
1.5 Uit: Blind ziende (Ring), p. 142, bijna-doodervaringen :
"... 'Ik ben nogal bijziend ook, moet u weten, en toch zag ik verbazend goed nadat ik mijn lichaam had verlaten. Normaal kan ik op vijf meter afstand iets onderscheiden, wat de meesten nog kunnen ontwaren op meer dan honderd meter ... Ze sloten me op een machine aan die achter mijn hoofd stond. En mijn allereerste gedachte was: Jezus, ik kan zien! Ik kan het niet geloven, ik kan zien! Ik kon de getallen op die machine achter mijn hoofd lezen en het greep me allemaal erg aan. Ik dacht: ze hebben me mijn bril teruggegeven.' ... Vervolgens beschrijft ze enkele andere bijzonderheden van de operatie, bijvoorbeeld hoe haar lichaam eruitzag, het scheren van haar lichaam en de verschillende medische handelingen die de artsen op haar uitvoerden. Daarna ziet ze, nog steeds vanuit haar positie hoog boven haar lijf, ineens iets anders: 'Van waar ik was, keek ik neer op die enorme, fluorescerende lamp ... en de bovenkant van de lamp was toch zo vies ... hij zat onder het stof. Ik weet nog dat ik dacht: ik moet het tegen de verpleegkundigen zeggen.' ..."