MEER WETEN OVER INDIA? KLIK HIER
KLIK HIER VOOR ONZE FOTO'S VAN INDIA
VAKANTIEREIS ZOMER 1992 VAN JOS EN CLIM SCHMITZ
Onze oudste broer Corné brengt ons om kwart over
negen 's avonds naar het station. We reizen eerste klas, een knieval voor groeiende hang naar luxe van Clim. Precies om 00.00 uur
stappen we de vertrekhal op Schiphol binnen. Een heksenketel daar, het
krioelt er van zonaanbidders voor de Spaanse costa's en naar hun land
terugkerende gastarbeiders. Goedkope charters vinden immers vooral 's
nachts plaats. Van een dutje doen, laat staan echt slapen, komt weinig
terecht. We lezen en puzzelen, drinken koffie en slenteren wat rond.
|
|
Tas spoorloosOp Heathrow belanden we midden tussen de renovatie werkzaamheden. Een bus brengt ons door een labyrint van vervallen, bakstenen gebouwen naar een andere terminal. Daar moeten we opnieuw in de rij om in te checken. Jos koopt Engelse ponden en schaft zich twee Engelstalige pockets aan, thrillers voor onderweg. Voor het vertrek van het vliegtuig moet iedereen zijn bagage buiten persoonlijk aanwijzen. De tas van Jos is spoorloos en hij wendt zich ongerust tot de autoriteiten. Op het allerlaatste ogenblik komt zijn tas toch boven water. De opgekropte spanning ebt bij ons weg.
|
Om 12.30 uur vertrekken we in een Boeing 747 (Jumbo-type) naar New Delhi, waar we een korte tussenstop maken. We krijgen goed te eten, de hostesses zijn gedienstiger dan we van Air India gewend zijn. Clim zit naast een bejaarde Sikh uit de Punjab, gesierd met een zilvergrijze baard en een tulband. De grijsaard knijpt het hem behoorlijk, bij elke turbulentie drukt hij stijf van angst zijn ogen dicht. In Delhi volgt een harde landing, die de bejaarde Sikh helemaal in elkaar doet krimpen. Inmiddels is de duisternis ingevallen. Veel passagiers stappen uit, nieuwe komen binnen. De gangpaden worden gepoetst en er komen nieuwe antimakassars op de hoofdleuningen. De vlucht naar Bombay duurt 2 uurtjes. Ook nu kunnen we niet slapen, want er moet weer worden gegeten.
In Bombay hebben we een wachttijd van meer dan 8 uur. Het is een nieuwe luchthaven en alles ziet er netjes verzorgd uit, dat moet gezegd zijn. We zitten in een kale en oncomfortabele hal, waar we echter niet uit mogen. Je kunt er nauwelijks slapen. In het holst van de nacht blijken er meer personeelsleden dan passagiers te zijn: veiligheidsbeambten met oude karabijnen en gesluierde poetsvrouwen. Die laatste groep hebben we niet kunnen betrappen op poetsen, ze komen alleen in actie om te bedelen bij de rijke westerse toeristen zoals ons. Steeds opnieuw worden we gestoord om bagage aan te wijzen, papieren af te handelen, in te checken enzovoort. Kregelig van de slaap laten we die schijnbaar zinloze formaliteiten over ons heen gaan. Protesteren helpt hier niet. In de vroege ochtend worden we aangenaam verrast: Air India biedt ons een onvervalst Indiaas ontbijt aan. Dit om het ons bezorgde ongerief enigszins te verzachten, heet het.
Jos is getuige van een ruzie
die alleen in India mogelijk is. Een loslopend jochie van twee jaar of
zo loopt nieuwsgierig het verblijf van de onaanraakbare poetsvrouwen
binnen. Deze zetten het jongetje met zachte hand buiten de deur, maar ze
raken hem
hierbij aan! De rijke vader van Brahmaanse kaste is in alle staten, want
om de onreinheid van zijn zoontje ongedaan te maken moet hij nu een
"puja", een uren durende gebedsdienst met offeranden en
geldelijke donaties houden.
Hij scheldt de in onze ogen onschuldige Dalit-vrouwen voor verrot.
Zonder kennis van de Indiase verhoudingen begrijp je zulk conflict niet.
In Madras volgt alweer een harde landing, misschien
is dit een handelsmerk van Indiase piloten. We wisselen een traveler
cheque in tegen roepies, de roepie schijnt zwaar gedevalueerd te zijn:
nog geen 7 cent! Twee jaar geleden stond hij nog op 14 cent genoteerd.
Dit betekent dat onze vakantie in dit land nòg goedkoper zal zijn. We
kruipen in 2 minibusjes en rijden zuidwaarts, midden door de woelige
buitenwijken van Madras, de op drie na grootste miljoenenstad van India. We zitten
direct in een andere wereld met stoffige straattaferelen vol armoede,
geheel anders dan de steriele aankomsthal van het vliegveld waar we net
vandaan komen. Enkele medereizigers krijgen al gauw de tranen in de ogen
bij het zien van al die ellende. De meeste groepsleden zijn echter
verwoede reizigers die al meer leed waar dan ook ter wereld aanschouwd
hebben. Wijzelf hebben wat dat betreft ook langzamerhand eelt op onze
ziel gekregen.
|
|
|
|
Sadoes hebben allemaal een tic |
De populaire Godin Saraswathi |