
4.8 Uit: Voorbije levens (Williston), p. 19, reincarnatie, hypnose, bijna-doodervaringen :
"Ik schoot het gerechtsgebouw uit en rende zo hard als ik kon. Mijn
longen deden pijn, mijn benen waren verdoofd. Mijn gedachten gingen in
kringetjes. Ik wist niet waar ik heen ging, maar ik wist dat ik weg
moest komen.
'Maar ze komen achter me aan ... het is een massa ... een paar vrouwen,
maar meest mannen ... Ze rapen stenen op en gooien ze naar me. Ze
gooien stenen naar me, allemaal. Ik kan niet verder rennen. Ik ben aan
de rand van het meer. Ik kan niet weg komen en ze komen dichter bij. Ik
kan niet weg komen ... stenen in alle maten. Ze raken me ermee ... Een
grote steen raakt me tegen mijn hoofd. De pijn is verschrikkelijk. Ik
val neer en sterf onmiddellijk. Ik heb opgegeven om te proberen weg te
komen. Ik had geen keus. Nu ben ik vrij, vrij, vrij.
Ik kan mijn lichaam zien. Ik kijk neer op mijn lichaam. De massa staat
erbij. Een man draait me om met zijn voet en mompelt iets tegen de
anderen. Ze gaan het wegbrengen. Ik wil niet meer bij mijn lichaam
blijven. Ik ben vrij. En licht ... Ik vind het lichte, vredige gevoel
heerlijk ... geen angst en pijn meer. Ik ben vrij.'"