
4.3 Uit: Tussen twee levens (Whitton), p. 27 (de fase voor een volgende geboorte), reincarnatie, hypnose, bijna-doodervaringen :
"... 'Ik ben in de lucht... Ik kan een boerderij zien en een schuur... het is vroeg... in de morgen. De zon... staat laag en maakt... en maakt... maakt hele lange schaduwen over de verbrande velden... stoppelvelden... Ik wacht... wacht om... geboren te worden. Ik kijk... ik kijk naar wat mijn moeder doet... Ze is... ze is bij de pomp en ze heeft het moeilijk... moeilijk om de emmer te vullen... Omdat mijn lichaam te zwaar voor haar is... ik wil... ik wil haar zeggen dat ze op moet passen. Voor mij en voor haar...' ('Wat is je naam?') 'Ik... heb... geen... naam.' ..."