobbe nog wet. Volgens J. Sandker (*1928) is het tot circa 1950 nog gebruikelijk op de Horsten dat boeren alleen met boeren trouwen.

Foto
genomen op de Horsten rond 1925. (geen boerderij van de familie)
(1618-1648). In de eerste jaren van de dertigjarige oorlog bestaat de enige hinder van deze oorlog voor de inwoners van het Emsland uit nieuwe heffingen voor de defensie van het Sticht. De oorlog zelf komt in de persoon van graaf Ernst von Mansveld. Deze keert na de voor de Nederlanden met succes afgeronde belegering van Bergen op Zoom terug naar Duitsland. Met zijn slecht geklede en hongerige leger, 2.000 man te voet en 3.000 man te paard, bezet Ernst von Mansveld op 8 november 1622 de stad Meppen. Haselunne valt drie dagen later in handen van Von Mansveld. Zijn luitenant-generaal Von Stirum en zijn overste Limbach zwermen dan met 2.000 man over het Emsland uit. Hiermee is voor de inwoners van het Ensland een periode van 25 jaar aangebroken waarin plunderingen, berovingen en brandschattingen de boventoon voeren met als climax een totale leegplundering van het land in de laatste weken van de oorlog.
Enige weken na de bezetting van Meppen vertrekt Von Mansveld naar Oost-Friesland. In Meppen blijft de overste Limbach achter, een hebzuchtig persoon die tijdens zijn verblijf in het Emsland een ongelofelijk aantal brandschattingen op grote schaal op zijn conto heeft kunnen bijschrijven. Maar ook andere vormen van afpersing voeren deze soldatenaanvoerders uit. Zo vordert Von Stirum 500 thaler berschermingsgeld van het Emsland. Na deze eerste golf van soldaten op terugtocht vanuit het Hollandse strijdtoneel komt er een tweede. Ook deze slaan weer aan het roven en plunderen in het Emsland.
Dan is er nog een derde golf van soldaten in aantocht: Christian von Brunswijk met zijn leger. Gelukkig weet generaal Tilly, in dienst van de Duitse keizer, deze te verslaan voordat deze zich bij de troepen van Von Mansveld kan aansluiten. De laatste soldatentroepen van Von Mansveld vertrekken dan uit Meppen. Tilly neemt met zijn leger zijn intrek in Meppen om van daaruit Von Mansveld te bestrijden.
De troepen van Tilly vertrekken nu langzamerhand weer uit de steden en dorpen in het Emsland. Soldaten van de bisschop nemen hun plaatsen in. Vooral in de jaren ’26 tot ’30 zijn er bijzonder veel soldaten ingekwartierd in de stad Meppen. Op zich even een periode van rust voor de Emslanders, zij het dat als de soldaten hun soldij niet op tijd krijgen de burgers hiervoor weer hun tol betalen.
In 1633 is het weer gedaan met de rust. Dodo von Knyphausen verovert het Emsland voor de Zweden. In ruil voor deze prestatie geven de Zweden het weer in leen aan Dodo. De Jezuïten moeten uit Meppen vertrekken en ook in andere plaatsen moeten de katholieke geestelijken het veld ruimen. Voor de inwoners een periode van zware heffingen. Voor het overige blijkt Dodo van Knyphausen een redelijke beschaafd persoon.
Dan komt de Munsterse vorst op verzoek van de Duitse keizer in actie om de Zweden uit het Sticht te verdrijven. Dit lukt gedeeltelijk. Het lukt niet om de vijand van de Emsoevers te verjagen. Dodo von Knyphausen sneuvelt hierbij in de strijd.
In 1637 komt de Hessische landgraaf met 7.000 man naar Meppen. De landgraaf wil zijn kas weer spekken door vanuit Meppen rooftochten naar Bentheim en Oost-Friesland uit te voeren. Ook het Amt Meppen heeft van deze rooftochten zwaar te leiden. Uiteindelijk valt ook Meppen weer in handen van de Munsterse vorst. Hagendoorn, een ritmeester voorheen in dienst van Knyphausen, heeft de Munsterse generaal Von Velen overtuigd met een plan voor de verovering van de stad waarna Von Velen hem een ruiterafdeling ter beschikking stelt voor het uitvoeren van het plan. Hagendoorn verovert Meppen. Het lijkt erop dat hij hiervoor met Von Velen ook een bijzondere beloning is overeengekomen. Von Velen arriveert pas op de zesde dag na de inname van de stad. In de tussentijd hebben de veroveraars huis aan huis de stad beroofd en geplunderd. De buit is groot om dat velen vanwege de plunderingen door de Hessische troepen hun bezittingen in de stad hebben ondergebracht.
Met Von Velen komen ook de vroegere Munsterse richter, de voogd en de Jezuïten weer terug in de stad. De Zweedse belastingen blijven echter gehandhaafd. Voor het onderhoud van het garnizoen moeten het Amt Meppen en het graafschap Bentheim 5.000 thaler opbrengen. Het lukt het graafschap echter niet meer om meer dan eenvijfde deel van deze som op te brengen.
Dan komen de Zweden weer opnieuw. De Zweedse generaal Königsmark zal de finale van de dertigjarige oorlog voor de Emslanders gaan verzorgen. In 1639 doet Königsmark een poging om Haselunne weer voor de Zweden te veroveren. Deze poging mislukt waarna Königsmark besluit om dan maar met zwaard en fakkel de Hummling te beroven. Vervolgens verschijnt de Zweedse generaal ook voor de stad Meppen maar ook nu weer slaagt hij er niet in de stad te bezetten.
De laatste jaren van de oorlog komen in zicht, zij het dat deze nog wel de meest verschrikkelijke van alle zijn. Troepen uit Hessen en Weimar, van de Zweedse generaal Königsmark en van de Duitse keizer wedijveren in roven en plunderen aan de oevers van de Ems en Hase en bezoeken de Hummling met moord en brand. Generaal Lamboi trekt met 6.000 man op naar Oost-Friesland om de Hessen daar te verjagen en de scheepvaart over de Ems veilig te stellen. Königsmark trekt dan als reactie daarop met andere Hessische troepen op naar Oost-Friesland ter ondersteuning tegen Lamboi. Zij slagen echter niet in hun opzet en zij trekken zich terug door het Emsland. Geruchten over de komst van deze troepen ijlen vooruit. De bewoners van de beide oevers van de Ems verlaten voortijdig hun huizen en vluchten. En dat niet voor niets. De voorbijtrekkende soldaten steken de huizen in brand en doden de achtergebleven mensen. Zo gebeurde het in Fullen en Hesepe. De oevers van de Ems zijn met bloed besmeurd. Haren, Sustrum, Dersum, Heede, Rhede, Aschendorp en Herbrum gaan in vlammen op. Op 16 november 1647 staat Königsmark weer voor Meppen en bestookt de stad met gloeiende kogels waardoor van de 120 huizen er slechts 65 blijven staan. Na deze klus vertrekt hij naar Haselünne. Ook hier creëert hij een vlammenzee die meer dan 80 huizen verslindt.
Twaalf weken duurt deze slotperiode van de dertigjarige oorlog, een periode van schrik en terreur waarin de totale anarchie heerst en de pest uitbreekt. In Meppen brengt de Hongaarse ziekte soldaten en burgers naar het graf. De rentmeester bericht over de gebeurtenissen in het laatste oorlogsjaar het volgende. “Bij de verschillende belegeringen van de Oost-Friese Schansen is alles aan paarden, zwijnen, koeien, schapen, hoenderen, ganzen, evenzo huisraad en ander akkerbouwgereedschappen, niet minder het koren op het veld verloren gegaan. Alle inwoners van de kerspelen Heede, Rhede, Aschendorf welke direct aan Oost-Friesland grenzen hebben bij de onvoorzienen invallen van generaal Lamboi met vrouw en kinderen huis en hof moeten ontruimen en hebben gedurende twaalf weken niet terug kunnen keren. Bij hun terugkomst troffen zij hun huizen of leeg, of beschadigd, vernield, of geheel afgebroken en weggesleept, zodanig dat er ook geen spoor meer zichtbaar was, of verbrand. Twaalf weken duurde de belegering van de schansen en de algehele leegplundering daarna”. De inwoners van Rhede en Brahe klagen in een schrijven dat “het zo toch geen wonder mag heten dat de oorzaken, waarom wij het jammer genoeg meer dan andere ingezetenen van dit Amt tot armoede en onvermogendheid geraakt zijn. Wat gebeurde er namelijk, toen de omwonende van de door de Hessische troepen bezette schansen de dagelijkse en van uur tot uur plaatsvindende excursies van de Hessische garnizoenen van vreten, zuipen, banquetteren en allerhande ongeregeldheden konden verwachten. De hoge officieren als de graaf Von Eberstein en de oversten Wartenberg, Moetz, Weitzel en immer wie het commando voerde, steeds met keukenbelastingen (bedoeld van voedsel?) voorzien moesten worden en daar maandelijks een schatting bovenop werd gelegd. Waar niet, zo moesten wij met ons hout (kaphout), ketels, potten en andere huisraad het gelag betalen. Evenzo heeft de Zweedse overste Lohe, die bij ons zijn werving en loopplaats heeft gehouden, ons zeer veel gekost. Evenzo het onderhoud van de Zweedse ritmeester Eickelhoff. In het geheel hebben alle oorden en gerichten in dit Amt schade ondervonden. Ons gebied echter was de zetel en stoel van de oorlog. Bij ons hebben ze gezeten, zolang er iets te bijten (te eten) en te breken viel en het hun beliefde.”
Eindelijk komt er met de Vrede van Munster een einde aan deze nachtmerrie. Het zal echter lang duren voordat alle wonden geheeld zijn. De wederopbouw komt langzaam op gang. Velen hebben have en goed verloren. De akkers zijn verwoest, de paarden en het vee geroofd. Aan alles is gebrek, geld, zaaigoed, gereedschappen, huizen liggen grotendeels in puin of in as. Daarbovenop komen nog eens de bijdrage die het Sticht Munster moeten leveren aan de schadeloosstelling van Hessen, zoals dit tijdens de vredesonderhandelingen is bepaald. Pa na zes tot zeven jaren is er van enige merkbare verbetering sprake.
Net na de vrede van Munster, in 1650 treedt Christoph Bernhard van Galen als nieuwe vorstbisschop aan, een bisschop die de bisschopspij even gemakkelijk voor het harnas verwisselt. De eerste vijftien jaren van zijn bewind kan het gewone leven zijn beloop hebben. Het Emsland bloeit op, maar donkere wolken komen alweer dreigend naderbij. In 1654 al stuurt de bisschop enkele van zijn hoofdmannen het Emsland in om soldaten te werven voor het leger. Dan, twee jaar later breekt de pest uit. De bisschop neemt tijdig maatregelen en een epidemie wordt in de kiem gesmoord. De activiteiten voor de versterking van de defensie van ht Sticht worden uitgebreid. In het Emsland worden de vestingwerken van Meppen hiervoor versterkt. Voor de werkzaamheden moeten opgeroepenen en beerfde boeren laadkarren en paarden leveren. Dorpsbewoners, keuters en brinkzitters de handkracht om de karren te laden en te lossen. Vijf is het getal van de bouworganisatie. Om vijf uur begint het werk, per uur wordt vijf kubieke voet aarde geladen en deze wordt vijf keer per uur naar een aangewezen plek gereden. Voor de werkers bestaat een dag uit twee blokken van vijf uren onafgebroken arbeid.
Een groot leger opbouwen kost veel geld en hiervoor klopt de bisschop weer bij het volk aan. Het Amt Meppen wordt op 7 september 1665 aangewezen om de schatting voor de maand oktober ter grootte van 2.000 thaler vooruit te betalen zodat de bisschop de soldij van aanvoerder Gorgas kan betalen. Ook moet het Emsland het voetvolk wekelijks een halve thaler en een pond brood voorschotsgewijs geven. Dit vindt men niet angenuten en men laat het de ontvanger Johan Heinrich von martelvoorschieten. Dit voorschot loopt op tot ruim 7000 thaler. Bovendien heeft het amt over de jaren ’65 en ’66 nog een betalingsachterstand. De totale achterstand is nu opgelopen tot ruim 7.600 thaler.
In 1666 is het dan daadwerkelijk weer zover. De vorstbisschop trekt op ten strijde. Via twee wegen rukt het leger op naar Groningen. Via Ter Apel en vanuit Walchum naar Sellingen dwars door het moeras. Om deze laaste route voor het leger mogelijk te maken heeft de bisschop een brug van boomstammen door het veen aan laten leggen. Inwoners van Walchum ……………………
De bisschop komt, verliest en het leger druipt weer af. De aftocht van het immense leger heeft voor de inwoners van de dorpen waar de soldatentrein langskomt catastrofale gevolgen. De soldaten roven en plunderen voor zichzelf en hun paarden alles wat ze in de buurt komt. Zo gebeurde het onder andere in Grosz-Fullen en Hesepe. Meerdere dorpen kunnen als gevolg hiervan de maandelijkse schatting niet betalen. Maar niet alleen dit. Ook breekt de pest uit in de dorpen die de soldaten op hun terugtocht hebben aangedaan. En nu woedt de besmettelijke ziekte hevig. In Rhede bedient de veldkapelaan Kaspar Becker 400 pestlijders. Het meest hevig heerst de pest in Ober- en Niederlangen en in Grosz - en Klein Fullen. Gezonde mensen verlaten hun woning, de zieken blijven achter. Ook Meppen, waar de soldatentrein eindigt wordt zwaar getroffen met als resultaat 800 lijken. Nog slechts 100 huizen kunnen de soldaten onderdak geven. De overige staan leeg. De bisschop ontheft de stad de komende jaren van schattingen. Zelf wijkt de bisschop uit naar de abdij van Corvey.
Na deze eerste mislukte oorlog volgt spoedig de tweede. De bisschop rust zijn troepen weer uit. De landstanden leveren de benodigde 100.000 thaler. Van de boeren wordt iedere derde man opgeroepen voor actieve dienst. Het Amt Meppen verandert weer in een woesternij. De jonge mannen zijn van het veld gehaald voor de nutteloze gevechten om de schansen. De gemeenschappen langs de Hollandse grens worden weer onder de voet gelopen. Ze komen langzamerhand tussen twee vuren te liggen. In 1672 worden in Rhede 26 runderen uit de weilanden geroofd. De Hollanders ontvoeren de vrouwen van Berent Folmers en Lubbert Pennemann naar Bourtange.
Ook deze tweede Munsterse oorlog verliest de bisschop weer. Het (Emsland of Hummling) wordt als herstellingsoord voor de soldaten aangewezen.
Eindelijke komt er met het aantreden van de vredelievende Ferdinand von Furstenberg als bisschop een meer duurzame rust tot stand in het Emsland. Onder bisschop Ferdinand worden akkers die uit de voorgaande tijd nog woest liggen, teruggegeven. Woeste gronden (vermoedelijk bedoeld van het aandeel in de marken van de bisschoppelijke erven) die gemakkelijk vruchtbaar gemaakt kunnen worden, laat de bisschop uit de marken afscheiden en ter dekking van de krijgsschulden verkopen. Het jaar 1681 is een rijk oogstjaar voor koren, zo groot dat het uitvoerverbod op koren kan worden opgeheven. Het Emsland herleeft.
Eigenhorigen bestaan nog. Om de wederopbouw van oude ‘herkommen’ te bevorderen verordonnert de bisschop dat geen vorstelijke eigenhorige vrijgelaten mag worden als deze niet een jaar heeft gediend of zijn dienst met geld heeft ingelost. Ook stelt hij de bedemund of brautlauf weer in, een genoegdoening aan de goedsheer van het zwanger maken van een eigenhorige maagd. Op de vorstelijke erven duldt hij alleen arbeiders in eigendom. Een vrije kan het erf alleen betreden voor dienst als hij zijn vrijbrief inlevert.
De familienaam van beërfde boeren zou veelal van de eerste stamvader van enig aanzien van de hoeve afgeleid zijn, vaak als zoon van. Zo zouden dan met name de boerenfamilies met een erfhoeve over een familienaam beschikken. De keuterboeren en families zonder bezit krijgen dan pas in de Franse tijd een achternaam. In Westerwolde vinden we overwegend de uitgang -s of ing bij de eigenerfde boeren, zoon van de stamvader van de boerenhove. Hoe is dit in het Emsland?
Opvallend is de grote overeenkomst of geringe variatie in achternamen in de verschillende boerengemeenschappen in het Emsland. Globaal zijn de achternamen in het Emsland naar betekenis in de volgende groepen in te delen:
- De achternamen met de betekenis zoon van een mansnaam met uitgangen op –s, -ing, en –n. Voorbeelden Arens, Boelen of Bohlen, Evers, Kossen, Schweers, Tieben, Többen of Töben, Rolfs of Rolfes, Bruning, Eilering, Meijering, Riddering. In deze gevallen zou de persoon die de naam draagt waar ‘de zoon van’ naar verwijst, de stamvader of de stichter van het erf zijn.
- De achternamen die naar een beroep verwijzen, voorbeelden zijn Schröder en Schn(e)ider voor kleermakers (snijders), Röcker voor een wolspinner (het röcken van het spinnewiel), Reemker voor riemsnijder, Köster, Plagge (als hier een plaggesteker de verklaring van is), Scheper voor schaapsherder, Schomacker voor schoenmaker, Schulte (schout), Tappel voor tappen, Schulte voor schuldig, Bottermann voor boter, Reemker voor riemensnijder, Schepergerdes voor schaapsherder, etcetera.
- De achternamen die naar het woonoord of specifieke woonplek verwijzen, voorbeelden Ter Husen (zum Hausen) later ook voorkomend als Husen, Zum Sande, Von Hunfelde of Hunfeld, Melstrup, Ter Mull (bij Dorpen), Ter Fehr of Ter Bollingerfehr (het Bollingerfehr bij Dorpen), Zur Wick (Fehndrichs zur Wick is wonend te Wijk waarbij Fehnrichs (vaandrig) een toevoeging is ter onderscheiding van de tweede familie die te Wijk woont). In de regel als er een vrij directe relatie is tussen de drager van de naam en het eigendom of exploitatie van hetgeen waaraan de naam is ontleend (van de hoofdhof).
- De veldnamen Kamp of Kampmann, Moormann, Veenker;
- De overige waaronder Stahl (eigenschap van de persoon?), Nie (iets nieuws, een nieuw erf?), Gröninger (of hier afkomstig uit Groningen bedoeld?), Drenth als afkomstig uit het nabijgelegen Drenthe
Hoe verbonden is het gebruik van de geslachtsnaam aan het daadwerkelijke bezit van een boerderij?
De naam Drenth wordt al in de 15e eeuw genoemd in het leenregister van bisschop Heinrich von Holstein en van de administrateur Otto von Hoya. In Nederland duikt onze scheepsbouwers-familie Drenth op in het begin van de 18e eeuw. De naam Drenth gebruiken zij echter pas twee generaties verder in het einde van de 18e eeuw.
De betekenis: Voor de verklaring van de dorpsnaam Drantum bij Melle noemt Jellinghaus drant als tri = 3 maal en ant als wederom.
Voorvoegsel “ter” en toevoeging
“-mann”
De achternamen op ten/ter (oud Duits thom/ton/tor, hoog Duits zum, zur) verwijzen naar een hofstede, soms ook twee nabij gelegen hofstedes of naar een verpachting (ter Bollingerfehr). Veelal betreft de hofstede een horig erf.
In de loop der tijd verandert het voorvoegsel naar de achtervoeging “-mann”. Ter Husen wordt dan Husman. Andere voorbeelden van een verandering van “zum” naar het achtervoegsel “-mann” zijn: zum Cralle naar Cralmann, zur Hunte naar Huntermann, zum Strohn naar Stroetmann (Ströhn nabij Lathen), Van den Kampe naar Kamp en Kampmann.
Een verklaring van de naam Sandker die wij zijn tegengekomen is de volgende. De uitgang -ker zou (evenals de tjer, veenker) duiden op een beroepsuitoefening. Een beroepsuitoefening die te maken heeft met zand dan in dit geval. De uitgang ‘ker’ werd inderdaad gebruikt om de beroepsuitoefening aan te geven: Glaasker voor glazenier, Ketelker voor ketellapper, Bontjer of Bontker voor handelaar in bonte doeken (Bontdrager). Geldt dit echter op dezelfde wijze voor deze verbinding aan de de bodem? Alle boeren in die streek oefenden hun beroep op zandgrond uit. De naam lijkt dan de persoon niet erg te onderscheiden. Daarom lijkt dit ons dan ook een foutieve interpretatie van de toevoeging -ker. De uitgang hoeft niet persé op een beroepsuitoefening te slaan. (Vergelijk tekenaar en Hagenaar). Andere mogelijkheden: Sandke als verkleining. Ter vergelijking: oerd (= oud ontgonnen bouwland) wordt Ortke. Sandke zou dan kunnen betekenen wonend op een klein bouwland-complex op het zand. De naam Sandke komt anno 2000 nog steeds voor.
Sandt en later Sandker of Sandmann komt in meerdere markegemeenschappen in het Emsland voor: voor zover bij ons bekend in Brual, Dorpen, Geeste, Sustrum.
Sandt zou kunnen verwijzen naar een (land)bouwcomplex op een specifieke zandgrondlocatie. Nu is het probleem hierbij dat alle Emslandse markegemeenschappen op zandruggen of zandduinen langs de Ems zijn onstaan. Een dergelijke onderscheid zou niet mogelijk zijn. Bovendien zouden de akkers van de eigenerfden zijn ontstaan door een gemeenschappelijk gedeelte te ontginnen en vervolgens te verdelen. Ook dan is het waarschijnlijk dat er van een specifiek landbouwcomplex op basis van een specifieke zandgrondplek is te onderscheiden.
Sandt zou ook kunnen verwijzen naar een oorspronkelijke afkomst van het gehucht of “einzel”hof Sand (afkomstig van het geslacht Zum Sande maar niet meer wonend op de oorspronkelijke hof). Daarnaast komen de namen Sandker[7] (lompenhandelaar Sanker in Borger), Sänker en Sändker (uit het graafschap Lingen omgeving Recke, in deze familie heerst overigens de gedachte dat de familie uit Zweden komt[8]) voor. In Denemarken komen we de naam Sandker tegen rond 1793 betreffende een huwelijk.
Het is over het algemeen de gewoonte dat in een gezin de kinderen eerst naar de wederzijdse ouders van de vader en moeder vernoemd worden, vervolgens dan naar de broers en zussen tot aan de vader en moeder zelf. Dit lijkt echter pas in de loop van de 19e eeuw meer consequent toegepast te worden in onze families. We zien dit echter maar in een beperkt aantal gezinnen terug. J.B. Többe/M. Arens en G.W. Sandker/C. Többe passen het bijvoorbeeld behoorlijk consequent toe. Gerhard Wemke Sandker is weer een combinatie van de tweede naam van zijn grootvader en een vroeg overleden broer van zijn vader. Zijn broer Herman Heinrich en zuster Angela zijn wel weer naar de grootouders genoemd. Ook bij de familie Stahl is deze wijze van naamgeving pas in de 19e eeuw volledig terug te vinden. Wellicht is dit eerder moeilijker terug te vinden door de hoge kindersterfte. Overwegend lijkt wel dat bij de naamgeving de keuze meestal beperkt blijft tot die namen die reeds in de familie voorkomen, alhoewel we de indruk krijgen dat voornamen tijd en streekgebonden zijn.
Daarnaast speelt nog het feit dat de pastoors de Germaanse voornamen verlatiniseerden waardoor de variatie in namen uitermate beperkt was.
Meestal wordt, in het geval dat iemand meerder voornamen heeft, de eerste naam gebruikt als roepnaam. Bij de Duitsers wordt de tweede voornaam gebruikt als roepnaam. Vergelijk bijvoorbeeld Johan Bernard Többe die met Bernard wordt aangesproken. Marietje Sandker-Drenth (*1933) merkt dat dit gebruik van de tweede naam nog veelvuldig voorkomt bij kinderen van Duitse afkomst in de tijd dat zij les geeft op de lagere school in Musselkanaal.
Een familie genoemd naar de buurtschap waarin ze leven: de boerengemeenschap Husen nabij Duthe.
Oorspronkelijke bestaat Husen uit twee horige erven (tot 1440) verbonden aan het Goed Kampe in de marke Duthe/Fresenburg/Melstrup.
De boerengemeenschap ligt enkele kilometers ten zuiden van Steinbild aan de Ems en ten noorden van Düthe. De familie wordt in de 15e en 16e eeuw Thon Husen genoemd en later Zum Hausen, in het Nederlands Ten Husen. Wij hebben de naam naar het Nederlands vertaald als Ten Husen.
Het gehucht Husen bestaat anno 2000 uit twee boerderijen. Deze boerderijen zijn op dat moment ca 100 jaar oud. De hoofdboerderij in Husen is rond 1900 gebouwd op de plaats van de oude. Husen uit te spreken als Hoesen.
Had men toen dezelfde familienaam overdracht gehanteerd zoals momenteel gebruikelijk is, dan zouden de de familieleden van de familie Sandker nu Ten Husen heten.
Voor het voorvoegsel “ter” zie bij het hoofdstuk ‘Naamgeving’.

2000:
Kaart omgeving Lathen
Het Goed Kampe is in de 15e eeuw in het bezit van de familie Von dem Kampe. Aan het goed Kampe zijn meerdere erven in de nabije omgeving verbonden:
- twee erven te Müll, Dörpen (tor Mull en Wygelts)
- vijf erven te Ahlen (Hesseling(leen), Krallman (leen), Husmann, Kley (leen) en Nijehof)
- één erf te Melstrup (schuur, half erf huurd
In de 17de eeuw is het Goed Kempe in het bezit van de adelijke familie Von Brawe.
In Husen, dat ongeveer halverwege tussen Düthe en Steinbild ligt, lagen twee hofsteden. De ene werd Benen zum Hausen genoemd en de andere Rolef ton Husen, onze oudst bekende voorvader. Benen en Roleff waren overigens geen familie van elkaar. Hoe het leenstelsel bij de hofstede van Rolef ton Husen was geregeld staat vermeld op bladzijde 95 van de "Chronik 1150 Jahre Düthe und Melstrup", en wordt hierna samengevat weergegeven. De gegevens zijn ontleend aan de Osnabrücker leenboeken, die zijn gebaseerd op inschrijvingen van 1640 en 1712.
Hun leenheren en leenmannen.
Het leenstelsel is in de vroege middeleeuwen ontstaan toen vorsten stukken onontgonnen en woest land aan hun vertrouwelingen en militairen schonken om te ontginnen en te bebouwen. De vorsten gaven deze gronden niet in eigendom maar in leen. Iedere keer als er een nieuwe vorst, een leenheer dus, op de troon kwam, maar ook als een leenman stierf, moest voor het herbelenen iets worden betaald in geld of er moest iets worden gegeven in natura. Door de schenking van de gronden was er tussen vorst en onderdaan een speciale band ontstaan, die men de leenband noemde. Door deze band had de leenman de verplichting om zijn vorst bij te staan in tijden van oorlog.
De vertrouwelingen van de vorst bewerkten het land niet zelf maar deelden het op in kleinere stukken, die zij op hun beurt in leen gaven aan boeren, die hun leenheren delen van de opbrengst van het land moesten geven; meestal het tiende deel (de tienden).
In de tijd van Roleff ton Husen, die rond 1405 geboren is, waren het de bischoppen van Osnabrück die de leenheren waren van zijn hofstede. Hij had met de volgende leenheren en leenmannen te maken:
- van 1350-1366 leenheer Johann Hoet, leenman Johannes de Düthe, naam leengoed "una domus in Husen".
- van 1402-1404 leenheer hr. v. Holstein, leenman Gerardus Swartewolt, naam leengoed "una hereditas to Husen".
- van 1410-1424 leenheer Otto v. Hoya, leenman Gerardus Swartewolt, naam leengoed "domus ton Husen".
- van 1424-1437 leenheer Joh. v. Diepholz, leenman Matheus Swartewolt, naam leengoed "dat hus to den Huzen".
- van 1442-1450 leenheer hr. v. Moers, leenman Gerlach Piiel, naam leengoed "hues to den Husen".
- van 1442-1450 leenheer hr. v. Moers, leenman Gerd Swartewolt, naam leengoed "Teken Erve ton Husen".
- van 1455-1482 leenheer Konr. v. Diepholz, leenman Cord van Beveren, naam leengoed "dat hus ton Husen".
- van 1455-1482 leenheer Konr. v. Diepholz, leenman Gerd Swartewolt, naam leengoed "dat hus to den Huse".
De naam van de familie von Campe komt in het rijtje leenmannen niet voor. Toch was het deze familie von Campe waarvan Roleff ton Husen en zijn gezin zich als lijfeigenen van hun afhankelijkheid konden bevrijden. Dit komt omdat de familie von Campe, die bij Steinbild tussen 1350 en 1400 het "Haus Campe" hadden gesticht, achterleenmannen waren. In 1458 kocht Rolef ton Husen zich met zijn vrouw Wobbeke en zijn kinderen Herman en Hille vrij van Rolef van de Campe en zijn vrouw Bate en verwierf de hofstede die hij tot dan toe naar lijfeigenenrecht bewerkt had. De toen in functie zijnde Düther rechter Johann Kloit neemt Rolef ton Husen samen met zijn familie als vrije dienaren onder bescherming van Sint Pauls, de patroon van het bisdom tevens vorstendom Münster. Naar toenmalige opvatting moest men namelijk tot iemand behoren, zelfs als men persoonlijk vrij was. Daaraan verbonden was een offer of een dienst die men zijn beschermheilige verschuldigd werd. De zoon van Rolef van den Campe, Engelbert, ontsloeg op een later moment (omstreeks 1590) Benen zum Hausen uit lijfeigenschap (bladzijde 46 Chronik 1150 Jahre Düthe en Melstrup).

De
huidige boerderij in Husen (achterkant). Hof Schulte Husen aan de
Steinbilderstrasze 19 (vroeger Benen zum Hausen). Deze boerderij is rond 1900 herbouwd op de plaats van de
oude.[9] (foto 2001)


Links:
Hof Eising aan de Steinbilderstrasze 21(vroeger Roleff ton Husen). (foto 2005)
Rechts:
Hof Schulte Husen aan de Steinbilderstrasze 19 (vroeger Benen zum Hausen). De
achterkant zie de foto uit 2001. (foto 2005)
De heer Eising die al sinds 1937 in de boerderij (meer een bouwval) woont pal langs de weg en kort bij de brug en sluis over de Ems naar Düthe. Het kan niet missen want er ligt daar maar één boerderij pal langs de weg, de Steinbilderstrasze 21. Op dat moment wisten we het niet maar deze boerderij bleek de plek te zijn waar Roleff ton Husen in 1458 is begonnen. De vlakbij (iets meer richting Steinbild) gelegen Hof Schulte Husen is de plek waar Benen zum Hausen (geen familie) in dezelfde tijd is begonnen.
Het
buurtschap Husen:
Düthe
Düthe wordt in het jaar 854 voor het eerst in een akte vermeld als "Dude". In de middeleeuwen was het een behoorlijk belangrijke plaats in het Emsland waar recht werd gesproken door de edelen van Düthe. Deze behoorden tot de machtigste en aanzienlijkste adellijke geslachten van het Emsland. In het midden van de 17e eeuw vertrok de Düthense adel naar Lathen en werd dit de plaats waar recht werd gesproken. Het gerecht Düthe/Lathen is in 1808/1809 opgeheven.
Düthe en Husen behoorden tot de parochie St. Vitus in Lathen, die sinds 1651 bestaat. In Steinbild is er sinds 1647 een afzonderlijke parochie St. Georg. In beide parochies zijn leden van de familie Husen gedoopt, getrouwd of begraven.
Husen:
De naam Husen als plaatsnaam komt in het Emsland vaak voor in combinatie met een andere naam, bijvoorbeeld Beckhusen, Brockhusen of Holthusen. De naam Husen als losse naam komt in het Emsland slechts één keer voor en betekent: een klein aantal bij elkaar liggende alleenstaande oude hofsteden (bron artikel Hermann Abels uit Paderborn op de Duitse website van Stefan Hilling). Een andere bron vermeldt dat Husen de woonplekaanduiding is van iemand die in Niedersachsen bij een (raad)huis, slot of een dergelijk voornaam gebouw woonde. De verklaring van de naam geeft dus al aan dat Husen zeer oud is. Ook de ligging nabij "Haus Campe" is een goede verklaring voor de naam Husen. In die zin betekent het: de bij "Haus Campe" gelegen "husen" als woonplekaanduiding. In de "Chronik 1150 Jahre Düthe und Melstrup" die in 2004 verscheen staat op bladzijde 266 vermeld dat in de buurt van de dorpen Fresenburg, Düthe en Melstrup afzonderlijke kleine nederzettingen lagen, ingeklemd door de zandhoogten in het Emsdal en het verloop van de beken (waaronder de Husener Beeke). Deze nederzettingen waren Waterloh, Husen, Altenohr en Ströhn. Door de in deze nederzettingen bedreven oude plaggencultuur (het verrijken van de grond door middel van plaggen) mag men aannemen dat de oorsprong van de hofsteden in deze nederzettingen al dateert van vóór het ontstaan van de dorpen Düthe en Melstrup, die in het jaar 854 voor het eerst werden vermeld. Als Husen daarvóór al bestond moet het zeker dateren uit de tijd van Karel de Grote (742-814). Toen waren het de feodale verhoudingen die in deze omgeving golden, het zogenaamde leenstelsel.
Roleff----x---Wobbeke
tor Husen
*ca 1410
|
Hermann---x---?
Tor Husen
*ca 1435
|
Johann----x---? Rollof
Tor
Husen Wobben
*ca
1465 *ca 1460
| |
Rolf------x--Immeke Engelke
thor
Husen Wobben
*ca
1490 *ca 1490
| |
Herman----x---Hille Roleff
tor
Husen Wobben
*ca
1520 *ca 1520
| |
Rolff-----x----------Gebbe
Johan ----x-----Elsa
Ter Husen Wobben Sant
*ca 1560 *ca 1555 *ca 1580
| |
Herman----x--------------------Anna
Herman----x-----Alma (Kamp of Schmidt)
Ter Husen
n.n. Sant
ca 1590 *ca
1610 *ca 1600
| |
Hermannus-x------------------------------Gesa
H.zum Hausen Sandmann
*1633
*ca 1638
Tijdelijk toegevoegd:
De twee erven in Husen
Erst die vater und mutter, dahinter die Bruder und Schwestern. Per generatie een regel dus.
Familie
Rollf/Herman Familie
Beno/Gerd
Roleff x Wobbeke *ca 1400
Hermann x n.n., Hille *ca 1435 Beno *ca
1455
Johann x n.n. *ca 1465 Beno oder Gerdt
Rolf x Immeke *ca 1490 Beno
Hermann x Hille *ca 1520 Beno x Wibbe
Rolf x Gebbe, Aicke, Taleke *ca 1550
Herman x Anna, *ca 1590 Been x
Talcke,Gerdt?,Tibena *ca 1600
Rolf x Taleke, Herman, Gebbe *ca 1633 Been x Trincke, Wilcke
*ca 1625
Hermannus x Anna W, Rudolf, Anna, Gerardus *ca
1660
Roleff ton Husen x Wobbeke n.n.
*ca 1405 Husen (Düthe)
+>1458 Husen +>1458
Husen
=================================================================
1)Hermann x n.n.
+>1458 Husen
2)Hille
*Husen
Roleff, zijn echtgenote Wobbeke en zijn kinderen Hermann en Hille zijn horigen op het hof van Roleff von dem Kampe. Voor de richter in Lathen laat Roleff von dem Kampe de familie op 13-3-1458 vrij uit de horigheid. Roleff ton Husen koopt het erf van Roleff von dem Kampe. De richter ontvangt de familie als vrije dienstlui van St. Paul (van de bisschop van Münster). Roleff ton Husen wordt hiermee beërfde in de marke van Duthe-Fresenburg in Melstrup.
Handgeschriebener Erbvertrag zwischen Hermann von Kampe und Rolf von Husen, "bestätigt von Gerd Swartwolt in Duite", aus dem Jahre 1462 angeboten worden
De akte zelf luidt:
Ick Ghert Swartwolt, knape, do konlic openbaer in dessen
openen besegelden breve, voer my, myne erven und anerven dat van my toe hleene
gheyt seker halven erve Ton Husen in den gherichte van Dutte waer Hermen ten
Kampe und Roleff ton Husen langhe schelafftich was. Hebn gewesen dat id myt
mynen willen ys, und en togelaten hebbe voer my und mynen erven dat zie dat
mogen deelen. Und ick offte myne erven sollen Hermen und Roleve und oere erven
nae dusse dage dar nummer mere to bringen noch dwingen dat halve erve
vorbenoemt weeder by een toe brengen in yenigerley wijse. Dan Hermen van den
Kampe vorbenoemt und zyne erven sollen van my Gherde Swartewolde vorbenoemt und
mynen erven dat andeel van den halven erve vorgenoemt ontfan, soe vake als dat
vorvalt uns viffteyn schellinge Osenbruggesch gelde dar voer gheven. Sunder
enigherhande arglist. Hier weren an und over Sweder Gruter, to der tyd droste
toe Lynghe, Drees van Langen, Johan Cloet, Wessel ter Moelen, in der tyd
rentmester in Emsland, die dyt mede bekenden und horden. In une orkunde der
warheyt desse vorgescreven punte und articule stede, vast und onverbroke
bliven, soe heb ick Ghert Swartwolt, knape vorbenoemt, myne inge segel toe
eynen meeren vestnisse wijtliken vor my end myne erven beneden an dessen breff
gehangen. Gegeven in denne jare unss Heren dusent voerhundert twee end sestich
up den ffreijgdach na deme sondage Invocavit.
De strekking van de akte is door Kees Schilder weergegeven als volgt:
De edelman Ghert Swartwolt (of een van zijn voorouders) had
een goed, te weten de helft van een erf Ton Husen in het gericht van Düthe, in
leen gegeven aan Herman ten Kampe en Roelof ton Husen gezamenlijk. Die twee
hadden onderling al lange tijd onenigheid (schellafftig) over hun rechten.
Ghert Swartwolt bepaalt nu dat het leengoed tussen Herman en Roelof moet worden
verdeeld en dat de beide helften nooit weer onder dwang bijeen mogen worden
gevoegd. Aan Herman ten Kampe en zijn erfgenamen legt hij de verplichting op om
bij iedere herbelening aan Ghert Swartwolt of zijn erfgenamen een som van 15
schellingen, zoals die gangbaar zijn in Osnabrück, te betalen. Aan Roelof ton
Husen worden in de akte geen verplichtingen opgelegd. Misschien waren die zaken
al
eerder geregeld. Als getuigen worden genoemd de
edellieden Sweder Gruter, drost van Lingen, Drees van Langen, Johan Cloet en
Wessel ter Moelen, de rentmeester van Emsland. Ghert Swartwolt bezegelt de
oorkonde met zijn eigen zegel (een schild met een langhoornige geit). De datum
van de oorkonde was vrijdag na de zondag Invocavit. In 1462 viel die op vrijdag
12 maart.
Akte 1462
Enige aanvullingen van Johan Hoezen anno 2006:
- Roleff ton Husen heeft in 1458 dus niet het gehele "Erbe ton Husen" verworven.
- Hij moet toen al een zekere mate van welstand hebben gehad, anders had hij zich immers niet kunnen vrijkopen en (een deel van) het "erve" verwerven. Aan deze welstand moeten vele generaties vóór hem hebben bijgedragen. Misschien al wel van vóór Karel de Grote (742 - 814), wat heel goed kan omdat Husen ouder is dan Düthe, dat in 854 voor het eerst wordt vermeld. Van een nog oudere geschiedenis is niets bekend omdat lijfeigenen geen geregistreerde bezittingen hadden.
- Naar mijn vermoeden is Herman ten Kampe ook lijfeigene geweest en ontleende hij zijn naam aan "Haus Campe", waar hij vlakbij gewoond zal hebben.
- Dat Roleff ton Husen, volgens de akte van 1462, bij herbelening niets hoefde te betalen zal te maken hebben met het feit dat dit in 1458 bij zijn vrijkoop al is geregeld.
- De onenigheid tussen Roleff ton Husen en Herman ten Kampe moet wel heel erg opgelopen zijn gezien de vier edelen die als getuige bij het opmaken van de akte in 1462 aanwezig waren.
Aanvulling ter info:
De edelman Ghert Swartewolt beschikte over meerdere leengoederen. Deze heeft hij in leen van Conrade van Depholte, bisschop van Osnabrück. Op 2 november 1465 draagt hij zijn leenrechten over aan Coerdes von Beveren en zijn erfgenamen. Het origineel van de akte waarin dit is geregeld bevindt zich in het Domarchiv Osnabrück. De vertaling staat in het Meppener Urkundenbuch 1973 van professor Hermann Wenker uit Osnabrück. Heinz Menke stuurde mij een kopie van de vertaling van de akte. De beschreven leengoederen zijn:
- den tegheden to Asschendorpe;
- Hermen Blomen erve;
- Lefert Loysinck erve beleghen in den kerspel van Asschendorpe und in der burschop van Tunchstorpe;
- den tegheden to Vresenberghe (Fresenburg);
- den tegheden over sess huse to Dute (Düthe) beleghen in den kerspel van Loethen (Lathen);
- den tegheden over Berndinghes hues beleghen in der buerschop van Deersmen in den kerspel van Stenebolde (Steinbild) beleghen;
- den tegheden to Susserem (Sustrum), dat hues ten Husen, beyde beleghen in den kerspel van Stenebolde (Steinbild);
- Molleringes hues to Ghese in den kerspel van Meppen;
- Sess huse tegheden to
Sellinghen (Sellingen).
Hermann ton Husen x n.n.
*ca 1440 Husen
+>1458 Husen +Husen
=================================================================
1) Johan x n.n.
*ca 1465 Husen
+>1499 Husen
Johan ton Husen x n.n.
*ca 1465 Husen
+>1499 Husen +>1499 Husen
=================================================================
1)Roleff x Immeke n.n.
*ca 1495 Husen
+ >1548 Husen +>1568
Volgens het register exactionem van 1534[11] zijn er drie gezinnen Ten Husen in Duthe woonachtig:
- Het gezin Beno ton Husen bestaande uit een echtpaar, een moeder, een zoon en een dienstmeid;
- Het gezin Gert ton Husen bestaande uit een echtpaar en een knecht;
- Het gezin Johann ton Husen bestaande uit een echtpaar, een zoon, een knecht xx.
Wij vermoeden dat Johann onze voorvader is.
Roleff ton Husen x Immeke n.n.
+ >1548 Husen +>1568 Husen
=================================================================
1)Hermann x Hille n.n.
*ca 1520 Husen *
+>1606 Sustrum +>1568 Husen
2)Wilke x Talle n.n.
*ca 1522 Husen <1568
+>1568 Husen
3)Bene
*ca 1525 Husen
+>1541 Husen
4)Ede
*ca 1527 Husen
+>1541 Husen
5)Aike x n.n.
*ca 1530 Husen *
+>1606 Sustrum +Sustrum
Op 5 april 1541 verkopen Rolf en Immeke ton Husen en hun vier kinderen een weide aan de toenmalige bezitter van Haus Campe, Heinrich von Brawe en zijn vrouw Anna von Scharpenberg. (De koopakte hiervan zit in het Staatsarchiv Münster, Bestand Haus Kampe, Urkunde nr. 37. Aan deze akte is een apart hoofdstuk "Oorkonde Husen 1541" aandacht besteed).[12]
De akte van 5 april 1541 luidt als volgt:
Ick Berent Langen in der tidt swaren richter to Düthe van
bevele des hoichwerdicher hoich-furmogende ffürsten und hohe herre Ffranciscus
biscop tho Inhausen und Ossenbrugge administrater to Mynden, myns gnedigen
leven heren, do kundt, tug end bekenne overmits dussen apenen besegelden breve,
dat vorm my up dach data dusses breves in bywesen der kornoten und ummestenders
hier na bescreven in eyn apen hege gerichte sunderlinges to dussen nabescreven
sake gheheget wart, erschenen und gekamen syn de ersamen Roloff to den Husen
und Ymmeke syn huesfrouwe und seden gudt vors se und ore echten erven und
anerven, als myt name Herman, Bene, Wilke end Ede de weirofte lude kinder, dat
se myt oiren vrien willen vorberader walbedachten mode, ungedwungen van nemand,
rechlichen und redelichen in eynen rechten steden vasten kope erfflichen hadden
verkofft end verkofften aldar semptlichen de vorgenempte Roloff to den Husen
und Ymmeke syn echte huesfrouwe vor sick end ore medebescreven, vor myn deme
sulvun gerichte und leten my myt handen und munden so sick myt rechte gebort in
eyns vredsam end ewighe upborend bruckenen, besittende end hebbende was,
erfflich eigen vor frugdorsclachtich gudt, unbeswart und unbeharmet van iemand,
utbescheden de heren scattings, deme erbaren Hinrick Brawen, Anna synen echten
huesfrouwen und oren rechten erven und anerven offt holder des breves myt oren
weten und willen, eyn daeg werck hoves in der stege wesck, so de jaerlikes
wesselt myt deme besitter des huses tho deme Campe, myt older und niwen
tobehoringe und rechtigheit de gelichmetich de vorkoperen van oldinges bess nu
her in gebrucks hefft gehat, so de in kerspell van Stenebild, marcke van Alden,
und gerichte van Düthe belegen ys, nichts dar van utbescheden. Welcker
erffnisse de obgenannte Roloff tho den Husen, Ymmeke syn huesfrouwe und ore
medebescreven weren de allmal deser und alle …… und deden daerup genslichen
vortichtenisse, so se myt rechte solden. Also dat de vorgenante und ore
medbescreven noch nemant van oren aller wegen, nimmer na giffte dusses breves
nynerlege tuchticheit, noch gestliche edder wetliche ansprake an de vorgenante
wistke myt tobehorung mer hebben edder vorwachten wesen to ewigen tiden. Also
dat de vorgenante Henrick Brawes, Anna syn huesfrouwe ore arven und anarven
mogen sodane wistke vorgenant keren und wenden und to oen besten gebrueken,
waere ……, sunder iemands besperunge und inseggent. War vor den verkopers van
denes kopers eynen genochsam penning to willen bernogt, dar van entfangen und
weder in syn bedarff und orber gelecht, so se vorm my erkanden. Und de
vorkopers laveden de kopren hir up myt hand und mondt und .. des ….. rechte
hanttastings des vorscreven kopers to to stane.
De
akte uit 1541
In de landschatzung ins Emsland van 1536 worden de volgende erven Ten Husen in Düthe genoemd namelijk:
- Evert ten Husen
- Roloff ten Husen
- Cope ten Husen lijftucht
- Bernt ten Husen pauper
Volgens de “Nijenhus der husluden schattinge” in 1545 zijn er twee erven Ten Husen in Düthe namelijk:
- Beno
thon Husen.
- Roleff
thon Husen.
Het erf van Johann is nu blijkbaar overgegaan op zijn zoon Rolf
De veestapel van Roleff thon Husen is in dit jaar 1545 als onderstaand:
- 6 paarden (pherden)
- 1 veulen (iung)
- 12 koeien (koijge)
- 16 runderen (rinder)
- 13 zwijnen (swinen)
- 10 biggen (iung)
- 5 1/2 molt[13] zaad (molt saeth)
- 16 foder[14] hooi (foder hoijge)
- 7 zwijnenmest (swinemast)
Roleff ‘gyfft 3 Emder gulder’ en is ‘1,5 XL gulden schuldich’.
In de kantlijn is genoteerd 7 1/2 scheffel.
De omvang van de veestapel van Beno thon Husen, het tweede erf ten Husen is dan:
- 4 paarden (pherden)
- 1? veulen (iung)
- 9 koeien (koijge)
- 13? runderen (rinder)
- 7 zwijnen (swinen)
- 7 biggen (iung)
- 9 molt zaad (molt saeth)
- 13 voerhooi (foder hoijge)
- 3 zwijnenmest (swinemast)
Beno ‘gyfft 1 Emder gulden’ en 1 schepel rogge en is ‘2,5 XL gulden schuldich’.
Na het erf van Beno ton Husen wordt de lijftucht genoemd. De bezittingen van de lijftucht[15] bestaan uit 111 (Emden) guldens, 2 pherden, 3 koijge, 2 rinder en 6 swinen.
In de kantlijn staat vermeld 8 scheffel.
Het is niet bekend of deze verbonden is aan het erf Beno ton Husen.
Overzicht
erven 16e eeuw buurschap Duthe
|
1534 |
1536 |
1553 |
1557
noot |
1562 |
1567 |
|
|
Evert
ton Husen |
|
hele
erven vrij: |
hele
erven: |
hele
erven vrij: |
|
|
Roleff
ton Husen |
|
Herman
ton Husen |
Bene thor Husen |
Bene
ennd |
|
|
Cope
ton Husen lijftucht |
|
Bene
ton Husen |
Herma(n) (thor Husen) |
Herman
in Husen |
|
|
Bernt
ton Husen pauper |
|
Herman
ton Waterlo |
Waterma(n) |
Mencken |
|
|
Gert
ton Waterloh |
|
Herman Swerinck |
Swerinck |
Schwering |
|
|
Dirick
Hunteman |
|
Hillewers
Hinrich |
Hinderick |
Hinrich |
|
|
Tideman
Evert |
|
Roleff
Snyer |
De
Snijder |
Snider |
|
|
Swerinck |
|
Johan Schriver |
Lorma(n) |
Lorman |
|
|
Helmarts
Henrick |
|
Johan
Lorman |
Gert
Schulte |
Schulte |
|
|
Johan
Marij |
|
Johan
Schulte |
Johan
Schriver |
Schriver |
|
|
Herman
Schriver |
|
|
Hast
Gert |
|
|
|
Nanckman |
|
Vrije
erfkotters |
Nanckema(n) |
hele
erven eigen |
|
|
Loerman |
|
Diderich
Hunterman |
|
Hast
Gert (Kobringk) |
|
|
Johan
Schulte |
|
Abell |
|
Nankmann
(Schwenke) |
|
|
De Oh…. |
|
Hinrich
von Greven |
|
|
|
|
Goke Synnigen
pauper |
|
|
Kotters |
Kotters
vrij |
|
|
Kubbinck |
|
|
Huntema(n) |
Hunteman |
|
|
Roleff Sturre pauper |
|
|
Abel |
Abell |
|
|
|
|
|
Grevick |
Gronninger
pauper |
Hermann ton Husen x Hille n.n.
*ca 1520 Düthe
+>1606 Sustrum +>1568 Düthe
=================================================================
1)Rolff x Gebbe Wobben
*ca 1550 Düthe *ca 1555 Dörpen
+>1591 Düthe +>1614 Düthe
2)Aicke? X n.n.
*ca 1540 Düthe
Vader
Herman
Hermann ton Husen is beërfde.
Een knecht op het erf van Hermann ton Husen is Johann Smit, Erfkötter (*ca 1525 Dörpen, +>1583 Dörpen). Als hij sterft is hij 50 à 60 jaar. Hij is dan circa 28 jaar knecht bij Hermann ton Husen geweest. Hij is een zoon van Wilke Smit und Hille n.n. en getrouwd met Anna n.n. (+>1568 Dörpen)
In de landschatzung ins Emsland van 1553 komen Beno en Herman ten Husen weer voor namelijk:
- Herman ten Husen, is vrij en bezit een vrij heel erf. Hij geeft:
. ter schatting 5 ort
. voor zijn vrijheid 1 daler
. voor de knecht 1 schap
. voor recht 1 1/2 scheffel
- Beno ten Husen, is vrij en bezit een vrij heel erf. Hij geeft:
. ter schatting 5 ort
. voor zijn vrijheid 1 daler
. voor de knecht 1 schap
Volgens een registratie in 1557 zijn er twee vrije erven Ten Husen met elk een heel erf in Düthe namelijk:
- Herman ton Husen
- Beno ton Husen.
Volgens een registratie in 1562-1563 zijn er twee erven ten Husen in Düthe namelijk:
- Beno thon Husen. Beno bezit een heel erf.
- Herman thon Husen. Herman bezit een heel erf.
Volgens een registratie in 1568 zijn er vier gezinnen ten Husen in Düthe woonachtig:
- Herman von Huysen met echtgenote Hille, zoon Roleff, dochter Taleke;
- Beno tor Huysen met echtgenote Wibbe dochter Geske?, dochter Tobe en een knecht;
- Evert von Huysen met echtgenote Engel;
- Wilcke von Huysen met echtgenote Talcke en inwonende moeder Immeke.
Volgens de kerspelschatzung uit 1571 zijn er de volgende bewoners:
- Beno Ten Husen
- Herman Ten Husen
Volgens de kerspelschatzung uit 1579 zijn er de volgende bewoners:
- Beno Ten Husen
- Herman Ten Husen
Zoon
Aicke
*ca 1550 Husen >1568 *ca 1555 Dörpen
+>1591 Husen +>1614 Husen
b)Johann n.n. (Brunswijcker?) x
* <
1599
+>1614 Düthe
=================================================================
1)Herman x Anna n.n.
*ca 1590 Husen *ca 1590
+ <-8-1656 Husen +
>feb 1664 Husen
?)Johan x n.n. Meyeringk
*ca 1580 Husen *ca 1590 Niederlangen
+ 1646 Niederlangen + >1659 Niederlangen
?)n.n x Gesa?
*Husen *
+>1659 Walchum +Walchum
Rolff ton Husen is beërfde.
Moeder Gebbeke Wobben trouwt vòòr 1599 voor de tweede keer, namelijk met Johann met onbekende achternaam, mogelijk Brunswijcker. Later wordt deze Johann ten Husen genoemd. Hij is Beërfde. Hij moet in 1614 een boete betalen omdat hij zijn stiefzoon “blutig gekratzt” heeft.
In 1615 is er sprake van een diefstal. Talke Waterlohe betaalt in 1615 een boete omdat zij 5 koeien van Johan ten Husen uit de ? gestolen heeft, en haar knecht een paard van Herman ten Husen uit de ? heeft gestolen. Het motief van deze diefstal is vermoedelijk niet materieel. Talke Waterloh is getrouwd met Gerend Waterloh, beërfde te Düthe. Deze Gerd Waterloh is trevens beleend met het erf Obbinghoven te Aschendorf (1591) en tienden te Düthe. (bron B.J.J.)
Moeder
Gebbeke
Voor de familie Wobben zie hoofdstuk 5.4 op pagina 52.
Zoon
Johan
??Zoon
of dochter n.n.
Deze zoon of dochter krijgt tenminste 1 zoon: Joan. Deze Joan wordt genoemd Ten Husen alias Brunswijcker.
Zoon Joan trouwt in Steinbild op 28-5-1655 met Metta Henrichs. Dit echtpaar woont in dus in Walchum. Het echtpaar krijgt 4 kinderen: Anna (~14-5-1657 Walchum), Hermannus (~14-3-1660 Walchum), Henricus (~5-6-1663 Walchum), Joannes (~18-10-1665 Walchum).
Joan trouwt voor de tweede keer met Gesa Wessels op 3-11-1669. Getuigen bij dit tweede huwelijk zijn Rudolf zum Hausen en Joannes Bruns uit Duthe. Het echtpaar woont vervolgens in Dersum.
Volgens de telling van parochianen in 1659 wonen de volgende personen op de boerderij te Walchum: Johannes Brunswijcker met echtgenote Metta, dochter Anna van 2 jaar, moeder Gesa weduwe. Verder is er nog een dienstmeid Gesa.
Herman ten Husen x Anna Stevens
~ca1590 Husen *ca 1595 Melstrup
+ <aug-1656 Husen + >feb 1664 Husen
=================================================================
1)Rolf Hermans x Taleke Borgman
*ca 1625 Husen 4-7-1655 *
+>1669 Husen Lathen +Husen
2)Steven x Schwaneke Rollfs
*ca 1630 Husen 4-5-1651 *Dersum
+Dersum Steinbild +Dersum
3)Hermannus x Gesa Sandman
~ca 1633 Husen 10-4-1662 ~circa
1638 Sustrum
+4-9-1691 Sustrum Steinbild +15-8-1707 Sustrum
4)Gebbeke x Joannes zum Norda
*ca 1635 Husen >1659 *1623 Norda (Heede, par.Asschendorf)
+ +>1665 Heede
5)Töbe
6)Christian
Moeder
Anna Stevens
Voor familie Stevens zie hoofdstuk 6.6 op pagina 55.
Over het erf van Herman ten Husen wordt in 1640 het onderstaande vastgelegd:
Herman zum Husen, ein kotter und sagt daß seinige sey stuckweiß beisamen gekaufft
Theut den wagendienst
hat vunff tonne saett roggenlandts zehentbar ahn Oesterwedde und Juncker Duethe
zwey tonne saets sey frey
hoylandt sechs tagwerck
gibt zur Kerspelschatzung 1 ½ R.
Contributionschatz 1 ½ R.
Meyschatzung 7 schill.
Und den freien von Stennebil 4 schill.
Herbstschatz den hern 7 schill.
den freien von Stennebil 2 schill.
den freien von Duethe 3 schill.
Lehnrurig ahn die frauwe im Behell wegen ein tonne saet haberlandt
Pherde 2
Koihe 5
Rinder 1
Schaeffe 10
Schweine 3 muttens
Ist noch 200 thlr. und mehr schuldig.
Tabel:
De veestapel van Herman ten Husen gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
2 |
4 |
3 |
4 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
0 |
1 |
|
koihe |
10 |
5 |
10 |
8 |
8 |
|
rinder |
1 |
1 |
1 |
4 |
5 |
|
schweine |
17 |
3 |
2 |
5 |
12 |
|
schweine jung |
|
|
15 |
|
|
|
schapen |
29 |
10 |
18 |
20 |
30 |
|
lammeren |
|
|
11 |
|
|
|
bijenkorven |
8 |
|
16 |
6 |
6 |
1631: 17 schweine jung und alt
Volgens de telling van parochianen in 1659 in Düthe wonen de volgende personen op het erf ten Husen:
- Anna, moeder en weduwe
- Roluff Husen en echtgenote Talken
- Herman en Anna, kinderen
- broer Herman en zuster Gebbeke
- Töbe en Christian, kinderen
Moeder Anna zum Hausen en haar zoon Hermann (filius ipsius) zijn op 29-8-1654 meter resp. peter bij de doop van Gebbe, dochter van Herman Melstrup en Anna, echtpaar zum Lochtenborg.
Zoon
Hermannus
Zie verder bij familie Sandker in hoofdstuk 7.5 op pagina 65.
Zoon
Stevens
Steven trouwt met Schwaneke Rollfs, dochter van Fockens. Steven trouwt in op het erf Focken te Dersum en wordt Steven Fockens genoemd. Het erf Focken is het 1/4 deel van het verdeelde Tegeda erf te Dersum
Zoon
Rolf
Rolf Hermans zum Hausen x Taleke Borgman
*ca 1625 4-7-1654 *Duthe
+Husen Lathen + Husen
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1)Anna
~ 20-2-1658 Husen (Steinbild)
2)Hermannus
Rolfes x Anna Wevelia (Wibke) Kamp
~3-7-1656 Husen <1694 ~1-10-1662
Sustrum
+ +28-1-1729
Düthe-Husen, begraven in Lathen
3)Rudolf
~4-11-1660 Husen (Steinbild)
4)Johann
~9-9-1663 Husen
5)Otto
Henricus x Grete n.n.
~12-12-1666 Husen (Steinbild) 1690
6)Gerardus Lathen
~4-7-1669 Husen (Steinbild)
7)Eicke Rolfs x Anna . . . Kruse
* -5-1697 *
+ lathen +
Bij het huwelijk van Rolf met Taleke Borgman vermeldt de pastoor “ex Duthe”.
Peetvader van Otto is: Nobilis (edele) Otto Brawe zum Campe. Testes assistens is Henricus von den Wolbeck, huurder (locatarius) zum Campe.
Rolf ten Husen laat enkele kinderen dopen in de kerk van Steinbild. Dit gebeurt met toestemming van de pastoor van de parochie Lathen.
In deze tijd worden behalve Rudolf zum Hausen, de volgende gezinnen in de doop-, trouw- en begraafboeken geregistreerd als wonend in Husen:
- Beno zum Hausen en Catharina Kremers, echtpaar in Husen in 1661
- Gerard Waterlohe en Anna, echtpaar in Husen in 1667 (conjugem modo habitantium zum Hausen, mede-inwoners van Husen)
- Johannes Brugginck of Sodde (afkomstig uit Elbern parochie Emsburen) en Hille Christians, echtpaar in Husen in 1670 (getrouwd 19-11-1669 in Steinbild)
- Hermann Herbers en Schwaneke, echtpaar in Husen in 1670.
Kleinzoon
Hermannus Rolfes
Herman trouwt met Anna Wevelia Kamp. Zie hiervoor bij het hoofdstuk 8.5 familie Kamp.
Kleinzoon
Johann
Joan Roleffs von Husen is rond 1698 getuige bij de doop van een van de kinderen van Hermann von Husen en Wibke, echtpaar te Husen.
Kleindochter
Anna
Anna is meter bij de doop van haar neefje Rudolf, zoon van haar oom Herman zum Hausen en tante Geske Sandman (23-12-1668).
Het gehucht Husen, behoort ondanks dat het slechts enkele kilometers vanaf Steinbild ligt, tot de parochie Lathen.
Kerk te Steinbild.
De huidige kerk is gebouwd in het begin van de 16e eeuw. Volgens een inscriptie is het gebouw in 1512 gereedgekomen. Het is in vroegere tijden een gewoonte dat iedere beërfde een nieuwe parochiekerk een venster schenkt met daarin het merkteken van zijn erf gebrand. In de kerk van Steinbild zouden deze merktekens nog voor een deel zichtbaar zijn. (foto 2001)
In de 17de eeuw zijn er in het buurtschap Duethe de onderstaande erven:
|
1672 |
1677 |
|
Ein guet waruun nur Phlugen zu velde gehat Bene zum Hausen pauper Wilcke zum Waterloh Herman Schwerings Johan Schrijver Gerdt Schulte Joan Lorman - Gerd Hilig miles[16] Herman Nanckman Wilcke Synige Kotter Leibsuchten @ keine volle Phlugen
fuhren Everdt Schnier Roleff zum Husen Berndt Moller (mortuus) Roleff Hunteman Herman Greve Abelen Gerdt pauper So kein pherde halten Herman Schroer Roleff Schmitt Herman Kaijser Leibsuchten en backhusen Wilcke Aicke |
Gehele en gantsche erven Nanckeman Johan Schriver Lohe Johan Schulte Roleft Schnier Johan Sinige Wilcke Waterlo Schwering Moller Henrich Halbe erven Benno zum Husen Roleft zum Husen Ein pferdt kotter Herm Grave Hute Bene Abelen Gerdt pauper Andere kotters und brincksitzers ……nog verder kopieren |
In 1669 heeft de kosterij van de parochie Lathen de volgende in schepels rogge:
|
Buurschap |
Erf |
schepel |
erf (vervolg) |
schepel |
|
Duthe |
Herman Schwerinck Berndt Muller Wilcke Sinnige Everdt Schnyer Johan Schryver Gerdt Schulte |
1 1 1 1 1 ½ |
Johan Lohrman Herman Nanckman Bene zum Hausen Roleff zum Hausen Wilcke Waterlo |
½ 1 1 ½ 1 |
|
Melstrup |
Lübbert zum
Ströhen Abeln Johan Groth Johan |
1 1 1 |
Steven daselbst Herberts Clauß Brawen Wohnung |
1 ½ ½ |
|
Lathen |
Baleman
Rupenest Lambert Langen |
1 1 |
Lambert Schulte Clauß Herman |
1 1 |
|
Ehemen |
Nye Hinrich Herman Ernsts Johan
Heckeman Albert
Brasse |
1 1 1 1 |
Johan
Roleffs Herman
Schlopman Johan Hüeser
Schwencken
Wohnung |
1 1 1 1 |
|
Hilter |
Johan Schulte Herman Kralleman Völcker daselbst |
1 ½ 1 gersten |
Coenen Herman Herman achter Everts |
½ 1 |
|
Kathen en Frackel |
Jacob Schulte Herman Lüppen Herman
Roleffs |
1 1 1 |
Johan Arends
Johan
Reiners |
1 ½ |
|
Tinnen |
Johan Rohe Wolbert
Oldigs Johan
Heckeman Wessel Roleffs |
½ ½ ½ ½ |
Berendt Jaspers Berendt Haußman Johan Schulte |
½ ½ 1 |
|
Oberlangen |
Jurgen Wilholte Johan Wilholte Johan Einhauß Herman Bönnekenbeel Groth Johan Herman
Cordes Herman Uphof Ludden
Wohnung |
½ ½ 1 1 ½ 1 1 1 |
Johan Jönne Amelen Gerdt Nye Herman Prickers
Wohnung Renekers Wohnung Herman Niederhoff Westerholts Wohnung Gerdt Robihn |
½ 1 1 ½ 1 1 1 ½ |
|
Niederlangen |
Engelbert Meyerinck Gerdt Roleffs Johan Syberinck Jürgen Lübberts Benen Aicko Johan Roleffs Hinrich Bulderman Herman Bruns |
1 1 ½ ½ ½ 1 1 1 |
Herman
Hillinck Wilcke
Stratcker Müllers
Wohnung Herman Grönninger Roleff Stevens Gerdt zur lütken Horst Joest zur grothen Horst Gerdt zur Vehr |
1 ½ ½ ½ ½ ½ 1 1 |
Opmerkingen:
Kathen und
Fracklo: Gerdt
Dieterts alle Jahr eine mahlzeit und dazu gibt er eine pröeven.
Hilter: Dietherich
Düerke gibt alle Jahr Eine proeven
Coeno
Wacker zu Dörpen wegen dem Beel 2 Schepell roggen
Afdracht: Oorspronkelijk
draagt ieder vol erf 1 schepel rogge af.
Afdracht Hilter in schepels gerst
Afronding
Voor het vervolg in afstamming van Hermannus ter Husen en zijn vrouw Gesa Sandman zie bij de familie Sandker. Herman ter Husen wordt naar het erf Herman Sandmann genoemd.
Voor de overgang van de familienaam Ter Husen in mannelijke lijn zie tevens bij de inleiding van de familie Sandker.
Verdere nazaten op het erf Ten Husen zijn de volgende:
- Rolf Hermans zum Hausen getrouwd met Anna Catharina
- in 1749 vinden we Herman zum Hausen en Angela Adelheid Greve
- zoon Joannes (*1712) getrouwd op 3-5-1740 te Lathen met Gesina Wessels uit Melstrup.
In 1779 doet Jan zum Hausen aangifte voor een vol erf in de marke.
In 1779 zijn er in de gemeente Duthe de volgende erven:
|
Nr. |
Erf |
Recht |
Nr |
Erf |
Recht |
|
1 |
Jan Henrich Hebellman |
1/4 |
10 |
Gerd Schulte a. Wilcke Schulte |
1 |
|
2 |
Witwe Schwering a. Dirck Sanders |
1 |
11 |
Gerd Wilm Sinnige a. Martins |
1 |
|
3 |
Herm Möller |
1 |
12 |
Herm Waterloh a. niet bewoond |
1 |
|
4 |
Rolf Schmidt |
1/4 |
13 |
Witwe Benes |
1 |
|
5 |
Wilm Henriches |
1/4 |
14 |
Jan zum Hausen |
1 |
|
6 |
Rolf Schnier a. Albert Stock |
1 |
15 |
Jan Hunteman a. niet bewoond |
1/2 |
|
7 |
Herm Schweers a. niet bewoond |
1 |
16 |
Gerd Wilm Sinnige |
|
|
8 |
Herm Henrich Nanckman a. Matthias Nanckman |
1 |
17 |
Herm Abelen |
1/4 |
|
9 |
Herm Henrich Lohman a. niet bewoond |
1 |
18 |
Jan Herm Greve |
1/4 |
|
|
|
|
19 |
Witwe Zum Husen |
zwb |
Roloff Wobben x n.n.
*ca 1460 Dörpen
+>1499 Dörpen >1499 Dörpen
=================================================================
1)Engelke x Taleke n.n.
*ca 1490 Dörpen
+>1535 Dörpen +>1568 Dörpen
2)dochter
Roloff Wobben is beërfde, vol erf te Dörpen
Volgens het register exactionem uit 1534 (1499) woont in Dörpen:
- Wobben Roloff, met echtgenote, zoon en een dochter
- Engelke Wobbeken op een vol erf
Engelke Wobbeken x Taleke n.n.
*ca 1490 Dörpen
+>1535 Dörpen +>1568 Dörpen
1)Roleff x Gebbeke n.n
*ca 1520 Dörpen
+>1571 Dörpen +>1568 Dörpen
Roleff Wobben x Gebbe n.n.
*ca 1520 Dörpen
+>1568, <1571 Dörpen +>1568
=================================================================
1)Gebbeke x a)Rolff ton Husen
*ca 1555 Dörpen >1568 *ca
1560 Düthe
+>1614 Husen +>1591 Düthe
<1599 b)Johann n.n.
+>1615 Düthe
Volgens “Nijenhus der Husludige Schattunge in 1545 upgenommen” is de veestapel van Roleff Wobbeken te Dörpen als volgt:
- 5 paarden
- 8 koeien
- 4 ossen
- 12 runderen
- 40 schapen
- 8 zwijnen, 6 jongen
- 6 molt saeth
- 6 foder hooi
geeft 3 gulden, 2 centum gulden schuldig
in de kantlijn vermeld 4 scheffel
In 1640 vinden we over dit erf het onderstaande:
Engelke Rolffs, einfrey wohnung, daruff ein heurman Herman Coep. Sein ein gering erbe
Thuet den landfurst. den wagendienst
hatt ahn landerie die ehr bouwet 6 tonne saets
dab ubrige were ahn andere leuthe versetzt
- hoylandt 4 tagwerck
- gibt in kerspelschatzung 2 R.
- contrinbutionschattz 1 R. 22 str.
- Herbstschatzung 12 ½ schill :
In het Emslands register van hele erven en kotters uit 1557 wordt Roleff Wobben genoemd met een vol erf vrij.
Volgens de “erbherren schatzung im Amte Meppen”in 1567 bezit Roleff Wobbeken een heel erf vrij.
In de kirchspiel schatting van 1571 wordt Roleff Wobbeken vermeld. In de schatting van 1579 wordt genoemd “Wobbeke Roloff erve”. Roloff Wobbeken is blijkbaar overleden.
In het inkomstenregister van de kerk te Steinbild uit de 17de eeuw vinden we:
“Rolffs Erbe (nume Ian Wibbels)
Dieses erbe ist versplittert und vortheilet. Engelke Sandman betzahlt ein proven auf pfinksten.
Henrich Leffies aufs S.Michaelis. Johan Lodewichs auf Weinachten”
Dochter
Gebbeke
Voor familie ton Husen zie hoofdstuk 4.8 op pagina 43.
Gebbeke trouwt na het overlijden van Rolf ton Husen opnieuw met ene Johan. Na het huwelijk wordt deze Johan ten Husen genoemd.
Herman Melstrup zum Lochtenberg x Anna n.n.
=================================================================
Johan to Melstrorpe x n.n.
* Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Wilcke x n.n.
* Melstrup *
+ Melstrup +
Melstrup
Wilcke to Melstrorpe x n.n.
* Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Steven x Hille n.n.
* Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
1536 Wilcke
Steven Wilckens x Hille n.n.
*ca 1560 Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Stevens x Gebbeke n.n.
* Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
Stevens Wilckens x Gebbeke n.n.
*ca 1595????? Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Anna x Herman ten Husen
*ca 1595???? Melstrup *ca 1590 Husen (Duthe)
+>-02-1664 Husen +<1656 Husen
2)Johan x Wubke n.n.
* Melstrup *ca 1622
+ Melstrup +Melstrup
3)Herman x Anna n.n.
* Melstrup
In 1640 wordt het erf van Johan Stevens te Melstrup beschreven.
Johan Stevens heeft 10 tonne saet
Bouwland en 2 fuetter hooiland.
Over 2 tonne Saet draagt Johan de tienden af aan Jonker Schwencke.
Er wordt bij vermeld dat het erf van Johan Stevens is vrijgekocht van Jonker Kobringk.
In de telling van parochinanen van 1659 vinden we:
- Abel Wilcken, vader en Gebke moeder
- Johan, zoon met echtgenote Vibbke
- Johan frater
- Johan opilio
- Geske en Talke, kinderen
Vader
Stevens Wilckens
Zie tevens hoofdstuk fam. Wilckens hoofdstuk fam Jurgens 12.5 op pagina 185.
Dochter
Anna
Voor familie ten Husen zie hoofdstuk 4.9 op pagina 44.
De oorsprong van de familie Sandker is het plaatsje Sustrum in Duitsland. Het plaatsje Sustrum is een van de eeuwenoude boerengemeenschappen aan de oevers van de Ems. Ook hier heeft de abdij van Corvey bezittingen: Riemar en Werimar. Deze blijken iedere twintig schepels rogge, twee schapen (oves) en 1 doek (pannum) af te moeten dragen.
Ook Sustrum is een kleine boerengemeenschap. In 1655 wonen er 30 families in Sustrum. Het plaatsje Sustrum bestaat in 1659 uit 30 huizen en zijn er 150 inwoners. In 1833 is dat gestegen naar 50 huizen en 255 inwoners.
Lange tijd
heeft de markegemeenschap van Sustrum een gigantische oppervlakte in haar bezit.
Het strekt zicht uit vanaf de Nederlandse grens tot aan de Eems. Hemelsbreed
een afstand van ongeveer 9 tot 10 km. Een collectief bezit in handen van minder
dan 32 markegerechtigde boeren[17].
Een kolk in het Bourtanger Moor zoals deze in de 19de eeuw nog aanwezig waren.
Aan het eind van de 18e eeuw en in het midden van de 19e eeuw treden belangrijke veranderingen in dit collectieve grondbezit op. Ook in het Sustrumse deel van het uitgestrekte Bourtanger moor besluit de vorstbisschop tot het oprichten van een veenkolonie: Neu-Sustrum. De tweede belangrijke wijziging is de deling van de collectieve gronden van de marke. Deze deling vindt plaats in …..
Onze vroegste voorvader in mannelijke lijn met de naam Sandker komen we in de tweede helft van de 17de eeuw tegen in de persoon van Herman ten Husen. Hermann ter Husen trouwt met Gesa Sandmann. Hij neemt de familienaam verbonden aan het erf aan. Het erf Sandt wordt in deze periode gesplitst. De oudste dochter Schwaneke is erfdochter van de ene helft, zij trouwt met Schweer Ruter. De op één na oudste dochter Gesa is erfdochter voor de andere helft. De afstammelingen van het eerste erf worden Sand Schweers genoemd, later ook Schweers. Die van het tweede erf worden Sandker genoemd. Bij de kinderen van Hermann ter Husen en Gesa komen we voor het eest de naam Sandker tegen. De toevoeging -ker in de naam Sandker, verwijst naar de afsplitsing van het oorspronkelijke erf.
Op de twee gesplitste delen is ook de daropvolgende decennia weinig overvloed. In 1677 worden beide nieuwe erven nog als arm gekwalificeerd.
Voor het eerst vinden we het erf Sandt in Sustrum vermeld in 1631. Op het erf woont dan Herman Sandt of Sandmann. Het erf is nog niet lang het bezit van de familie Sandt. In de bronnen uit de 16de eeuw komen we het erf als zodanig niet tegen in Sustrum.
Over de hierboven genoemde Herman Sand hebben we gevonden dat deze rond 1609 is geboren te Sustrum. Zijn ouders moeten zich dan in Sustrum gevestigd hebben. Mogelijk heeft de familie Sandt eerste het erf gehuurd en later gekocht. Herman Sand heeft in 1640 nog een schuld van meer dan 800 thaler. Deze schuld kan voorkomen uit de aankoop van het erf. Alles terugleidend is het erf waarschijnlijk aankocht van Gerd Wernecker, een vol eigenhorig erf in het bezit van Jonker Kobrink (1567).
Herman Sand is zijn schulden positie vermoedelijk nooit te boven gekomen. De omstandigheden gedurende de dertigjarige oorlog zullen zeker daaraan hebben bijgedragen. Waarom het erf gesplitst is overgegaan naar de twee oudste dochters, in plaats van in zijn geheel op de enige zoon weten we niet.
Die auf dem Westufer der Ems gelegene Gemeinde Sustrum besteht seit der Gebietsreform am 1. Januar 1973 aus Sustrum, Neusustrum und Sustrum-Moor. Der Raum, der Neusustrum und Sustrum-Moor einschließt, war früher ein großer Teil des Markenbereichs der alten Gemeinde Sustrum. Der Ort Sustrum selbst zählt zu den ältesten Gemeinden zwischen Ems und dem Rand des Bourtanger Moores. Woher der Name Sustrum stammt, ist nicht ganz geklärt. Sustrum heißt im 11. Jahrhundert "Suhtram" und wird im 14. Jahrhundert "Zutgerum" genannt. Der Überlieferung nach bildeten vier Familien den Ursprung der Gemeinde Sustrum, die zunächst westlich des heutigen Dorfkerns auf den "Opkämpen" wohnten. Älteste Hinweise auf die Besiedlung der Gemeinde Sustrum geben die Register des Klosters Corvey aus dem 11. Jahrhundert und die Lehnbücher der Bischöfe von Osnabrück und Münster aus der Mitte des 14. Jahrhunderts. Die erste Kunde von einem Lehrer und einer Schule bringt das Jahr 1769. Im Herbst 1802 wurde eine neue Schule fertiggestellt, die im Jahr 1861 Opfer einer Feuersbrunst wurde. Im November 1861 entstand dann im Mittelpunkt des Ortes eine neue Schule. Eine vierte Schule wurde kurz vor Weihnachten 1950 eingeweiht. Mit Beginn der Sommerferien am 26. Juni 1975 schließt diese Schule ihre Türen. Die Kinder werden zur Grundschule nach Sustrum-Moor abgeschult. Im Jahr 1980/81 wird das Schulgebäude zu einem Dorfgemeinschaftshaus umgebaut. Kirchlich gehörte Sustrum zu der uralten Pfarrgemeinde Steinbild. Für die Gläubigen war der Kirchweg mit der Fähre über die Ems gefahrvoll und umständlich. Zweimal berichtet die Chronik über Fährunglücke. Das erste ereignete sich am 25. Januar 1754. Nach dem zweiten Fährunglück am 12. März 1920 reifte in Sustrum immer mehr der Wunsch und der Plan nach einem eigenen Gotteshaus in der Gemeinde. Bereits am 6. Dezember 1923 konnte die St. Nikolaus-Kirche geweiht werden. Die Konsekration erfolgte am 27. August 1927. Renovierungen wurden in den Jahren 1962/63 und 1975 vorgenommen. Bis zur Jahrhundertwende war das Leben hart und mühevoll. Erst danach trat allmählich eine wirtschaftliche Besserung ein durch die Aufteilung der Heide-Feldflächen und eine damit verbundene Umwandlung in fruchtbares Ackerland. Einen ihrer größten Umstrukturierungs-prozesse erlebte die Gemeinde Sustrum durch das am 15. Februar 1962 eingeleitete Flurbereinigungsverfahren. Hauptziel war eine umfassende Neuordnung der Feldmark und der Ortslage. Kontinuierlich fortgeführt wurde in den folgenden Jahren der Ausbau der Infrastruktur.
Roleff----x--Wobbeke
tor Husen
*ca 1410
|
Hermann---x--?
Tor Husen
*ca 1435
|
Johann----x--? Rollof
Tor Husen
Wobben
*ca 1465
*ca 1460
| |
Rolf------x--Immeke
Engelke
thor Husen
Wobben
*ca 1490
*ca 1490
| |
Herman----x---Hille
Roleff
tor Husen
Wobben
*ca 1520
*ca 1520
|
Rudolf--x------------Gebbeke Johann—x----Elsa
Ter Husen
Wobben Sant
*ca 1550 *ca
1580
| |
Herman--x------------------------Anna Herman---x-------------Alma
Ter Husen n.n. Sant Kamp
ca 1590 *ca 1610 *1609 *ca 1610
| |
Hermannus------x---------------------------Gesa
H.zum Hausen Sandmann
*1633 *ca
1638
|
| Herman
| Schröder
| *ca 1455
| |
| Bernd
| Schröder
| *ca 1480
| |
| Herman
| Schröder
| *ca 1510
| |
| Bernd
| Schröder
| *ca 1540
| |
| Wilke Herman
| Kamp Schröder
| *ca 1530 *ca 1570
| | |
| Hermann Evert
Abel
| Kamp Schröder
Willichman
| *ca 1560 *ca 1620
*ca ...
| | | |
| Wilcke Herman
Abel Johann
| Kamp Schröder
Willichman Kossen
| *ca 1590 *ca 1620
*ca ... *ca1640
| | | | |
| Hermann Herman
Wemke Heinrich
| Kamp Schröder
idWilliche Kossen
| *ca 1626 *ca 1650
*ca 1670 *ca 1670
| | | | |
Johannes-x--Margaret. Herman Johan
Wilhelm
Sandmann
Kamp Schroër Wilchman
Kossen
*1671
*1678 *1689 *ca 1709
*1696
| | | |
Herman---x------------Gesina Wemke
?
Santmann
Schroër Schmitz Kossen
*1710 * *ca 1720 *ca
1725
| | |
Joh.Hermann--x------------------Elisabeth Johann
Sant Schmitz Kossen
*1744 *1763 *ca 1750
| |
Rudolf Wemke---x----------------Angela Herman.H.
Sandker Kossen
*1791
*1786
|
| Herman
| Nye
| *ca
| |
| Johan
| Nye
| *ca
| |
| ?
| Nie
| *ca
| |
| Jan
| Nie
| *c1620
| |
| Herm
| Nie
| *ca 1650
| |
| Herman
| Nie
| *ca 1675
| |
| Jan
| Nie
| *ca 1724
| |
| Jan
| Nie
| *1753
| | |
| Herman H Bernard
|
Nie Többe
| * *ca 1790
|
| |
Johan Wilhelm-x--Anna
Angela Johan Bernard
Sandker Nie Többe
*1819 *1820
|
Gerhard Wemke--x---------------Catharina
Sandker Többe
*1853
|
Jan Willem
Sandker
1892
|
Jan
Sandker
*1928
Johann?
Sant x ?Elsa
*Sustrum
+Sustrum
=================================================================
1)Herman x Alma (Kamp?)
*1609 Sustrum *ca
1610
+6-8-1666 Sustrum +1-11-1681
Sustrum
Herman
Sandman x Alma (Kamp?)
*1609
Sustrum ca
1635 *ca 1610 Sustrum
+6-8-1666
Sustrum +1-11-1681
Sustrum
=================================================================
1)Suzanna (Schwaneke) x Assuerus (Schweer) Ruter
*ca 1635 Sustrum 2-12-1655 *ca 1630
+13-5-1679 Sustrum Steinbild +30-4-1684 Sustrum
2)Gesa (Geske) x Herman
Hermanns zum Hausen
+15-8-1707 Sustrum +4-9-1691
Sustrum
3)Elsabeth (Elsa) x Christian Rolfs
*ca 1645 Sustrum 7-1-1670 *ca 1625 Dersum
+9-12-1703 Dersum Steinbild +Dersum
4)Christian (Kasse) x Töbe Ahlers
~19-4-1649 Sustrum 28-5-1680 ~29-11-1648 Sustrum
+13-4-1694 Sustrum Steinbild +>1689 sustrum
Moeder Alma Schmidt
of Kamp??
Voor familie Kamp zie hoofdstuk 8.3 op pagina 160.
Voor familie Schmidt zie hoofdstuk 9.4 op pagina 168.
Dochter Geske
Voor schoonzoon Herman zum Hausen zie hoofdstuk 4.9 op pagina 44.
In 1640[18] vinden we de volgende informatie over het erf Sand te Sustrum: “Ein halb frey erbe. Thuet der Landfursten den wagendienst. Gibt den hern ein pfachtschwein und ein wedder. Juncker Nagell den zehenden. Hat ahn landerie 5 tonne saets und seyn verkauft 2 tonne.
Auch versetzt ein tonne.
Hoylandt ad 8 fuetter.
Gibt kerspelschatz 2 Rthlr.
Contribution
1Rthlr.
17 str.
Herbstschatzung 6 schill.
Pherden 2
Koihe 2 und 2 seiner frauwen mutter
Schweine 1
Herman Sandt sitzt in schweren schulden und were uber 800 thaler schuldig.”
Het gaat Herman Sandt niet voor de wind. Naast zijn hoge schuld van 800 thaler heeft hij reeds land verkocht en verpand: 2 tonne saet verkocht en 1 tonne saet verpand.
Het schuldbedrag van Herman Sandt is wel erg hoog maar niet extreem. Er komen in 1640 erven voor met hogere schulden. Het erf Bottermans in Sustrum heeft bijvoorbeeld een schuld van 1000 thaler.
Er blijkt ook nog een lijftucht aan het erf Sand verbonden te zijn. Hierop woont Johan Cock. Deze Johan Cock ‘hatt nichts. Ist arm’.
Tabel:
De veestapel van Herman Sandt gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
pherde |
4 |
2 |
4 |
2 |
2 |
|
vahling(veulen) |
2 |
0 |
2 |
0 |
0 |
|
koihe |
5 |
4 |
5 |
3 |
6 |
|
rinder |
1 |
|
1 |
1 |
1 |
|
schweine |
8 |
1 |
1 |
1 |
6 |
|
schweine jung |
|
|
7 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
5 |
11 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
Zoals in de inleiding van dit hoofdstuk over de familie Sandker is genoemd, wordt het erf Sant gesplitst. De splitsing gebeurt dan als de dochter Schwaneke trouwt met Aschweer Ruter en de dochter Gesa met Herman ter Husen. Beide schoonzonen blijken de aan het erf verbonden familienaam Sand aan te nemen. Herman ten Husen is onze stamvader.
De reden van de splitsing van het erf zal zijn de verarming van het hof Sant als gevolg van de dertigjarige oorlog. Er is blijkbaar geen geld voor de uitboedeling van de dochters. Gedurende de dertigjarige oorlog is er veelvuldig geroofd en geplunderd en zijn oogsten vernield. Volgens de telling van parochianen in 1652 hebben Hermann Sandt en Alma één zoon en één dochter. We missen dus twee dochters in deze tellingen. Mogelijk werken de twee oudste dochters Schwaneke en Gesa als dienstmeid op een ander hof. Ook dit kan duiden op verarming van het erf Sandt. Het is niet gebruikelijk dat dochters voor het huwelijk op een ander erf als dienstmeid intrekken. In 1659 vinden we het gezin Sandt niet in de tellinge van prarochianen terug.
In het register van de kerk te Steinbild van de jaarlijkse praebenden of pröven[19] uit Sustrum aan de kerk in 1669 vinden we de deling van het erf Sand vermeld:
Sandmanns erbe - 3 proven. Dieser Erbe haben getheilet Sandt Herman und Sandt Schweer. Sandt Herman betzalet eine proven auff weynachten. Sandt Schweer betzalet zwei proven, auff pfingsten und S. Michaelis.
Vader Herman
Hermann Sandt is op 8-11-1663 getuige bij de doop van een zoon van Henricus Ernst en Thalia en op 31-1-1647 bij de doop van Herman, zoon van Johan Schmidt en Kunnegarde.
Opvallend zijn de volgende feiten:
- in de tellingen van de parochianen in 1659 vinden we Herman Sand met zijn vrouw en kinderen niet terug. Is Hermann Sand even het Katholicisme afgevallen?
- Herman Sand wordt door geen van zijn kinderen vernoemd in de naamsgeving van hun kinderen. Alma wordt wel vernoemd.
Moeder Alma Kamp
Alma is mogelijk een dochter van Herman Kamp of van Wessel Schmidt. Er lijkt een familieband te zijn tussen het gezin Sandt en het gezin Kamp te Sustrum. Hoe weten we niet.
Zie familie Kamp, dochter van Hermann Kamp (*ca 1560).
Dochter Susanna
Ze is Viertelerbin.
Dochter
Gesa
Getuigen bij het huwelijk van zoon Herman met Gesa Sandmann zijn Herman Camp en Rudolf zum Hausen, broer van Herman.
Mogelijk is Herman Camp een broer van Alma.
Dochter Schwaneke
Schwaneke Santmann trouwt in 1655 in Sustrum met Assuerus (Schweer) Ruter. Deze Assuerus Ruter wordt na zijn huwelijk Assuerus Sandmann genoemd, en trouwt dus in op het erf Sant. Getuigen zijn Leffert Cops en Gerardus Rueter.
Het echtpaar krijgt ten minste 3 kinderen, allen geboren te Sustrum:
- Elsa (~10-3-1658, getuigen bij de doop Elsa Sandtmans en Herman Hermans),
- Gesa (~25-6-1660, peter en meter Christianus Jaspers Schomacker en Margaretha uxor Herman Camp).
- Wilckinus (~14-10-1662, peter en meter Joannes Sandtmann alias vom Hausen en Haseke uxor Wilcke Kamp).
Bij de doop van Wilckinus wordt zijn vader Assuerus Sandtmanns alias Ruter genoemd. De telling van parochianen 1659 in Sustrum vermeldt Assuerus Sandt en zijn echtgenote Schwaneke en hun dochter Elsa van 1 jaar oud.
Assuerus overlijdt door verdrinking.
In de volgende generaties wordt de naam Sand Schweers verkort tot Schweers.
Christianus (Kasse)
De enige zoon erft de boerderij van zijn ouders niet. Kasse Sandmann trouwt op 31 jarige leeftijd met Töbe Ahlers uit Sustrum, Zij is dan eveneens 31 jaar oud en dochter van Alard Ahlers en Wibbe n.n., echtelieden in Sustrum.
Er zijn drie kinderen bekend:
- Alida (~10-5-1683 getuigen Hermann Sandt en Talle Ahlers),
- Walburgis (~14-2-1685 getuigen Wilcke Ahlers en Gesina Santmann)
- Alma (~12-6-1689 getuigen Homius Cuper en Alma Deckers).
Kasse overlijdt op 44-jarige leeftijd.
Elsa
Elsa Sandtmann wordt genoemd als getuige bij de doop van Anna, dochter van Schweer en Schwaneke.
Elsa Sandtmann uit Sustrum trouwt in 1670 met Christianus of Kerstien Rolfs uit Dersum. Het echtpaar woont in Dersum. Deze Kerstien Rolfs is mogelijk eerder getrouwd geweest met Gesa n.n, eveneens een echtpaar te Dersum.
Kerstien Rolfs bezit een keutererf in Dersum, en zijn vader Rolf Kristians huurt in 1640 het erf Rossen of Rossingen, een vol erf in Dersum. In de tweede helft van de 17de eeuw is dit erf gesplitst: 1/4 deel is nog in bezit van Kerstien Rolfs.
Een onbekende Johannes Sandmann (of is dat de opa???)
Er wordt nog een Johannes Sandmann alias zum Hausen genoemd bij de doop van Wilckinus, kind van Schwaneke en Asweer Sandmann.
Deze komt in de tellingen parochianen niet voorkomt.
Hermann Hermans zum
Hausen x Gesa Sandmann
*circa 1633 Sustrum 10-4-1662 *circa 1638 Sustrum
+4-4-1691 Sustrum Steinbild +15-8-1707 Sustrum
=================================================================
1)Anna Alma
~11-11-1666 Sustrum
+16-11-1704 Sustrum
2)Rudolf
~23-12-1668 Sustrum
+
3)Joannes x a)Maria Bottermann
~3-3-1671 Sustrum 1-6-1699 ~31-1-1672 Sustrum
+14-6-1729 Sustrum Steinbild +19-7-1701 Sustrum
x b)Margaretha Kamp
30-11-1702 ~19-9-1678 Sustrum
Steinbild +26-1-1715 Sustrum
x c)Anna Wubbels Hunfeld
<
1719 ~Hunfeld (Heede)
+14-4-1743
Beeckhusen
4)Wesselus (Wessel)
~3-3-1671 Sustrum
+
5)nn
+25-3-1674 Sustrum
6)Anna
~14-2-1675 Sustrum
+ Sustrum
Herman Hermans zum Hausen gaat na zijn trouwen verder door het leven als Herman Sandmann. Hij is hierna de stamvader van de familie Sandker. Bij de kinderen komen voor het eerst de namen Sandker tegen.
In de ‘Hausstette schatzungsregister’ van 1677 voor ‘Sustrumb’ worden Schweer Sandt en Herman zur Hausen beiden vermeld op een eenpaards-erf. Ze worden gekwalificeerd als arm (pauper).
Vader Herman
Herman Sandt is op 23-4-1669 peter van Anna, dochter van Gerard Wübbens alias Blauwbaret en Margaretha, echtpaar in Sustrum. (Gerardus Christianus Cock zum Luchtenborch, gehuwd met Margaretha Wöbbens 4-2-1664)
Moeder Gesa
Viertelerbin
Gesa Sandtmann overlijdt aan angina pectoris (pijnaanvallen op de borst), 70 circiter annorum
Dochter Anna Almoidt
Anna Almoidt Sandtkerb overlijdt op achtendertigjarige leeftijd als gevolg van angina en toenemende zijdesteken (borstvliesontsteking, uit zich in pijn in de zij en het gevoel of de adem blijft steken).
‘Hausstette schatzungsregister’ van ‘Sustrumb’ d.d. 1677:
- Gehele
und gansche erve
Brunings
Koop Kops
Erens Henrich
Wibbe Herm
Ahlers Wilcke
- Ein
pferdt kotter
Gerdt Schmit
Joan Kuper
Joan leffers
Kamp Herman
Gerdt Hoppe
Schweer Sandt pauper
Herman zur Hausen pauper
Luert Baalman pauper
Engelke Gerde pauper
Joan? Piper pauper
- Andere kotter und brincksitsers
Harm Ro?lu?sen?
Lambers Harm
Joannes
Sandmann x a)Maria Bottermann
~3-3-1671
Sustrum 1-6-1699 ~31-1-1672 Sustrum
+14-6-1729
Sustrum Steinbild +19-7-1701 Sustrum
x b)Margaretha Kamp (Grete
Campmans)
30-11-1702 ~19-9-1678 Sustrum
Steinbild +26-1-1715 Sustrum
voor 1719 ~Hunfeld (parochie Heede)
+14-4-1743 Beeckhusen
=================================================================
a1)Maria x ?
~19-7-1701 Sustrum
b1)Hermannus
Wilhelmus
~20-1-1704 Sustrum
+24-4-1704 Sustrum
b2)nn
~28-8-1706 Sustrum
+28-8-1706 Sustrum
b3)Gesina x Walbodo Hinrichs
~24-12-1708 Sustrum *Sustrum
+Sustrum +Sustrum
b4)Hermann
(Joseph?) x a)Gesina Christians
~4-6-1710
Sustrum 9-7-1730 ~10-6-1714 Dersum
+3-8-1761
Sustrum Steinbild +20-3-1737 Sustrum
x b)Gesina Schröer
13-7-1743 ~circa 1718 Fresenburg
Steinbild + Sustrum
b5)Jodocus
Henricus
~28-9-1713 Sustrum
+24-2-1715 Sustrum
c6)Rudolfes
~24-7-1719 Sustrum
+ Sustrum
c7)Wilhelmus
~14-10-1720 Sustrum
+23-2-1724 Sustrum
c8)Joannes
Otto
~15-10-1723 Sustrum
c9)Joannes
~27-5-1725 Sustrum
c10)?Wilhelmus
Moeder Maria Bottermann
Zij overlijdt bij de geboorte van haar eerste kind Maria.
Moeder Margaretha Kamp
Voor familie Kamp zie hoofdstuk 8.5 op pagina 163.
Moeder Anna Wubbels Hunfeld
Als vader Joannes Sandtmann overlijdt, hertrouwt zijn derde vrouw Anna Wubbels Hunfeld een jaar later. Als zij trouwt heet ze Anna Sandtmann, weduwe te Sustrum. Zij trouwt dan met Joannes Jöestens condictus Timmerjoans, weduwnaar uit Beeckhusen. Anna overlijdt op 14-4-1743 in Beeckhusen als Anna Timmerjoans.
Dochter Maria
Getuigen bij de doop zijn Casse Bottermans en Talle Ahlerb.
Zoon Hermannus Wilhelmus
Dochter Gesina
Getuigen bij haar doop zijn Anna Sandtmans en Wilcke Ahlers.
Gesina trouwt met Walbodo Hinrichs en krijgt ten minste 2 kinderen, namelijk:
- Gerhard Herman.
Trouwt met Anna Heijen. Op 9-4-1765 wordt hun dochter Anna Gesina gedoopt. Getuigen zijn Johan Herman Santker. Deze dochter Anna Gesina trouwt met Johann Herman Dirks, later Hinrichs dictus Dirks. In 1779 is het erf Henrichs in Sustrum een vol erf, bewoond door Hermann Henrichs.
- Maria Gisberta. Bij de doop van deze dochter op 22-12-1742 is Hermannus Sand, een broer van Gesina, getuige.
Zoon Jodocus Henricus
Peter bij de doop van Jodocus Henricus is Jodocus Henricus Berning, pastoor van de kerk in Steinbild en Antonia Meyers.
Zoon Rudolphus
Rudolphus wordt geboren uit het derde huwelijk van Joannes Sandmann. Thalia Bottermans, een familielid van de eerste vrouw van Joannes Sandmann is getuige. De andere getuige is Rolf Evers.

De Ems ter hoogte Steinbild en
Husen, gezien vanaf Steinbild richting het zuiden. Daar waar het water
verdwijnt ligt Husen (foto 2001)
Hermann Sandmann x a)Gesina Christians
~4-6-1710 Sustrum 9-7-1730 ~10-6-1714 Dersum
+3-8-1761 Sustrum Steinbild +20-3-1737 Sustrum
ackersmann x b)Gesina Schröer
13-7-1743 ~12-4-1710 Fresenburg
Steinbild + Sustrum
=================================================================
b1)Johannes Hermannus x ElisabethBruning dicta Schmitz.
~28-4-1744 Sustrum 9-1-1787 ~26-1-1763
Sustrum?
+ Sustrum Steinbild +5‑12‑1791 Sustrum
b2)Rudolf x Ebellina Kruth
~19-1-1747 Sustrum 12-2-1801 *Dersum
+ Steinbild +
b3)Johann Wilhelm Henricus
~27-8-1749 Sustrum
+21-1-1780 Sustrum (erwachsene Johann Wilhelm Santker)
Hermann Sandmann wordt ook wel geschreven als Hermann Sant of Hermann Sandtgers.
In een lijst van boerenhofsteden te Sustrum in 1760 wordt Hermann Sand genoemd als wonende op nr. 26 in Sustrum.
Uit de aangifte van Herman Sandt in 1779 blijkt dat het erf Sandt een half erf betreft.
Moeder Gesa Christians
Gesina Christians wordt in de registratie van haar overlijden genoemd als echtgenote van Hermannus Sandgers.
In trouwregistratie schrijft de pastoor Gesina Hermans Broβen. Genealoog Reinhard Kloppenburg (in 2000) leest dit als Kreβen en stelt dit gelijk aan Christians.
Moeder Gesina Schröer
Zie het hoofdstuk Schröder in hoofdstuk 11.11 op pagina 181.
Zoon
Johannes Hermann
Bij de doop van Johannes Hermann zijn de getuigen Wilhelmus Sandman, Gesina Wibbels en Herman Dirksen. Deze Wilhelmus Sandman is ons een nog onbekende persoon. Herman Dirksen is een oom.
Zoon Rudolf
Rudolf is mogelijk eerder gehuwd geweest met Elisabeth Schrolver (19-2-1767 Steinbild)
Zijn vrouw wordt door de ouders genoemd Ebellina, waar de pastoor opschrijft Ebrulpha Helena.
Rudolf is eigenbehörige.
Ze hebben tenminste 1 kind Gesina, dat later trouwt met Joan Wilhelm Hinrichs uit Duthe, 28 jaar oud, brinksitzer te Sustrum. Deze Joan Wilhelm Henrichs is een zoon van Herman Hinrich Hinrichs en Gabina Huntemann, eigenbehörige.
Overzicht markegerechtigde erven in Sustrum
anno 1779
|
Nr |
Naam |
Erf |
Nr. |
Naam |
Erf |
|
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 |
Tobe Koop Henrich Brink Herm Lammers Caspar Leffers Wessel Bottermann Sievert Engelken Jan Herm Heijen Herm Schweers Wilcke Kamp Bernd Koops Jan Korte Jan Ehrens Gerd Wever Henrich Eilers Anton Schumacher Lubbert Rolffs |
1/8 1/4 1/4 1/4 1 1/2 1/2 1/2 1/2 1/2 1 1 1/8 1/4 1/8 1/4 |
17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 |
Herm Kuper Anton Langen Caspar Spell Alberd Cordes Gerd Piper Henrich Kramer Ahlerd Ahlers Eicke Hinrichs Herm Hinrichs Herm Sand Bene Lucas Eilerd Eilers Henrich Dirken Jan Herm Schmedes Jan Herm Bruning |
1/2 1/4 1/8 1/8 1/2 1/8 1 1/8 1 1/2 1/8 1/8 1/2 1/2 1 |
|
Totaal marke Sustrum 13 5/8 erven |
|||||
Johannes Hermannus Sandmann x Elisabeth Bruning dicta Schmitz
~28-4-1744 Sustrum 9-1-1787 ~26-1-1763 Sustrum
+Sustrum Sustrum +5‑12‑1791 Sustrum
=================================================================
1)Joan Hermann Joseph
*7‑3‑1789 Sustrum
~8‑3‑1789 Sustrum
2)Joan Hermann Joseph
*5‑12‑1791 Sustrum
+3-1-1792 Sustrum
3)Rudolf Wemke (Wemke) x Angela Kossen
*5‑12‑1791 Sustrum 9-6-1812 *12-7-1786 Brahe
+31‑5‑1846 Sustrum Rhede +voor 1840
Bij het huwelijk zijn de getuigen Rudolf Sandt (broer van Johann Hermann) en Johann Bruning dictus Schmitz.
Johann Hermann Sandmann en Elisabeth Schmitz krijgen op 5-12-1791 een tweeling: Joan Hermann Joseph en Rudolph Wempke. Elisabeth Schmitz overlijdt dezelfde dag in het kraambed.
Moeder Elisabeth
Voor familie Schmitz zie het betreffende hoofdstuk.
Zoon Rudolf Wemke
Bij de geboorte van Rudolf Wemke en Joan Hermann Joseph worden als peter en meter genoemd Rudolph Sant en Anna Gesina Hinrichs respectievelijk Joan Herman Brüning en Gesina Telgen.
De pastoor noteert als naam van de dopeling “Rudolf |:Vinciannus:| Wempke”. Vinciannus moet gelezen worden als een poging om Wemke in het Latijn te vertalen.
De naam Wemke is afkomstig van de familie Schmitz (zie verder familie Schweers/ Bruning/Schmitz), en zal in de komende generaties in de familie Sandker voorkomen.
Zijn roepnaam is Wemke.
Rudolf Wemke Sandker x Angela Kossen
*5‑12‑1791 Sustrum 9-6-1812 *12-7-1786 Brahe
+31‑5‑1846 Sustrum Rhede + <1840 Sustrum
=================================================================
1)Gesina x Johan Herman Schulte
*1816 Sustrum 23-11-1841 *Walchum
Steinbild +
brinksitzer
2)Johan Wilhelm x Anna Angela Nie
*8‑3‑1819 Sustrum 1-1-1843 *25-2-1819 Oberlangen
+25‑12‑1890 Sustrum Steinbild +24‑2‑1864 Sustrum
3)Johan
Herman
*circa 1821 Sustrum
+circa 1860 Sustrum
4)Gerd
*ca 1823 Sustrum
+9-10-1832 Sustrum
5)Elisabeth x Gerhard Ahrens
*28-8-1826 Sustrum 22-11-1853 *3-7-1813
Dersum
+ Dersum Steinbild +Dersum
Rudolf Wemke Sandker bezit een boerderij in Sustrum welke is gebouwd in 1821 (anno 1997 verteld door Maria Fischer-Sandker dochter van Herman Sandker *1902, op grond van info fam. Bernard Sandker).
Rudolf Wemke sterft op 54-jarige leeftijd door een ‘unbestimmte krankheit’.
Zoon
Johan Herman
Johan Herman blijft ongehuwd. Hij wordt op 39-jarige leeftijd ‘s morgens dood in bed gevonden.
Zoon
Gerd
Gerd wordt slechts 9 jaar oud. Hij overlijdt door roodvonk (......fieber).

De wieg waarin Johan Wilhelm Sandker in 1819 na zijn geboorte ligt. Deze wieg is anno 2001 nog aanwezig in de boerderij van Sandker te Sustrum. Het hout is dan echter wel enigszins aangetast door houtworm. (foto 2001)
Dochter Gesina
Gesina trouwt met Johann Herman Schulte, brinksitzer uit Duthe, 36 jaar oud, ongehuwd, zoon van Eijlert Schulte en Margaretha Eilers uit Walchum.
Dochter Elisabeth
Elisabeth trouwt met Gerhard Ahrens uit Dersum. Gerhard Ahrens is een zoon van Hinrich Ahrens, eigener in Dersum, en Tecla Beije.
Getuigen bij het huwelijk van Elisabeth en Gerhard zijn Johann Gernard Ahrens en weduwe Gesina Gerdes, dagloonster (taglohnerin) uit Dersum.
Eigener komt in de 19e eeuw op als een aanduiding voor brinksitzer (lit, Hummling).

2000:
Plattegrond Sustrum
Nr. 8 in het midden aan de kruising, tegenover de kerk, is de boerderij Sandker
Johan Wilm Sandker x Anna Angela Nie
*8‑3‑1819 Sustrum 1-1-1843 *25-2-1819 Oberlangen
+25‑12‑1890 Sustrum Steinbild +24‑2‑1864 Sustrum
=================================================================
1)Herman Heinrich x Engeline Többe
*22‑10‑1849 Sustrum *23‑6‑1850 Horsten
+1‑3‑1935
Sustrum +4‑5‑1900
Sustrum
2)Maria Gesina
*16-2-1852 Sustrum
+17-2-1852 Sustrum
3)Anna Adelheid
*16-2-1852 Sustrum
+20-2-1852 Sustrum
4)Gerhard Wemke (Geert) x Catharina Többe
*13‑3‑1853 Sustrum *1‑1‑1858 Horsten
+12‑12‑1936 Musselkanaal +17‑1‑1923 Horsten
5)Angela x Lambert Nussman
* 14-11-1858 Sustrum <1885 *ca
1850 Haselunne
Johan Wilhelm erft de boerderij van zijn vader. In 1861 wordt in de muur van de boerderij een gedenksteen aangebracht ten name van J.W. Sandker en Anna Angela Nie, vermoedelijk vanwege een verbouwing van de boerderij.

Boerderij annex café van de familie
Sandker tegenover de kerk in Sustrum (foto 2000)
De oudste zoon Herman Heinrich zal de boerderij van zijn ouders overnemen. De jongste zoon, Gerhard Wemke, trekt naar Nederland. Het exacte jaar weten we niet. Sommigen noemen de Frans-Duitse oorlog in 1870-1871 als een reden dat veel jonge mannen vanuit Duitsland naar Nederland trekken. Enkele jaren daarvoor in 1866 hebben de Pruisen het koninkrijk Hannover ingelijfd. Veel jongeren zijn de grens overgetrokken om niet in het Pruisische leger te hoeven dienen. Of dit voor jonge Gerhard ook een rol speelt is niet bekend. Hij is in 1870 zeventien jaar.
Om niet
statenloos te worden vervult Gerhard Wemke zijn dienstplicht in het Duitse
leger in Aurich[20].
(verteld door Lambert Groote uit Meppen in 1980). Daarna keert hij weer terug
naar Nederland en trouwt met Catharina.[21]
Wel typisch in dit verband is de keuze van zijn zegelafdruk namelijk een Duitse helm met daaronder een geweer en een zwaard gekruist[22].

Zoon Hermann Heinrich
Herman Heinrich Sandker x Engelina Többe
*22‑10‑1849 Sustrum *23‑6‑1850 Horsten
+1‑3‑1935 Sustrum +4‑5‑1900 Sustrum
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-----------------------------------
1)Bernhard
*Sustrum
+1914/18
2)Gerhard (Geert) x Maria Sandman
*10-1-1883 Sustrum *8‑8‑1893 Aschendorf
+18-11-1946 Sustrum +28‑11‑1960 Sustrum
---------------
1)Herman (Hammie)
*6-10-1921 Sustrum
+aug 1944, als vermist opgeven in Tsjechië, tijdens de terugtocht in de 2de wereldoorlog
2)Willy
* Sustrum
3)Anna Maria
* Sustrum
4)Veronika (Vronie) x Gerhard Nie
* Sustrum *1920
+ Sustrum +1974 Sustrum
5)Bernard (Berend)
*1925 Sustrum
6)Geert (Gerd)
*Sustrum
steuer berater
3)Herman
*Sustrum
+1957
Herman Heinrich Sandker is de oudste zoon en neemt de boerderij van zijn ouders over. Zijn vrouw Engelina Többe is de zus van onze overgrootmoeder Catharina Többe.

Hermann Heinrich
Sandker (foto circa 1910)
Schoondochter
Engeline
Engeline Többe is haar laatste 7 levensjaren verlamd en aan het ziekbed gekluisterd.
Zoon Bernard
Zoon Bernhard
sneuvelt in de 1ste wereldoorlog zoals te lezen is op de gedenksteen in Sustrum.
De vrouw van de gesneuvelde zoon Bernhard zou later hertrouwd zijn. Het
verhaal doet de ronde dat Bernard op een avond is teruggekomen, en door het
raam van de boerderij naar binnen heeft gekeken. Hij ziet daar een vreemde man
bij zijn vrouw in huis. Vervolgens gaat hij naar het café en doet navraag naar
de familie. In het café vertelt men hem dat zijn vrouw weer hertrouwd is. Hij
zou toen gezegd hebben ‘dan is er voor mij geen plaats meer’. Met de wetenschap
dat zij weer is hertrouwd gaat hij weer weg om nooit meer terug te komen.
(Verteld door Lambert Groote uit Meppen in 1980 en door Willem Sandker, zoon
van Herman Sandker *1902). Bernard is volgens de
gedenksteen overigens niet als vermist opgegeven. We weten overigens niet zeker
of de hoofdpersoon uit dit verhaal de betreffende Bernard is.
Zoon Gerhard
Geert heeft
ook nog meegevochten in de 1ste wereldoorlog, o.a. bij in Frankrijk
bij Verdun. Geert heeft dit, vermoedelijk bij gelegenheid van de begrafenis van
grootmoeder Többe, aan Bernard Sandker (*24-8-1883 Horsten) verteld, waar zoon
Jan (*Horsten) bij zat.
Geert erft de familieboederij te Sustrum. Zijn zoon Bernard erft het op zijn beurt weer. Deze zoon Bernard beschadigt in de oorlog zijn rechterhand en is hiermee blijvend gehandicapt.
Tussen Bernard en
een van zijn zonen, Robert,
ontstaat onenigheid. Later
heeft deze Robert een camping in Noord Duitsland aan de Waddenzee. Het café
wordt door de Nederlands Sandkers nog wel eens bezocht. De hele familie Drenth
bezoekt het café op het 40-jarig huwelijksfeest van de ouders van Maria
Sandker-Drenth (*1933). Het bezoek vindt plaats op de terugweg na een
bezoek aan het park Hilterberg te Hilter.
Dochter Angela
Lambert zu Eickhof Nussman x Angela Sandker
*ca 18550 Haselune <1885 *14-11-1858 Sustrum
‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑-----------------‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑----------------
1)Lambert
2)Maria
3)Willem
4)Lina
5)Helena x ? Groote
*? 1898
+1904
6)Angela x ? Groote
---------------
Lambert (Bertie)
Leraar te Meppen
Maria
Hans
Konrad
7)Herman x Grete Wache aus Dorpen
*23‑3‑1885
+10‑4‑1964 Haselünne
De oudste zoon Lambert sneuvelt in de oorlog.
De oudste dochter Maria emigreert naar Canada en gaat daar in het klooster.
Dochter Helena trouwt met ene Groote. Angela is jaloers (eifersuchtig). Als Helena sterft, trouwt Angela met hem. Uit dit huwelijk komen voort: Lambert (Meppen), Maria, Hans en Konrad.
De zoon Herman woont in Haselünne als landbouwer op de boerderij genaamd ‘zu Eickhof’. Deze grote boerderij staat er anno 2002 nog steeds en is dan in gebruik als Ferienwohnung en geheel gerestaureerd.
De basis van de familie Sandker in Nederland wordt eigenlijk gelegd door de vestiging van Johan Bernard Többe en Maria Arens op de Horsten. Johan Bernard Többe en Maria Arens zijn een van de eerste bewoners van de Horsten. Zie tevens bij de familie Többe.
In de 70-er jaren
komt Gerhard Wemke Sandker naar Nederland toe. Hij trouwt daar met Catharina
Többe, de jongste van de 3 dochters van J. Bernard Többe. Dit huwelijk heeft
vooral ook een zakelijke kant. Het is gebruikelijk dat iemand niet met lege
handen komt. De families Sandker en Többe komen overeen dat Herman Heinrich, de
broer van Gerhard Wemke, met de oudste dochter Engeline Többe trouwt, en dat
Gerhard met Catharina trouwt en de boerderij zal kopen. Dit gebeuren werd
tusken genoemd (verteld door Lambert Grote uit Meppen in 1980). Gerhard Wemke
en Catharina trouwen in mei 1877. In 1881 koopt Gerhard Wemke de
boerderij van zijn schoonouders voor 9.000 gulden. Hij betaalt 2.000 gulden
contant, de rest in de vorm van een lening van zijn schoonouders.
Gerhard Wemke Sandker (Geert) x Catharina Többe
*13‑3‑1853 Sustrum 16‑5‑1877 *1‑1‑1858 Horsten
+12‑12‑1936 Musselkanaal Onstwedde +17‑1‑1923 Horsten
landbouwer
=================================================================
1)Maria (Marie) x Geert Harm Rolfes
*17‑2‑1878 Horsten 30-7-1898 *14‑11‑1874 Dikbroeken
+ Onstwedde +4‑3‑1946 Mussel
2)Engelina (Lien) x a)Rudolf Schutte
*‑2‑1881 Horsten 3-9-1904 *13-02-1870 Onstwedde Musselkanaal
+23-2-1950 Musselkanaal Onstwedde +26-10-1906 Meppen (Dld) ziekenhuis
landbouwer te Valthermussel
x b)Harm Henrich Russchen
18-7-1908 *20-8-1870 Oomsberg
Onstwedde +14-6-1940
landbouwer
3)Bernard x Anna Dina (Anne) Stahl
*24‑8‑1883 Horsten 27-8-1910 *14-10-1887 Maten
+4‑8‑1966 Horsten Onstwedde +12-9-1978 Horsten
4)Anna Maria (Anne) x Gerrit Russchen
*10‑5‑1886 Horsten. 1-8-1908 *28‑11‑1880 Oomsberg
+25‑3‑1971 Musselkanaal Onstwedde +15‑2‑1966 Musselkanaal
landbouwer op de Kopstukken
5)Helena (Lenie) x Gerhardus Bernardus (Geert) Bontjer
*22‑8‑1888 Horsten 21-2-1914 *26-3-1886 Oude Pekela
+24-04-1977 Onstwedde Onstwedde +26-8-1976 Mussel
landbouwer
6)Jan Willem (Ollie, Wilm) x Margaretha Adelheid (Griet) Stahl
*12‑9‑1891 Horsten 17‑4‑1923 *11‑1‑1890 Maten
+10‑8‑1972 Musselkanaal Sellingen +14‑2‑1971 Musselkanaal
7)Anna Gezina (Sien) x Andries Hanzen
*1893 Horsten 8-5-1920 *13-2-1890 Joure
+7-12-1978 Ommelanderwijk Onstwedde +10-1-1986 Ommelanderwijk
smid
8)Gerarda Alida (Gradie)
*17-4-1894 Horsten
+2-6-1974 Musselkanaal
9)Catharina Maria (Catrien)
*27‑2‑1896 Horsten
+24‑2‑1965 Musselkan.
10)Herman Heinrich (Herman) x Anna Feyen (Annie)
*27-7-1902 Horsten -5-1932 *16-3-1903 Mussel
+2-3-1987 Musselkanaal +28-9-1996 Stadskanaal
landbouwer

Het gezin G.W. Sandker rond 1908
De
opstelling op deze foto is als volgt:
Lene Siene Jan Willem
Gradie Bernard Anne
Catrien
Marie vader ----------TAFEL--------- moeder Liene
Herman
Aan- en verkoop
van de bezittingen van Gerhard Wemke
Op 26-4-1881 koopt Gerhard Wemke voor 9.000 gulden van zijn schoonouders Bernard Többe en Maria Arens, 43 bunder grond met 3 behuizingen met schuur, kadastraal geregistreerd onder sectie C, nummers 1187, 570 –71 –72, 783, -84 –85 –87 –88 –89, 1138 –37 –40, 2850, 791, 2363, 3086, 1112 –13, 42, 2849, 1186, 3055 –85, 2365 –68 –69 –37 –38, 3071 –72 –73 –75, 3271 –72 –73, 564, 3087 –88 –89 –90, 3457 en 3458 en sectie M nummers 1291 –92 –94 –53 –54, 979.
Tijdens de verkoop betaalt Gerhard Wemke 2.000 gulden direkt. De overige 7.000 gulden leent hij van zijn schoonouders onder ‘regt van eerste hypotheek’ middels ‘interest van 4 tenhonderd’.
In de tachtiger jaren verkoopt Gerhard een aantal bunders grond van zijn boerderij. Het gaat om de volgende verkopen:
1) Op 23-5-1884 verkoopt Gerhard Wemke aan Heinrich Siepe, landbouwer te Horsten, voor 1200 gulden, een behuizing met erf en bouw en heidegrond tezamen groot 8 bunder 97 roede 80 el, gelegen de Horsten kadastraal sectie C nummers 2365, -68 –69, 2937 –38, 3071 –72 –73 –74, 3271 –72 –73.

Om het karakter van
Gerhard Wemke aan te geven is er de anecdote ten tijde dat Gerhard Wemke werkt
in dienst van zijn schoonvader; Als Gerhard Wemke het onkruid van het
aardappelveld moet verwijderen, denkt hij zich er vanaf te maken door de ploeg
te gebruiken. Andere boeren zouden dat zich niet in het hoofd halen in verband
met beschadiging van de aardappelen. In dit geval pakte het blijkbaar goed uit (verteld door Jan Sandker
*1928).
Foto: Afdruk van de zegelring van Gerhard Wemke
Buitenstaanders hebben het idee dat Sandkers wel verstand van boeren hebben, maar niet van het managen. Zo gaat Gerhard Wemke op zijn sjees zijn arbeiders, die op zijn velden aan het werk zijn, langs om te kijken of ze wel werken. De arbeiders stoppen echter weer met werken zodra hun baas is vertrokken. Uiteindelijk is er ook niets over van het boerenbedrijf aan het einde van de 20ste eeuw. Vergelijk dit met de familie Russchen die aan het einde van de 20ste eeuw het grootste deel van de Horsten in bezit hebben: bijna 300 bunder.
De familie
lijkt behoorlijk gelovig te zijn. Aardig in dit verband is de volgende
gebeurenis: Op een gegeven moment stelt vader Gerhard Wemke voor de boerderij
publiekelijk te verkopen. Er is met spoed geld nodig. Het beeld van Anthonius
wordt op tafel gezet en iedereen zit rond de tafel om Anthonius om raad te
vragen. Uiteindelijk gaat de publieke verkoop niet door. Bernard koopt de
boerderij. Waarom er geld nodig is, is niet bekend. Wellicht heeft het te maken
met de borgstelling voor Bontjer.[24] De
heilige Anthonius neemt overigens in de familie een bijzondere plaats in.
De boeren Sandker staan overigens zonder uitzondering aangemerkt als goede mensen, maar hard werken doen ze niet. Ze zijn te goedaardig.
Foto: Het beeld
van heilige Anthonius van de familie Sandker uit de genoemde gebeurtenis.
Mensen die iets kwijt zijn bidden tot Anthonius om het terug te vinden. Heeft Gerhard Wemke gekozen voor een beeld van Anthonius omdat de kerk die hij mede heeft opgericht ernaar vernoemd is? of andersom? (foto anno 2000)
Jan Sandker, zoon van Bernard (*1883), vertelt anno 1999 het volgende over moeder Catharina: In de oorlog houden onderduikers zich schuil in de schuur tussen de plaatsnummers 19 en 21. Bij een controle door Duitsers zou Catharina, als ze de onderduikers te eten geeft, gezegd hebben dat ze de varkens aan het voeren was. Waarschijnlijk verwisselt haar kleinzoon Jan, Catharina met zijn moeder Anna Dina, en betreft het een gebeurtenis in de 2de wereld oorlog.
Deze woning wordt later een schuur, is slecht onderhouden en vòòr 1920 afgebroken. Deze schuur is daarna weer opgebouwd achter de boerderij te Musselkanaal waar Herman Heinrich, zoon van Gerhard Wemke dan woont. (Jan Sandker, zoon van Bernard (*1883), kan zich dit in 1999 nog herinneren, zie tevens de successie memorie voor de rekeningen van het staal en timmerwerk).
De boerderij van Herman H. Sandker staat voor de boerderij van Gerhard Wemke Sandker, in Musselkanaal aan de Sluisstraat. Gerhard Wemke heeft deze voor zijn zoon laten bouwen in de 20er jaren.[25] Het huis dat hij voor Gradie en Catrien in 1931/32 heeft laten bouwen staat eveneens aan de Sluiskade, tussen het café van JW Sandker en de kerk.
Gerhard Wemke en
Catharina gaan iedere zondag met een rijtuig met twee paarden ervoor naar
de kerk van Zandberg. Dit rijtuig staat in de schuur tussen nr. 19 en
21 (nr. 21 was het hiervoor genoemde eerdere woon-huis en later schuur). Het
bezit van een rijtuig met wel 2 paarden ervoor is een teken van een zekere mate
van welstand.
![]()
Het rijtuig komt goed van pas bij de oprichting van de nieuwe kerk met parochiehuis te Musselkanaal. Gerhard Wemke heeft de functie van kerkmeester van de kerk van Zandberg en is als zodanig mede oprichter van de kerk st. Anthonius in Musselkanaal[26]. Als de bisschop voor de oprichting op bezoek is, brengt Gerhard Wemke hem met zijn koets naar Stadskanaal. Tijdens deze rit krijgt hij het voor elkaar dat de kerk op de plaats komt te staan die zijn voorkeur heeft. Kerkmeester Gerhard Wemke wil de kerk namelijk meer in de richting van Stadskanaal, ter hoogte van zijn eigen boerderij aan het kanaal. De tweede kerkmeester W. Grol wil de nieuwe kerk naast zijn winkel (later winkel Steeman). De hemen (de erven tussen het kanaal en de Horsten) voor deze lokatie zijn reeds aangekocht in 1883. Op de terugrit naar Stadskanaal bekijken de bisschop en Gerhard Wemke de reeds gekochte hemen en tevens de lokatie die Gerhard Wemke voor ogen heeft. De reeds gekochte hemen zullen in de verkoop gaan en de bisschop mandateert Gerhard Wemke om de volgende dag de benodigde hemen te kopen.
Kerkmeesters worden overigens door de bisschop benoemd en blijven kerkmeester tot hun dood.
Gerhard Wemke zegt daarna altijd, als je erg veel wilt zwetsen, moet je bij het kerkbestuur gaan. Wellicht was hij kerkmeester geworden op aandrang van Harm Hendrik Arens, de inwonende oom van zijn vrouw. Deze is gedurende circa 25 jaar kerkmeester van de Rooms Katholieke kerk in Zandberg geweest.
Na een geschil met de pastoor stapt hij uit het kerkbestuur (in verband met het parochiehuis). à of betreft dit Jan Willem Sandker i.p.v. Gerhard Wemke Sandkerß.
Catharina overlijdt
aan een buikvliesontsteking als gevolg van een blindedarm ontsteking. De
huisdokter is
aanvankelijk van mening dat Catharina door rust zal herstellen. Het loopt
echter uit op een buikvliesontsteking. Ze wordt halsoverkop naar het R.K.
Ziekenhuis in Groningen gebracht. Ze wordt hier geopereerd, maar het mag niet
baten. Zoon Herman heeft ook later nog tranen in de ogen als hij hierover
vertelt aan zijn kinderen. Blijkbaar is moeder Catharina een erg aardige vrouw.
Dit blijkt ook uit de brief[27] die
Catharina schrijft aan haar dochter Catrien om haar te troosten.
Jan Willem en Margaretha Adelheid Stahl trouwen net na de rouwtijd. De plechtige mis is daarom nogal sober. Jan Willem heeft er daarom ook niet zo veel zin in op dat moment, alles loopt anders dan verwacht.

Gerhard Wemke heeft een opvallend rechte houding. Op latere leeftijd lijdt hij vermoedelijk aan epilepsie. Hij woont de laatste circa 5 jaar in bij zijn zoon Herman Heinrich op de boerderij in Musselkanaal en komt zijn stoel bijna niet meer uit. Hij heeft dan een soort Friese staartklok met een touwtje. Als je eraan trekt slaat het de tijd. Na het overlijden van Gerhard Wemke ruilt schoondochter Anna de klok tegen een kip. Margaretha Sandker-Stahl is hier niet blij mee als ze het hoort. Gerhard Wemke overlijdt op zaterdagavond.

In het begin van de eerste wereldoorlog gaan Jan Willem Sandker en Gradie en Catharina naar de familie van Geert Sandker in Duitsland. Deze familie, neven van Jan Willem, Gradie en Catharina, mogen ze alleen aan de grens zien, terwijl een grenswacht er bij blijft. Hun broer Herman Heinrich gaat daarom al niet mee.
Nationaliteit
Binnen het gezin Sandker-Többe heeft zich de situatie van meerdere nationaliteiten binnen één gezin voorgedaan. De oudste 5 à 6 kinderen van dit gezin hebben ten gevolge van de nationaliteitswet van 1893[28] vanaf de geboorte de Nederlandse nationaliteit. De jongste vier kinderen hebben daardoor de Duitse nationaliteit.
Catharina Többe verkrijgt volgens de nieuwe nationaliteitswet door haar huwelijk met Gerhard Wemke Sandker weer de Duitse nationaliteit.
Verder wordt de nationaliteit volgens de Nederlands wet van voor 1893 bepaald door de nationaliteit van de moeder. De Duitse wetgeving is anders, maar kan over de grens niet van toepassing zijn. Bernard en Jan Willem worden dus opgeroepen voor de Nederlandse dienst waarmee hun oproep voor de Duitse vervalt. Men kan namelijk maar voor een leger opkomen.
Bernard Sandker zou nog een oproep voor opkomst in het Duitse leger gehad hebben. De achtergrond van deze oproep is niet duidelijk.
Bernard wordt aldus gekeurd voor het Nederlandse leger maar daarbij uitgeloot.
Een andere versie van het verhaal is dat Bernard, Jan Willem en Herman een oproep voor opkomst in het Duitse leger hebben gehad. Ze hebben hier over gesproken en besloten de oproep naast zich neer te leggen.
Jan Willem wordt afgekeurd voor het Nederlands leger vanwege een vlekje op het oog. Hij heeft hier overigens nooit enige last van gehad.
Herman, geboren na 1893, heeft zijn naturalisatie tot Nederlander nog op tijd voor de tweede wereldoorlog kunnen regelen. Volgens de regels had hij wel in Duitse dienst opgeroepen kunnen worden. De Nederlands regel dat alleen de 2 oudste broers opgeroepen worden is in Duitsland namelijk niet geldig. Enige tijd voor het begin van de oorlog, rond 1938, komt Herman bij zijn broer Jan Willem op bezoek met de mededeling dat de naturalisatie rond is.
Bij een gelegenheid valt het iemand toevallig op dat bijna alle Nederlandse Sandkers groot van gestalte zijn, terwijl de Duitse juist klein zijn.
Jan Willem Sandker heeft enkele jaren op het gymnasium van de Franciscanen te Megen gezeten. Hij zou pastoor worden. Als hij echter zelf aangeeft geen pastoor maar broeder te willen worden is het afgelopen met de studie en kan hij weer naar huis terugkeren. Zijn ouders willen niet dat hij pater wordt. Een wereldheer heeft aanzien, een pater niet.
Bij een
bezoek aan de kloosterkapel te Megen in 1970, met zoon Jan, als deze in Oss
vlak bij Megen in Brabant woont, ontmoet hij er een broeder die hij nog uit
zijn studieperiode kent.
J.W.
Sandker. (foto circa 1915)

De kinderen Sandker zaten op school op de Musselhorst te
Musselkanaal.
Plechtige
Communie 1905.
Gradie Sandker 2de van rechts vooraan, Catharina 3de van rechts vooraan
(Tot deze tijd
hadden de meisjes witte jurkjes, daarna kwamen chique donkere jurken met een
pompeuze witte hoed in de mode)

Tijdens de
inwijding van de Anthoniusschool in 1922.
Geheel rechts J.W. Sandker, onder het 2de raam van links de rechte gestalte van G.W. Sandker
Enkele Foto’s genomen circa 1930:

Vader Gerhard met zijn paard
Gerhard Wemke met paard


Opa en kleinzoon
Gerhard Wemke Sandker
Opa en kleinzoon Gerhard Wemke Sandker
Dochter
Engeline (Lien)

(foto circa 1935)
Prentje 1892 ter
gelegenheid 1ste communie
Dochter Anna
Geziena (Sien)
Anna Geziena trouwt
Andries Hanzen die als smidsknecht uit Joure naar Musselkanaal is
gekomen. Na
het trouwen vestigen zij zich op “de Wieke” met een eigen smederij en krijgen
er acht kinderen. Rekeningen gaan één maal per jaar op nieuwjaarsdag de deur
uit, Sien zorgt voor de financiën. Andries blijft tot zijn tachtigste werken,
waarna ze naar Stadskanaal trekken en tuinieren de grootste hobby wordt. Na het
overlijden van Sien leeft Andries nog 7 jaar gelukkig in het bejaardentehuis.
Als hij naar bejaardenhuis verhuist, zegt hij als hij voor de laatste maal het
huis in Stadskanaal achter zich sluit: “hier laat ik mijn wil”.
Bij zijn overlijden neemt hij de middag van te voren van alle kinderen en kleinkinderen afscheid, en noemt ieder daarbij bij naam.
Dochter Helena (Lenie)
Op de trouwdag van Lenie en Geert ligt Lenie ziek op bed.
Schoonvader Gerhard Wemke Sandker staat borg voor Geert Bontjer voor een lening voor de aankoop van een boerderij. De borgstelling is ongelimiteerd. Als Geert Bontjer vervolgens failliet gaat moet Gerhard Wemke een fors bedrag op tafel leggen. Zoon Jan Willem wil dan ook nooit borg staan voor een of ander. Door de verkoop van zijn eigen boerderij aan zoon Bernard kan Gerhard Wemke het bedrag overigens alsnog op tafel leggen.
Dochter
Catharina Maria (Catrien)
Op 27-9-1916 schrijft moeder Catharina een brief aan dochter Catrien. Wat in de brief opvalt is dat het brood blijkbaar op de bon is (in verband met de 1ste wereldoorlog). De tekst is letterlijk overgenomen.[29]
Zeer Geliefde
Dochter
Wij hebben u brief
van morgen ontvangen
en hebben u nieuws
daar in geleesen
dat gij naar Reewijk moest en nu
dacht ik moost ik u maar eens een
brieftje tot troost schrijven dan
wensch ik u van harte als gij er een
tijdtje geweest zijt dat gij zegt het
is hier goed na mijn zin want vaak
waar men tegen aan ziet is laater goed
daar zal ook wel brood gebaken worden
eeven goed als in Moerdijk hier
moeten wij ook al broodkarten hebben
daar kunnen wij voor ieder perzoon
6 pond brood krijgen in de week dus
het word er niet beeter met daar
moeten wij zuinig mee weezen
als zij de heele dag met boterhams
moeten dan koomen wij er zuinig
mee om zij hebben gisteren onder
de aardapels er uit gekregen zij zijn
van daag bij de horsten zij vallen
niet mee de volgende week is
kanaalster kermis die wordt van
1 jaar weer gevierd en onze kermis
ook dus men kan alles om de
oorlog niet meer nalaten wij zullen
dan maar veestvieren dan zullen
wij u ook van de kermis wat
stuuren en dan gou Sint Nikolaas
en dan Kersmis komt gij thuis
dan gaat de tijd er al spoedig
voorbij en de blijde tijding van
B en Ana zij hebben ene kleine
G Sandker pa zijn volle naam
Willem zal wel gou meer schrijven
maar gij moet ons dog gouw uit Reewijk schrijven hoe het u bevalt
J. Slosser moet dinsdag weer voort hij heeft zijn priester kleding
Veele groeten van ons allen maar voor al van pa en Moe
Incl. postzegels, zoo gauw we een brief van u uit Reewijk ontvangen,
zal ik je schrijven
Veel
plezier
je broer Willem
Schooljuf Catrien Sandker aan de Anthoniusschool (foto 1936)
Catrien kan
absoluut niet zingen. Dit is een probleem als ze solliciteert in Musselkanaal.
Hoofdmeester Feddema vindt dat een onderwijzeres goed moet kunnen zingen en wil
haar daarom niet aannemen. De aanstellingscommissie vindt echter dat er genoeg
wordt gezongen en vraagt of ze mooi kan voorlezen. Na wat voorgelezen te hebben
wordt ze aangenomen.
Willem, zoon van Herman Sandker (*1902) vertelt dat de enige muzikale aanleg van Catrien bestaat uit het tikken met een stokje op de ladder in het gymnastieklokaal als de kinderen rondjes lopen.
Thuis, bij Grady kon Catrien nogal stuurs zijn. Zo neemt ze de telefoon altijd op met ‘Catrien’. Verder zegt ze weinig als er bezoek is. Grady heeft dan het hoogste woord. Als de kinderen van Herman (*1902) op bezoek zijn geweest vraagt Herman altijd: “en? had Grady weer het hoogste woord”. Op school is Catrien vriendelijk en zacht.

Dochter Gerarda
Alida (Gradie)
Gradie blijft ongetrouwd en woont samen met haar zus Catrien, zoals vermeld, aan de Sluiskade. Catrien zorgt voor de inkomsten en Gradie doet het huishouden. Als één van de weinigen heeft ze een eigen fototoestel, type box.
Het is vooral Grady
die de familiebanden goed in stand houdt. Ze kan niet goed tegen het alleen
zijn en gaat zo bv. 3 weken op bezoek bij Bertie Groote (gestorven in 1980) in
Meppen.
Ook gaat ze
wel eens drie weken op bezoek bij Geert Sandker in het Café in Sustrum. Dat
Grady bij het aan tafel gaan tegen kleine Ussie (Ursula) zegt dat ze haar
beertje weg moet leggen, valt niet altijd in goede aarde.
Verder vertelt ze wel eens dat er volgens haar een bisschop in de familie geweest moet zijn. Dit is echter altijd onduidelijk gebleven. Jan Willem Sandker (*1819) was volgens haar burgemeester in Sustrum. Ook is er volgens haar een familieband met het kasteel Dankeren[30]. Het fenomeen burgemeester moet waarschijnlijk gezien worden als een bij toerbeurt aangewezen hoofd van het dorp. Sustrum was immers geen eigen gemeente. Gradie had overigens een rijke fantasie.
Foto circa 1950: Gradie rechts en haar nicht Gradie (*1926, dochter van Bernard) links.
Zoon Bernard
Bernard Sandker x
Anna Dina Stahl
*24-8-1883 Horsten 27-8-1910 *14-10-1887 Horsten
+4-8-1966 Horsten Onstwedde +12-9-1978 Horsten
landbouwer
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
1)Catharina (Catrien) x Lambertus Gerardus Schepers
*4-6-1911 Horsten 27-8-1940 *6-9-1910
+21-2-1990 +18-7-1997 Winschoten
------------------
1)Lies
*12-6-1941
2)Bennie
*8-9-1942
3)Annie *18-1-1944
4)Bernardus
*22-8-1945
5)Johan
*27-8-1947
6)Gradie *30-12-1949
2)Johannes (Jan) x Marie Hoksbergen
*29-9-1912 6-4-1948 *13-1-1918 Amersfoort
+18-11-1998 Musselkanaal
------------------
1)Bernardus *31-1-1949
2)Wilhelmina *28-2-1950
3)Hendrikus *14-3-1954
4)Anna Dina *18-2-1956
5)Gerardus Johannes *20-3-1958
6)Anna Aleida *5-2-1964
3)Anna Dina (Annie) x Berend Többen
*12-11-1913 Horsten 4-4-1945 *12-2-1913
+
------------------
1)Jan Berend *1-2-1947
2)Bernardus Maria *13-11-1948
3)Maria Elisabeth *3-4-1950
4)Johannes
Gerhardus *18-11-1951
5)Annie
*4-5-1953
6)Rudolf
Jan Berend Jozef *29-3-1955
7)Tiny
*26-11-1957
4)Maria
Catharina (Marie) x Gerardus Johannes Deyen
*14-4-1915 Horsten 14-2-1950 *26-2-1943
+10-3-1966
------------------
1)Gerardus *17-8-1950
5)Gerhard Wemke (Geert)
*1916 Horsten
+1918 aan krop
6)Margaretha (Greet) x Herman Hendrik Schuur
*26-5-1918 Horsten 14-10-1949 *27-10-1903
+ Horsten +22-9-1978
------------------
1)Gerardus Hermannus *9-7-1950
2)Anna Dina Maria *25-9-1951
3)Bernardus Anthonius *11-5-1953
4)Hendrik Anton *29-1-1957
7)Engelina (Lenie) x Hendrik Jakob Moser
*12-3-1920 Horsten 4-11-1943 *29-7-1921 Onstwedde
+16-6-1958 Horsten +
------------------
1)Gepkea Geertruida Engelina Maria *13-7-1946
2)Bernardus Anthonius *27-2-1948
3)Mattheus
Jan *19-4-1948
4)Anna
Diena Theresia *18-9-1950
5)Gerardus Maria *16-5-1952
6)Jozefina Bernadette *24-6-1953
8)Gezina Anna (Siene) x Anthonius Mulder
*27-6-1924 Horsten 15-7-1953 *21-5-1922
------------------
1)Jan Berend *29-1-1955
2)Bernardus Anthonius Maria *26-5-1956
3)Anna Catharina Geziena *9-1-1958
4)Anna Dina Elisabeth *22-6-1959
5)Johan Gerhard Hendrik *12-8-1960
9)Maria Helena x Jan Többen
*28-1-1922 Horsten 10-5-1950 *14-10-1919
+ +4-6-1982
------------------
1)Jan
Bernard *24-8-1952
2)Bernardus
Jozef *10-3-1954
3)Anna
Elisabeth Maria *9-1-1958
10)Gerarda
Catharina (Grady) x Johan Bernhard Schuur
*22-1-1926 Horsten 6-9-1955 *19-9-1930
+2-2-1993 Ter Apelkanaal +11-7-1999 Ter Apel
------------------
1)Hermannus Petrus *18-9-1957
2)Anna
Dina Maria *16-7-1958
3)Bernardus Jozef Maria *26-3-1960
4)Aleida Engelina *12-9-1961
5)Johannes Hermannus Gerardus *24-1-1963
11)Gerhard Wemke (Geert) x Maria Abelen
*15-7-1928 Horsten 24-11-1953 *11-12-1927
------------------
1)Bernardus *30-11-1954
2)Engelbertus *30-12-1955
3)Johannes *24-6-1957
4)Gerhard Wemke *17-7-1958
5)Maria Margaretha *11-7-1960
6) Anna Dina *30-6-1961
Zoon Hermann Heinrich
Herman Heinrich (Herman) x Anna Feyen (Annie)
*27-7-1902 Horsten 24-5-1932 *16-3-1903 Mussel
+2-3-1987 Musselkanaal Onstwedde +28-9-1996 Stadskanaal
landbouwer
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1)Johann Gerhard x Maria Catharina (Marietje) Webers
*08-06-1933 Musselkanaal 19-06-1958 *30-10-1935 Vlagtwedde Ter-Wisch
Vlagtwedde +
kerk
te Ter Apel (Willehadus)
2)Johann Bernard (Ben)
*18-04-1935 Musselkanaal
leraar Duits
3)Anna Catharina Theresia (Tiny) x Peter
Nicolaas (Piet) Scheer
*18-08-1937 Musselkanaal 07-12-1972 *13-10-1932 Uithuizen
+ Onstwedde +
verkoopster administrateur
4)Catharina Maria (Toos) x Etsko (Eddie) Klungel
*30-11-1938 Musselkanaal 05-09-1967 *1943
+ Onstwedde +
verpleegster maatschappelijk werker
5)Maria Anna Angela (Miek) x Johann Gerhard Fischer
*05-11-1940 Musselkanaal 31-10-1966 *24-02-1940 Emmer-Compascuum
+ Onstwedde +
lerares N XIX werktuigbouw en grafisch adviseur
6)Herman Johan Hendrik
17-06-1943 Musselkanaal
7)Willem Johan (Willy) x Marrigje Jansje (Marja) Bosch
*08-08-1946 Musselkanaal 21-12-1972 15-05-1949 Zuidlaren
+ Zuidlaren 05-02-2003 Westkapelle
leraar duits
Familie Kamp, ook wel genoemd Kampmann.
De familienaam Kamp zou kunnen verwijzen naar een nazaat afkomstig van het Goed Kampe (nazaat van het geslacht Von den Campe niet meer wonend op het oorspronkelijke goed).
Herman Kamp x Immeke n.n.
*ca 1500 *
+ Sustrum + Sustrum
=================================================================
1)Wilcke x Gebbeke n.n.
*ca 1530 Sustrum *
+Sustrum + Sustrum
In 1545 wordt Herman Kamp vermeld als kötter.
In 1557 wordt Herman Kamp genoemd als “slichte” vrije erfkötter (als een eenvoudige kotter.)
In 1562 wordt Herman Kamp genoemd als kötter te Sustrum.
Wilke Kamp x Gebbeke n.n.
*ca 1530 Sustrum *
+>1604 Sustrum +>1568
Sustrum
=================================================================
1)Hermann x Ebel n.n.
*ca 1570 Sustrum *1560
+>1606 Sustrum +27-11-1650 Sustrum
In 1568 worden genoemd Wilcke Camp met echtgenote Gebbeke en moeder Immeke, wonende te Sustrum.
Hermann Kamp x Ebel n.n.
*ca 1570 Sustrum *1560
+>1606 Sustrum +27-11-1650
Sustrum (90 jaar)
=================================================================
1)Wilcke x Hasa Schmidt
*1596 Sustrum *ca
1590 Dersum
+20-5-1674 Sustrum +23-7-1665
Sustrum
2)Ebela x Herman Ernst
*ca 1600 Sustrum *Sustrum
+> 1659 Sustrum +Sustrum
?)
*ca 1610 Sustrum *1609
Sustrum
+1-11-1681 Sustrum +6-8-1666 Sustrum
Herman Kamp is erfkotter
Dochter Ebela
Zij trouwt met Herman Ernst en krijgt vier kinderen: Tecla, Bernhard, Wolbert, Johannes.
Bij de doop van Anna Wevelia, dochter van Hermann Kamp (hoofdstuk 8.5) en Margaretha ten Husen, is Ebela Ernst, weduwe getuige.
Dochter Alma
Voor familie Sant zie hoofdstuk 7.4 op pagina 62.
Wilcke Kamp x Hasa Schmidt
*1596 Sustrum <1625 *1590 Dersum
+20-5-1674 Sustrum Steinbild +23-7-1665 Sustrum
=================================================================
1)Hermannus x Margaretha Aickens zum Hausen
*circa 1626 Sustrum >1652 *ca 1631 Sustrum
+4-3-1711 Sustrum +14-12-1702
Sustrum
2)Wessel
*ca 1630 Sustrum
3)Hasa
~ circa 1630 Sustrum
+11-8-1652 Sustrum
4)Ebela
* Sustrum
Vader Wilcke
In een getuigenverklaring voor notaris Bödige in 1659 verklaart Wilcke Kamp dat hij 63 jaar oud is en geboren en getogen is in Sustrum. (fere octogenaria[31] ??????????????????????)
Moeder Hasa
Moeder Hasa is 80 jaar oud als ze sterft.
Ze trouwt voor de 1ste keer rond 1620 met Lampe Osteresch uit Walchum.
Zie verder bij hoofdstuk van de familie Schmidt te Dersum hoofdstuk 9.4 op pagina 168.
Een van de dochters is mogelijk getrouwd met Herman Lutges Hermes.
Bij de doop van Wilcke, zoon van Herman Kamp en Margaretha, is Wessel Kamp getuige.
Het erf van de familie Kamp te Sustrum is volgens de beschrijving uit 1640 een klein keuterbedrijf:
Kamp Wilcke ein Brincksizter
thuet den fueβdienst.
gibt zehenden ahn Tegeder.
hatt landerie 3 tonne saets
heurlandt von pastoreien landt 2 ½ vierdh:
hoilandt 3 fuetter ungefehr.
gibt zur Kerspelschatzung 27 str.
Contributionschatz 51 str.
Pherde 1
Koihe 2
Schweine 1
gebe noch vor 200 thaller renthe.
Tabel:
De veestapel van Wilke Kamp gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
1 |
4 |
2 |
2 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
0 |
0 |
|
koihe |
7 |
2 |
7 |
2 |
4 |
|
rinder |
0 |
|
0 |
0 |
2 |
|
schweine |
7 |
1 |
1 |
1 |
1 |
|
schweine jung |
|
|
6 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
4 |
12 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
8 |
|
8 |
1 |
0 |
Uit het Leibdienstenregister van 1645 blijkt:
“Campff Herman ietz Wilcko, leistet gleichfalls den fueßdienst ist ein gering kotter.” (gleichfalls = fueßdienst naar Lathen en Langen).
Telling van de parochianen in 1652 te Sustrum geeft het volgende:
- Camp Wilcke en Hasa echtgenote van dezelfde
- zonen Herman en Wessel
- dochters Hasa en Ebela
Zeven jaar later is de situatie gewijzigd. Zoon Wessel is het huis uit, dochter Hasa is overleden, Ebela die eerst als dochter werd genoteerd is nu dienstmaagd. Zoon Herman is inmiddels getrouwd en heeft al 2 zonen: Wilcke en Aico. De telling in 1659 geeft aldus aan:
- Wilckien zum Campe en Hasa echtgenote
- zoon Herman en echtgenote Margaretha
- zoon Wilcke van 2 jaar en Aico van 1 jaar
- Ebela dienstmaagd
Hermannus x Margaretha Aickens zum Hausen
*circa 1626
Sustrum >1652 *ca 1631
+4-3-1711 Sustrum +14-12-1702
Sustrum
=================================================================
1)Wilcke x Susanna
(Schwaneke)
~9-1-1657 Sustrum 19-6-1692 ~25-1-1668
+ Sustrum Steinbild +12-11-1727 Sustrum
2)Aico (Eicke) x
~14-4-1658 Sustrum
+10-12-1681 Sustrum
3)Maria Hasena x a)Gerardus
Hamer
~20-4-1660 Sustrum 9-9-1695 ~31-10-1655 Dersum
+16-12-1722 Dersum Steinbild +24-10-1688 Dersum
x b)Petrus Wegmann
-7-1692 ~1662 Heede
Steinbild +23-5-1732 Dersum
4)Anna Wevelia (Wibke) x Hermannus Rolfs zum Hausen
~ -10-1662 Sustrum voor 1694 ~3-7-1656 Duthe-Husen
+28-1-1729 Husen + Husen
5)Hermannus x a)Gesina
~9-3-1665 Sustrum voor 1695 ~1670
+ Walchum +Walchum
smid (te Walchum) x b)Gesina Borchers
14-11-1711 ~1686 Fresenburg
Steinbild +12-8-1744 Walchum
6)Wessel x Tarbula Heijen
~3-7-1667 Sustrum
+
7)Sigbertus ? Hille Rubin
~2-12-1669 Sustrum 12-6-1694 Oberlangen
+ Lathen
8)Anna x Hermannus Christiannus Husmann
~22-7-1672 Sustrum 22-5-1692 ~27-12-1654
+ Steinbild
9)Margaretha x Joannes Sandmann
~9-9-1678 Sustrum ~3-3-1671 Sustrum
In 1677 wordt Herman Kamp genoemd als ‘einpherdt kötter’.
Het erf Kamp wordt in 1779 vermeld als een half erf in de marke van Sustrum.
Bij het huwelijk van Hermann ter Husen en Gesa Sandmann is Hermann Kamp getuige.
Moeder Margaretha
Zie voor de familie Aickens zum Hausen hoofdstuk 10.4 op pagina 172.
Moeder Margaretha overlijdt op 70-jarige leeftijd na langdurige hoestbuien.
Vader Hermann overlijdt op 7-3-1711 op 90-jarige leeftijd na heftige hoestbuien.
Zoon Wilke
Getuige bij zijn doop is Wessel Kamp (zijn oom?)
Hij krijgt tenminste 1 zoon, Hermann (*13-7-1693 Sustrum, +4-4-1765 Sustrum). Deze trouwet met Thalia Cassens op 12-11-1721 in Steinbild en krijgt een kind Wessel (*11-12-1727Sustrum)
Zoon Aico
Getuige bij zijn doop is Ebela Kamp (zijn tante?).
Dochter Anne Wevelia
Trouwt met kleinzoon van Herman zum Hausen, zie hoofdstuk 4.9.
Zoon Wessel
Wessel trouwt met Tarbula Heijen en wordt later Wessel Heijen genoemd.
Uit het inkomsten register van de kerk te Steinbild in 1669 staat opgetekend:
“Camp Herman zu Sustrum gebraucht ein Stuck van 1 1/2 verop gelegen in den Ryttesche in die Over, vhor genoten Johan Leffens und Gerdt Eilers.
Itt ein Stucke van 1 verop Saett gelegen im selbigen Essche, vhor genoten herman Sandman und Bernd Witte. Gibt darvor zusammen alle iahr 2 1/2 verop rog.”
Zoon Sigbertus
In het trouwboek van Lathen staat het huwelijk vermeld tussen Sivert Hermes en Hille Rubin. Herman Kamp is één van de twee getuigen.
Dochter Margaretha
Getuigen bij haar doop is o.a. Herman Lutges Hermes.
Zij trouwt met Joannes Sandmann. Zie hoofdstuk 7.6 op pagina 67.
Joannnes Sandmann en Hermann Rolfs zum Hausen zijn neven van elkaar.
Herman Smit x n.n.
*ca 1470
=================================================================
1)Wessel Smit x Trude n.n.
*ca 1500 Dersum
+>1568 Dersum +>1568 Dersum
In 1536 wordt Herman Smit genoemd.
Wessel Smit x Trude n.n.
*ca 1500 Dersum
+>1568 Dersum +>1568 Dersum
=================================================================
1)Herbert x Gebbeke n.n.
*ca 1530 Dersum
+>1568 Dersum +>1568
In 1557 wordt Wessel Smidt aangeduid als vrije erfkötter.
Herbert Smit x Gebbeke n.n.
*ca 1530 Dersum
+>1568 Dersum +>1568 Dersum
=================================================================
1)Herman Smit
*ca 1550 Dersum
+>1570 Dersum
2)Wessel x n.n.
*ca 1570 Dersum
+>1625 Dersum
In 1568 woont in Dersum het gezin Schmidt bestaande uit:
- herbert Smit
- Wessel vader
- Trude moeder
- Gebbeke echtgenote
- Herman zoon
In 1567 wordt Herman Smidt aangeduid als vrije erfkötter.
Wessel Schmidt x n.n.
*ca 1570 Dersum
+>1625 Dersum
=================================================================
*ca 1595 Dersum *ca
1595 Walchum
+23-7-1665 Sustrum +<1625
Walchum
*1596 Sustrum
+20-5-1674 Sustrum
2)Gerd x Gesa? n.n.
*Dersum
+Dersum
?)
*ca 1610 sustrum *ca
1609 Sustrum
+1-11-1681 Sustrum +6-8-1666 Sustrum
3)n.n. x Kerstien Botterman
*Dersum *Sustrum
+Sustrum +Sustrum
Dochter Hasa
Voor familie Kamp zie hoofdstuk 8.4 op pagina 161.
Dochter Alma
Voor familie Sant zie hoofdstuk 7.4 op pagina 62.
Wessel Schmidt blijkt in 1640 in zijn levensonderhoud te voorzien door ‘zijn arbeid’ waarbij we uit de beschrijving van zijn keuterij afleiden dat ‘zijn arbeid’ het werken als smid betreft (der schmidt).
Der Schmidt Eine kotterie
fuhrt deβ Landtsfursten fischegarn von einer Laecke zu der andern
hatt ahn landereie 2 tonne 3 vierdh. saets
und gibt von 1 ½ tonne saetz zehenden Bueβingk
hoylandt 1 taghwerck
Noch 1 tonne saet zehentbar ahn Schwencke
gibt zur Kerspelschatzung 27 str.
Contributionschatz 1 R. 6 str.
Herbstschatz den freien 2 schill:
Pherde 1
Koihe 2
Schweine 1
ernert sich seins arbeits
Tabel: De veestapel van Wessel
Schmidt te Dersum gedurende de
dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
3 |
1 |
3 |
2 |
3 |
|
vahling(veulen) |
0 |
|
0 |
0 |
0 |
|
koihe |
5 |
2 |
5 |
2 |
3 |
|
rinder |
1 |
|
1 |
0 |
4 |
|
schweine |
9 |
1 |
1 |
1 |
8 |
|
schweine jung |
|
|
8 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
11 |
0 |
11 |
0 |
1 |
Aicke Rolffs zum
Hausen x n.n.
*ca 1540 Düthe
+>1606 Sustrum
=================================================================
*ca 1570 Sustrum
+>1643 Sustrum
In de halve kerspelschatting van 1579 vinden we Aico Husen te Sustrum.
*ca 1570 Sustrum
+>1642 Sustrum
=================================================================
1)Aicke Rolffs x a)Wubke n.n.
*ca 1600 Sustrum ca
1630 *
+27-11-1653 Sustrum +
x b)Martha Büssing
ca.
1635 *ca 1605 Dersum
+4-12-1653
Sustrum
Aicke Rolffs ter Husen x a)Anna Wevelia (Wibke) n.n.
*ca 1600 Sustrum ca 1630 *
+27-11-1653 Sustrum +
x b)Martha (Mette) Büssing
ca.
1635 *ca 1605 Dersum
+4-12-1653
Sustrum
=================================================================
?)Wubke????
a1)Margaretha x Hermannus
Kamp
*ca 1631 Sustrum *circa
1626 Sustrum
+14-12-1702 Sustrum +4-3-1711
Sustrum
2) Herman Rolffs x Giske
*Sustrum *
+Sustrum +Sustrum
3?????)Catharina x Procopius (Koop) Lefferts
* Sustrum
??)
Vader Aicke
Aicke Rolfs ton Husen is vermoedelijk twee keer getrouwd geweest. Dit leiden we enerzijds af uit de voornamen die Herman Kamp en Margaretha Aickens ten Husen aan hun kinderen geven. Ze noemen de oudste kinderen consequent naar hun beider ouders. Echter het kind dat Martha zou moeten heden krijgt de naam Anna Wevelia (Wubke). Anderzijds leiden we dit af uit de bruidschat die Herman Bussing in 1639 nog moet afdragen aan zijn zwager Aicke Rolfs. Ons inziens was het gebruikelijk om de goederen van de uitboedeling binnen vijf jaren na het huwelijk overgedragen te hebben te hebben. Margaretha Aickens is geboren rond 1631 (septagenaria in 1702). Negen jaar na een huwelijk de bruidschat nog niet voldaan te hebben is extreem. Margaretha Aickens is dan ca 1631 geboren uit het eerste huwelijk van Aicke Rolffs met ene Wubke. Het tweede huwelijke met Martha Bussing heeft dan omstreeks 1634 plaatsgevonden.
Moeder Mette
In 1639 moet Herman Büssing uit Dersum aan Aicke Rolffs de bruidschat voor zijn zus betalen. Hij is daartoe bereid "Jedoch mit diesem vorbehalt das whofern einiger Kriegßuberfall zur Sommerzeit einfallen würde, dadurch sein Korngewachß verderbtt, und seines Viehes entnommen, und beraubt werden mögte."
Dochter Margaretha
Zie voor de familie Kamp hoofdstuk 8.5 op pagina 163.
Over de keuterboerderij van de familie Rolf/Aike ten Husen in Sustrum vinden we in de beschrijving uit 1640 het volgende:
Aike zum Haußen Ein Brinckligger
leistet den fueßdienst.
zehentbar ahn Nagell
hatt landerie 1 ½ tonne saets.
und heurlandt 1 tonne saet, vor den Infall
hoylandt ad 2 fuetter.
gibt zur Kerspelschatzung 27 str.
Contributionschatz 39 str.
Pherde 1
Koihe 2
Schweine 1
haben sein voreltern die wohnung ahn sich gekaufft, dadurch ehr in große merklichen schulde gerathen.
Tabel: De veestapel van Rolf (1631
en 1643) (Aike 1640 en 1645 e.v.) ten Husen gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
2 |
1 |
2 |
1 |
2 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
0 |
- |
|
koihe |
4 |
2 |
4 |
2 |
2 |
|
rinder |
0 |
|
0 |
0 |
2 |
|
schweine |
6 |
1 |
1 |
1 |
4 |
|
schweine jung |
|
|
5 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
2 |
10 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
2 |
|
2 |
0 |
0 |
Familie te Fresenburg
n.n. Schröder x n.n.
*ca 1430 *
+<1499 Fresenburg +Fresenburg
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1455 Fresenburg *
+>1499 Fresenburg +>1499 Fresenburg
Schröder wordt vermeld als erfkötter te Fresenborg
Herman Schröder x n.n.
*ca 1455 Fresenburg *
+>1499 Fresenburg +>1499
Fresenburg
=================================================================
1)Bernd x Hille N.
*ca 1480 Fresenburg *
+ Fresenborg +>1568 Fresenburg
Bernd Schröder x Hille N.
*ca 1480 Fresenburg *
+Fresenburg +Fresenburg
=================================================================
1)Herman x Hempe n.n.
*ca 1510 Fresenburg *
+>1568 Fresenburg +>1568 Fresenburg
In 1536 wordt Berendt Schroder te Fresenborg genoemd in ???
Herman Schröder x Hempe n.n.
*ca 1505 Fresenburg *
+>1568 Fresenburg +>1568
Fresenburg
=================================================================
1)Bernd x n.n.
*ca 1530 Fresenburg *
+>1568 Fresenburg + Fresenburg
Bernd Schröder x n.n.
*ca 1530 Fresenburg *
+>1568 Fresenburg +
Fresenburg
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1560 Fresenburg *
+>1606 Fresenburg + Fresenburg
Volgens het “Schatzungsregister des Emslandes” uit 1553 betaalt Bernd Schroder uit Fresenburg het volgende:
- ter schatting 1/2 daler
- voor zijn vrijheid 1 ort
- voor zijn recht 4 scheffel.
In 1557 worden te Fresenborge, Berent Schroer genoemd als ‘frige[32] erfkotter’.
In 1562-1563 wordt Berndt Schroer te Fresenborg genoemd als kotter.
In 1567 worden te Fresenborge, Berndt Schroder genoemd als ‘frige erfkotter’.
In 1562-1563 staan er in een overzicht de volgende boerderijen in het buurtschap Fresenborg opgeschreven:
- Hele erven
Borchert
Clavers Berent (Cleemans?)
- Kotter
Luedcke
Russchen Seroer?
S? Bernt
Herman Schröder x n.n.
*ca 1560 Fresenburg *
+>1606 Fresenburg +Fresenburg
=================================================================
1)Evert x n.n.
*ca 1590 Fresenburg *
+>1646 Fresenburg +Fresenburg
Evert Schröder x n.n.
*ca 1590 Fresenburg *
+ Fresenburg +Fresenburg
=================================================================
1)Hermann x Gesina n.n.
*ca
1615 Fresenburg *
+Fresenburg +Fresenburg
Hermann Schröder x Gesina Jansen
*ca 1615 Fresenburg *
+Fresenburg +Fresenburg
=================================================================
1)Helena (Hille) x a)Albertus Wernekens
*ca 1645 Fresenburg 17-7-1667 *Beckhusen
+Dersum Steinbild +31-3-1675 Beckhusen
x b)Hermannus Bussinck
19-11-1675 *circa 1646 Dersum
Steinbild +24-4-1731 Dersum
2)Hermann x n.n.
*ca 1645 Fresenburg
+19-7-1724 Fresenburg +
Fresenburg
3)Johann
*1650 Fresenburg
+
4)Evert x Hille Osteresch
~20-4-1659 Fresenburg 1-7-1696 ~24-1-1672 Walchum
+ Steinbild +
Het erf Schroer te Fresenborg volgens de beschrijving uit 1640.
Herman Schror Ein frei Erbkotter
Thuet den fueBdienst.
hatt 5 ½ tonne saets roggenlandts
hoylandt, kaum ein tagwerck, hatt von der Frauw Brauwesche ein wische in heur
zehentbar
ahn Schwencke und Duethe und hatt woll die halbscheit frey
gibt zur Kerspelschatzung 1 R. 27 str.
Contributionschatz 0 -- 52 str.
Meyschatzung 21 pfennig
Herbstschatz 21 pfennig
Pherde 2
Koihe 4
Rinder 0
Schaffe .. Schweine ..
gibt von 2 ½ hundert thaller renthe.
Tabel: De veestapel van Evert Schroer
gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
2 |
4 |
2 |
2 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
0 |
1 |
|
koihe |
8 |
4 |
8 |
4 |
5 |
|
rinder |
3 |
0 |
3 |
0 |
2 |
|
schweine |
9 |
? |
1 |
1 |
6 |
|
schweine jung |
|
|
8 |
|
|
|
schapen |
0 |
? |
0 |
4 |
9 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
4 |
|
4 |
0 |
0 |
1631: 4 pherden deβen ein ein alt pherdt
In de Leibdienstenregister van 1645 is opgetekend:
‘Herman Schroer, freiman, ein kotter thut den fueßdienst wie obvermelt (obvermelt = tragt den Brieff nach Aelden und Walchum’).
In Fresenborg hebben zes vrije kotters/brincksitzers een hele ‘fueßdienst’ en 5 vrije brincksitzers/-liggers een halve.
In Fresenburg woont in 1659 Hermann Schrö[der] met zijn echtgenote Gesina. Zij hebben een dochter Helena en twee zonen Hermann en Johann.
Zoon Evert
Evert trouwt met Hille Osteresch uit Walchum. Zie hoofdstuk 15.9 op pagina 213.
Herman Schröder x n.n.
*ca 1645 Fresenburg
+19-7-1724 Fresenburg +
Fresenburg
=================================================================
1)Herman x Catharina Jurgens
*ca 1685 Fresenburg ~27-4-1683
Fresenburg
+Fresenburg +
<1749 Fresenburg
2)Johan x a)Maria Nütten alias Kessens
*ca 1690 Fresenburg 11-6-1724 *
+Fresenburg Lathen +Fresenburg
3)Helena x Gerard Sinnige
*ca 1695 Fresenburg 12-11-1720 ~17-7-1694 Duthe
+15-3-1765 Duthe Steinbild +12-6-1753 Duthe
Uit de personenschatting van 1672 blijkt: Herman Schroer met vrouw te Fresenborg.
In 1677 wordt Herm Schröer vermeld als einpherdt kotter, namelijk: er wordt dan in het buurtschap Fresenborg de volgende boerderijen opgeschreven:
- Gehele und gansche erben
Johan Schulte
Bernt Kanne
Herm Wilckens pauper
- Ein pherdt kotter
Herm Schroer
Albert Timans
- Andere kotters und brincksitzers so kein pferdt haben
Schmidt Wilcke
Schuster Johan pauper
Borcherts Johan pauper
Schnier Henrich
Nie Herm
Ticke Johan
etc.
Dochter Helena
Voor familie Sinnige uit Duthe zie hoofdstuk 19.4 op pagina 232.
Herman Schröder x Catharina Jurgens
*ca 1680 Fresenburg 10-11-1705 ~27-4-1683 Fresenburg
+>1749 Fresenburg Steinbild + <1749 Fresenburg
=================================================================
1)Gesina (Gesa) x Hermannus Sandmann
~12-4-1710 Fresenburg ~4-6-1710 Sustrum
+Sustrum +3-8-1761 Sustrum
2)Rudolf x Gebina (Gebbeke) Nanckmann
~4-5-1716
Fresenburg 15-11-1743 *ca 1723 Duthe
+Fresenburg Lathen +
3)Johann Hermann
~14-12-1719 Fresenburg
4)Anna Genovefa (Anna Gebina)
~25-4-1722
5)Anna Maria Catharina
~8-9-1726 Fresenburg
6)Anna Gebina x a)Henricus
Joseph Schmitt
19-1-1746 *Fresenburg
Lathen +
x Joannes Otto Greven
29-4-1747 *Duthe
Lathen +
Op het erf Schröder wonen in 1749 Rudolf Schroer, oud 28 jaar, en zijn echtgenote Gebina, oud 26 jaar. Ook in het huis wonen Herman Schröder weduwnaar en 60 jaar oud, zijn zoon Hermann oud 26 jaar en zijn dochter Maria Catharina, oud 24 jaar.
Verder wonen er nog de kinderen Hermann Wilhelm van 5 jaar en Anna Catharina van 3/4 jaar.
Volgens de aangifte in 1779 is het erf Schröder in Fresenborg een half erf.
Moeder Catharina Jurgens
Voor familie Jurgens zie hoofdstuk 12.6 op pagina 187.
Dochter Gesa
Voor familie Sandman zie hoofdstuk 7.7 op pagina 71.
Zoon Rudolf
Rudolf en Gebina krijgen in Fresenburg de volgende kinderen: Herm (*16-10-1746) Anna Catharina (~30-9-1747), Herman (~26-11-1756), Anna Gesina (~13-1-1758), Herman Heinrich (~2-12-1760), Hermann Wilhelm (~15-12-1749), Maria Gebina Catharina (~17-2-1752), Anna Margaretha Joseph (~7-9-1754), Herman Johan (*26-9-1756).
Getuigen bij de doop van Hermann Wilhelm zijn o.a. Hermannus Sandker en Gebina Schröer.
Volgens de aangifte in 1779 is het erf Schröder in Fresenborg een half erf.
Dochter Anna Genovefa
Vermoedelijk dezelfde als Anna Gebina. Anna Gebina trouwt met Henricus J. Schmitt en met Johannes Otto Greven.
Familie die bij oorsprong de naam Borgh draagt. In de 17de eeuw gaat de naam via de zoon Jurgen over in de naam Jurgens.
De oudste verwijzing naar de borg te Ahlen dateert van 1387. Volgens een oorkonde uit dat jaar verpandt de Munsterse vorstbisschop Heydenreich aan Otto von Aelden, ridder te Duthe, de opbrengsten van twee bisschoppelijke erven in Dersum[33] als schadeloosstelling.
Door vererving komt het goed uiteindelijk in het bezit van de adellijke familie Von Snetlage. Naast het goed te Ahlen komt deze familie ook in het bezit van het goed Wulften.
In 1553 verkopen Heinrich von Snetlage en zijn vrouw Gertud von Holte een rente uit Ahlen. Evert Borg en zijn vrouw Thalia exploiteren het goed in die tijd.
In 1568 erft Rudolf von Snetlage de borg van zijn ouders. Rudolf verwerft echter met de erfenis ook de schulden van zijn ouders. En zelf maakt hij ook weer nieuwe schulden. De neergang van het goed zet zich dan door. In 1602 klaagt zijn zoon Gieselbert Jurgen over de verwaarlozing en het verval van de gebouwen.
Echter, eerder al, vanaf 1597 wordt het goed in delen verkocht. Casper von Stael zu Sutthausen komt dan in het bezit van de borg. Zijn ouders hebben door borging van de schulden van Rudolf von Snetlage veel geld verloren. De pachters van de borg, Evert Borg en zijn vrouw Anna, kopen deze vervolgens in 1610 van Casper von Stael.
Voor de nieuwe eigenaren echter lijkt het goed op den duur ook een te grote last te worden. Nakomelingen van Evert Borg en Anna verkopen de borg in 1676, inclusief de lasten die er op drukken, voor 1.630 thaler aan de drost van het Emsland, Herman Matthias von Velen. Deze laatste verkoopt dan in datzelfde jaar al een behoorlijk deel van de weidelanden en akkers uit het goed voor 2.124 thaler. De hoogte van deze opbrengst kan erop duiden dat de overgenomen lasten op het goed fors zijn geweest.
Georius (Jurgen) Borchman x Frouwke n.n.
*
+Ahlen +Ahlen
=================================================================
1)Event
*ca 1633
2)Jacobus (Cop) x Talcke Wilckens
*ca 1635 *ca 1640 Melstrup
3)Rudolfes
*ca 1638
4)Georgius (Jurgen) x Geske Wilckens
*ca 1638 Ahlen *ca 1645 Melstrup
+15-12-1724 Fresenburg + Fresenburg
Te Wippingen in 1640
Borch, Alhart, sitzt
uff Juncken
Schnetlagen adlichen sitz und wohnung, der her ahn sich gekauft, vermog deber versiegelten urkundt damiet ehr vermeint frey zu sein.
Teling parochinanen 1652 te Ahlen:
- Georgius zur Borch
- echtgenote
- zoone Everardus
Telling parochianen 1659 te Ahlen:
- Georgius Borchman en echtgenote Frouwke
- Zonen Everardus 26 jaar, Jacobus 24 jaar, Rudolfus 21 jaar en Georgius 13 jaar.
Abel Wilcken (ca 1590)
Abel Wilcken x Gebke n.n.
*ca 1590 Melstrup *
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Johan x Wubke n.n.
*ca 1615 Melstrup *ca 1622
+ Melstrup + Melstrup
Zie tevens bij fam. Wilcken hoofdstuk 6.6 op pag 55.
Johan Wilcken (ca 1615)
Johan
Wilcken x Wubke n.n.
*ca 1615 Melstrup *ca 1622
+ Melstrup + Melstrup
=================================================================
1)Talke x Jacobus (Cap) Borchman
*ca 1640 Melstrup 12-4-1663 * ca 1635
+ Steinbild +
2)Geske x Rolf Jurgens
*ca 1645 Melstrup 6-4-1671 *ca 1638 Ahlen
+ Fresenburg Lathen +15-12-1724 Fresenburg
In de telling van parochianen van 1659 vinden we:
- Abel Wilcken, vader en Gebke, moeder
- Johan, zoone met echtgenote Vibbke
- Johan frater
- Johan opilio
- Geske en Talke, kinderen
Het erf Abelen te Melstrup is in de 16de eeuw een eigenhorig erf
Over het erf Abelen te Melstrup vinden we in 1640 het navolgende.
Wilcke Abelen freiman ein geheell Erbe
Thuet dem landfursten den wagendienst
hatt ungefehr ahn die achte tunne saets bouwlandt
davon ligtt viell woeste.
Ist ganzlich zehentbar ahn Juncker Schwencke
hoylandt 5 taghmatt
gibt Jahrlichs unseren gnedigsten hern ein schultschwein
neben ein schultwedder.
Item in die Kirche zu Lathen und Stenebill
Jeden ein halb tonne roggen
gibt zur Kerspelschatzung 3 R.
Contributionschatz 2 R. 8 str.
Meyschatzung 2 ggl.
Herbstschatzu 20 schill.
Pherde 2
Koihe 5 habe 1 verkaufft
Rinder 0
Schaeffe 30 sein ungesundt
Schweine 1
Seine schulde konte ehr mit 1000 thlr. nit betzalen.
Tabel: De veestapel van Wilcke
Abelen te Melstrup gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
2 |
4 |
3 |
3 |
|
vahling(veulen) |
0 |
|
0 |
0 |
1 |
|
koihe |
9 |
5 |
9 |
6 |
7 |
|
rinder |
6 |
0 |
6 |
3 |
6 |
|
schweine |
5 |
1 |
0 |
1 |
2 |
|
schweine jung |
|
|
5 |
|
|
|
schapen |
90 |
30 |
66 |
45 |
85 |
|
lammeren |
|
|
24 |
|
|
|
bijenkorven |
8 |
0 |
8 |
0 |
3 |
Noch muB Abelen Johan zu Melsterdrf iahrlichs dem Pastor zu Lathen eine halbe tunne roggen lieferen darfur ist schuldich der Pastor in wedderstattungh auf Lathen kermiBe in Abelen Johan und sein hauBgesinde zu kermiBe zu pitten, und mit kost und beer zuverpflegen.
Rolf Jurgens x Geske Wilcken (Abeln)
*ca 1638 Ahlen 6-4-1671 * ca 1645 Melstrup
+15-12-1724 Fresenburg Lathen +Fresenburg
Molenaar te Fresenburg
=================================================================
1)Veronica (Frauke) x Johan Lohman
~6-2-1672 Fresenburg 7-10-1696 *Duthe
+ Lathen
2)Angela x Herman Baalmans
~1-1-1678 Fresenburg 6-11-1697 *
+
Lathen
3)Catharina x Herman Schröer
~27-4-1683 Fresenburg 10-11-1705 *ca 1680 Fresenburg
+<1749 Fresenburg Steinbild +>1749 Fresenburg
4)Gesina
~Fresenburg
Zie tevens bij fam. Wilcken hoofdstuk 6.6 op pag 55.####
Dochter Catharina
Voro familie Schröer zie hoofdstuk 11.11 op pagina 181.
Hinrich--x---n.n.
Schmid
Ca 1475
|
Herman--x---------Töbe
Schmid n.n.
ca 1505
|
Johan--x-----------------Gesa
Schmid n.n.
ca 1538
|
Gerard-----x-------------------n.n.
Schmitd
ca 1575
|
Johan -----x-------------------------Kunnegunda
Schmitt n.n.
* ca 1603 *ca 1608
|
Gerard-----x------------------------------------Else
Smit n.n.
ca 1633
|
Herman-----x-------------------------------------------Gebbe Wemke
Smit Schweers in den Willichen
1678
ca 1670
|
|
Elisabeth
Schmees-----x------------------------------------------Joannes
Schmitz
Schmees dictus Wilchmann
*ca
1709
|
Wemke
Abel-----x----------------------------------------------------------Anna
Adelheid
Smit
Sinnige
1740
1721
|
Elisabeth-----x-------------------------------------Johann
Hermann
Smit
Sant
1763
Hinrich
Schmid x n.n.
*ca 1475
Sustrum *
+ Sustrum +
Sustrum
=================================================================
1)Herman Schmid x Töbe
n.n.
*ca 1510 Sustrum *
+<1568 Sustrum +>1568
Sustrum
Herman
Schmid x Töbe n.n.
*ca 1505
Sustrum *
+<1568
Sustrum +
Sustrum
=================================================================
1)Johan x Gesa n.n.
*ca 1538 Sustrum *
+ Sustrum + Sustrum
In de schattingsregister uit de 16de eeuw vinden we het erf Schmitt als vrije kötter in het buurtschap Sustrum.
In 1536 wordt Smit te Sustrum genoemd.
In 1553 Herman Smidt, vrije erfkotter te Sustrum.
In 1562 Herman Schmidt, kotter te Sustrum.
In 1567 Herman Schmidt, vrije erfkotter te Sustrum.
Johan Schmid x Gesa n.n.
*ca 1538
Sustrum *
+ Sustrum +
Sustrum
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1575 Sustrum
In 1568 vinden we de volgende gezinnen Schmidt te Sustrum:
Johan Smit, Gesa echtgenote, Tobe moeder, Talcke dienstmeid, Claes knecht, Herman knecht
Alarth Smit, Schwaneke echtgenote.
In de kerspel schatting van 1579 vinden we Schmitt vermeld als: “Wettwe M. Jô Smedes”.
Herman
Schmid x n.n.
*ca 1575
Sustrum
+>1640
Sustrum
=================================================================
1)Johan x Kunnegundis n.n.
*ca 1603 Sustrum *ca
1608
+6-11-1665 Sustrum +8-5-1688
Sustrum
?)Herman
Gerdt Papen (ca 1580)
Gerdt Papen x n.n.
=================================================================
1)Anna x Lubbert Schulte
*ca 1605 *ca 1600 Dersum
+Dersum +Dersum
2)Kunnegunda x Johan
Schmitt
*ca 1608 *ca
1603 Sustrum
+8-5-1688 Sustrum +6-11-1655
Sustrum
3)Herman
*ca 1610
+Dersum
Johan Schmitt x Kunnegunda n.n. (Gerdes?)
*ca 1603
Sustrum *ca
1608
+6-11-1665
Sustrum +8-5-1688
Sustrum
=================================================================
1)Wendeline
*ca 1630 Sustrum
2)Gerard x Elsa n.n.
*ca 1633 Sustrum *
+15-5-1688 Sustrum +
Sustrum
3)Hilla
*ca 1635 Sustrum
+1635 Sustrum
4)Töba
*ca 1644 Sustrum
5)Herman
~31-1-1647 Sustrum
Leibdienstenregister 1645:
Schmedes Herman jetzt Johan, ein erbkotter freiman thut den fueßdienst.
Telling van de parochinanen in 1652: Johan Schmitt met echtgenote, zoon Gerard, dochter Wendeline, dochter Hille.
Telling van de parochinanen in 1659: Johan Schmitt met echtgenote Kunnegundis, Gerard 26j, Herman 11 jr, Hila 24j, Töba 15 jr.
In de opname van de boerenerven te Sustrum in 1640 kunnen we het onderstaande over het erf van de familie Schmidt lezen:
Johan Schmidt, Ein kotter. Thuett de leibdienst.
Zehentbar ahn Nagell zu Meppen.
hatt ahn landerie 7 tonnen saet und ligt noch woeste 1 vierdhop saets.
oylandt ad 8 fuetter
gibt kerspelschatz 2 reichsthr.
Contribution 1 ½ R.
Meyschatzung 1 ggl.
Pherde 2
Koyhe 3 item in fueterung 2 seinen bruder
Schweine 1
Sey ahn 500 thaler schuldig welche Ime sein Vatter uff die Wohnung verlaßen
De vader van Johan woont in de lijftucht op het erf:
Der Vatter wohnet uff die leibzuchtt
gibt zur contribution seinen sohn zu steur 24 str.
hatt Koye 1
Schweine 1
Ist schlechte bestellung.
In 1643 vinden we ook een Herman Schmidt terug. Mogelijk een broer van Johan.
Tabel: De veestapel van Johan
Schmidt gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
pherde |
4 |
2 |
4 |
2 |
2 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
0 |
0 |
|
koihe |
9 |
3 |
8 |
3 |
6 |
|
rinder |
2 |
|
3 |
0 |
4 |
|
schweine |
12 |
1 |
2 |
1 |
10 |
|
schweine jung |
|
|
7 |
|
|
|
schapen |
|
|
0 |
4 |
9 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
5 |
|
0 |
0 |
0 |
Johan Schmidt heeft ook verplichtingen aan de kerk te Lathen. In 1669 vinden we ‘ex Sustrum aus Backemudes Zehnten Johan Smitt jahrlichß 2 ½ Verup roggen’ (eerder vermeld dat de kerk uit Backemudes zehnten te Sustrum ieder jaar 6 schepel roggen ontvangt)
Dochter Wendeline
Wendeline wordt in de telling van 1659 niet meer genoemd en is dan wellicht het huis uit of gestorven.
In de telling van 1652 worden dochter Töba en zoon Herman niet genoemd, wel in de telling van 1659.
Zoon Herman
Herman Sandmann is getuige bij de doop van Herman op 31-1-1647.
Uit stamboom Feringa van Internet:
Cunigunde SCHMITZ, gedoopt op 17-10-1682 te Lathen (D.), overleden na 1749 te Niederlangen (D.). Gehuwd voor de kerk op 22-jarige leeftijd op 21-07-1705 te Lathen (D.) (RK) met Johan Grönninger (zie 12001).
Gerard Smit x Else n.n.
~ca 1633
Sustrum 3-6-1671 *ca 1635
+15-5-1688
Sustrum Sustrum +
Sustrum
=================================================================
1)Joannes
~4-3-1674 Sustrum
+31-3-1674 Sustrum
2)Joannes
~15-9-1675 Sustrum
+21-4-1695 Sustrum
3)Margaretha x Severine Schweers
~17-1-1685 Sustrum 5-2-1704 * Walchum
+5-7-1752 Sustrum Steinbild + Walchum
4)Herman x Gebbeke Schweers
~2-8-1678 Sustrum 5-2-1704 * Walchum
+13-2-1726 Sustrum Steinbild + Sustrum
In de huisplaatsenschatting van 1677 vinden we Gerdt Schmitt als eenpaardkötter vermeld.
Herman Schmitz x Genofeva Tecla (Gabina) Schweers
~2-8-1678 Sustrum 5-2-1704 ~Walchum
+13-2-1726 Sustrum Steinbild + Sustrum
=================================================================
1)Angela x Sievert Wilchmann
~26-5-1705 Sustrum 3-11-1729 ~15-9-1697 Wilgen (Rhede)
+ Rhede + Wilgen (Rhede)
2)Elisabeth x Johan Wilchmann
~ca 1710 Sustrum 16-12-1734 ~5-12-1709 Wilgen (Rhede)
+24-9-1768
Sustrum Steinbild +23-2-1777 Sustrum
3)Joannes
~8-11-1708 Sustrum
+9-9-1732 Sustrum
4)Gerardus
~21-6-1707 Sustrum
+20-7-1707 Sustrum
5)Gerardus
~17-3-1711 Sustrum
+8-8-1711 Sustrum
6)Gerardus
~7-6-1712 Sustrum
7)Gerardus
~20-3-1714 Sustrum
Moeder Gebbe Schweers
Zie verder bij familie Schweers.
Joannes Schmees dictus
Wilchmann x Elisabeth Schmees dictus
Schmitz
~5-12-1709 Wilgen (Rhede) 16-12-1734 *ca 1709 Sustrum
+23-2-1777 Sustrum Steinbild +24-9-1768 Sustrum
=================================================================
1)Johann Hermann x a)Ebellina Botter Cossers
~22-4-1736 Sustrum 9-2-1763 +11-3-1772 Sustrum
+4-7-1819 Sustrum Steinbild
[]12-7-1819 x b)Elisabeth Bottermann
akkerbouwer 1772
Steinbild
x c)Tecla Helena Kruse
7-9-1774
Steinbild
2)Wemke Abel x Anna Adelheid Sinnige
~6-2-1740 Sustrum 5-5-1761 ~24-9-1721 Duthe
+Sustrum Steinbild +5-11-1782 Sustrum
3)Gerardus Anton
~10-1-1743 Sustrum
4)Joannes Severinus
~17-4-1746 Sustrum
5)Swibertus Henricus
~11-1-1750 Sustrum
6)Gerardus x a)n.n.
~12-6-1751 Sustrum *
+ +
x b)Johanna Bosen
13-5-1783 *
Rhede +
7)Joan Abel
~4-7-1757 Sustrum
Vader Johan
Zie bij de familie Wilchman op pagina 219.
Zoon Johann Hermann
In 1772 Johann Hermann Schmitz genoemd Bottermann. Blijkbaar is hij ingetrouwd op het erf van de familie Bottermann.
Johann Hermann Bottermann en Helena Kruse krijgen meerdere kinderen. Johannes Hermannus Sant is met Phennena Katharina Wisseberg en Wilcke Kruse getuige bij de doop van hun zoon Hermann Anton in 1791.
Bij de marktgerechtigde erven van Sustrum in 1779 vinden we Johan Herman Schmedes met een half erf.
Bij het overlijden van Johan Herman Schmitz worden als ouders genoemd: Schmees dS Schmitz, geneent Wilchmann, Johan en Schmees dS Schmitz, Elisabeth.
Hij wordt 83 jaar oud en is akkerbouwer.
Zoon Wemke
Vernoemd naar zijn opa van vaders kant.
Zoon Gerard
Gerard Schmitt, weduwnaar uit Sustrum trouwt
te Rhede met Johanna Bosen. Joanna Schmitt is getuige.
a)Johann
Bruning dictus Möller x Anna Adelheid Sinnige
* Sustrum 15-11-1744 ~24-9-1721 Duthe
+24-8-1760
Sustrum Steinbild +5-11-1782 Sustrum
b)Wemke
Abel Schmees dictus Schmitz x
~6-2-1740
Sustrum 5-5-1761
+ Sustrum Steinbild
=================================================================
a1)Anna Helena Gesina
~24-1-1744 Sustrum
a2)Anna Helena Gesina
~15-10-1745 Sustrum
a3)Anna Helena Gesina x Johann Hermann Sievering
~3-9-1749 Sustrum 22-11-1774 (later
Bruning dictus Sievering)
+Sustrum Steinbild +Sustrum
~8-8-1752 Sustrum < 1787 *Walchum
+>1784 Walchum +Walchum
a5)Johan Herman
~1756 Sustrum
+ Sustrum
b1)Elisabeth x Johann Hermann Sant
~26-1-1763 Sustrum ~28-4-1744 Sustrum
+5-12-1791 Sustrum +Sustrum
b2)Johann Hermann
~18-10-1765
Moeder Anna Adelheid
Zie bij familie Sinnige hoofdstuk 19.4 op pagina 232.
Wemke trouwt met Anna Adelheid Sinnige. Anna Adelheid is weduwe van Johan Bruning. Het erf Bruning is een vol erf in de marke van Sustrum.
Wemke Schmitz trouwt zo in op het erf Bruning.
Het erf Bruning is één van de nog ongesplitste erven in Sustrum. In 1779 woont Johann Herman Bruning op het volle erf Bruning (zie tabel markgerechtigde erven in Sustrum).
Schweer
Schwerinck
ca 1450
|
Schweer
Schwerinck
ca 1480
|
Reincke
Schwering
ca 1515
|
Schweer
Schwering
ca 1550
|
Johan
Herman Herman
Schwerings Osteresch Bussing
1585 ca
1595 ca 1590
|
| |
Assuerus--x---------------------Catharina Herman----x-----Anna
Schwerings n.n. Osteresch Bussing
ca 1620 ca
1625
|
|
Joannes--x---------------------------------------Angela
Schwerings
Osteresch
1647
1664
|
n.n.-----x-----------------------------------------------------------------Herman
Schwerings Schmitt
Ca 1675
1678
Schweer Schwerinck x n.n.
*ca 1450 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Schweder x n.n.
*ca 1480 Walchum *
+Walchum +Walchum
Schweer Schwerinck x n.n.
*ca 1480 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Reincke x n.n.
*ca 1515 Walchum *
+Walchum +Walchum
2)Talle x Herman Hesselinck
*ca 1515 Walchum *Ahlen
+Ahlen +Ahlen
In 1515 wordt Schweder Schwerinus genoemd als dienstplicht met 1 paard.
In 1536 beleend met het erf te Walchum
In 1540 afdracht van de bruidschat voor dochter Talke
Dochter Talle
Talle trouwt met Herman Hesselinck uit Ahlen. Deze Herman is evenals Schweer Schwerinck beerfde en “einspanner” en eveneens dienstplichtig met “mit pherd und harnisch”.
In 1538 wordt Herman met het erf Hesselinck te Ahlen en met 1/4 van de tienden te Walchum beleend. In 1640 heeft de familie Hesselinck dit erf in leen van de vrouwe von Brawe.
Reincke Schwering x n.n.
*ca 1515 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Schweer x Wibbeke n.n.
*ca 1550 Walchum *
+Walchum +Walchum
In 1555 beleend met het erf te Walchum, dienstplichtig met “mit pherd und harnisch”.
Schweer Schwering x Wibbeke n.n.
*ca 1550 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Johan x Gesa n.n.
*ca 1585 Walchum *
+ Walchum +
Walchum
2)Reincke
*ca 1590 Walchum
+12-1-1655 Walchum
3)Töbe x Gerhard Nederhoff
*ca 1595 Walchum *ca 1590 Oberlangen
+ Oberlangen + Oberlangen
1613: Beleend met het erf te Walchum
Zoon Reincke
In 1641 wordt Reines Schwering, als voogd van Assuerus, beleend met het erf te Walchum. Aan het leen van het erf is verbonden de dienstplicht aan de vorstbisschop “mit pherd un harnisch”.
Over het erf Schwering te Walchum vinden we in 1640 het navolgende.
Rencke Schwering Ein geheell Erbe
Stiffts lehenman, haltet den Landfursten ein reißig pherd mit sein zubehoer
Ist zehentbar ahn der fr. Brauwesche und Berndt von Duethe
hatt ahn landereie 11 ½ tonne saets
davon sehet 9 ton d. ubrige ahn johan Gerdes und Weßels Hillen verheurt
hoylandt ad 20 fuetter
gibt zur Kerspelschatzung 3 R.
Contributionschatz 2 R. 36 str.
Meyschatz 1 ggl.
Herbstschatzung 4 marck
Pherde 2
Koihe 5
Schweine 2
braucht d. erbe zu deß kindes beste, und were noch ahn die 450 thaller schuldig
Tabel: De veestapel van Johan
1631/1643/Reneke 1640/1645 e.v.) Schwering te Walchum gedurende de dertigjarige
oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
5 |
2 |
5 |
3 |
5 |
|
vahling(veulen) |
0 |
|
0 |
0 |
0 |
|
koihe |
10 |
5 |
10 |
10 |
13 |
|
rinder |
5 |
0 |
5 |
2 |
6 |
|
schweine |
7 |
2 |
3 |
3 |
18 |
|
schweine jung |
|
|
4 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
0 |
6 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
1 |
0 |
1 |
0 |
0 |
Johan Schwering x Gesa n.n.
*ca 1585 Walchum
=================================================================
1)Assuerus x Catharina n.n.
*ca 1620 Walchum *
+13-9-1693 Walchum + Walchum
In 1557 vinden we over het erf Schwering te Walchum:
Reineke Schwering, een heel erf vrij
In 1613 wordt Johan Schweringk beleend met het erf te Walchum. Aan het leen van het erf is verbonden de dienstplicht aan de vorstbisschop “mit pherd un harnisch”.
In 1649 schiet Johan Schweringk door onvermoede en onvoorzien toeval Manning Klocker te Walchum. . . het ene oog verwondt. Blijkbaar behoort tot de bij het paard en harnas horende wapentuig ook een geweer.
Assuerus Schwerings x Catharina n.n.
*ca 1620 Walchum *
+13-9-1693 Walchum +
Walchum
=================================================================
1)Joannes x Angela Osteresch
~30-5-1649 Walchum 7-8-1680 *13-1-1656 Walchum
+ Walchum Steinbild
+6-12-1724 Walchum
2)Lucas
*ca 1652 Walchum
3)Gebbe
~19-3-1651 Walchum
4)Gebbe
*ca 1655 Walchum
In 1641 wordt Reines Schwerings, als voogd van Assuerus, beleend met het erf te Walchum. Aan het leen van het erf is verbonden de dinestplicht aan de vorstbisschop “mit pherd und harnisch”.
In de telling van parochianen van 1652 wordt over het gezin Schwerings te Walchum vermeld:
- Assuerus Schwerings en echtgenote
- knecht
- 1 minderjarig kind
In de telling van parochianen van 1659 wordt vermeld:
- Assuerus Schwerings met echtgenote Catharina
- Joannes 10 jr
- Lucas 7jr
- Gebbe 4 jr
- Knecht Herman
- Dienstmeid Anna
- Moeder Gesa weduwe
Johan Schweers x Engelina Osteresch
*30-5-1649 Walchum 27-8-1680 ~13-1-1656 Walchum
+Walchum Steinbild +6-12-1727 Walchum
=================================================================
1)Sevirinus Assuerus? x Margaretha Schmitt
*21-10-1681 Walchum 5-2-1704 ~17-1-1685 Sustrum
+15-6-1753 Walchum Steinbild +5-7-1752 Sustrum
2)Herman x Margaretha Humling
~2-9-1683 Walchum 13-5-1708 *28-12-1684 Walchum
+20-9-1737 Walchum Steinbild
3)Gebbe x Herman Schmitt
~14-1-1686 Walchum 5-2-1704 ~2-8-1678 Sustrum
+walchum Steinbild +13-2-1726 Sustrum
4)Anna Catharina
~13-1-1656 Walchum
+6-12-1724 Walchum
Moeder Engelina
Voor Osteresch zie het hoofdstuk 15.9 van deze familie 2130.
Herman
Osteresch
ca 1460
|
Herman
Osteresch
ca 1485
|
Herman-----x---------------------Engel
Osteresch
ca 1515
|
Wobbeke------x--------------------------------Diderich
Osteresch Hoppe
ca 1550
|
Herman------x--------------------------------------------Angela Herman
Osteresch
n.n. Bussing
ca 1595
*ca 1600
|
|
Herman------x--------------------------------------------------------Anna
Osteresch
Bussing
ca 1625
Herman Osteresch x n.n.
*ca 1460 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1485Walchum *
+Walchum +Walchum
Herman Osteresch x n.n.
*ca 1485 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Herman x Engel n.n.
*ca 1515 Walchum *
+Walchum +Walchum
1536 Herman Osteresch te Walchum.
Herman Osteresch x Engel n.n.
*ca 1515 Walchum *
+Walchum +Walchum
=================================================================
1)Wobbeke x Diderich Hoppe
*ca 1550 Walchum *ca
1550 Walchum
+>1625 Walchum +ca
1620 Walchum
1557 Herman Osteresch, een heel erf vrij te Walchum.
Hoppe Schröer (ca 1500)
Hoppe Schröer x n.n.
*ca 1500 *
+Sustrum +Sustrum
=================================================================
1)Lampe x Taleke n.n.
*ca 1530 Sustrum *
+ >1568 Sustrum +
Sustrum
1536 Hoppe te Sustrum
Lampe Schröer (ca 1630)
Lampe Schröer x Taleke n.n.
*ca 1530 Sustrum *
+ >1568 Sustrum +
Sustrum
=================================================================
1)Diderich x Wobbeke Osteresch
*ca 1555 Sustrum *ca
1555 Walchum
+ca 1620 Walchum +
>1625 Walchum
1557 Lampe Schröer, lichte vrije kötter
1562 Lampe Schröer, vrije kötter
1567, Lampe Schröer, lichte vrije kötter
1579, Hoppesche Hoppe Johans
Diderich Osteresch
dictus Hoppe x Wobbeke Osteresch
*ca 1550 Walchum *ca
1550
+ ca 1620 Walchum +
>1625 Walchum
=================================================================
1)Lampe x Hasa Schmidt
*ca 1590 Walchum *ca
1595 Dersum
+ <1625 Walchum +23-7-1665
Walchum
2)Herman x Anna n.n.
*ca 1595 Walchum *
+ Walchum +
-4-1665 Walchum
3)Johan x Immeke Berndts
*ca 1600 Walchum *ca
1610 Walchum
+16-3-1668 Walchum +2-3-1675
Walchum
Diderich Osteresch dictus Hoppe verhuurt de Hoppenstelle te Sustrum, eenkotterij, aan Jurgen Klinck.
Zoon Johan
Johan trouwt met Immeke Berndts en wordt beerfde op het erf Berndes te Walchum.
Herman Osteresch x Anna n.n.
*ca 1595 Walchum *
+ Walchum +
-4-1665 Walchum
=================================================================
1)Herman x Anna Bussing
*ca 1625 Walchum *Dersum
+16-4-1674 Walchum +Walchum
2)Theodorus (Dirk) x Kunegunda Bussing
*ca 1626 Walchum 15-11-1654 *ca 1630 Dersum
+17-5-1665 Sustrum Steinbild +17-10-1715 Sustrum
3)Tecla x Wessel Botterman
*ca 1630 Walchum *ca
1628 Sustrum
+6-5-1702 Sustrum +3-2-1726
Sustrum
4)Lampe x Susanna Kirchenmeijer
*ca 1635 Walchum 26-4-1667 *ca 1640 Dersum
+Dersum Steinbild 2-1-1711 Dersum
Telling parochianen van 1652:
- Herman Osteresch en echtgenote
- zonen Theodorus en Herman
- een minderjarig kind.
Over het erf Osteresche te Walchum vinden we in 1640 het navolgende.
Herman Oesteresch ein geheell frey erbe
Thuet den wagendienst, Ist zehentbar
hatt ahn landereie 7 ½ tonne roggenlandt
hoylandt ad 15 fuetter
gibt in Kerspelschatzung 2 R.
Contributionschatz 2 R. 8 str.
Meyschatzung 40 str.
Herbstschatzung 8 schill:
Pherde 2
Koihe 5
Schweine 2
mueBte 300 R. verrenthen
Tabel:
De veestapel gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
6 |
2 |
6 |
2 |
5 |
|
vahling(veulen) |
|
|
0 |
2 |
1 |
|
koihe |
10 |
5 |
10 |
7 |
7 |
|
rinder |
4 |
0 |
4 |
3 |
8 |
|
schweine |
10 |
2 |
2 |
1 |
8 |
|
schweine jung |
|
|
8 |
|
|
|
schapen |
0 |
0 |
0 |
0 |
8 |
|
lammeren |
|
|
0 |
|
|
|
bijenkorven |
5 |
0 |
5 |
5 |
7 |
Zoon Dirk
Bij de doop van Theodorus, zoon van Herman Ostersch en Anna is getuige Gesa, echtgenote van Therodorus Osteresch alias Dirk Berndes.
Theodorus Osteresch en Gesa krijgen een zoon Gerard. Deze Gerard trouwt als Gerdt Bernd op 26-12-1681 met Taleke Schweers.
Zoon Lampe
Lampe trouwt met Schwaneke Kirchenmeijer en wordt beërfde op het erf Kirchenmeijer te Dersum. Het erf Kirchenmeijer is een horig erf van de kerk te Steinbild.
Herman Bussing (ca 1600)
Herman Bussing x Talle n.n.
*ca 1600
=================================================================
1)Joannes x a)Gisela n.n.
* x b)Anna zum Nirda
2)Talle x Wilm Wessels
3)Anna x Herman Osteresch
4)Kunegunda x Theodor Osteresch
Herman Osteresch x Anna Bussing
*ca 1625 Walchum 15-11-1654 *Dersum
+16-4-1674 Walchum Steinbild +Walchum
=================================================================
1)Engelina x Johan Schweers
~13-1-1656
Walchum ~30-5-1649
Walchum
+6-12-1724 Walchum +
Walchum
2)Thalia
~ca 1657 Walchum
3)Theodorus (Dirk)
~3-1-1661 Walchum
4)Joannes
~14-5-1664 Walchum
+3-3-1727 Walchum
5)Gerardus x? Tibe Ernst
~24-2-1669 Walchum
+3-2-1723 Walchum
6)Hille x Evert Schröders
~24-1-1672 Walchum 1-7-1696 ~20-4-1654 fresenburg
+ Steinbild
Telling van parochianen in 1659 geeft aan:
- Herman Osteresch en echtgenote Anna
- zoon Herman met echtgenote Anna
- dochter Engelina van 3 jaar en Thalia van 2 jaar.
Dochter Engeline
Zie hoofdstuk 14.8 op pagina 206.
Dochter Hille
Zie bij familie Schröder in hoofdstuk 11.9 op pagina 178.
Ayke------x---n.n.
ton Willigen
ca 1480
|
Johan-------x----------Lücke
ton Willigen n.n.
ca 1519
| |
Herman-----x-------------------Schwaneke
ton Willigen n.n.
ca 1540
| |
Abel------x--------------------------------Gebbeke
ton Willigen n.n.
ca 1565
|
|
Sievert---x-------------------------------------------Gertrudis
Wilchmann n.n.
ca 1595
|
|
Abel------x-------------------------------------------------------Susanne
Wilchmann Schulte
ca 1595
ca 1646
|
|
Wemke-----x-----------------------------------------------------------------Anna
Wilchmann
n.n.
ca 1668
Ayke ton Willigen x n.n.
*ca 1480 Wilgen (Rhede) *
+Wilgen + Wilgen (Rhede)
=================================================================
1)Johan x Lücke n.n.
*ca 1510 Wilgen *
+ Wilgen Wilgen
Johan ton Willigen x Lücke n.n.
*ca 1519 Wilgen (Rhede) *
+ Wilgen (Rhede) +Wilgen (Rhede)
=================================================================
1)Herman x Schwaneke n.n.
*ca 1540 Wilgen *
+Wilgen +Wilgen
Herman ton Willigen x Schwaneke n.n.
*ca 1540 Wilgen *
+Wilgen +Wilgen
=================================================================
1)Abel x Gebbeke n.n.
*ca 1565 Wilgen *
+Wilgen +Wilgen
Abel ton Willigen x Gebbeke n.n.
*ca 1565 Wilgen (Rhede) *
+Wilgen +Wilgen
=================================================================
1)Sievert Abels x a)Tybe n.n.
*ca 1596 Wilgen (Rhede) *
+ Wilgen (Rhede) + Wilgen (Rhede)
x b)Gertrudis n.n.
*
+ Wilgen (Rhede)
2)Herman Immeke n.n.
*ca 1609 Wilgen (Rhede) *
+ Wilgen (Rhede) + Wilgen (Rhede)
brinksitzer
Abel Wilchman moet in 1626 boete betalen aan Engelke Wessels omdat hij deze zonder reden heeft aangevallen en daarbij gezegd heeft dat de duivel hem zal halen en hij in de boter “Scheibet und sie fribt”. Ook slaat Abel Engelke daarbij een gat in het hoofd.
Sievert ton Willigen x a)Tybe n.n.
*ca 1595 Wilgen *
+Wilgen +Wilgen
x b)Gertrudis n.n.
+Wilgen
=================================================================
b1)Abel x Susanna Schulte
*ca 1646 Wilgen (Rhede) *ca 1646 Hofe
+Wilgen +Wilgen
b2)Susanna x
*ca 1631 Wilgen
+1652? Wilgen
b3)Gertrudis
*ca 1635 Wilgen
b4)Maria
*ca
1639 Wilgen
b5)Anna
*ca 1641 Wilgen
b6)Icca
*ca 1641 Wilgen
Zie verder bij familie Schulte te Hofe op pagina 223.
Dochter
Susanna
Susanna is in
1652 “totaliter inhabilis” [34].
Abel Wilchman x Susanna Schulte
*ca 1646 Wilgen (Rhede) *ca 1646 Hofe
+Wilgen +Wilgen
=================================================================
1)Wemke x a)Anna n.n.
*ca 1668 Wilgen *
+ Wilgen + Wilgen
x b)Hempke n.n.
+ Wilgen
2)Gertrud x a)Gerdt Sievers
~28-4-1669 Wilgen *Brahe
?+15-7-1754 Oberlangen +17-5-1699 Brahe
b)Wilcke0 Waterloh
~15-11-1667 Duthe
+9-9-1722 Brahe
3)Herman
~19-1-1670 Wilgen
+
4)Nicolaus x Kunegunda
~1-2-1672 Wilgen *
+ +
5)Emerentia
~25-11-1677 Wilgen
+ Wilgen
6)Emerentia
~13-5-1683 Wilgen
+
7)Helena x Theodorus Dickeboom
~ Wilgen 26-4-1701 ~24-6-1676 Rhede
+ Rhede +
Wemke in den Willichen x a)Anna
~ca 1670 Wilgen (Rhede) *
+Wilgen (Rhede) +
x b)Hempe
+ Wilgen (Rhede)
==========================================================
a1)Sievert x a?)Wendelina Krall
~15-9-1697 Wilgen (Rhede) 3-11-1729 ~3-11-1710 Krall
+14-2-1750 Wilgen (Rhede) Rhede +
x b)Angela
Schmitt
~26-5-1705
Sustrum
a2)Abel x Anna Thieden
~24-8-1705 Wilgen (Rhede) 12-11-1726 *Nenndorf
+ +
b1)Johan x Elisabeth Schmitz
~5-12-1709 Wilgen (Rhede) 16-12-1734 *ca 1709 Sustrum
+23-2-1777 Sustrum Steinbild +24-9-1768 Sustrum
Zoon Johan
Zie bij familie Schmitz te Sustrum op pagina 196. Johan trouwt in op het erf Schmitz en neemt deze naam aan.
Hinrich (Hincke) Schulte x n.n.
*ca 1460 Hofe *
+ Hofe +
Hofe
=================================================================
1)Ayke x n.n.
*ca 1490 Hofe *
+ Hofe +
Hofe
Ayke Schulte x n.n.
*ca 1490 Hofe *
+ Hofe +
Hofe
=================================================================
1)Johan x Lampe n.n.
*ca 1520 Hofe *
+ Hofe +
Hofe
Johan Schulte x Lampe n.n.
*ca 1520 Hofe *
+ >1594 Hofe +
Hofe
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1555 Hofe *
+ Hofe + Hofe
Herman Schulte x n.n.
*ca 1555 Hofe *
+ Hofe +
Hofe
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1585 Hofe *
+ Hofe + Hofe
Herman Schulte zum Hofe x n.n.
*ca 1585 Hofe *
+ Hofe + Hofe
=================================================================
1)Herbert x Hempe Grüber
*ca 1610 Hofe *ca 1610 Dersum
+ Hofe + Hofe
Herman betaald in 1621 een boete omdat hij overdadig veel gasten bij de doop van zijn kind heeft uitgenodigd.
Hubert Schulte x Hempe Grüber
*ca 1610 *ca
1610 Dersum
+Hofe +
Hofe
=================================================================
1)Johannes x Anna n.n.
*ca 1636 Hofe *
+31-8-1716 Hofe +
Hofe
2)Herman
*ca 1638 Hofe
+
3)Abel
*ca 1641 Hofe
+
4)Wilhelm
*ca 1644 Hofe
+
5)Susanna x Abel Wilchman
*ca 1646 Hofe *ca 1646 Wilgen (Rhede)
+ Wilgen (Rhede) +Wilgen
6)Herbert x Anna Lehmhaus
*ca 1651 Hofe 22-6-1683 *Waldhöfe
+16-7-170? Rhede
Hubert Schulte wordt in 1632 met de halve Bevindings tienden beleend als opvolger van zijn reeds gestoven schoonvader Herman Grüber te Dersum.
In 1638 verwondt Herman Grüber junior met zijn vuist Herbert Schulte aan zijn hoofd.
Moeder Hempe Grüber
Zie bij familie Grüber hoofdstuk 18.5 op pagina 227.
n.n. Grüber x n.n.
*ca 1480 Dersum *
+Dersum +Dersum
=================================================================
1)Detert x Grete n.n.
*ca 1510 Dersum *
+ Dersum
2)Johan x Swaneke n.n.
*ca 1525 Dersum
+ Dersum
In 1531 worden Detert Grüber en zijn broer Johan beleend met Bernd Dircks erve te Dersum. De belening wordt aangegaan door hun voogd Reinhardt ton Borge.
Johan Grüber x Swaneke n.n.
*ca 1520 Dersum *
+ Dersum + Dersum
=================================================================
1)Schweer x Talle n.n.
*ca 1555 Dersum
2)Roleff x n.n. Focken
*ca 1560 Dersum *Dersum
+Dersum +Dersum
In de volgende jaren wordt genoemd:
1557: Johann Grüber
1567: Grüber
1579: Grüber
Zoon Roleff
Roleff trouwt met n.n. Focken, erfdochter op het erf Focken te Dersum. Roleff Grüber gaat na zijn huwelijk door het leven als Roleff Focken.
Schweer Grüber x Talle n.n.
*ca 1555 Dersum *
+Dersum +Dersum
=================================================================
1)Herman x Engel n.n.
*ca 1585 Dersum *
+Dersum +Dersum
Herman Grüber x Engel n.n.
*ca 1585 Dersum *
+Dersum +Dersum
=================================================================
1)Hempe x Herbert Schulte
*ca
1610 Dersum *ca
1610 Hofe
+ Hofe +
Hofe
2)Schwaneke x Johan Lubbers dictus Kerkenmeijer
*ca 1615 Dersum *ca 1610 Dersum
+29-11-1655 Dersum +2-5-1660 Dersum
In 1630: ”Weilandt Herman Grubers zu Dersum affterluessen dochter kindt so itzo an Herbortenn Schulten zum Hove bestattet Hempe genennt”.
In 1640 blijkt het erf Grüber te Dersum verhuurd te zijn aan Bene Sandt.
Zie verder bij familie Schulte hoofdstuk 17.7 op pagina 223.
zie mail?????
Familie Sinnige
De naam Schulte gaat door introuwen op de boerderij van Sinnige over op Sinnige.
De dochter Anna Adelheid Sinnige trouwt in 1761 met Wemkes Schmees dictus Schmitz.
In de 16e eeuw gaat een deel van Corvey over naar de landadel, o.a. de naar Kobrink (hof Sinnige en hof Schulte.
Johan Synnige x Susanna n.n.
*ca 1600 Duthe *
+Duthe +
=================================================================
1)Johan
*ca 1630 Duthe
+Duthe
2)Wilcke x Wubke Schulte
*ca
1635 Duthe 18-10-1663 *ca 1640 Fresenborg
+>1668 Duthe +Duthe
3)Herman
*ca 1640 Duthe
4)
*ca 1645 Duthe
5)Grete
*ca 1650 Duthe
Het erf betreft vermoedelijk het in de 16e eeuw vermelde erf van Gerd Horst, eigenhorig aan Jonker Kobringk (1640 Henrich Moller, half erf => 16e eeuw Hinrich).
Telling van parochianen 1659:
- Johan Sinnige en echtgenote Susanna
- Vilcken, Johan en Herman, zonen
- Helena, dochter
- Grete kind.
Het erf Sinnige te Duthe volgens de beschrijving uit 1640.
Johan Sinnige ein geheell frey erbe
Thuet dem landfursten den wagendienst
hatt achte halbe tonne saets roggenlandts
sein zehentfrey
hoylandt, achte tagwerck und wannehr naße Jahre kommen, konne ehr nur der halbscheid genießen.
gibt Jarlichs ein schultschwein und wedder
In Kerspelschatzung 2 ½ R.
Contributionschatz 2 ½ R.
Meyschatzung 2 ggl.
Herbstschatz 14 schill:
Pherde 3
Koihe 6
Rinder 2
Schaeffe 4
Schweine 6
Ist mit viell Kinder beladen, hatt bruder und schwestern von daB Erbe abgesoenet dadurch in schulde gerathen.
Tabel:
De veestapel van Johan Sinnige te Duthe gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
3 |
4 |
3 |
4 |
|
vahling(veulen) |
2 |
|
2 |
1 |
1 |
|
koihe |
11 |
6 |
11 |
7 |
7 |
|
rinder |
1 |
2 |
1 |
2 |
5 |
|
schweine |
15 |
6 |
1 |
5 |
12 |
|
schweine jung |
|
|
14 |
|
|
|
schapen |
40 |
4 |
25 |
6 |
11 |
|
lammeren |
|
|
15 |
|
|
|
bijenkorven |
8 |
|
6 |
1 |
1 |
1645 1 alt pherd 22 jahr, 1 kohe seinen brud. in FrieBland
Uit de opmerking die bij de opname van de gegevens over het erf destijds is gemaakt blijkt welke impact de uitboedeling van meerdere kinderen op de financiële draagkracht van het erf kan hebben. De omvang van de schuld is niet genoemd. Het contract over de uitboedeling dat bij het huwelijk van de kinderen van Johan Sinnige is opgesteld, kan meer inzicht geven in de omvang van de bedragen waar het bij huwelijk en uitboedeling van een vol erf als dat van Johan Sinnige om kan gaan.
Wilcke Sinnige x Wubke Schulte
*ca 1635
Duthe 18-10-1663 *ca 1640 Fresenborg
+Duthe Lathen +Duthe
=================================================================
1)Talke x Gerard Schulte
~18-11-1668 Duthe 1691 ~7-6-1660 Duthe
+ Duthe Lathen +29-12-1731 Duthe
Moeder Wubke Schulte
Zie bij de familie Schulte te Fresenborg hoofdstuk 20.9 op pagina 243.
1672: Wilcke Synnige
1677: Johan Synnige
In 1677 bevestigt Wilcke Sinnige dat hij het erfdeel van zijn vrouw Wubke volledig heeft ontvangen vanzijn schoonouders, Johan Schulte en Taleke Hebbelman.
Gerard Sinnige alias Schulte x Talcke Sinnige
~7-6-1660
Duthe 27-10-1691 ~18-11-1668 Duthe
+29-12-1731
Duthe Lathen +
=================================================================
1)Gerard x
~17-7-1694 Duthe *ca
1695 Fresenborg
+12-6-1753 Duthe +15-3-1765
Duthe
2)Walburgis (Wubke) x Hermann Benes dictus Deter
~ Duthe 14-11-1719 ~Husen (Duthe)
+ Lathen +Husen (Duthe)
Gerard Schulte trouwt in op het erf Sinnige te Duthe. De naam Schulte gaat over in Sinnige.
Voor hiervoor bij de familie Schulte te Duthe.
Gerardus Sinnige x Helena Schröer
~17-7-1694
Duthe 12-11-1720 *ca 1695 Fresenborg
+12-6-1753
Duthe Lathen +15-3-1765 Duthe
=================================================================
1)Anna Alheid x a)Johan
Bruning dictus Möller
~24-9-1721 Duthe 15-11-1744 *Sustrum
+5-11-1782 Sustrum Steinbild +24-8-1760 Sustrum
x b)Wemke Abel Schmees
5-5-1761 ~6-1-1740
Sustrum
Steinbild + Sustrum
2)Maria Thecla x Herman
Bussing
~21-9-1723 Duthe 6-11-1749 ~Dersum
+ Dersum Steinbild + Dersum
3)Gesina
~12-5-1726 Duthe
4)Anna Walburgis (Wubke) x Johan Henrich Würtz
~2-7-1733 Duthe 22-11-1756 ~
5)Gerhard Wilhelm x Anna Wubke Sievering
~30-11-1735 Duthe 18-11-1756 ~
Lathen
Moeder Helena Schröer
Voor familie Schröer zie hoofdstuk 11.10 op pagina 180.
Zie verder bij familie Schmees hoofdstuk 13.11op pagina 198.
In 1691 trouwt Gerard Schulte met Talcke Sinnige. Hij gaat bij Talcke op de boerderij wonen en neemt aldus de naam Sinnige aan.##
Wernecke Johan
Scrijer Vehr
Ca 1460 ca 1450
| |
Gerd---x-Amele Herman Johan
Schulte
n.n. Schriver Vehr
Ca 1480 ca 1490 ca 1480
|
| |
Bene---x--------n.n. Johan/R Herman
Schulte
Tibe Schriver Vehr Schulte
ca 1510 ca 1520 ca 1515 ca
| | | | |
Gerd---x---------------Geseke Gerd
Johan Herman----x---n.n.
Schulte n.n. Schriver
Hebbelman Schulte Nederhoff
ca 1540 ca 1550 ca 1550 ca 1550 ca
|
| | |
Johan---x----------------------Taleke Herman---x-----Lummeke
Schulte Schriver Hebbelman Nederhoff
ca 1575 ca 1580 ca 1590
| |
Johan---x---------------------------------Taleke
Schulte Hebbelman
ca 1610
|
|
Wubke-----x----------------------------------------------------------Wilcke
Schulte
Sinnige
ca 1640
ca
Gerd Schulte x Amele n.n.
*ca 1480 Fresenborg *
+ Fresenborg
=================================================================
1)Bene Schulte x Tibe n.n.
*ca 1510 Fresenborg *
+ Fresenborg + Fresenborg
Bene Schulte x Tibe n.n.
*ca 1510 Fresenborg *
+ Fresenborg
=================================================================
1)Gerd x Geseke n.n.
*ca
1540 Fresenborg *ca
1550
+>ca 1580 Fresenborg +>1600
2)Talcke
*ca 1530 Fresenborg
3)Hempe
*ca 1535 Fresenborg
1536 Bene Schulte
1553 Bene Schulte, een heel erf vrij te Fresenborg
1563 De Swchulte, een heel erf te Fresenborg
Gerd Schulte x Geseke n.n.
*ca 1540 Fresenborg *ca
1550
+>ca 1580
Fresenborg +>1600
=================================================================
1)Johan x Talke Schriver
*ca 1575 Fresenborg 4-12-1600 *ca 1580 Duthe
+ Fresenborg +Fresenborg
2)Herman
*ca 1580 Fresenborg
Wernecke
Scrijver (ca 1460)
Wernecke Scrijver x n.n.
*ca 1460 Duthe *
+ >1499 Duthe +Duthe
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1490 Duthe *
+>1535 Duthe +Duthe
Herman Scriver x n.n.
*ca 1490 Duthe *
+ >1535 Duthe +Duthe
=================================================================
1)Johan x Engel n.n.
*ca 1520 Duthe *ca
1525
+>1571 Duthe +>1568
Duthe
1536 Herman Schriver te Duthe
Johan of Rolf
Scriver (ca 1520)
Johan of Rolf Scriver x Engel n.n.
*ca 1520 Duthe *
ca 1525
+ >1571 Duthe +>1568
Duthe
=================================================================
1)Gerd x Wubbeke n.n.
*ca
1550 Duthe *ca
1555
+>1607 Duthe +>1600
Duthe
2)Catharina
*ca 1555 Duthe
+>1568
1557 Johan Schriver, een heel erf vrij te Duthe
1562 Johan Schriver, een heel te Duthe
Gerd Scriver (ca 1550)
Gerd Scriver x Wubbeke n.n.
*ca 1550 Duthe *ca
1555
+>1607 Duthe +>1600
Duthe
=================================================================
1)Talke x a)Johan Schulte
*ca 1580 Duthe *ca
1575 Fresenborg
+Fresenborg + Fresenborg
b)Otto Nagel
*ca 1590 Wesuwe
+>1667
2)Herman x Angela n.n.
*1585 Duthe *
+>1659 Duthe +
Over het erf Schriver te Duthe vinden we in 1640 het navolgende.
Herman Schriver Ein gehell frei Erbe
Ist ahn die Frauw Monielsche im Behell lehenrurig und Engelbert van Langen wegen
ein stucke haberlandt
Thuet dem landtsfursten den wagendienst
hatt siebendehalbe tonne saett roggenlandt
davon ein halbe tonne saets zehentbar ahn Jungker Duethe
hoylandt sieben
tagwerck so theils grundtloeB
gibt in Kerspelschatzung 2 ½ R.
Contributionschatzung 2 ½ R.
Meyschatzung 2 ggl.
Herbstschatzung 2 R.
Pherde 2
Koihe 4
Schaeffe 7
Schweine 2 tragende mutten
konte seine schulde mit 200 R. nit betzalen
Tabel: De veestapel van
Herman (1640)/Gerdt (1631 en 1645)Schryver te Duthe gedurende de dertigjarige
oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
|
4 |
3 |
3 |
|
vahling(veulen) |
2 |
|
2 |
1 |
1 |
|
koihe |
7 |
|
7 |
7 |
8 |
|
rinder |
2 |
|
2 |
3 |
4 |
|
schweine |
9 |
|
1 |
2 |
9 |
|
schweine jung |
|
|
8 |
|
|
|
schapen |
27 |
|
17 |
16 |
22 |
|
lammeren |
|
|
10 |
|
|
|
bijenkorven |
2 |
|
2 |
1 |
4 |
1631: Noch 1 koehe Nortmans Berendt gehorig
27 schweine jung und alt
Johan Schulte x Talke Schriver
*ca 1575 Fresenborg 4-12-1600 *ca 1580 Duthe
+<1631 Fresenborg +Fresenborg
=================================================================
1)Wubke
*ca 1602 Fresenborg
2)Geseke
*ca 1605 Fresenborg
3)Johan x Taleke Hebbelman
*ca 1610 Fresenborg *ca 1615 Oberlangen
+Fresenborg +Fresenborg
Talke Schriver trouwt na het overlijden van Johan Schulte met Otto Nagel uit Wesuwe. Deze Otto treffen we als Otto Schulte aan in de beschrijving van het erf Schulte in 1640.
In 1640 wordt het volgende vermeld over het erf Schulte:
Otto Schulte Ein geheel frey Erbe
Thuet dem landtsfursten den wagendienst
hatt achte tunne saet roggenlandts
7 tagwerck hoylandt
zehentbar ahn Schwencken und Duethe, außbenommen 2 tonne weniger ein vierdhop saets, so frey
gibt zur Kerspelschatzung 2 R. 27 str.
In Contributionschatz 1 R. 12 str.
Meyschatzung
Herbstschatzung
Pherde 4
Koihe 6
Rinder 3
Schaeffe 20
Schweine 2
gibt keine renthe
Tabel: De veestapel van Otto Schulte (Johan Otten 1645
e.v.) te Fresenborg gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
4 |
4 |
4 |
3 |
4 |
|
vahling(veulen) |
2 |
|
2 |
0 |
1 |
|
koihe |
8 |
6 |
8 |
7 |
8 |
|
rinder |
4 |
3 |
4 |
1 |
2 |
|
schweine |
11 |
2 |
1 |
2 |
13 |
|
schweine jung |
|
|
10 |
|
|
|
schapen |
10 |
20 |
20 |
25 |
25 |
|
lammeren |
|
|
10 |
|
|
|
bijenkorven |
4 |
|
4 |
0 |
2 |
Johan tor Vehr (ca 1450)
Johan tor Vehr x n.n.
*ca 1450 Niederlangen *
+>1499 Niederlangen +Niederlangen
=================================================================
1)Grete x Johan Hebbelman
*ca 1485 Niederlangen *ca 1485
+Niederlangen +Niederlangen
2)Lücke
*ca 1485 Niederlangen
Johan tor Vehr is erfkötter te Niederlangen, eigenhorig aan Von Schwencke.
Johan tor Vehr (ca 1480)
Johan tor Vehr x Grete n.n.
*ca 1480 Niederlangen *ca 1485 Niederlangen
+Niederlangen +Niederlangen
=================================================================
1)Herman x n.n.
*ca 1510 Niederlangen *
+Niederlangen +Niederlangen
In 1536 wordt Johan tor Vehr vermeld.
Grete tor Vehr is erfdochter op het erf Tor Vehr te Niederlangen.
Herman zu Lathen Vehr (ca 1510)
Herman zu Lathen Vehr x n.n.
*ca 1515 Niederlangen *
+Niederlangen +Niederlangen
=================================================================
1)Johan x n.n.
*ca 1540 Niederlangen *
+Niederlangen +Niederlangen
2)Schwaneke
*ca 1542 Niederlangen
3)Taleke
*ca 1545 Niederlangen
Kerspelschatting 1571 Niederlangen
Johan Hebbelman zu Lathen Vehr (ca 1540)
Johan Hebbelman zu Lathen Vehr x n.n.
*ca 1540 Niederlangen *
+Niederlangen +Niederlangen
=================================================================
1)Herman x Lummeke Nederhoff
*ca 1570 Niederlangen *ca 1590 Oberlangen
+Niederlangen +Niederlangen
In 1571 worden 2x Herman tor Vehr vermeld.
In 1579 worden Johan tor Vehr en Rotger tor Vehr vermeld.
Zoon Herman
Herman trouwt met Lummeke Nederhoff. Zij is al getrouwd geweest met Herman Hebbelman en woont op het erf Hebbelman als ze opnieuw trouwt met Herman zu Lathen Vehr.???????
??????? ??????? ??????? ??????? ??????? ??????? ??????? ??????? ???????
Herman Nederhoff alias Schulte (ca 1550)
Herman Nederhoff alias Schulte x n.n. Nederhoff
*ca 1550
+Oberlangen
=================================================================
1)Lummeke x Herman Hebbelman
*ca 1590 Oberlangen *ca 1580 Niederlangen
+Niederlangen +Niederlangen
2)Gerdt x Töbe Schweers
*ca 1600 Oberlangen *ca 1600 Walchum
+Oberlangen +Oberlangen
In 1536 wordt Nedderhoff te Oberlangen vermeld.
In 1536 wordt Nedderhoff een vol erf vrij vermeld.
In 1562, 1567, 1571 wordt Nedderhoiff vermeld.
In de kerspelschatting van 1579 van Niederlangen wordt Johan Hebbelmann genoemd.
Herman Hebbelman (ca 1570)
Herman Hebbelman x Lummeke Nederhoff
*ca 1570 Niederlangen *ca 1585 Oberlangen
+Niederlangen +Niederlangen
=================================================================
1)Herman x Angela Kock
*ca 1610 Niederlangen *ca 1620 Lathen
+Niederlangen +Niederlangen
2)Talke x Johan Schulte
*ca 1615 Niederlangen *ca 1610 Fresenborg
+Fresenborg +Fresenborg
Zoon Herman
Herman trouwt met Angele Kock uit Lathen. Angela is een dochter van Christopherus Kock, richter te Lathen (bron BJJ).
Over het erf Hebbelman te Niederlangen vinden we in 1640 het navolgende:
Herman Hebbelman, Ein Erbkotter
bottet die wagens bey hohem Waßer ahn den Fronen zu Langen
hatt ahn roggenlandt 4 tonne saets
Item von de Schulten eine tonne in heur
und von Scho Johan ein halbe tonne
und gebe einen theill Zehend in den Veldt Campffe.
hoylandt 8 tagwerck
gibt in Kerspelschatzung 2 ½ R.
Contributionschatz 2 R. 12 str.
Herbstschatzung 6 schill :
gibt ein feist schwein und ein wedder
Pherde 3
Koihe 6
Rinder 4
Schaeffe 20
Schweine 5
kan seine schulden mit 2000 thaller nit abbetzalen
Tabel: De veestapel van Borchert/Herman 1645 e.v.) Hebbelman (Niederlangen) gedurende de dertigjarige oorlog.
|
|
1631 |
1640 |
1643 |
1645 |
1646 |
|
Pherde |
6 |
3 |
6 |
3 |
5 |
|
vahling(veulen) |
1 |
|
1 |
1 |
0 |
|
koihe |
12 |
6 |
12 |
9 |
12 |
|
rinder |
11 |
4 |
11 |
5 |
5 |
|
schweine |
12 |
5 |
2 |
4 |
18 |
|
schweine jung |
|
|
10 |
|
|
|
schapen |
100 |
20 |
60 |
40 |
55 |
|
lammeren |
|
|
40 |
|
|
|
bijenkorven |
21 |
0 |
7 |
1 |
1 |
Johan Schulte x Taleke Hebbelman
*ca 1610 Fresenborg 5-11-1639 *ca 1615 Oberlangen
+Fresenborg Lathen +Fresenborg
=================================================================
1)Wubke x Wilcke Synnige
*ca
1640 Fresenborg 18-10-1663 *ca 1635 Duthe
+ Duthe Lathen +>1668 Duthe
2)Anna x Johan Lohman
*ca 1643 Fresenborg 1667 *ca 1640 Duthe
+Duthe Lathen +Duthe
beerfde
3)Johan x Margaretha Schulte
*1644 Fresenborg 2-11-1679 *6-4-1663 Duthe
+ Fresenborg Lathen +Fresenburg
4)Gerardus
*ca 1650 Fresenborg
+
5)Herman x Maria Thalia Lampen Kuper
~3-9-1652 Fresenborg 5-11-1681 ~1-9-1660 Dersum
+Dersum Steinbild +8-9-1731 Dersum
Uit het huwelijksverdrag tussen Johan Schulte te Fresenburg en Taleke Hebbelman, gedateerd 5-11-1639 blijkt dat Johan Schulte een zoon is van Johan Schulte en Taleke Schriever, en dat Taleke Hebbelman een dochter is van Herman Hebbelman en Lummeke Niederhof.
Dochter Wilcke
In het verdrag van het huwelijk in 1663 tussen Wubke Schulte en Wilcke Synnige worden Johan, Herman, Grete en Hille als broers en zusters van Wubke vermeld en Johan Schulte als vader (bron Bernd Josef Jansen).
Zie verder bij familie Sinnige te Duthe hoofdstuk 19.2 op pagina 231.
Zoon Herman
Herman trouwt met Thalia Kuper, erfdochter op het erf Kuper te Dersum (erfkötter te Dersum).
Gerd Schulte x n.n.
*ca 1470
Duthe *
+Duthe +Duthe
=================================================================
1)Johan x n.n.
*ca 1510 Duthe *
+Duthe +Duthe
Johan Schulte x n.n.
*ca 1510
Duthe *
+Duthe +Duthe
=================================================================
1)Gerdt x n.n.
*ca 1535 Duthe *
+Duthe +Duthe
Gerdt Schulte x n.n.
*ca 1535
Duthe *
+Duthe +Duthe
=================================================================
1)Henrich x Schwaneke n.n.
*ca 1570 Duthe *
+Duthe +Duthe
In 1562 wordt in het overzicht van erven het vol erf van Gerd Schulte te Duthe genoemd. In 1576 wordt dit erf als vrij aangeduid.
Henrich Schulte x Schwaneke n.n.
*ca 1570
Duthe *
+Duthe +Duthe
=================================================================
1)Gerdt x Anna n.n.
*ca 1600 Duthe *
+Duthe +Duthe
2)Hermann x Gertrudis Hesselinck
*ca 1605 Duthe *ca
1610 Landegge
+Duthe +
In 1619 wordt in het buurtschap Duthe de onderstaande hoeve gebouwd. Volgens de museumbeschrijving behoorde het huis tot de hofstede Schulte Husen te Düthe. In 1963 is het huis verplaatst naar het Freilichtsmuseum in Munster en is daar het oudste gebouw.

Het huis is waarschijnlijk door 12 boeren gezamenlijk opgericht om de molenaar als woning te dienen en daarmee in de nabijheid van de molen te kunnen laten wonen. Het is een rietgedekt vakwerk gebouw zonder schoorsteen. Dieren en mensen leefden in dezelfde ruimte. In het midden werd een vuur gestookt voor de warmte en te koken. Door openingen “die Ulenflucht” in het gebouw kon de rook naar buiten. Boven het vuur bevindt zich de “westfälische Himmel” met ham en worsten. Dit vlees werd met met berkenhout gerookt. (foto 2000)
Gerdt Schulte x Anna n.n.
*ca 1600
Duthe *
+Duthe +Duthe
=================================================================
1)Gerdt x Gesina Kanne
*ca 1630 Duthe 3-11-1656 *ca 1635 Fresenburg
+Duthe Lathen +Duthe
In het personen schattingsregister van 1672 vinden we Gerdt Schulte met vrouw.
Volgens de huisplaatsenschatting van 1677 woont n.n. Schulte te Duthe.
Gerdt Schulte x Gesina (Geiske) Kanne
*ca 1630
Duthe 13-11-1656 *ca 1645 Fresenburg
+Duthe Lathen +Duthe
=================================================================
1)Johan[35] x Angela n.n.
~5-4-1656 Lathen *
+ +12-1-1698
Duthe
2)Gerard x Talcke Sinnige
~7-6-1660 Duthe ~18-11-1668
Duthe
+29-12-1731 Duthe +
Duthe
3)Margaretha x Johan Schulte
~6-4-1663 2-11-1679 *ca 1644 Fresenburg
+ Fresenburg Lathen +1-4-1723 Fresenburg
4)Conrad x Susanna Gesina
~21-10-1666 Duthe ~4-10-1679 Niederlange
+ +
Moeder Geiske
Zie bij hoofdstuk familie Kanne op pagina 253.
Zoon Gerard
Gerd Schulte trouwt in op het erf Sinnige en neemt aldus de naam Sinnige over. Zie verder bij familie Sinnige uit Fresenborg.
Het erf Schulte te Duthe is leenroerig aan het klooster Corvey. Het erf Lohmann te Duthe is eveneens leenroerig aan Corey. In 1640 wordt in de beschrijving van het erf Lohmam vermeldt dat dit erf aan het Schulten-erf is afgescheiden. Het erf Lohman wordt gekwalificeerd als vol erf, echter met een kanttekening daarbij: “wirt vur ein geheel Erbe gehalten, ist aber von Schulten Erbe Getheilet.”
Over het erf Schulte te Duthe vinden we in 1640 het navolgende.
Gerdt Schulte Ein halb frey Erbe
Lehenrurig ahn dem Abtt zu Corvey
Thuet dem Landtfursten den wagendienst
hatt sieben tonne saett roggenlandt
davon ahn Juncker Duethe zehentbar etzliches landt
hoylandt vunff tagwerck
gibt in Kerspelschatz 2 ½ R.
Contributionschatz 2 ½ R.
Meyschatzung 2 ggl.
Herbstschatzung 29 schill :
In die Kirche zu Lathen 2 schepl. roggen
Pherde